Tag Archives: duurzaam

‘Kabinet maakt verduurzaming gebouwde omgeving nóg aantrekkelijker’

Gepubliceerd op

Techniek Nederland is blij met de plannen die het kabinet vandaag presenteert om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te versnellen. Voorzitter Doekle Terpstra: ‘Het kabinet heeft stevige ambities. Die zijn ook nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. De technieksector gaat alles op alles zetten om de plannen te realiseren.’

Terpstra: ‘Het kabinet geeft een duidelijke richting aan voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. De opgave is groot, maar samen met de overheid en onze ketenpartners zetten we er de schouders onder.’

Verduurzaming nóg aantrekkelijker
Met een mix van normering, beprijzing, financiering, subsidiëring en ondersteuning wil het kabinet de verduurzaming van woningen versnellen. Terpstra: ‘Verduurzamen loont, zeker met de huidige energieprijzen. Met deze maatregelen maakt het kabinet verduurzaming nóg aantrekkelijker.’ Ook de aanpak van utiliteitsgebouwen kan rekenen op instemming van de installateurskoepel.

Natuurlijke momenten voor verduurzaming
Het kabinet wil natuurlijke momenten benutten voor verduurzaming. Denk aan vervanging van de cv-ketel, groot onderhoud en aankoop van een nieuwe woning. Terpstra: ‘Dat is een goede aanpak. Op zulke momenten blijft de overlast voor bewoners beperkt en kunnen installateurs de woning efficiënt aanpakken.’ Verduurzaming krijgt een meer verplichtend karakter. ‘Dat is ook nodig, maar vraagt ook de inzet van het kabinet om draagvlak te behouden.’ Het kabinet wil ook wijken collectief verduurzamen. Techniek Nederland denkt dat de verduurzaming daardoor beter te plannen en te organiseren is.

Technische vakmensen zijn hard nodig
Terpstra benadrukt dat het wel zaak is om snel méér mensen te laten instromen in de techniek. ‘We hebben veel mensen nodig om warmtepompen te plaatsen, zonnepanelen aan te sluiten en warmtenetten te realiseren. Een actieplan voor het technisch beroepsonderwijs is daarom dringend nodig. We willen hierover snel in gesprek met het kabinet. Het tekort aan technische vakmensen hoeft niet de showstopper voor de energietransitie te worden. Maar dan moeten we wél op korte termijn de juiste maatregelen nemen.’

60% CO2-reductie in 2030
Het plan van het kabinet is erop gericht de CO2-uitstoot met 60% terug te dringen in 2030. Dat moet onder meer gebeuren door het programma hybride warmtepompen, het Nationaal Isolatieprogramma, de versnelde aanpak van utiliteitsgebouwen en méér duurzame warmtebronnen en -netten. Ook innovatie en een continue opdrachtenstroom moeten de versnelde verduurzaming mogelijk maken.

Daikin breidt circulaire koudemiddel strategie uit

Gepubliceerd op

Daikin Applied Europe heeft onlangs zijn L∞P programma uitgebreid en gaat gecertificeerd, gerecycled R-134a-koudemiddel gebruiken voor koudwatermachines/warmtepompen. De doelen van het programma zijn: het creëren van een circulaire koudemiddeleneconomie, het bijdragen aan een naleving van het milieubeleid van Daikin Industries voor 2050 en het voorkomen van de jaarlijkse productie van nieuw koudemiddel, waaronder zowel R-134a als R-410A (totaal 400.000 kg per jaar). Met de uitbreiding bespaart de fabrikant 60% meer koudemiddel ten opzichte van 2021.

Alles begint met het terugwinnen van het R-134a-koudemiddel uit de HVAC systemen in gebouwen door Daikin installatiepartners. Het koudemiddel wordt teruggewonnen en daarna gerecycled, waardoor het zijn oorspronkelijke kenmerken en kwaliteit terugkrijgt.

Circulair
Gerecycled koudemiddel is koudemiddelgas dat wordt teruggewonnen en opnieuw wordt verwerkt, op zo’n manier dat het dezelfde prestaties en kwaliteit als het originele koudemiddel kan leveren. Dit aspect wordt gewaarborgd door de Daikin-leveranciersprocedures en door het testen van de levering. De levering moet voldoen aan de AHRI700-vereisten (zuiverheid > 99,5%) en vervolgens wordt die bevonden als ‘even goed als het originele koudemiddel’. Het teruggewonnen R-134a-koudemiddel kan het onbeperkt worden teruggewonnen en hergebruikt.

Daikin neemt Experience Center in gebruik

Daikin Nederland heeft onlangs haar eerste Daikin Experience Center geopend, waar geïnteresseerden innovaties op het gebied van airconditioning, warmtepompen en ...
Verder Lezen

Daikin Europe breidt uit in opslag, trainingen en leveringen

Daikin Europe ziet een versnelde groei van warmtepompen in Europa. Het jaarlijks aantal geïnstalleerde warmtepompen zal in 2030 gegroeid zijn ...
Verder Lezen

Daikin verlengt samenwerking met de KNSB

Het sponsorcontract van Daikin met de schaatsbond, dat in 2018 begon en medio 2022 zou aflopen, wordt verlengd tot en ...
Verder Lezen

Daikin en Duco gaan partnership aan

Daikin Europe gaat een samenwerking aan met de Belgische fabrikant van ventilatiesystemen Duco in het segment van woonhuisventilatie. Daikin zal ...
Verder Lezen

Nederlandse huishoudens beperken energieverbruik

Gepubliceerd op

Uit een onderzoek van tado°, actief op het gebied van intelligent klimaatbeheer voor woningen, blijkt dat 61,1% van de huishoudens in Nederland in maart minder energie hebben verbruikt dan in de voorgaande jaren¹. 58,2% van de Nederlandse tado°-gebruikers zegt dat geld besparen de voornaamste reden is om hun energieverbruik te verminderen. 24,9% wil minder afhankelijk zijn van Russisch gas en 16,9% doet het vanwege het milieu.

Het onderzoek keek naar energiebesparingen en vroeg aan 3.300 Nederlandse tado°-gebruikers (in totaal aan meer dan 15.000 Europese tado°-gebruikers) of recente gebeurtenissen invloed hebben gehad op hun persoonlijke energieverbruik. Jaarlijks wordt voor grofweg €3,7 miljard aan gas en kolen naar Nederland geïmporteerd vanuit Rusland². Een andere bron spreekt over 5 miljard kuub gas³.

Afhankelijkheid verminderen
Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zoeken overheden, bedrijven en huishoudens manieren om hun afhankelijkheid van geïmporteerde energie te verminderen, met name aardgas. De resultaten van het onderzoek laten zien dat Europeanen energie-efficiëntie serieus nemen en actie ondernemen, concludeert tado°. Van alle Europese respondenten die in de poll hebben aangegeven dat ze hun energieverbruik hebben verminderd, wil 65,6% hoge energieprijzen vermijden, 18% wil minder afhankelijk zijn van geïmporteerd gas uit Rusland en 16,4% wil energie besparen vanwege het milieu.
Volgens de EU wordt 79% van het energieverbruik van een huis gebruikt voor verwarming en warm water, wat meestal met gas gebeurt⁴. Deze afhankelijkheid van gas voor verwarming creëert een directe link tussen recente politieke gebeurtenissen en het comfortniveau in Europese huizen. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat Europese huishoudens in actie komen en actief proberen hun impact te verminderen.

¹ 3.300 Nederlandse tado°-gebruikers ondervraagd in april 2022
² Hoeveel gas Nederland jaarlijks uit Rusland haalt, is voor de buitenwereld geheim
³ Nederlanders willen massaal van het gas vanwege oorlog in Oekraïne | Energiecrisis | AD.nl
Heating and cooling

 

Gebouwen koelen met waterdruppels

Adiabatische koeling, het koelen door het effect van verdampend water, is geen onbekende technologie. Maar om het ook in gebouwen ...
Verder Lezen

Onverantwoordelijke verkoop verwarmingsapparatuur

Tijdens inspecties van verwarmingsapparatuur constateert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) dat sommige aanbieders zoals technische groothandels en webwinkels, verwarmingsapparatuur ...
Verder Lezen

Kentallen energiegebruik en -besparing compleet herzien

ISSO heeft het Praktijkboek Energiecijfers en -tabellen (versie 2021) uitgebracht. Dit Praktijkboek bevat kentallen over energiegebruik en de energiebesparing van ...
Verder Lezen

Energiebeheer en -facturering inéén

Belimo, fabrikant van klepaandrijvingen, regelkleppen en sensoren voor verwarmings-, ventilatie-, en luchtbereidingstechnologie, introduceert een assortiment Belimo Energy Valves™ en energiemeters, ...
Verder Lezen

200 miljoen voor collectieve warmtesystemen

Gepubliceerd op

Het Nationaal Groeifonds heeft het consortium NieuweWarmteNu! (NWN!) een voorwaardelijke bijdrage toegekend, van 200 miljoen euro. Als de toekenning definitief wordt, kunnen maximaal 10 collectieve warmteprojecten in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw worden ontwikkeld als vervanging voor verwarming met aardgas. Afhankelijk van de snelheid van het vervolgtraject kunnen de eerste projecten in 2023 met de bouw starten. Het project heeft een looptijd van vier jaar vanaf toekenning.

Het consortium is gematigd tevreden dat de Groeifondscommissie onder voorwaarden een bijdrage van het Nationaal Groeifonds heeft toegekend. Teun Bokhoven, voorzitter van de stuurgroep: “De huidige situatie in Europa vraagt een versnelling van de energietransitie, waaronder de warmtetransitie. Het reduceren van aardgasimport door het gebruik van duurzame warmte is extra urgent geworden. NWN! kan daar een substantiële bijdrage aan leveren in de periode tot 2030. NWN! versterkt bovendien de Nederlandse economie en leidt tot een aanzienlijke CO2-reductie. We willen daarom op korte termijn met de commissie in gesprek om snel invulling te kunnen geven aan de voorwaarden voor hun bijdrage aan NWN!”.

Versnelling
In het consortium NWN! werken overheden, (warmte) bedrijven, netbeheerders, energiecooperaties en kennisinstellingen samen om een versnelling te geven aan de inzet van duurzame collectieve warmtesystemen. Naast de projecten die NWN! wil realiseren voor de aanleg van duurzame collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw, worden diverse innovaties in de praktijk gedemonstreerd. Hierdoor wordt de benutting van duurzame warmtebronnen zoals geothermie, restwarmte, zonthermie en aquathermie aanzienlijke vergroot, aldus het consortium.

Partijen
Het NWN! consortium bestaat op dit moment uit de volgende partijen: warmtebedrijven Eneco, Ennatuurlijk, Essent, HVC, SVP en Vattenfall, partijen die werken aan energie uit de ondergrond EBN, Engie/Equans, Huisman en Shell, partijen die werken aan energie uit water NWB Bank en verschillende waterschappen, gemeenten (Metropoolregio) Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht, provincies Gelderland, Limburg en Zuid-Holland, brancheorganisaties Bodemenergie Nederland, Geothermie Nederland, Netbeheer Nederland en Netwerk Aquathermie, koepelorganisaties van energiecoöperaties EnergieSamen en Energie van Utrecht, Warmtenetwerk Westland (enkele tuinders, HVC, Capturam en gemeenten Westland en Midden-Delfland) en Warmte Samenwerking Oostland (gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas, Waddinxveen en Zoetermeer), kennisinstellingen Deltares en TNO, en de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (penvoerder) en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Collectief wil innovaties in warmteketen versnellen

Verschillende partijen in de warmteketen zijn het warmtecollectief WarmingUP gestart. Het collectief heeft als belangrijkste doel de ontwikkeling van collectieve ...
Verder Lezen

Van collectieve naar individuele warmwaterinstallatie

In Serviceresidentie Frankenstate in Bergen zijn 90 Green Energy Smartboilers van Itho Daalderop geplaatst met een lease/koop-constructie. De boilers zijn ...
Verder Lezen

‘Vooral collectieve rookgasafvoer vraagt om extra aandacht’

De Gezondheidsraad waarschuwde er vandaag in de Volkskrant voor dat koolstofmonoxide al schadelijk is bij veel lagere concentraties dan tot ...
Verder Lezen

Buisleidingsysteem voor collectieve stadsverwarming

Viega heeft haar programma uitgebreid met Megapress S. Met het buisleidingsysteem Megapress kunnen dikwandig stalen buizen van bijvoorbeeld verwarmings-, koel- ...
Verder Lezen

Voorbereid op verwarmen met waterstof

Gepubliceerd op

De Vaillant ecoTEC plus is nu geschikt voor bijmenging van 20 procent waterstof aan het aardgas. De cv-ketel is getest en gevalideerd om zonder aanpassingen woningen te verwarmen en van warm water te voorzien. Het assortiment van Vaillant, producten die geschikt zijn voor bijmenging tot 20 procent waterstof, zal in de komende maanden verder worden uitgebreid.

Ronald Mazurel, manager product management bij Vaillant, laat weten zeer verheugd te zijn. “Deze duurzame ontwikkeling op het gebied van waterstof is essentieel in de ontwikkeling van klimaatneutrale energie-oplossing voor toekomstbestendige verwarmingssystemen. Daarbij heeft het toestel dankzij IoniDetect-technologie een verbeterd installatie- en onderhoudsgemak. Kortom, een duurzame en intelligentie cv-ketel van deze tijd.”

Routekaart naar 100 procent waterstof
In 2050 moeten alle woningen aardgasvrij zijn, met als doel bij te dragen aan het verminderen van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Het verwarmen met groene waterstof is voor de langere termijn één van de kansrijke routes naar een duurzame toekomst, denkt Vaillant. Het bedrijf bereidt zich hier nu al op voor en heeft een routekaart opgesteld voor de transitie van cv-ketels op aardgas naar cv-ketels op waterstof:
- Nu is 20 procent waterstof bijmenging technisch mogelijk met de nieuwe ecoTEC plus cv-ketel die vorig jaar werd geïntroduceerd. Met het bijmengen van maximaal 20 procent waterstof kan een CO2-reductie van zo’n 7 procent per cv-ketel worden gerealiseerd. Vaillant bereidt zich hiermee voor op toekomstige wijzigingen in wet- en regelgeving waarin een grotere rol voor groene waterstof wordt verwacht als energiedrager.
- Vanaf 2025 is Vaillant voornemens om nieuwe cv-ketels te leveren die 100 procent H2 ready zijn. Deze cv-ketels zullen in een later stadium met een conversiekit worden omgezet naar werking op 100% waterstof.
- De verwachting bestaat dat er uiterlijk 2030 meer duidelijkheid is vanuit de overheid over de beschikbaarheid en precieze rol van waterstof voor gebouwen in Nederland. Vaillant bereidt zich voor op de toekomst en ontwikkelt tegelijkertijd nieuwe cv-ketels die uiteindelijk af-fabriek zijn ontworpen om te verwarmen op 100 procent waterstof.

Verduurzamingsroutes
Het realiseren van de klimaatdoelen vraagt volgens Vaillant om meerdere verduurzamingsroutes passend bij verschillende woonsituaties. Verduurzamen is nu onder meer mogelijk met hybride warmtepompen en all-electric warmtepompen. In combinatie met duurzame gassen in de toekomst - waaronder groene waterstof - kan een hybride warmtepomp bovendien een eindoplossing zijn richting 2050.

Interpretatie ‘Energieprestatie van Gebouwen’

Gepubliceerd op

Op de site van NEN is een interpretatiedocument te downloaden bij NTA 8800:2022 ‘Energieprestatie van Gebouwen’. Het document sorteert voor op de inwerkingtreding van het Besluit bouwwerken leefomgeving en is de basis van het Stelsel EPG.

In plaats van ‘Bouwbesluit 2012’ moet vanaf het moment van inwerkingtreding worden gelezen: ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’. In sommige gevallen wordt in NTA 8800:2022 verwezen naar specifieke artikelen in het Bouwbesluit. Welke dat zijn, en welke dit worden in het Bbl, staat in het interpretatiedocument. Daarnaast bevat het interpretatiedocument enkele redactionele aanpassingen voor NTA 8800:2022.

Gevolgen
De redactionele aanpassingen in het interpretatiedocument bij NTA 8800:2022 hebben geen effect op de andere documenten en onderdelen van het EPG-stelsel zoals de opnameprotocollen en de software. De definitieve versies van de Wijzigingsbladen voor BRL9500-W, U en de BRL9501, zullen verwijzen naar het interpretatiedocument van NEN. Deze Wijzigingsbladen liggen momenteel bij de Raad voor Accreditatie ter beoordeling, en de definitieve versies zijn derhalve nog niet gepubliceerd.
Op de website van Energieprestatie van gebouwen staat meer informatie over het Stelsel EPG. Hier is ook het interpretatiedocument te downloaden.

Verwarmingsoplossing na 10 jaar ontwikkeling in testfase

Gepubliceerd op

Cooll uit Enschede test een in eigen beheer ontwikkelde verwarmingsoplossing, die naar eigen zeggen 30% op het gasgebruik van een hr-ketel bespaart. Dit rendement is onlangs bevestigd door het Fraunhofer Instituut. De primeur vindt plaats in Kampen, in een sociale huurwoning van Deltawonen. Het Enschedese bedrijf noemt de technologie veelbelovend, omdat de besparing zonder forse aanpassingen van de woning, en zonder ruimte- en comfortverlies wordt gerealiseerd.

Eind 2021 heeft KIWA de testmodellen flink aan de tand gevoeld en heeft de warmtepomp een CE GAR veldtest certificaat gekregen. “Het behalen van dit certificaat maakt deze veldtest mogelijk en geeft ons inzichten voor het definitieve productontwerp. De installatie en het gedrag van de warmtepomp  levert ons een schat aan informatie op voor de verdere ontwikkeling”, legt Stefan van Uffelen, CEO van Coll, uit.

Resultaten
Van Uffelen vervolgt: “Na meer dan tien jaar ontwikkeling van onze gepatenteerde thermische warmtepomptechnologie gaan wij nu de markt op. We gaan de wereld laten zien dat dit dé verwarmingsoplossing is van de toekomst. Niet alleen in Nederland uiteraard. Volgend jaar willen we 50 toestellen produceren waarvan ook een deel beschikbaar zal zijn voor pilots in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Dan begint voor Cooll ook het buitenlandse avontuur.”
De uit de Universiteit Twente voortgekomen onderneming heeft warmtepomptechnologie ontwikkeld die de huidige hr-ketel één op één kan vervangen. De adsorptiewarmtepomp van Cooll verwarmt met aardgas, maar zou op termijn ook kunnen verwarmen met andere groene gassen zoals waterstofgas.

Toekomstbestendig alternatief
Technisch dienstverlener Van Dorp liet eind vorig aar nog weten te investeren in deze nieuwe ontwikkeling. Het bedrijf is hierbij al 10 jaar betrokken en maakt met deze investering nu ook de opschaling mogelijk. Henk Willem van Dorp: “Vanuit onze intrinsieke motivatie om de wereld beter achter te laten, besteden wij veel aandacht aan de verduurzaming van installaties en gebouwen. We zetten hierbij in op duurzame technieken en kiezen voor all-electric waar het kan, maar geloven we ook in de technologie van Cooll omdat het een toekomstbestendig alternatief is voor gebouwen waarvoor een elektrisch of hybride warmtepompsysteem nog niet haalbaar is. Daarnaast is het systeem geschikt gemaakt om te verwarmen met waterstofgas, een ontwikkeling waar wij veel vertrouwen in hebben en graag in mee pionieren.”

Monoblock warmtepompen met aanvoer tot 75 °C

Onlangs is NIBE gestart met de levering van de NIBE S2125-serie. Deze modulerende lucht/water monoblock warmtepompen kunnen breed worden toegepast ...
Verder Lezen

Nederlandse startup introduceert AI gedreven hybride warmtepomp

De Nederlandse startup Quatt heeft de ambitie om de komende tien jaar één miljoen Nederlandse woningen te verduurzamen met een ...
Verder Lezen

Circulatieleidingen voor tapwater en warmtepompen

In nieuwe, hogere smalle woonhuizen, die populair zijn in de stedelijke omgeving, komt het relatief vaak voor dat er een ...
Verder Lezen

Warmtepomp met prefab installatieframe

De nieuwe warmtepomp Eria Tower Ace S van Remeha is een combitoestel dat vergezeld gaat van een installatieframe om de ...
Verder Lezen

Van het gas af maar bewoner centraal

Gepubliceerd op

Hoe kun je circulair en betaalbaar renoveren, waarbij gezondheid, comfort en de bewoner niet uit het oog worden verloren? Die vraag vormt het uitgangspunt van het internationale Active House Symposium op woensdag 13 april 2022 in De Doelen in Rotterdam.

Er komt veel af op gemeenten en corporaties. Woningen in Nederland moeten van het gas af, moeten voldoen aan de BENG en de Wet Kwaliteitsborging en dat alles met het Klimaatakkoord in het achterhoofd. Bij al die gewenste maatregelen wordt vooral de energetische kant belicht. Het welzijn van de bewoner dreigt onderbelicht te raken, waarschuwen de organisatoren van dit symposium.

Kwaliteit meetbaar maken
Hoe pak je een grondig, circulair renovatieproject aan als gemeente of corporatie of gebouwbeheerder? Waar begin je? Het internationale Active House Symposium wil hierop antwoord geven door te laten zien hoe je kwaliteit meetbaar kunt maken. Naast sprekers, worden er praktijkvoorbeelden getoond en er diverse deelsessies gehouden.

Bewoner centraal
Het Active House Symposium toont hoe je betaalbare, gezonde gebouwen kunt maken waarbij de bewoner centraal staat. Gebouweigenaren krijgen inzicht over hoe ze gezonde, veilige en toekomstbestendige buurten en woningen kunnen realiseren. De bezoeker komt alles te weten over gebouwen met een comfortabel binnenmilieu en het belang van veel daglicht. Daarnaast is er de uitreiking van de Active House Award en worden de hernieuwde Active House Specificaties gepresenteerd.

De sprekers
Sprekers deze dag zijn o.a. Active House-voorzitter Bas Hasselaar, Michel Baars van New Horizon. Architect Daan Bruggink, Wouter van Marken Lichtenbelt van de Maastricht University, ontwikkelaar en bouwer Yvonne van der Hulst en een keur aan buitenlandse sprekers als: Sinys Lynge, Emilia-Cerna Mladin, Song Yehao en Lone Feifer.

Klik hier voor het programma

 

Gasloos renoveren met warmtepomp en convectoren

NIBE en Jaga organiseren op donderdag 15 april samen een gratis webinar waarin de mogelijkheden worden besproken om bestaande woningen ...
Verder Lezen

Luxe appartementen nu gasloos dankzij luchtwarmtepompen

Op de Koemarkt in Purmerend staat een compleet nieuwe, multifunctionele evenementenlocatie: De Markthal. De naam en de uitstraling van het ...
Verder Lezen

Flexibel gasloos

Op de radio hoort Karel steevast een reclame van een bekend ketelmerk voorbij komen. De fabrikant biedt bij aanschaf van ...
Verder Lezen

Warmtepomp mét waterkoeler maakt kaasfabriek bijna gasloos

Voor een nagenoeg gasloos en duurzaam productieproces van verschillende kaassoorten is in een nieuw gebouw van kaasfabriek Rouveen Kaasspecialiteiten in ...
Verder Lezen

Helmondse wijken schakelen over op aquathermie als warmtebron

Gepubliceerd op

In de Helmondse wijken Rijpelberg en Brouwhuis ontwikkelt warmtebedrijf Ennatuurlijk de grootste toepassing van aquathermie als warmtebron in de Benelux. Het bestaande warmtenet is er één van de eerste generatie, dus nog volledig gasgestookt. Het draait nu nog op twee stoom- en gasturbines (STEG’s), waarin bij verbranding van gas, elektriciteit wordt opgewekt. Rob Verhappen, key accountmanager bij Ennatuurlijk: “We gaan de gasturbines voorlopig wel behouden, maar dat zal in de toekomst alleen zijn voor piekmomenten of storingen. Het aardgas hiervoor zal dan op termijn vervangen moeten worden door bijvoorbeeld biogas of waterstof. Andere innovatieve bronnen, zoals aquathermie of lokale warmte uit de industrie, hebben in Helmond de échte toekomst.”

Ennatuurlijk onderzoekt momenteel de mogelijkheid om warmte uit het oppervlaktewater van de Zuid-Willemsvaart te halen. Met aquathermie slaat een warmte/koudeopslag (WKO) in de zomer warmte uit het water op in de bodem, om die in de winter te kunnen gebruiken. Hoewel de technologie niet meer helemaal nieuw is, is het in de Benelux nog niet zo groot toegepast als Ennatuurlijk het wil gaan doen. “Aquathermie heeft veel voordelen”, aldus Rob Verhappen. “Het gebruikt bijvoorbeeld relatief weinig stroom om de warmte te onttrekken, en het heeft ecologisch weinig impact.” Volgens hem kan een goede toepassing van alléén aquathermie al 50 procent CO2-reductie betekenen voor de warmtevraag in Helmond. “De benodigde elektriciteit willen we graag zo veel mogelijk duurzaam opwekken. En het is niet de enige bron die we voor de toekomst voor ogen hebben.”

Andere lokale bronnen van warmte
Verspreid over heel Nederland haalt Ennatuurlijk op veel verschillende manieren warmte uit de omgeving. Warmte uit de industrie bijvoorbeeld, waar vrijgekomen warmte uit bijvoorbeeld lokale industriële processen het warmtenet voeden, is voor Helmond óók een optie. “Maar ook ondiepe aardwarmte belooft veel goeds voor de toekomst”, zegt Verhappen. “We willen tot 2040 flink groeien. Niet alleen in Helmond, maar in heel Nederland. Het is daarom goed om te zien hoeveel duurzame innovaties er ontstaan om alternatieve energiebronnen aan te boren. In Helmond komen die de komende jaren samen om de stad een heel stuk duurzamer te maken.”

Nederlandse startup introduceert AI gedreven hybride warmtepomp

Gepubliceerd op

De Nederlandse startup Quatt heeft de ambitie om de komende tien jaar één miljoen Nederlandse woningen te verduurzamen met een door kunstmatige intelligentie (AI) gedreven hybride warmtepomp. Hiervoor heeft het bedrijf €265.000 aan financiering opgehaald. Opvallend is dat Quatt de hybride warmtepomp direct online aan de consument gaat aanbieden.

De benodigde hoge investering voor de installatie van warmtepompen in bestaande woningen weerhoudt dit segment van de beoogde energietransitie. Deze woningen zijn onvoldoende geïsoleerd om over te stappen op een volledig elektrische warmtepomp. Daarnaast heb je hiervoor aangepaste radiatoren of vloerverwarming nodig. Voor startup Quatt reden om in te zetten op hybride warmtepompen, waarbij de cv-ketel in gebruik blijft en er geen additionele aanpassingen nodig zijn in de woning. Hiermee kunnen de naar schatting 7.5 miljoen bestaande woningen in Nederland zonder warmtepomp, voor minder dan een kwart van de kosten, zonder additionele investering in de woning tot 80% van het gas af, aldus de startup.

Innovatie is kind van de rekening
Dit maakt de positieve milieu-impact van de hybride warmtepomp op nationale schaal vele malen groter dan die van all-electric warmtepompen, zo bedachten de broers, Bas en Marijn Flipse, oprichters van de startup. “De hybride warmtepomp bestaat al enige tijd, maar is de afgelopen jaren nauwelijks doorontwikkeld. En dat heeft alles te maken met de markt en de leveringsketen, die innovatie in de weg staat,” aldus Bas. “Wanneer niemand een substantieel deel van de leveringsketen beheerst en de productontwikkeling ver van de eindgebruiker staat, is innovatie het kind van de rekening. Traditionele partijen blijven dan gewoon doen waar ze goed in zijn: importeren, verkopen of installeren.”
En dus namen de broers met startup Quatt het heft in eigen handen door het concept van de hybride warmtepomp verder te ontwikkelen, te innoveren en deze direct online aan de consument aan te bieden. Met €265.000 aan opgehaalde financiering staat de startup in de startblokken om de adoptie van warmtepompen te accelereren en duurzame impact te maken. De stip op de horizon is om de hybride warmtepompen van Quatt te installeren in tot 1.000.000 Nederlandse woningen.

Complex aansturingsprobleem
De belangrijkste innovatie bij de nieuwe hybride warmtepomp van Quatt zit in de regeltechniek voor efficiënte inzet en lagere energiekosten voor de consument. Marijn legt uit: “Bij het toepassen van een hybride warmtepomp ontstaat een complex aansturingsprobleem. Ieder huis is verschillend, qua volume, isolatie en verwarmingstype. Daarnaast heb je te maken met twee verwarmingsbronnen: de warmtepomp en de cv-ketel. In principe wil je de warmtepomp zoveel mogelijk gebruiken, maar de efficiëntie van de warmtepomp is niet constant en wordt lager naarmate de buitentemperatuur daalt. Ook werkt een warmtepomp op relatief lage temperaturen. Er zijn dus momenten waarop het voordeliger of noodzakelijk wordt om de cv-ketel toch even aan te zetten. Tot slot heb je ook nog eens te maken met externe factoren, zoals fluctuerende elektriciteitsprijzen en natuurlijk het weer. Je wilt dus dat jouw warmtepomp hier allemaal rekening mee houdt, zodat deze vaker en efficiënter wordt ingezet, bijvoorbeeld wanneer de elektriciteitsprijzen laag zijn.”

Artificial Intelligence
Quatt denkt een adequate oplossing te bieden voor dit regelprobleem met een op Artificial Intelligence en Machine Learning gebaseerd aansturingssysteem. Hierdoor wordt de inzet van de hybride warmtepomp verhoogd, wat kan leiden tot een additionele kostenbesparing van tot ongeveer 20% ten opzichte van traditionele hybride warmtepompen, denken de mannen van Quatt. Ten slotte worden de hybride warmtepompen van Quatt direct aan de consument geleverd, waardoor de huidige lange leveringsketens via fabrikant naar installateur naar de woning achterwege blijft. Dit resulteert in een prijs die gemiddeld 30-50% lager ligt dan die van traditionele hybride warmtepompen, aldus de startup.

‘All-electric ready’
Het argument dat Nederland met hybride warmtepompen niet écht van het gas af gaat leggen oprichters Marijn en Bas naast zich neer: “Natuurlijk wil je uiteindelijk helemaal van het gas af. Daarom maken we onze warmtepomp ‘all-electric ready’. De hardware en software is voorbereid op het aansluiten van een hoge-temperatuur warmtepomp die we in de toekomst op de markt zullen brengen. Hiermee kunnen de Nederlandse woningen stapsgewijs, makkelijk en betaalbaar helemaal van het gas af.”
Inmiddels zijn er bij Quatt in de afgelopen maand ruim 100 pre-orders voor de hybride warmtepompen geplaatst, die naar verwachting in de herfst van 2022 worden geïnstalleerd.

 

 

Woning op waterstof moet draagvlak creëren voor aardgasvrij gasnet

Gepubliceerd op

Sinds deze week stroomt er via een container waterstof naar een woning in het Zuid-Hollandse Stad aan ’t Haringvliet. In dit zogenaamde Inspiratiehuis, midden in een woonwijk, kunnen de inwoners bekijken hoe een woning met waterstof wordt verwarmd. In het project Stad Aardgasvrij werkt Stedin samen met onder meer de gemeente Goeree-Overflakkee en inwoners van Stad aan ‘t Haringvliet om in 2025 volledig aardgasvrij te zijn. Voorwaarde is dat minimaal 70% van de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in Stad aan ’t Haringvliet al in 2025 van het aardgas af wil. Daarom volgt er later dit jaar vanuit Stad Aardgasvrij een draagvlakmeting onder de inwoners en ondernemers in het dorp.

Stad Aardgasvrij is voor Stedin een belangrijk demonstratieproject. In dit project werkt Stedin onder andere samen met de gemeente Goeree-Overflakkee, Remeha, GasTerra en Nefit-Bosch die de waterstof cv-ketels leveren, energieconsultant DNV, installateur Kievit Warmte en woningcorporatie Oost West Wonen die de woning beschikbaar heeft gesteld. Met de lokale brandweer, DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zijn alle vereisten op het gebied van veiligheid geborgd.

Draagvlak
“In 2020 hebben we 14 sloopwoningen in Uithoorn verwarmd met waterstof en aangetoond dat het mogelijk is om het bestaande aardgasnet om te bouwen naar waterstof”, vertelt David Peters, CTO van Stedin. “In Stad aan ’t Haringvliet doen we het onderzoek in een tussenwoning waar links en rechts buren wonen. Hiermee laten we zien dat ons gasnet in de praktijk geschikt is om van aardgas naar waterstof over te gaan. Bij voldoende draagvlak, is het dan mogelijk dat alle woningen in het dorp in 2025 verwarmd worden met waterstof. Voor Stedin is dit project belangrijk om te laten zien dat we waterstof door het bestaande gasnet kunnen transporteren voor de verwarming van woningen.”

Goede optie
“Ik ben erg trots op dit project, vooral om hoe er wordt samengewerkt met de inwoners van Stad aan ’t Haringvliet. Want dat maakt het project Stad Aardgasvrij zo bijzonder, vertelt wethouder Tea Both-Verhoeven (Duurzaamheid en Innovatie) van de gemeente Goeree-Overflakkee. “Een groep inwoners van Stad onderzocht samen met de gemeente en deskundigen uit het bedrijfsleven hoe hun dorp het beste van het aardgas af kan, en waterstof bleek een goede optie. We produceren veel groene energie op ons eiland, waardoor waterstof hier op een duurzame manier gemaakt kan worden. En we blijven intensief samenwerken met de inwoners van Stad en gaan ze ook vragen om hun stem. Als minimaal 70% uiteindelijk achter het plan staat, gaan we door.”

Ombouw naar waterstof
Aangezien er nog geen waterstof via het bestaande aardgasnet beschikbaar is, wordt voor de ombouwproef in Stad aan ’t Haringvliet waterstof gebruikt die is opgeslagen in een container (zie foto). Vanuit de waterstofcontainer gaat de waterstof via de bestaande gasleiding onder de grond naar het Inspiratiehuis. In de ombouw naar waterstof is de gasleiding zorgvuldig gecontroleerd op lekdichtheid. Door de leiding eerst te spoelen en te beproeven met stikstof en vervolgens met waterstof, is vastgesteld dat de leidingen lekdicht zijn. In het Inspiratiehuis hangen drie waterstof cv-ketels. Deze ketels zijn geïnstalleerd op de eerste verdieping in een van de kamers en uitgebreid getest. De komende twee maanden wordt de woning verwarmd met waterstof.

Rol waterstof in de gebouwde omgeving
Vóór 2030 verwacht Stedin niet dat waterstof een grote rol gaat spelen in de gebouwde omgeving, maar wel een belangrijke. Om na 2030 waterstof als volwaardig alternatief in te kunnen zetten is het daarom belangrijk om kennis en ervaring op te doen en te ontdekken welke rol waterstof kan krijgen. Innoveren en experimenteren.

Sprinkler op accu voor gebouwen

Gepubliceerd op

Boele Fire Protection introduceert een sprinkler- of watermistsysteem voor gebouwen dat werkt op een accu. Niet alleen is het een duurzame brandveiligheidsoplossing maar het heeft tevens een hogere betrouwbaarheid en kan forse besparingen opleveren, benadrukt de fabrikant. Het eerste systeem zal de komende maanden worden geïnstalleerd bij de Churchill Tower in Rijswijk.

De Battery Power Supply (BPS) is een accupakket bestaande uit batterijen en een omvormer die een elektrische sprinkler- of watermistsysteem voeden. Met dit systeem is ruim voldoende energie beschikbaar om periodieke testen aan de installatie(s) uit te voeren en calamiteiten zoals een brand te bestrijden.

Voordelen
Peter Boele, oprichter van Boele Fire Protection en verantwoordelijk voor Business Development, licht toe: “We hebben veel research gedaan naar een elektrisch sprinkler- en watermistsysteem dat werkt op een accupakket. De voordelen zijn groot: de totale installatie is eenvoudiger, ook voor middelgrote organisaties betaalbaar, de betrouwbaarheid is nog hoger dan gebruikelijk en er is geen sprake meer van geluidsoverlast en emissies zoals bij dieselaggregaten. Voor het product is octrooi aangevraagd en de oplossing is volledig gecertificeerd. De Battery Power Supply kent de grootste voordelen bij toepassing in kleinschalige tot middelgrote hoogbouw zoals appartementencomplexen, fabrieken, kantoren en parkeergarages.”

Gemakkelijke aanleg
Met de Battery Power Supply kan de stroomaansluiting van een sprinkler- of watermistinstallatie substantieel lichter worden uitgevoerd en zijn dikke voedingskabels en transformatoren voor sprinklerpompsets overbodig. Hierdoor kunnen de aanlegkosten tientallen procenten lager uitvallen, aldus de fabrikant. Vanzelfsprekend zijn de milieuvoordelen het grootst wanneer de accu´s met groene energie zijn geladen. Naast periodieke testen, wordt de Battery Power Supply jaarlijks onderhouden in dezelfde cyclus als van de pompset. De accu’s worden deze om de 8 à 10 jaar vervangen. Daarbij wordt rekening gehouden met onderhoud, inspecties en levensduur.

Herziene norm voor verbrandingsinstallaties

NEN 3028 ‘Eisen voor verbrandingsinstallaties’ is herzien en gepubliceerd ter commentaar. Tot nu toe was de norm van toepassing op ...
Verder Lezen

Veilig werken aan installaties voor gasverbranding

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Herziene norm voor sprinklerinstallaties gepubliceerd

NEN heeft de Nederlandse aanvulling op de Europese (in het Nederlands vertaalde) norm voor ontwerp, installatie en onderhoud van automatische ...
Verder Lezen

BENG-regelgeving in de praktijk

Gepubliceerd op

In de praktijk blijkt de nieuwe BENG-regelgeving voor behoorlijk wat uitdagingen te zorgen bij de ontwikkeling, het ontwerp en de realisatie van nieuwbouwwoningen. Onzekerheid over de haalbaarheid van de eisen, het aantonen dat aan de eisen wordt voldaan en de consequenties bij het overschrijden van de eisen leidt tot hoofdbrekens. Om concrete antwoorden te geven op de vragen die spelen over de haalbaarheid en aantoonbaarheid van energieprestaties heeft House Energy Optimum (HEO) een serie kennispapers geschreven.

Deze serie papers bestaat uit vier delen:
1. Een jaar ervaring met BENG, lessen voor de toekomst
2. Bouwkundige maatregelen voor betere BENG-prestaties van woningen
3. Efficiënte installaties voor energiezuinige, comfortabele en gezonde woningen
4. Slimme nieuwbouwconcepten om te voldoen aan BENG, Energieneutraal en NOM

In het eerste deel staat wat er feitelijk is veranderd ten opzichte van het oude stelsel van EPC. De kennispaper deelt praktijkervaringen van het eerste jaar onder BENG en geeft lessen voor de toekomst. Zo is duidelijk wat de verschillen zijn tussen BENG-woningen, Energieneutrale woningen en NOM-woningen en welke eisen en voorwaarden hiervoor gelden. Bovendien laten het zien welke bewijsstukken u moet verzamelen voor het afgeven van het voorlopige energielabel voor de omgevingsvergunning en het definitieve energielabel voor de oplevering van een nieuwbouwwoning.

Het eerste deel van de serie kennispapers is gratis te downloaden op www.bouwheo.nl/download

Wilt u liever de samenvatting lezen? Deze is beschikbaar op: https://www.bouwheo.nl/downloads/samenvatting-kennispaper-heo-smart-concept-een-jaar-ervaring-met-beng-lessen-voor-de-toekomst-/

Brede coalitie wil grootste knelpunten op stroomnet aanpakken

Gepubliceerd op

Een brede coalitie van 14 partijen waaronder Techniek Nederland, netbeheerders, een aantal andere branches en overheid wil de komende kabinetsperiode structurele oplossingen realiseren voor de huidige knelpunten op het elektriciteitsnet. Daarmee wordt meer grootschalige productie van energie uit zon en wind mogelijk en kan de elektrificatie van woningen, vervoer en de industrie versnellen. Dat is belangrijk voor de verduurzaming van onze energiehuishouding en voor het vestigingsklimaat in ons land. De coalitie, onder de naam ‘Actieteam Netcapaciteit’, vraagt minister Jetten voor Klimaat en Energie onder meer om een aantal wettelijke aanpassingen. Ook is voor een stimuleringsprogramma voor innovatieve oplossingen 200 miljoen euro per jaar nodig uit de nieuwe middelen voor klimaatbeleid.

Nederland investeert nu al jaarlijks gemiddeld circa 3 miljard euro in het elektriciteitsnet om zon- en windparken te kunnen aansluiten en elektrificatie van zowel huishoudens als bedrijven mogelijk te maken. Daardoor is ons land wereldwijd één van de koplopers als het gaat om zonnestroom. Veel grote zon- en windparken, ondernemers en woningbouwprojecten wachten als gevolg van schaarste op het elektriciteitsnet echter op aansluiting. Ook voor de industrie moet vanwege de verduurzamingsplannen in het MIEK (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) veel capaciteit beschikbaar komen op het elektriciteitsnet. Voor de plannen van gemeenten en provincies, gebundeld in de RES’en (regionale Energie Strategie) is ruimte op het net ook onmisbaar.

Belemmeringen
Grote tekorten aan technici, lange realisatietermijnen en regelgeving belemmeren echter snelle verzwaring en aanpassing van het net. Ook kunnen domweg niet overal tegelijk de straten open. Voor de komende drie jaar staan er veel grote zon- en windparken op de planning die zonder creatieve oplossingen vooralsnog niet aangesloten kunnen worden. Het gaat dan om ruim 10 Gigawatt aan zonnestroom en 3,7 Gigawatt aan windprojecten die in de pijplijn zitten, goed voor het elektriciteitsverbruik van ruim 6 miljoen huishoudens.

Snelle oplossingen zijn nodig
Het nieuwe Actieteam Netcapaciteit wil voor de grootste knelpunten snelle oplossingen zoeken in de komende kabinetsperiode en schetst in haar voorstel de hoofdlijnen waarlangs dit kan. Daarbij ligt er een kans voor bestaande en nieuwe marktpartijen om slimme technieken in te zetten. Denk aan lokale opslag van energie, vraagstimulering of curtailment (regeltechnieken op basis van data, waarbij bijvoorbeeld aanbod-  of vraagpieken worden afgevlakt). Daarnaast blijven verzwaring van het net en congestiemanagement structurele oplossingen.

Randvoorwaarden
De 14 partijen nemen met hun voorstel verantwoordelijkheid voor gezamenlijke oplossingen maar vragen tegelijkertijd minister Jetten voor Klimaat en Energie om mede-eigenaarschap en concrete acties. Zo is op korte termijn invulling nodig van een aantal randvoorwaarden:
-           het verkorten van realisatietermijnen voor netuitbreiding, bijvoorbeeld door het inrichten van een fast lane met gespecialiseerde (juridische) beleidsmedewerkers;
-           De mogelijkheid voor overheden om – in overleg met betrokkenen – maatschappelijk afgewogen keuzes te maken bij het verdelen van de schaarse elektriciteit.
-           Snellere aanpassing van wet- en regelgeving die het mogelijk maakt dat netbeheerders en marktpartijen samen optimaal flexibiliteit (zoals batterijen) kunnen inzetten;
-           Onderzoek naar het effect van financiële prikkels in het technisch beroepsonderwijs. Denk bijvoorbeeld aan een afstudeerbonus voor mbo’ers techniek en extra financiering voor techniekopleidingen. Er zijn ook nu al veel te weinig technische vakmensen voor netverzwaring, maar óók om zonnepanelen en warmtepompen te plaatsen.

Stimuleringsprogramma
Voor de inzet van flexibiliteit en creatieve oplossingen adviseert het Actieteam Netcapaciteit een stimuleringsprogramma van jaarlijks 200 miljoen euro gedurende deze kabinetsperiode. Hiermee kan de invoering van bestaande en nieuwe technieken bij grote knelpunten in het net een impuls krijgen. Denk bijvoorbeeld aan grootschalige opslag of het sturen van de lokale vraag.

De volledige coalitie bestaat uit: Energie-Nederland, Energie Samen, Energy Storage NL, FME, Holland Solar, IPO, Koninklijke Bouwend Nederland, Netbeheer Nederland, NVDE, NWEA, Techniek Nederland, VNG, VNO-NCW/MKB Nederland en WENB.

 

Hernieuwbare energie vereist bij ingrijpende renovatie

Gepubliceerd op

Per 1 februari a.s. gaat er alsnog een eis gelden in verband met de minimale hoeveelheid hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie. Hierdoor is het installeren van bijvoorbeeld een warmtepomp, zonneboiler of zonnepanelen onvermijdelijk.

Een aangenomen motie van VVD’er Daniël Koerhuis werd door – toen nog – demissionair minister Ollongren van Binnenlandse Zaken naast zich neergelegd. In deze motie wilde Koerhuis van deze verplichting af. Volgens Ollongren biedt de richtlijn hernieuwbare energie (REDII) echter geen ruimte om huiseigenaren als categorie uit te zonderen van de verplichting tot een minimumwaarde hernieuwbare energie gebruik wanneer zij ingrijpend renoveren.

Minimumwaarde hernieuwbare energie
Europese lidstaten moeten op grond van artikel 15, vierde lid, van de REDII bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie een minimumwaarde hernieuwbare energie eisen voor zover dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is en rekening houdend met de resultaten van de kostenoptimaliteitsberekening, op voorwaarde dat dit de binnenluchtkwaliteit niet negatief beïnvloedt. Het is aan lidstaten om vast te stellen in welke specifieke gevallen het vanuit deze drie voorwaarden niet haalbaar is om aan de verplichting te voldoen. Deze eis wordt gesteld in artikel 5.6 (lid 5 en lid 6) van Bouwbesluit 2012 en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet - artikel 5.20 (lid 6 en 7) van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Beleidsmatige redenen
Ollongren vond, naast juridische redenen, dat er ook beleidsmatige redenen zijn om huiseigenaren niet uit te zonderen van deze verplichting. Een ingrijpende renovatie van een gebouw vindt mogelijk slechts één keer in de 30 jaar plaats. Over 30 jaar, ruim na 2050, dient de gebouwde omgeving in Nederland klimaatneutraal te zijn, net als alle andere sectoren (industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en de elektriciteitsvoorziening). Voor de gebouwde omgeving geldt dat een ingrijpende renovatie van een gebouw hét moment bij uitstek is om slimme keuzes te maken ten aanzien van de energievoorziening. Zo worden desinvesteringen voorkomen die niet passen bij een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050. De Europese verplichting voor een minimumwaarde hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie is hiermee in lijn.

Bron: NEN

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen ...
Verder Lezen

Vooral dankzij verduurzaming blijft omzet Bosch in pandemietijd stabiel

Ondanks de pandemie van het coronavirus handhaafde Bosch Thermotechnology in 2020 zijn omzet op het niveau van het voorgaande jaar: ...
Verder Lezen

Stimulerende maatregelen in duurzame warmte nodig

De warmtebranche heeft door de coronacrisis behoefte aan maatregelen om het investeringsklimaat voor duurzame warmte te verbeteren. Dat stelt Stichting ...
Verder Lezen

Binnen 20 jaar ruim 30 gebouwen overheid op schone energie

Rijksvastgoedbedrijf en het consortium Motion2040+, bestaande uit DWA, Rebel, TwynstraGudde en Witteveen+Bos, hebben afgesproken om voor 2040 ruim 30 overheidsgebouwen ...
Verder Lezen

Geen planning bij woningcorporaties om woningen te verduurzamen

Gepubliceerd op

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Met name de onzekerheid over technische oplossingen en onduidelijkheid op beleidsniveau zorgen ervoor dat driekwart van de ondervraagde woningcorporaties nog geen planning heeft gemaakt voor het gasarm of gasloos maken van hun woningvoorraad. Dit en meer blijkt uit het vandaag gepresenteerde ‘Marktonderzoek Verduurzaming Warmtevoorziening’ dat econic, met de financiële steun van de Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), onder 60 woningcorporaties in Nederland heeft uitgevoerd.

Om inzichtelijk te krijgen op welke manieren woningcorporaties invulling geven aan het Klimaatakkoord, hoe zij de verduurzaming van hun woningen organiseren en welke mogelijkheden er zijn om het overstappen op duurzame alternatieven toegankelijker en attractiever te maken, verleenden RVO en EZK in 2021 subsidie aan een consortium van partijen die met hun projectplan ‘In twee stappen naar een aardgasvrije en comfortabele Nederlandse woonomgeving’ technische en financiële oplossingen zoeken om vastgoedpartijen te helpen bij hun verduurzamingsopgave. Het vandaag gepresenteerde marktonderzoek is de eerste output van het consortium, dat de markt onder andere inzicht moet geven in de rol die een hybride warmtepomp en de bijbehorende dienstverlening kunnen spelen in de verduurzamingsopgave van woningcorporaties.

Betrokkenheid is groot, uitvoering is een worsteling
Wat opvalt in de onderzoeksresultaten is dat de betrokkenheid van woningcorporaties bij de thema’s duurzaamheid, klimaat en CO2-reductie groot is. Doorrekeningen zijn gemaakt, visies opgesteld, adviseurs zijn ingeschakeld en er wordt volop samengewerkt, maar ondanks alle inspanningen wordt er duidelijk geworsteld met de vraag hoe de verduurzaming van de warmtevoorziening het best uitgevoerd kan worden en of deze haalbaar is. Met name voor hun bestaande woningvoorraad. Ook is het de vraag wat de beste technische oplossing per woningproject is: warmtenet, all-electric of hybride, individuele of collectieve systemen? Vaak zijn er verschillende oplossingen nodig voor het diverse woningbestand dat zich in meerdere gemeenten bevindt.

Routekaart voor de verduurzaming ontbreekt
Mede door de onduidelijkheden op zowel beleids- als oplossingenniveau heeft driekwart van de ondervraagde woningcorporaties nog geen concrete planning gemaakt voor het gasarm of gasloos maken van hun woningvoorraad. Het merendeel van de ondervraagden geeft aan dat het toepassen van nieuwe installatietechnieken om woningen gasarm of gasloos te maken pas gebeurt als alle woningen energetisch op niveau zijn gebracht door extra isolatie aan te brengen én wanneer corporaties er zeker van zijn dat ze spijtvrij kunnen investeren.

CO2-neutraal in 2050 is financieel niet haalbaar
Ruim 50 procent van de ondervraagden geeft aan dat de opgave van CO2-neutraal in 2050 voor hun organisatie financieel niet haalbaar is. De ondervraagden maken zich grote zorgen over de almaar stijgende bouwkosten en het gebrek aan menskracht en expertise in de bouwkolom, in hun eigen organisatie en bij gemeenten. Als gevolg daarvan kloppen eerdere doorrekeningen niet meer en zijn de kosten veel hoger dan waar eerder mee is gerekend. Daarbij komt nog de onzekerheid over de toe te passen technieken – all-electric of hybride, individueel of collectief. Ook geven de woningcorporaties aan  dat zij hun investeringen, die steeds groter worden door stijgende kosten, niet kunnen terugverdienen.

Het volledige marktonderzoek met daarin de belangrijkste observaties en conclusies is vanaf vandaag gratis te downloaden op econic.homes 

 

‘Groene ambities coalitieakkoord zijn stap in goede richting’

Techniek Nederland ziet perspectief in de groene ambities van het coalitieakkoord dat VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben gepresenteerd. Doekle ...
Verder Lezen

Energiebesparing met behoud van comfort

Het demissionaire kabinet heeft plannen om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Er is €800 miljoen beschikbaar voor de warmtetransitie, waarvan ...
Verder Lezen

Energie uit damwanden

Door stalen damwanden te voorzien van collectoren, kunnen havenkades, kanaaloevers, bouwkuipen, dijken en alle andere waterkeringen ons van warmte en ...
Verder Lezen

Nieuwe vakdiscipline: Verduurzamer

Tijdens Building Holland is de oprichting van het Gilde van Verduurzamers aangekondigd. Initiatiefnemers Wietse Walinga (Smart Workplace/Duurzaam Gebouwd), John Lens ...
Verder Lezen

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Gepubliceerd op

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren aan het einde van zijn levensduur. Bovendien zijn er de nodige passieve bouwkundige maatregelen genomen om ongewenste opwarming of warmteverlies te voorkomen. Gekozen is verder voor een ijsbuffer warmteopslagsysteem, geïntegreerd ontworpen met zonnecollectoren en andere energiebesparende systemen.

Rondom de basisschool staan bomen die het daglicht filteren. De centrale ruimte heeft overstekken. Klaslokalen met glaspartijen op het zuiden en zuidwesten hebben passieve zonwering bestaande uit een semitransparante luifel die directe zoninstraling verhindert. Ook de vegetatie op het dak en de klimrekken met beplanting op zonrijke gevels gaan oververhitting van het gebouw tegen.

Isolatie
De ramen zijn van dubbel of triple glas. De lemen binnenwanden hebben als extra voordeel dat ze de warmte of koude langer vasthouden. Ze fungeren dus dankzij hun thermische massa als buffers.

Stroom
Op het dak liggen onder andere PV-panelen. Ze leveren voldoende energie om aan de gebouwgebonden vraag te voldoen. De Verwondering kan de resterende stroomvraag invullen via het reguliere net. Het is behoorlijk druk op het dak. Naast de PV-panelen, liggen er ook zonnecollectoren en wordt een deel benut als groen dak. De Verwondering heeft daar een buitenspeellokaal op laten plaatsen, bovendien lopen er kippen rond en worden er onder andere tomaten gekweekt.

Warmteopwekking
Bijzonder is ook de verwarmingsinstallatie met een ijsbuffer, die een variatie is op een warmteopslagsysteem. Dit ijsbuffer warmteopslagsysteem is geïntegreerd ontworpen met zonnecollectoren en andere energiebesparende systemen. Het opslagsysteem verwarmt en koelt gebouwen door slimme toepassing van bestaande natuurwetten. De clou: bij de overgang van koud water naar ijs wordt een enorme hoeveelheid energie omgezet, de zogenaamde kristallisatiewarmte. Zodra het volledig geautomatiseerde systeem signaleert dat de energie van de zon en de lucht niet langer toereikend is om de warmtebehoefte te dekken, onttrekt het systeem extra energie uit de ijsbuffer. De ijsbuffertank staat in een betonnen kelder onder het buitenterrein.

Afgiftesysteem
Voor de warmteafgifte zijn verschillende opties de revue gepasseerd. Vloerverwarming lag voor de hand, maar viel af, omdat het een te traag werkend systeem is. Vandaar dat er is gekozen voor een combinatie van luchtverwarming met elektrische naverwarming. Het pand heeft een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW, per cluster staat er een LBK opgesteld. Via airsocks worden in de lokalen grote hoeveelheden lucht aangevoerd met een lage snelheid. De gebruikte lucht gaat via de gangen naar de centrale ruimte en wordt daar afgezogen.

Zomernachtventilatie
De basisschool heeft daarnaast een natuurlijk ventilatiesysteem. Ieder lokaal heeft een ventilatienachtluik. Dat is een inbraakwerend ventilatierooster met thermisch onderbroken klep. Deze is zo hoog mogelijk in het raamkozijn geïntegreerd. Als je overdag intensief wilt ventileren, dan zet je het luik open en schakelt de basisventilatie uit. Noodzakelijk, want anders krijg je kortsluiting in de luchtstroom. 's Avonds gaan sowieso de luiken open, maar ook de dakkappen. Zo ontstaat er een thermische trek, waardoor de school ieder uur met 5 tot 7 keer het gebouwvolume aan lucht ververst wordt. En dat met een snelheid vanaf 2 meter per seconde.

Meer weten over dit project? Het uitgebreide artikel is terug te vinden in het praktijkblad InstallateursZaken van januari. Ontvangt u het blad nog niet? Vraag dan hier een gratis proefabonnement aan.

Adviseur bodemenergie nu ook ondergronds actief

Gepubliceerd op

Techniplan Adviseurs heeft de certificering behaald voor het ontwerp van het ondergrondse deel van open bodemenergiesystemen. Hiermee ontwikkelt het adviesbureau zich verder tot totaaladviseur op het snijvlak van installaties, energie en milieu. Techniplan Adviseurs biedt nu advies en integrale ontwerpen voor zowel gebouwinstallaties als het boven- én ondergrondse deel van bodemenergiesystemen.

Voor het boven- en ondergrondse deel van bodemenergiesystemen bestaan twee aparte beoordelingsrichtlijnen. Techniplan Adviseurs is nu gecertificeerd voor beide richtlijnen. De BRL SIKB 11000 is de beoordelingsrichtlijn voor het ontwerp van het ondergrondse deel van bodemenergiesystemen. Bedrijven en adviesbureaus die betrokken zijn bij het ontwerp en de exploitatie van deze systemen moeten voldoen aan wettelijke eisen. Partijen die niet gecertificeerd zijn, mogen hier geen advieswerkzaamheden voor uitvoeren.

Grootschalige projecten
Binnen de BRL SIKB 11000 bestaan acht scopes, waarvoor Techniplan Adviseurs de certificering voor het ontwerp van open bodemenergiesystemen in bezit heeft (scope 1a). Dit zijn de bodemenergiesystemen voor grootschalige projecten, waarbij grondwater omhoog wordt gepompt, in tegenstelling tot gesloten bodemenergiesystemen waarbij een bodemlus wordt ingezet en die meestal bij kleinere projecten voorkomen. Volgens Rik Molenaar, senior adviseur bij Techniplan Adviseurs, is het behalen van de certificering een logische stap voor het adviesbureau: “Wij waren al vaak betrokken bij het ontwerp van het bovengrondse deel van bodemenergiesystemen. In de praktijk merkten we toch dat het belangrijk is om ook het ondergrondse deel erbij te pakken om echt een integraal ontwerp te kunnen leveren. We geloven namelijk dat hierdoor uiteindelijk betere energiesystemen ontstaan en we onze klanten zo beter kunnen bedienen.”

Combi tussen gebouwinstallaties en bodemenergiesystemen
Met het behalen van de certificering is Techniplan Adviseurs een van de weinige partijen die het ontwerp van gebouwinstallaties combineert met dat van bodemenergiesystemen. Dick van der Kooij, directeur van Techniplan Adviseurs: “Het unieke is dat wij vanuit de advisering over gebouwinstallaties komen. Dat doen we al dertig jaar, waarbij duurzaamheid altijd onze focus heeft gehad. In de markt zien we dat de partijen die zich met geohydrologie bezighouden, dus kijken naar de ondergrond en aardlagen, daar echt in gespecialiseerd zijn. Er zijn ook een aantal bedrijven die zich bezighouden met zowel boven- als ondergrondse energiesystemen, maar de combinatie met gebouwinstallaties is zeldzaam.”

Onmisbare schakel in de energietransitie
Het belang van geohydrologie en een goede kwaliteit van bodemenergiesysteem staat voor Molenaar buiten kijf: “Bodemenergie is een onmisbare schakel in de energietransitie. Wij vinden geohydrologie een belangrijk onderdeel van een volledig duurzaam ontwerp. Als adviesbureau zijn we al jaren gefocust op duurzaamheid en dit is eigenlijk de perfecte aanvulling hierop vanwege de mogelijkheden die de bodem biedt qua opslag. Je kan vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen, ook verdeeld over de seizoenen. Lucht en oppervlaktewater bieden deze optie niet als bron voor warmte.”

 

Unica Building haalt grootste opdracht ooit binnen

Technisch dienstverlener Unica heeft opdracht gekregen om de klimaatinstallaties van 1.250 Defensiegebouwen in Noord- en Zuid-Nederland te inspecteren, keuren en ...
Verder Lezen

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen ...
Verder Lezen

‘Betere uitvoering energiesystemen in bodem noodzakelijk’

Op 10 mei jl. heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een signaalrapportage ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ ...
Verder Lezen

Risico’s voor bodem en grondwater bij aanleg van gesloten bodemenergiesystemen

Boorbedrijven houden bij de aanleg van bodemenergiesystemen onvoldoende rekening met de eisen die daaraan worden gesteld, waardoor er risico’s ontstaan ...
Verder Lezen

Diverse onderdelen stelsel EPG geactualiseerd

Gepubliceerd op

Vanaf begin 2022 worden verschillende geactualiseerde onderdelen van het Stelsel Energieprestatie van gebouwen (EPG) beschikbaar gesteld aan de markt. Na een gewenningsperiode van vijf maanden is het voornemen om de onderdelen op 1 juni 2022 wettelijk in werking te laten treden.

Sinds het Stelsel EPG op 1 januari 2021 van kracht werd, zijn kleine aanpassingen en verduidelijkingen verwerkt in bepalingsmethode NTA 8800, opnameprotocollen en BRL-en. In samenwerking met het ministerie van BZK worden begin 2022 nieuwe versies of wijzigings- en interpretatiedocumenten gepubliceerd bij NTA 8800, de opnameprotocollen en de BRL’en van het stelsel.

Gewenningsperiode
Voor een soepele overgang voor marktpartijen en adviseurs, is er een gewenningsperiode van vijf maanden. Het voornemen is om de onderdelen op 1 juni 2022 wettelijk in werking te laten treden, waarna gewerkt moet worden op basis van de nieuwste wijzigingen en interpretaties.

Actualisatie van de verschillende onderdelen
Vanaf 1 januari 2022 zijn de volgende geactualiseerde onderdelen beschikbaar:

  • Een nieuwe versie van de bepalingsmethode, NTA 8800:2022, waarin interpretaties, omissies en aanvullende inhoudelijke wijzigingen zijn geïntegreerd. Om inzichtelijk te maken welke wijzigingen zijn aangebracht, wordt een informele versie van de NTA gepubliceerd op gebouwenergieprestatie.nl. Hierin zijn de aanpassingen met track changes bijgehouden.
    • Interpretatie- en wijzigingsbladen bij de opnameprotocollen, te weten ISSO-publicatie 75.1 voor utiliteitsbouw en ISSO-publicatie 82.1 voor woningen en woongebouwen. In januari komen de geïntegreerde versies van de opnameprotocollen beschikbaar voor de markt.
    •             Wijzigingsbladen bij de beoordelingsrichtlijnen BRL 9500 Utiliteitsbouw en Woningbouw.
    Vanaf 15 februari 2022 is geattesteerde software op de markt:
    •             Deze software is geattesteerd volgens BRL 9501 en het meest actuele wijzigingsblad, dat aansluit bij NTA 8800:2022, is geschikt voor het berekenen van de energieprestatie van een gebouw volgens NTA 8800.
    •             Tussen 15 februari 2022 en 1 juni 2022 zijn twee versies van de software voor de markt beschikbaar. De nieuwe geattesteerde versie is beschikbaar om voor te bereiden op de voorgenomen regelgeving.

Opfriscursus EP-adviseurs
Beoogd wordt dat vanaf 1 juni 2022 de geactualiseerde versies van NTA:8800, BRL 9500 Utiliteitsbouw en Woningbouw en BRL 9501 wettelijk in werking treden. Begin april kunnen adviseurs een opfriscursus volgen, te vinden op de websites van de verschillende opleiders. Hierin worden zij geïnformeerd over de wijzigingen en veelgemaakte fouten. Het is voor de markt van belang dat de wijzigingen zo snel mogelijk worden toegepast, daarom kunnen adviseurs hier al voor 1 juni mee aan de slag. Adviseurs dienen deze opfriscursus uiterlijk op 1 oktober gevolgd te hebben.

Voor 2023 werken de betrokken partijen aan een jaarlijkse cyclus voor het verwerken van aanpassingen in NTA 8800, de opnameprotocollen, software en BRL’en.

Onderdelen Stelsel Energieprestatie gebouwen geactualiseerd

Per 1 januari 2021 treedt het nieuwe Stelsel EPG in werking waarmee de energieprestatie van gebouwen wordt bepaald en de ...
Verder Lezen

Wat is de rol van de techniek over 20 jaar?

Aanstaande woensdag 24 juni verschijnt Scenario2040, een studie waarmee Techniek Nederland in beeld brengt hoe de samenleving er over twintig ...
Verder Lezen

Garantie op duurzame nieuwbouw

Bewoners van nieuwbouwwoningen kunnen een garantie krijgen op de energiezuinigheid ervan als deze worden gebouwd volgens het House Energy Optimum ...
Verder Lezen

Eerste woning met individuele aansluiting op ondergronds waterstofnet

Gepubliceerd op

Medio november krijgt voor het eerst in Europa een bestaande woning een individuele aansluiting op een lokaal, ondergronds waterstofnet. Daardoor kunnen de bewoners hun huis en tapwater volledig met waterstof verwarmen. Waterstof is een alternatief voor aardgas, waarvan de levering en prijs momenteel onder druk staan. In de proefwoning onderzoekt consortium H2@Home ‘live’ hoe je waterstof zo optimaal en veilig mogelijk in een woonomgeving toepast.

“Er is geen enkele reden om aan de veiligheid van waterstof te twijfelen, en dat gaan we in dit huis aantonen”, zegt Ben Mureau namens H2@Home1. De woning is onderdeel van een replica jaren-70 woonblok van het DreamHûs dat op het terrein van fieldlab The Green Village (TGV) van de TU Delft Campus staat. Afgelopen zomer ondertekenden de partners van het H2@Home-consortium meerdere overeenkomsten voor het project. Doorslaggevend voor de start was de toestemming van Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) om het lokale waterstofnet te gebruiken. Sindsdien leggen de consortiumpartners de waterstofinstallatie en testfaciliteiten in de woning aan. Na aansluiting op het net zullen de bewoners in gebruik, warmte en comfort geen verschil merken ten opzichte van hun huidige cv-installatie.

Primeur: de eerste woning op waterstof
De proefopstelling van H2@Home is een primeur op het Europese vasteland. Volgens H2@Home zit dat unieke karakter in een combinatie van factoren: de waterstof wordt via een ondergronds leidingnet (vergelijkbaar met een aardgasnet) aangevoerd, de woning is bewoond, het gaat om een individuele woonaansluiting en de waterstofleidingen lopen ook door de meterkast en gebruiksruimten van het huis. Juist deze combinatie maakt de testomgeving realistisch en de resultaten van groot belang om huishoudens in de toekomst toegang tot waterstof te kunnen bieden.

Reële testomgeving
Waterstof is een alternatief voor aardgas, maar speelt momenteel nog slechts een zeer beperkte rol in de gebouwde omgeving. Waarschijnlijk gaat dit na 2030 veranderen. Het overzetten van een aardgasinstallatie op waterstof is nog onbekend terrein. De standaard procedures voor de installatie en het gebruik van aardgas zijn niet zonder meer op waterstof toepasbaar. Juist de brede expertise van het H2@Home consortium2, dat uit netbeheerders, fabrikanten en andere partijen bestaat, maakt het mogelijk om gezamenlijk allerlei facetten te onderzoeken. Wat is er nodig om veilig en betrouwbaar te installeren en monteren? Hoe reageren de leidingen en apparaten op waterstof? Welke eisen moeten in wet- en regelgeving verankerd worden? Enzovoorts. “Wij kunnen in deze reële omgeving perfect leren hoe we met waterstof moeten omgaan; de risico-analyses zijn uitvoeriger dan straks nodig is.”

Veiligheid boven alles
Vanaf medio november gaat H2@Home intensief testen en zullen er incidenteel calamiteitenoefeningen plaatsvinden, zoals met het uitvallen van de waterstofketel. Sensoren in de woning meten onder meer druk en temperatuur en de leidingen worden gecontroleerd op met name trillingen en lekkages. Tevens worden nieuwe modules getest, zoals een beveiliging die de waterstoftoevoer bij eventuele lekkage meteen afsluit. De proef wordt in juli 2022 afgerond.

Remeha in documentaire National Geographic over waterstof

Remeha is betrokken bij de National Geographic documentaire ‘Waterstof, onze nieuwe energie? Hierin onderzoekt presentatrice Anic van Damme de mogelijkheden ...
Verder Lezen

Fabriek Bosch Deventer geleidelijk over van gasketels op systeemoplossingen en waterstof

De overheidsdoelen voor de energietransitie zijn ambitieus en als gevolg hiervan zal de Nederlandse markt voor verwarmingsoplossingen de komende jaren ...
Verder Lezen

Brede coalitie van bedrijven wil dat waterstof sneller volwassen wordt

Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat waterstof in Nederland een succes gaat ...
Verder Lezen

Voor het eerst een jaren 70 woonwijk op waterstof

In het Groningse Wagenborgen wordt een jaren 70 woonwijk aangesloten op een waterstofnetwerk. Van de 40 aangeschreven bewoners heeft bijna ...
Verder Lezen

Nieuwe vakdiscipline: Verduurzamer

Gepubliceerd op

Tijdens Building Holland is de oprichting van het Gilde van Verduurzamers aangekondigd. Initiatiefnemers Wietse Walinga (Smart Workplace/Duurzaam Gebouwd), John Lens (TVVL) en Harm Valk (Nieman Raadgevende Ingenieurs) presenteerden het Gilde van Verduurzamers en haar eerste voorzitter: Suze Gehem (foto, Groene Grachten). Het gilde wil zich ontwikkelen tot de beroepsvereniging van alle professionals in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het zet zich in voor kennisdeling en kennisontwikkeling dwars door alle branches in de sector heen: van bouwers en installateurs tot beleidsmakers en adviseurs.

De aankondiging van het Gilde van Verduurzamers viel samen met de afsluiting van de vijfde editie van de cursus Basiscertificaat Energietransitie Gebouw Omgeving, waarin de initiatiefnemers intensief samenwerken met de transitiemakers van Squarewise. De deelnemers horen bij de eerste Verduurzamers, net als hun voorgangers van de afgelopen jaren. Daarmee maken de Verduurzamers een vliegende start. Vanaf begin 2022 kunnen ook andere professionals zich aanmelden.

Het verschil maken
Voorzitter Suze Gehem: “Onze maatschappij heeft een schreeuwend tekort aan goede vakmensen om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te realiseren. Van duurzame planvorming tot aan de uitvoering. Het gilde gaat daarom samen met talentvolle vakmensen aan de slag om het verschil te maken, want alleen samen kunnen we grenzen verleggen en de ambitieuze doelstellingen behalen.”

Gedreven professionals
Daarmee benadrukt ze dat de Verduurzamers een groeiende groep is van gedreven professionals, die samenwerking en kennisuitwisseling in hun DNA hebben. Het Gilde van Verduurzamers faciliteert het onderlinge contact, schoolt bij, geeft een podium, maakt herkenbaar. Het gilde wil Verduurzamer als vak op de kaart zetten, zodat iedereen kan antwoorden op de vraag ‘Wat wil je worden?’ Verduurzamer! Hiervoor gaan de Verduurzamers intensieve gesprekken voeren met onderwijs, kennisinstellingen, overheden en brancheverenigingen. Het gilde heeft de ambitie te groeien naar een omvang van 3000 leden in drie jaar, zodat het een betekenisvolle speler is in kennisontwikkeling en opleiding.

Nieuwe discipline
Gideon Jan Willem van de Groep herkent de noodzaak van professionals met een brede blik: “Het verduurzamen van de gebouwde omgeving is niet iets wat aannemers en installateurs ‘er bij’ kunnen en moeten doen. Verduurzamen is een vak en het verduurzamingsbedrijf een nieuwe discipline. De vakmensen zijn kennisrijke generalisten die worden opgeleid om van alles wat te kunnen, ze hoeven immers niet een heel gebouw te kunnen maken. Wellicht gespecialiseerd in specifieke woningtypes en technieken. De vertegenwoordiging van deze nieuwe vakdiscipline bestond nog niet, nu wel!”

Vers bloed

Uit onderzoek van TechniekOpleiding.nl blijkt dat het animo voor omscholing naar een technisch beroep laag is. Opleider ROVC is niet ...
Verder Lezen

Knvvk & young cool en TVVL intensiveren samenwerking

Knvvk & young cool heeft haar verenigingsbureau gehuisvest bij dat van TVVL, kennisplatform voor gebouwgebonden installatietechniek. De knvvk & young ...
Verder Lezen

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen ...
Verder Lezen

Vraag naar bekwaam technisch personeel blijft onverminderd groot

Uit recent onderzoek blijkt dat voor ruim vier op de tien (43%) technische werkgevers het tekort aan nieuwe aanwas de ...
Verder Lezen

Haagse vastgoedprojecten aangesloten op duurzame energievoorziening

Gepubliceerd op

In Den Haag slaan ontwikkelaar Stebru en Eneco de handen ineen. Er worden 1141 woningen en 9.311 m2 nieuw te realiseren commercieel vastgoed aangesloten op een duurzame energievoorziening. Het project ‘Frank is een Binck’ wordt aangesloten op BinckNet® en de projecten ‘Maestro’ en ‘Levels’ krijgen een warmte- en koudeopslag (WKO).

De Binckhorst wordt in de toekomst CO2-vrij dankzij een netwerk voor verwarmen en koelen dat vanaf 2024 beschikbaar is. De slimheid van het BinckNet zit in het optimaal inzetten van diverse lokale bronnen, afgestemd op de vraag voor Warmte & Koude vanuit de eindgebruikers. BinckNet groeit flexibel mee in het tempo dat de woningen gebouwd worden en koppelt uiteindelijk alle energienetwerken van de gebouwen in deze stadswijk aan elkaar. De energie die nodig is in het gebied, wordt lokaal opgewekt en opgeslagen. Denk aan warmte- en koudeopslag (WKO) en warmtepompen, maar ook aan aquathermie en/of geothermie. Bestaande woningen, bedrijven en voorzieningen krijgen in de toekomst duurzame warmte uit BinckNet, zonder dat ingrijpende wijzigingen nodig zijn. Het resultaat is een duurzame, betaalbare en lokale energievoorziening die zorgt voor een comfortabel binnenklimaat: verwarming in de winter en koeling in de zomer.

Samenwerking Stebru en Eneco
Projectontwikkelaar Stebru en Eneco starten met drie nieuwbouwprojecten in Den Haag: ‘Frank is een Binck’, ‘Maestro’ en ‘Levels’. Dit is de eerste stap. De samenwerking wordt in de toekomst verder uitgebreid, zodat ook nieuwe projecten aangesloten worden op duurzame energievoorziening. Bart Snijders, Adjunct Directeur Ontwikkeling van Stebru, en Martijn van der Zande, Commercieel Directeur Warmte & Koude van Eneco, tekenden hiervoor op 27 oktober op de Provada Vastgoedbeurs in de RAI de overeenkomst.

Start 2021
De realisatie van de drie projecten start deze maand met het project ‘Frank is een Binck’ en wordt gefaseerd opgeleverd. ‘Frank is een Binck’ is naar verwachting klaar in het tweede kwartaal van 2024. Daarna volgen in 2025 ‘Maestro’ en ‘Levels’.

Online een eigen PvE samenstellen

Gepubliceerd op

Na het uitbrengen van het rapport Programma van Eisen (PvE) Gezonde Kantoren kan nu ook online een eigen PvE worden samengesteld. De nieuwe tool biedt de mogelijkheid van een maatwerk PvE op basis van de eisen uit de publicatie. Per deelaspect kan het gewenste ambitieniveau worden gekozen. Zo ontstaat er een PvE, specifiek gericht een gebouw.

Met het PvE, ontwikkeld door Binnenklimaat Nederland, Platform Duurzame Huisvesting, RVO en TVVL, krijgt de gebouweigenaar handvatten om een gezond, comfortabel en productiviteit-bevorderend binnenklimaat te waarborgen. Regels en eisen voor kantoorgebouwen waren er altijd al, maar niet overzichtelijk bij elkaar gebracht in een document. Met deze reden werd in 2018 het Programma van Eisen Gezonde Kantoren opgesteld. Inmiddels is het PvE Gezonde kantoren door veel installateurs, adviseurs en opdrachtgevers toegepast.

Vooraf eisen formuleren
Uitgangspunt is dat bij nieuwbouw en renovaties van kantoren vooraf eisen worden geformuleerd waarop ontwerpers, installateurs en aannemers hun plannen kunnen baseren. Het PvE bestaat uit vier onderdelen: lucht, klimaat (thermisch binnenklimaat), licht en geluid, waarbij voor elk onderdeel wordt gewerkt met drie ambitieniveaus (A t/m C).

Kijk voor meer informatie op de website van Platform Binnenklimaattechniek https://www.binnenklimaattechniek.nl/kwaliteit/pve-gezonde-kantoren/

Kantoor DWA Gouda voorzien van eerste Binnenklimaat Label

Het verduurzaamde kantoorgebouw van DWA aan de Harderwijkweg in Gouda is als eerste in Nederland voorzien van een gecertificeerd Binnenklimaat ...
Verder Lezen

Juiste keuze en ontwerp hybride warmtepompen

ISSO heeft een nieuw kennisproduct uitgegeven: het ISSO-kleintje Hybride warmtepompen. De kennis richt zich op de keuze, het ontwerp, de ...
Verder Lezen

PvE Gezonde Kantoren geactualiseerd

Er is een geactualiseerde versie beschikbaar van het Programma van Eisen Gezonde Kantoren. Dit PvE is ontwikkeld door Binnenklimaat Nederland, ...
Verder Lezen

Platform voor het realiseren van een gezond binnenklimaat vernieuwd

Omdat technische kennis en informatie voor het realiseren van een gezond binnenklimaat erg gefragmenteerd beschikbaar zijn, lanceren TVVL en Binnenklimaat ...
Verder Lezen

Kantoor DWA Gouda voorzien van eerste Binnenklimaat Label

Gepubliceerd op

Het verduurzaamde kantoorgebouw van DWA aan de Harderwijkweg in Gouda is als eerste in Nederland voorzien van een gecertificeerd Binnenklimaat Label. Het gebouw heeft het allerhoogste niveau gekregen: Binnenklimaat Label A ‘zeer goed’. Met het label kunnen zowel gebouweigenaren als werkgevers aantonen dat de werkplek gezond en comfortabel is.

Jaap Dijkgraaf, algemeen directeur bij DWA: “Bij de renovatie van ons kantoor in Gouda is vanzelfsprekend aandacht besteed aan gezondheid en comfort. Het is voor ons buitengewoon inspirerend dat onze resultaten getoetst en gewogen zijn en bekroond met Binnenklimaat Label A ‘zeer goed’. Opnieuw hebben we daarmee aangetoond dat met vakmanschap, creativiteit en doorzettingsvermogen ook bij renovatie hoge standaarden zijn te halen.”

Tweede leven
Reinier van Kooten, directeur bij Duijnstede Beheer: “Wij zijn enorm trots op deze certificering voor een kantoorpand uit de jaren ’80. Velen hadden dit pand al afgeschreven, maar zowel DWA als Duijnstede waren ervan overtuigd dat we met onze gezamenlijke ambitie en de professionele kennis van DWA dit pand een tweede leven zouden kunnen geven. Gezien de bijzonder goede certificering kunnen we niet anders dan concluderen dat dit is gelukt. Zo’n resultaat is ook voor ons weer een inspiratiebron om binnen onze portefeuille verder te verduurzamen en op zo’n wijze onze bijdrage te leveren aan het klimaat.”

Klasse A-gebouw
Of een kantoor voldoet aan de normen van het Binnenklimaat Label, wordt getoetst aan de hand van vier onderdelen uit het Programma van Eisen Gezonde Kantoren: lucht, licht, klimaat en geluid. Het PvE Gezonde Kantoren is een handreiking voor het ontwikkelen en herontwikkelen van kantoren die niet alleen energiezuinig moeten worden, maar ook gezond en comfortabel moeten zijn. Voor de vier onderdelen zijn drie ambitieniveaus geformuleerd. Klasse C geeft een ‘voldoende’ aan, klasse B betekent ‘goed’ en de beste beoordeling is klasse A, met een ‘zeer goed'.

Historische ruimte in Vaticaan voorzien van speciale klimatisering

De historische Rafaël-zalen van de Vaticaanse Musea zijn voorzien van een maatoplossing voor verwarming en koeling. Het is voor het ...
Verder Lezen

Masterclass ‘Ventilatie in Scholen’

Het ventileren van klaslokalen is integraal onderdeel geworden van de strijd tegen corona. Met de masterclass ‘Ventilatie in Scholen’ speelt ...
Verder Lezen

Innovatie

De pandemie en klimaatverandering fungeren op veel fronten als een katalysator. Zowel in de sanitaire technieken als in de klimaattechniek ...
Verder Lezen

Ventileren is een werkwoord

Goed nieuws, op woensdag 14 juli jl. heeft de Tweede Kamer bijna unaniem meerdere moties aangenomen waardoor nu eindelijk is ...
Verder Lezen

Remeha in documentaire National Geographic over waterstof

Gepubliceerd op

Remeha is betrokken bij de National Geographic documentaire ‘Waterstof, onze nieuwe energie? Hierin onderzoekt presentatrice Anic van Damme de mogelijkheden van waterstof en de uitdagingen die er zijn voordat de energiedrager op grote schaal toepasbaar is. Een onderdeel in de documentaire zijn de activiteiten van Remeha om waterstof in te zetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. De documentaire is op 22 september om 22.00 uur voor het eerst te zien op National Geographic.

Remeha is een van de eerste bedrijven die de mogelijkheden van waterstof onderzocht en aan de slag ging met oplossingen. Zo presenteerde de fabrikant en leverancier van klimaatoplossingen een prototype van een waterstofketel. Daarnaast is Remeha actief in diverse waterstofprojecten om zo meer kennis op te doen over dit alternatief voor aardgas.

Waterstofketel
Op de Bouwbeurs van 2019 lanceerde Remeha de eerste waterstofketel, een hr-ketel die waterstof verbrandt in plaats van aardgas. Nog hetzelfde jaar maakte het duurzame toestel zijn debuut bij een project in Rozenburg, waar het een bijdrage levert aan de verwarming van een appartementencomplex. Hierna won de waterstofketel op de VSK 2020 de VSK Award. Later zette Remeha het toestel ook in bij diverse waterstofprojecten.

Waterstofprojecten
Zo levert de Apeldoornse fabrikant de Remeha Hydra, zoals de waterstofketel werd gedoopt, voor de toepassing in het Hydrogen Experience Centre. Op deze demo- en opleidingslocatie in Apeldoorn leren installateurs hoe ze de aardgasvoorziening in woonwijken kunnen aanpassen om huizen met waterstof te verwarmen. Daarnaast is Remeha projectpartner bij de ontwikkeling van een waterstofwijk in Hoogeveen en doet het mee aan Stad Aardgasvrij, waarbij het dorp Stad aan ’t Haringvliet op Goeree-Overflakkee volledig wil overstappen op waterstof.

Toestellen geschikt voor (bijmenging met) waterstof
Behalve de Remeha Hydra, die 100% waterstof als brandstof gebruikt, brengt Remeha ook andere verwarmingstoestellen op de markt die (deels) op waterstof werken. Zo zijn de Remeha GAS 120 Ace, de GAS 320 Ace, de GAS 620 en de Quinta Ace al geschikt om op aardgas bijgemengd met 20% waterstof te branden. Ook de wandtoestellen uit de Avanta-, Calenta-, en Tzerra-serie zijn geschikt voor bijmenging met 20% waterstof. Tegelijk werkt Remeha door aan een aangepaste versie van de GAS 320 Ace die uitsluitend op waterstof kan branden.

Duurzame keuzes met een knipoog

Gepubliceerd op

Nefit Bosch wil met video’s en andere uitingen consumenten en installateurs met een knipoog verleiden tot het maken van duurzame keuzes. Tijdelijk voordeel moet dit nog aantrekkelijker maken. Bovendien kunnen consumenten ook dit jaar hun CO2-uitstoot compenseren door bomen te laten planten.

Naast volledig elektrische oplossingen, zoals bodemwarmtepompen, luchtwarmtepompen en ventilatiewarmtepompen, staan de spotlights bij Nefit Bosch op hybride oplossingen. Met de grootschalige uitrol van hybride warmtepompen kan op de middellange termijn grote klimaatwinst behaald worden, wijst de producent op verschillende rapporten. Toch blijft ook de cv-ketel voorlopig nog gewild. “De grote groep die bij vervanging kiest voor een hr-ketel bieden we ook dit jaar de mogelijkheid hun CO2 te compenseren”, zegt Jan Blom van Nefit Bosch. “Zelf werken we sinds 2020 100% CO2-neutraal. Niet alleen wij in Deventer, maar al onze 400 vestigingen.”

150.000 bomen
In het kader van de vorige actie heeft Nefit Bosch 150.000 bomen laten planten. Die zijn samen goed voor CO2-reductie van 30.000 ton en dragen voor een deel ook bij aan het natuurherstel in Nederland. Naast de bomenactie maken consumenten dit najaar aanspraak op een financieel voordeel tot 375 euro.

Installateursactie
Bij het installeren van twee of meer hr-ketels, airco’s, warmtepompen of zonneboilers van Nefit Bosch kunnen installateurs dit najaar professioneel Bosch Blauw gereedschap cadeau krijgen met een winkelwaarde tot 290 euro.

Recycle-service
Installateurs kunnen het hele jaar door kosteloos gebruikmaken van de Recycle-service van Nefit Bosch. Oude cv-ketels worden opgehaald en voor 90% gerecycled door een gecertificeerd bedrijf. Voor elke ingeleverde ketel ontvangt de installateur een vergoeding. Meer informatie over de acties is te vinden op www.nefit-bosch.nl/alle-acties.

 

Milieuprestatie en ‘BENG 4’

Gepubliceerd op

Per 1 juli 2021 is een milieuprestatie-eis van 0,8 van kracht voor nieuwe woningen. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stellen en uiterlijk in 2030 te halveren. Deze regelgeving zal op termijn ook verregaande gevolgen hebben voor installateurs, vertelt Harm Valk, senior-adviseur energie & duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs.

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m2) en om nieuwbouwwoningen. Let op, de nieuwe eis van 0,8 geldt alléén voor nieuwbouwwoningen.

Levenscyclus
Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De milieuprestatie van materialen van gebouwen zal een steeds belangrijkere factor worden in de totale milieubelasting van een gebouw. Om de milieubelasting van een enkel materiaal te bepalen, wordt een LevensCyclusAnalyse (LCA) uitgevoerd. De LCA moet wordt uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. De LCA resulteert in 11 indicatoren voor de milieubelasting van een product. Deze 11 indicatoren worden samengevoegd tot één waarde: de schaduwkosten per eenheid van het product (kg, m3, m2 of iets dergelijks).

Som schaduwkosten
De MPG van een gebouw is de som van de schaduwkosten van alle toegepaste materialen in een gebouw. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de materialen die worden vervangen tijdens de levensduur van het gebouw. De totale som wordt gedeeld door de levensduur en door het bruto vloeroppervlak van een gebouw. De MPG wordt vervolgens uitgedrukt in de schaduwkosten per vierkante meter bvo per jaar.

Rekenregels
Om een MPG uit te rekenen, moet elk materiaal in een ontwerp worden geïdentificeerd en moet worden bepaald hoeveel ervan wordt toegepast. Ondanks dat in de softwarepakketten veel met standaardproducten gewerkt kan worden, kost het goed uitrekenen van de MPG relatief veel tijd. De rekenregels zijn gedefinieerd in de EN 15978. Programma's waarmee je de MPG kan berekenen, vind je op Rekeninstrumenten - nationale milieudatabase.

Maatwerk
Gebouwdelen die de grootste bijdrage aan de MPG leveren zijn gevels, vloeren en installaties. In totaal is dit vaak 60% tot 80% van de MPG. Een en ander kan echter sterk variëren, afhankelijk van de geometrie en het installatieconcept.

Installateurs
Welke consequenties heeft de aanscherping van de milieuprestatie-eis nu voor de installateur? Harm Valk van Nieman Raadgevende Adviseurs maakt eerst een kritische kanttekening. “Het probleem is dat er voor veel installaties geen goede milieudata beschikbaar zijn”, vertelt hij. De bouw lijkt haar zaakjes al meer op orde te hebben, de installatiebranche moet nog een inhaalslag maken.

Belang data
Die inhaalslag is broodnodig, om nieuwbouwprojecten in de toekomst ook te laten voldoen aan de steeds strenger wordende milieuprestatie-eisen. Hier ligt een taak voor de fabrikanten en leveranciers. Zij zullen in eerste instantie alle data moeten vergaren over de milieu-impact van de door hun gebruikte materialen, waarbij ze kijken naar de gehele levenscyclus van winning tot het moment dat ze worden afgedankt. “Daarbij worden onder andere de toxiciteit en embedded energy meegenomen.” Voor alle duidelijkheid: embedded CO2, in het Nederland ‘ingesloten energie’ is de som van alle energie die nodig is om goederen of diensten te produceren, beschouwd alsof die energie in het product zelf was opgenomen of 'belichaamd’. “In de (nabije) toekomst zal het invloed gaan hebben op het werk van de installateur; als een leverancier zijn gegevens niet op orde heeft, kan toepassing van zijn producten lastig worden; de aanwezigheid en kwaliteit van de informatie in de materiaaldatabase wordt dan een extra selectiecriterium in de werkvoorbereidingsfase”, aldus Valk.

Energieprestaties
Zoals iedereen weet, worden niet alleen de materiaaleisen aangescherpt, maar liggen de energieprestatie-eisen ook al jarenlang onder de loep. Ook op het laatgenoemde terrein zijn dit jaar belangrijke wijzingen doorgevoerd, stipt Valk nog maar eens aan.

EPDB
Om die aanscherping toe te lichten en begrijpelijk te maken, is wel enige achtergrondinformatie vereist. Op 10 juli 2018 heeft de Europese Commissie de herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) vastgesteld. Deze richtlijn heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, waardoor het energiegebruik daalt. De richtlijn is op 10 maart 2020 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Vanaf deze datum moet aan de regeling en eisen worden voldaan. De regeling bevat onder andere bepalingen over:
-systeemeisen voor technische bouwsystemen;
-het documenteren van de energieprestatie van technische bouwsystemen;
-zelfregulerende apparatuur voor het regelen van de temperatuur per kamer of zone;
-laadinfrastructuur voor elektrische auto’s;
-keuringen van verwarmings- en airconditioningssystemen;
-gebouwautomatisering- en -controlesystemen.

Technische Afspraak
Een deel van de EPBD is in Nederland uitgewerkt in de Nederlands Technische Afspraak (NTA 8800). In de NTA 8800 is de bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen vastgelegd. Op 1 januari 2021 is de NTA 8800 in werking getreden. Een prestatieberekening volgens, in overeenstemming met de NTA 8800 is verplicht bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het gaat hierbij dus alleen om nieuwbouw. Voor nieuwe en bestaande gebouwen wordt het Energielabel ook op een NTA 8800-berkening gebaseerd.

BENG
De energieprestatie wordt uitgedrukt in drie indicatoren, de zogenaamde BENG-eisen. Het gaat dan om de behoefte aan energie voor verwarmen en koelen, het primair (fossiele) energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. Met het van kracht worden van de drie BENG-eisen is de EPC vervallen. Een Omgevingsvergunning mag alleen worden verleend als uit berekening blijkt dat een gebouw aan de eisen voldoet.

Systeemrendement
Daarnaast wordt er een aparte eis gesteld aan het systeemrendement van installaties in de woningbouw en utiliteit. We hebben het dan over de totale prestaties van ingebouwde verlichting en een ruimteverwarmings-, ruimtekoelings-, warm tapwater- en ventilatiesysteem. “Zowel in de nieuwbouw als bij vervangingswerkzaamheden in de bestaande bouw geldt nu dat installaties een bepaald minimum rendement moeten hebben, en ingeregeld moeten kunnen worden en dat de eindgebruiker invloed moet kunnen hebben op de instellingen.” Stel dat je als installateur een ketel gaat vervangen, dan gebruik je dus nu voorinstelbare ventielen. Overigens geldt deze eis van instelbaarheid en regelbaarheid in de bestaande bouw alleen als de meerkosten niet hoger uitvallen dan 20% van de oorspronkelijke kosten.

BENG 4
Ook nieuw is de TO-juli-eis, ook wel ‘BENG 4 eis’ genoemd op de werkvloer. TO-juli staat voor ‘Temperatuur Overschrijding juli’ en is een aanvullende eis. TO-juli is een indicator voor verlaging van het risico op oververhitting. Om dit tegen te gaan staat de installateur en ook bouwkundig aannemer een breed pallet aan oplossingen tot zijn beschikking. Je kunt dan onder andere denken aan zonwering, de toepassing van warmtepompen met koelingsmogelijkheden en zomernachtventilatie. Kortom: op het gebied van regelgeving zijn belangrijke wijzingen doorgevoerd. Het is raadzaam om alles nog eens rustig na te lezen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installatieconcepten

Als we het over comfort hebben, kan er naast wettelijke eisen ook sprake zijn van persoonlijke wensen waaraan een bouwproject ...
Verder Lezen

NTA 8800 certificering voor Samsung lucht/water-warmtepompen

De Samsung EHS ClimateHub Split lucht/water-warmtepomp met geïntegreerde boilertank is gecertificeerd volgens de NTA 8800 testwijze. De kwaliteitscertificaten voor de ...
Verder Lezen

Refurbished ready ventilatie-unit

Jaga heeft haar ventilatie-unit Oxygen2 vernieuwd. Hierbij is vooral gekeken naar refurbishment en materiaalgebruik. De losse componenten van de Oxygen2 ...
Verder Lezen

Warmteterugwinning in badkamer in gestapelde bouw

Warmteterugwinning (wtw) in de badkamer bestaat al geruime tijd. In de gestapelde bouw is het realiseren van deze energiebesparende maatregel ...
Verder Lezen

All-electric wonen en ondernemen in beeld

Gepubliceerd op

De verduurzaamheidsopgave is groot. De communicatie daarover wordt voor een belangrijk deel op de schouders van de installateurs gelegd. Het is echter een verantwoordelijkheid voor de hele keten vindt Alklima, distributeur van de klimaatoplossingen van Mitsubishi Electric. Het bedrijf initieerde daarom de Balanced Living-campagne. Als onderdeel daarvan maakte het bedrijf met John Williams acht filmpjes bij particulieren en ondernemers over de ervaringen met een warmtepomp en andere duurzame maatregelen.

De vele voordelen van warmtepomptechniek zijn bij de meeste mensen nog niet of nauwelijks bekend. Zoals geen verbruik van waardevolle fossiele brandstof, een hoog energetisch rendement en een lage energierekening, en het comfort om naast verwarmen ook te koelen. Daarnaast leven er ook veel vragen: hoe groot is de binnenunit, maakt de buitenunit veel geluid, is het ook in de winter wel voldoende warm?

Acht filmpjes
De nieuwste stap in de veelzijdige Balance Living-campagne zijn de acht filmpjes bij mensen thuis en ondernemers bij hun bedrijf. John Williams, bekend van tv-programma’s als ‘Help, mijn man is Klusser’ en ‘Een dubbeltje op zijn kant’ neemt poolshoogte en stelt vragen aan mensen met ervaringen. Vanaf 29 juli komt om de week een nieuw filmpje online via Youtube, Facebook en andere social mediakanalen van Alklima.

Voorbeelden
John Williams ging onder andere langs bij Jenny, die met vijf personen vrijstaand woont in Best. De enige verwarming is vloerverwarming door het hele huis, zelfs op zolder. Dit dankzij een warmtepomp die ook kan koelen. De buitenunit zit weggewerkt in een schoorsteen, dus geen aparte kast aan de gevel. Jenny legt het helder uit, maar John snapt niet hoe het allemaal mogelijk is.

Ook ging Williams op bezoek bij het meest duurzame hotel-restaurant van Nederland: Van Rossum in Woerden. Sensoren zorgen ervoor dat in de keuken niet te veel en niet te weinig lucht wordt afgezogen. De ene hotelkamer wordt verwarmd, met de warmte uit de andere hotelkamer die wordt gekoeld.

Balanced Living-campagne
Alklima is dit jaar onder de naam Balanced Living gestart met een brede informatiecampagne voor zakelijke en particuliere eindgebruikers. Zo is het hoofdkantoor uitgebreid met een grote showroom waarin Alklima-adviseurs voor installateurs een deel van de voorlichting overnemen. Ook zijn er twee e-books verschenen, eentje over warmtepompen en eentje over airconditioners, die al veel vragen van eindgebruikers wegnemen en hen voorbereiden op de offerteaanvraag bij een installateur. Andere activiteiten omvatten onder meer webinars, blogs, configurators en on- en offline advertising in onder meer Eigen Huis magazine.

Prefab installatie-unit ontzorgt installateur bij grootschalige renovatie

Onder de noemer ‘Fit to Fit’ ontwikkelt Nefit Bosch, samen met ketenpartners, oplossingen om op installatiegebied snelheid en efficiëntie te ...
Verder Lezen

Lucht zuiveren van virussen, bacteriën en fijnstof

Alklima introduceert een luchtzuiveringsunit die bescherming biedt tegen onder meer virussen (waaronder Covid-19), bacteriën, PM2,5 fijnstof en stof. De filtertechnologie, ...
Verder Lezen

Voor het eerst een jaren 70 woonwijk op waterstof

In het Groningse Wagenborgen wordt een jaren 70 woonwijk aangesloten op een waterstofnetwerk. Van de 40 aangeschreven bewoners heeft bijna ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

Winkelketen Action zet grootschalig in op hergebruik koudemiddel

Gepubliceerd op

De discountwinkelketen Action wint koudemiddel terug uit zijn gerenoveerde winkels voor hergebruik in vijftien nieuwe panden verspreid over Europa. Hiermee wil de winkelketen bijdragen aan een circulaire economie van koudemiddelen. Michiel Coolen, Construction Manager bij Action Group: “In 2020 hebben we meer dan 300 kg aan koudemiddel teruggewonnen uit meer dan 70% van onze gerenoveerde panden.”

Action werkt hiervoor samen met Daikin in het actieplan ‘L∞P by Daikin’. Er wordt koudemiddel teruggewonnen uit bestaande systemen en ‘geupcycled’ (of hergebruikt) tot een kwaliteit die niet te onderscheiden is van nieuw koudemiddel. Dit koudemiddel wordt ingezet in nieuwe Daikin-systemen. Daikin garandeert – onder toezicht van externe auditors – dat de hoeveelheid teruggewonnen koudemiddel uit de winkels van Action overeenkomt met de hoeveelheid die gebruikt wordt in nieuwe, gecertificeerde panden. Uiteindelijk zal zo koudemiddel uit ongeveer 40 panden worden teruggewonnen.

Beter milieu
Toshitaka Tsubouchi, vicepresident van Daikin Europe: “De basisprincipes van L∞P by Daikin dragen enorm bij aan een beter milieu. Het actieplan biedt Europese bedrijven toegang tot teruggewonnen en hergebruikt koudemiddel, zodat er jaarlijks maar liefst 250.000 kg minder nieuw koudemiddel geproduceerd hoeft te worden. Wij zijn blij dat een bedrijf als Action ons initiatief heeft ontdekt en geïntegreerd heeft in zijn eigen processen.”

Strategisch framework voor circulaire bestaande gebouwen beschikbaar

Gepubliceerd op

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit internationale framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar maken naar de gehele bouwsector. Een belangrijke vraag daarbij is: hoe krijgt circulariteit een plek in de gehele bouwopgave, zo ook voor bestaand vastgoed? Het framework biedt een definitie voor een bestaand circulair gebouw en indicatoren om dit meetbaar te maken.

DGBC heeft in 2018 het ‘Framework for Circular Buildings’ opgesteld gericht op nieuwbouw. Maar hoe zit het met bestaande gebouwen? 80% van het huidige vastgoed bestaat nog in 2050 en er is nog geen leidraad voor circulariteit in het bestaande vastgoed. Hoe kan die 80% op circulaire wijze beheerd en gebruikt worden? En waar moeten we voor bestaande bouw prioriteit aan geven? Dit rapport geeft invulling aan de behoefte van veel partijen om ook voor bestaande bouw circulariteit (en een circulair gebouw) te concretiseren. Het framework bestaat uit indicatoren voor bestaande gebouwen: voor de prestaties van het gebouw, het beheer en het gebruik.

Circulaire strategieën
Gebouwen vergen continu hulpbronnen, zoals energie, materialen en water, maar hebben ook een functie om bij te dragen aan het welzijn van mensen en aan de biosfeer. Deze indicatoren zijn opgenomen in dit framework. Het is dan ook niet alleen toepasbaar voor BREEAM, maar ook voor gebouweigenaren, beleidsmakers en adviseurs, die dit kunnen gebruiken om een scherp beeld van circulariteit voor de bestaande bouw te krijgen. Het framework is ook bedoeld als inspiratiedocument voor de ontwikkeling van circulaire strategieën in andere projecten en programma’s om de bestaande gebouwde omgeving sneller circulair te maken.
“Dit framework geeft een duidelijke kapstok in een woud aan allerlei ontwikkelingen”, stelt Inge van Baardwijk, Schiphol. “Energie wordt al langer geborgd in meerjarige onderhoudsplannen. Circulariteit moet een veel grotere plek krijgen in MJOP. Het framework helpt daarbij.” Pam van de Klundert, Bouwinvest, vult aan: “Met het framework kunnen we voortborduren op bestaande processen. Dit framework biedt handvatten om aan de slag te gaan met circulariteit binnen alle facetten van het gebouwmanagement.”

Indicatoren voor BREEAM(-NL) In-Use
Dit framework is een vervolg op het eerste framework, met een verdieping naar de bestaande bouw. Daarom wordt de koppeling nu gemaakt met BREEAM(-NL) In-Use, in plaats van BREEAM(-NL) Nieuwbouw. it framework is ook een handreiking aan de BRE om de Nederlandse expertise over de circulaire (bouw)economie te vertalen naar de internationale BREEAM In-Use standaard.
Tijdens de WasteBuild-conferentie op vrijdag 16 juli is het internationale rapport aangeboden aan Tom Wilson, Delivery manager BREEAM bij BRE. Wilson: “BRE en DGBC werken nauw samen om BREEAM verder te ontwikkelen. Dit rapport is een goed voorbeeld van het ontwikkelen van thought leadership op het gebied van circulariteit en duurzaam materiaalgebruik. Het framework zal richtinggevend zijn voor ons denken over circulariteit en we zullen bekijken hoe het kan worden opgenomen in toekomstige versies van BREEAM.”

Samenwerking
Het rapport kwam tot stand in een samenwerking tussen DGBC, Circle Economy, Metabolic, SGS Search, Alba Concepts en Valstar Simonis. Het framework is mede mogelijk gemaakt door de Laudes foundation, Bouwinvest en Schiphol.

PvE Gezonde Kantoren geactualiseerd

Gepubliceerd op

Er is een geactualiseerde versie beschikbaar van het Programma van Eisen Gezonde Kantoren. Dit PvE is ontwikkeld door Binnenklimaat Nederland, Platform Duurzame Huisvesting, RVO en TVVL. Het geeft de gebouweigenaar handvaten om een gezond, comfortabel en productiviteit-bevorderend binnenklimaat te waarborgen.

Regels en eisen voor kantoorgebouwen waren er altijd al, maar niet overzichtelijk bij elkaar gebracht in een document. Met deze reden werd in 2018 het Programma van Eisen Gezonde Kantoren opgesteld. Inmiddels is het PvE Gezonde kantoren (versie 1.0 uit 2018) door een groot scala partijen in gebruik genomen. Uitgangspunt is dat bij nieuwbouw en renovaties van kantoren vooraf eisen worden geformuleerd waarop ontwerpers, installateurs en aannemers hun plannen kunnen baseren. Het PvE bestaat uit vier onderdelen: lucht, klimaat (thermisch binnenklimaat), licht en geluid, waarbij voor elk onderdeel wordt gewerkt met drie ambitieniveaus (A t/m C). Een C betekent dat je al presteert boven de wettelijke normering.

Update gebruikersfeedback
In de praktijk blijkt dat sommige van de klasse A-, B- of C eisen uit het document tot discussies leidden of niet helemaal aansloten bij wat als ‘gangbaar’ geacht wordt. Ook waren sommige onderdelen in het PvE niet meer in lijn met algemene normen en richtlijnen. Samen met bba binnenmilieu hebben Binnenklimaat en TVVL daarom het Pve Gezonde Kantoren een inhoudelijke update gegeven.

Platform voor het realiseren van een gezond binnenklimaat vernieuwd

Omdat technische kennis en informatie voor het realiseren van een gezond binnenklimaat erg gefragmenteerd beschikbaar zijn, lanceren TVVL en Binnenklimaat ...
Verder Lezen

Is het binnenklimaat wel gezond?

Al jaren is er veel te doen over het binnenklimaat in Nederland. Gebouwen worden steeds beter geïsoleerd en inmiddels bijna ...
Verder Lezen

Te veel of te weinig?

Jarenlang werd er steen en been geklaagd over het binnenklimaat van scholen. Met name het ventilatieregime bleek vaak niet op ...
Verder Lezen

Nieuw Programma van Eisen woningventilatie

Problemen met ventilatiesystemen in woningen kunnen leiden tot gezondheidsklachten van bewoners, bijvoorbeeld door het ontstaan van schimmel. Daarom heeft Aedes ...
Verder Lezen

Platform voor het realiseren van een gezond binnenklimaat vernieuwd

Omdat technische kennis en informatie voor het realiseren van een gezond binnenklimaat erg gefragmenteerd beschikbaar zijn, lanceren TVVL en Binnenklimaat ...
Verder Lezen

Is het binnenklimaat wel gezond?

Al jaren is er veel te doen over het binnenklimaat in Nederland. Gebouwen worden steeds beter geïsoleerd en inmiddels bijna ...
Verder Lezen

Te veel of te weinig?

Jarenlang werd er steen en been geklaagd over het binnenklimaat van scholen. Met name het ventilatieregime bleek vaak niet op ...
Verder Lezen

Nieuw Programma van Eisen woningventilatie

Problemen met ventilatiesystemen in woningen kunnen leiden tot gezondheidsklachten van bewoners, bijvoorbeeld door het ontstaan van schimmel. Daarom heeft Aedes ...
Verder Lezen

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Gepubliceerd op

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen haalbaar om Nederland klimaatneutraal te maken. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: ‘Eneco wil in 2035 klimaatneutraal zijn. Dat is een prachtige ambitie, die wij van harte ondersteunen. Maar daar hebben we véél technische vakmensen voor nodig. De techniek is het probleem niet, maar de beschikbaarheid van technici wel. Er zijn nú stevige maatregelen nodig.’ Techniek Nederland vindt dat de instroom in de techniek een speerpunt moet zijn voor het volgende kabinet.

De instroom in het technisch beroepsonderwijs daalt al jaren. Binnen enkele jaren dreigt daardoor een tekort te ontstaan van 40.000 technische vakmensen. De verduurzaming van woningen en gebouwen komt daardoor in het gedrang. Terpstra: ‘Het technisch beroepsonderwijs heeft op álle niveaus een serieuze impuls nodig. Als het klimaat en de energietransitie belangrijke onderwerpen zijn bij de kabinetsformatie, is het vanzelfsprekend dat de instroom in het technisch beroepsonderwijs óók bovenaan de agenda staat.’

Zij-instromers
Het plan van Eneco zal ten koste gaan van banen in de fossiele energiesector. Techniek Nederland ziet dat niet als een sombere ontwikkeling, maar als een kans. Technici die nu nog werkzaam zijn in bijvoorbeeld olie en gas worden in de duurzame technieksector met open armen ontvangen. Terpstra: ‘In de groene installatiebranche kunnen we zij-instromers uit de fossiele energiesector een garantie op werk bieden. Dat geldt trouwens ook voor werknemers uit andere krimpsectoren en uit sectoren die hard getroffen zijn door de coronacrisis.’ Ook hier ziet Techniek Nederland een taak voor het nieuwe kabinet. De overheid zou ondernemers in de techniek extra moeten ondersteunen bij het opleiden en begeleiden van zij-instromers.

Hybride warmtepompen
In de plannen van Eneco hebben (hybride) warmtepompen een belangrijke rol op weg naar een klimaatneutrale toekomst. De ideeën sluiten grotendeels aan bij het plan dat Techniek Nederland eerder dit jaar samen met Natuur & Milieu en Netbeheer Nederland presenteerde. Terpstra: ‘Als we op koers willen blijven voor de klimaatdoelen, zijn hybride warmtepompen onmisbaar. Dat geldt overigens ook voor andere duurzame verwarmingsopties zoals warmtenetten, groen gas, groene waterstof, aquathermie (energie uit water) en geothermie (bodemenergie). We hebben alle duurzame energieopties nodig.’

Energietransitie betaalbaar maken
Techniek Nederland wijst erop dat investeringen in een nieuwe energie-infrastructuur nodig zijn voor de overgang op aardgasvrije alternatieven. Dat is één van de redenen dat de brancheorganisatie om krachtig overheidsbeleid vraagt. Terpstra: ‘Een nieuw kabinet moet scherpe keuzes maken om de energietransitie voor iedereen betaalbaar te maken. Geef woningbezitters extra financiële ondersteuning voor de overstap naar duurzame warmte. En zorg ervoor dat duurzame oplossingen fiscaal aantrekkelijker worden dan het gebruik van fossiele energie.’

“Smart is een containerbegrip”

Gepubliceerd op

De ene na de andere fabrikant brengt ‘slimme oplossingen’ op de markt. Van slimme thermostaten, tot software voor Smart Grids. Maar hoe slim zijn deze oplossingen eigenlijk en wat voegen ze toe aan de vraag naar duurzaamheid? We vroegen het Kris de Decker, voormalige techjournalist en tegenwoordig adviseur en auteur.

Wat valt jou op als je leest over Smart Technology voor de gebouwde omgeving?
“Het is een containerbegrip. Waarom is een apparaat Smart als je er een computer inzet? Dat blijft in veel gevallen onduidelijk. Ook verdenk ik fabrikanten ervan bewust hun producten in de markt te zetten als slimme en duurzame oplossingen om zo in aanmerking te komen voor groene subsidiepotjes.”

Daar kom je op een heikel punt: er wordt immers gezegd dat slimme oplossingen ons uit de duurzaamheidscrisis gaan helpen…
“Verwarmingssystemen op zonne- en windenergie en warmteopslag in thermische massa zijn interessante oplossingen, maar daar heb je niet noodzakelijk veel elektronica voor nodig. Een technologische oplossing zoals een ‘slimme’ thermostaat is zeker geen vereiste om duurzamer te gaan verwarmen. Dat kan namelijk ook met meer lokale verwarmingssystemen of een betere lichaamsisolatie. Voor veel minder geld en energie, want al die slimme technologie kost ook veel grondstoffen. Tot slot mogen we ook wel met het nodige wantrouwen kijken naar de fabrikanten. Uiteindelijk draait een Google Nest allereerst om het vergaren van data van de gebruikers, waar dan een commerciële draai aan wordt gegeven.”

Maar Smart Grids lijken wel daadwerkelijk een bijdrage te leveren aan het duurzaam en efficiënt opwekken en distribueren van energie toch?
“Ten eerste ontbreekt vaak de fysieke infrastructuur om op deze manier te gaan schuiven met energie. Die moeten we dus eerst nog gaan bouwen. En door alles te delegeren naar machines, schuif je alle verantwoordelijkheid van je af en houdt je bepaalde gewoontes in stand. Het is zinvoller om mensen aan te sporen zelf na te denken over hun energiegebruik en besparingsmogelijkheden. Wij zijn veel slimmer dan ‘slimme’ technologie.”

Jij bent een voorstander van Low Tech oplossingen, in de praktijk is er juist sprake van een Technology Push in onze maatschappij. Hoe komt dat?
“Als je de economie wilt laten doorgroeien, moet je voortdurend nieuwe producten bedenken. Bovendien valt er veel geld te verdienen met de data die zogenaamde slimme oplossingen verzamelen. Verder is technologie echt een religie geworden. Er is een heilig geloof bij grote delen van onze maatschappij dat meer technologie de oplossing is voor alle vraagstukken.”

Tot slot, welk advies heb jij voor de installatiebranche?
“Probeer in te zetten op simpele, robuuste oplossingen die eenvoudig zijn te repareren. Wat dat betreft vind ik de manier waarop men in Afrika omgaat met onze tweedehandsauto’s wel erg verhelderend. Ze slopen er altijd als eerste alle elektronica uit, want die is veel te kwetsbaar en vaak moeilijk en alleen tegen hoge kosten te vervangen.”

Dit artikel verschijnt binnenkort in de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Meld je aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Smart infra sector sluit aan bij Techniek Nederland

De brancheorganisaties Techniek Nederland en Astrin fuseren op 1 januari 2021. Astrin vertegenwoordigt bedrijven in de smart infra, de sector ...
Verder Lezen

Nieuw: SMART.SWS voor waterbeheer op afstand

De Duitse armaturenspecialist Schell heeft een uitbreiding geïntroduceerd voor zijn bekroonde watermanagementbeheersysteem SWS, dat elektronische Schell-armaturen met elkaar verbindt en ...
Verder Lezen

Smart thermostaat nu ook met standaard verkrijgbaar

De thermostaat van het Fonterra Smart Control systeem heeft een standaard gekregen. Dit betekent dat de door Viega geleverde thermostaat ...
Verder Lezen

Wat is er slim aan Smart?

Tegenwoordig is alles smart. Voor de meeste mensen begonnen met de smartphone en nu gebruikt voor allerlei doeleinden. Maar wat ...
Verder Lezen

Iedereen kan het dak op

Gepubliceerd op

Esther Wienese (foto) wordt de DakenDiva genoemd. Zij schreef Het Rotterdamse Dakenboek: nieuw gebruik van dak en stad, is daarnaast spreker, adviseur en gids. Een gesprek over de ontwikkelingen op de daken in Nederland, de kansen die er liggen en de inzet van techniek.

Esther Wienese kreeg voor het eerst interesse in daken tijdens haar werk voor Rijkswaterstaat. Het spel tussen ruimte en water heeft impact op de inrichting van de stad, en het dak is hierbij bepalend. Als journalist kreeg ze samen met een ambtenaar van de gemeente Rotterdam het idee om te werken aan het Rotterdamse Dakenboek. “En direct was het kippenvel. Ik was gefascineerd. In 2030 woont wereldwijd naar verwachting 70% van alle mensen in een stad, waarvan 50% alleen. Ook in een stad als Rotterdam. Eenzaamheid, ontmoeten, drukte en behoefte aan stilte worden belangrijke thema’s in de stad. Steden moet zich hierop voorbereiden en dat betekent ook de daken benutten. Voor woningen, recreatie, daktuinen, daktuinbouw, wateropvang, duurzame energieopwekking. En als dat ergens kan, dan is dat in Rotterdam. Want Rotterdam heeft de meeste platte daken van Nederland: 18,5 km² ligt smachten te wachten op invulling.”

Rotterdamse aanpak
Het benutten van die daken is belangrijk, want Rotterdam groeit. En om de stad leefbaar, gezond, bereikbaar en aantrekkelijk te houden, is het dak van groot belang. Een multifunctioneel dak is een dak waarop meerdere functies te vinden zijn. Bij nieuwbouwprojecten heeft Rotterdam als voorwaarde dat elk dak minimaal twee extra functies heeft. Elke functie heeft een eigen kleur:
- Groene daken zorgen voor vergroening, dragen bij aan de luchtkwaliteit en bieden kansen om zelf groente of fruit te verbouwen.
- Blauwe daken kunnen water opvangen, vertragen overtollig regenwater, wat het riool ontlast en de kans op overstroming terugdringt.
- Gele daken wekken duurzame energie op uit zon of wind.
- Rode daken hebben allerlei sociale functies, zoals een terras, speelplek of een bar op het dak.
- Oranje daken worden gebruikt voor mobiliteit, zoals bijvoorbeeld een dakverbinding of dakbrug.
- Paarse daken zijn woondaken.
- Grijze daken zijn voor technische functies, zoals luchtbehandelingskasten en schoorstenen.

Rotterdam is koploper in het benutten van daken met een Multifunctioneel Dakenprogramma en een visie op het Rotterdamse Dakenlandschap. Wienese: “En dit kan de stad niet alleen natuurlijk. Bij het ontwikkelen van een dakenlandschap is het zaak nauw samen te werken met de dakeigenaren, -ontwikkelaars, en -makers. En de vakmensen in de techniek zijn de sleutelpersonen die het mogelijk maken. Een dak ligt er voor circa 30 jaar, dus alle partijen moeten zich ervan bewust zijn dat aanleg of vervanging van de dakbedekking hét moment is om er meer mee te doen.”

Een dak is meer
Wienese praat vol passie. Het gaat namelijk niet alleen om het dak zelf, maar vooral om de brede maatschappelijke impact. “Groene daken zorgen voor afkoeling in de stad. Het kweken van groente, fruit en bloemen in op daken heeft veel voordelen; zo kan de productie van groente en fruit lokaal afgezet worden zodat transportafstanden worden verkort. Een dakpark draagt bij aan biodiversiteit en kan een ontmoetingsplek zijn voor mensen en eenzaamheid verminderen. En wonen in een groene stad is beter voor de mens.” Als Rotterdams dakengids leidt ze mensen rond en bezoekt ze met groepen verschillende daken. “Altijd is er verwondering wat er allemaal mogelijk is, hoe prachtig een dak kan zijn. Het is pionieren met een goede missie: bijdragen aan een leefbare stad.”

Stappen zetten
Om daken zo multifunctioneel mogelijk in te zetten is er wel wat nodig. “Het begint bij bewustwording bij architecten, projectontwikkelaars, woningcorporaties, bedrijven, bewoners. Het dak is geen sluitpost, maar een extra kans om ruimte op een duurzame en kwalitatieve manier in te zetten. Er moet hier meer bewustwording voor komen. Omdat er kansen liggen, maar ook omdat het nodig is. We hebben met elkaar de opdracht om een leefbare stad te realiseren in een veranderend klimaat.” Maar het is ook nodig om samen te werken. “Een multifunctioneel dak vraagt om samenwerken met iedereen die een rol heeft.” Vakmensen in de techniek horen daar absoluut bij. Hoe meer functionaliteiten, hoe meer techniek en hoe meer vakmanschap nodig zijn. Samenwerken aan duurzaamheid en klimaatadaptie. Een thema dat ook in het Huis van Sarah aan de orde komt, een nieuwe multimediale productie voor de vakmensen in de techniek. Zes grote verhuiskisten met ieder een eigen kamer en verhaal, waar je geconfronteerd wordt met uitdagende vragen over de toekomst van technische installatiebranche en die van jezelf, op weg naar 2025 en verder.

Samenwerken
En er is volgens Wienese ook een opdracht aan de overheid. “Regels belemmeren nu vaak namelijk de mogelijkheid om écht multifunctionele daken te realiseren. Ze werken elkaar nu soms tegen. Maar dat is ook logisch op het moment dat je nieuwe mogelijkheden gaat benutten en disciplines in elkaar verweven raken.” Het is noodzakelijk dat regels meebewegen met nieuwe mogelijkheden en dat partijen met elkaar samenwerken om nieuwe totaalconcepten te ontwikkelen. “Er bestaan al voorbeelden van bedrijven die met elkaar samenwerken, juist omdat ze elkaar hard nodig hebben. Maar ook om duidelijk te maken aan overheden wat er nodig is.”

Inspiratie
Er is veel mogelijk. En het vraagt soms om in onbeperkte mogelijkheden denken. Maar het dak is er klaar voor. “Architectenbureau MVRDV – van bijvoorbeeld het Depot Boijmans van Beuningen – heeft net in opdracht van de gemeente Rotterdam een Dakencatalogus ontwikkeld met bijna 150 voorbeelden ter inspiratie. Daar heb ik een adviesrol in gehad. Denken in oneindige mogelijkheden voor fantastische steden. Deze catalogus verschijnt tijdens de Rotterdamse Dakendagen en ik zou zeggen: ‘bekijk ‘m, want je wordt er enthousiast van!’”
Dan rest er nog één vraag: waar staan we over 10 jaar? Wienese is voorzichtig optimistisch. “Ik denk dat we dan echt stappen hebben gezet. Misschien niet zover als we hopen, maar onze daken zullen niet langer lege bitumen daken zijn! We hebben ingezien dat het dak een fantastische plek is om een leefbare stad te realiseren.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Artist impression:
Studio Walden

Rotterdams dakentour: een unieke tour door Rotterdam Je ziet wat er al her en der gebeurt op de daken en hoort over de ambities van de stad. Onderweg geniet je van prachtige uitzichten op de skyline van Rotterdam. Ook leuk voor bedrijven. Meer info via:
www.insiderotterdam.com

Woonstad Energie Challenge oplossing in de praktijk gebracht!

Eind 2019 zijn Breman en Itho Daalderop met hun Collectief Hybride Systeem uitgeroepen tot winnaars van de Woonstad Energie Challenge ...
Verder Lezen

Wasco breidt zonnepanelen op distributiecentrum flink uit

Technische groothandel Wasco heeft op zijn distributiecentrum op bedrijventerrein aan de Ecofactorij in Apeldoorn 1100 extra zonnepanelen geplaatst. Deze uitbreiding ...
Verder Lezen

Test met opwekking én opslag van duurzame energie in pilotwoning

Een geïntegreerd systeem voor PV-thermische energieopwekking met seizoensgebonden energieopslag. In Helmond bouwen studenten van de TU EIndhoven samen met woningcorporatie ...
Verder Lezen

Hemelwater afvoeren bij gebouwen met gecombineerd gebruik

Bij gebouwen met gecombineerde functies worden steeds hogere eisen gesteld aan functionaliteit, brandveiligheid en vandaal-bestendigheid van dakafvoeren- en leidingsystemen. Hoe ...
Verder Lezen

Hybride oplossing heeft voorkeur bij verduurzaming

Gepubliceerd op

Van de duurzame verwarmingsoplossingen lijkt een hybride oplossing de voorkeur te hebben ter vervanging van de cv-ketel. Zo wil 27 procent van de Nederlanders een hybride systeem aanschaffen wanneer hun huidige cv-ketel aan vervanging toe is.

Dit blijkt uit onderzoek van Multiscope in opdracht van Vaillant onder 1000 Nederlandse consumenten. De verwarmingsfabrikant liet dit onderzoek uitvoeren in het licht van het klimaatakkoord, dat voor Nederland als belangrijkste doel oplegt om in 2030 bijna de helft minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. De meeste Nederlanders (85 procent) denken overigens dat dit doel niet gerealiseerd wordt.

Meerderheid voelt zich niet verantwoordelijk
Om de CO2-uitstoot te reduceren moet het gasverbruik in Nederland de komende jaren sterk omlaag. Alleen voelt slechts een kleine meerderheid (58 procent) van de Nederlanders zich verantwoordelijk om hieraan een persoonlijke bijdrage te leveren. Als vervanging voor de cv-ketel zijn er momenteel twee opties waaruit men kan kiezen: volledig gasloos wonen met een warmtepomp of het fors reduceren van het gasverbruik door een hybride oplossing (combinatie van cv-ketel en warmtepomp).

Hybride heeft de voorkeur
Van de duurzame verwarmingsoplossingen lijkt een hybride oplossing de voorkeur te hebben ter vervanging van de cv-ketel. Zo wil 27 procent van de Nederlanders een hybride systeem aanschaffen wanneer hun huidige cv-ketel aan vervanging toe is. Zo’n 9 procent kiest dan liever voor een warmtepomp en 4 procent van de respondenten geeft aan al volledig van het aardgas af te zijn. Daar staat tegenover dat 27 procent van de Nederlandse bevolking van plan is opnieuw een cv-ketel te kopen.

Kleinere duurzame stappen ook stimuleren
Subsidies zijn effectief in het stimuleren van verduurzaming. Dat blijkt wel uit het aantal zonnepanelen op de Nederlandse daken en het groeiend aantal elektrische auto’s op de weg. Maar welke maatregelen moet de Nederlandse overheid de komende jaren nemen om het duurzaam verwarmen van woningen te stimuleren? De meerderheid van de Nederlanders (53 procent) zou het liefst meer subsidies voor hybride oplossingen zien, terwijl ongeveer een kwart (26 procent) vindt dat er meer geld moet komen voor subsidie van elektrische warmtepompen.

Gezamenlijk klimaatdoelen realiseren
“Het is aan ons als leverancier om samen met de installateurs de consumenten erop te wijzen dat iedereen zijn steentje bij kan dragen”, stelt Ronald Mazurel, Manager Product Management bij Vaillant. “Dat zien we ook terug in de cijfers: als volledig van het gas af gaan simpelweg niet haalbaar is, blijken veel mensen bereid een hybride oplossing te overwegen. Ik verwacht dat de verduurzaming de komende jaren in stroomversnelling gaat komen. Hopelijk slagen wij er gezamenlijk in om de klimaatdoelen tijdig te realiseren.”

Brede coalitie: vóór 2030 minstens 1 miljoen hybride warmtepompen

Vanaf 2024 moeten ieder jaar minimaal 100.000 hybride warmtepompen worden geplaatst in woningen en gebouwen. Een brede coalitie van maatschappelijke ...
Verder Lezen

Douche-wtw versterkt (hybride) warmtepomp

Badkamers worden luxer en zijn steeds vaker een ruimte voor ontspanning, met een grotere vraag naar warm tapwater als gevolg ...
Verder Lezen

Waarom de hybride warmtepomp vaak een goede keuze is

Met een hybride warmtepomp bespaar je direct op CO2. Hij wordt veelal toegepast in combinatie met een cv-ketel. Ideaal wanneer ...
Verder Lezen

Hybride oplossing

In Venlo vindt een indrukwekkende transformatie plaats. Wat ooit een drukbezocht postkantoor was, wordt nu omgetoverd in een heus museum ...
Verder Lezen

Grohe voorziet eerste 3D-geprinte woning in ons land van sanitair

Gepubliceerd op

De badkamer en de toiletruimte van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton, onderdeel van het ‘Project Milestone’, is voorzien van Grohe douchesystemen en kranen. In dit architectonische object is gekozen voor de Eurostyle toiletkraan, de Tempesta 100 doucheset, de thermostatische douchecombinatie Grohtherm 1000 en de wastafelkraan Eurosmart Cosmopolitan.

De sanitairfabrikant heeft een reeks waterbesparende technologieën ontwikkeld, zonder dat ingeleverd hoeft te worden op comfort, waaronder een waterbesparende douchekop en wastafelkraan. Ook de overige nog te bouwen woningen in dit project worden voorzien van deze sanitairoplossingen.

Mooi voorbeeld
Het project, dat een gezamenlijk bouw- en innovatieproject is van Eindhoven University of Technology, Van Wijnen, Saint-Gobain Weber Beamix, Vesteda, gemeente Eindhoven en Witteveen+Bos, is een mooi voorbeeld van hoe innovatie bijdraagt aan verduurzaming in de bouw. “We zijn supertrots”, zegt Ruben Verboon, Accountmanager Projecten bij Grohe Nederland. “We vinden het initiatief van dit project heel inspirerend en fantastisch om te volgen. Aangezien het volledig past bij onze duurzaamheidsmissie en -visie zijn we zeer vereerd dat juist dit project is voorzien van onze sanitairoplossingen. Wat we hier zien is de toekomst. En als wereldwijde koploper willen wij daar maar al te graag ons steentje aan bijdragen.”

Sanitaire oplossingen oudere bewoners

Techniek Nederland heeft een brochure gemaakt, die installateurs helpt om levensloopbestendige keuzes te maken bij natuurlijke renovatiemomenten, zoals bij een ...
Verder Lezen

Een nieuwe sanitaire revolutie?

Gezondheid en sanitaire oplossingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de corona-epidemie is dat besef nu sterker dan ooit, merken ...
Verder Lezen

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...
Verder Lezen

Grohe brengt voor het eerst 3D-geprinte kranen op de markt

Grohe verkoopt vanaf deze maand twee verschillende kranen gemaakt door 3D-metaaldruk. De sanitairfabrikant luidt met 3D-printing een nieuw tijdperk in ...
Verder Lezen

Prefab installatie-unit ontzorgt installateur bij grootschalige renovatie

Gepubliceerd op

Onder de noemer ‘Fit to Fit’ ontwikkelt Nefit Bosch, samen met ketenpartners, oplossingen om op installatiegebied snelheid en efficiëntie te realiseren. Woningcorporatie Talis en Dura Vermeer hebben in Nijmegen de primeur bij de vervanging van in totaal 220 sociale huurwoningen in de aardgasvrije wijk Jerusalem. Voor dit project is een all-in-one skid ontwikkeld waarin alle installatiecomponenten plug & play zijn voorgemonteerd.

Dura Vermeer past het  sloop-/nieuwbouw product ‘Blokje Om’ toe; een beproefd houtbouwproduct waarbij telkens een woonblok tot aan de bestaande fundering wordt gesloopt en binnen twintig werkdagen wordt teruggebouwd. In aansluiting daarop ontwikkelde Nefit Bosch in samenspraak met Dura Vermeer en Installatiebedrijf De Leeuw uit Boven-Leeuwen een klantspecifieke all-in-one skid. Een complete prefab installatieruimte die bij Nefit Bosch in Deventer op maat wordt geconstrueerd. Daarin worden alle installatiecomponenten geplaatst en ingeregeld, al het leidingwerk wordt voorgemonteerd. Na levering wordt de skid in de woning gehesen voor het dak erop gaat, waarna aansluiten een kwestie is van plug & play.

Complete installatie-units
De skid voor het Nijmeegse project meet 1,20 x 1,30 meter en bevat een 300 liter Nefit zonneboiler, een pv-omvormer, een Bosch Tronic Heat 3500 elektrische cv-ketel, een Bosch Tronic TR5000 doorstroomtoestel en een WTW-unit van collega-fabrikant Zehnder. Enkele van de units zijn uitgevoerd als hybride installatie en voorzien van een gasketel. Op het dak van elke woning worden twee Nefit SolarLine zonnecollectoren geplaatst. ‘Het zonneboilersysteem voorziet de woning het grootste deel van het jaar van zowel warmte als warm tapwater’, legt accountmanager business development Arjan van Eldik van Nefit Bosch uit. ‘Het doorstroomtoestel zorgt voor naverwarming van de zonneboiler, de elektrische cv-ketel springt alleen waar nodig bij. Andere varianten zijn ook mogelijk. We kunnen naar wens ook een all-electric warmtepompoplossing of een hybride combinatie van een warmtepomp en een hr-ketel in de all-in-one skid plaatsen.’

Rol installateur blijft onveranderd
Wat Nefit Bosch betreft blijft de installateur ook bij de ‘Fit to Fit’ prefab oplossingen zijn vertrouwde rol in de keten vervullen. Maar omdat installerend Nederland kampt met een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel kan de installateur ook volledig worden ontzorgd. Nefit Bosch levert dan als onderaannemer de skids direct op de bouwplaats aan, waar de installateur ze alleen nog hoeft aan te sluiten. Hierdoor zijn er op de (bouw)locatie minder mensen nodig. Bovendien wordt veel tijdwinst geboekt en worden faalkosten geminimaliseerd.

Energiebedrijf test koppeling tussen windpark en elektrische boiler

Gepubliceerd op

Een pilotproject in de Haagse wijk Ypenburg gaat een digitale koppeling testen tussen een windpark en een elektrische boiler die is aangesloten op een stadswarmtenet. De productie en het verbruik van groene stroom worden vervolgens op uur en kwartierbasis gemeten en gecertificeerd.

Het huidige certificeringssysteem met Garanties van Oorsprong (GvO’s) werkt naar behoren, maar biedt niet de mogelijkheid om tijdsgebonden te certificeren. Een GvO vermeldt nu de start- en einddatum van productie. Met een tijdsaanduiding kan de garantie worden gegeven dat de groene stroom binnen hetzelfde uur of zelfs binnen hetzelfde kwartier wordt geproduceerd en ook geconsumeerd. Dit sluit beter aan op een energiesysteem waarin de balans tussen verbruik en opwek steeds belangrijker wordt door de toename van weersafhankelijke elektriciteitsproductie met zon en wind. Met de koppeling tussen Windpark Amalia en de elektrodeboiler in Ypenburg worden de benodigde metingen, procedures en software getest om in de toekomst tijdsgebonden te kunnen certificeren. Een transparanter certificeringssysteem geeft particuliere klanten en bedrijven nauwkeuriger inzicht in de duurzaamheid van hun stroomverbruik. Het geeft hen de mogelijkheid scherpere keuzes te maken welke elektriciteit zij willen gebruiken en bedrijven kunnen hun behaalde duurzaamheidsambities nog explicieter maken.

EnergyTag
Met het pilotproject onderzoeken Eneco, CertiQ en FlexiDAO hoe data uit verschillende systemen ten aanzien van de stroomproductie en -consumptie kunnen worden gecombineerd. Daarnaast wordt er bekeken hoe de certificering van de tijdsgebonden groene stroom ingepast kan worden in het bestaande wettelijke systeem van GvO’s. Het project is een van de zes projecten wereldwijd die de mogelijkheid van tijdsgebonden groene stroom moet gaan testen. Dit gebeurt onder de paraplu van EnergyTag, een initiatief van de energie-industrie om samen met meer dan 100 bedrijven, overheden en NGO’s te werken aan een transparanter certificeringssysteem dat beter aansluit op de toename in het aanbod van energie die wordt opgewekt met wind en zon en daarmee weersafhankelijk is. Het doel is om de energietransitie te versnellen door 24/7 certificeerbare groene stroom aan te kunnen bieden.

Samenwerking Eneco, FlexiDAO en CertiQ
Windpark Amalia van Eneco heeft een capaciteit van 120 MW en ligt 23 km van IJmuiden, voor de Nederlandse kust. De productie van dit windpark zal worden gebruikt door een 11 MW elektrodeboiler van Eneco in Ypenburg, net ten oosten van Den Haag. Deze voorziet naast een aantal gasketels het lokale stadswarmtenet van warmte. FlexiDAO levert in dit project de technologie gebaseerd op blockchain om de productie en het verbruik 24/7 te volgen, ondersteund met de meetgegevens die Eneco ter beschikking stelt. CertiQ is wettelijk verantwoordelijk voor de certificering van elektriciteit en hernieuwbare warmte en onderzoekt binnen dit pilotproject hoe een transparantere, tijdsgebonden certificering kan worden ingepast binnen het huidige systeem van certificering van duurzame energie. De eerste resultaten uit het pilotproject worden verwacht in het najaar

Warmtepompboilers gebruiken lucht vanuit WTW

In Leiden worden de komende maanden honderden woningen voor studenten en ‘young professionals’ opgeleverd. Er worden ruim 550 warmtepompboilers geïnstalleerd ...
Verder Lezen

Warmtepompboiler met inverter compressor

LG Electronics kondigt een warmtepompboiler aan, aangedreven door een inverter compressor. Deze compressor bevordert snelle en effectieve verwarming van sanitair ...
Verder Lezen

Thermische laadstations vervangen boilers in flatgebouw

Solide Vastgoed Beheer vervangt in de Groningse Vondelflat 164 grote boilers door de compacte FlexTherm Eco toestellen van Flamco. De ...
Verder Lezen

Slimme boiler vangt pieken wind- en zonnestroom op

Eneco-klanten met een elektrische boiler kunnen met een apparaatje naast hun boiler de pieken van zonne- en windenergie op te ...
Verder Lezen

‘Betere uitvoering energiesystemen in bodem noodzakelijk’

Gepubliceerd op

Op 10 mei jl. heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een signaalrapportage ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ gepubliceerd. Aan afwijkingen van protocollen bij de aanleg, zoals bij eerdere controles door ILT geconstateerd, moet wat worden gedaan. Branchevereniging Bodemenergie zegt in een reactie dat haar leden inmiddels de nodige stappen hebben gezet maar verdere verbeteringen nodig zijn.

Bodemenergiesystemen spelen een grote en groeiende rol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, met een potentie van 30% marktaandeel in 2050. Branchevereniging Bodemenergie is verheugd dat het belang van bodemenergie in de energietransitie wordt erkend. En daarmee dat bodemenergie-systemen verder moeten en zullen opschalen om bij te dragen aan de klimaat- en energiebeleidsdoelen door duurzaam en betaalbaar comfort te leveren aan eindgebruikers.

Verduurzaming op een verantwoorde manier
Voor (gesloten) bodemenergiesystemen moet in de bodem worden geboord en de risico’s voor bodem en grondwater worden beperkt door in de Regeling Bodemkwaliteit wettelijk verankerde protocollen en een erkenningsregeling, samen met een vergunnings- c.q. meldingsprocedure. Inspecties en eventueel handhaving door landelijke (ILT) en regionale (RUD’s) diensten zien toe op het naleven daarvan. De signaalrapportage van ILT geeft vijf aanbevelingen aan om de risico’s bij aanleg van bodemenergiesystemen voor het grondwater, dat bijvoorbeeld een bron is voor drinkwater, verder te beperken. De aanbevelingen van ILT komen grotendeels overeen met de aanbevelingen van de branche zelf. De vijf aanbevelingen hebben kort samengevat betrekking op:
- 2 aanbevelingen tot normenaanpassingen met betrekking tot mengverhouding van grout en verbieden gebruik van milieuschadelijke smeermiddelen;
- budget beschikbaar stellen voor actualiseren van overheid website www.bodemloket.nl;
- meer overheidsbudget voor toezichthoudende taken;
- een centrale plek voor alle toezichthouders waar de meldingen de locatie en tijd van uitvoering van de boring.
Branchevereniging Bodemenergie meldt deze aanbevelingen te ondersteunen en zich te willen inzetten om samen met boorbedrijven en overheden dit zo snel mogelijk te realiseren.

Controleren, constateren en verbeteren
Het signaalrapport blikt terug op de periode 2016 – 2018 waarin bij controles werd geconstateerd dat de protocollen niet altijd werden nageleefd. Daarop zijn in samenspraak maatregelen genomen voor verbetering die inmiddels zichtbaar wordt, stelt de branchevereniging. ILT spreekt van ‘positieve ontwikkelingen’. Voorts rapporteerde de SIKB jaarrapportage certificatietoezicht bodembeheer 2019 een positieve trend bij de 119 certificaathouders (boorbedrijven) in Nederland actief op de betreffende beoordelingsrichtlijn (BRL 2100). In vijf jaar tijd zijn afwijkingen meer dan gehalveerd met in 2019 gemiddeld minder dan een halve afwijking per certificaathouder in bijna driehonderd audits. De positieve trend is ook te zien in regionale inspecties. Zo rapporteerde bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een daling van 49% (28 overtredingen bij 57 inspecties) in 2019 naar 11% (3 overtredingen bij 26 inspecties) in 2020.

Rol van de branche
Branchevereniging Bodemenergie stelde met, voor en door haar leden een Gedragscode Bodemenergie op en die wordt intern gemonitord en gefaciliteerd door de Commissie Gedragscode Bodemenergie. Specifiek voor het afdichten van bodemlagen en het afvullen van boorgaten, een belangrijk aandachtspunt van het signaalrapport, wordt door de branche onderzoek gedaan naar materialen en de wijze van aanvullen, waarbij ook de drinkwatersector betrokken is. De resultaten daarvan kunnen bijdragen aan de door ILT aanbevolen aanvullende eisen. De branchevereniging is daartoe structureel in gesprek met ILT en beleidsmakers bij het ministerie van I&W.

Verdere verbetering mogelijk en nodig
Branchevereniging Bodemenergie ziet met ILT en het regionale bevoegd gezag een positieve trend in de praktijk. Toch blijkt uit de signaalrapportage van ILT dat er (veel) ruimte is voor verdere verbetering. Ze beaamt dat verdere verbetering mogelijk en nodig is en dat ILT terecht dit signaal af geeft. ‘Wij zijn benieuwd naar de nieuwste inzichten van ILT en bieden aan om kennis te nemen van de onderliggende aantallen en aard van de constateringen vanaf 2020. Aanvullend op een lopende interne inventarisatie zullen wij dan samen met overheden concrete verdere verbeteringen aan kunnen zetten. Het is daarbij essentieel om ‘de juiste oplossing bij het juiste probleem’ te vinden. Aanscherping van regels is bijvoorbeeld geen oplossing voor het niet naleven van in principe doelmatige regulering. Het stellen van eisen aan gebruikte materialen, zoals de mengverhouding van grout als afvulmateriaal van boorgaten, en aan hulpstoffen zoals smeermiddelen, kan bijvoorbeeld wél bijdragen aan steeds milieuvriendelijker werken. Daarbij dient de balans tussen performance en milieubelasting telkens te worden afgewogen. Wij zullen daaraan blijven (samen)werken. Zoals wij bijvoorbeeld over grout als afvulmateriaal al geruime tijd doen samen met Certificerende Instellingen, leveranciers en de overheden.’

Intensivering van handhaving
Als de toepassing van bodemenergie opschaalt dient tevens het toezicht mee op te schalen, denkt de branchevereniging. ‘ILT vraagt er terecht om dat omgevingsdiensten en gemeenten de mogelijkheden krijgen om hun rol in het toezicht op bodemenergiesystemen actiever in te vullen. Specifiek wordt voorgesteld dat inspecties real-time informatie hebben over booractiviteiten. Boorbedrijven melden nu al alle boringen bij vele instanties, waaronder hun Certificerende Instanties en ook bij de vergunningverlenende overheden zoals provincies, waterschappen, gemeenten en/of Omgevingsdiensten en wij zijn graag bereid mee te denken hoe deze informatie, mede gezien de planning-dynamiek, nóg actueler kan worden gemaakt.’

Integrale benadering
De verdere opschaling van bodemenergie vraagt dus een integrale benadering om de aanbevelingen uit te werken, stelt Branchevereniging Bodemenergie. ‘De branche zal graag haar aandeel blijven nemen voor verdere verbeteringen binnen onze mogelijkheden en waarbij zaken op hun integrale impact, dus inclusief de integrale energetische- en klimaatimpact, worden beschouwd. De door ILT aangegeven verbeteringen in normteksten, overheidswebsites en controlebudgetten van de overheid ondersteunen wij omdat de branche streeft naar continue verbetering over de hele linie. Wij zien verdergaande kwaliteitsverbetering als essentiële doorontwikkeling van onze branche om te groeien met een aandeel in de energietransitie van momenteel enkele procenten naar de 30% marktaandeel in 2050. Dat kan de branche niet alleen, daartoe moet de overheid ook opschalen zoals ILT aangeeft. De energietransitie vormgeven doen we immers samen.’

Risico’s voor bodem en grondwater bij aanleg van gesloten bodemenergiesystemen

Boorbedrijven houden bij de aanleg van bodemenergiesystemen onvoldoende rekening met de eisen die daaraan worden gesteld, waardoor er risico’s ontstaan ...
Verder Lezen

Bodem-warmtepomp én BRL-gecertificeerde ondersteuning voor installateurs

De nieuwe Compress 7001i LWMF is het eerste model van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch  op de Nederlandse markt ...
Verder Lezen

‘BENG-ready’ bodemwarmtepomp

De nieuwe Compress 7001i LWMF is het eerste model van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch op de Nederlandse markt ...
Verder Lezen

‘Wegvallen ISDE-subsidie nieuwbouw remt toepassing bodemenergie’

Vereniging BodemenergieNL betreurt het wegvallen van subsidie voor installaties bij nieuwbouw in de vernieuwde ISDE-regeling, omdat daarmee de drempel voor ...
Verder Lezen

De opkomst van luchtgebonden warmtepompen

Gepubliceerd op

Enkele jaren geleden geloofde een groep warmtepompadepten nog heilig dat grondgebonden systemen de toekomst hadden. Die tijd lijkt nu voorbij te zijn. Ja, ze zijn belangrijk, maar het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo innoveren en de markt veroveren.

“Bij de bodemgebonden systemen vindt weinig innovatie plaats”, vertelt Jan Bosch, die sinds 2007 als Manager Marketing Communications werkzaam is bij Nefit Bosch, fabrikant van zowel lucht- als bodemgebonden warmtepompen. “Het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo doorontwikkelen.” Martin Wendels, sinds 2010 directeur van WOLF Energiesystemen, dat eveneens beide systemen op de markt brengt, komt min of meer tot dezelfde conclusie. “De markt groeit gestaag door. Ik merk echter dat luchtgebonden systemen sneller marktaandeel veroveren. Dat gaat ten koste van de bodemgebonden varianten.”

Rendement
Dat heeft onder andere te maken met de dimensionering, het ruimtebeslag en de kosten van bodemgebonden systemen. In alle gevallen ben je ongunstiger uit dan met een luchtgebonden variant. Bovendien kruipen die qua rendement zo zoetjes aan ook meer in de richting van bodemgebonden varianten.

Koudemiddelen
Een heet hangijzer zijn de koudemiddelen. De regelgeving stuurt steeds meer aan op het gebruik van koudemiddelen met een lagere GWP, om het milieu te beschermen. Tegelijkertijd proberen fabrikanten, uiteraard, het rendement omhoog te krijgen. Dat leidt tot een verwoede zoektocht naar nieuwe alternatieven voor bestaande populaire koudemiddelen als R410A. “Natuurlijke koudemiddelen zijn duidelijk in opkomst”, vertelt Wendels. “Zeker bij luchtgebonden varianten, waarvoor ik denk dat R290 hét koudemiddel van de toekomst is.” Knelpunt blijft natuurlijk de beschikbaarheid van monteurs met een F-gassen certificaat. Hoewel opleiders en fabrikanten aangeven dat er veel animo is voor trainingen, blijkt menig installateur nog niet over de juiste papieren te beschikken. Dat verklaart ook de groeiende populariteit van monoblock-systemen, die zonder F-gassen handelingen worden geïnstalleerd.

Totale oplossing
Bosch signaleert dezelfde ontwikkelingen. Naast propaan (R290), ziet hij ook R32 en R454C aan populariteit winnen. Daarnaast lijkt de luchtgebonden warmtepomp steeds meer als een onderdeel van een totale systeemoplossing te worden beschouwd. “Dat heeft ook te maken met de pandemie. Er is meer aandacht voor het binnenklimaat, dus ook voor de samenhang tussen bijvoorbeeld lucht-lucht warmtepompen, ventilatie en airconditioning.”

Digitalisering
Overigens heeft diezelfde pandemie ook een gigantische push gegeven aan de digitalisering van de installatiebranche. Denk bijvoorbeeld in de aanpalende sanitairsector aan bewegingssensors en aanrakingsvrije kranen. Wat betreft warmtepompen neemt de behoefte aan software en tools voor online monitoring, bediening en integratie met GB-systemen toe, vertelt Bosch. Energiemanagement gaat een cruciale rol spelen in de toekomst. Naar verwachting komen er meer decentrale opslagslagsystemen – lees accu’s – die geïntegreerd worden in Smart Grids. Vroeg of laat worden warmtepompen zelfsturend, waardoor ze in staat zijn zelfstandig beslissingen te nemen over het tijdstip én de draaiuren die ze maken. Bijvoorbeeld op het moment dat er een overcapaciteit is aan groene energie op de markt. Op die manier bespaart de eindgebruiker op zijn energierekening.

Geluidsnorm
Er verschijnen regelmatig verhalen in de media over de geluidsproductie van warmtepompen. Vandaar dat de Rijksoverheid heeft ingegrepen. “Per 1 april zijn nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd”, aldus de Rijksoverheid.

Haalbaarheid
Deze nieuwe eisen vormen geen belemmering voor de verdere doorgroei van luchtgebonden systemen, geven zowel Wendels als Bosch aan. “Door een ander type ventilator te gebruiken met roterende waaiers en een vast schoepenwiel kunnen wij bijvoorbeeld prima voldoen aan de eisen”, legt Wendels uit.

Waterstofketel
Gaat de waterstofketel op termijn een bedreiging vormen voor het marktaandeel van warmtepompen? Zowel Bosch als Wendels verwachten van niet. Zo zijn er nog fikse stappen te zetten voordat er een waterstofeconomie is in Nederland, zegt Wendels. “Denk aan de productie van groene waterstof en het gereedmaken van de bestaande gasinfrastructuur voor het transport van waterstof.” Bovendien zit ‘de concurrentie’ ook niet stil, zegt Bosch. Ook warmtenetten en elektrische verwarming zijn of worden aantrekkelijke alternatieven om de warmtevraag in de gebouwde omgeving in te vullen. Tot slot verwachten beide experts dan er meer warmtepompsystemen op de markt komen die aansluiten bij binnenstedelijke condities. En dat is nu juist net de omgeving waarvoor veel experts de waterstofketel in gedachten hadden.

Hybride oplossingen
Het zou overigens ook zomaar kunnen dat waterstofketels deel gaan uitmaken van hybride oplossingen, merkt Bosch op. Op dit moment worden hybride systemen met ketels en warmtepompen door een deel van de markt gezien als de ideale oplossing om in een sneltreinvaart de energietransitie te doorlopen in de bestaande bouw. Op die manier hoef je namelijk minder/geen geld te investeren in flankerende maatregelen, zoals extra isolatie en een ander afgiftesysteem. Bovendien wordt er ook geanticipeerd op een groeiende koelingsbehoefte in de gebouwde omgeving.

Dit is voorproefje van een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ, editie juni (verschijnt 29 juni a.s.). De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Warmtepomp met actieve koeling

Vorig jaar introduceerde Vasco de warmtepomp Vica 8 AW E (Air Water Extern). Deze oplossing biedt nu meer comfort en ...
Verder Lezen

Plug and play warmtepomp doorstaat strenge winterperiode

“De strenge vorstperiode deze winter was voor ons een geschenk uit de hemel; en niet alleen vanwege de ijspret buiten”, ...
Verder Lezen

Brede coalitie: vóór 2030 minstens 1 miljoen hybride warmtepompen

Vanaf 2024 moeten ieder jaar minimaal 100.000 hybride warmtepompen worden geplaatst in woningen en gebouwen. Een brede coalitie van maatschappelijke ...
Verder Lezen

Ontwikkelaar van warmtepomp-systemen met PVT-panelen haalt €1,2 miljoen op

Dankzij een financiering van PDENH, DOEN Participaties, Enfuro Ventures en de Rabobank heeft Triple Solar 1.200.000 euro aan werkkapitaal opgehaald ...
Verder Lezen

Technische Unie zet in op circulariteit

Gepubliceerd op

De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. Nu is veertig procent van het afval in Nederland afkomstig uit de bouwsector. Inzamelen en recyclen moet daarom het nieuwe normaal worden. Bij Technische Unie (TU) wordt de circulaire economie steeds zichtbaarder. De groothandel in technische installatiematerialen zet in op duurzaamheid en won er in 2019 al een prijs voor: de Recycle Power Award. Hoe pakt TU deze circulariteitsuitdaging aan?

Een paar jaar geleden besloot TU om haar duurzaamheidsactiviteiten naar een hoger niveau te tillen, vertelt Ariane van Dijk, manager Sustainable Business & Innovation bij TU: “Dat mondde uit in een MVO-programma, waarin circulariteit een centraal en concreet onderdeel is. Circulariteit speelt een ontzettend belangrijke rol in onze keten – we krijgen er van klanten steeds meer vragen over. De afvalstroom moet veel kleiner worden door grondstoffen te hergebruiken. We willen heel dicht op deze transitie zitten. Want het is letterlijk de economie die gaat veranderen, en dus ook onze business.”

Verspilling in de keten
“We doen dit voor de business, maar het gaat ook om de intrinsieke waarde van TU en van Sonepar, onze groep”, zegt Remco Tolsma, Vice president Marketing & E-Business bij TU. “We zijn een familiebedrijf en een van de eigenschappen daarvan is om heel ver vooruit te kijken – want ook de volgende generaties moeten in business blijven. En dat lukt niet als we doorgaan zoals we het nu doen. We hebben dus een heel duidelijke drive om de business én de markt te helpen.
In onze keten is ongelofelijk veel verspilling. Op een bouwplaats liggen vele containers vol met verpakkingsafval en niet gebruikte producten. Circulariteitsdenken begint met minder producten bestellen. Als verkopende partij wil je natuurlijk zoveel mogelijk producten verkopen, maar voor een betere wereld moeten we die stroom verminderen. Intussen worden we in veel productsegmenten steeds vaker geconfronteerd met een grondstoffentekort. Er ontstaat schaarste aan bepaalde elementen en dat betekent dat je producten ook beperkter de markt in kunt brengen.”

Pilots en products-as-a-service
Van Dijk: “Vanuit ons MVO-programma proberen we in de transitie naar duurzaam ondernemen explicieter te zijn in wat circulariteit en energietransitie voor ons betekenen. We doen pilots, dus testen in kleine stapjes, en parallel daaraan praten we veel met onze klanten, leveranciers en GS1.”
TU richt haar aandacht daarbij op vier punten, vervolgt Van Dijk: “Het eerste is retourlogistiek. Daarbij speelt traceerbaarheid een grote rol. Het tweede punt is de data die beschikbaar moet zijn, om te weten welke materialen het bevat en hoe het is te demonteren. Die data wil je goed aan het product koppelen, onder andere voor de retourlogistiek. Daarnaast letten we erg op de recyclebaarheid van producten en verpakkingen.
En we kijken natuurlijk naar de financiële verdienmodellen, want die kunnen ook veranderen door de circulaire economie. Dat kan bijvoorbeeld met een product-as-a-service-model, dus door meer producten te leasen of verhuren. We zien nu de trend dat je niet meer onderdelen van een installatie verkoopt, maar de hele installatie. Daarmee voorkom je veel afval en uitzoekwerk op de bouwplaats. Aan het eind van zijn levensduur gaat de installatie integraal retour en wordt deze vervolgens gerecycled. Zo ontstaan er ook nieuwe samenwerkingsvormen.”

Communicatie in de keten
Het terugdringen van de afvalstroom en het hergebruiken van gebruiksproducten zijn twee heel verschillende gebieden met vele mogelijke oplossingen. Van Dijk: “Een deel daarvan speelt in de keten, een deel kunnen we als bedrijf beïnvloeden. Eén daarvan is hoe wij onze spullen afleveren bij onze klant.” Hoe gaan we om met het materiaal dat wij daarvoor gebruiken? Dan heb je het over pallets en kratten, maar ook folies en straps. Dat heeft deels te maken met de afspraken die je met klanten en leveranciers maakt, en deels met wat je zelf inkoopt.”
Als voorbeeld geeft Van Dijk hun eigen gereedschapslijn, Tradeforce, die ze in China laten produceren: ”Die producten ontvingen we eerst in verpakkingen met veel plastic, dus hebben we gevraagd of we het duurzamer verpakt konden ontvangen en nu heeft het een kleine kartonnen verpakking. Het is dus ook maar hoe je het inkoopt en communiceert. Uiteindelijk valt of staat een draaiende circulaire economie met inzichtelijkheid en dus met het goed gedigitaliseerd krijgen van de juiste informatie.”

Unieke identificatie
Het draait om data: door transparant te zijn met informatie creëer je de mogelijkheid om een circulaire keten te kunnen realiseren. TU wil daarom op basis van de data die zij verzamelt haar klanten adviseren, zegt Tolsma, die namens TU ook lid is van het GS1 bestuur. “Wat er in het product zit moet je digitaal beschikbaar hebben, zoals in materiaalpaspoorten. Met GS1 Digital Link kun je met de barcode in een gestandaardiseerde link productdata digitaal beschikbaar maken in de keten.
Wat er in het product zit moet je digitaal beschikbaar hebben. Wanneer je circulaire producten gaat verkopen, krijg je in een homogene productenreeks te maken met afwijkende producten. Bijvoorbeeld: alle wastafels met dezelfde artikelcode en serienummer zijn exact gelijk aan elkaar. Maar we halen wastafels nu ook terug, laten ze refurbishen en nemen ze weer op voorraad. Dan is elke wastafel weer uniek. De ene is in een betere conditie dan de andere en dat bereken je door in de prijs. Maar al die eigenschappen moet je wel registreren, dus moet ieder product een eigen, identificatienummer krijgen. Daar ligt de sterke rol van GS1, om de markt te faciliteren in het gebruik van de juiste standaarden, die producten identificeren en traceerbaar maakt.”

Wasco breidt zonnepanelen op distributiecentrum flink uit

Gepubliceerd op

Technische groothandel Wasco heeft op zijn distributiecentrum op bedrijventerrein aan de Ecofactorij in Apeldoorn 1100 extra zonnepanelen geplaatst. Deze uitbreiding is goed voor 350 MWh aan zonne-energie waardoor het totaal komt op 1.062 MWh. Het is een uitbreiding van de 2800 zonnepanelen die al op het distributiecentrum liggen en past in het streven van Wasco naar duurzaamheid.

Op het dak van het distributiecentrum dat Wasco in 2016 heeft gebouwd, liggen drie voetbalvelden aan zonnepanelen. De uitbreiding betekent dat aan de bestaande 8000 m2 zonnepanelen nu 2000 m2 is toegevoegd. Het vergroot de duurzaamheid van groothandel Wasco, dat twee grote distributiecentra heeft – in Twello en in Apeldoorn – en 34 vestigingen door heel Nederland. Wasco zet niet alleen zonne-energie in, maar werkt ook op andere manieren mee aan de energietransitie. “Zo zijn bijna al onze vestigingen van het gas af. In plaats daarvan zijn warmtepompen geïnstalleerd”, legt Rob van Houten, Technisch specialist bij Wasco, uit.

Duurzaam distributiecentrum
Begin 2020 kreeg het distributiecentrum in Apeldoorn een uitbouw van 8000 m2. De uitbreiding van het aantal zonnepanelen naar 3900 stuks is onderdeel van de verduurzaming van het pand volgens de Breeam-NL Outstanding norm, de hoogst mogelijke duurzaamheidsnorm. Dat is nog een tandje duurzamer dan het in 2016 gebouwde deel dat volgens de Breeam Excellent norm gebouwd werd. Naast het gebruik van zoveel mogelijk duurzame materialen en het plaatsen van lucht/water-warmtepompen is er bij het ontwerp van de uitbouw ook veel aandacht besteed aan gezondheidsfactoren, zoals een natuurlijke lichtinval en de ecologie.

Installeren zonnepanelen zonder gereedschap
De zonnepanelen van DMEGC die op het dak van het distributiecentrum liggen, zijn geïnstalleerd door installatiebedrijf Batenburg uit Twello met het FlatFix Wave montagesysteem van Esdec. Batenburg is verantwoordelijk voor alle elektro-installatie bij Wasco en heeft speciaal gekozen voor het FlatFix Wave systeem. Esdec ontwikkelde dit systeem voor zonnepanelen op grote daken. Het bestaat uit geassembleerde modules die zonder gereedschap te installeren zijn. Dit zorgt voor een snelle installatietijd. Bovendien is de FlatFix Wave zeer geschikt voor de steeds groter wordende zonnepanelen. Elk zonnepaneel wordt met dit systeem aan de lange zijde vastgeklemd. Het voorkomt buigen door de wind en daardoor het ontstaan van haarscheurtjes in de zonnecellen.

Groot duurzaam assortiment
Wasco is een professionele groothandel in verwarming, sanitair, airconditioning, ventilatie en onderdelen. Ruim 500.000 producten vinden hun weg naar installateurs in heel Nederland. “De laatste jaren is het aantal duurzame apparaten in ons assortiment enorm vergroot”, constateert Rob. “Warmtepompen, duurzame ventilatie, smart home systemen, zonnesystemen. De vraag naar duurzame apparaten is vanwege de energietransitie sterk toegenomen.”

Ontwikkelaar van warmtepomp-systemen met PVT-panelen haalt €1,2 miljoen op

Dankzij een financiering van PDENH, DOEN Participaties, Enfuro Ventures en de Rabobank heeft Triple Solar 1.200.000 euro aan werkkapitaal opgehaald ...
Verder Lezen

Nederlandse zonnesector doorbreekt grens van 10 Gigawatt

Ondanks de coronacrisis groeide de Nederlandse zonnesector vorig jaar met 41%. Volgens het Nationaal Solar Trendrapport 2021 van onderzoeksbureau Dutch ...
Verder Lezen

Zonnewarmtenet kan bestaande wijken energieneutraal maken

Een zonnewarmtenet blijkt technisch en financieel haalbaar om bestaande wijken te verduurzamen en aardgasvrij te maken, zo heeft een consortium ...
Verder Lezen

‘Kiwa keurmerk voor zonne-energie is onnodig en onwenselijk’

Kiwa heeft gisteren een kwaliteitsregeling voor zonne-energie geïntroduceerd. De brancheorganisaties Techniek Nederland en Holland Solar vinden dit onnodig en zelfs ...
Verder Lezen

Risico’s voor bodem en grondwater bij aanleg van gesloten bodemenergiesystemen

Gepubliceerd op

Boorbedrijven houden bij de aanleg van bodemenergiesystemen onvoldoende rekening met de eisen die daaraan worden gesteld, waardoor er risico’s ontstaan voor het milieu. Dat staat in de signaalrapportage ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De rapportage is door staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW) aan de Tweede Kamer aangeboden.

Nederland wil huishoudens in de toekomst zoveel mogelijk van het gas af hebben. Bodemenergie speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de energievoorziening. Bij deze vorm van het opwekken van energie wordt warmte en koude aan de bodem onttrokken. Daarvoor worden diepe gaten (honderden meters diep) in de bodem geboord.

Fouten
Bodem, grondwater en de strategische drinkwatervoorraden raken verontreinigd als niet de juiste technieken en middelen worden gebruikt. Bedrijven die de systemen aanleggen, houden niet altijd rekening met het risico op vervuiling van bodem en grondwaterlagen bij het doorboren ervan. Bij het afvullen en opnieuw afdichten van boorgaten worden fouten gemaakt en milieuschadelijke stoffen gebruikt. En op verontreinigde locaties wordt onvoldoende rekening gehouden met de onderliggende schone en diepere bodemlagen. Dat blijkt uit een speciaal toezichtsproject van de ILT waarbij in de periode van 2016 tot en met 2020 extra aandacht is gegeven aan de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen.

Zorgelijk
Programmamanager bodem, Quirine Diesbergen van de ILT: “Het is niet de eerste keer dat we hier op problemen stuiten. We hebben daarom extra toezicht gedaan en onze bevindingen zijn zorgelijk. Bodemenergie is een belangrijk onderdeel in de energietransitie, maar als de aanleg ervan milieurisico’s met zich meebrengt, dan is dat een slechte zaak. Voor een bodemenergiesysteem moet een boorgat tot wel honderden meters diep worden gemaakt. De sector moet hier echt mee aan de slag; ze moeten zorgvuldiger werken. En om daar beter toezicht op te houden, moet het voor iedereen duidelijker worden waar allemaal geboord wordt en hoe dat gebeurt. Omgevingsdiensten en gemeenten moeten prioriteit geven aan het toezicht en bedrijven wijzen op de gevaren. Wij kunnen helpen het toezicht beter te organiseren. Dat doet de ILT door opgedane kennis en ervaring te delen.”

Risico’s
In het Besluit bodemkwaliteit staat dat er geen extra risico’s mogen ontstaan voor de bodem en het grondwater bij de aanleg van bodemenergiesystemen. De ILT ziet echter dat bedrijven zich hierbij niet aan de regels houden om de bodem te beschermen. Door de boorbedrijven wordt onvoldoende gekeken welke grondlagen worden aangeboord. Ook het afdichten van deze lagen gebeurt niet op de juiste manier; bodemlagen moeten beter worden beschermd tijdens werkzaamheden. In diepere bodemlagen is namelijk schoon grondwater aanwezig dat kan worden gebruikt als drinkwater. Schoon grondwater is van belang voor de kwaliteit van ons drinkwater. De ILT ziet dat bedrijven hier onvoldoende rekening mee houden; ze moeten zorgvuldiger omgaan met de bodem.

Toezicht
Het toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen is primair een taak van de gemeenten. De meeste gemeenten hebben deze taak overgedragen aan omgevingsdiensten. Er zijn echter ook gemeenten die de taak zelf uitvoeren. Bedrijven die bodemenergiesystemen aanleggen, moeten dit voorafgaand aan de aanleg melden bij de gemeente. Daarnaast houdt de ILT ook zelf toezicht op basis van meldingen van overtredingen door omgevingsdiensten en gemeenten aan de ILT. De ILT ziet dat het toezicht vanuit betrokken toezichthouders (gemeenten en omgevingsdiensten) verbeterd kan worden. Zij hebben niet altijd zicht op boorlocaties en de daarbij behorende werkzaamheden. Ook verschilt de intensiteit van het toezicht en de kennis en ervaring van toezichthouders bij bodemenergiesystemen per regio.

Aanbevelingen
De ILT pleit ervoor dat bedrijven de juiste werkwijzen hanteren. En voor versterking en intensivering van het toezicht bij de aanleg van bodemenergiesystemen. Boorbedrijven moeten worden verplicht om de locatie en tijd van uitvoering van de boring voor alle toezichthouders (zowel privaat als publiek) inzichtelijk te maken. Hierdoor kan efficiënt toezicht worden gehouden en kunnen de bedrijven die willens en wetens de regels overtreden, beter worden aangepakt. De ILT gaat omgevingsdiensten en gemeenten helpen met kennisoverdracht om het toezicht te verbeteren. Ook blijft de inspectie zelf de aanleg van bodemenergiesystemen steekproefsgewijs in de gaten houden, voornamelijk op basis van meldingen van gemeenten en omgevingsdiensten.

 

 

 

Ketenduurzaamheid

Wat heeft een warmtepomp voor nut als het elektra nog in een gascentrale opgewekt wordt? Het zal niet de eerste ...
Verder Lezen

Vrije koeling en mechanische koeling

Wellicht hoort u het steeds vaker: koeling van woonhuizen. Bij toepassing van bodemenergie vaak bijkomstig ter regeneratie van de bron, ...
Verder Lezen

‘De warmtepomp is niet meer innovatief’

Nu het einde van het jaar met rasse schreden nadert, wordt het tijd voor de lijstjes. Ron Bosch, adviseur en ...
Verder Lezen

Collectief wil innovaties in warmteketen versnellen

Verschillende partijen in de warmteketen zijn het warmtecollectief WarmingUP gestart. Het collectief heeft als belangrijkste doel de ontwikkeling van collectieve ...
Verder Lezen

Robuuste maatregelen cruciaal om klimaatdoelen te halen

Gepubliceerd op

Maar liefst 88 procent van de ondernemers in de energietransitie vindt dat het nieuwe kabinet stevig aanvullend beleid moet ontwikkelen om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen. Duidelijkheid op de lange termijn wordt door veel bedrijven genoemd als voorwaarde om te kunnen investeren en groeien. Zo toont bijna de helft zich voorstander van een verhoging van de SDE++-subsidie en uitbreiding van subsidies voor de verduurzaming van woningen. Dat constateren de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) en ABN AMRO in een inventarisatie naar de uitkomsten van de kabinetsformatie die bedrijven noodzakelijk vinden om de energietransitie mogelijk te maken.

De NVDE inventariseerde onder haar bedrijven en coöperaties in de duurzame energie- en mobiliteitssector hoe zij denken over de kabinetsformatie en voortgang van de energietransitie. Zij verrichtte het onderzoek tussen 28 maart en 6 april en ABN AMRO leverde een bijdrage aan de analyse van de resultaten. Uit het onderzoek blijkt dat in de sector sprake is van een groeiende onrust over de kabinetsformatie. Zo denken zes op de tien bedrijven dat beleids- en investeringsplannen - en hiermee de voortgang van de energietransitie - in het gedrang komen als er vóór de zomer geen nieuw kabinet is. Zo moet het nieuwe kabinet nog in 2021 belangrijke beslissingen nemen om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen en is het door de trage kabinetsformatie de vraag of deze besluiten op tijd genomen worden.

Onduidelijkheid staat investeringen in energietransitie in de weg
Behalve snelheid zijn ook robuuste maatregelen cruciaal. Extra maatregelen zijn nodig om het doel van het kabinet-Rutte - een CO2-reductie van 49 procent - te realiseren, rekende het Planbureau voor de Leefomgeving in oktober 2020 voor in haar Klimaat- en Energieverkenning. Duidelijkheid op de lange termijn is voor veel bedrijven noodzakelijk om te kunnen investeren en groeien. Zo maken veel bedrijven zich zorgen over het voortbestaan van de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++-subsidie). Ook netcongestie is een heikel issue en daarnaast beschouwt ruim de helft trage vergunningprocedures als een belangrijk knelpunt. Dat geldt óók voor het gebrek aan gekwalificeerd personeel. Een kwart van de bedrijven geeft aan dat er een groot tekort is aan mensen om het werk te kunnen uitvoeren.

Klimaatakkoord 2.0
Ruim twee derde van de bedrijven stelt dat het behalen van de Europese klimaatdoelen alleen mogelijk is als een ‘Klimaatakkoord 2.0’ wordt gesloten. “De bereidheid van de duurzame energiesector om met de overheid mee te denken en stappen te zetten om de klimaatdoelen te halen, is groot. Of er inderdaad een Klimaatakkoord 2.0 met input vanuit het bedrijfsleven komt, valt nog te bezien. Duidelijk is wél dat de duurzame energiesector in de startblokken staat om praktijkkennis in te brengen in het beleidsproces dat moet leiden tot verdergaande CO2-reducties”, benadrukt Olof van der Gaag, directeur van de NVDE. “Betrokkenheid van bedrijven die de uitvoering voor hun rekening nemen, kan een cruciale bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatambities van het nieuwe kabinet én biedt daarnaast een grotere kans op een stabiel en breed gedragen klimaatbeleid.”

Eén breed regeerakkoord is geen noodzaak
“Het Energieakkoord uit 2013 en het Klimaatakkoord uit 2019 gaven weliswaar richting aan het Nederlandse klimaatbeleid, maar zijn in zekere zin slechts een startpunt. Zo moeten alle plannen worden omgezet in nieuwe wetten en regels en kan pas in de uitvoering een emissiereductie worden bereikt”, zegt Arnold Mulder, Sector Banker Energie van ABN AMRO. “Om dit te bereiken, is het vormen van één breed regeerakkoord geen noodzaak. Het nieuwe kabinet kan er óók voor kiezen te komen tot tien of meer deelakkoorden op cruciale dossiers of mogelijk tot bedrijfsspecifieke akkoorden, zoals in de industrie. De energietransitie is een complexe puzzel die niemand alleen kan oplossen. Praten met de sector is cruciaal en uit ons onderzoek blijkt dat de sector voor duurzame energie bereid is dit gesprek aan te gaan.“

Energietransitie vergt meer aandacht voor groepenkasten in woningen

In het kader van de energietransitie vervangen we steeds meer fossiele brandstoffen door duurzame energiebronnen. In de praktijk leidt dit ...
Verder Lezen

De energietransitie: waterstof

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ...
Verder Lezen

Consortium wil energietransitie gebouwen versnellen

Een consortium van tien Nederlandse bedrijven en instellingen start een samenwerking die met de toepassing van ‘Internet of Energy’ de ...
Verder Lezen

Kabinet versterkt onderzoek naar energietransitie

Het kabinet maakt €18,3 miljoen vrij voor versterking van de onderzoeksfaciliteiten gericht op de energietransitie. Deze middelen worden verleend aan ...
Verder Lezen

Aardgasvrij douchen

Gepubliceerd op

Een consortium met TNO, Hametech en Beter Bad ontwikkelde een douche die het mogelijk maakt om aardgasvrij te douchen. Door een warmtewisselaar te combineren met een elektrische boiler, kan continu warm gedoucht worden zonder gebruik te maken van een cv-ketel of een warmtepomp. Het douchewater wordt met een pomp omhoog gepompt langs een warmtewisselaar, waardoor meteen warm water beschikbaar is.

Voor 2050 moeten bijna 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen aardgasvrij zijn. In moderne, goed geïsoleerde woningen is warm tapwater de grootste energiegebruiker.

Energie-efficiënte douchecabine
Ruimteverwarming wordt door betere isolatie, luchtdicht bouwen en warmteterugwinning al sterk teruggebracht. Maar het was nog lastig om warm tapwatergebruik terug te brengen zonder het verlies van comfort. Om de energiebesparing bij het douchen te realiseren en toch het comfort te behouden ontwikkelde TNO samen met Beter Bad en Hametech een multifunctionele energie-efficiënte douchecabine, de MEED.

Van ontwerp naar praktijk
Door een warmtewisselaar te combineren met een elektrische boiler, kan continu warm gedoucht worden zonder gebruik te maken van een cv-ketel of een warmtepomp. Het douchewater wordt met een pomp omhoog gepompt, langs een warmtewisselaar, waardoor je meteen warm water hebt.
Binnen het consortium wordt gewerkt aan het optimaal ontwerp en de constructie van de douchecabine. De individuele componenten worden gemodelleerd door TNO en worden daarna getest in het MEC laboratorium van TNO. Zowel de individuele werking als de integrale werking van de componenten spelen daarbij een cruciale rol. Samen met Beter Bad en Hametech is het eindproduct ontwikkeld en wordt de douche geproduceerd.

Demonstratiedouchecabines
Het consortium heeft de ambitieuze doelstelling om 70% van de douchewarmte terug te winnen. Dit wordt door de betrokken partijen mogelijk gemaakt door de integratie van verschillende technologieën. Een aantal demonstratiedouchecabines worden aansluitend gemaakt en beproefd. Deze prefab douchecabines zijn geïnstalleerd in particuliere woningen, bij woningbouwverenigingen en in een hotel.

Warmte hergebruiken
Het systeem vereist een elektra-aansluiting, koudwaterleiding en een afvoer. Het warme water dat bij de start van een douchebeurt wegstroomt, verwarmt het nieuwe koude water uit het leidingnet met hele hoge efficiëntie. Hierdoor kan het koude tapwater met beperkt elektrisch vermogen worden verwarmd tot een comfortabele douchetemperatuur.
Voordelen van deze douche zijn onder meer dat warm water direct uit de boiler komt, waardoor geen verlies van warmte verloren gaat. De douche is daarnaast gemakkelijk te installeren, zonder dat grote ingrepen nodig zijn.

Dit project is door TKI Urban Energy gesteund met financiering vanuit de Topsector Energie en RVO.nl.

Plug and play warmtepomp doorstaat strenge winterperiode

“De strenge vorstperiode deze winter was voor ons een geschenk uit de hemel; en niet alleen vanwege de ijspret buiten”, ...
Verder Lezen

Brede coalitie: vóór 2030 minstens 1 miljoen hybride warmtepompen

Vanaf 2024 moeten ieder jaar minimaal 100.000 hybride warmtepompen worden geplaatst in woningen en gebouwen. Een brede coalitie van maatschappelijke ...
Verder Lezen

Voor het eerst een jaren 70 woonwijk op waterstof

In het Groningse Wagenborgen wordt een jaren 70 woonwijk aangesloten op een waterstofnetwerk. Van de 40 aangeschreven bewoners heeft bijna ...
Verder Lezen

Duurzame woningen onderdeel van grootschalige aanpak woningtekort

In tien jaar tijd wil een coalitie van 34 organisaties een miljoen huizen bouwen. Ook is het de bedoeling om ...
Verder Lezen

Plug and play warmtepomp doorstaat strenge winterperiode

Gepubliceerd op

“De strenge vorstperiode deze winter was voor ons een geschenk uit de hemel; en niet alleen vanwege de ijspret buiten”, zegt Jacco Langebeeke. Hij is de ondernemer achter Vloerverwarming Nederland, die zich de laatste jaren steeds breder met verduurzaming van woningen bezighoudt. “Wij hebben zelf een warmtepomp ontwikkeld en laten die maken in Slovenië. Deze werkt zonder buitenunit maar met toevoer en afvoer van lucht door gaten in het dak. Je tilt hem zo de trap op en binnen een halve dag doet hij het. Toen het een aantal dagen erg koud werd konden we zien dat het binnen lekker warm bleef, terwijl het huis pragmatisch geïsoleerd is, dus niet helemaal ingepakt met buitenisolatie. Ik heb de huurders in Deurne ook gebeld; ze zijn heel tevreden.”

De innovatie maakte onderdeel uit van een totaalconcept voor rijwoningen, waaraan ook Artention en Green Men bijdroegen. De pilot werd gesteund via een DEI+ subsidie, een subsidieregeling van TKI Urban Energy regeling met budget van het ministerie van BZK, die door RVO.nl wordt uitgevoerd. In de regeling is ook dit jaar negen miljoen beschikbaar voor pilots en demonstraties op het gebied van aardgasvrije woningen, gebouwen en wijken. De subsidie kan oplopen tot 45% van de kosten.

Opschalen
“We bedienen nu ook particulieren”, zegt Langebeeke. “We zijn nu een woning van gasgestookte stadswarmte af aan het halen in Utrecht. Ik wil gecontroleerd maar snel opschalen. Dat kan door weinig marge te maken per woning en onze aanpak te standaardiseren. Met grote aantallen bouw je dan toch een gezonde onderneming. We blijven nu door de bank genomen binnen de energierekening voor een woning die energieneutraal is en aardgasvrij, achterstallig onderhoud en maatwerk daargelaten.”

Brede coalitie: vóór 2030 minstens 1 miljoen hybride warmtepompen

Vanaf 2024 moeten ieder jaar minimaal 100.000 hybride warmtepompen worden geplaatst in woningen en gebouwen. Een brede coalitie van maatschappelijke ...
Verder Lezen

E-Learning: met de juiste kennis aan de slag bij je klant

Als installateur wil je klanten zo goed mogelijk adviseren. Om dat waar te maken, moet je wel goed op de ...
Verder Lezen

Ontwikkelaar van warmtepomp-systemen met PVT-panelen haalt €1,2 miljoen op

Dankzij een financiering van PDENH, DOEN Participaties, Enfuro Ventures en de Rabobank heeft Triple Solar 1.200.000 euro aan werkkapitaal opgehaald ...
Verder Lezen

Natuurlijke koudemiddelen: waar blijft die massale overstap?

Hoewel het proces met horten en stoten op gang moest komen, zit de vaart er nu wel in. Nederland is ...
Verder Lezen

Brede coalitie: vóór 2030 minstens 1 miljoen hybride warmtepompen

Gepubliceerd op

Vanaf 2024 moeten ieder jaar minimaal 100.000 hybride warmtepompen worden geplaatst in woningen en gebouwen. Een brede coalitie van maatschappelijke organisaties wil dat een nieuw kabinet daarvoor 600 miljoen euro vrijmaakt. Techniek Nederland, Natuur & Milieu en Netbeheer Nederland vinden dat een grootschalige inzet van hybride warmtepompen nodig is. Volgens de ‘Coalitie HR-Hybride’ moeten er vóór 2030 1 miljoen tot 2 miljoen hybride warmtepompen zijn geïnstalleerd. Dit zou een besparing opleveren van 1,3 tot 2,6 megaton CO2. Zo’n besparing is een substantiële bijdrage aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en de aangescherpte CO2-eisen van 55% van de Europese Unie.

Het aardgasvrij maken van woningen en woonwijken wil nog niet vlotten. Het tempo ligt ver beneden de afspraken uit het Klimaatakkoord en de ambities van het huidige kabinet. Daarom is volgens de Coalitie HR-Hybride grootschalige toepassing van hybride warmtepompen nodig. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: “Woonwijken aardgasvrij maken, daar gaan we mee door. Maar als we op koers willen blijven voor het Klimaatakkoord en de Parijs-doelstellingen zijn hybride warmtepompen een onmisbare tussenstap.”

Tot 70% besparing op aardgas
Jaarlijks worden ruim 400.000 cv-ketels op aardgas vervangen. De coalitie wil dat installateurs waar mogelijk een nieuwe hr-ketel combineren met een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp is relatief eenvoudig te plaatsen en levert de bewoner direct een besparing op tot 70% op het aardgasverbruik voor verwarming. Directeur Marjolein Demmers van Natuur & Milieu: “Hybride warmtepompen zijn beter voor het klimaat dan de traditionele cv-ketel. Daarom is het belangrijk deze verwarmingstechniek te stimuleren.”

Geen belemmering voor wijkaanpak
Plannen voor aardgasvrije woonwijken en de plaatsing van hybride warmtepompen hoeven elkaar niet in de weg te zitten. De Coalitie HR-Hybride richt zich op woonwijken die voorlopig niet aardgasvrij worden en op wijken waar gemeenten kiezen voor hybride als duurzame warmtevoorziening voor de komende jaren. Directeur Dick Weiffenbach van Netbeheer Nederland: “In een later stadium kunnen deze woningen alsnog aardgasvrij worden gemaakt. Maar laten we tot die tijd de CO2-uitstoot zoveel mogelijk beperken. Dan profiteert de huizenbezitter of huurder bovendien direct van een lagere energierekening.”

Stimuleringsprogramma
De Coalitie HR-Hybride wil de toepassing van hybride warmtepompen samen met de overheid gaan stimuleren. Dit moet onder meer gebeuren met een groot aantal voorbeeldprojecten, productinnovatie en monitoring van de prestaties van hybride systemen. Daarnaast is het opleiden van extra vakbekwame warmtepompmonteurs een belangrijk onderdeel van de plannen.

Extra subsidie voor woningbezitters
De Coalitie HR-Hybride vindt dat een nieuw kabinet tot 2026 jaarlijks 120 miljoen euro extra vrij moet maken. Dat geld maakt subsidie voor woningbezitters mogelijk. De Coalitie verwacht dat vanaf 2026 geen subsidie meer nodig zal zijn. Door innovatie en lagere product- en plaatsingskosten zal de hybride warmtepomp woonlastenneutraal worden. De Coalitie HR-Hybride wil samen met de overheid een voorlichtingscampagne opzetten om de voordelen van hybride warmtepompen onder de aandacht te brengen. De campagne zal zich richten op woningbezitters, maar ook op professionele opdrachtgevers, zoals woningcorporaties.

Exportkansen
Een stimulans voor hybride warmtepompen biedt ook kansen voor de export van Nederlandse producten en kennis. Duitsland is één van de Europese landen die de komende tijd juist overschakelen op aardgas voor het verwarmen van woningen. Nederlandse bedrijven kunnen in die landen helpen om de CO2-uitstoot verder te verlagen met warmtepomptechnologie.

Ook Nefit Bosch komt nu met airco’s op de markt

Nefit Bosch breidt met ingang van april zijn productportfolio uit met airconditioning. Door de veranderingen in het klimaat en het ...
Verder Lezen

Remeha komt nu ook met een airco-lijn

Remeha introduceert nu ook een airco-lijn. De Diva is gericht op particulieren en bestaat uit een assortiment voor koelen en ...
Verder Lezen

Airco met nanoe™ X remt coronavirus ook in grote ruimten af

Het remmende effect op het nieuwe coronavirus door een airconditioning met nanoe™ X is gecertificeerd, meldt Panasonic. Onderzoeksorganisatie Texcell bevestigt ...
Verder Lezen

Technologie in airco’s en luchtreiniger inactiveert Covid-19

Een technologie uit 2004 kan 99.9% van het Covid-19 virus inactiveren, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Daikin bevestigt de werking ...
Verder Lezen

Brede coalitie van bedrijven wil dat waterstof sneller volwassen wordt

Gepubliceerd op

Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat waterstof in Nederland een succes gaat worden voor de werkgelegenheid, economie en het klimaat. Vandaag overhandigen zij hun ‘Bidbook met Waterstof-commitments’ aan Diederik Samsom, kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans.

Initiatiefnemers Gasunie, Toyota, Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam bouwden de coalitie uit tot een gezelschap van bedrijven uit de hele waterstofketen én daarbuiten: producenten, industrie, mobiliteit, techniek en advies. Van innovatieve startups tot grote multinationals.

Concrete plannen
Het bidbook toont een overzicht van nieuwe waterstofprojecten en concrete plannen in heel Nederland:
- Dieselaggregaten en machines op aardgas worden in dit bidbook omgebouwd tot mini-elektrolysers, waterstofaggregaten en -machines. In te zetten bij festivals, bouwprojecten, op campings, in fabrieken van koekjes, brood en meer. Alles plug and play.
- Bedrijven die hun schepen, vrachtwagens, zware bedrijfswagens en personenauto’s willen vervangen voor transport op waterstof; bedrijven die deze voertuigen leveren én bedrijven die de tankinfrastructuur hiervoor aanleggen en de waterstof leveren;
- De aanleg en aanpassing van offshore windparken, van grootschalige ondergrondse infrastructuur en specifieke installaties bovengronds. Van wind op zee naar waterstofgebruik achter de voordeur van een industriebedrijf of woning;
- De bouw van waterstoffabrieken en elektrolysers bij industrie- en chemiebedrijven om in de toekomst de CO2-uitstoot te verminderen.
Bedrijven investeren fors en durven risico te nemen. Ze laten zien dat Nederland de kennis, ervaring, ligging én bedrijven heeft voor een succesvolle waterstofketen.

Overheid nodig
In die keten mag de overheid niet ontbreken, vinden de bedrijven. Naast het bieden van commitment vragen ze daarom ook commitment van de overheid. Deze vragen zijn opgesteld onder regie van professor future energy systems Ad van Wijk in de vorm van ‘De 10 waterstof-commitments van Nederland’, waaronder:
1.Wij zullen waterstof liefhebben gelijk wij ook elektriciteit liefhebben.
2. Wij zullen onze gasinfrastructuur, opslagfaciliteiten, tankinfrastructuur en havenfaciliteiten ruimhartig en spoedig geschikt maken voor waterstof.
3. Wij zullen schone waterstofproductie, transport, vraag, innovatie en bedrijvigheid ruimhartig financieel ondersteunen voor een schone, gezonde en krachtige economie, werkgelegenheid, milieu en leefomgeving.
Koplopers Nederland Waterstofland is een initiatief van de zeven bedrijven achter MissieH2: Gasunie, Toyota, Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam. Op woensdag 7 april van 13.00-14.15 tijdens een online event wordt het eerste exemplaar overhandigd aan Diederik Samsom.

Voor het eerst een jaren 70 woonwijk op waterstof

In het Groningse Wagenborgen wordt een jaren 70 woonwijk aangesloten op een waterstofnetwerk. Van de 40 aangeschreven bewoners heeft bijna ...
Verder Lezen

Op weg naar waterstof: ketels voor wisselende gasmengsels

Met het oog op de enorme reductie van CO2-uitstoot die nodig is om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, is ...
Verder Lezen

De energietransitie: waterstof

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ...
Verder Lezen

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Duurzaamheid en de waarde van commercieel vastgoed

Gepubliceerd op

De duurzaamheidsparagraaf onder beheer van de Dutch Green Building Council (DGBC) voor commercieel (kantoren)vastgoed is geactualiseerd. De update betreft een tweede versie van de duurzaamheidsparagraaf die een jaar geleden werd gelanceerd. Naast inhoudelijke verbeteringen is ook gewerkt aan de integratie van de paragraaf in (taxatie)software, handreikingen en trainingen. Dit levert meer mogelijkheden op om onderzoek te doen naar de relatie tussen duurzaamheid en de waarde van commercieel vastgoed.

Peter Gabriëls die namens Dutch Green Building Council betrokken is: “Willen we dat taxateurs dit gaan toepassen, dan zullen de instrumenten die zij gebruiken breed gedragen moeten worden. Daarom hebben naast de taxateurs zelf ook banken en softwareleveranciers meegewerkt aan deze doorontwikkeling.” De nieuwe versie is terug te vinden in taxatiesoftwaresystemen. Daarnaast is de duurzaamheidsparagraaf ook publiekelijk beschikbaar.

Doorontwikkeling
Bij de doorontwikkeling is gezocht naar een harmonisatie tussen de vorig jaar geïntroduceerde paragraaf en de duurzaamheidsparagraaf van het Taxatie Management Instituut (TMI). Michele Kalverla, voorzitter van de werkgroep duurzaamheid in vastgoedtaxaties, zegt daarover: “Deze vernieuwde paragraaf hebben we in samenwerking met grote en kleine taxatiebureau’s doorontwikkeld. We zijn erg verheugd dat deze nieuwe versie in taxatiesoftware en de vastgoedtaxonomie van SBR Nexus geïmplementeerd is, zodat we de paragraaf en de uitkomsten verder kunnen analyseren. Hierdoor kan er meer onderzoek gedaan worden naar duurzaamheid en de waarde.”

Betere data-analyses
René Klotz, voorzitter van TMI en betrokken bij de doorontwikkeling van de duurzaamheidsparagraaf onder beheer van DGBC. “We zien een toenemende aandacht voor duurzaamheid in de taxatiesector. Het TMI kan taxateurs nu opleiden in het gebruik van haar nieuwe versie van de paragraaf en kan het TMI hierop betere data-analyses uitvoeren. Daarnaast willen wij dat taxatiesoftware wordt gekoppeld aan externe bronnen en de informatiebronnen van Koeter Vastgoed Adviseurs. Dan kunnen we een genormaliseerd energiegebruik vaststellen van commercieel vastgoed voor alle assetcategorieën.”

Financieringsbeslissingen
De vooruitgang wordt ook gewaardeerd wordt door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Banken worden namelijk al geconfronteerd met deze situatie. Met het oog op de energielabel C-verplichting voor kantoren kiezen enkele banken er individueel voor om de duurzaamheidsparagraaf voor kantoren te verplichten. “Inzicht in de duurzaamheidsprestaties van vastgoed is voor banken een relevant element om financieringsbeslissingen te nemen die helpen in het realiseren van klimaatdoelstellingen,” aldus Michiel Kuiper van de NVB.

Publiekelijk beschikbaar
De duurzaamheidsparagraaf, die is opgesteld vanuit de brede samenwerking van DGBC en partners, is voor het eerst volledig geïntegreerd in taxatiesoftwaresysteem KATE. De duurzaamheidsparagraaf is daarnaast ook publiekelijk beschikbaar gesteld. Vandaar dat deze te benaderen is via www.duurzaamheids-score.nl. Erik Schlooz: “Wij zijn van mening dat de duurzaamheidsparagraaf voor elke taxateur en vastgoedeigenaar in Nederland beschikbaar moet zijn. Door data rechtstreeks uit verschillende bronnen op te halen, geven we snel inzicht in de duurzaamheidsparameters. Ook kan de eigenaar de resultaten van zijn gebouw opslaan in het digitale gebouwenpaspoort van Property Pass.”

Duurzaamheid de standaard
Met de duurzaamheidsparagraaf wordt duurzaamheid steeds meer een standaard bij het uitvoeren van een taxatie. Door het uitvoeren van meer taxaties met inzicht in de duurzaamheidsparagraaf worden meer referenties opgebouwd. Die referenties zijn nodig om onderzoek te doen naar de impact van duurzaamheid op de waarde. Als het bewijs toeneemt dat duurzaamheid financieel loont, dan kan dat een enorme duw in de rug zijn om te investeren in duurzaam vastgoed en daarmee het behalen van de Klimaatdoelstellingen. Daarnaast is het integreren van duurzaamheid in vastgoedtaxaties ook een acties uit het Klimaatakkoord (2019).

Meten en sturen op werkelijk energiegebruik

Gepubliceerd op

Er is een uniforme rekenmethode ontwikkeld die is het mogelijk maakt gebouwen snel te beoordelen op het werkelijke energiegebruik. staat voor De Werkelijke Energie intensiteit indicator, kortweg WEii, maakt inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen zo direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

De ambitie van het Klimaatakkoord is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% ten opzichte van 1990. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor het realiseren van deze doelstelling vooral ingezet op het vaststellen van een wettelijke eindnorm voor de energetische kwaliteit van gebouwen in 2050. Daarom moet bijvoorbeeld nieuwbouw voldoen aan de BENG-norm, die is vastgesteld aan de hand van de methode NTA 8800. In de praktijk blijkt er echter een mismatch te zijn tussen het werkelijke energiegebruik van gebouwen en het energiegebruik dat verwacht wordt op basis van een theoretische berekening. WEii is, in tegenstelling tot BENG, ontwikkeld om wel inzicht te geven op de werkelijke energie-intensiteit van gebouwen.

Paris Proof-aanpak
WEii is een initiatief van DGBC en TVVL. Beide organisaties zijn overtuigd van het belang van meten op werkelijk energiegebruik. En ze werken dan ook al volgens dat principe: DGBC introduceerde in 2017 de Paris Proof-aanpak en TVVL is de initiator van WENG (Werkelijk EnergieNeutraal Gebouw). Die twee doelstellingen voor gebouwen zijn nu verwerkt tot scores op de WEii-ladder, die loopt van heel onzuinig via Paris Proof tot WENG.

Voor en door de markt
WEii is ontwikkeld voor en door de markt. Diverse overheidsinstanties en gezaghebbende marktpartijen hebben de afgelopen jaren in allerlei vormen meegewerkt aan de ontwikkeling van de rekenmethode, van TNO tot E-Nolis en van DWA tot het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast is er voor de methode al interesse onder handhavers. Bijvoorbeeld omgevingsdiensten kunnen WEii gebruiken om de energieprestaties van gebouwen snel en correct in beeld te brengen en daarop te handhaven.

Eenvoudig en laagdrempelig
Martin Mooij is als programmamanager namens DGBC bij de ontwikkeling van WEii betrokken. Hij ziet grote kansen als het gaat om de toepasbaarheid van de tool. “Het is echt eenvoudig, je hoeft geen techneut te zijn om dit in te vullen.” Dat is volgens hem van groot belang, omdat de energietransitie ‘voor iedereen begrijpelijk moet zijn’. Daarom blijft hij ook hameren op het meten op het werkelijke energiegebruik: “Het is toch niet meer uit te leggen dat een gebouw een goed energielabel heeft, maar toch te veel energie gebruikt. Het theoretische en gebruik in de praktijk is met WEii direct terug te brengen tot één eenheid: het werkelijke energiegebruik.”

Nieuwe tool berekent invloed ventilatie op besmettingskans via aerosolen

Voor de derde maal heeft het Masterplan Ventilatie een gratis tool ontwikkeld die professionals helpt de ventilatie in gebouwen te ...
Verder Lezen

Cijfers en tabellen over energiegebruik en -besparing nu online

Kennisinstituut ISSO heeft een nieuwe versie ontwikkeld van het nu online te raadplegen ‘Energiecijfers en -tabellen’. Voorheen was dit werk ...
Verder Lezen

Quickscan ventilatie in scholen is beschikbaar

De Quickscan ventilatie in scholen is beschikbaar gekomen. Het is de tweede tool van Masterplan Ventilatie. Met deze quickscan kunnen ...
Verder Lezen

Masterplan gebouwventilatie in de maak

Goede ventilatie in gebouwen helpt verspreiding van het coronavirus tegengaan. Maar wanneer is een gebouw goed geventileerd? Verschillende experts in ...
Verder Lezen