Tag Archives: all-electric

NEN-norm

Gepubliceerd op

Met de verduurzaming van onze energievoorziening lijkt het erop dat we ook afscheid gaan nemen van de traditionele meterkast of toch niet? Op dit moment buigt een NEN-commissie zich over een mogelijke aanpassing van de norm. Welke impact heeft ‘van aardgas los’ precies op de indeling? En, wordt het werk van de installateur er makkelijker of juist moeilijker op?

Zoals we allemaal weten zijn meterruimtes in Nederland de plek waar aansluitingen op netwerken van nutsvoorzieningen (water, gas, warmte, elektra, telecom) in een woning bij elkaar komen. Naast een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn ook de betrouwbaarheid en de veiligheid van een meterruimte van belang. De Normcommissie Meterruimten van NEN ziet het als haar maatschappelijk taak om onveilige situaties en meterbranden te voorkomen. IZ sprak met consultant Saskia Schulten en normcommissievoorzitter Marcel Wennekes (ABB) over de marktconsultatie over de meterkast van de toekomst, die nu plaatsvindt.

Concepten
Wie van 9 november tot 11 december afreisde naar Nieuwegein kon 9 concepten van toekomstige meterkasten bewonderen. Ze stonden opgesteld in de Woonindustrie. Installateurs, architecten, adviseurs en andere partijen in de bouwkolom mochten er naar hartenlust op schieten. De bedoeling was om zoveel mogelijk input te vergaren voor de Normcommissie die zich nu buigt over NEN 2768 (Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen). Deze input wordt gebruikt om de conceptopstellingen te evalueren en de kansrijke uitvoeringen verder door te ontwikkelen.

Veranderingen
Wat is er aan de hand? Door de verduurzaming van onze energievoorziening verdwijnt zo zoetjes aan de aardgasgestookte cv-ketel uit de nieuwbouw. Tegelijkertijd staan andere installaties te dringen om een plekje. De douche-wtw bijvoorbeeld of laadapparatuur voor elektrische voertuigen. Ook dreigt de temperatuur in de meterkast op te lopen door de zwaardere belasting van installaties, klimaatverandering en betere isolatie van nieuwbouwwoningen.

Technische ruimte?
De normcommissie heeft naar aanleiding van deze ontwikkelingen overwogen om van de meterkast een technische ruimte te maken. Op die manier zou een breed scala aan installaties kunnen worden opgenomen in de meterkast. Dat idee is om praktische redenen losgelaten. Een belangrijk obstakel vormt de warmtelast. Op het moment dat de meterkast een technische ruimte wordt, heb je een warmteberekening nodig. Dat is een vrij ingewikkelde exercitie. Vandaar dat de normcommissie deze optie laat schieten. De meterkast blijft dus dezelfde doelstelling en functie behouden in de toekomst, dat staat inmiddels wel vast.

Ruimtebeslag
Ruimtebeslag, we hadden het er al eerder over, vormt ook een belangrijk thema dat is meegenomen in de marktconsultatie. Bij de proefopstelling in Nieuwegein waren dan ook meterkasten te beoordelen in verschillende formaten en met verschillende indelingen. Dat heeft deels te maken met de verduurzaming van installaties, maar ook met wensen van bewoners, installateurs en netbeheerders.

Aanpassingen
Bewoners willen graag meer ruimte. Nu al is het een vertrouwd beeld: je trekt de deur van de meterkast open en wordt direct bedolven onder de paraplu’s, stofzuigers, flessen terpentine, schoenen en wat dies meer zij. Met de trend richting ‘van aardgas los’ komt die ruimte beschikbaar. Een optie is om de meterkast dan aan te passen. Bijvoorbeeld door het deel voor de netbeheerder kleiner te maken, van 1.60 m naar 1.30 m om precies te zijn. Het bovenste deel is dan voor bewonersinstallaties. Een fysieke afscheiding tussen beide gedeeltes moet dit verduidelijken.

Kleiner maken
Het is natuurlijk ook mogelijk om de afmetingen van de meterkast zelf te wijzigen. Bijvoorbeeld door hem slechts 55 cm breed te maken of de totale hoogte te beperken tot 1.30 m, precies het deel dat nodig is voor de noodzakelijke installatievoorzieningen. Of je brengt een fysieke scheiding aan tussen het deel van de netbeheerder en de bewonersinstallaties. In dat geval krijgt een installateur elders in de woningen toegang tot zijn gedeelte. Hiermee speel je ook gelijk in op een trend om kleiner te gaan wonen, de zogenaamde ‘Tiny Houses’.

Geveloplossingen
Over het algemeen willen netbeheerders en installateurs liever niet de woning in. Begrijpelijk. Werkzaamheden brengen altijd het nodige ongemak met zich mee voor bewoners en ook de monteur kan zich beperkt voelen in zijn bewegingsruimte. Vandaar dat de Normcommissie ook nadenkt over geveloplossingen met een netbeheerdersdeel dat van buiten en een installatiedeel dat van binnenuit bereikbaar is. Theoretisch gezien zou het ook mogelijk zijn om twee kasten naast elkaar te plaatsen, waarvan de ene bestemd is voor warmte en de andere voor data, elektra en water. Het geheel wordt dan wel vrij breed.

Hoogbouw
Voor de hoogbouw denkt de Normcommissie in soortgelijke oplossingen. In plaats van twee meterkasten van 77 cm breed, zou wellicht de ene 55 cm en de andere 77 cm breed kunnen worden.

Materialisatie
Qua materiaalgebruik lijkt er weinig te veranderen. Uiteraard blijft brandveiligheid een issue, zegt de Normcommissie. Wellicht leiden nieuwe inzichten op termijn wel tot een andere materialisatie.

Kritiek
De Normcommissie heeft er bewust voor gekozen om de conceptkasten aan een breed publiek te laten zien. Dat leverde al de nodige input op. Zo vragen installateurs zich af hoe het zit met de ventilatie in de variant met een tussenschot. Een oplossing is om de plaat te perforeren, zodat er wel luchtdoorstroming plaatsvindt. De kleinere varianten bieden wellicht niet voldoende ruimte om alle meters weg te werken. Zeker als in de toekomst woningen mogelijkerwijze een waterstofmeter erbij krijgen. Daarnaast kan de temperatuur nog steeds oplopen in de prototypen van de meterkasten. Hoe ga je daarmee om?

Techniek Nederland
Techniek Nederland is ook betrokken bij de Normcommissie. Omdat het aantal installaties in de woningbouw toeneemt, is de meterkast in het verleden van 75 naar 77 cm verbreed, zodat twee installatiekasten naast elkaar passen. Door het netbeheerdersdeel kleiner te maken, ontstaat er ruimte voor twee installatiekasten boven elkaar. Daarnaast besteedt de branchevereniging veel aandacht aan de bereikbaarheid van de meterkast. In deze tijd, waarin het steeds moeilijker lijkt te worden om het personeelstekort op te vullen, is het van elementair belang dat service- en herstelwerkzaamheden zo veilig, snel en makkelijk mogelijk kunnen plaatsvinden.

Rijk aanbod
Hoe de meterkast van de toekomst eruit gaat zien, is dus nog de vraag. De Normcommissie denkt niet aan één variant, maar aan meerdere varianten die elk tegemoet komen aan andere eisen en behoeftes. Er is nog een ander aandachtspunt. Nu mag de meterkast maximaal 3 m van de toegangsdeur van een woning verwijderd zijn. De Normcommissie zou dat graag willen oprekken tot bijvoorbeeld 3,6 m. Zo ontstaat er meer flexibiliteit voor inpassing van de meterkast in een woning. Overigens geldt NEN 2768 alleen voor nieuwbouw of grootschalige renovatieprojecten. Voor bestaande woningen zijn de toekomstige aanpassingen in NEN 2768 niet verplicht.

Vorm
Het is dus nog even de vraag hoe de nieuwe NEN 2768 er precies uit gaat zien. De Normcommissie wil daar dit jaar uitsluitsel over geven. Tot dan zult u het dus als installateur in het slechtste geval nog even moeten doen met volgestouwde en soms te grote meterkasten 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Normen voor leidingsystemen van kunststof herzien

Drie normen voor eisen en beproevingsmethoden op het gebied kunststofleidingsystemen van slagvast polyvinylchloride (PVC) voor gasvoorziening zijn herzien en onlangs ...
Verder Lezen

Herziene norm voor de algemene installatiepraktijk gepubliceerd

NEN 4010 is herzien. Dit is de norm met eisen voor de algemene installatiepraktijk van laagspanningsinstallaties. NEN 4010 is bedoeld ...
Verder Lezen

Norm voor rookgasafvoer ter commentaar gepubliceerd

De norm voor gebouwgebonden rookgasafvoersystemen, NEN 2757-2, is voor commentaar gepubliceerd. De norm wordt aangewezen door het Bouwbesluit 2012. Tot ...
Verder Lezen

NEN test norm voor installaties leidingwater in digitale vorm

NEN wil haar normen in een digitale vorm aanleveren, zodat de gebruiker deze makkelijker kan toepassen. Als experiment wordt de ...
Verder Lezen

Happy met All-electric?

Gepubliceerd op

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen. Wijd en zijd wordt een All-Electric installatieconcept met warmtepomp en vloerverwarming gepropageerd als de ideale oplossing. Hiermee ligt namelijk een optimale BENG-score in het verschiet. Maar gaan we daarmee niet voorbij aan het echte doel van verwarmen, vraagt Rob Verbrugge van Verbrugge Klimaatadvies zich af?

Niet de woning maar de mens moet het uitgangspunt zijn en die wil zijn eigen warmte kunnen bepalen, op die plek en op het tijdstip dat hij dat wenst. Tijdens inactieve periodes wil hij voelbare warmte ervaren en dat gaat lang niet altijd met de laagwaardige warmte van een warmtepomp.

All Electric
Sinds 2020 mogen nieuwbouwwoningen geen aansluiting meer hebben voor aardgas. Sindsdien winnen All-Electric-concepten met warmtepompen rap aan populariteit. Maar er zijn uiteraard meer oplossingen mogelijk. Ook individuele lokale verwarming als hoofd- of bijverwarming is zeer kansrijk.

Geschiedenis

All-Electric begon in 2012-2013 schoorvoetend. Een van de eerste geslaagde projecten was van de hand van architect Renz Pijnenborgh, die met een geheel eigen visie de zogenaamde Brabantwoning ontwikkelde. Slim, doordacht en veelal met natuurlijke materialen uitgevoerd, realiseerde hij in Boskant, gemeente Sint Oedenrode, uitstekend functionerende All-Electric woningen voor de plaatselijke woningcorporatie. Iedere moderne bouwer of adviseur zou van Pijnenborgh nog veel kunnen leren voor de (BENG-) woning van morgen.

Gemeengoed
Vandaag is All-Electric gemeengoed geworden en geniet het een hoge mate van populariteit. Maar voldoet het concept wel aan alle wensen? Kloppen de prognoses en levert deze installatie-oplossing ook het zo gewenste eindproduct, namelijk behaaglijke warmte op de plek en het tijdstip dat de bewoner dat wenst?
Wat is een comfortabele woning?
Denken dat All-Electric het vervangen van de cv-ketel is door het plaatsen van een warmtepomp, is te kort door de bocht. Niet alleen verschillen de aanschafkosten, ook op technisch gebied verandert er veel. Het kleinere vermogen van de warmtepomp is namelijk bij installatietechnische onvolkomenheden niet vergevingsgezind, zoals de cv- ketel dat nog wel was. Vloerverwarming als laag temperatuursysteem is mede ingegeven door de mogelijkheden van onder andere warmtepompen vaak de eerste keuze. Het rendement is heilig, er wordt meestal meer waarde aan gehecht dan de bewonerswensen. Bouwers, adviseurs en zelfs de installateur, de expert bij uitstek op het gebied van warmte, gaan ervan uit dat de luchtkolom in de woning op twintig graden altijd de juiste behaaglijkheid biedt. Helaas klopt deze aanname niet.

Onvoldoende flexibel
Je over deze materie kritisch uitlaten, vraagt bijna om verkettering. De normopstellers, bouwers, adviseurs en fabrikanten van warmtepompen zijn tenslotte allemaal in hun nopjes met de combinatie van warmtepomp en vloerverwarming. Toch zijn er ondertussen ruim voldoende voorbeelden van bewoners die minder goed te spreken zijn over hun verwarmingssysteem. Ze krijgen namelijk de ruimte wel keurig op een temperatuur van twintig graden, maar ervaren nauwelijks behaaglijke warmte. Waar de moderne mens door technische innovaties vrijwel alles op zijn eigen gekozen moment kan regelen, kan dat met zijn All-Electric installatie absoluut niet. Ervaar je in de avonduren tijdens inactieve momenten onvoldoende warmte, dan is de ultra lage temperatuurverwarming niet in staat hier (snel) wat aan te doen.

Vloerbekleding
Daarnaast is dit afgiftesysteem niet met elke vloerbekleding te combineren, hoewel verkopers van hout, laminaat en tapijt dat wel roepen. Stenen vloeren geven door hun lage warmteweerstand nog enigszins warmte af, maar andere vloersoorten doen dit door hun hoge weerstand niet of nauwelijks. De ruimte blijft weliswaar eenvoudig op een temperatuur van 20 graden, maar enige vorm van warmtebeleving wordt niet meer ervaren. All-Electric installaties met vloerverwarming hebben eigenlijk aanvulling nodig van snelle flexibele stralingswarmte op plekken waar de bewoner inactief is.

Verdiepingen
Op de verdiepingen is het vloerverwarmingssysteem vanwege zijn traagheid niet in staat om op een flexibele basis snel warmte af te geven. En dat is problematisch. Zeker in deze tijd van thuiswerken wil de bewoner snel zijn afgiftesysteem kunnen bijsturen en daar zijn andere systemen beter in dan vloerverwarming.

Elektrische vloerverwarming
De elektrische variant van vloerverwarming werkt aanzienlijk sneller, is lokaal inzetbaar en de warmte voelt behaaglijker aan. Maar hier worden de elektriciteitskosten, het benodigde vermogen en de normeisen weer als nadelen ervaren. Het is echter mogelijk om daar creatieve en duurzame warm tapwater- en ventilatieoplossingen voor te bedenken. Daarnaast valt dit in andere verblijfsruimten eenvoudig te combineren met lokale verwarming, waardoor er een minder hoog vermogen nodig is. Bij deze oplossingen wordt vaak te snel gedacht aan het nadeel van een COP=1, terwijl er juist volop voordelen en mogelijkheden zijn.

De kern
Het lijkt erop, dat onze zoektocht naar duurzaamheid ons doet vergeten waar verwarmen echt om gaat. De mens wil flexibele voelbare warmte op de plek en het moment dat hij daar behoefte aan heeft. Deze heeft hij al die jaren verkregen door een combinatie van straling en convectie als warmteoverdrachtsoorten. De verwarmingssector heeft haar kennis hierover laten versloffen. Wie weet er nog dat echte warmte immer stralingswarmte is en dat luchttemperatuur slechts het verschil tussen de lucht en de mens kan verkleinen, waardoor men minder warmte verliest? Luchtverwarming is in feite helemaal geen vorm van verwarming, maar een vorm van isolatie.

Experts in warmte
Als de mens kou ervaart, heeft hij behoefte aan snel te verkrijgen voelbare warmte. En dat is uitsluitend te realiseren met installaties die stralingswarmte leveren. In de All-Electric woning kan dat in de vorm van een lokaal warmteafgiftesysteem, bijvoorbeeld boven de zithoek. Nu zien we dat bewoners dit oplossen met fleecedekens, elektrische blaaskacheltjes of het plaatsen van vervuilende houtkachels. Ik pleit ervoor dat installatiebedrijven weer verwarmingsexperts worden. Deskundigen die echt kijken naar wensen en behoeften en daar creatief invulling aan geven met inachtneming van de geldende normen. Warmte is een vak en is méér dan 24 uur per dag dezelfde temperatuur leveren. Als een bewoner kou ervaart, wil hij snel worden opgewarmd. Als dit uitgangspunt weer de standaard wordt, dan wordt iedereen echt happy met All-Electric 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric vakantieparken

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric en gasloze vakantieparken van Nederland. Eigenaar Bas Hobelman van Betteld-Cadzand: “We zijn op ...
Verder Lezen

All electric vraagt kennis, kunde en zorgvuldigheid

Gepubliceerd op

Voor optimaal comfort van een all-electric verwarmingstoepassing is de bewoner afhankelijk van de bouwkundige details. Deze moeten goed toegepast en uitgevoerd worden door de ontwerper en installateur om zodoende comfortklachten te voorkomen. Dit vraagt de nodige kennis en kunde van zowel ontwerper als installateur. Een ander punt van aandacht is het formaat van het voorraadvat, die – afhankelijk van de gezinssituatie – al gauw een inhoud van 200-300 liter water vraagt.
Als aan bovenstaande vereisten is voldaan, is het installeren van een all-electric verwarmingsoplossing een prima oplossing voor nieuwbouwhuizen. Maar daarmee ben je er qua duurzaamheid en energiebesparing nog niet. Je kunt nóg meer energie besparen door het systeem goed te laten inregelen (tot 20% besparing), toepassing van zoneregeling bij vloerverwarming (tot 10% besparing) en laten installeren van thermostatische radiatorventielen (tot 10% besparing). Deze energiebesparende opties zorgen voor maximale besparing én maximaal comfort.
Toepassing van een all-electric variant in de bestaande woningbouw wordt een behoorlijke uitdaging. Het is noodzakelijk om de woning grondig te isoleren (label A niveau) anders wordt er teveel ingeleverd op zowel rendement als comfort. Voor woningen gebouwd voor 1970 is het zelfs nodig een extra schil om de woning aan te brengen. Daarnaast is het nodig om het afgiftesysteem aan te passen naar een laag-temperatuursysteem. En ook hier een groot punt van aandacht: waar wordt het voorraadvat geplaatst (rekening houdend met formaat en gewicht).
Het toepassen van een all- electric verwarmingstoestel in een bestaande woning vergt een uiterst zorgvuldig ontwerp en dito uitvoering waarbij de slotsom vaak luidt: te duur. Om een dusdanige ingrijpende en kostbare verbouwing te voorkomen zou een hybride verwarmingssysteem voor de bestaande woningbouw een haalbare en betaalbare oplossing zijn.

Anne Jaap Deinum, Branchemanager
De Nederlandse Verwarmingsindustrie

 

Op onze nieuwsbrief abonneren

Positief vooruitkijken

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we aan de vooravond van memorabele kerstdagen en een jaarwisseling zonder vuurwerk ...
Verder Lezen

Rol van ventilatie onderschat

De Nederlandse overheid stelt 360 miljoen euro beschikbaar om schoolbesturen en gemeenten te helpen bij het aanpassen van de ventilatiesystemen ...
Verder Lezen

Subsidies en financiële regelingen in de projectenmarkt

Na een jaar lang proberen, onderzoeken en uitwerken in de praktijk, keert het tij voor wat betreft de uitvoering van ...
Verder Lezen

Bestendig voor de toekomst

We zijn op weg naar de verkiezingen van de Tweede Kamer in 2021. Het kan u bijna niet ontgaan zijn ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Gepubliceerd op

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’.

De warmtepomp begint zo zoetjes aan wel ingeburgerd te raken, vertelt Erwin Tuijtel van Alklima-Mitshubishi Electric. “Wij merken dat bijvoorbeeld aan de grote groep installateurs die zich laat bijscholen en de blijvende groei van het aantal projecten waarin warmtepompen worden geplaatst.”

Beperkingen waterstof
Toch is er een hevige discussie gaande welke weg we nu moeten inslaan: richting een All-Electric maatschappij waarin een belangrijke rol is weggelegd voor warmtepompen of biedt een waterstofeconomie uiteindelijk meer perspectief? “Een All-Electric approach met warmtepompen heeft een aantal voordelen”, zegt Wilco Henzen van LG. “Zo kan je er naast verwarmen, ook mee koelen. Bovendien zijn warmtepompen makkelijk te integreren in installatieconcepten met PV-panelen en opslag in accu’s.” En interessant al die aandacht voor waterstof, “maar het is nog maar de vraag welke risico’s deze warmtedrager met zich meebrengt”, waarschuwt Henzen. “Daarom blijf ik benadrukken dat de branche en klanten daarover goed geïnformeerd dienen te worden door onafhankelijke partijen als ISSO, Techniek Nederland en TVVL.” Toch zou er een rol kunnen zijn weggelegd voor waterstof, denkt de LG-specialist. “Bijvoorbeeld in binnenstedelijke gebieden, waar de warmtepomp moeilijker toe te passen is.”

Trias Energetica
Ook Tuijtel heeft een uitgesproken mening over waterstof. “Bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Nederland moeten we gebruik maken van meerdere technieken om ons doel te behalen. Ik zie echter meer kansen voor waterstof in de industrie en het transportwezen en eventueel een stuk seizoensopslag van energie. Als voorstanders van waterstofketels zeggen dat je zo eenvoudig een aardgasgestookte cv-ketel kan vervangen door een waterstofvariant in de bestaande bouw, gaan ze voorbij aan de principes van de Trias Energetica. Je zal vroeg of laat toch de hele woning onder handen moeten nemen, door extra te isoleren om de energievraag terug te dringen. In de vergelijking met waterstof wordt vaak vergeten te kijken naar het rendement van de opwekking tot en met de levering van nuttige warmte. Het rendement van deze totale keten is voor de warmtepomp een stuk gunstiger.”

Proven Technology
“Bovendien”, vervolgt Tuijtel, “kunnen we de warmtepomp nu wel scharen onder de noemer ‘Proven Technology’. Het is een techniek die zichzelf al bewezen heeft, de branche raakt er steeds meer mee bekend. De waterstofketel daarentegen moet zichzelf nog bewijzen.”

Hybride installaties
Een andere discussie heeft te maken met het tempo waarin we eventueel een All-Electric maatschappij realiseren. Is een tussenstap met hybride installaties in bestaande woningen zinvol of tijd- en geldverspilling? Henzen en Tuijtel denken van niet. “De financiële haalbaarheid en het ambitieniveau van de opdrachtgever zijn van doorslaggevend belang”, zegt Henzen. Oftewel, loont het in zijn ogen en acht hij het mogelijk om geld te steken in het eventueel upgraden van zijn woning, zodat die geschikt is voor een warmtepomp en een lt-afgiftesysteem?” Tuijtel vult aan: “hybride installaties in de bestaande bouw zijn een tussenstation, maar geen eindoplossing. Uiteindelijk moeten we natuurlijk wel naar een volledig CO2-neutrale oplossing en daar pas het stoken van fossiele brandstoffen niet bij.”

Stroomgebruik
Zal een All-Electric maatschappij geen overbelasting van het net met zich meebrengen? Volgens Tuijtel loopt het zo’n vaart niet. “Allereerst daalt de energievraag omdat we overschakelen op energiezuinige oplossingen en we de vraag beperken volgens de principes van de Trias Energetica. In de nieuwbouw met een nieuw elektriciteitsnetwerk kunnen we bovendien vooraf al rekening houden met de invulling van de vraag, dus daar voorzie ik geen problemen. Het is natuurlijk een ander verhaal als je te maken krijgt met een oud elektriciteitsnetwerk.” Voorstanders van een waterstofeconomie wijzen graag naar de laatste situatie, “maar dan zou ik willen zeggen: ‘ook een bestaand gasnetwerk geschikt maken voor waterstofketels brengt uitdagingen met zich mee’. Kortom, voor de beste oplossing moet je altijd kijken met een integrale blik.”

Batterijen
Bovendien wordt de accutechniek steeds beter. “Het gaat daarbij niet alleen om de fabricage, materiaalkeuze en het ruimtebeslag, maar ook om de integratie in slimme installatieconcepten”, vertelt Henzen. Hij legt uit hoe je via de aansturing vanuit Smart Grids op verschillende schaalniveaus ervoor kan zorgen dat de daadwerkelijke bijdrage van een energieopslagmedium tot een minimum kan worden beperkt. En, dat ook seizoensinvloeden hierin een rol spelen. De noodzaak om energie op te slaan is uiteraard kleiner tijdens de zomermaanden dan de herfst en winter. Tot slot verwacht Henzen ook dat met een verdere opschaling van het gebruik en de productie de prijzen van accu’s omlaag zullen gaan.

Kennisniveau
De warmtepomp begint dus al ingeburgerd te raken, maar hoe is het gesteld met het kennisniveau van de installateur? Volgens Tuijtel heeft de traditionele cv-installateur nog moeite om mee te komen. “Vooral als het aankomt op de onderliggende principes, hoe de warmtepomp precies functioneert.” Hij hamert nog maar eens op het belang van opleiden. Henzen beaamt dat vooral “de partijen die trainingen volgen, goed thuis zijn in de techniek”. En, een leuk weetje: “Tegenwoordig kloppen er naast kleine installateurs ook steeds meer architecten en bouwkundige aannemers bij ons aan om zich te laten bijspijkeren. Een warmtepomp plaatsen heeft ook bouwkundige consequenties, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtebeslag en op zulke gebieden ontbreekt het nog wel eens aan de juiste kennis.”

Trends en toekomst
Waar gaan we naartoe de komende jaren? Zal de versobering van de salderingsregeling bijvoorbeeld consequenties hebben voor de populariteit van geïntegreerde installatieconcepten met warmtepompen en PV-panelen? “Tuijtel denkt van niet. “Sterker nog ik denk dat die maatregel de ontwikkeling van opslagmedia en Smart Grids gaat stimuleren. En dan denk ik in het eerste geval niet alleen aan accu’s, maar ook aan thermische opslag en opslag door middel van waterstof.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

BENG, een update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘Stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

Gasloos sportcentrum

Gepubliceerd op

ALL ELECTRIC TEGEN EEN AANTREKKELIJKE PRIJS

 

Hij ging in 1991 bij Hellebreekers Technieken aan de slag en werkt er nog steeds. Marcel van den Berg kan je wel honkvast noemen. Het zijn vooral de goede sfeer, doorgroeikansen en nicheklussen die hem binden. Zo’n nicheklus werd onlangs gerealiseerd in Hilvarensbeek.

Pa schopte het tot Hoofd Storingen bij een energiebedrijf, hijzelf kluste er al tijdens zijn tienerjaren bij. De keuze voor installatietechniek lag dan ook voor de hand. Toen Marcel van den Berg stage liep bij Hellebreekers Technieken was hij meteen verkocht. “Ik zat op de afdeling Zwembaden en dat was zo gevarieerd. Klimaatbeheersing, elektra, waterbehandeling… Als je een zwembad kan ontwerpen, realiseren en onderhouden, kan je alles.” Van den Berg bleef bij Hellebreekers en groeide door van tekenaar tot Commercieel Manager Sport & Recreatie. Vanuit die hoedanigheid was hij ook betrokken bij de realisatie van De Roodloop, een multifunctioneel sportcentrum in Hilvarensbeek.

Lees het artikel verder op InstallateursZaken.nl

In de loop van het vierde kwartaal van dit jaar introduceert NIBE Energietechniek een nieuwe serie kwalitatief hoogwaardige elektrische boilers:  NIBE Melite. Dankzij de zelflerende SMART-temperatuurregeling zijn de nieuwe boilers extra energiezuinig (energieklasse B). De NIBE Melite-serie omvat vier uitvoeringen met een inhoud van 60, 80, 100 en 120 liter. Er is dan ook voor vrijwel elke situatie een passende boiler beschikbaar. De nieuwe NIBE Melite is bovendien zeer geschikt voor vervanging van een bestaande elektrische boiler of in nieuwbouw bij ‘all-electric’-concepten.