Category Archives: artikel

Ze zijn er weer

Gepubliceerd op

Na een korte onderbreking zijn de adviseurs van ArboTechniek weer gestart. Waar kun jij ze voor benaderen als het gaat om veilig en gezond werken in de techniek? Waar zijn ze te vinden? En waarom is het juist nu van belang om de veiligheid van werknemers in de techniek nog verder te bevorderen?

Heb je vragen over veilig en gezond werken? Kun je hulp gebruiken bij jou in je bedrijf? Wil je praktische ondersteuning? Dan zijn de adviseurs van ArboTechniek weer beschikbaar. Zij kunnen je helpen met allerlei praktische vragen over bijvoorbeeld werksituaties, het toepassen van de Arbocatalogus en stimuleren van veilig en gezond gedrag. Er is altijd een adviseur in de buurt! Een check op de website van ArboTechniek laat direct zien wie je kunt benaderen en onder welke voorwaarden. Zonder kosten voor de aanvrager.

Einde?
De ArboTechniek-adviseurs zijn niet nieuw. De afgelopen jaren ondersteunden zij al veel bedrijven. Maar toen liep het project ten einde. Projectleider ArboTechniek Theo-Jan Heesen zag het op zich afkomen, terwijl er nog steeds vragen binnen kwamen: “We zagen dat werkgevers en werknemers nog steeds actief advies zochten van de ArboTechniek-adviseurs. Maar het project, dat door zogenaamde ESF-gelden werd gesubsidieerd, liep af. En dan komt er altijd een onnatuurlijk moment van stoppen. Dat voelde ook best zo, ook al zagen we het aankomen. Immers, er is genoeg te doen als je de binnenkomende vragen mag geloven.”

Resultaten vroegen om vervolg
Het project heeft een enorm bereik gehad en de impact was groot. Vooraf werd gemikt op het bereiken van 500 bedrijven; maar dit bleek een onderschatting van het aantal vragen. Uit de evaluatie van het project blijkt dat de adviseurs kundig zijn, dat zij veel sectorkennis hebben en dat bedrijven hun diensten als heel concreet hebben ervaren. Barry Sikkens, projectmanager van de ArboTechniek-adviseurs en voorheen zelf ook als actief in het team, is enthousiast: “De basis die werd opgebouwd is goud waard; dus ik had maar één wens: koesteren en voortzetten.” Maar dat was vooral een beslissingen van de sociale partners, die onlangs besloten het project voort te zetten. Heesen: “Het duurde even omdat tussendoor ook de cao-onderhandelingen plaatsvonden. Dan staat alles even stil en voeren andere gesprekken de boventoon. Maar toen die waren afgerond was het vrij snel helder: we konden door! De persoonlijke 1-op-1-benadering en laagdrempelige ondersteuning gecombineerd met de expertise van de adviseurs overtuigden de sociale partners. Maar vooral ook de urgentie: veilig en gezond werken verdient echt aandacht.”

Genoeg te doen
En dat het doorgaat is maar goed ook! Er zijn ongeveer 10.000 bedrijven in onze branche, waarvan meer dan de helft 25 medewerkers of minder in dienst heeft. Er is dus genoeg te doen! Sikkens: “Er zijn nog veel bedrijven waar we nog niet op bezoek zijn geweest en dat blijkt ook wel uit het feit dat we nog steeds aanvragen kregen ondanks dat het project was afgerond. Dat zagen we ook aan het einde van het project niet verminderen; integendeel. We kunnen dus nog jaren vooruit. Er is ook een groep bedrijven die het misschien nog niet weten, maar ons wel nodig hebben. Die moeten we bereiken, dáár ligt de uitdaging. Al is het maar om ze aan het denken te zetten over het belang van veilig en gezond werken. Dat besef, gecombineerd met ons advies draagt bij aan een veiligere werkomgeving in de branche. En dat willen we toch allemaal?”

Juist als het druk is
Juist nu is misschien die alertheid van bedrijven en medewerkers er één die gevoed moet worden. De werkdruk is hoog nu het bouwen van woningen topprioriteit is en de energietransitie in Nederland in volle gang is. Dit terwijl er grote tekorten zijn op de arbeidsmarkt die ook de bedrijven in de techniek raken. Sikkens: “Het is een mega-opgave waar de mensen in de techniek voor staan. En natuurlijk blijven we ook innoveren, waardoor nieuwe technieken worden toegepast. Het zijn factoren die een rol spelen in het dagelijks werk van de mensen. Die leiden tot haast, snel acteren en een gevoel van overbelast zijn. Maar hierdoor kan men ook wat minder bewust omgaan met veiligheid en gezondheid. In die waan van de dag is het fijn een partner te hebben die met je meekijkt en zorgt dat iedereen elke avond weer veilig thuis komt. En die partner is de ArboTechniek-adviseur.”

Deels nieuw team
Het team van adviseurs bestaat uit bestaande én nieuwe gezichten. Sikkens: “Ja, zo gaat dat. Maar het team dat er nu staat, met een vertegenwoordiging in alle regio’s, is er klaar voor. Met hun kennis en expertise en vooral de betrokkenheid die zij voelen bij de sector, staan ze klaar voor ieder bedrijf. Ik zou zeggen: twijfel niet en benader ze gewoon. Wat voor vraag over veilig en gezond werken je ook hebt.”

Ook de leerkringen starten weer
Ook de leerkringen van ArboTechniek starten weer op. Heesen: “We weten dat mensen van elkaar leren. En de leerkringen bieden die mogelijkheid.” In de regionale leerkringen ‘Veiligheid en Gezondheid’ wisselen arbofunctionarissen, preventie- en veiligheidsmedewerkers met elkaar van gedachten over veilig en gezond werken. Ervaringen over onderwerpen zoals het vergroten van de betrokkenheid van collega’s bij het arbobeleid, de ongevallenregistratie en aanspreekgedrag van medewerkers worden tijdens leerkringen gedeeld en besproken. “Het is een fijne manier om van elkaar te leren, weten we vanuit eerdere ervaringen. Dus we zijn blij dat deze ook weer beginnen. Aanmelden kan via de website”, aldus Heesen.

Nieuwe tools
Ondertussen wordt ook gewerkt aan nieuwe instrumenten. Heesen: “We willen de ArboTechniek Veiligheidsapp verder verbeteren en uitbreiden. Die innovaties staan ook niet stil. En we gaan bijvoorbeeld werken aan een online tool die je snel kan laten zien wat je nodig hebt om in een werkbak te kunnen staan, en wanneer dit wel of niet is toegestaan. Het zijn voorbeelden waarmee we verder gaan.” 

ArboTechniek

ArboTechniek is het platform van de sociale partners in de technische isolatie- en isolatiebranche dat zich inzet voor veilig en gezond werk. Met bijvoorbeeld Arbocatalogi, activiteiten en toolboxen helpt ArboTechniek werkgevers en werknemers in onze branche.

App

Werk jij in de installatie- of isolatiebranche en wil je altijd kunnen beschikken over de laatste informatie over veilig en gezond werken? Of ben je leidinggevende en wil je dat jouw medewerkers zich altijd kunnen inlezen over veilig werken? Dan is er nu de nieuwe gratis ArboTechniek Veiligheidsapp! Download ‘m nu via arbotechniek.nl/app

Adviseurs

Heb je vragen over veilig en gezond werken? Kun je hulp gebruiken bij jou in je bedrijf? Wil je praktische ondersteuning? Dan zijn er arbo-adviseurs die graag bij je langs komen. Neem contact op met een adviseur bij jou in de buurt via arbotechniek.nl/adviseurs

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installatiegemak en veiligheid

Een goed werkende installatie, of die nu ondersteund wordt met een elektrische warmtepomp of met een gas-hybride installatie, heeft een ...
Verder Lezen

Schijnveiligheid is het nieuwe gevaar

Brandveiligheid is meer dan alleen een rookmelder plaatsen in een woning. Er kan een vals gevoel van veiligheid ontstaan. Want ...
Verder Lezen

Maximale veiligheid rookgasafvoer, beugelen!

Het thema gasloos bouwen is ‘hot’, toch is vrijwel elke woning in Nederland nog aangesloten op gas. Jaarlijks overlijden er ...
Verder Lezen

Stilstaan bij veiligheid op de werkvloer

Vandaag wordt voor de tweede keer ‘Bewust Veilig’ gehouden. Ruim 58.000 medewerkers in de bouw- en infrasector en de installatiebranche ...
Verder Lezen

High end innovatie

Gepubliceerd op

Er komen steeds meer geïntegreerde duurzame woonconcepten op de markt. Toch blijft het voor gebruikers in veel gevallen nog pionieren. Zo ook voor Huub Lambriex en zijn vrouw Ester van Kuffeler, die een kalkhennephuis met duurzame installatietechniek lieten bouwen in het Friese Oudega.

Lambriex woonde jarenlang in Heemstede, maar had een vakantiehuis in Friesland. Daar raakte hij onder de bekoring van het landschap en de rust. Toen zich een kans voordeed om in Oudega een ecologische woning te realiseren, greep hij die met beide handen aan.

Eisen
De voormalige ondernemer legde een lijstje neer met duidelijke eisen. “We wilden een ecologisch verantwoorde woning. Niet te hoog en gestroomlijnd, omdat we hier aan het water op een windrijke locatie zitten”, vertelt hij.

Kalkhennep
Het echtpaar schakelde architectenbureau Werkstatt in voor het ontwerp. Zowel het huis als het bijgebouw zijn opgetrokken in kalhennep, dat is gestort in lagen. Een bijzondere keuze. “Kalkhennep biedt een aantal voordelen. Het ‘ademt’, haalt CO2 uit de lucht, is brandwerend, heeft isolerende en akoestische kwaliteiten en is aan het einde van de levensduur makkelijk te composteren.”

Stucwerk
De kalkhennep bestaat uit de houterige kernen van de hennepstengels, gemengd met water en kalk. Het wordt gestort in een bekisting en hardt in de lucht uit. De muren van de Oudegase woning zijn aan de binnenkant gestuct met kalk en bij het noord- en zuidwesten waar de weersinvloeden het sterkst zijn, is ook aan de buitenkant kalkstuc aangebracht.

Hout
Zowel de woning als het bijgebouw hebben een zinken dak met spouw en isolatielaag van hennepwol. Voor de constructie is gebruik gemaakt van eikenhout. Ook elders in de woning is hout toegepast, zoals Red Cedar voor de kozijnen. Het huis heeft een kanaalplaatvloer met cementdekking en een afwerklaag van kalk.

Passieve maatregelen
Door slim gebruik te maken van de lokale omstandigheden wist Werkstatt de energievraag danig te minimaliseren. Zo opent de glazen pui (HR++) aan de zuidwestelijke zijde de woning naar het zonlicht toe. Aan de andere kant is het huis juist zo dicht mogelijk van opzet. Overstekken voorkomen onnodige opwarming in de warme maanden.

RV
De ‘ademende kalkhennepgevel’ heeft nog een ander voordeel: een gunstige RV. Waar menig duurzame woning een ‘woestijnklimaat’ heeft, omdat de isolatie de luchtvochtigheid ongunstig beïnvloedt, blijft het aangenaam vertoeven in de Friese woning. Overigens heeft de woning ook een eigen natuurlijk ventilatiesysteem met schuiven onder en boven in de gevels.

PV-panelen
Het dakoppervlak is goed benut: er liggen 26 pv-panelen, daarmee heeft het echtpaar een ‘energieplus woning’. “Helemaal off-grid gaan is een optie zodra er goede accu’s op de markt zijn en de grondstoffen daarvoor kunnen worden gewonnen zonder kinderarbeid en zonder een aanslag te doen op de natuur.”

Houtkachel
Voor het koken, de productie van warm tapwater en de ruimteverwarming beschikt het huis over twee houtkachels. Ze werken op basis van het rocket stove principe. “Daardoor is er sprake van een zo schoon en efficiënt mogelijke verbranding”, vertelt Lambriex. De twee houtkachels staan aan de weerszijden van een lemen tussenwand. Deze fungeert als massa accumulator. Tegelijkertijd is ook de rookgasafvoer in de lemen wand opgenomen. Daarnaast liggen er op het dak van het bijgebouw 50 heatpipes. Deze zorgen voor de lokale verwarming en de productie van warm tapwater. Mede daarom staat er een buffervat beneden van 1000 l. Mocht het bijgebouw een overschot hebben, dan kan via een transportleiding ook een tweede buffervat (1000 l) in de bijkeuken van het huis worden gevoed. Beide buffervaten beschikken overigens ook over een elektrisch verwarmingselement voor de bovenste helft, mochten de heatpipes net iets tekortschieten. De ruimteverwarming vindt plaats via vloerverwarming op de begane grond. Daarnaast beschikt de badkamer boven in het huis over een eigen vloerverwarmingssysteem.

Sanitair
De twee gebouwen beschikken in het totaal over drie toiletten, waarvan één in een standaarduitvoering en twee composttoiletten. De composttoiletten zijn in feite houten stoelen, waaronder emmers staan met versgemaaid gras en houtzaagsel. De opbrengst wordt gebruikt voor de planten in de tuin en de eigen fruit- en groenenteelt. “Voor de rest is het sanitair vrij standaard, ja we hebben nog wel douchewater-wtw”, vertelt Lambriex.

Waterleiding
De woning heeft een eigen waterleidingaansluiting, maar die is, wonderlijk genoeg, alleen tijdens de bouw gebruikt. “We beschikken over een eigen regenwateropvang. Het regenwater gaat eerst door een helofytenfilter en komt dan in een betonnen bak van 20 kuub terecht. Voldoende om in het ergste geval 3 maanden te overleven. Als we het water willen drinken, voeren we het eerst door een koolstoffilter in de keuken. Daarnaast hebben we een septic tank voor grijs water met een overstort naar een slootje”, vertelt Lambriex.

Eindresultaat
Lambriex is erg in zijn nopjes met het eindresultaat. Hij had ook geluk met het bouwteam. De architect had al affiniteit met ecologisch bouwen, de aannemer wilde graag innoveren en de installateur was al vertrouwd met zelfvoorzienende concepten. “Het is wel een pré, heb ik gemerkt als opdrachtgever dat je weet wat je wilt en goed bent ingelezen.” Hoewel de eerste contacten al rond 2013 werden gelegd, ging de bouw pas drie jaar later van start. “We hadden veel voorbereidingstijd nodig, het was toch pionieren.” In 2019 werden de woning en bijgebouw opgeleverd. “Alles is naar wens verlopen. We hadden weliswaar alles top-geïsoleerd gebouwd, alleen het later binnen alles afstucen zette nog een keer de puntjes op de i.” 

Rocket stove

De houtkachels werken volgens het rocket stove principe, vertelt Lambriex. Wat betekent dat precies? Een rocket stove is een hittebron die gebruik maakt van een relatief kleine verbrandingskamer waarin hout wordt verbrand, en een geïsoleerde schoorsteen waarin de rookgassen vrij volledig worden verbrand voordat ze het kook-oppervlak bereiken. Door de efficiënte werking is slechts ongeveer de helft van de hoeveelheid brandstof nodig als bij een traditioneel open vuur waarboven gekookt wordt. De rocket stove wordt veel gebruikt in ontwikkelingslanden voor koken, het verwarmen van water en ruimteverwarming. De belangrijkste onderdelen van een rocket stove zijn:

1. De brandstofkamer: hierin wordt de brandstof (doorgaans hout) gestopt, van waaraf het naar de verbrandingskamer wordt aangevoerd.
2. De verbrandingskamer waar de verbranding van de brandstof plaatsvindt.
3. De schoorsteen, verticaal boven de verbrandingskamer, waarin verbrandingsgassen verbranden en waarin trek wordt opgewekt die het vuur brandende houdt.
4. De warmtewisselaar waar de warmte wordt overgedragen, bijvoorbeeld op een kookpan. Rondom de verbrandingskamer en de schoorsteen bevindt zich isolatie, waardoor de verbranding bij een zo hoog mogelijke temperatuur plaatsvindt. De brandstofkamer kan horizontaal zijn aangebracht, waarbij de brandstof handmatig wordt aangevoerd, maar hij kan ook verticaal zijn geplaatst waarbij de brandstof vanzelf door de zwaartekracht wordt toegevoerd. Als het vuur brandt, zorgt trek ervoor dat er nieuwe zuurstof door de brandstofkamer wordt aangezogen. De trek zorgt er tevens voor dat het vuur zich niet uitbreidt naar de brandstofkamer en dat er geen verbrandingsgassen in tegengestelde richting gaan stromen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Geen planning bij woningcorporaties om woningen te verduurzamen

Woningcorporaties worstelen met de vraag hoe ze hun bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Met name de onzekerheid over technische oplossingen en ...
Verder Lezen

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...
Verder Lezen

Slimme woonconcepten met BENG-ambitie

De Belgische ventilatiefabrikant Duco zal vier ‘Duco at Home’ totaalconcepten presenteren tijdens de vakbeurs Building Holland. “Energiezuinigheid wordt in de ...
Verder Lezen

Aardgasloze woonconcepten

TBI WOONlab biedt zijn woonconcepten beterBASIShuis en lekkerEIGENhuis nu aardgasloos aan. Ook kregen de woonconcepten een upgrade. Naast aardgasloos behoren ...
Verder Lezen

Koeltechniek

Gepubliceerd op

De lente is aangebroken en het wordt eindelijk weer wat warmer en zonniger. Als de trend van de afgelopen jaren doorzet, wordt het ook dit jaar een hete zomer. Met de stijging van de temperatuur in Nederland stijgt ook het aantal geïnstalleerde split-unit airco’s. Dat was de afgelopen jaren duidelijk zichtbaar, met een stijging van gemiddeld 50% per jaar. Als gevolg van hoge gasprijzen en keuzes ten aanzien van het klimaat, worden woningen steeds vaker verwarmd met een (hybride) warmtepomp. Kortom, of het nu gaat om koelen of verwarmen of allebei, koeltechniek is in opmars. Een goede gelegenheid voor NVKL, de vereniging van koeltechnische bedrijven, om een aantal zaken op een rijtje te zetten over het werken in de koeltechniek.

De meeste koudemiddelen die worden gebruikt in huidige airco’s en warmtepompen – vooral voor toepassingen in woningen – zijn gefluoreerde broeikasgassen, ook wel f-gassen genoemd (of vroeger: ‘Freon’). Deze stoffen zijn goed toepasbare koudemiddelen, maar het zijn ook broeikasgassen die een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Hoe groot deze bijdrage is, wordt weergegeven met het GWP (Global Warming Potential)-getal. R32 bijvoorbeeld heeft een GWP van 675. Dat betekent dat 1 kg R32 hetzelfde effect heeft op de opwarming van de aarde als 675 kg CO2, of met andere woorden: 1 kg R32 is gelijk aan 675 kg CO2-equivalent.

Wetgeving
Voor deze f-gassen is er Europese wetgeving die bekend staat als de f-gassenverordening. Het doel van deze verordening is het zo klein mogelijk houden van de opwarming van de aarde als gevolg van het vrijkomen van f-gassen in de lucht. Een belangrijke regel is het verplicht maken van f-gascertificering voor personen én bedrijven. Een airco of warmtepomp gevuld met f-gassen mag alleen worden geïnstalleerd door een monteur met persoonscertificering, die werkt voor een bedrijf met bedrijfscertificering. Zo is de kans kleiner dat er tijdens de installatie of onderhoud f-gassen vrijkomen. In de zomer wordt hier vaak door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de regionale omgevingsdiensten extra op gecontroleerd. Andere regels in de verordening zijn periodieke lekcontroles en het bijhouden van een logboek, hoewel die gelden vanaf een inhoud van 5 ton CO2-equivalent (7,4 kg in het geval van R32). Bedrijven die met f-gassen werken moeten het gebruik van deze gassen bijhouden en registreren, zodat kan worden nagegaan hoeveel f-gassen per ongeluk toch is gelekt, en of lekcontroles en onderhoud zijn uitgevoerd. Tenslotte wordt de hoeveelheid (ook wel quotum genoemd) f-gassen die op de markt wordt gebracht elke paar jaar teruggeschaald.

Brandbaarheid en veiligheid
De nieuwere f-gassen met een lager GWP zijn meestal mild brandbaar en daarom ingedeeld in cat. A2L: lage giftigheid en mild brandbaar. Propaan (geen f-gas maar een koolwaterstof) wordt ook steeds vaker gebruikt en is ingedeeld in cat. A3: lage giftigheid, zeer brandbaar. Naast airco’s worden er steeds meer warmtepompen geïnstalleerd en wordt er meer met koudemiddel gewerkt, ook met brandbare koudemiddelen. Dat brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Daarom komen er in de nieuwe versie van de f-gassenverordening (vanaf 2024) ook regels over het werken met alternatieven voor f-gassen, zoals brandbare koudemiddelen, maar ook CO2 en ammoniak. Dit zodat er milieuvriendelijk én veilig wordt gewerkt.
Om de risico’s zo klein mogelijk te houden, is het belangrijk om ontstekingsbronnen zoals vonken te voorkomen en dat er altijd een brandblusser beschikbaar is. Zorg er ook voor dat de gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen die de monteurs gebruiken geschikt zijn voor brandbare koudemiddelen, dat er voldoende ventilatie is, en dat de monteur een gasdetector gebruikt om de lucht in het werkgebied te controleren.

ACK/ACB
Monteurs die aan installaties werken met meer dan 5 kg propaan, 10 kg CO2 of 10 kg ammoniak, zijn nu al verplicht om een vakbekwaamheidscertificaat te halen. Dat kan door een ACK-opleiding te volgen. Na de zomer verandert de naam ACK (Ammoniak, CO2, Koolwaterstoffen) in ACB, omdat dan niet alleen koolwaterstoffen zoals propaan eronder vallen, maar ook andere brandbare koudemiddelen, zoals R32.

PED
Een ander punt van aandacht is de drukveiligheid. De veiligheidseisen aan drukapparatuur en samenstellen, zoals warmtepompen en airco’s, staan in de Europese PED-wet (Pressure Equipment Directive, in het Nederlands: Richtlijn Drukapparatuur). Afhankelijk van de ontwerpdruk, de grootte van de installatie en de stofgroep van het koudemiddel, valt de installatie in één van de vijf ‘veiligheidscategorieën’: ‘Artikel 4.3’ (goed vakmanschap), categorie I, II, III of IV. Bijna alle brandbare koudemiddelen vallen in stofgroep 1 (gevaarlijke stoffen). Dit betekent dat een installatie die brandbare koudemiddelen bevat bij een vrij kleine koudemiddelvulling al in PED cat. II terecht komt.
Voor installaties in categorie II, III en IV is een CE-markering verplicht met het identificatienummer van de keuringsinstantie die toezicht heeft gehouden bij ontwerp, fabricage en eindcontrole. Installaties in cat. I hebben volgens de regels van de PED óók een CE-markering, maar dan zonder identificatienummer. In deze categorie verklaart alleen de fabrikant/installateur dat de installatie is ontworpen en gemaakt volgens de eisen van de PED.
CE-markering geldt niet voor installaties die vallen onder artikel 4 lid 3 (‘goed vakmanschap’) van de PED. Hiervoor geldt dat ze ontworpen en geproduceerd moeten zijn “volgens regels van goed vakmanschap”. Installaties in cat. III en IV worden ook gekeurd voordat ze in gebruik worden genomen, daarna worden ze periodiek gekeurd (elke 4-6 jaar) 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Gebouwen koelen met waterdruppels

Adiabatische koeling, het koelen door het effect van verdampend water, is geen onbekende technologie. Maar om het ook in gebouwen ...
Verder Lezen

Verwarmen én niet-condenserend koelen

Jaga introduceert een vrijstaande radiator die kan verwarmen en niet-condenserend kan koelen. De radiator is geschikt voor plaatsing bij grote ...
Verder Lezen

NVKL ondertekent intentieverklaring ‘Koeling van Gebouwen’

De standaarden voor het ontwerp van gebouwen moeten rekening gaan houden met warmere zomers en de groeiende behoefte aan koeling ...
Verder Lezen

NVKL en Techniek Nederland gaan samenwerken in federatie

De branchevereniging voor ondernemingen op het gebied van Koudetechniek en Luchtbehandeling (NVKL) en Techniek Nederland gaan samenwerken in een federatief ...
Verder Lezen

Afgiftesystemen

Gepubliceerd op

HT-warmtepompen zijn duidelijk in opmars. Er wordt gezegd dat ze eenvoudig zijn te combineren met bestaande afgiftesystemen. Maar klopt dat wel? Volgens Jan Verdonck zijn daar de nodige vraagtekens bij te plaatsen. IZ sprak erover met de Specialist New Business van JAGA.

Verdonck volgt met grote belangstelling de ontwikkelingen in de warmtepompmarkt. JAGA verkoopt ze weliswaar zelf niet, maar wel de afgiftesystemen die eraan worden gekoppeld.

Toekomst warmtepompen
Volgens de Specialist New Business zal de warmtepomp zich op termijn stevig nestelen in de buitenstedelijke gebieden, kleine steden en dorpen. Voor de grote steden voorziet hij eerder een toekomst met warmtenetten, al dan niet gevoed met restwarmte of geothermie. Het is een geluid dat wel vaker te horen valt in de branche. Warmtepompen brengen een aantal praktische uitdagingen met zich mee, die slecht samengaan met grootstedelijke gebieden.

Uitdagingen
Denk bijvoorbeeld aan de beperkte mogelijkheden om bodemgebonden systemen aan te leggen in een historische binnenstad, of het ruimtebeslag en de geluidsproductie van buitenunits van lucht/water warmtepompen. Komt nog bij dat er een chronisch gebrek is aan vakmensen om alle systemen te installeren. Zeker aan monteurs die ook een F-gassencertificaat op zak hebben.

HT-warmtepomp
Inmiddels is er een breed scala aan warmtepompoplossingen beschikbaar. Binnen dat spectrum zal de HT-warmtepomp zich steeds meer ontwikkelen als een aparte markt denkt Verdonck. Een hoog temperatuur (HT) warmtepomp is een lucht/water warmtepomp die uit twee delen bestaat, een binnendeel die op de plek van de cv-ketel wordt gezet en een buitendeel. Het buitendeel haalt warmte uit de buitenlucht en het binnendeel maakt warm cv-water tot wel 80˚C. Een standaard lucht/water warmtepomp maakt water cv-warm tot 55˚C.

Hoge temperaturen
Met een HT-warmtepomp wordt het mogelijk om via radiatoren de woning te verwarmen met water dat een temperatuur heeft tussen de 60 en 80˚C. Deze vorm van verwarming wordt normaliter toegepast voor de cv-ketel op gas, maar kan dus zo ook met een warmtepomp.
Bestaande radiatoren
“In feite boots je de werking na van een hr-ketel”, verduidelijkt Verdonck. Dat klinkt als een ideale oplossing voor de bestaande bouw, want je ‘kan de bestaande radiatoren laten hangen’, zoals een aantal marktpartijen beweren. Maar daar blijken de nodige haken en ogen aan vast te zitten.

Innovaties
“Ja, je maakt het de consument gemakkelijk, de vraag is alleen hoe het zit met het energetisch rendement van deze oplossing”, zegt Verdonck. “Radiatoren hangen al snel een jaar of 30 in een bestaande woning. In de tussentijd hebben er tal van ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor het rendement en de kwaliteit van afgiftesystemen drastisch zijn verbeterd.”

Technische verbeteringen
“Denk bijvoorbeeld aan de toepassing van gelijkstroommotoren en de komst van ventilator gedreven radiatoren én convectoren. Ook ander materiaalgebruik heeft een steentje bijgedragen. Aluminium en combinaties van aluminium en koper hebben een betere geleidbaarheid dan staal dat vroeger in zwang was. Tot slot is het inregelen makkelijker geworden. Waar je vroeger handmatig ventielen moest inregelen, met alle risico’s op fouten die daarmee gepaard gaan, gebeurt dat nu automatisch.”

Isoleren
“Waar je ook rekening mee moet houden is dat bestaande afgiftesystemen zijn afgestemd op de woning ‘van toen’. “In de tussentijd kan de eigenaar maatregelen hebben genomen, waardoor de warmtebehoefte is gedaald. Denk aan isolatie, Triple glas en naad- en kierdichting.” Wordt de consument dan geen dief van zijn eigen portemonnee als hij de oude radiatoren laat hangen en bereikt hij nog wel eenvoudig het juiste comfortniveau? Verdonck: “We weten uit gedegen onderzoek dat een nieuw afgiftesysteem zo een rendementsverschil van 20% of meer kan betekenen.”

Vloerverwarming
Tot dusverre hebben we het vooral gehad over bestaande radiatoren. Maar hoe zit het met de vervanging van een cv-ketel door een HT-warmtepomp als er een vloerverwarmingssysteem in de woning ligt? Er gelden voor beide gevallen eigenlijk dezelfde randvoorwaarden. “Je moet er rekening mee houden dat het water maximaal 55°C mag zijn, anders wordt de vloer te heet en beschadig je de buizen. Je hebt een verdeler nodig die de vloerverwarming aansluit op de HT-warmtepomp, zodat het temperatuurniveau automatisch wordt aangepast”, ligt Verdonck toe. Zo op het oog is die vervangingsslag dus eenvoudig te maken, maar zeker in het laatste decennium is men echter anders gaan denken over de toepasbaarheid van trage afgiftesystemen.

Installatieconcept
Want vloerverwarming staat bekend als een systeem dat woningen voorziet van het gewenste comfort, maar wel in een traag tempo. En daar zit de bottleneck. Want waarom zou je ruimtes die slechts korte tijd verwarmd hoeven worden, voorzien van vloerverwarming? Dat brengt A ontevreden klanten met zich mee die niet het gewenste comfort ervaren en B hun energierekening wordt er niet beter op. “Vandaar dat andere installatieconcepten nu in opmars zijn. Installatieconcepten waarin ruimtes die veelvuldig worden gebruikt vloerverwarming krijgen, denk bijvoorbeeld aan de woonkamer. En ruimtes die maar een beperkte en korte warmtevraag hebben, zoals slaapkamers, radiatoren.”, verduidelijkt Verdonck. Kortom, het is dus zinvol om bij de overstap op een HT-warmtepomp ook na te gaan of het loont om in ruimtes met een beperkte warmtevraag eventueel over te stappen op radiatoren.

Alternatieve warmtepompen
Blijft over de vraag of het sowieso wel zinvol is om in bestaande woningen de cv-ketel in te wisselen voor een HT-warmtepomp. “Wij volgen het liefst de Trias Energetica. Dat betekent eerst de energiebehoefte zoveel mogelijk terugbrengen, vervolgens de aanwezige energievraag maximaal proberen in te vullen met duurzame energie en het eventuele restant zo efficiënt mogelijk met fossiele energie. De achterliggende gedachte bij de HT-warmtepomp en trouwens ook hybride warmtepomp is vaak dat een totale energetische renovatie te duur is voor de klant om in één keer door te voeren. Dus gaat hij stapsgewijs te werk. Hij vervangt eerst de cv-ketel of maakt er een hybride installatie van en gaat daarna op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij een uitbouw) isoleren en het afgiftesysteem vervangen. De volgordelijkheid is eigenlijk niet in lijn met de principes van de Trias Energetica. Daar worstel ik al mee. Bovendien is het nog maar de vraag of de consument na de aanpak van de cv-ketel wel de volgende stappen zal nemen. Stel hij zit met economische tegenwind of het loont niet meer omdat hij na verloop van tijd besluit te gaan verhuizen?” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installatiegemak

De warmtepompmarkt ontwikkelt zich stormachtig. Met name de vraag naar hybride systemen met een luchtgebonden component neemt snel toe. Hoewel ...
Verder Lezen

IR verwarming

Er zitten diverse tools in de gereedschapskist om gebouwen aardgasvrij te verwarmen. De meest bekende zijn warmtepompen en stadswarmte. Er ...
Verder Lezen

Optimale afstemming distributie én afgifte is essentieel

Ontwerpers van werktuigkundige installaties in en rondom gebouwen kunnen in deze tijd de mouwen opstropen (of deden dat al). Immers ...
Verder Lezen

Warmtepomp met hoge afgiftetemperatuur in testfase

Vattenfall en Feenstra testen een nieuw hogetemperatuur-warmtepompsysteem dat de traditionele cv-ketel vervangt zonder noodzaak voor aanvullende maatregelen aan afgiftesysteem en ...
Verder Lezen

Flow meten

Gepubliceerd op

Het continu meten van luchtsnelheden is ingewikkeld. Dat komt door verschillende factoren, zoals temperatuur, druk en turbulente flow. Het kan ook voorkomen dat er simpelweg geen goede plek is om correct te kunnen meten. Een correcte meting is wel enorm belangrijk voor vele toepassingen waarbij een exacte luchthoeveelheid van belang is. Denk bijvoorbeeld aan energiebesparingsini­tiatieven of de inblaaslucht in een operatiekamer. Er zijn verschillende manieren om tot een correcte meting te komen.

Correct luchtstromen meten is om verschillende redenen belangrijk. Ten eerste werkt een correcte meting vaak als controle. Een luchtbehandelingskast heeft een bepaalde capaciteit, maar wordt deze wel behaald? Als je niet goed meet, kan er ook geen goede sturing plaatsvinden. Denk aan een school of kantoorgebouw waarin voldoende ventilatie belangrijk is. Daar moet voldoende verse toevoerlucht worden aangevoerd en vuile retourlucht worden afgevoerd. Daarbij wordt gelijk het proces gewaarborgd, ook belangrijk, zeker in bijvoorbeeld een operatiekamer of cleanroom. Een juiste meting kan tevens helpen om energie te besparen. Als je weet hoeveel lucht je gebruikt, kan je daarop regelen. Denk aan het aanpassen van de ventilatie op basis van belasting en bezetting.

Hoe meet je correct?
Bepaal eerst wat het beste punt is om te meten. Bij het plaatsen van een meetsensor moet je rekening houden met een paar vuistregels. De luchtsnelheid in het kanaal is niet overal hetzelfde. In het midden is de snelheid het hoogst en langs de wanden het laagst. De locatie moet daarom op de juiste wijze bepaald worden. Houd rekening met bochten, de vorm van de bocht, waar de ventilator is geplaatst en vernauwingen. Raadzaam is om een punt te kiezen met een zo lang mogelijk rechte kanaallengte voor en na de meting. Ideaal is een rechte lengte van zeven keer de kanaaldiameter voor de meting en minimaal één keer na de meting. Naast juiste plaatsing is de betrouwbaarheid afhankelijk van het gekozen meetprincipe. Er zijn vier gangbare meetprincipes.

Hittedraad
Bij de hittedraadmeting wordt een dun draadje continu verwarmd op een exacte temperatuur boven de omgevingstemperatuur. De omgevingstemperatuur wordt daarbij continu gemeten. De lucht koelt het draadje af. De mate van energie die wordt gebruikt om het draadje weer te verwarmen, is evenredig met de luchtsnelheid. De hittedraad is zeer geschikt voor het meten van lage snelheden (startsnelheid 0,15 m/s) en wordt toegepast voor bijvoorbeeld tocht- of comfortmetingen. De meting is temperatuurgecompenseerd, erg nauwkeurig en zeer snel uit te voeren.

Nadeel
Een nadeel is dat het meetelement erg kwetsbaar is, waardoor deze meting over het algemeen niet in vuile en vochtige lucht toegepast kan worden. Als deeltjes zich hechten aan het draadje, gaat het meetresultaat namelijk afwijken. Verder is de meting richtingsgevoelig en niet geschikt voor hoge (proces) temperaturen. Daarnaast meet de transmitter de luchtsnelheid maar op één ‘speldenpuntje’ in het kanaal, waardoor een vaste opstelling voor een luchtdebietmeting niet aan te raden is. Meet je in het midden van het kanaal en doe je vervolgens een berekening, dan zal de berekende capaciteit veel hoger liggen dan in werkelijkheid het geval is.

Pitotbuis
De pitotbuis is een instrument voor het meten van de snelheid van een gas- of vloeistofstroom. Dit instrument wordt toegepast als snelheidsmeter in een vliegtuig of in de Formule 1 om de luchtsnelheid te meten en vervolgens de downforce te kunnen bepalen. Als je alleen afgaat op de rijsnelheid van de auto, kunnen de wind en rijwind van invloed zijn. Je meet de dynamische druk. Dat is het drukverschil tussen de totaaldruk (tip van de buis) en de statische druk (gaatjes rondom). Om de snelheid uit te lezen heb je een transmitter of handmeter nodig die een flowcalculatie kan doen. De pitotbuis is zeer robuust, nauwkeurig en geschikt voor hogere snelheden en temperaturen.

Nadeel
Een nadeel is dat het instrument niet geschikt is voor lage snelheden (<2 m/s) en slechts op één punt in het kanaal meet. De pitotbuis is gevoelig voor vervuiling en condens, maar dit kan door middel van een purge-unit opgelost worden. Dat is een unit, die geplaatst wordt tussen de transmitter en de pitotbuis. Op vaste tijden worden de poorten van de drukverschiltransmitter kort gesloten (en houdt die de analoge uitgang vast) en wordt de buis in een instelbare tijd doorgeblazen. Daarna schakelt de solenoïdeklep weer om en meet je op een correcte manier de snelheid.

Zelfmiddelende pitotbuis
De zelfmiddelende pitotbuis is in principe hetzelfde als de standaard pitotbuis, met als verschil dat deze op meerdere punten meet. Deze flowsensor plaats je in de gehele kanaaldiameter. De flowsensor middelt over de gehele diameter de snelheid uit (er zitten meer gaatjes langs de wand dan in het midden). Dit is de beste meetmethode om het luchtdebiet te meten. In een rond kanaal plaats je vaak twee sensoren in een kruis. In een rechthoekig kanaal plaats je deze afhankelijk van de diameter naast elkaar. Vervolgens lus je de min-aansluiting en de plus-aansluitingen met elkaar door. Het voordeel van de zelfmiddelende pitotbuis is dat deze zeer robuust is en geschikt voor hoge snelheden. De flowsensoren zijn leverbaar in verschillende materialen zoals aluminium, RVS en met een epoxy coating. Hierdoor kan deze meting gebruikt worden in uiteenlopende situaties, van een cleanroom tot en met afzuiglucht van een zuurkast of proceslucht van 600°C. Door middel van een auto-zero (automatische nulstelling van de drukmeting) zijn ook lage snelheden te meten, maar meestal wordt een startsnelheid van 2 m/s aangehouden. Uiteraard is er in het veld extra montagewerk nodig, maar HVAC-installateurs komen hier altijd wel uit. Bij een applicatie met vervuiling en/of condens zijn er, net als bij de standaard pitotbuis, oplossingen in combinatie met een purge-unit mogelijk.

Vleugelrad
Bij de laatste meetmethode telt een vleugel- of schoepenrad het aantal omwentelingen per schoep. Het aantal pulsen is een maat voor de luchtsnelheid. Het voordeel van deze meetmethode is dat het instrument ook lagere snelheden meet (startsnelheid 0,3 m/s), turbulentie dempt omdat deze vergeleken met een hittedraad over een groter oppervlakte meet (rond 14, 70 of 100mm) en toepasbaar is van -20 tot 80gr. Sommige uitvoeringen zijn te gebruiken als flowrichtingsdetectie, omdat de sensor in een bepaalde richting is gekalibreerd, ‘ziet’ de sensor welke kant deze opdraait. Het nadeel is dat het vleugelrad kwetsbaar is bij continu gebruik (klein lagertje) en gevoelig is voor vervuiling en vocht 

Auteur: Teun Mulder, Specialist HVAC Instrumentatie bij Hitma

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

De flow erin houden

“Meneer de installateur, heeft u toevallig nog tijd voor één extra dingetje”, sprak de vrouw des huizes waar Karel net ...
Verder Lezen

Nieuwe flow, comfortabel binnenklimaat

Vorige jaar ging het mis. Toen begaf de pomp het met als gevolg dat een gezin uit Hoogvliet geen verwarming ...
Verder Lezen

Fantastische Flow

Ondanks de zachte winter kreeg Karel nog flink wat klachten over kou in huis. Of het nu in de woonkamer, ...
Verder Lezen

Inductie-unit met crossflow

Het unieke aan de VivèsCo-X inductie unit is het door Inteco ontwikkelde crossflow (kruisstroom) inductieprincipe. Hierbij wordt de lucht kruislinks ...
Verder Lezen

Installatiegemak

Gepubliceerd op

De warmtepompmarkt ontwikkelt zich stormachtig. Met name de vraag naar hybride systemen met een luchtgebonden component neemt snel toe. Hoewel warmtepompen steeds eenvoudiger zijn te installeren en gebruiksvriendelijker worden, zijn er nog slagen te maken. IZ sprak erover met Nefit Bosch in de aanloop naar de VSK.

De grote Game Changer kwam uit Den Haag. De regeringspartijen hebben sinds vorig jaar massaal de hybride warmtepomp omarmd. Daarnaast doen ook de regelgeving die gasloze nieuwbouw afdwingt, subsidies en de hogere gasprijzen een duit in het zakje. Dat van alle kanten vooral de overstap op hybride systemen wordt gepropageerd in de bestaande bouw en de installatie van luchtgebonden All-Electric oplossingen in de nieuwbouw, verbaast Nefit Bosch niet.

Grondgebonden oplossingen
Een andere grote kanshebber, grondgebonden systemen, vereist meer expertise. Nefit Bosch brengt zelf sinds bijna 2 jaar grondgebonden systemen op de mark en merkt dat de drempel hoger ligt dan bij luchtgebonden oplossingen. Zo leent niet iedere locatie zich voor een grondboring, zeker niet bij de bestaande bouw. Daarnaast vereist de aanleg van een grondgebonden warmtepomp een BRL-certificering. Niet iedere installateur beschikt daarover. Vandaar dat Nefit Bosch zelf de installateur de BRL-service aanbiedt Last but not least: het kostenplaatje van een grondgebonden oplossing pakt anders (lees: duurder) uit. Ook dat kan een belemmering vormen.

Monoblocks
Binnen het scala aan luchtgebonden oplossingen, doen niet alleen de splitsystemen goede zaken, maar ook Monoblock-oplossingen en HT-warmtepompen. Dat is eenvoudig te verklaren, legt Nefit Bosch uit. Ook installateurs zonder F-gassencertificaat kunnen Monoblock-systemen aanleggen. Met name traditionele installateurs werken er graag mee. Punt van aandacht blijft wel de hogere totaalprijs.

HT-warmtepompen
Het grote voordeel van HT-warmtepompen is dat het afgiftesysteem en het leidingwerk bij een overstap vaak niet hoeven te worden vervangen. HT-warmtepompen leveren een aanvoertemperatuur van 60 – 80 graden. Met dergelijke temperaturen blijft de consument ook gevrijwaard van flankerende maatregelen, zoals dure aanpassingen aan het warmteafgiftesysteem. Alleen de productie van warm tapwater verloopt anders dan voorheen, daarvoor is een warmtapwater boiler nodig.

Harder werken
Maar er kleven ook nadelen aan een HT-warmtepomp. Doordat de HT-warmtepomp het water naar een hogere temperatuur verwarmt dan een standaard warmtepomp, moet deze harder werken. Dat heeft twee consequenties. Ten eerste is het apparaat complexer en daarmee duurder. Bovendien is het elektriciteitsgebruik iets hoger.

Splitsystemen
Zo heeft iedere oplossing zijn voor- en nadelen. Inzoomend op de bekende luchtgebonden splitsystemen noemt Nefit Bosch een aantal pointers. Zo vraagt de installatie van het buitendeel om de nodige aandacht. Niet alleen vanwege de geluidsproductie, maar ook het wegblazen van lucht met zo min mogelijk hinder vereist de nodige inspanning. Ook is het belangrijk om te letten op de juiste Delta T. Voor een goed rendement houdt je die het liefst zo klein mogelijk. Daardoor wordt de volumestroom echter groter. Soms is dan een extra pomp met openverdeler of een buffervat nodig.

Ruimtebeslag en apps
De afgelopen jaren zijn fabrikanten volop bezig geweest om het de installateur makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door Apps te ontwikkelen, waarmee je de warmtepomp via een smartphone kan configureren. Er wordt ook volop nagedacht over het ruimtebeslag en geluidsprobleem. Dat heeft er onder andere toe geleid, dat er dakoplossingen voor het buitendeel op de markt zijn gekomen. Een andere vernieuwing die op veel enthousiasme kan rekenen heeft betrekking op de leidingdiameters. Inmiddels zijn kleinere diameters tot een kwart-en-een-half-duims al gangbaar bij splitsystemen. Wel zo prettig als je leidingen moet buigen.

Interface
De volgende stap wordt nu al gezet, vertelt Nefit Bosch. De interface is rijp voor een face-lift. Zowel voor de installateur, zodat hij makkelijker remote beheerswerkzaamheden kan uitvoeren, als de consument die eenvoudig inzicht wil krijgen in zijn energiedata.

Plug & Play
Kijken we iets verder in de toekomst dan verwacht Nefit Bosch een toename van het aantal Plug & Play oplossingen. Niet alleen vanwege het gebrek aan mankracht, maar ook om de uitholling aan vakkennis het hoofd te bieden. Ook zal er meer aandacht zijn voor prefab, modulariteit en de demontabiliteit van systemen, om zo tegemoet te komen aan eisen op het gebied van circulariteit.

Onderhoudsgemak
Bij het onderhoud van warmtepompen denken we al snel aan reinigingswerkzaamheden, het checken op lekkages en het uitlezen van data om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke energieprestaties. Nefit Bosch verwacht dat de voortgaande digitalisering ook het onderhoud eenvoudiger zal maken. Bijvoorbeeld omdat warmtepompen bij problemen al zelf op basis van hun datastroom diagnoses uitvoeren of tijdig waarschuwen dat er vervangingswerkzaamheden nodig zijn (Predictive Maintenance).

Natuurlijke koudemiddelen
Tot slot: natuurlijke koudemiddelen zijn duidelijk in opmars. Wat zijn de grote kanshebbers en welke impact heeft deze ontwikkeling op het installatiegemak? Zowel lucht- als bodemgebonden warmtepompen als warmtepompboilers zullen steeds vaker met propaan als koudemiddel worden uitgevoerd, verwacht Nefit Bosch. Als tussenstap zal het koudemiddel R32 gebruikt gaan worden. Dat is al aanzienlijk minder belastend voor het milieu dan de huidige traditionele koudemiddelen, zoals R410A. Voor CO2 liggen de kaarten minder gunstig, omdat je met hogere drukken moet werken en de systemen bij lagere drukken minder presteren. Ammoniak, ook wel genoemd als kanshebber, heeft relatief veel nadelen. Vanwege het agressieve karakter valt het niet te combineren met koper en messing, bovendien moet je veel beter opletten bij laswerkzaamheden.

Certificering
Sluiten we af met een waarschuwing. Een installateur moet beschikken over een F-gassencertificering om te werken met chemische koudemiddelen. Maar dat betekent niet dat hij zomaar aan de slag kan met natuurlijke koudemiddelen. Voor het werken met een natuurlijk koudemiddel moet een monteur namelijk een vakbekwaamheidscertificaat in bezit hebben. In concreto: PGS13 voor ammoniak, NPR7600 voor brandbare koudemiddelen en NPR 7601 voor kooldioxide 

Update

Recentelijk bracht Remeha de vernieuwde warmtepompen Mercuria Ace en Eria Tower op de markt. Nu ook in een uitvoering met Monoblock-buitenunit. Deze specifieke buitenunits zijn verkrijgbaar in de capaciteiten 6, 8 en 11 kW en passen zowel bij de Mercuria Ace als ook bij de uitvoeringen van de Erica Tower Ace. Zowel de Monoblocks als de gewone buitenunits zijn praktisch allemaal enkele dB’s stiller dan de nu gebruikte buitenunits.

 

Ventilatiewarmtepomp

Bij een klassieke ventilatiewarmtepomp wordt alle lucht uit de woning gehaald wanneer er een warmtevraag of warmtapwatervraag is. Dat kan leiden tot overventilatie met onnodig warmteverlies en extra kosten, zegt DUCO. Bij koude buitentemperaturen en beperkt vermogen draait zo’n warmtepomp soms zelfs louter om zijn eigen verliezen te compenseren. Van overventilatie is bij de nieuwe DucoBox Eco geen sprake. In basis werkt de DucoBox Eco 100% op buitenlucht. Om echter geen energie verloren te laten gaan wordt de beschikbare ventilatielucht ook over de warmtewisselaar gezogen. Hierdoor zijn de luchttemperatuur én het rendement hoger, waardoor maximale energieterugwinning mogelijk is.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Monoblock warmtepompen met aanvoer tot 75 °C

Onlangs is NIBE gestart met de levering van de NIBE S2125-serie. Deze modulerende lucht/water monoblock warmtepompen kunnen breed worden toegepast ...
Verder Lezen

Nederlandse startup introduceert AI gedreven hybride warmtepomp

De Nederlandse startup Quatt heeft de ambitie om de komende tien jaar één miljoen Nederlandse woningen te verduurzamen met een ...
Verder Lezen

Warmtepomp met prefab installatieframe

De nieuwe warmtepomp Eria Tower Ace S van Remeha is een combitoestel dat vergezeld gaat van een installatieframe om de ...
Verder Lezen

Installatiegemak en veiligheid

Een goed werkende installatie, of die nu ondersteund wordt met een elektrische warmtepomp of met een gas-hybride installatie, heeft een ...
Verder Lezen

Drijvend clubhuis

Gepubliceerd op

In de Tweede Haven te Scheveningen ligt sinds kort een drijvend clubhuis. Het nieuwe onderkomen van de lokale Jachtclub sluit architectonisch goed aan bij de omgeving en zit bordenvol duurzame techniek. Het absolute hoogtepunt vormt de warmtepomp die zijn thermische energie onttrekt aan zeewater. IZ sprak erover met architect Maarten Thewissen.

Eerst leek het alleen te gaan om een simpele verbouwing. Al snel werd duidelijk dat de Jachtclub Scheveningen beter kon gaan verhuizen. Daarmee veranderde ook de uitvraag: Studio Komma kreeg de opdracht om een geheel nieuw, drijvend clubhuis te ontwerpen, met een clubruimte voor 200 leden. Architect Maarten Thewissen was gelijk enthousiast. Hij ontwierp een alzijdig, energieneutraal gebouw en gaf zo invulling aan alle wensen van de opdrachtgever.

Ontwerpfase
“We hebben het bijzondere gebouw met veel oog voor stedenbouwkundige facetten en de lokale context ontworpen. De horizontale gevelbanden begeleiden de blik richting de weidse zichtlijnen langs de havenkades. De eenvoud van de volumes sluit aan bij de robuuste bouwwerken in de haven en speelt bij de materialisatie in op de schepen in de haven. Als Studio Komma hebben we het project uitgewerkt in Revit. Vervolgens hebben we de esthetische begeleiding van de uitwerking en bouw voor onze rekening genomen.”

Materialisatie
In het pand zijn verschillende materialen verwerkt. Van hout tot beton, composiet, glas en staal. Onder de waterlijn ligt een betonnen drijfbak, met daarop een staalskelet met HSB-elementen. De eerste verdieping heeft een houten vloer en ook het dak is van hout. “In eerste instantie wilden we een houten constructie. Dat bleek echter financieel gezien niet haalbaar te zijn. Vandaar dat we toen gekozen hebben voor HSB-elementen.”

Zeeklimaat
Qua materialisatie luisterde het overigens nauw. Het zeeklimaat stelt hoge eisen aan de gebouwde omgeving. De Steni-gevelplaten voor de luifel bestaan uit polymeercomposiet met een kern van gemalen natuursteen, versterkt door een laag glasvezel. Het materiaal is met name geschikt voor een omgeving met een hoge luchtvochtigheid, daarnaast is het ook binnen toepasbaar en uitstekend bestand tegen diverse chemicaliën. De houten gevelbekleding is van Padouk. Deze houtsoort is populair, omdat het schitterend zilvergrijs vergrijst, nauwelijks werking kent en duurzaamheidsklasse 1 heeft. De glasplaten tot slot zijn 5 centimeter dik, mede om te voldoen aan de akoestische eisen. “Er wordt wel eens een feestje gevierd.”

Functies
In het gebouw zijn verschillende functies ondergebracht. Onder de waterlijn liggen de sanitaire voorzieningen, de berging en de technische ruimte. Het feitelijke clubleven speelt zich grotendeels af op begane grondniveau. Hier is ook de keuken. Een verdieping hoger is de Regatta-office, waar alle wedstrijden worden gecoördineerd. Ernaast ligt het dakterras dat uitkijkt over de haven.

Trias Energetica
Geheel trouw aan de principes van de Trias Energetica is eerst door een slim samenspel van zon oriëntatie, kleurkeuze en passieve bouwkundige maatregelen de energievraag aan banden gelegd. “De zuidgevel, aan de kopse kant hebben we dichtgezet. Aan de Oost- en Westzijde daarentegen opent het gebouw zich naar de omgeving toe met veel ramen. Daardoor is er wel het bijzondere uitzicht, maar vermijden we oververhitting. Daarnaast houden zonwerende beglazing en de luifels ook een deel van de ongewenste zoninstraling tegen.” De luifel doet dat ‘dubbel zo goed, omdat de lichte kleur reflecterend werkt.

Elektriciteit
Op het dak van de Regatta-office liggen 30 PV-panelen. Ze voorzien in een deel van de stroombehoefte. De rest wordt ingevuld door het reguliere net. Dat was trouwens nog een fikse uitdaging voor de installateur, omdat hij vanaf de kade een flexibele 125 kVA kabel moest aanleggen naar het clubgebouw, vertelt Thewissen.

Verlichting
Dankzij de grote glaspanelen stroomt het zonlicht rijkelijk naar binnen. Uiteraard heeft het gebouw ook kunstlicht in de vorm van lichtlijnen en lokale ruimteverlichting. Allemaal uitgevoerd met LED-lampen. “Hierbij is rekening gehouden met het specifieke gebruik van de ruimte.” De verlichting is dimbaar.

Warmteopwekker
Deerns nam het installatieontwerp voor zijn rekening. De adviseur had al ooit een warmtepompinstallatie ontworpen die zijn energie ontleende aan zeewater. “We wilden dat kunststukje graag herhalen. In het concept van destijds, werd de warmte via een spiraal onttrokken aan het zeewater. Op deze locatie zou er echter veel aangroei komen, waardoor de onderhoudskosten zouden oplopen. Vandaar dat er we een andere weg zijn ingeslagen. In het huidige concept, staat de warmtepomp opgesteld in een drijfbak. In de bodem zijn de bronleidingen ingestort. Het zeewater heeft een temperatuur van ongeveer 17°C. Het leidingenstelsel fungeert als warmtewisselaar en geeft de warmte af aan de Techneco AquaTop S22 warmtepomp. Deze heeft een maximaal vermogen van 17kW.”

Afgifte
In het beton van de begane grondvloer liggen de leidingen van de vloerverwarming. In de Regatta-office zijn LT-radiatoren geplaatst. Een logisch installatieconcept, als je bedenkt dat vooral de ruimte op de begane grond wordt gebruikt.

Ventilatie
Het drijvende clubgebouw heeft gebalanceerde ventilatie. De clubruimte en keuken hebben een WTW-installatie met een vermogen van 3500 m3/uur. De luchtbehandelingskast is boven het plafond van de keuken geplaatst. Een tweede WTW-unit voor de kelderverdieping en de eerste verdieping staat in een technische ruimte in de kelderbak. Deze heeft een capaciteit van 500 m3/uur. Zowel de aan- als afvoerkanalen zijn verwerkt in de luifel en het dak.

Detectie
Het pand heeft geen bijzondere sanitaire oplossingen, vertelt Thewissen. “We hebben wel overwogen om een grijswatersysteem aan te leggen, maar het leidingenwerk zou te veel complicaties met zich meebrengen. Wel aanwezig is CO2-, rook- en, in de kelder, aanwezigheidsdetectie. Dat klinkt de lezer misschien raar in de oren, want het pand was toch gasloos? Waarom zou je dan een CO2-melder installeren? “Die is nodig om het drijfgas van de bierinstallatie te detecteren”, legt Thewissen uit.

Doorlooptijd
Al met al heeft het project vanaf de ontwerpfase tot en met de uiteindelijke realisatie een doorlooptijd gehad van 2 jaar en 9 maanden. De prestaties van het gebouw worden sinds de oplevering afgelopen mei gemonitord met een GB-systeem. Daar is vooralsnog weinig chocola van te maken, want de coronatijd levert een vertekend beeld op. Thewissen is dan ook erg benieuwd welke data de post-coronaperiode gaat opleveren. Hij kijkt met een tevreden gevoel terug op het project. “Het was een echte uitdaging om een alzijdig gebouw te ontwerpen waarbij je rekening moest houden met het zeeklimaat en alle verschillende stakeholders. Gelukkig is het eindresultaat in goede aarde gevallen.”

Warmtepomp

De Aquatop is een energiezuinige, geluidsarme en compacte warmtepomp. Deze aardwarmte warmtepomp is zowel in de nieuwbouw als in bestaande woningen toe te passen. De Techneco Aquatop brijn/water of water/water warmtepomp wordt normaliter aangesloten op een bodemenergiesysteem. In het beschreven project is gekozen voor een ander installatieconcept. De warmtepomp kan worden ingezet voor verwarmen en koelen. Eventueel kan de warmtepomp ook het tapwater bereiden, maar de warmtepomp is bij een zeer grote tapwatervraag ook goed te combineren met een gasketel. Er zijn 2 modellen leverbaar, namelijk de Aquatop S en de Aquatop T. De Aquatop S is compact en kent 5 typen waarvan de verwarmingsvermogens uiteenlopen van 6 kW tot 22 kW. De Aquatop S kan passief koelen aansturen. Middels een externe warmtewisselaar (optie) wordt dan de warmte van het gebouw naar de bodem gevoerd. Hier is alleen energie nodig voor de circulatiepompen; de compressor van de warmtepomp staat uit. Met beide modellen warmtepompen is gelijktijdig verwarmen en koelen mogelijk, mits de totale installatie en regeltechniek buiten de warmtepomp hiervoor geschikt zijn.

Thermische ontkoppeling en toch geen stagnatie

Doorstromende muurplaten beperken stagnatie tot een minimum in koudwater- en warmtapwatercirculatieinstallaties. Zo kan de vereiste temperatuur tot aan het laatste ...
Verder Lezen

Thermische laadstations vervangen boilers in flatgebouw

Solide Vastgoed Beheer vervangt in de Groningse Vondelflat 164 grote boilers door de compacte FlexTherm Eco toestellen van Flamco. De ...
Verder Lezen

Thermische energie uit water kan in helft warmtevraag gebouwde omgeving voorzien

Uit onderzoek naar verschillende vormen van aquathermie, blijkt de potentie van thermische energie uit water als alternatief voor aardgas groter ...
Verder Lezen

Gemeente Soest laat haalbaarheid geothermische energiecentrale onderzoeken

De gemeente Soest en Larderel Energy, onderdeel van Ingenieursbureau Herman de Groot, hebben een Letter of Intent getekend voor de ...
Verder Lezen

IR verwarming

Gepubliceerd op

Er zitten diverse tools in de gereedschapskist om gebouwen aardgasvrij te verwarmen. De meest bekende zijn warmtepompen en stadswarmte. Er is echter ook een andere mogelijkheid die aandacht verdient: infrarood verwarming. In dit artikel vertelt Branchevereniging IG-Infrarood over de werking, normering en belangrijke ontwikkelingen in deze sector.

Met infrarood verwarming wordt in de bouw directe elektrische stralingsverwarming bedoeld. Dat betekent dat het niet water-gevoerd is en verwarming met infrarood straling geschiedt.

Stralingsverwarming
Warmteafgiftesystemen zoals radiatoren, convectoren en vloerverwarming beïnvloeden vooral de luchttemperatuur in een ruimte. Stralingsverwarming daarentegen heeft vooral invloed op de stralingstemperatuur. De (warmte)comfortbeleving van de mens wordt bepaald door een samenspel van de gemiddelde luchttemperatuur en de gemiddelde stralingstemperatuur. Voor behoud van comfort is een lagere luchttemperatuur te compenseren met een hogere stralingstemperatuur (en omgekeerd). Dit kan omdat met convectie de luchtdeeltjes verwarmd worden, terwijl met infrarood straling objecten verwarmd worden. Daarmee kunnen infrarood panelen een goed comfort bieden bij lagere kamertemperaturen. De energetische voordelen van infrarood verwarming berusten onder andere op dit principe.

NEN-norm
Infrarood panelen zijn de meest voorkomende toepassing van infrarood verwarming. Mag elk elektrisch verwarmingssysteem met een stekker zich infrarood verwarming/paneel noemen? Nee, zeker niet. In februari 2021 is de lang verwachte norm NEN-EN-IEC 60675-3 gepubliceerd, die antwoord geeft op twee belangrijke vragen: 1. Wat is een infrarood paneel en 2. Hoe meet je het stralingsrendement van een infrarood paneel. Het stralingsrendement is het aandeel energie dat aan de voorzijde van een paneel als infrarood straling wordt afgegeven. Alleen een paneel met een stralingsrendement hoger dan of gelijk aan 40% mag een infrarood paneel genoemd worden.

Volledige oplossing
Infrarood verwarming kent verschillende toepassingen. De toepassing als lokale verwarming lijkt bekend te zijn. Over het volgende punt heerst echter grote onduidelijkheid, die we direct maar wegnemen: een woning mag volledig met infrarood panelen verwarmd worden, mits per ruimte aangestuurd. De toelichting van RVO op de ‘Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III’ erkent dit.

Energie-investeringsaftrek
Infrarood panelen kunnen in de woningbouw, utiliteit en industrie toegepast worden. Veelzijdigheid en flexibiliteit zijn belangrijke eigenschappen van de panelen. Ze kunnen namelijk snel warmtecomfort leveren op de plek waar dat nodig is. Vooral in grote ruimten met beperkte menselijke bezetting en in ruimten met hoge(re) plafonds is dit voordelig. Bij traditionele convectie verwarming zou namelijk de lucht in de gehele ruimte of zone verwarmd moeten worden. Met infrarood verwarming kan dat effectief beperkt worden tot de werkplek. Hierin zijn verschillende oplossingen mogelijk: plafondpanelen, wandpanelen, maar ook panelen onder een bureau. Het plaatselijk verwarmen met infrarood panelen is daarom ook onderdeel van de Energielijst 2022 (code 270103), waarmee het in aanmerking komt voor de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Installatieconcepten
Hoe ziet een ‘infrarood woning’ er uit? In het geval van hoofdverwarming wordt - in de meeste gevallen - de ruimteverwarming verzorgd door infrarood panelen, wordt warm water bereid middels een warmtepomp-/zonneboiler (met elektrische naverwarming) en zijn zonnepanelen toegepast voor hernieuwbare opwekking. Dit concept is duurzaam en voldoet aan de bouwregelgeving. In de lokale toepassing verwarmt een warmtepomp (of cv-ketel) met lage temperatuur afgifte de woonkamer, waarbij infrarood panelen worden toegepast in de overige ruimtes, zoals badkamer, slaapkamers of kantoorkamer. Het grote voordeel hiervan is dat er relatief snel ‘comfort’ geleverd kan worden in ruimten met beperkte aanwezigheid.

Ontwerp en montage
Zoals bij alle installaties is het bij infrarood verwarming van belang dat het installatieconcept goed ontworpen wordt en alles deugdelijk wordt geïnstalleerd. Het monteren van infrarood panelen is relatief eenvoudig. Qua handelingen is het vergelijkbaar met het ophangen van een plafondlamp, dus ophangpunten boren, aansluiten en monteren. De meeste aandacht gaat uit naar het ontwerp. Denk bijvoorbeeld aan bepaling van benodigd vermogen en het verdelen van het vermogen over de ruimte. Daar moet een goed plan voor opgesteld worden.

Praktisch document
De branche ziet het als haar verantwoordelijkheid om professionals de handvaten te bieden om overweg te kunnen met infrarood verwarming. Zo wordt er in samenwerking met een gerenommeerd kennisinstituut de laatste hand gelegd aan een praktisch document over infrarood verwarming in de bouw: van uitleg over de werking tot praktische ontwerp- en installatieadviezen.

Comfortonderzoek
We weten nu wat het is, hoe het werkt, hoe je het kunt toepassen en dat je het mag toepassen. Maar de grote vraag is natuurlijk: hoe zit het met de comfortbeleving en energieprestaties van infrarood panelen in de praktijk? In de meest recente studie is in opdracht TKI Urban Energy en RVO door W/E adviseurs onderzoek gedaan naar het energiegebruik en de comfortbeleving van residentiële verwarming met infrarood stralingspanelen. In de winter van 2020/2021 zijn 52 woningen met infrarood panelen als hoofdverwarming gemonitord. Diverse aspecten zijn daarbij in ogenschouw genomen, waaronder energiegebruik, comfortbeleving en het vermogen van de panelen in verhouding tot de woning.

Aandachtspunten
Er zijn veel interessante bevindingen. Zo is – binnen de beperkingen van het onderzoek – de comfortbeleving overwegend positief te noemen. De onderzoekers stellen ook dat het energiegebruik een stuk minder is dan bij de gemiddelde gasgestookte woning. Aandachtspunten zijn er uiteraard ook, zoals piekbelastingen en de plaatsing van panelen in relatie tot (dis)comfort. Voor meer informatie zie: www.topsectorenergie.nl/agenda/webinar-onderzoek-naar-infraroodverwarming-woningen.

Onderhoud
Infrarood verwarming kan een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale klimaatdoelstellingen en de reductie van het aardgasgebruik. De voornaamste energetische voordelen zijn het kunnen leveren van comfort bij lagere kamertemperaturen en het snel kunnen verwarmen. De aanschafkosten zijn relatief laag en de onderhoudsbehoefte verwaarloosbaar. Er zitten geen bewegende/mechanische onderdelen in infrarood panelen. Twee keer per jaar de panelen afnemen met een zachte doek is voldoende qua onderhoud. Dit maakt infrarood verwarming vanuit een Total Costs of Ownership (aanschaf, beheer en onderhoud tijdens de levensduur) benadering een interessante en nodige optie. Er zijn echter belangrijke voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij toepassing van infrarood panelen om discomfort en een hoog energiegebruik te voorkomen: een genormeerde warmte transmissie berekening en een goede plaatsing van panelen in een ruimte.

Ontwikkeling keurmerk
Er is nog een belangrijke ontwikkeling gaande die zal helpen om het kaf van het koren te scheiden: de uitwerking van een kwaliteitskeurmerk voor infrarood panelen. IG Infrarood werkt samen met deskundige partijen aan een keurmerk volledig gebaseerd op de nieuwe norm NEN-EN-IEC 60675-3. Zo wordt in een oogopslag duidelijk dat een paneel inderdaad een infrarood paneel is en wat de minimale efficiency is 

Elektrisch verwarmen, ook via Wifi

Vasco brengt een breed programma elektrische verwarming op de markt, waaronder elektrische radiatoren met wifi-module. Met de nieuwe module E-Volve ...
Verder Lezen

Elektrische bijverwarming of stand-alone oplossing

 De nieuwe elektrische convectorverwarmer Heat Convector 4000 van Nefit Bosch maakt het mogelijk om bijna elke ruimte snel te verwarmen ...
Verder Lezen

Infrarood verwarming: kansrijk of discutabel?

Over de waarde van infraroodverwarming in de energietransitie in de gebouwde omgeving is nog veel discussie. Voorstanders claimen dat infrarood ...
Verder Lezen

Energieneutrale appartementen krijgen infrarood in plaats van warmtepompen

De West-Friese woningcorporatie De Woonschakel uit Medemblik bouwt 24 nieuwe energieneutrale appartementen voor de sociale woningsector in Bovenkarspel. Het gaat ...
Verder Lezen

Parametrisch ontwerpen

Gepubliceerd op

In de installatiebranche is het nog zelden een onderwerp van gesprek. Maar volgens Marjet Rutten gaat parametrisch ontwerpen minstens net zo’n impact hebben als BIM. IZ sprak met de auteur, marketeer en innovator in de bouwsector. Rutten onderzocht voor BNA hoe parametrisch ontwerpen de bouw zal veranderen. De eerste vraag is natuurlijk wat deze ontwerpmethodiek precies behelst.

Omschrijving
“Parametrisch ontwerpen is een ontwerpproces waarbij op basis van data en relaties tussen onderdelen een ontwerp wordt gegenereerd. Het gaat om het leggen van relaties. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als ik de beukmaat van mijn pand verander? Bij een parametrisch model rekent het systeem de gevolgen voor je door. Wat verandert er dan nog meer? Alle kennis die we hebben is intelligent verwerkt in een datamodel. Het is dus een dynamisch systeem”, legt ze uit.

Tool
“Het is feite een ‘tool’, waarbij je aan de knoppen kan draaien. Mensen voeren de parameters in. Verander je de parameter, zoals bijvoorbeeld de grondoppervlakte voor een vloerverwarmingssysteem, dan rekent het model door wat dat bijvoorbeeld betekent voor de benodigde capaciteit van het verwarmingssysteem.”

Handig
Dat is reuze handig. “Stel je hebt een plot waarop woningen komen te staan en randvoorwaarden gelden voor de maximale hoogte en oppervlakte, dan berekent het systeem alle mogelijkheden.” Deze ontwerpmethodiek is ook uitstekend toe te passen voor installatietechniek, vertelt Rutten. “Zo heeft de TU/E software ontwikkeld om door te rekenen wat in een gegeven situatie de meest duurzame woning is, rekening houdend met isolatie, soort installaties, kosten en dergelijke.”

BIM
Parametrisch ontwerpen gaat een stap verder dan bimmen. “Daarbij maak je gebruik van 3D-software met extra dimensies, maar zonder intelligentie. Er vindt geen automatische doorberekening plaats.”

Andere voordelen
Dat parametrisch ontwerpen legio voordelen biedt, is dus wel duidelijk. Naast snelheid en een verruiming van de mogelijkheden, zodat je kan ‘customizen’, betreedt je ook een nieuwe esthetische dimensie. “Met parametrisch ontwerpen kan je spannendere ontwerpen maken, waardoor gebouwen er anders gaan uitzien.” Ook wordt het ontwerpproces transparanter, waardoor de faalkosten omlaag gaan. “Uiteraard alleen als de juiste parameters worden ingevoerd”, voegt Rutten toe. En de initiële bouwkosten gaan omlaag, omdat er bijvoorbeeld minder installatieadvies nodig is.

Installateurs
Waar de architecten en ontwikkelaars al aan de slag gaan met parametrisch ontwerpen, blijft de installatiebranche wat achter. De omslag maak je ook niet van de ene op de andere dag, vertelt Rutten. “Je moet onder andere kennis hebben van modelleren, ICT, procesbeheersing en installatietechniek.” De innovatie-expert raadt de kleine en middelgrote installateur aan om voorlopig de ontwikkelingen voornamelijk te volgen. Zie je kansen om een en ander te vertalen naar praktische toepassingen, dan kan je op een rijdende trein springen. “Bijvoorbeeld door gebruik te maken van bestaande modellen als van de TU/E of door met een aantal andere kleine bedrijven de krachten te bundelen.”

Toekomst
“Ik denk dat parametrisch ontwerpen over circa 5-10 jaar is ingeburgerd. Het wordt een belangrijke tool om advies te geven, aan klanten en medespelers in de bouwkolom. Parametrische modellen zullen bovendien in toenemende mate gekoppeld worden aan productiefaciliteiten, zodat er in fabrieksmatige omstandigheden aan de hand van een specifieke klantvraag een oplossing van de band komt rollen. En daardoor zal de bouwplaats nog meer dan nu al het geval is, veranderen in een montageplaats.

Ontwerpen en realiseren van legionellaveilige gebouwen

ISSO heeft nieuwe kennis toegevoegd aan de productenreeks Legionellapreventie. Het gaat om de CUR-aanbeveling 120 ‘Legionellaveilige gebouwen: Bouwkundig ontwerp en ...
Verder Lezen

Terpstra presenteert app voor digitaal ontwerpen en installeren in 3D

De eerste commerciële UOB-app is gepresenteerd op het online innovatie event Building Holland Digital. De app maakt het mogelijk om ...
Verder Lezen

Datagedreven ontwerpen, installeren en beheren via app

Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, presenteert op 27 oktober tijdens Building Holland Digital de eerste volledig werkzame app voor ...
Verder Lezen

Online compacte lbk’s ontwerpen

Om tijd te besparen bij het ontwerpen van compacte units heeft Wolf de ‘5-minuten Compact-configurator’ ontwikkeld. Vanaf de bouwplaats of ...
Verder Lezen

Een tree hoger

Gepubliceerd op

De Veiligheidsladder is veelbesproken in de technische installatiebranche. Over het nut ervan lijkt iedereen het wel eens, maar de praktische uitvoering zorgt voor nogal wat hoofdbrekens. Wat is verplicht en wat niet? Hoeveel geld gaat het de bedrijven kosten? En wat levert het concreet op?

Vanaf 1 januari van dit jaar hanteren opdrachtgevers die hun opdracht aanbesteden volgens de afspraak Veiligheid in Aanbestedingen (ViA) de zogenoemde Veiligheidsladder (NEN Safety Culture Ladder). De Veiligheidsladder is een methode om veiligheidsbewustzijn en bewust veilig handelen in bedrijven te meten en beoordelen. De nadruk ligt hierbij op de veiligheidscultuur. De Veiligheidsladder verdeelt veiligheidsbewustzijn en -gedrag over vijf treden. Hoe meer verantwoordelijkheid, visie op en investeringen in veiligheid, hoe hoger de score. Maar wat betekent het in de praktijk? We peilden de meningen.

Positief en kritisch
Henk Boltendal werkt al 11 jaar bij Telecom Service Groep, een all-round bedrijf voor o.a. technische beveiligingsoplossingen met de hoofdvestiging in het Groningse Leek. In de ongeveer 125 mensen tellende organisatie heeft Henk twee functies; hij is Hoofd Bedrijfsbureau, dus leidinggevende over ongeveer 25 mensen. Anderzijds is hij als KAM-coördinator voor alle collega’s het aanspreekpunt voor veilig en gezond werken. “Twee uitdagende rollen waarin altijd wat te doen is!” Hij is ‘positief-kritisch’ over de Veiligheidsladder. “Ik vind veiligheid heel belangrijk en de Veiligheidsladder zorgt ervoor dat veiligheid een gespreksonderwerp wordt in alle geledingen van een bedrijf. De verantwoordelijkheid ligt daardoor niet alleen bij bijvoorbeeld de KAM-coördinator, maar ook bij de uitvoerenden én het management. De Veiligheidsladder leidt tot een aanpak op de niveaus van beleid, strategie én uitvoering.”
Daarentegen vindt Henk de manier waarop de Veiligheidsladder wordt ingevoerd op sommige vlakken te rigoureus. “De basis is bij ons op orde: we hebben een actuele RI&E inclusief plan van aanpak, we zijn VCA-gecertificeerd en de risico’s binnen ons bedrijf zijn laag.” Dan is de Veiligheidsladder wel een heel zwaar instrument.” De Veiligheidsladder wordt daarnaast als een bureaucratisch drukmiddel ervaren, aldus Henk. “Je kunt het ook niet doen, natuurlijk. Maar dan kun je op den duur niet meer meeschrijven in aanbestedingen; iets dat sommige bedrijven de das om zou doen.”

Trainer aan het woord
Harm van Heukelum geeft workshops over de Veiligheidsladder en is in het dagelijks leven werkzaam als adviseur bij Aboma en gespecialiseerd in het thema veiligheidsgedrag en -cultuur. In twee dagdelen neemt hij vakmensen mee door het hele certificeringsproces.” Harm is enthousiast over zijn ervaringen tot dusverre. “Als je ziet hoeveel bedrijven inmiddels aan de slag zijn gegaan met het thema veilig­heidsgedrag en -bewustzijn en het uiteindelijk heel waardevol vinden, dan zal dat je misschien verbazen. Ik zeg altijd: ‘als bedrijf moet je je bezighouden met je veiligheidscultuur, en de Veiligheidsladder is dan de meetlat.’ Veiligheidscultuur raakt bovendien aan zoveel andere thema’s, of het nu gaat om visie, leiderschap of communicatie. Daar wíl je op inzetten!” Maar is de branche er klaar voor om nog een extra stap te zetten? Wat zijn zijn ervaringen? “Ja, de branche is er klaar voor. Of beter gezegd: de branche heeft geen keus. Gewoon omdat het verplicht is.” Harm heeft wel een tip. “Zoek de dialoog op. Deel best practices maar ook je behoeftes. Want de kans is groot dat je niet de enige bent. Dus blijf met elkaar in gesprek!”
Het moet groeien
José Hoedemakers, KAM-coördinator bij Installatietechniek Louwer en deelnemer aan één van de workshops van Harm, geeft aan dat het vertrouwen in de Veiligheidsladder in haar bedrijf moest groeien. “Aanvankelijk waren er twijfels, maar achteraf gezien was het eigenlijk een heel mooi proces! Het heeft ons veel positieve dingen gebracht, en uiteindelijk wordt het systeem gedragen door al onze 40 medewerkers. Inmiddels zijn we op trede twee gecertificeerd en is iedereen overtuigd van het nut, dat zie je op de werkvloer terug!” Als QHSE-manager bij Feenstra (1500 medewerkers) houdt Danny den Brok zich al langere tijd bezig met het thema veiligheidscultuur. “Ik vind de Veiligheidsladder hiervoor wel echt een mooi instrument. Het zet aan tot denken én actie. Om kritisch te blijven en voortdurend te verbeteren.” Voor collega-deelnemer Marvin van Dijk, KAM-coördinator bij Mossink Elektrotechniek in Hoevelaken kwam het instrument als een verrassing. “Het viel een beetje rauw op ons dak. We werken al lang op dezelfde manier, waarom moeten we dat in bepaalde hokjes plaatsen? Maar nu we ermee aan de slag zijn gegaan merk ik wel: dit gaat ons op de lange termijn veel opleveren.”

De wetenschapper
Dr. Frank Guldenmund werkt al bijna 30 jaar bij de sectie Veiligheidskunde van de TU Delft. “Sinds halverwege de jaren ’90 houd ik mij bezig met het onderwerp veiligheidscultuur, wat toen nog relatief nieuw was. Ik ben geïnteresseerd in het gedrag van mensen in onder andere industriële omgevingen.” Frank is daarnaast coördinator van de post-initiële masteropleiding genaamd Safety, Health and Environment (MoSHE) én zit in het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde. Van meet af aan was Frank, dankzij zijn expertise, betrokken bij de Veiligheidsladder. “Toen de Veiligheidsladder werd geïntroduceerd, ben ik gevraagd deze te beoordelen. Ik kwam destijds tot de conclusie dat het meer een systeemaudit is dan een cultuuraudit. Wees je ervan bewust dat de Veiligheidsladder slechts één weg naar Rome laat zien, maar er zijn er natuurlijk meer. Ik raad aan altijd zelf te blijven nadenken met de Veiligheidsladder als leidraad.”

Basis versterken
De Veiligheidsladder biedt veel kansen. Frank: “De veiligheidsstructuur is het fundament onder de daadwerkelijke veiligheid binnen je bedrijf. De Veiligheidsladder is een methode om deze basis te versterken. Met een kwalificatie op de Veiligheidsladder kun je meedoen in meer aanbestedingen, maar je kunt er zelf ook actief mee aan de slag om de veiligheid in je bedrijf te verbeteren. Wat de ladder beoogt, is dat je veilig en gezond werken onder de loep gaat nemen. En dat is, heel simpel, uiteindelijk waar het om draait. Dat je een gezamenlijk beeld hebt van wat veiligheid is en hoe je dat met elkaar creëert. Niet met een houding van ‘ik doe het zo, en dat is veilig’, maar dat je open staat voor andere invalshoeken en van elkaar leert. En dan zul je vanzelf zien dat veiligheid ook een heel leuk thema is!”

Niet extra
Frank constateert dat sommigen ervaren dat veiligheid ‘bovenop’ hun werk komt. Dat je er moeite voor moet doen. “De meeste mensen denken bij veiligheid aan helmen, schoenen en hesjes. Maar naar mijn mening gaat het over kwaliteit, over vakmanschap, over zorg hebben voor elkaar. Door een sterkere veiligheidscultuur te creëren kunnen we hier met z’n allen stappen in zetten. Daarnaast wordt veiligheid vaak gezien als het ‘probleem’ van de afdeling veiligheid. Terwijl je ook kunt zeggen: ‘veiligheid hoort bij ons werk, en we beschouwen het een uitdaging om hier zo goed mogelijk mee om te gaan’. Als we de discussie op dat niveau krijgen, worden mensen gretig om te leren hoe het beter moet. Daar ben ik van overtuigd. En als de Veiligheidsladder daarbij kan helpen, prima toch?” 

Alle informatie over veilig en gezond werken in één app

ArboTechniek heeft een app gelanceerd met daarin alle informatie over veilig en gezond werken Deze veiligheidsapp is gratis te gebruiken ...
Verder Lezen

Online escaperoom op digitale Bewust Veilig-dag

Op woensdag 24 maart wordt voor de vijfde keer de Bewust Veilig-dag georganiseerd. Op die dag staan aannemers, installateurs, onderhoudsbedrijven, ...
Verder Lezen

Gezond en veilig aan het werk na de coronacrisis

Carrier introduceert een pakket oplossingen voor het helpen realiseren van een gezonde, veilige, efficiënte en productieve binnenomgeving voor gebouwen. Via ...
Verder Lezen

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand ...
Verder Lezen

Luchtverwarming

Gepubliceerd op

Zuiniger omgaan met energie. In de praktijk betekent dat meer dak-, vloer- en spouwisolatie en kierdicht bouwen. Daarnaast moeten gebouwgebonden energiesystemen zuiniger en bij voorkeur fossielarm of -vrij worden. We verwarmen daardoor onze gebouwen vrijwel uitsluitend nog via convectie. Stralingswarmte is in deze systemen volledig verdwenen, zegt adviseur Rob Verbrugge. Maar levert dit wel het gewenste comfort op? Verbrugge heeft er ernstige twijfels over.

Lucht als medium is in gebouwen bijna alles bepalend geworden. Enerzijds wordt het gebruikt om te verwarmen en anderzijds om te ventileren. We hebben de dominantie positie van luchtverwarming ongemerkt geaccepteerd. Het gaat niet meer om de mens, maar om het gebouw. Vreemd eigenlijk. Als een gebouw nooit door mensen zou worden gebruikt, dan zou verwarmen onnodig zijn.

Ontstaan
Hoe heeft eigenlijk luchtverwarming haar dominante positie verworven? Daarvoor moeten we teruggaan naar de jaren ’90. De cv-ketels van destijds moduleerden nog niet en verwarmden meestal centraal, via radiatoren. De watertemperatuur was hoog, waardoor radiatoren warmte overdroegen via straling en convectie (lucht).

Trendbreuk
Toen midden jaren ’90 cv-ketels gingen moduleren, veranderde ook de warmteoverdracht. Via de bijbehorende modulerende kamerthermostaat, vermogensreductie en lage watertemperaturen werd de kamertemperatuur tot op de tiende graad constant gehouden. Waar de branche aannam dat dit het meest comfortabel was, constateerden gebruikers daarentegen een negatieve verandering. Zij ervaarden een gemis aan stralingswarmte. “Het is met de nieuwe ketel, net zoals met de oude, nog altijd twintig graden, maar het lijkt wel alsof het vroeger warmer was dan nu”, was een veel gehoorde opmerking. Moduleren zorgde ervoor dat verwarmen van lucht (convectie) steeds belangrijker werd. De jaren erna is het medium lucht vrijwel alleenheerser geworden in onze centrale verwarming. Door het gebruik van LT-afgiftesystemen en de grootschalige toepassing van warmtepompen is ieder beetje aangename stralingswarmte verdwenen.

Voor- en nadelen
Lucht als verwarmingsmedium lijkt zo logisch. We kunnen het meten in graden Celsius. Daardoor kunnen we de temperatuur regelen en er makkelijk mee rekenen, wat bij stralingswarmte veel moeilijker is. Je kan, mits de woning goed geïsoleerd is, met lagere temperaturen eenvoudig de gewenste kamertemperatuur realiseren. Toch zegt dat lang niet alles over het ervaren van behaaglijke warmte. Feitelijk is lucht een slechte opnemer van warmte. Het kost veel energie om lucht te verwarmen. Toch heeft dit ook voordelen. Doordat lucht slecht warmte opneemt, verliest de mens zijn warmte minder snel. Verwarmen met lucht is eigenlijk helemaal geen verwarming, maar isolatie. Hogere luchttemperaturen zorgen ervoor dat het verschil tussen de lucht en onze huid kleiner is, waardoor wij minder warmte verliezen. Een hele ruimte met lucht verwarmen voor de warmtebehoefte van de mens is echter uiterst inefficiënt. Daarnaast heeft convectie de nare eigenschap dat de warmste lucht zich boven in een ruimte bevindt en er ook altijd luchtcirculatie ontstaat. Dit zorgt er tevens voor dat vervuilende stoffen gaan circuleren en zich eenvoudig kunnen verspreiden.

Strijdtoneel
Voor wie het ontgaan is, de ventilatiebranche vertegenwoordigd in diverse normcommissies, is in een ‘burgeroorlog’ verwikkeld. De luchtoorlog gevoerd door de C-en D-troepen is al jaren gaande en zorgt nu voor uitstel van een nieuw te ontwikkelen norm. Raamroosters wel of niet acceptabel, niet tijdig of helemaal niet filters vervangen bij balansventilatie, een halve of hele meter vanaf de gevel rekenen voor de leefzone of niet, eenvoudig te ontregelen ventielen na schoonmaken, meer of minder lucht... alles zal de revue passeren voor de nieuwe norm. Ik vraag me echter af of ze daar nog wel beseffen dat ventileren vooral gaat om onze gezondheid. CO2 meten en regelen is aardig, maar koolstofdioxide is niet snel ziekmakend. De echte vervuiling zit in de vluchtige organische stoffen, in fijnstof en in bacteriën en schimmels. En deze stoffen meten en regelen we nog zelden of nooit. Laten de krijgsheren zich eens buigen over de fijnstofconcentraties die na het bereiden van onze avondmaaltijd nog urenlang in de lucht blijven hangen, zoals 5 jaar geleden is aangetoond door TNO. Ik hoop dat men bij de normcommissies ook in de gaten heeft dat balansventilatie in de nieuwbouw vaak leidt tot te droge lucht en dat luchtbevochtiging een serieuze zaak wordt. En misschien moet men zelfs nog verder in de toekomst kijken en tot de conclusie komen dat zelfs het reinigen van binnenlucht niet te vermijden zal zijn, als we een echt gezond binnenklimaat willen creëren.

Niet zaligmakend
Het EPC nul tijdperk en het tijdperk NTA 8800 hebben ons laten geloven dat balansventilatie met warmteterugwinning de beste vorm van ventileren is. Of dit gebaseerd is op gezondheid, energiegebruik of thermisch comfort is mij nog niet geheel duidelijk. Bij gezondheid heb ik nog geen leverancier gezien die stuurt op de eerder beschreven schadelijke stoffen. Het energiegebruik is lager dan bij natuurlijke ventilatie met een MV-box. Maar bij toepassing van ventilatiewarmtepompen is het gebruik voor natuurlijke- en balansventilatie in evenwicht. De geïntegreerde gebouwgebonden energie-oplossing StralendWARM is hiervan een zeer goed voorbeeld. Hier geen vallende koude lucht door raamroosters, maar stijgende warme lucht via ventilatieradiatoren en terugwinning van warmte via een ventilatiewarmtepomp. Dan blijft over het thermisch comfort. Raamroosters worden vaak genoemd als bron van thermisch discomfort. Met name als ze gecombineerd worden met ultra lage temperatuur vloerverwarming. De echte oorzaak is, dat de roosters veelal onjuist zijn gedimensioneerd en door onjuiste toepassing dwarsventilatie realiseren. Daarnaast zijn lage vloertemperaturen medeverantwoordelijk voor deze thermische comfortklachten, tijdens periodes van menselijke inactiviteit. En dit komt ook voor bij balansventilatie.

Verkeerde aanname
Hoe komen we op het idee, dat lucht met een constante temperatuur van 20 graden zo comfortabel is? Vloerverwarming is wellicht de meest voorkomende vorm van afgifte in onze nieuwste warmtepompwoningen. De op korte afstand naast elkaar gepropte vloerverwarmingsslangen hebben ten opzichte van de warmteverliezen (te) veel vermogen. Hierdoor kan dit thermisch actieve bouwoppervlak met slechts één graad meer de gewenste kamertemperatuur realiseren. De vloer, mede afhankelijk van het soort bekleding, zal niet als koud ervaren worden, maar geeft de bewoner ook geen enkele warmtebeleving. Daarnaast gaat het om een traagwerkend systeem. Snel en tijdelijk de temperatuur aanpassen, is simpelweg onmogelijk. Dit alles zou weleens de reden kunnen zijn, waarom gebruikers steeds vaker hun kamerthermostaat structureel op 22 of 23 graden hebben ingesteld. Het is bijna onbegrijpelijk dat in deze moderne tijd alles te regelen is behalve onze cv-systemen. Het mogelijk zuinige energetische karakter dat aan deze systemen wordt toegeschreven is blijkbaar belangrijker dan de warmtewensen. En, het werkelijke comfort van warme lucht wordt duidelijk overschat door de bouw- en installatiebranche.

Warmtecirculatie
De tweede vorm van warmteafgifte via LT-systemen is pure luchtverwarming. Daar zijn convectoren ook specifiek voor ontworpen. Overigens hebben LT-convectoren nog maar nauwelijks iets te maken met convectie. In het verleden verwarmden HT-convectoren de passerende lucht, waardoor deze ging stijgen en er circulatie ontstond. Met de huidige lage systeemtemperaturen is het voor een convector vrijwel onmogelijk om warmtecirculatie te realiseren. Daarom zijn deze convectoren voorzien van kleine ventilatoren. Hiermee wordt luchtcirculatie geforceerd gerealiseerd. Alleen nu met nauwelijks aanwezige warmte. Relatief koele bewegende droge lucht is voor ons thermisch comfort zeker niet aangenaam. Bovendien zorgt droge circulerende lucht bij de mens voor onttrekking van warmte via evaporatie.

Armoedige aanpassingen
Uitsluitend verwarmen met lucht is voor de mens zelden comfortabel. Wanneer stralingswarmte ontbreekt, is er voor de mens geen mogelijkheid echt warm te worden. De resultaten van deze manier van verwarmen laten zich dan ook zien. Bewoners stellen de kamerthermostaat 2 à 3 graden hoger in. Houtkachels worden ingezet ter compensatie. Bewoners zitten tijdens inactieve momenten onder fleecedekens of hebben een warmtekussen aangeschaft. Maar ondanks dit discomfort worden er nog steeds nieuwe projecten opgeleverd met dezelfde klachten. De problematiek wordt in de branche nog maar nauwelijks onderkend. Bij de eerste klachten worden bewoners vaak het bos ingestuurd met de mededeling, ‘u moet nog wennen aan de nieuwe manier van verwarmen’. En dat is natuurlijk klinkklare onzin.

Alternatieven
Als je in Nederland kritisch bent over het gebruik van warmtepompen, lt-afgiftesystemen en balansventilatie, wordt je al snel verketterd. Toch moeten we naast de energie-efficiëntie van warmtepompen ook de nadelen durven te benoemen. De traagheid van een warmtepompsysteem met LT-afgifte is voor velen zeer irritant en onwenselijk. Daarnaast leidt een 3 graden hogere instelling van de kamerthermostaat al snel tot 20% tot 25% meer energiegebruik. Bewoners die dit hebben ervaren, blijken wel dolenthousiast te zijn over lokaal inzetbare infraroodpanelen, als ze die aanschaffen. Op die manier zijn ze namelijk op de plek waar hun inactieve momenten plaatsvinden weer voorzien van stralingswarmte. Stralingswarmte is voor de mens de meest behaaglijke vorm van verwarmen. Niet voor niets zien we bijna iedereen in maart bij zonnig weer en zelfs relatief koele temperaturen, een plekje in de zon en uit de wind zoeken.

Toekomst
Ondanks de heftige weerstand, winnen infraroodverwarmingsoplossingen stukje bij beetje terrein. En dat wordt ondersteund door binnenlandse en buitenlandse rapporten. Nu ook de bouw verandert van puur steen en beton naar steeds vaker hout, zal dat consequenties hebben voor de wijze waarop we verwarmen en het soort systeem dat we inzetten. Doordat de accumulatie van warmte en stralingsasymmetrie van houten woningen anders is, zal ook de manier van verwarmen gaan veranderen. Stralingswarmte via infraroodpanelen zou dan weleens een betere vorm van verwarmen kunnen blijken te zijn. Tot die tijd zullen we ook in de traditionele bouw langzaam maar zeker steeds meer combinaties gaan zien. Denk bijvoorbeeld aan een basis luchtverwarming met warmtepompsystemen gecombineerd met lokale verwarming via infraroodpanelen. In dat geval kan de kamerthermostaat weer terug naar 19 of 20 graden en gaat tijdens inactieve perioden het lokale infraroodpaneel aan voor de echte warmte-ervaring. Net zoals het altijd is geweest; stralingswarmte en convectiewarmte in de juiste samenhang met elkaar en natuurlijk regelbaar voor het hoogst mogelijke thermische comfort. De behoudende installatiebranche zal deze comfortabele mogelijkheden hopelijk sneller gaan omarmen dan dat men deed bij het acceptatieproces van warmtepompen 

Tomaten telen dankzij speciale luchtbehandelingskasten

Technokas is deze week gestart met de assemblage en installatie van de eerste van in totaal 16 luchtbehandelingskasten op de ...
Verder Lezen

Warme lucht

Gisteren was in het nieuws dat de Techniek Nederland, natuur en milieu en Netbeheer Nederland vinden dat de verkoop van ...
Verder Lezen

Warmtepompboilers gebruiken lucht vanuit WTW

In Leiden worden de komende maanden honderden woningen voor studenten en ‘young professionals’ opgeleverd. Er worden ruim 550 warmtepompboilers geïnstalleerd ...
Verder Lezen

Van het gas af? Met luchtverwarming zit je goed

Een brede coalitie dringt aan op het verbod van standaard cv-ketels vanaf 2021, want Nederland moet van het gas af ...
Verder Lezen

Project starten

Gepubliceerd op

Stel je krijgt een projectaanvraag binnen, hoe pak je het dan vervolgens aan? Ron Bosch, HBO-docent Installatietechniek en installatieadviseur legt uit waar je op moet letten om zonder kleerscheuren een offerte- en uitvoeringstraject te doorlopen.

Alles begint met een opdrachtgever die contact zoekt. Dat gebeurt meestal via de reguliere post, email, telefoon, Social Media of face-to-face. Probeer eerst de vraag achter de vraag van de opdrachtgever te ontleden en om te zetten naar een programma van wensen (PVW). Check vervolgens bij de opdrachtgever of je hem of haar goed begrepen hebt.

Voorbeeld
Zo kan je bijvoorbeeld het volgende verzoek krijgen via Social Media:

Goedemiddag,

Ik zou graag mijn huis gasloos willen maken. Ik wil weten hoe energiezuinig mijn huis nu is en welke maatregelen ik moet nemen om helemaal van het gas af te gaan. Ik wil ook graag weten wat dit gaat kosten.

Met vriendelijke groet

Jan Janssen

Registreren
Registreer eerst de nieuwe opdrachtgever in je administratiesysteem en maak voor hem of haar een nieuwe projectmap aan. Stuur je opdrachtgever een bevestiging met reflectie waarin je de vraagstelling herhaalt:

Geachte heer Janssen,

Dank voor uw aanvraag.

U wilt aan de hand van de beschikbare gegevens, zie verzoek hieronder, weten of uw huis energiezuinig is. Daarna wilt u gaan kijken hoe u het beste van het gas af kunt gaan, door de voorgestelde maatregelen door te voeren. U wenst ook vooraf een kostenoverzicht te krijgen.

Kunt u ons de volgende zaken opsturen:
Tekeningen plattegronden en gevelaanzichten van uw woning;
Foto’s van uw woning met aanzichten voor, achter en zijkanten;
Voor minimaal 3 referentiejaren de afrekeningen van uw energiebedrijf;
Tevens treft u in dit schrijven onze algemene voorwaarden aan.

Wij zullen na ontvangst van alle gegevens uw vraag binnen twee weken in behandeling nemen en vervolgens naar u terugkoppelen.
Mocht onze verwoording van uw opdrachtgeverwens niet juist zijn, dan horen wij het graag van u.

Met vriendelijke groet,

Jan Slijptol,
Installatiebedrijf Duurzaam Goud

Toewijzen
Als alle gegevens binnen zijn, wordt er een werkvoorbereider aan het project gekoppeld. Deze expert gaat analyseren of alle stukken compleet zijn en of hij op basis van de aangeleverde informatie een goed advies kan opstellen. Mocht hij over onvoldoende gegevens beschikken, dan zal hij zelf/een collega vragen om in contact te treden met de opdrachtgever met het verzoek om de aanvullende informatie aan te leveren.

PVE
De werkvoorbereider zal vervolgens het PVW vertalen naar een Programma van Eisen (PVE). Hierin zit een technische omschrijving van het project verwerkt op basis waarvan hij weer de offerte opstelt. De offerte wordt met een controleerbare begroting opgestuurd naar de opdrachtgever. Bij het schrijven zitten wederom de algemene voorwaarden van het bedrijf in besloten.

Uitvoering
Indien de opdrachtgever akkoord gaat met de prijs, zal hij je de opdracht geven. Vervolgens bedank je de opdrachtgever schriftelijk voor de opdracht, waarbij je nog eens verwijst naar de offerte en de daarin gestelde voorwaarden. Het is raadzaam om direct de betalingscondities te vermelden. Je moet materialen inkopen en een schatting maken, bijvoorbeeld dat die 30% bedragen van de totale uitvoeringskosten van het werk. Indien de opdrachtgever daarmee akkoord gaat, kan je de eerste deelfactuur, uiteraard voorzien van betalingstermijn, sturen, zodat jouw aankoop geborgd is. Al naar gelang de omvang van jouw onderneming, kan eventueel de afdeling Inkoop of de projectleider van het bedrijf betrokken worden bij de inkoop van materialen.

Betalingsvoorstel
Hoe formuleer je nu een betalingsvoorstel? Je kan het bijvoorbeeld als volgt aanvliegen:
30% bij opdracht;
30% bij aanvang van de werkzaamheden;
30% bij levering van de materialen;
10% bij inbedrijfstelling,- oplevering.

Uitvoering
Na de opdracht voor het werk begint de uitvoeringsfase. De projectleider en de werkvoorbereider zorgen samen voor de procesplanning, het budget en mogelijke subsidies, het Programma van Eisen en de kwaliteitsbewaking van het uit te voeren werk. Tijdens de uitvoering van het werk zal de projectleider op locatie bij de opdrachtgever dus toetsen of er voldaan wordt aan hetgeen de opdrachtgever in opdracht heeft gegeven aan installatiebedrijf Duurzaam Goud.

Bijsturen
De projectleider heeft regelmatig overleg met verschillende stakeholders. Waar nodig zal hij het proces bijsturen, al dan niet in overleg met de opdrachtgever. Als onderdeel van zijn werk houdt hij zich tevens bezig met de projectadministratie. Hij bewaakt de kosten en stelt de financiële eindafrekening op.

Oplevering
Het traject naar de oplevering verloopt als volgt:
• De installateur Duurzaam Goud meldt het werk gereed aan de opdrachtgever;
• De opdrachtgever zelf of diens waarnemer doet de opneming;
• De opdrachtgever keurt het werk goed en daarmee wordt het werk geacht te zijn opgeleverd en kan de laatste factuur de deur uit.
Waar gaat het verkeerd?
Bij deze de meest voorkomende oorzaken waardoor projecten vertraging oplopen:

1. verkeerd aangeleverde gebouwgebonden informatie;
2. te veel functionarissen bezig met de opdracht;
3. kwaliteitscontroles van opleverattesten overslaan;
4. te optimistische planningen;
5. aan teveel projecten tegelijk werken en daardoor het overzicht missen;
6. slecht uitgevoerde ontwerpen;
7. onbekwaam personeel;
8. opdrachtgever komt afspraken niet na;
9. spanning tussen opdrachtgever en ontwikkelaars, installateur en dergelijke;
10. niet goed geluisterd naar de opdrachtgever;
11. nota van vragen wordt niet verwerkt in de nota van inlichtingen;
12. transportvertraging, voorraden niet op orde;
13. slechte afstemming tussen de betrokken disciplines, waardoor bijvoorbeeld een luchtrooster tussen wal en schip valt, omdat BK en WT van elkaar dachten dat de ander die zou opnemen in de calculatie.

Bouwsectoren
De aanvliegroute van een project is afhankelijk van de bouwsector en de bedrijfsgrootte. Zo rekenen bedrijven verschillende calculatietoeslagen. Deze verschillen hangen samen met de grootte van bedrijven, overhead, specialisatie en de aard van het werk. Dit zal in de toekomst niet veranderen. Daarentegen kunnen technologische innovaties of marktveranderingen wel leiden tot een andere aanvliegroute van een project. Te denken valt dan onder andere aan de impact van robotisering en automatisering op het aanvraag-, uitvoerings- en opleveringstraject.

Marktveranderingen
Als sector hebben we nu te maken met leveringsproblemen en sterke prijsverhogingen. Ik adviseer om toekomstige tegenvallers (prijsstijgingen) in te kunnen calculeren. Kijk daarnaast eens goed naar de opbouw van de winst en andere risico’s waar je mee te maken krijgt. Neem dit ook mee in de nacalculatie van het door jouw gerealiseerde project en controleer achteraf of je jouw winstpercentage hebt veiliggesteld. Normaliter bedraagt de W&R tussen de 3 en 6% 

Tips

Probeer jezelf voortdurend te verbeteren. Analyseer bijvoorbeeld eens een project dat je al hebt uitgevoerd. Wat ging er goed en waar ging het mis? Kijk eens of je verbeteringen, versnellingen of het verlagen van faalrisico’s kan bewerkstelligen. Waar praten we trouwens over als we het hebben over faalkosten, heb je daar wel voldoende inzicht in? Wat kan je nu al doen; de zogenaamde quick wins? Welke adviezen kan je verstrekken aan de directie van jouw bedrijf, de bouwkundig aannemer of onderaannemers? Wees creatief en probeer eens out of the box te denken. Het zal jou helpen projecten anders aan te vliegen.

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...
Verder Lezen

Wedstrijdje circulair bouwen, renoveren en installeren

Het team Kuijpers/HvA//ROC Tilburg mag zich de winnaar noemen van de Techathon 2021, een prestigieuze wedstrijd voor installatiebedrijven en technische ...
Verder Lezen

Strategisch framework voor circulaire bestaande gebouwen beschikbaar

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit internationale framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar ...
Verder Lezen

Circulair verwarmen

Het was één van de vaktermen van 2020: circulariteit. Overal in de branche beginnen producenten en fabrikanten zich te roeren ...
Verder Lezen

De Verwondering

Gepubliceerd op

Basisschool De Verwondering in Almere kan met recht een landmark worden genoemd. Het gebouw is circulair, duurzaam en opgetrokken volgens de principes van Biophilic Design. Dat was best wennen voor de installateur. IZ sprak erover met Architect Guus Degen.

De Verwondering presenteert zichzelf als een “ecologische school. Dit ecologische gedachtegoed ziet u terug in ons gebouw, in het gebruik van materialen en bijvoorbeeld door het zelf energie opwekken met zonnepanelen”, aldus de website.

Biobased
ORGA architect nam het ontwerp voor zijn rekening. “ORGA maakt moderne biobased architectuur. Hout is het materiaal, gezonde en groene gebouwen zijn het doel. Circulariteit en comfort zijn vanzelfsprekend. Oplossingen zijn natuurlijk waar het kan en technisch waar het moet”, aldus het architectenbureau.

Houtskeletbouw
Veel hout dus en dat is te merken. Het gebouw heeft een hybride CLT/houtskeletbouw constructie. De kolommen zijn gemaakt van geschaafde boomstammen. Ook de kanaalplaatvloeren, buitenwanden en kozijnen zijn van hout. Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van vuren, accoya en lariks, deels voorbehandeld. Overigens zijn de binnenwanden van ongebakken leemsteen.
Demontabel
“Bijna alle materialen zijn biobased, dat wil zeggen op korte termijn hernieuwbaar”, licht architect Degen toe. Dat geldt ook voor de kurkwanden, die het gebouw opsieren. Een circulair gebouw is in principe makkelijk te demonteren aan het einde van zijn levensduur. Vandaar dat men alleen bout-moer verbindingen heeft toegepast. “Pen-gat verbindingen zijn theoretisch gezien ook mogelijk bij een circulair gebouw, maar in dit geval niet, omdat ze de krachten niet aan zouden kunnen.”

Zonverkaveling
Het gebouw bestaat de facto uit 3 clusters met een middenruimte. Bij de oriëntatie is rekening gehouden met zonverkaveling. Zo zijn de grote gevelramen van de middenruimte gericht op het oosten, westen en zuiden voor optimale daglichttoetreding. Ook de lokalen zijn zodanig gepositioneerd dat de glaspartijen het zonlicht onder de meest gunstige omstandigheden kunnen binnenlaten.

Passieve maatregelen
Uiteraard zijn er de nodige passieve bouwkundige maatregelen genomen om ongewenste opwarming of warmteverlies te voorkomen. Rondom het gebouw staan bomen die het daglicht filteren. De centrale ruimte heeft overstekken. Klaslokalen met glaspartijen op het zuiden en zuidwesten hebben passieve zonwering bestaande uit een semitransparante luifel die directe zoninstraling verhindert. Ook de vegetatie op het dak en de klimrekken met beplanting op zonrijke gevels gaan oververhitting van het gebouw tegen.

Isolatie
De ramen zijn van dubbel of triple glas. De lemen binnenwanden hebben als extra voordeel dat ze de warmte of koude langer vasthouden. Ze fungeren dus dankzij hun thermische massa als buffers.

Stroom
Op het dak liggen onder andere PV-panelen. Ze leveren voldoende energie om aan de gebouwgebonden vraag te voldoen. De Verwondering kan de resterende stroomvraag invullen via het reguliere net. Het is behoorlijk druk op het dak. Naast de PV-panelen, liggen er ook zonnecollectoren en wordt een deel benut als groen dak. De Verwondering heeft daar een buitenspeellokaal op laten plaatsen, bovendien lopen er kippen rond en worden er onder andere tomaten gekweekt.

Verlichting
De Verwondering heeft aanwezigheidsdetectie voor de verlichting. Bovendien schakelt het systeem terug bij grote gevelopeningen, zodat het licht minder fel wordt, legt Degens uit.

Warmteopwekking
De verwarmingsinstallatie heeft een ijsbuffertank, een innovatieve variatie op een warmteopslagsysteem. Het ijsbuffer warmteopslagsysteem is geïntegreerd ontworpen met zonnecollectoren en andere energiebesparende systemen. Het ijsbuffer warmteopslagsysteem verwarmt en koelt gebouwen door slimme toepassing van bestaande natuurwetten. De clou: bij de overgang van koud water naar ijs wordt een enorme hoeveelheid energie omgezet, de zogenaamde kristallisatiewarmte. Zodra het volledig geautomatiseerde systeem signaleert dat de energie van de zon en de lucht niet langer toereikend is om de warmtebehoefte te dekken, onttrekt het systeem extra energie uit de ijsbuffer. De ijsbuffertank staat in een betonnen kelder onder het buitenterrein.

Afgiftesysteem
Voor de warmteafgifte zijn verschillende opties de revue gepasseerd. Vloerverwarming lag voor de hand, maar viel af, “omdat het een te traag werkend systeem is”. Vandaar dat er is gekozen voor een combinatie van luchtverwarming met elektrische naverwarming. Het pand heeft een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW, per cluster staat er een LBK opgesteld. Via airsocks worden in de lokalen grote hoeveelheden lucht aangevoerd met een lage snelheid. De gebruikte lucht gaat via de gangen naar de centrale ruimte en wordt daar afgezogen.

Zomernachtventilatie
De basisschool heeft daarnaast een natuurlijk ventilatiesysteem van Duco. Projectadviseur Edwin Pelkman: “Ieder lokaal heef een ventilatienachtluik DucoGrille NightVent. Dat is een inbraakwerend ventilatierooster met thermisch onderbroken klep. Deze is zo hoog mogelijk in het raamkozijn geïntegreerd. Als je overdag intensief wilt ventileren, dan zet je het luik open en schakelt de basisventilatie uit. Noodzakelijk, want anders krijg je kortsluiting in de luchtstroom. ‘s Avonds gaan sowieso de luiken open, maar ook de dakkappen. Zo ontstaat er een thermische trek, waardoor de school ieder uur met 5 à 7 keer het gebouwvolume aan lucht ververst wordt. En dat met een snelheid vanaf 2 meter per seconde. Voor alle duidelijkheid: De Verwondering heeft twee Duco 130HP dakkappen waarin de DucoGrille Close 105 is opgenomen. Dit om de volumestroom te reguleren.”

BENG
Nachtventilatie wint aan populariteit, merken ze bij Duco. “Het sluit aan bij de TOJuli-eis om terug te koelen met natuurlijke ventilatie. Je hebt het als het ware nodig om de BENG dichtgerekend te krijgen.” De projectadviseur plaatst overigens een opmerking over de toepassing van die nieuwe regels door architecten: “Je kunt oververhitting ook, deels, met architectonische maatregelen tegengaan. Glaspartijen op het zuiden leveren tussen januari en mei maar een minimaal aantal zonne-uren en opwarming op. Daar zou je eigenlijk al rekening mee moeten houden bij het ontwerp. Bij de Verwondering is daar gelukkig op de juiste manier naar gekeken.”

Water
Architect Degen wilde graag een helofytenfiltersysteem laten installeren om zo het water te reinigen. De gemeentelijke regelgeving liet dit helaas niet toe. Het is wel gelukt om op een hele speelse manier de kinderen vertrouwd te maken met het regenwater. Bij regen loopt het hemelwater via spuwers over het schoolplein naar de nabijgelegen beek. Binnen, zijn waterbesparende urinoirs geïnstalleerd. “Maar dat is vrij standaard sanitair”, aldus Degens.

Monitoring
De energieprestaties worden deels gemonitord met een GB-systeem. Er hangen infoborden in de school, waarop onder andere valt terug te vinden hoeveel energie de PV-panelen opwekken.

Samenwerken
Terugkijkend kan Degen wel een aantal lessen trekken uit het project. “Allereerst dat we op de goede weg zitten met onze werkmethodiek. Bij een ecologisch bouwproject grijpen Biophilic Design, bouwkunde en installatietechniek zo sterk in elkaar, dat je al vanaf het prille begin met elkaar moet samenwerken. Wij hebben dan ook in de ontwerpfase gebimd en daarbij ook de gebruiker betrokken. Pas daarna volgde de aanbesteding.” De installateur had tijd nodig om te wennen aan de werkwijze en de andere installatieconcepten. “Hij was aanvankelijk bang dat de nachtventilatie de werking van het balansventilatiesysteem zou verstoren.” Uiteindelijk zijn beide systemen geïnstalleerd. En kunnen ze, zoals eerder uitgelegd, uitstekend met elkaar samenwerken 

Biophilic Design

Biophilic Design is een concept dat binnen de bouwsector wordt gebruikt om de connectiviteit van eindgebruikers met de natuurlijke omgeving te vergroten door natuurlijke elementen of verwijzingen naar de natuur op te nemen in en rondom het gebouw. Dit idee, dat zowel op gebouw- als stedelijk niveau wordt gebruikt, heeft gezondheids-, milieu- en economische voordelen voor de gebruikers van gebouwen en stedelijke omgevingen. Hoewel de naam van recente datum is, waren er architectonisch gezien bijvoorbeeld al in de hangende tuinen van Babylon kenmerken van Biophilic Design te zien.

Circulaire basisschool met duurzame installatietechniek

Basisschool De Verwondering in Almere is een circulair en duurzaam gebouw. Dat betekent dat het gebouw makkelijk is te demonteren ...
Verder Lezen

Wedstrijdje circulair bouwen, renoveren en installeren

Het team Kuijpers/HvA//ROC Tilburg mag zich de winnaar noemen van de Techathon 2021, een prestigieuze wedstrijd voor installatiebedrijven en technische ...
Verder Lezen

Strategisch framework voor circulaire bestaande gebouwen beschikbaar

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit internationale framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar ...
Verder Lezen

Circulair verwarmen

Het was één van de vaktermen van 2020: circulariteit. Overal in de branche beginnen producenten en fabrikanten zich te roeren ...
Verder Lezen

Toekomstbestendig

Gepubliceerd op

Door de klimaatverandering neemt het aantal hete zomers toe. Daardoor groeit de vraag naar koelingsoplossingen. Consumenten blijken massaal airco’s aan te schaffen. Maar volgens onderzoekster Lenneke Kuijer van de TU/E zijn er betere alternatieven.

Kuijer onderzocht het gedrag van Nederlandse huishoudens tijdens de hittegolf van 2020. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat eindgebruikers bij temperaturen “hoog in de twintig tot 35 graden hun koelsysteem gemiddeld op 20-21 graden instellen.” En dat is funest.

Klap
Waarom? “Als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten zo groot is, hebben mensen minder snel de neiging om naar buiten te gaan, want hun lichaam krijgt een enorme klap. En wagen ze zich wel buitenshuis, dan zijn ze eerder geneigd de auto te nemen dan de fiets.”

Geleidelijk wennen
Het temperatuurverschil is dus te groot voor het menselijk lichaam. Volgens de richtlijnen van de NVKL mag er maar maximaal 8 graden verschil zitten tussen de binnen- en buitentemperatuur. “Dan kunnen we namelijk geleidelijk aan wennen aan de warmte. Ons lichaam is namelijk in staat om zich aan te passen aan hoge en lage temperaturen. Maar we moeten het wel de kans geven. Wanneer je zorgt dat je niet constant in de verkoeling zit en ook naar buiten gaat, geef je je lichaam de kans om de interne natuurlijke processen aan te passen.”

Run op airco’s
Uit cijfers van de NVKL blijkt er echt een enorme run te zijn geweest op airco’s de afgelopen jaren. Waar er in 2016 nog 75.000 airco’s verkocht werden, waren dat er in augustus 2020 al 185.000. Zonder actief in te grijpen zal die trend zich onherroepelijk voortzetten. “We zouden met onze ambitie om de uitstoot van CO2 terug te brengen minder energie moeten gebruiken, maar doordat er steeds meer airconditioners zijn, wordt de energievraag juist groter. Bovendien verergeren ze zelfs het hitteprobleem in steden door het zogenaamde ‘Heat Island effect’.”

Heat Island effect
Daarmee doelen deskundigen op het feit dat al die aircosystemen de hitte naar buiten verplaatsen, wat weer effect heeft op de directe omgeving. In steden waar veel airco’s zijn, zie je namelijk dat de temperatuur meer oploopt.

Trias Energetica
Met een overstap op groene energie, bijvoorbeeld in de vorm van PV-panelen die de airco voeden, wordt dit Heat Island probleem niet opgelost. Daarnaast doe je de principes van de Trias Energetica geweld aan, omdat je niet zoekt naar kansen om de energievraag te beperken. “Met name de mobiele AC-systemen scoren minder goed qua energie-efficiëntie. Daar zit bovendien veel tweedehands handel in, waarbij de kans net iets groter is dat het systeem niet meer het oorspronkelijke rendement behaalt.” Tot slot zijn dergelijke mobiele airco’s erg gevoelig voor interferentie; open een raam en het rendement vliegt omlaag.

Richtlijnen NVKL
Hoe beperk je dan wel de energievraag? Een minder groot verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur levert al winst op. Maar houdt je de richtlijnen van de NVKL aan, dan zou je bij een buitentemperatuur van 35 graden dus de AC op maximaal 27 graden mogen instellen. Dat is toch onhoudbaar? “Nee, dit is een cultureel probleem. In landen waar men gewend is aan hoge temperaturen, zoals Japan en Griekenland wordt een binnentemperatuur van 27 graden als comfortabel ervaren. Het lichaam kan het dus wel aan.”

Bouwkundige maatregelen
“Bovendien hebben dergelijke landen hun bouwstijl aangepast aan de klimatologische omstandigheden. Bijvoorbeeld door te bouwen met fikse overstekken, veel groen in de omgeving te planten, wat zorgt voor extra beschaduwing en een goed zonweringssysteem aan te brengen. Ook hebben huizen vaak ruime kelders, waarin je zelfs kan slapen of zijn ze zodanig geconstrueerd dat ze van onderen frisse lucht kunnen aanzuigen.”

Haalbaarheid
Dat klinkt allemaal mooi, maar in hoeverre is het mogelijk om één op één dergelijke maatregelen over te nemen in Nederland? Zeker in de bestaande bouw. Stel je maar voor dat je in een monumentaal pand woont, waar je niks aan het gevelbeeld mag veranderen (geen buitenzonwering dus, wat het meest efficiënt is). Of tien hoog in de Bijlmer.

Herbezinning
“Er is inderdaad geen ‘one size fits all’ oplossing”, zegt Kuijer. “Zo is buitenzonwering beter dan binnenzonwering, maar met een monumentaal pand ligt de keuze vaak aan banden. Misschien is er in zo’n geval een herbezinning nodig over onze perceptie wat een fraai gevelbeeld inhoudt. Daarnaast heeft de markt een enorme behoefte aan innovatieve oplossingen en dan vooral oplossingen die betaalbaar zijn voor consumenten.”

Installaties
Het is onontkoombaar. Naast bouwkundige maatregelen blijven installaties noodzakelijk om een aangenaam binnenklimaat te garanderen. Kuijer pleit ook hier voor duurzame oplossingen. Zo ziet zij meer heil in grondwarmtepompen dan traditionele split-units.
“Dit is een efficiënte oplossing, omdat deze systemen warmte opslaan. Het verkoelen van je huis is dus eigenlijk een bijeffect van wat ze doen. De opgeslagen warmte kan daarnaast in de winter gebruikt worden om het huis weer op te warmen.” Helaas is niet iedere woning geschikt om een grondwarmtepomp te plaatsen. Zo kan de grondsamenstelling niet aan de vereiste voorwaarden voldoen of gelden er soms wettelijke beperkingen.

Verdere suggesties
Andere duurzame oplossingen die bijdragen aan een beter binnenklimaat in de hete maanden zijn fans, zomernachtventilatie, de bypassregeling activeren van de WTW-unit van een gebalanceerd ventilatiesysteem of stralingskoeling toepassen. Bijvoorbeeld in de vorm van vloerkoeling.

Conclusie
“Adviseer altijd om de NVKL-richtlijnen aan te houden”, zegt Kuijer tegen installateurs. “Dus maximaal 8 graden verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur. Ben je betrokken bij een omvangrijk renovatietraject of nieuwbouw van woningen, zet dan in op een integrale samenwerking met de architect, eventuele installatieadviseur, bouwkundige aannemer en andere relevante partijen. Probeer, als het kan een geïntegreerde offerte uit te brengen waarin je zomercomfort aanbiedt, in plaats van koeling. Zo werk je ook mee aan de cultuuromslag waar ik het al eerder over had en kan je met je bouwpartners afstemmen over het verdienmodel.” 

Toelichting onderzoek

Het onderzoek bestond uit diepgaande interviews bij 21 Nederlandse huishoudens, uitgevoerd tijdens de hittegolf van augustus 2020. Deze huishoudens vertegenwoordigden met zorg geselecteerde categorieën – variërend in type woning en installaties, bouwjaar, locatie en soort huishouden. Samen geven deze interviews een kwalitatief overzicht van hoe Nederlandse huishoudens omgaan met heet weer. Dit overzicht is getoetst in interviews met experts werkzaam op het gebied van installatietechniek, architectuur, overheidsbeleid en fysiologie (wetenschap van temperatuurhuishouding van het menselijk lichaam). In samenwerking met partners uit een breed scala aan sectoren, waaronder de HVAC-branche, wordt op basis van dit onderzoek gewerkt aan nieuwe, integrale manieren voor het bereiken van gezond en efficiënt zomercomfort in Nederlandse huishoudens. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door ervaren onderzoekers van de afdeling Industrial Design van de TU Eindhoven, en is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het loopt nog tot juni 2023.

Past meer en beter ventileren in het klimaatakkoord?

De normen en regelgeving voor het bouwen van huizen worden steeds verder aangescherpt. Zo is onlangs de BENG (Bijna Energie ...
Verder Lezen

‘De overheid moet meer maatregelen nemen voor een gezond binnenklimaat’

Binnenklimaattechniek, het platform voor professionals die te maken hebben met binnenklimaatinstallaties, heeft op dinsdag 26 oktober de petitie ‘Meten is ...
Verder Lezen

Kantoor DWA Gouda voorzien van eerste Binnenklimaat Label

Het verduurzaamde kantoorgebouw van DWA aan de Harderwijkweg in Gouda is als eerste in Nederland voorzien van een gecertificeerd Binnenklimaat ...
Verder Lezen

Robuuste maatregelen cruciaal om klimaatdoelen te halen

Maar liefst 88 procent van de ondernemers in de energietransitie vindt dat het nieuwe kabinet stevig aanvullend beleid moet ontwikkelen ...
Verder Lezen

Waterstofketel

Gepubliceerd op

Dat er nog een lange weg te gaan is, daarover bestaat geen twijfel. Maar de eerste stappen op weg naar een waterstofeconomie worden al gezet. Onder andere in Hoogeveen en directe omgeving, waar het Waterstof Tiny House recentelijk de mogelijkheden toonde om de overstap te maken.

Het project was een gezamenlijk initiatief van gemeente Hoogeveen, Alfa-college en Vrienden van Techniek Hooge­veen en maakte onderdeel uit van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe.

Circulair bouwen
IZ bezocht begin november de demonstratiewoning, die 12 bij 3,5 m meet en op een stalen constructie staat. Voor de bouw zijn zoveel mogelijk circulaire materialen gebruikt (ongeveer 60%). Zo was de vloer ooit de lambrisering van een sporthal en komen de keuken en het sanitair uit oude huurwoningen. Tijdens de ‘oogstfase’ kwamen ook gelijk de obstakels aan het licht, waar je als circulair bouwer én installateur mee te maken krijgt. Zo waren niet alle bouwdelen een-op-een uitwisselbaar. De gewonnen kozijnen moesten opnieuw worden geprofileerd en de deuren worden verlengd. En geschikt meubilair bleek makkelijker op Marktplaats te vinden dan via traditionele aanvoerkanalen. Het onderstreept nog maar eens dat er veel zoekwerk en improvisatievermogen nodig is om in het huidige tijdsbestek circulair te willen bouwen en installeren.

Isolatie
De isolatie bestaat uit milieuvriendelijke cellulose. Met eco-verf is het woninkje voorzien van een kleurtje. De verschillende bouwdelen zijn aan elkaar geschroefd, zodat het Tiny House eenvoudig kan worden gedemonteerd en aan het einde van zijn levensfase geschikt is voor circulair hergebruik. Volgens de aanwezige deskundigen heeft het huisje een levensduur die vergelijkbaar is met een reguliere woning.

Nieuwbouwwijk
Tijdens ons bezoek aan het Tiny House in Hoogeveen was het een komen en gaan van nieuwsgierige buurtbewoners. Aan de overkant van de Noorddreef in de wijk Erflanden verrijst namelijk de nieuwbouwwijk Nijstad-Oost met in het totaal 100 woningen. Deze woningen worden níet op aardgas aangesloten, maar maken voor de verwarming van de woning en warm tapwater gebruik van waterstof.

Retrofitten
Van de 100 woningen krijgen 84 woningen een waterstof cv-ketel en een aansluiting op een waterstofdistributienet. Met deze demonstratiewijk wil men draagvlak creëren voor het uiteindelijke doel: het toepassen van groene waterstof in bestaande Nederlands aardgaswijken met hergebruik van het huidige aardgasnetwerk en het vervangen van de aardgasgestookte cv-ketel door een waterstofvariant.

Zelfvoorzienend
Naast deze ‘retrofitoplossing’ is er ook een zelfvoorzienend waterstofproject gepland van een ontwikkelaar voor 16 woningen. Met de zonnepanelen op de woningen wordt zelf waterstof gemaakt en opgeslagen in een gemeenschappelijke micropowerplant. Als er in de winter energie nodig is, wordt de waterstof omgezet met een brandstofcel naar warmte en elektriciteit. De warmte gaat via een warmtenet naar de 16 woningen en met de elektriciteit wordt de gezamenlijke batterij opgeladen. In de winter levert een kleine windmolen nog duurzame elektriciteit voor de productie van waterstof.

Beide systemen
Het Tiny House demonstreert beide systemen. Voor de zelfvoorzienende oplossing liggen 8 PV-panelen op het dak. Deze voeden een thuisbatterij van 7 kW. Met het overschot aan zonnestroom wordt waterstof gemaakt. Hiervoor is een elektrolyser aanwezig. De waterstof gaat in twee flessen waar, gecomprimeerd, 7000 l waterstof in kan. Deze flessen bevatten metaalhydride. Dat werkt als een spons die de waterstof absorbeert en vrijgeeft. Dankzij het metaalhydride zijn geen hoge drukken nodig om de waterstof op te slaan.

Brandstofcel
Een brandstofcel zet de waterstof om in elektriciteit en warmte. In de technische ruimte van het Tiny House staat een warmtepompboiler met een inhoud van 200 l voor de productie van warm tapwater en ruimteverwarming. Samen met een balansventilatiesysteem van Brink wordt zo gezorgd voor luchtverwarming.

Bestaande woningen
Het Tiny House laat daarnaast een installatieconcept zien voor bestaande woningen, met de aanvoer van waterstof door een gasleiding. Een Xtreme H2-ketel van Intergas produceert warm tapwater en zorgt voor ruimteverwarming met radiatoren.

Makkelijk retrofitten
In het huisje zijn dus ook radiatoren aanwezig. Aangezien de aanvoertemperatuur van het water tussen de 60 – 75 graden ligt, is er geen LT-variant nodig. Dat maakt het retrofitten ook zo aantrekkelijk. In principe is het cv-ketel eruit en waterstofketel erin. Er zijn geen flankerende maatregelen nodig, zoals extra isolatie of de installatie van een nieuw afgiftesysteem.

Cursus
Ook hoeft de installateur geen uitgebreid omscholingstraject te doorlopen om aan de slag te gaan met waterstofketels. In principe zou een cursus van 1 of 2 dagen en uiteraard de nodige vlieguren al toereikend zijn, zeggen de aanwezige deskundigen. Het is daarbij wel belangrijk dat er op korte termijn erkende waterstofopleidingen komen.

Bekend
Een monteur is in principe evenveel tijd kwijt met de installatie van een waterstofketel als met een aardgasgestookte variant. Nemen we het Tiny House als voorbeeld, dan zijn zowel de dimensionering, omkasting en het vermogen (28 kW) min of meer hetzelfde als van een conventionele cv-ketel. Dat geldt ook voor de ophanging en de koppelingen aan de radiatorbuizen.

Verschillen
Waarin zitten dan de verschillen? Een woning met een waterstofketel heeft een grotere klasse gasmeter, een andere brander en vlambewaking nodig. Vindt de dichtheidsbeproeving plaats, dan moet er eerst stikstof op het leidingenwerk worden gezet om de lucht eruit te persen, daarna volgt pas de waterstof. Ook is er een LEL meter nodig. In algemene zin zijn de beheersmaatregelen erop gericht om te voorkomen dat waterstof zich ophoopt bij een lekkage. Dit kan bijvoorbeeld door extra ventilatie, automatische gaskleppen of een waterstofverklikker. Tot slot vereist de ‘zelfvoorzienende variant’ de nodige kennis van slimme systemen, aangezien er gewerkt wordt met controllers. Hier is dus enige verdieping noodzakelijk.

Gasnet
Uit het vooronderzoek bleek overigens dat bij het gebruik van het reguliere gasnet er geen ingrijpende veranderingen nodig zijn. Bovendien kan er met dezelfde drukken worden gewerkt.

Doorbraak
Hoe nu verder? Waterstof zal met name interessant zijn voor binnenstedelijke gebieden en het platteland. 95% van de Nederlandse huishoudens heeft nog een hr-ketel in huis. Daar liggen dan ook de kansen om te retrofitten en het aardgasnet te hergebruiken. Om zo met duurzaam gas naast all-electric oplossingen en warmtenetten tot een goeie energiemix te komen voor de bestaande wijken. Naast installatie en onderhoud, zal ook beheer grote kansen opleveren voor de installateur, zeggen de aanwezige deskundigen. Ze verwachten op termijn een grootscheepse doorbraak van de waterstofeconomie. Er zijn nog wel de nodige bottlenecks. Allereerst de prijs; de zelfvoorzienende variant kost nu tienduizenden euro’s. Ook is het de vraag hoe de waterstofprijs zich zal ontwikkelen en verhouden ten opzichte van aardgas. Hoe dan ook: subsidie is onontkoombaar, zeker in de beginfase.

Tiny House
Hoe gaat het nu verder met het Tiny House? Zijn rondreis is begin december ten einde gekomen. Waarschijnlijk zal het huisje een permanente plek krijgen als demowoning in Hoogeveen, om precies te zijn aan de overkant van de huidige locatie bij de nieuwbouwwijk Nijstad-Oost 

Eerste woning met individuele aansluiting op ondergronds waterstofnet

Medio november krijgt voor het eerst in Europa een bestaande woning een individuele aansluiting op een lokaal, ondergronds waterstofnet. Daardoor ...
Verder Lezen

Remeha in documentaire National Geographic over waterstof

Remeha is betrokken bij de National Geographic documentaire ‘Waterstof, onze nieuwe energie? Hierin onderzoekt presentatrice Anic van Damme de mogelijkheden ...
Verder Lezen

Fabriek Bosch Deventer geleidelijk over van gasketels op systeemoplossingen en waterstof

De overheidsdoelen voor de energietransitie zijn ambitieus en als gevolg hiervan zal de Nederlandse markt voor verwarmingsoplossingen de komende jaren ...
Verder Lezen

Brede coalitie van bedrijven wil dat waterstof sneller volwassen wordt

Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat waterstof in Nederland een succes gaat ...
Verder Lezen

Schone lucht

Gepubliceerd op

Al jarenlang wordt er gehamerd op het belang van een goed binnenklimaat in scholen, voor het welzijn van leerlingen en personeel. Sinds de uitbraak van de pandemie lijken meer en meer scholen ook daadwerkelijk extra maatregelen te nemen. Een sys­teem dat nu rap aan populariteit wint, maakt gebruik van verticale ventilatie. IZ sprak erover met GoFlow-CEO Norbert Vroege.

Vroege kende de installatiebranche al van haver tot gort, toen hij in 2020 GoFlow opstartte. In 1998 stond hij aan de wieg van Innosource, een ventilatiespecialist. Later leidde hij onder meer Brink Climate Systems en Plugwise (energiemanagement). “Toen ik in 2020 terugkeerde in de ventilatiebranche, viel het me op hoe weinig er was veranderd. Zo zag ik nog steeds dezelfde namen die destijds in mijn telefoonklapper stonden.”

Verbijsterd
Vroege was naar eigen zeggen verbijsterd over het slechte binnenklimaat van scholen. Hij citeert een RIVM-publicatie uit 2021, waaruit naar voren kwam, dat in 80-88% van de lokalen de binnenlucht niet aan de referentiewaarde (1200 parts per million CO2) voldoet. Vroege bedacht daarom een nieuw ventilatieconcept dat gebaseerd is op verticale verdringingsinstallatie. In de glastuinbouw wordt al langer gewerkt met soortgelijke oplossingen, voor de gebouwde omgeving daarentegen is dit een innovatief concept.

Opbouw
In feite bestaat het systeem uit 4 elementen. Het klaslokaal krijgt een systeemvloer van houten delen of keramiek tegels. Deze vloerdelen hebben geperforeerde gaten. De vloer heeft een opbouwhoogte van maximaal 20 centimeter. Ieder lokaal krijgt ook een systeemplafond, “dat 20 cm, maar ook 10 cm kan zijn”, vertelt Vroege. Ook alle plafonddelen zijn voorzien van geperforeerde gaten.

Modulaire opbouw
Achter in de lokalen komt (vaak) een modulair opgebouwde luchtbehandelingskast te staan. Iedere module heeft dezelfde afmetingen, weegt 20-50 kg en is dus goed te dragen. “We hadden bij de ontwikkeling al rekening gehouden met het feit dat veel scholen geen liften hebben. De monteurs moeten het systeem dus via een trap naar boven kunnen tillen”, licht Vroege toe. De modules worden opgestapeld tot de luchtbehandelingskast compleet is en zijn via 2 geboorde gaten van circa 300-350 mm verbonden met de buitenkant van het gebouw.

Geluid
De luchtbehandelingskast heeft ventilatoren van EBM Papst. “We hebben bewust gekozen voor extra grote, zware ventilatoren. Dit betekent dat er op een laag toerental efficiënt een hoog debiet behaald kan worden (maximaal 2500 m3/h). Door gebruik te maken van vier warmtewisselaars van Recair, een fors oppervlak, kunnen we met lage luchtsnelheden zeer efficiënt energie overdragen. Dat pakt gunstig uit voor het rendement en uiteindelijk de Total Costs of Ownership. Bovendien produceert het GoFlow-systeem beduidend minder geluid dan andere ventilatiesystemen. Om precies te zijn, zo rond de 34-36 dB(A), maar we willen nog lager uitkomen.”

Fijnstoffilters
De luchtbehandelingskast is voorzien van G4 en F9 fijnstoffilters. “We hebben bewust gekozen om de lat hoog te leggen, wat dat betreft, omdat fijnstof een groot gezondheidsrisico oplevert en menige school vlakbij drukke wegen ligt”, licht Vroege toe.

Werking
De verse lucht wordt onder de vloer ingeblazen. Door permanente overdruk realiseert het systeem een verticale en laminaire luchtstroom. Tafeltjes, stoelen, kasten en dergelijke kunnen de luchtstroom een afwijkende route opsturen, maar het netto-effect op de werking en effectiviteit van het systeem is miniem, volgens Vroege.

Luchtvochtigheid
In de airsocks onder de vloer zitten druppelaars, “een principe dat we aan de kassenbouw hebben ontleend”, die de luchtvochtigheid van de toevoerlucht op peil houden (rond de 40%). Ook hier is goed geanticipeerd op een veelvoorkomend probleem, want zoals bekend is luchtvochtigheid, met name in de wintermaanden, vaak een drama in de gebouwde omgeving. Te vaak hebben gebruikers last van droge lucht. “Als de gebruikte lucht is opgestegen, voert het systeemplafond alles af.”

Monitoring
“In elke GoFlow-geventileerde ruimte hangt een gebruiksvriendelijke interface waarmee het binnenklimaat te reguleren en te controleren is. Hierop stel je gemakkelijk de temperatuur, hoeveelheid ventilatie en tijdschema’s in. Elke ruimte is voorzien van sensoren die de luchtkwaliteit monitoren. We zien dit ook bij concullega’s, maar die monitoren vaak alleen op CO2. Wij hebben bewust gekozen om naast CO2 ook de temperatuur, luchtvochtigheid en het fijnstof- en VOC-gehalte te monitoren. Bij VOC’s kan je bijvoorbeeld denken aan onwenselijke stoffen die zitten in schoonmaakmiddelen.”

Aerosolen
Uiteindelijk wordt de binnenlucht, met een stroomsnelheid van 1 cm per seconde, vijftien keer per uur ververst. “Zo vindt er geen circulatie van binnenlucht plaats en zal besmetting via aerosolen veel minder snel plaatsvinden”, zegt Vroege. Op de eerste meter boven de vloer is er een afname van aerosolen in de lucht gemeten van 97 procent. Een stukje hoger in het lokaal op 1 meter en 15 centimeter is dit percentage 68%, volgens TNO-onderzoek. Scholen die het systeem laten installeren, nemen hiermee dus extra voorzorgsmaatregelen tegen coronabesmettingen.

Beheer en onderhoud
Het GoFlow-systeem krijgt jaarlijks een grote onderhoudsbeurt, waarbij bijvoorbeeld de ruimte onder de vloer wordt schoongemaakt en de fijnstoffilters worden vervangen. Ook onbehandelde houten vloerdelen gaan, bij wijze van spreken, onder het vergrootglas om een goed beeld te krijgen van de mogelijke impact van slijtage. “Wij leggen uiteindelijk de verantwoordelijkheid niet bij de gebruiker. We bieden ‘lucht als een service aan’, waarbij wij met onze partners verantwoordelijk zijn voor de installatie, de prestatiegaranties en het beheer en onderhoud.”

Verdienmodel
Vaak hikken scholen tegen de initiële investeringen aan. GoFlow neemt ook die voor haar rekening, om de klant nog verder te ontzorgen. Goflow biedt naast verkoop ook Rental Services aan, zoals eerder vermeld. Hierbij kunnen scholen voor een vast bedrag per kind per jaar gezonde lucht in abonnementsvorm afnemen.

Verwarming
Het GoFlow-systeem ontleent zijn warmte aan een warmtepomp. Ook hier is dus sprake van een duurzame oplossing. Bij de installatie werkt men niet volgens de principes van de Trias Energetica. “Wij gaan niet eerst aansturen op extra isolatiemaatregelen om bijvoorbeeld ongeïsoleerde vloeren te voorkomen.” De kerngedachte achter het systeem, legt Vroege uit, is om op een snelle en efficiënte manier de kwaliteit van het binnenklimaat fors te verbeteren met een ‘an sich’ energie-efficiënt systeem dat een aantrekkelijke levensduur heeft van zeker 50 jaar. En die opzet slaat aan, want “het aantal aanvragen is gigantisch”, vertelt Vroege 

Pilotproject

In de Heerenwegschool in Wassenaar liep recentelijk een pilotproject in klaslokaal 3b. “Dit was het slechtst geventileerde lokaal van de school. Het aantal PPM kon daar oplopen tot maar liefst 2200”, vertelt Vroege. De installatie van het GoFlow-systeem was een behoorlijke uitdaging. “Zo bleken de muren en vloeren niet in een rechte lijn te lopen, waren stopcontacten verkeerd gekoppeld en moest de oude kastenwand worden verwijderd.” Na de voorbereidende werkzaamheden kreeg het klaslokaal een aparte elektragroep met een 1-fase-aansluiting (16 Ampère). Er werden 2 gaten geboord in de gevel voor de toe- en afvoer van lucht. De modulaire luchtbehandelingskast kwam op de linoleumvloer te staan. “Boven, moesten we deels het plafond in, vanwege de opbouwhoogte. Ook hebben we een aparte koof aan de muur bevestigd voor de afvoer van retourlucht.” Al met al duurden de voorbereidende werkzaamheden en installatie vier werkdagen. De eerste meetresultaten lieten al zien dat de CO2-concentratie in een volle klas onder de 550 PPM bleef. De pilot is onlangs afgerond. Inmiddels hebben directie en bestuur gevraagd om ook de andere 14 klaslokalen te voorzien van een GoFlow-systeem.

Tomaten telen dankzij speciale luchtbehandelingskasten

Technokas is deze week gestart met de assemblage en installatie van de eerste van in totaal 16 luchtbehandelingskasten op de ...
Verder Lezen

Effectiviteit luchtreinigers tegen virussen vastgesteld

Daikin Europe heeft zijn luchtreinigers door het Franse laboratorium Institut Pasteur de Lille laten testen en certificeren. Daaruit bleek dat ...
Verder Lezen

Kennis over luchtfilters voor comfortinstallaties herzien

ISSO-publicatie 27 ‘Luchtfilters voor comfortinstallaties’ is recent herzien. De publicatie is een informatiebron voor professionals die luchtfilters in ventilatiesystemen en ...
Verder Lezen

Zuivere lucht voor Roosendaalse basisschool

Voor de renovatie van de openbare basisschool De Gezellehoek in Roosendaal is het WTU balansventilatiesysteem van Orcon toegepast. Bijzonder aan ...
Verder Lezen

Energie uit damwanden

Gepubliceerd op

Door stalen damwanden te voorzien van collectoren, kunnen havenkades, kanaaloevers, bouwkuipen, dijken en alle andere waterkeringen ons van warmte en koude voorzien. Aardwarmteboringen zijn niet nodig. Bij de jachthaven van Enkhuizen is een testopstelling neergezet. Het eerste gebouw wordt zelfs al verwarmd en gekoeld met energie uit de eigen jachthaven.

Het principe van geactiveerde damwanden werd tien jaar geleden bedacht en gepatenteerd door het Duitse SPS Energy. Damwandleverancier Gooimeer zag de potentie. Patrick Stoelhorst, directeur van het bedrijf: “We hebben veel water in stedelijk gebied en de grootste damwanddichtheid ter wereld. Dus als het in Nederland niet werkt; dan werkt het nergens! Twee en een half jaar geleden kwam ik met SPS Energy in contact en besloot ik het hier in Nederland uit te gaan dragen.” Voor de kennis van geothermie en warmtepompen werd Nathan ingeschakeld. Nathan-projectleider Robert Nagelhout hierover: “We zagen een mooie uitdaging in het mee-ontwikkelen van het totaalconcept met de damwanden.”

Test én eerste opdracht
In de Enkhuizer Compagnieshaven van havendirecteur Jeroen Mulder, vonden de bedrijven een welwillende testlocatie voor het concept. Mulder: “De damwanden waren toe aan en vernieuwing en we zijn hier veel met verduurzaming bezig. In de toekomst wilden we het havengebouw met kantoren, supermarkt, douches, restaurant, watersportwinkel en zeilmakerij gasloos gaan maken, dus het was interessant om daar nu al de eerste stappen voor te zetten.” Door corona gingen die eerste stappen echter wat harder dan gepland. Toen het havenrestaurant haar deuren moest sluiten, werd het renovatieplan naar voren gehaald. Al voordat de eerste testresultaten binnen waren, werd het restaurant als eerst gerenoveerde gebouw aangesloten op de kade. En nu zijn we de eerste jachthaven wereldwijd waar dit wordt toegepast.”
Nagelhout: “Naast een ontwerp voor de testopstelling hebben we meteen een installatieontwerp voor het aansluiten van de damwanden op de toekomstige warmtepompen in de verschillende gebouwen gemaakt. Met nauwelijks garanties van opbrengsten of werking van het systeem, heeft de jachthaven de damwanden laten installeren. Men werkt overal aan mee en we krijgen alle ruimte om aan onze testopstelling te werken.”

Gesloten stalen collector
De werking van de energie-damwanden verschilt feitelijk niet van de techniek die Nathan al jaren toepast. Het grootste verschil is het materiaal en de prefab productie van de collectoren. In de Almeerse Gooimeer-fabriek worden goed geleidende stalen collectoren op de stalen damwanden gelast. Op locatie worden de wanden vervolgens geplaatst en de collectoren gekoppeld. De bovenste meter damwand is niet van een collector voorzien, waardoor kleine niveauverschillen in het waterpeil geen effect hebben. In Enkhuizen werden maar liefst 72 geactiveerde damwanden – goed voor een 115 meter lange kade – geplaatst, vervolgens aangesloten op rvs-verdelers en afgevuld met een water/glycolmengsel.

Aansluiting op de gebouwen
Op de kade metselde de haven zelf een put voor de twee rvs-verdelers. Normaal is dit een kunststof put met een deksel. De haven koos voor een betonplaat als afdichting, zodat het grote havenmaterieel als kranen en heftrucks er probleemloos overheen kunnen rijden. Nathan-partner Braakman gebruikte kunststof Uponor PE-Xa-leidingen om de geactiveerde damwanden aan te sluiten op de rvs-verdelers. Nagelhout: “Op de ene verdeler is de testopstelling aangesloten, op de andere verdeler zit het restaurant. De verdelers zijn met een PE 110 mm verzamelleiding gekoppeld waarop de haven in de toekomst haar gebouwen kan aansluiten. Na het testen wordt het één collectief systeem.” Edwin de Haan; Sales Advisor van Nathan: “Met het systeem dat nu klaarligt, kan de haven stap voor stap werken aan verduurzaming. Dat doen ze heel mooi; één voor één worden de gebouwen energetisch verbeterd en met een aftakking aangesloten op deze verzamelleiding. Na het restaurant volgt de watersportwinkel en over vier jaar het hoofdgebouw. Dat kan gewoon want de energie ligt letterlijk klaar voor de deur!”

Testen
Voor Nathan en Gooimeer zijn vooral de cijfers interessant. Nagelhout: “De testopstelling is aangesloten op het net, zodat we hem op afstand kunnen besturen, monitoren en uitlezen en ook de bodem- en watertemperatuur wordt gemeten. Er waren natuurlijk al cijfers vanuit Duitsland, maar omdat we bij Nathan 25 jaar garantie op een werkend bodemsysteem geven, stonden we erop om het ook zelf te testen. Die ruimte bood de haven ons. We testen vooral of de Duitse theorieën kloppen. Inmiddels hebben we twee tests gedraaid die een goed beeld hebben gegeven van wat er nou gebeurt. Er volgen nog vier tests. Tot nu toe hebben we op maximaal vermogen in continubedrijf gedraaid. De volgende tests worden onder andere aan-uit-aan-uit-tests, wat meer de daadwerkelijke werking weergeeft. In de testcontainer en op de damwanden zitten sensoren waarmee wij verschillende parameters continu meten en registreren. Zo weten wij wat er in het water en met de warmtepomp gebeurt.”

Kansen
Nagelhout: “In Nederland moet nog zó veel kade vervangen worden. Alleen in Amsterdam gaat het al om zo’n 700 kilometer kademuur, waarvan 200 kilometer acuut is. Als ze bij de vervanging preventief kiezen voor damwanden met wisselaars erin, dan ligt de plug & play oplossing voor de het verduurzamen van grachtenpanden al klaar. De meerprijs daarvoor valt reuze mee als je toch je wanden al moet vervangen.” De Haan: “Die locaties langs grachten zijn typische plekken waar aardwarmteboringen uitdagend of zelfs helemaal niet mogelijk zijn. Voor gemeenten is dit dan de perfecte manier om een goed alternatief voor gas te bieden.

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

Geothermie bundelt krachten in nieuwe brancheorganisatie

De brancheorganisatie Geothermie Nederland gaat vanaf 1 januari 2021 van start. De bestaande organisaties Platform Geothermie (2002) en DAGO (2014) ...
Verder Lezen

Branche verdiept zich nog nauwelijks in geothermie

Uit een studie van Energie Beheer Nederland blijkt dat 2,6 miljoen huizen en gebouwen van warmte kunnen worden voorzien door ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

Mag het een graadje hoger?

Gepubliceerd op

Hij haalde er de landelijke pers mee en dat overkomt een wetenschapper niet dagelijks. Wouter van Marken Lichtenbelt was dan ook betrokken bij een bijzonder onderzoek. Zes jaar later lijken de resultaten enigszins te zijn ingedaald bij de installatiebranche. Maar er is nog een lange weg te gaan.

In 2015 publiceerde Nature Climate Change een artikel dat de wereld over ging. De auteurs Boris Kingma en Wouter van Marken Lichtenbelt van de Universiteit Maastricht suggereerden dat de gemiddeld kantoortemperatuur voor een man prettig is, maar voor een vrouw ‘ongerieflijk’.

‘Mannenklimaat’
Wouter van Marken Lichtenbelt is in het dagelijks leven hoogleraar Ecologische Energetica en Gezondheid. “Mannen en vrouwen ervaren de temperatuur op een andere manier”, vertelt hij. “Heel kort door de bocht kan wel gesteld worden dat het binnenklimaat vaak een mannenklimaat is. Met name dan als het om de beleving van kou gaat. Vrouwen hebben het sneller koud dan mannen, omdat ze minder warmte produceren.”

Studie uit 2015
In de studie van 2015 was het metabolisme van zestien licht geklede vrouwen onder de loep genomen. Uit de resultaten bleek dat zij liever werken onder een temperatuur van ongeveer 3° C hoger dan mannen. Van Marken Lichtenbelt en Kingma concludeerden destijds dat de normen voor het binnenklimaat moeten worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de metabolische waarden voor vrouwen. Dit levert een beter thermisch comfort én energiebesparing op.

Andere factoren
Overigens blijken niet alleen sekseverschillen van invloed te zijn op de temperatuurbeleving. Er zijn meer factoren, legt Van Marken Lichtenbelt uit. “Denk bijvoorbeeld aan fitheid. Als je regelmatig traint, kan je lichaam zich makkelijker aanpassen aan temperatuurverschillen. Bovendien gaat je weerstand omhoog.”

Leeftijd
Daarnaast speelt ook leeftijd een rol. Iedere lezer is waarschijnlijk wel eens bij bejaarde klanten geweest die hun thermostaat op een tropische temperatuur hadden staan. “Bij ouderen is de thermoregulatie kritischer, ze hebben sneller de neiging om af te koelen. Vandaar dus.”
Onontgonnen gebied
En dan is er nog obesitas. “Mensen met drastisch overgewicht hebben het sneller warm.” Ook etniciteit lijkt van invloed te zijn op de temperatuurbeleving. “Eigenlijk is dit nog onontgonnen gebied. Mensen uit de Tropen hebben de neiging om meer te stoken, maar dat blijkt vooral gebaseerd te zijn op temperatuurverschillen en gewenning.” Evenals andere etniciteiten hebben mensen uit de Tropen namelijk ook bruin vet.

Bruin vet
Bruin vet, voor alle duidelijkheid, is een vetweefsel dat energie omzet in warmte - het verbrandt calorieën. Het vet wordt actief als het lichaam het koud heeft en zorgt er dan door verbranding voor dat de lichaamstemperatuur op peil blijft. Zoogdieren die een winterslaap houden, gebruiken hetzelfde bruin vet om tijdens hun winterslaap warm te blijven.

Persoonlijke klimatisering
Met deze kennis in het achterhoofd, snapt de lezer wel hoe belangrijk het is om het binnenklimaat af te stemmen op de persoonlijke wensen van gebruikers. Dat is ook precies wat Van Marken Lichtenbelt betoogt. “Systemen die centraal geregeld worden, leveren vaker klachten op en gebruiken netto ook meer energie.” De wetenschapper is eerder gecharmeerd van zonering en persoonlijke klimatiseringsoplossingen, waarbij bijvoorbeeld het bureaublad wordt verwarmd en een persoonlijk ventilatiesysteem het hoofd koelt.

Stralingswarmte
Niet voor niets geeft Van Marken Lichtenbelt een voorbeeld met stralingsverwarming. “Mensen ervaren dit als zeer comfortabel. Vandaar ook de populariteit van vloerverwarming. Enige nadeel is wel dat het systeem weinig dynamisch is en traag werkt. Het is wenselijk als je het een en ander kan bijsturen, bijvoorbeeld met infraroodpanelen en ventilatie.”

Koelingsbehoefte
Tot dusverre hebben we het vooral gehad over de warmtebehoefte, hoe zit het met de koelingsbehoefte? “We zien daar kleinere verschillen tussen de seksen, maar merken bijvoorbeeld wel dat ouderen sneller last hebben van warmte of zoals ik al eerder zei; mensen met obesitas.”

Indalen
Inmiddels zijn we 6 jaar verder. Zijn de inzichten van de wetenschappelijke studie destijds al doorgedrongen tot de installatiebranche? “Ik heb het idee van wel. Ik heb al talloze Webinars en lezingen over het onderwerp gegeven. Daarnaast lijkt comfort ‘an sich’ een belangrijker thema te zijn geworden in de installatiebranche. Kijk bijvoorbeeld maar de populariteit van slimme ventilatiesystemen en het toenemende aantal WELL Building Standard certificeringstrajecten.”

Smart Technology
Niet alleen de ventilatiesystemen worden slimmer, eigenlijk is er over de gehele breedte sprake van een groeiende populariteit van Smart Technology. “Ik zie allerlei nieuwe beheer- en monitoringssystemen op de markt komen. Op zich een prima ontwikkeling, maar er kleven wel wat risico’s aan vast. Allereerst heb je het hackgevaar, daarnaast moet de gebruiker goed worden geïnstrueerd over de werking van het systeem en die moet ook de wil hebben om allerlei aanvullende handelingen te plegen. Bijvoorbeeld het regelmatig vervangen van filters in gebalanceerde ventilatiesystemen. Ook blijken die slimme systemen een bepaalde kwetsbaarheid te hebben.”

Zelf regelen
“Al met al zou ik nooit de algehele controle van het binnenklimaat overlaten aan Smart Technology. De mens moet de mogelijkheid behouden om in te grijpen, bijvoorbeeld door een raam open te kunnen zetten. Bovendien is het verstandig om op individueel niveau aandacht te blijven besteden aan de gezondheid. Als gebruikers fit zijn, kunnen ze, zoals ik al eerder aangaf, beter omgaan met temperatuurverschillen. En, uiteindelijk blijkt uit ons onderzoek dat zowel af en toe in de kou als in de warmte goed is voor onze gezondheid/weerbaarheid en dat ook daarom een dynamisch binnenklimaat wenselijk is.”

Meeschakelen
“De branche loopt vaak voor op de politiek”, heeft Van Marken Lichtenbelt gemerkt. En dat levert de nodige frustraties op. Hoeveel druk is er vanuit Den Haag en Europa om er echt werk van te maken? “Het is belangrijk dat de politiek mee schakelt”, merkt Van Marken Lichtenbelt terecht op. “Laten we vooral doorgaan met Green Deals en dergelijke.”

Adviezen

Van Marken Lichtenbelt heeft een aantal duidelijke adviezen voor de installatiebranche om het gewenste comfortniveau te bereiken in gebouwen.
1. Zorg voor een dynamisch binnenklimaat met ruimte voor persoonlijke regeling.
2. Zorg voor een eenvoudig te bedienen installatie met een gebruiksvriendelijke interface.
3. Zorg dat de ramen open kunnen en gebruik zo min mogelijk de Airco-installatie.
4. “In feite ontwerp je een installatieconcept dat uit twee lagen bestaat. Er is een centraal beheerd systeem en een tweede systeem dat fluctuaties aan kan. Maak je gebruik van sensoren, beperk je dan niet tot CO2, maar let ook op vocht en Vluchtige Organische Stoffen. Ze hebben bijvoorbeeld in een kantooromgeving allemaal invloed op de productiviteit.”

‘Ook tijdens koude week draaide warmtepomp als een zonnetje’

De afgelopen week stond de warmtepomp vanwege het koude weer extra in de belangstelling. Dit vanwege de vraag of een ...
Verder Lezen

Nederlanders springen zuinig om met hun verwarming

Uit onderzoek van Jaga en Markteffect blijkt dat bijna de helft van de Nederlanders eerst warme kleding aantrekt als ze ...
Verder Lezen

Elektrische bijverwarming of stand-alone oplossing

 De nieuwe elektrische convectorverwarmer Heat Convector 4000 van Nefit Bosch maakt het mogelijk om bijna elke ruimte snel te verwarmen ...
Verder Lezen

Ondanks toegenomen thuiswerken slechts 5% meer verwarming

Nederlanders gebruikten hun verwarming vorige maand 5% meer dan in maart 2019, blijkt uit recent onderzoek onder ruim 1.500 woonhuiseigenaren ...
Verder Lezen

Adsorptiewarmtepomp

Gepubliceerd op

Waar de cv-ketel al helemaal is uitontwikkeld, kan de warmtepomp nog grote slagen maken. In 2023 komt er een nieuw soort warmtepomp op de markt die werkt op basis van adsorptietechnologie. Fabrikant Cooll werkte meer dan tien jaar aan de ontwikkeling ervan. IZ sprak met CEO Stefan van Uffelen (zie foto).

Het begon allemaal in 2003. De universiteit Twente kreeg een aanvraag binnen van ruimtevaartorganisatie ESA om een trillingsvrije koeler voor -270 graden Celsius te ontwikkelen, die onderhoudsvrij zou zijn en geen bewegende delen zou bevatten. De technologie die hieruit voortkwam, vormt in feite de basis van de nieuwe warmtepomp. Daarom heet het bedrijf ook Cooll.

Marktkansen
In eerste instantie wilden de initiatiefnemers een systeem ontwikkelen voor duurzame verwarming en koeling op basis van de adsorptietechnologie. Uit onderzoek bleek dat de koelingstoepassing markttechnisch lgezien astig was, omdat het een toepassing is voor buitenlandse markten, maar dat de verwarmingstoepassing erg interessant is. In 2009 hebben Johannes Burger, Stefan van Uffelen en Robert Jan Meijer toen Cooll opgericht.

Testen
In 2018 is het eerste wandtoestel ontwikkeld. Deze opstelling heeft inmiddels twee winters het eigen hoofdkantoor verwarmd. In de winter van 2020- 2021 is voor het eerst een woning in Uden verwarmd met een stand alone opstelling inclusief meetapparatuur en veiligheidssystemen.
Momenteel bouwt het team van Cooll aan de versie van de warmtepomp zoals die in een eerste beperkte oplage in 2022 op de markt komt. Deze wordt komende winter in een aantal woningen getest.

Impact maken
De warmtepomp werkt op basis van gas. Dat klinkt als een anachronisme, nu we juist bezig zijn om massaal van het gas af te gaan. Van Uffelen: “Van het gas af is echt een hype. In feite draaien al die elektrische warmtepompen op de stroom die gemaakt wordt in traditionele energiecentrales. Op die manier verschuift in feite alleen maar het gebruik van fossiele brandstoffen. Wij willen echt impact maken en kunnen dat ook met onze adsorptiewarmtepomp.”

Warmtepomptechnologie
Hoe werkt de Cool warmtepomp dan precies? Daarvoor is het zinvol om eerst nog eens wat dieper te duiken in de warmtepomptechnologie in het algemeen. Zoals bekend haalt een warmtepomp warmte uit de lucht, de bodem of het grondwater. Hiervoor gebruikt hij stroom, maar veel minder dan bij elektrisch verwarmen zonder warmtepomp het geval is. In feite werkt een warmtepomp als een omgekeerde koelkast. Hij voert geen warmte af, maar haalt juist warmte van buiten naar binnen.

Varianten
Warmtepompen worden ingedeeld op basis van hun warmtebron. De lucht/water-warmtepomp haalt middels een buitenunit warmte uit de buitenlucht. De warmte wordt overgedragen aan een koudemiddel en in een binnenunit doorgegeven aan het verwarmingssysteem. De andere luchtgebonden variant, een ventilatiewarmtepomp, kan de vervuilde, warme lucht die wordt afgevoerd gebruiken. Zo’n model is echter alleen geschikt als er mechanische ventilatie aanwezig is in de woning.

Grondgebonden systemen
De water/water-warmtepomp haalt warmte uit het grondwater. Voor deze warmtepompen worden twee putten geboord. Uit de ene haalt de pomp warmte omhoog, het afgekoelde water gaat weer de bodem in via de andere put. Om de warmtebalans van de bron te herstellen, moet je de woning in de zomer koelen met de warmtepomp (hij werkt dan omgekeerd). De bodem/water-warmtepomp haalt warmte uit de bodem via buizen die gevuld zijn met een vloeistof. Meestal is het een verticale buis diep in de grond, maar ook soms met een stelsel van horizontale buizen niet heel diep onder de grond. De warmte die de vloeistof opneemt wordt via een warmtewisselaar afgegeven aan het verwarmingscircuit.

Hybride warmtepomp
Heel kort door de bocht kunnen we wel stellen dat de elektrische, luchtgebonden warmtepomp vooral opgang maakt in de nieuwbouw. In de bestaande bouw zien we vooral de hybride warmtepomp aan populariteit winnen. In dat geval komt er naast de reeds aanwezige Hr-ketel een luchtgebonden warmtepomp te staan. Alleen voor het verwarmen van tapwater en het verwarmen van de woning tijdens extreem koude dagen, springt de Hr-ketel bij.

Adsorptietechnologie
Cooll’s adsorptiewarmtepomp bevat een vergelijkbare continue cyclus als een normale elektrische warmtepomp. Compressie van het koudemiddel vindt nu echter plaats met een door warmte aangedreven adsorptiecompressor in plaats van een elektrisch-mechanische compressor. De benodigde warmte is hiervoor afkomstig uit een brander.

Werking
De adsorptiecompressor bestaat uit twee drukvaten gevuld met hoogwaardige actieve kool die cyclisch worden verwarmd en afgekoeld; een complete cyclus duurt ongeveer 10 minuten. Tijdens verwarming van zo’n drukvat (tot ongeveer 180 °C) wordt het koudemiddel onder hoge druk uit het adsorptiemateriaal geperst en via een passief ventiel naar de hogedrukzijde van de warmtepomp geleid. Het koudemiddel condenseert in de condensor en geeft daar zijn warmte af aan het verwarmingscircuit van de woning (op bijvoorbeeld 60 °C), waarna de druk van het koudemiddel wordt verlaagd via het expansieventiel. Het koudemiddel verdampt weer in de verdamper bij een lage temperatuur (bijvoorbeeld 0 °C van de buitenlucht) en neemt zo energie op uit de koude omgeving.

Volgende stap
Daarna stroomt het koudemiddel via een passief ventiel naar het andere drukvat dat op de begintemperatuur staat (60 °C in dit voorbeeld), waarbij het koudemiddel weer aan het adsorptiemateriaal adsorbeert. Na ongeveer 5 minuten draait de functie van de twee drukvaten om en zo ontstaat een continu proces. Ten opzichte van een standaard verbrandingsketel zit de winst in de extra warmte die via de verdamper en de condensor beschikbaar komt. Voor de productie van warm tapwater switcht de driewegklep, analoog aan een Hr-ketel, en wordt de cyclus versneld. “Daardoor gaat het vermogen omhoog en het rendement omlaag”, vertelt Van Uffelen. “Het beste resultaat behaal je met een compact buffervat erbij.”

Bestaande woningen
De adsorptiewarmtepomp is uitermate geschikt voor bestaande woningen, vertelt Van Uffelen. “Je kan de bestaande afgiftesystemen en thermostaat blijven gebruiken.” Bovendien hoeft de woning niet eerst extra te worden geïsoleerd om er zeker van te zijn dat het comfortniveau behouden blijft. “Met deze adsorptiewarmtepomp behalen we een 30% hoger rendement dan met een Hr-ketel. Dat kunnen we nog naar 50% tillen door ook gebruik te gaan maken van de binnenlucht of radiatoren te vervangen door een LT-vloerverwarmingssysteem.” En daar zit ‘m ook de impact die Cooll wil hebben met hun warmtepomp. Een hoger rendement impliceert immers minder gasgebruik.

Ruimtebeslag
De adsorptiewarmtepomp bestaat uit één unit van ongeveer 50 kg die 40 x 50 cm meet. Dat is vergelijkbaar met een Hr-ketel. “We willen een compactere versie ontwikkelen die 47 cm diep is, dan kan het systeem ook de kast in.” De doorvoer door het dak valt iets groter uit dan bij een Hr-ketel het geval is met 2 pijpen die elk een diameter hebben van 25 centimeter. Het geluidsniveau is vergelijkbaar met een Hr-ketel, zegt Van Uffelen. “Er zijn geen bewegende delen.” Ook het inregelen verloop op een vergelijkbare manier als bij een Hr-ketel. “Er is dus geen extra kennis nodig.”

Concurrentie
De voordelen ten opzichte van een Hr-ketel zijn dus duidelijk. Maar hoe zit het met de twee andere grote concurrenten in de bestaande woningbouw: de HT- en de hybride warmtepomp? “De Hoge Temperatuur warmtepomp bestaat uit twee units en heeft dus meer ruimte nodig. Bovendien is het maar de vraag of die dezelfde rendementen behaalt onder alle omstandigheden. Een HT-warmtepomp heeft ongeveer tweemaal zoveel warmte van buiten nodig vergeleken met de gaswarmtepomp. Dat is dus een fundamenteel lastige uitdaging. Wat betreft de hybride variant; ook die heeft meer ruimte nodig dan de adsorptiewarmtepomp, bovendien krijg je daar te maken met energie- en gasprijzen. Dat zijn twee variabelen die kunnen fluctueren. Tot slot gaat het om een complexe technologie die zeker de nodige kennis vereist van de installateur op het gebied van inregelen.”

Gas
De adsorptiewarmtepomp kan zowel op aardgas, biogas als waterstof draaien, vertelt Van Uffelen. “Voor biogas moet alleen de branderinstelling worden veranderd. Waterstof is ook geen issue, even de vlamdetectie en controls wijzigen en je kunt aan de slag. In principe willen we in 2023 een versie op de markt brengen die al ‘waterstof ready’ is.”

Servicen
Ook het onderhoud is eenvoudig en vergelijkbaar met een Hr-ketel, vertelt Van Uffelen. “Denk aan de driewegkleppen controleren en dergelijke. Alleen het elektrische deel zit wat dieper in het toestel vanwege de hoge temperatuur en de dakdoorvoeren zijn natuurlijk net iets anders.”

Belangstelling
Over gebrek aan belangstelling hoeft de gedreven ondernemer niet te klagen. Zowel de reguliere als vakmedia hebben al de nodige aandacht besteed aan de adsorptiewarmtepomp. En voordat Cooll daadwerkelijk de markt betreedt zijn er al 55 exemplaren verkocht. “Het gaat om uiteenlopende klanten, van woningcorporaties tot bij wijze van spreken eigenaren van monumenten. Wij verwachten stevig door te groeien. Temeer daar wij nog in tegenstelling tot de hr-ketel en bestaande warmtepompen een enorme potentie hebben om ons systeem door te ontwikkelen.” 

Online zoekgedrag naar warmtepompen blijft toenemen

Marktdata.nl heeft een analyse uitgevoerd naar de online oriëntatie en interesse van de Nederlandse consumenten met betrekking tot verwarmingssystemen en ...
Verder Lezen

PVT-warmtepomp met propaan als koudemiddel

Tijdens de beurs Duurzaam Verwarmd introduceert Triple Solar een warmtepomp met propaan als koudemiddel. De warmtepomp werd specifiek ontwikkeld voor ...
Verder Lezen

Slimme warmtepomp concepten tijdens Vakbeurs Energie

Van dinsdag 12 tot en met donderdag 14 oktober a.s. vindt de 16de editie van Vakbeurs Energie plaats in de ...
Verder Lezen

Topinstrumenten voor de koeltechnische en warmtepomp-installateur

Fieldpiece is marktleider in de VS met koeltechnisch gereedschap en meetinstrumenten. EURO-INDEX en Fieldpiece zijn een samenwerking aangegaan, waarbij niet ...
Verder Lezen

Tastbare energietransitie

Gepubliceerd op

De energietransitie stelt het vakgebied voor interessante uitdagingen, zowel technisch als operationeel. Aalberts hydronic flow control participeert in DreamHûs op The Green Village. Hoe presteren haar innovaties in een bestaande woonomgeving?

“Mijn grootvader heeft de meeste ondergrondse aardgasleidingen in Nederland gelegd en nu help ik ons land van het aardgas af”, zegt Jan Cnossen met een knipoog. Energietransitie zit de innovation manager van Aalberts hydronic flow control in het bloed. Hij bedenkt graag baanbrekende concepten en is nauw betrokken bij het testen van diverse technologieën in The Green Village. Technologieën die Nederlandse woningen aardgasloos helpen maken maar het hoofdgasleidingennet in tact laten.
Lidewij van Trigt, projectmanager van The Green Village, is ‘heel blij’ met de deelname van Aalberts hydronic flow control. “Voor het energiesysteem van de toekomst is een mix van oplossingen nodig. Die kun je wel verzinnen, maar moet je ook testen.” Aalberts hydronic flow control is in dat opzicht een veelzijdig partner. “Het is een innovatief bedrijf met veel interessante dingen om te testen. Wij vormen een erg mooie match.”

The Green Village en DreamHûs
The Green Village is een fieldlab voor duurzame innovatie op Technische Universiteit Delft Campus. Hier onderzoeken en testen kennis- en onderwijsinstellingen, bedrijven, overheden, netwerkbeheerders en andere belangstellenden duurzame innovaties voor de gebouwde omgeving op wijk-, straat- en gebouwniveau. De proeftuin omvat diverse bewoonde woningen om technologieën te testen. Eén daarvan is DreamHûs, een experimenteel woonblok van drie replica woningen uit de jaren zeventig, gerealiseerd door WoonFriesland, Bouwgroep Dijkstra Draisma, The Green Village en de Bewonersraad Friesland. The Green Village bracht Aalberts hydronic flow control met hen in contact met als resultaat dat zij in de middelste woning de toepassing van thermische energieopslag en waterstof kan testen. Van Trigt bewondert die deelname van Aalberts hydronic flow control: “Ze maken het zichzelf best moeilijk door in een bewoond huis te testen en daar systemen te integreren. Maar dat is ook leerzaam.”

Warm(tap)water
Vorig jaar introduceerde Flamco een duurzame boiler die geen water maar anorganisch zout als opslagmedium gebruikt: de FlexTherm Eco. Dit ultracompact, thermisch laadstation zet elektriciteit efficiënt om in warmte en slaat die op voor warm water. De thermische batterij wordt al op meerdere locaties in Nederland toegepast voor warm tapwatervoorziening. Aalberts hydronic flow control voorziet echter meer mogelijkheden voor de toepassing van anorganisch zout als fase-overgangsmateriaal (PCM). Daarom staan er drie in serie geschakelde FlexTherm Eco’s met elk twee warmtewisselaars in de middelste DreamHûs-woning. Twee zorgen er voor warm tapwater en alle drie voor verwarming. De resultaten in de matig geïsoleerde woning (energieklasse B) zijn goed, vertelt director innovation Ben Mureau van Aalberts hydronic flow control: “Het lukt om de woning met weinig voorzieningen op een comfortabele manier van voldoende tapwater te voorzien én te verwarmen.”

Grid ontlasten
De volgende uitdaging is om de thermische accu’s voor verwarming in te zetten zonder het elektriciteitsnet extra te belasten. Dat grid wordt al genoeg belast en er zullen meer fluctuaties ontstaan als er meer groene energie wordt gebruikt. “Met PCM kun je daarop anticiperen door bij een piekvraag de PCM-batterijen aan te zetten en bij een tekort uit te zetten. Beide geven een boost aan het elektriciteitsnet en op deze manier kunnen elektriciteitsbedrijven sturen op het grid en de elektriciteitsvoorziening stabiliseren”, voorziet Cnossen. “En onze FlexTherm Eco’s zijn zo rendabel en onderhoudsarm dat dit goedkoper is dan bijvoorbeeld met elektrische batterijen.” Komende zomer worden de resultaten van de vervolgtesten verwacht. Volgens Mureau zullen vooral corporaties en netbeheerders interesse hebben in de bevindingen.

Nieuwe inzichten
The Green Village is meer dan een technisch fieldlab, benadrukt Van Trigt. Voor het installeren van de PCM-batterijen moesten allerlei vragen beantwoord worden: kan de batterij via de vlizotrap naar boven, moet de bouwconstructie versterkt worden, moeten de bewoners erbij kunnen, enzovoorts. Dat leverde wat aanloopproblemen op, maar vooral waardevolle inzichten: “Die kunnen leiden tot productverbetering en economische afwegingen, zoals de kosten van implementatie. Op basis van die twee kun je vervolgens bepalen welk product voor welke woning geschikt is.”
Juist hier onderscheidt The Green Village zich van elke willekeurige testlocatie. “Wij gaan ook in op een onderwerp als de business case. PCM bijvoorbeeld kan het net ontlasten, maar daarvan profiteert alleen de netbeheerder, niet de corporatie of particuliere woningeigenaar. Daar kun je afspraken over maken. Wij kijken ook of er partijen in het netwerk zitten om met elkaar in contact te brengen om dit soort zaken inzichtelijk te maken.” Mureau onderschrijft dat: “Wij zoeken naar mogelijkheden om corporaties hiervan te laten profiteren door betere prijsafspraken met de netbeheerders te maken of hen aan de investeringskosten te laten bijdragen. Als beide partijen profiteren, kunnen we sneller van het gas af.”

Waterstof
Die netwerkfunctie bewijst zich ook bij het waterstofproject van Aalberts hydronic flow control. Om de middenwoning geschikt te maken voor waterstoftechnologie werken twee The Green Village-participanten, gAvilar en Aalberts hydronic flow control, samen. “Het is een meerwaarde van The Green Village dat zij ons hebben samengebracht; wij sluiten perfect op elkaar aan”, aldus Mureau. gAvilar levert de drukregeling en waterstofmeter terwijl bedrijfsonderdelen van Aalberts hydronic flow control alle waterstofgeschikte leidingen, koppelingen en gasvoerende beugels vanaf het hoofdnet naar de meterkast en de waterstofverwarmingsketel leveren. Cnossen: “In de woning komen drie parallelle leidingen die waterstofgeschikt zijn en waarvan wij er telkens één testen.” De woning wordt aangesloten op het lokale waterstofnet dat Alliander, Enexis Groep en Stedin al op het terrein hebben aangelegd.

Spannend en leerzaam
Cnossen is erg blij met het regelluwe fieldlab, waar het mogelijk is om de toepassing van waterstoftechnologie gecontroleerd te onderzoeken en te testen: “Het is vergunningstechnisch nergens mogelijk om waterstoftechnologie in een bewoonde omgeving te testen, behalve hier. Bovendien is dit beter dan een simulatie.” Dat er nu vertraging is ontstaan in de vergunningsverlening betreuren Cnossen en Mureau ondertussen wel, al beseffen ze dat onbekend hier nog onbemind maakt.
Van Trigt relativeert de vertraging ook: “Dat hoort bij het innovatieproces. Je moet nu eenmaal voor dingen een vergunning krijgen om aantoonbaar veilig te werken en dat kost tijd. Je kunt alles technisch regelen, maar het moet ook maatschappelijk geaccepteerd worden. Je wilt weten waaraan je moet toetsen en welke regels er worden gesteld. Dat is juist spannend en ongelooflijk leerzaam.”

Warmtenetten
Dit voorjaar beslist de stuurgroep van DreamHûs over het aansluiten van een van de woningen op een lage temperatuur open warmtenet. Cnossen voorziet hier nieuwe testmogelijkheden. “Met de warmteafleversets van Flamco kunnen we woningen verwarmen. Maar omdat we daarvoor het liefst restwarmte benutten, moeten we onze interface-units afstemmen op lagere temperaturen. Dat betekent dat we deze units, net als bij de FlexTherm Eco, moeten modificeren. Wie wil innoveren om de energietransitie te faciliteren, moet zichzelf continu uitdagen en opnieuw uitvinden 

Energietransitie vergt meer aandacht voor groepenkasten in woningen

In het kader van de energietransitie vervangen we steeds meer fossiele brandstoffen door duurzame energiebronnen. In de praktijk leidt dit ...
Verder Lezen

De energietransitie: waterstof

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ...
Verder Lezen

Consortium wil energietransitie gebouwen versnellen

Een consortium van tien Nederlandse bedrijven en instellingen start een samenwerking die met de toepassing van ‘Internet of Energy’ de ...
Verder Lezen

Kabinet versterkt onderzoek naar energietransitie

Het kabinet maakt €18,3 miljoen vrij voor versterking van de onderzoeksfaciliteiten gericht op de energietransitie. Deze middelen worden verleend aan ...
Verder Lezen

Vers bloed

Gepubliceerd op

Uit onderzoek van TechniekOpleiding.nl blijkt dat het animo voor omscholing naar een technisch beroep laag is. Opleider ROVC is niet verbaasd. Directeur John Huizing: “Elke sector vist nu in dezelfde vijver.” Het is kortom dringen geblazen om nieuwe mensen te vinden. Maar er is nog meer aan de hand. Wat nu?

Een vijfde van de Nederlanders heeft serieuze interesse in technische omscholing. Mannen (29%) overwegen omscholing naar de techniek vaker dan vrouwen (11%), zo blijkt uit onderzoek door TechniekOpleiding.nl onder ruim 1.500 werkende Nederlanders.

Coronacrisis
Het animo in verschillende sectoren die bovengemiddeld onder druk staan door de coronacrisis is opvallend genoeg laag. Van de Nederlanders die actief zijn in de sector toerisme & luchtvaart zegt slechts 17 procent omscholing naar de techniek serieus te overwegen. Ook in de horeca en de cultuur-, sport- en recreatiesector is er weinig interesse in omscholing naar een technisch beroep (respectievelijk 21% en 3%).

Andere sectoren
Mensen werkzaam in sectoren die minder hard geraakt zijn door de coronacrisis lijken wel bovengemiddeld geïnteresseerd in omscholing naar de techniek. Van de mensen werkzaam in de financiële dienstverlening, landbouw, bos en visserij, telecommunicatie en industrie- en nutsbedrijven overweegt 30 tot 33 procent serieus om zich om te scholen naar de techniek.

Praktische drempels
Het zijn met name praktische drempels die Nederlanders lijken te weerhouden van een omscholing naar de techniek. Zo weet vier op de tien (39%) niet waar ze zouden moeten beginnen bij een omscholing en zegt de helft (49%) niet te weten waar ze terecht kunnen voor een omscholingssubsidie. Een kwart (26%) denkt dat omscholen te lang duurt.

One-stop-shop
TechniekOpleiding.nl is een initiatief van ROVC, dat een breed scala aan technische opleidingen aanbiedt. De website is recentelijk gelanceerd en wil een “overzichtelijk one-stop-shop voor technici, bedrijven en intermediairs, starters en zij-instromers zijn. Wij willen dé vindplaats zijn voor hulp en ondersteuning bij opleidings- en ontwikkelvraagstukken in de techniek.”

Doolhof
Meer overzichtelijkheid dus, de vraag is echter of opleiders zelf ook niet verantwoordelijk zijn voor het doolhof waardoor belangstellenden zich nu moeten manoeuvreren om informatie te vergaren over cursussen en opleidingen. Kijk alleen al naar de installatiesector en je ziet dat naast het reguliere onderwijs ook nog eens ISSO, TVVL, Techniek Nederland, fabrikanten en installatiebedrijven zelf allerlei cursussen en opleidingen aanbieden. Moet die wildgroei niet worden aangepakt? Huizing: “Dat brengt weer veel overheidsbemoeienis met zich mee. Als ondernemer zie ik daar weinig heil in.”

Competenties
Liever zet hij naast zijn eigen initiatief TechniekOpleiding.nl in op competentiegericht leren en inzetten van personeel. Het is een koers die de opleider al langere tijd voorstaat en die ook hout snijdt. Het achterliggende idee is om omscholers korte trajecten te laten volgen, zodat ze vervolgens met de basisvaardigheden die ze zich eigen maken direct inzetbaar zijn. In een later stadium kunnen deze nieuwe vaklieden zich dan verder specialiseren met vervolgcursussen of opleidingen. Klinkt logisch en laten we wel wezen, ook als een interessant verdienmodel voor ROVC en andere opleiders.

Dieperliggend probleem
Maar los je hiermee een dieperliggend sociaal-cultureel probleem op? In een welvaartsmaatschappij als Nederland genieten cognitief ingestelde beroepen per definitie een hogere status dan hun manuele tegenhangers. Zo bleek al uit een eerder artikel in IZ 2013, waarin we spraken met Opleidingsbedrijf InstallatieWerk dat er een onbenut potentieel ligt bij de groep jongeren met een migratieachtergrond. Hun ouders pushen ze echter vaak om opleidingen te volgen die leiden tot een baan als advocaat, arts, manager of equivalenten daarvan met een hoge maatschappelijke status (zie ook onder andere: https://www.leerloopbanen.nl/home/uploads/Documenten/Handreiking-ouders-en-lob.pdf).

Idolen
Een ander probleem is het gemis aan aansprekende voorbeeldfiguren. Vakmensen van vlees en bloed die authentiek zijn, weten te enthousiasmeren en niet uit de koker van een marketingafdeling komen rollen. Het ontbreekt de installatiebranche kortom aan een Elon Musk, Steve Jobs of een Richard Branson. Enige tijd geleden wist kickbokser Rico Verhoeven wel de nodige aandacht te genereren door techniek in de spotlights te zetten voor Heelnederlandwerkt.nl. Maar laten we wel wezen, als je iconen van buiten de sector moet inzetten om op het netvlies te komen van de doelgroep is dat toch eigenlijk een teken van armoede. Natuurlijk doen branche- en vakverenigingen wel hun best – wie heeft Techniek Nederland voorman Doekle Terpstra nog niet horen langskomen bij BNR? – maar ze lijken niet echt het verschil te kunnen maken.

Onderwijs
Huizing is bekend met het problematische imago van de branche. “Eigenlijk moet techniek in zijn algemeenheid al direct onder de aandacht worden gebracht in het basisonderwijs”, zegt de topman van ROVC en met hem vele anderen. En uiteraard heb je daarna ook inspirerende, goed onderlegde vakdocenten nodig die de leerlingen richting hun diploma en een interessante baan weten te loodsen. Of cursisten helpen om hun vakkennis op te poetsen en het werk interessant te houden. Ook daar schuurt het, weet Huizing uit ervaring. Zo moeten er nu duizenden installateurs hun CO-certificering halen. “Zorg er maar eens voor dat je dan voldoende docenten hebt.”

Financiering
Daarnaast moet het allemaal betaalbaar blijven. Zeker als het om omscholings- en bijscholingstrajecten gaat. Huizing onderstreept nogmaals het belang van competentiegericht leren. “Op die manier kunnen mensen al na korte trajecten aan de slag, wat gunstig uitpakt voor het kostenplaatje en de motivatie van werkgevers, leerlingen en cursisten.”

Gunstige tekenen
Ondanks deze slepende problemen zijn er ook lichtpuntjes aan de horizon. Hoewel het animo voor omscholing naar een technisch beroep dus laag is, blijkt de belangstelling voor een technische opleiding ‘an sich’ wel degelijk een stijgende lijn te vertonen. Huizing merkt dat onder andere aan het groeiende aantal cursisten dat een opleiding volgt op het gebied van bijvoorbeeld klimaat- en elektrotechniek. “4 jaar geleden hadden wij 12.000 cursisten, dat zijn er dit jaar 15.000.”

Toekomst
Ondanks alle inspanningen zal het tekort aan technisch personeel blijvend zijn, verwacht Huizing. “Sowieso vist elke sector nu al in dezelfde vijver”, er is sprake van een krappe arbeidsmarkt in verschillende sectoren. Door de toenemende automatisering – denk onder andere aan prefab bouwen en installeren – kan dit deels worden ondervangen. Ook zal de krapte leiden tot een verdere stijging van salarissen, denkt Huizing tot slot. Wie weet zal dan een aantal ouders die nu nog twijfelen of er geen brood in zien, wel eerder geneigd zijn hun kinderen een opleiding in de technische installatiebranche te laten volgen 

Masterclass ‘Ventilatie in Scholen’

Het ventileren van klaslokalen is integraal onderdeel geworden van de strijd tegen corona. Met de masterclass ‘Ventilatie in Scholen’ speelt ...
Verder Lezen

‘Véél technische vakmensen nodig voor One Planet plan van Eneco’

Er moet snel een Deltaplan komen voor de instroom van technische vakmensen met green skills. Alleen dan zijn de plannen ...
Verder Lezen

‘Overheid moet fors investeren om tekort aan technici op te lossen’

Ruim 83 procent van de technische bedrijven vindt dat de overheid fors moet investeren om het tekort aan technici op ...
Verder Lezen

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...
Verder Lezen

Innovatie

Gepubliceerd op

De pandemie en klimaatverandering fungeren op veel fronten als een katalysator. Zowel in de sanitaire technieken als in de klimaattechniek worden grote sprongen gemaakt om veiligheid en comfort naar een hoger niveau te tillen. IZ sprak erover met twee experts.

De bouwkolom is al een aantal jaar bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden, zegt Jan Verdonck. De gedreven techneut is in het dagelijks leven werkzaam als Specialist New Business bij JAGA/Konvektco Nederland. Daarnaast hanteert hij de voorzittershamer bij branchevereniging de Nederlandse Verwarmingsindustrie D&A en de NEN 35107407 ventilatiecommissie en was hij jarenlang lid van de NTA 8800 projectgroep. Kortom een professional die vanuit een vogelvluchtperspectief goed zicht heeft op alle ontwikkelingen in de klimaattechniek.

Trends
Verdonck signaleert een aantal trends die zowel hun impact hebben op de bouwkolom in zijn totaliteit als specifiek de installatiebranche. “Allereerst neemt de populariteit van prefab toe. Ook in de renovatiesector. Met de industrialisatie neemt de kans op faalkosten af, maar we moeten er ons niet op blind staren. Naast prefab moet er ook meer aandacht komen voor procesoptimalisatie. Kennisgebrek en slechte planning leiden namelijk al snel tot spanningen tussen aannemers en installateurs, installaties die slecht samenwerken en uiteindelijk klachten van de gebruikers.”

BENG
Daarnaast houdt de invoering van de BENG-eisen de gemoederen flink bezig. Verdonck merkt dat veel spelers in de bouwkolom nog zoekende zijn hoe ze die eisen precies moeten invullen. “In de installatiebranche gaat het dan met name om de derde eis oftewel welke duurzame energieopwekker ga ik gebruiken in mijn project. Menig installateur is nog bezig zich de noodzakelijke nieuwe kennis eigen te maken.” Dat geldt ook voor wat op de werkvloer wel de BENG 4 eis wordt genoemd, maar in de vakwereld de TOJuli-eis wordt genoemd. Deze nieuwe regel is ingevoerd om ongewenste opwarming van gebouwen te voorkomen.

Comfort
Het is indicatief voor een bredere ontwikkeling die Verdonck signaleert: meer aandacht voor comfort. “Jarenlang golden de minimale eisen van het Bouwbesluit als richtsnoer. Daar komt nu verandering in. Dat merk je al bij architecten. De populariteit van enorme glazen gevels neemt af. Tegelijkertijd neemt de toepassing van passieve zonwering en actieve koelingsoplossingen juist toe.”

Personeel
Als laatste grote trend noemt Verdonck het gigantische personeelstekort. Dit zet niet alleen een rem op de groei van bedrijven, maar gooit ook de nieuwbouw op slot. Mede vanwege het gebrek aan vakmensen lukt het al jaren niet om de beoogde aantallen nieuwe woningen te bouwen.

Gecompliceerd
En de energietransitie maakt het er niet makkelijker op. “Waar je vroeger als branche nauwelijks hoefde na te denken, want met gas was je lekker simpel snel klaar, heeft de installateur nu een breed pallet aan mogelijkheden. Wordt het een warmtepomp, een hybride oplossing, een infraroodpaneel of toch maar een warmtenet? Daarnaast blijft energieopslag een heikel issue als we massaal overstappen op duurzame systemen. Ik denk dat Smart Grids en accu’s slechts een deel van het probleem kunnen oplossen. We zitten te springen om duurzame opslagmethodes, zoals waterstof of warmtebuffering in water.”

Maatwerk
Maar Verdonck wil niet gaan somberen. De energietransitie biedt ook juist enorme kansen. Kansen bijvoorbeeld om meer maatwerk te leveren aan klanten. Zo lijkt de warmtepomp bijvoorbeeld een prima oplossing voor buitenstedelijke gebieden, terwijl warmtenetten eerder op een plekje kunnen rekenen in binnenstedelijke gebieden. Voor elk wat wils dus.

Afgiftesystemen
Ook op het gebied van afgiftesystemen zijn interessante ontwikkelingen te bespeuren, vertelt Verdonck. “We zien een nieuwe typologie van gebouwen, waarbij mensen terstond warmte willen. Dat zorgt voor een omschakeling. De afzet van LT-radiatoren neemt toe, ten koste van de tragere vloerverwarmingssystemen. Op dit moment is de verhouding ongeveer 65% vloerverwarmingssystemen in de nieuwbouw en 35% LT-radiatoren. Over pak ‘m beet 2,5 jaar is dat denk ik fiftyfifty.”

Hak- en breekwerk
Ook de verduurzaming van de bestaande bouw werkt de stijgende populariteit van LT-radiatoren en convectoren in de hand. “LT-vloerverwarming brengt al snel hak- en breekwerk met zich mee, je verliest opbouwhoogte en bent vaak duurder uit”, legt Verdonck uit.

Omzet
Door naar de ventilatiebranche: de pandemie heeft JAGA/Konvektco en concullega’s geen windeieren gelegd, vertelt de Specialist New Business. “Maar de eindklant moet zich wel realiseren dat het geen wondermiddel is. Daarnaast blijft het noodzaak dat we als branche een goede uitleg geven over de werking van het systeem om verstopte filters, gesloten ventilatieroosters en dergelijke te voorkomen.” Verdonck ziet hoe de branche door innoveert, waardoor de kwaliteit van ventilatiesystemen steeds beter wordt. Onder andere door de komst en toepassing van nieuwe sensoren. Daarnaast nemen woningcorporaties en zakelijke klanten ventilatiesystemen vaker mee in hun meerjarenonderhoudsbegrotingen, wat ook de kwaliteit ten goede komt.

Passieve oplossingen
Enerzijds neemt het installatiequote in gebouwen toe en worden steeds meer processen geautomatiseerd. Anderzijds is er ook een tendens in de bouwkolom om meer natuurlijke elementen te integreren in de gebouwde omgeving. Het zogenaamde ‘Biophilic Design’, waarover meer in een komende editie van IZ. Dat brengt verschillende voordelen met zich mee. Zo kunnen groene daken water bufferen en helpen om de binnentemperatuur te reduceren en zorgt de juiste daglichttoetreding voor warmte en een gezond biologisch ritme van de gebruikers van een gebouw. “We zitten op een kantelpunt”, meent Verdonck. “De vraag is welke kant we nu opgaan. Biophilic Design levert voordelen op, maar valt volgens mij vaak duurder uit. En in een branche waar veel spelers al snel de minimale eisen van het Bouwbesluit als maatstaf nemen, om zo kosten te besparen, levert dat een spanningsveld op.”

Toekomst
De komende jaren zal duurzaamheid doordringen tot in de haarvaten van de bouwkolom. Verdonck: “Opdrachtgevers zullen steeds meer gaan investeren in groene plannen voor hun gebouwen. Daarnaast verwacht ik dat de Milieudatabase een grote impact gaat hebben op de materiaalkeuze bij projecten. En dankzij prestatieafspraken, monitoring en meerjarenonderhoudsbegrotingen zal de effectiviteit en efficiëntie van klimatiseringssystemen naar een hoger niveau worden getild. Overigens blijft betaalbaarheid wel een issue.”

Sanitaire technieken
Ook in de sanitairbranche staat de energietransitie hoog op de agenda. Dat geldt eveneens voor drinkwatertekorten tijdens droge periodes én de afvoer van hemelwater bij heftige buien. De aandacht voor energiebesparing komt op verschillende manieren tot uiting. Zo loopt er nog steeds een discussie of het onder bepaalde omstandigheden mogelijk is om de temperatuur van warm tapwater te verlagen tot 40 graden. Dit is een heikel thema vanwege eventuele legionellarisico’s. “De Tweede Kamer gaat zich buigen over rapporten waarin wordt gepleit voor een herziening van de wetgeving, maar tot die tijd valt er weinig over te zeggen”, vertelt Eric van der Blom, die werkzaam is als Vakspecialist Sanitaire Technieken bij Techniek Nederland.

Waterbesparing
Een ander gevoelig onderwerp is de 4 liter spoeling van toiletten. Van der Blom ziet de bouwkolom nog nauwelijks gebruik maken van deze mogelijkheid om water te besparen. “Er kleeft een groot afbreukrisico aan vast. Een verstopping en daardoor een onhygiënische situatie kan snel optreden. Opdrachtgevers zijn niet zonder reden erg voorzichtig. Bovendien moeten toiletten met 4 liter spoeling dicht bij de standleiding staan en meer afschot hebben. Dat beperkt de ontwerpvrijheid van een architect.”

Waterprestatienorm
Een landelijke invoering van de Waterprestatienorm kan een incentive zijn om meer onderzoek te doen naar dit soort waterbesparende oplossingen en ze veelvuldiger te gaan toepassen, maar Van der Blom ziet dat niet gebeuren. “Ik was destijds, in 2001 nauw betrokken bij de ontwikkeling van de waterprestatie coëfficiënt (WPC) van een woning (NEN 6922), maar er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt bij projecten. Er is geen dwingende regelgeving, bovendien kan je ook vraagtekens zetten bij de effectiviteit van de Waterprestatienorm. Zowel de EPC als de WPC leiden namelijk aan hetzelfde euvel: het zegt weinig over het daadwerkelijke gebruik van respectievelijk energie en drinkwater in een gebouw. Komt nog bij dat drinkwater een stuk goedkoper is dan energie. Er wordt dus ook geen noodzaak gevoeld. Daarnaast wordt comfort steeds belangrijker. Waar wel water mee wordt bespaard, is het gebruik van hemelwater en hergebruik van grijs water voor specifieke toepassingen.”

Overlast
Hoe anders ligt het voor wateroverlast. De beelden uit Limburg van afgelopen zomer staan nog op ons netvlies. Er is een algemene consensus dat er geïnvesteerd moet worden in waterberging, infiltratie en afvoer van hemelwater. Daarbij kan je denken aan infiltratiekratten, wadi’s en infiltratie via roosters in de tuin. Of aan opvang in de schutting van hemelwater voor hergebruik. “In de nieuwbouw zie ik steeds vaker groene en blauwe daken verschijnen”, vertelt Van der Blom. Deze daken hebben meerdere functies, waaronder tijdelijke berging en isolatie, zodat het binnenklimaat aangenaam blijft. Van der Blom staat positief tegenover deze ontwikkeling, maar benadrukt wel dat onderhoud een aandachtspunt is en er vaak een intelligente besturing nodig is.

Circulariteit
Tot slot: Het afgelopen jaar hebben we al in diverse nummers van IZ de nodige aandacht besteed aan circulariteit en klimatiseringssystemen. Hoe is het eigenlijk gesteld met het hoogwaardig hergebruik van sanitaire oplossingen? “Daar zijn de nodige hobbels”, merkt Van der Blom op. “Allereerst zijn sanitaire systemen vaak niet zo omvangrijk, de vraag wordt dan al snel in hoeverre het financieel aantrekkelijk is om materialen terug te winnen. Toch is er het een en ander mogelijk. Denk aan het recyclen van kunststofleidingen en het terugwinnen van metalen als messing, koper en lood. Het hergebruiken van drinkwaterleidingen of toiletpotten daarentegen wordt al snel problematisch. Bij drinkwaterleidingen krijg je te maken met hygiënische aspecten. En wie wil er nu in zijn peperdure nieuwbouwwoning op een gebruikte toiletpot zitten? Naar mijn mening kan je in dergelijke gevallen beter inzetten op recycling”, aldus Van der Blom 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Regelgeving sanitair

Zorgwoningcomplexen worden vanuit de Regeling Legionellapreventie weer opgenomen in de lijst met prioritaire installaties en daarmee weer verplicht een risicoanalyse en beheersplan te hebben en na te leven. Het rapport van Berenschot en KWR over de (wetenschappelijke) inzichten die zijn opgedaan na de invoering van de Legionellawetgeving in 2000 geeft aan dat er op het gebied van de legionellawetgeving verbeteringen mogelijk zijn. Samen met het rapport over de hoe de legionellawetgeving in de praktijk functioneert en de mogelijke verbeteringen die hierin worden gesignaleerd, zal dit de komende tijd de agenda’s vullen. In NEN 3215 zal geëist gaan worden dat ook bij grondgebonden woningen in de aansluiting van een hemelwaterafvoerleiding op de buitenriolering voor uitsluitend de afvoer van hemelwater, een ontlastvoorziening moet worden toegepast.

Kentallen energiegebruik en -besparing compleet herzien

ISSO heeft het Praktijkboek Energiecijfers en -tabellen (versie 2021) uitgebracht. Dit Praktijkboek bevat kentallen over energiegebruik en de energiebesparing van ...
Verder Lezen

Slimmer en efficiënter werken

Ruim een jaar na het uitbreken van de coronacrisis zien we langzaam wat licht aan het einde van de tunnel ...
Verder Lezen

Woonstad Energie Challenge oplossing in de praktijk gebracht!

Eind 2019 zijn Breman en Itho Daalderop met hun Collectief Hybride Systeem uitgeroepen tot winnaars van de Woonstad Energie Challenge ...
Verder Lezen

Grohe voorziet eerste 3D-geprinte woning in ons land van sanitair

De badkamer en de toiletruimte van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton, onderdeel van het ‘Project Milestone’, is voorzien ...
Verder Lezen

Eisen aan cv-systemen

Gepubliceerd op

Warmtepompsystemen, lagetemperatuurverwarming, zoneregelingen, testen van de luchtdoorlatendheid. Stuk voor stuk nieuwe onderwerpen die de afgelopen 15 jaar belangrijker zijn geworden. En met de verduurzaming van vastgoed ontstaan er ook nieuwe eisen aan de cv-systemen.

“15 jaar geleden waren de gasgestookte cv-ketel en de aansluiting op de stadsverwarming de bepalende elementen voor de achterliggende cv-installatie”, vertelt Jos de Leeuw, projectcoördinator bij ISSO. “Inmiddels zien we de dominantie van deze opwekkers langzaam maar zeker veranderen. De warmtepomp is al geruime tijd aan een opmars bezig, ook in hybride verwarmingsinstallaties, waarmee tegelijk de eisen aan het afgiftesysteem veranderen. Maar ook bouwkundige verbeteringen aan woningen, zoals meer isolatie en kierdichting, maken dat het cv-systeem anders gaat functioneren. Dit zijn stuk voor stuk veranderingen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben, ook voor andere onderdelen in een cv-systeem.”

Kennis op de werkvloer
Over die veranderingen kunnen professionals, na een update van de kennis in ISSO-kleintje CV, weer alles terugvinden. ISSO-kleintje CV, voor het eerst in 2006 gepubliceerd, bood de installateur en monteur op de werkvloer altijd veel hulp en houvast bij het installeren van cv-installaties, maar ook bij onderhoud en service. De laatste jaren werd dat wat lastiger omdat er in 2006 nog weinig aandacht was voor warmtepompen, lage afgiftetemperaturen of meerdere klimaatzones in de woning. Vandaar dat het tijd werd om deze kennis, en nog enkele actuele thema’s, in het nieuwe Kleintje CV op te nemen.

Achter de opwekker
Het zwaartepunt van dit vernieuwde Kleintje Individuele centrale verwarmingsinstallaties in woningen, zoals de publicatie van ISSO officieel heet, ligt vooral bij de installaties achter de opwekker. Jos de Leeuw: “Met de Kleintjes Gas en de twee Kleintjes voor warmtepompinstallaties hebben we al enkele actuele publicaties die de techniek rondom de opwekkers behandelen. Dit nieuwe Kleintje CV focust daarom vooral op de techniek daarachter, waarbij natuurlijk het opwekconcept ook belangrijk is en net zo goed aandacht krijgt.” De Leeuw geeft aan dat de gebruikers kunnen lezen hoe ze het benodigde vermogen moeten bepalen, en vervolgens ook uitgebreid tot welke opzet en dimensionering dit leidt voor het afgiftesysteem. “Er zijn echt verschillende onderdelen die daarin van belang zijn. Zaken als drukverlies, waterzijdig inregelen, beveiligen maar ook corrosie en waterkwaliteit komen aan de orde. Dit doen we op een zo praktisch mogelijke wijze. Vandaar dat we teksten zo kort als mogelijk houden en waar mogelijk de informatie beeldend met illustraties en schema’s weergeven.”

Gericht op praktijkmensen
ISSO heeft inmiddels een uitgebreide reeks ‘Kleintjes’, die op een compacte wijze technische kennis voor de werkvloer beschikbaar maken. Afhankelijk van het onderwerp, zijn deze uitgaven opgebouwd via een structuur die de verschillende fases behandelen: van programmafase naar ontwerpfase om vervolgens van de uitwerkingsfase naar de realisatiefase en de beheerfase te gaan. Kennisontwikkelaars kijken bij de ontwikkeling van de uitgaven nauwgezet welke informatie past bij de lezer en welke kennis in welke fase voor hen echt van belang is. “De bron voor de kennis in Kleintje CV zijn de oude Kleintjes over cv-ketel en warmtenet, de ISSO-publicatie 50 Warmwaterverwarmingsinstallaties en de ISSO-publicaties 72 en 98 die de kennis voor warmtepompsystemen in woningen uitgebreid behandelen. Met het samenstellen van het Kleintje CV halen we uit al die uitvoerige documenten de praktisch relevante informatie die we vervolgens logisch bundelen.”

Opnieuw inregelen
“Zodra je tijdens verduurzaming en nieuwbouw van een woning of bij de vervanging van een cv-toestel de achterliggende installatie wilt updaten, ontkom je niet aan het opnieuw inregelen van het afgiftesysteem. Het is tegenwoordig via het Bouwbesluit ook wettelijk vastgelegd dat je waterzijdig inregelt als je een ketel of opwekker vervangt of wanneer je een nieuwe cv-installatie aanlegt. Het is sowieso belangrijk om goed in te regelen”, vindt De Leeuw, “ook als je na-isoleert, kieren dicht of je ramen vervangt.” De komende jaren zal de stap naar een hybride cv-installatie, zo is de verwachting, door steeds meer woningbezitters worden gemaakt. Dat betekent dat ook het temperatuurtraject in het afgiftesysteem in veel woningen wat lager zal liggen. Van een aanvoer en retour met 80/60oC kun je in veel situaties best terug naar 60/40oC en soms zelfs naar 50/30oC als je vloerverwarming of convectoren plaatst of aanpast. “Wil je dit doen, moet een installateur of monteur ook weten aan welke randvoorwaarden hij of zij moet voldoen. Vandaar dat we aandacht besteden aan het testen van de luchtdoorlatendheid en aan infraroodmetingen. Dit zijn methoden die een goed inzicht geven in het warmteverlies, op basis waarvan je kunt beslissen of je probleemloos met een lagere aanvoertemperatuur kunt werken. Gaat er nog veel warmte verloren, dan komt het comfort in geding bij een lagere aanvoertemperatuur.”

Verschillende klimaatzones
Naast het waterzijdig inregelen en het variëren in aanvoertemperatuur behandelt het nieuwe Kleintje ook het regelen van het klimaat per ruimte. “Met moderne thermostaatknoppen en zoneregelaars kunnen we het comfort voor veel bewoners flink vergroten als we ruimtes apart regelbaar maken. Je merkt ook dat die vraag groter wordt. De coronaperiode heeft daar aan bijgedragen. Wanneer mensen vaker thuis werken - en dat lijkt toch een blijvende trend - zullen installateurs merken dat de vraag naar een beter regelbaar comfort in studeer-, zolder- en slaapkamers gaat toenemen.” De Leeuw vertelt dat dit een van de geluiden is die ook vanuit de Kontaktgroep komt. In de Kontaktgroep zitten diverse installateurs die mede bepalen welke huidige thema’s belangrijk zijn, en voor een actuele inhoud van het Kleintje onmisbaar.

Wetgeving en kwaliteitseisen
Het vernieuwde Kleintje CV, dat in september via ISSO Open beschikbaar is, heeft na de grondige update een inhoud die voor ongeveer de helft uit nieuwe informatie bestaat en voor de andere helft uit bestaande informatie. Tegelijk is hij ook compacter geworden, vertelt De Leeuw, “omdat we informatie hebben weggelaten die nu in andere Kleintjes uitgebreid te vinden is. Bijvoorbeeld het berekenen van de dimensie van gasleidingen of de verouderde EPC-concepten. Een andere reden voor het updaten waren nieuwe of aangepaste, wetgeving en kwaliteitseisen. Zoals aanpassingen in het Bouwbesluit, maar ook de eisen die we tegenwoordig stellen aan de kwaliteit in het kader van erkennings- of certificeringsregelingen. In eindtermen voor vakbekwaamheidseisen wordt bijvoorbeeld ook verwezen naar het Kleintje CV. Ook een opleverchecklist, die ISSO heeft opgesteld, hebben we in dit Kleintje opgenomen.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

Water recyclen

Met de Hydraloop is Nederland een interessante innovatie rijker. Het systeem recyclet douche- en badwater en daar profiteren zowel het ...
Verder Lezen

Gasverbranding

De nieuwe certificeringsregeling voor gasverbrandings-installaties, de Wet Kwaliteitsborging, aangepaste richtlijnen voor rookgasafvoer. Ontwerpers, installateurs en monteurs van gasverbranding-sinstallaties hebben met ...
Verder Lezen

Installatieconcepten

Gepubliceerd op

Als we het over comfort hebben, kan er naast wettelijke eisen ook sprake zijn van persoonlijke wensen waaraan een bouwproject moet voldoen. De opdrachtgever kan bijvoorbeeld wensen dat er energiezuinige installaties toegepast worden en dat het ontwerp minimaal moet voldoen aan de BENG- of NOM-eisen. Ron Bosch, HBO-hoofddocent Installatietechniek en installatieadviseur zal aan de hand van enkele voorbeelden ingaan op mogelijke installatieconcepten.

Wat is comfort eigenlijk? Bij thermisch comfort hebben we het binnen ons vakgebied over de mate van tevredenheid met het thermisch binnenklimaat. Er zijn diverse factoren die het thermisch binnenklimaat beïnvloeden, zoals het buitenklimaat (wind, zon en temperatuur), de isolatie, de hoeveelheid en oriëntatie van de beglazing (zoninstraling) en de kwaliteit en capaciteit van de verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen die de woning op basis van de transmissie- en ventilatieberekening nodig heeft.

Warmwater comfort
Behalve thermisch comfort is er tegenwoordig ook volop aandacht voor warmwater comfort bij het ontwerp van installaties. Enerzijds moeten we het energiegebruik voor de productie van warm water zoveel mogelijk zien te beperken, anderzijds mag dat niet ten koste van het comfortniveau gaan. Daarbij is het belangrijk om te letten op de juiste temperaturen en aanleg plus dimensionering van ww-installaties om bijvoorbeeld legionella en leidingverliezen te verminderen. De gevraagde warmwater hoeveelheden hangen geheel af van de grootte en het aantal warmwater tappunten in de woning. Tegenwoordig is er sprake van een grote vraag naar warm water: de regen- en watervaldouches en de mini spa zijn immers niet meer weg te denken in de ‘Baderie-opstellingen’ in onze woningen.

Eisen
Voor warmwater comfort worden dus hoge eisen gesteld, te weten:
1. de juiste hoeveelheid warm water in de buffervoorziening om aan de vraag te voldoen;
2. korte wachttijden om zo min mogelijk energie te verliezen;
3. constante temperatuur van het warmwater;
4. constante druk op onze sanitaire toestellen;
5. het voorkomen van stilstandsverliezen door goede isolatie van appendages en leidingen;
6. het voldoen aan de BENG-regelgeving, meer specifiek:
● energiebehoefte – in kWh/m2 (EP1-indicator/ BENG 1)
● primaire fossiele energiegebruik – in kWh/m2 (EP2-indicator / BENG 2)
● aandeel hernieuwbare energie – in % (EP3-indicator / BENG 3)

Installatieontwerp
Zoals gezegd zullen isolatie van het gebouw, de hoeveelheid en oriëntatie van de beglazing en de kwaliteit en de benodigde capaciteit van de verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen bepalende factoren zijn voor het installatieontwerp. Daar komen dus aanvullende warmwaterwensen van de opdrachtgever bij. Als we dit allemaal hebben doorgerekend zijn de belangrijk parameters bekend.

Ruimtecondities
Alvorens hiermee aan de slag te gaan, moeten we echter eerst de te behalen ruimtecondities per ruimte bepalen, waarbij we rekening houden met klimatologische buitencondities. Pas dan kunnen we op basis van een ruimtestaat bepalen wat waar nodig is en welke eisen er van kracht zijn, zodat we de juiste capaciteit kiezen.

Proven Technology
Als we dat weten, kunnen we uit alle mogelijke varianten het juiste installatieconcept kiezen voor die bepaalde woning. Wat wordt de warmteopwekker, het distributiesysteem waar wij het koel- en/of verwarmingsmedium door heen laten gaan, welke materialen gebruiken we, wat worden de warmte en koude afgifte elementen plus welke regeling passen we toe. Gebruik zoveel mogelijk Proven Technology. Het is daarnaast belangrijk om alvast te bedenken hoe de installaties later worden onderhouden en beheerd.

Praktijk tips
Aan de hand van Afbeelding I kan je op basis van de door jou bedachte installatievarianten bepalen hoe alles geregeld is rekening houdend met:
- ontwerp;
- uitvoering;
- beheer;
- gebruik.

Waarbij telkens van belang is:
- wat voor een energieopwekker er is gekozen;
- hoe de energiedistributie plaats vindt;
- welk afgiftesysteem is er gekozen.

Tot slot: houd ook rekening met aanvullende eisen voor een installatieconcept, zoals:
- vermogenseisen,
- uitvoeringseisen,
- regeltechnische eisen,
- energie-eisen 

Iedereen kan het dak op

Esther Wienese (foto) wordt de DakenDiva genoemd. Zij schreef Het Rotterdamse Dakenboek: nieuw gebruik van dak en stad, is daarnaast ...
Verder Lezen

Tien jaar diffuus ventileren van grote gebouwen

 BaOpt Nederland bestaat tien jaar. Het oorspronkelijk in Duitsland ontwikkelde principe van diffuus ventileren, brengt klimaatproblemen in grote, hoge en ...
Verder Lezen

Happy met All-electric?

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Remontabele houten huizen voorzien van vraaggestuurde ventilatie

Een huis dat comfortabel, gezond, circulair, energieneutraal, onderhoudsarm en levensloopbestendig is? Hiermee ging Bouw•Novum drie jaar geleden aan de slag ...
Verder Lezen

Iedereen kan het dak op

Gepubliceerd op

Esther Wienese (foto) wordt de DakenDiva genoemd. Zij schreef Het Rotterdamse Dakenboek: nieuw gebruik van dak en stad, is daarnaast spreker, adviseur en gids. Een gesprek over de ontwikkelingen op de daken in Nederland, de kansen die er liggen en de inzet van techniek.

Esther Wienese kreeg voor het eerst interesse in daken tijdens haar werk voor Rijkswaterstaat. Het spel tussen ruimte en water heeft impact op de inrichting van de stad, en het dak is hierbij bepalend. Als journalist kreeg ze samen met een ambtenaar van de gemeente Rotterdam het idee om te werken aan het Rotterdamse Dakenboek. “En direct was het kippenvel. Ik was gefascineerd. In 2030 woont wereldwijd naar verwachting 70% van alle mensen in een stad, waarvan 50% alleen. Ook in een stad als Rotterdam. Eenzaamheid, ontmoeten, drukte en behoefte aan stilte worden belangrijke thema’s in de stad. Steden moet zich hierop voorbereiden en dat betekent ook de daken benutten. Voor woningen, recreatie, daktuinen, daktuinbouw, wateropvang, duurzame energieopwekking. En als dat ergens kan, dan is dat in Rotterdam. Want Rotterdam heeft de meeste platte daken van Nederland: 18,5 km² ligt smachten te wachten op invulling.”

Rotterdamse aanpak
Het benutten van die daken is belangrijk, want Rotterdam groeit. En om de stad leefbaar, gezond, bereikbaar en aantrekkelijk te houden, is het dak van groot belang. Een multifunctioneel dak is een dak waarop meerdere functies te vinden zijn. Bij nieuwbouwprojecten heeft Rotterdam als voorwaarde dat elk dak minimaal twee extra functies heeft. Elke functie heeft een eigen kleur:
- Groene daken zorgen voor vergroening, dragen bij aan de luchtkwaliteit en bieden kansen om zelf groente of fruit te verbouwen.
- Blauwe daken kunnen water opvangen, vertragen overtollig regenwater, wat het riool ontlast en de kans op overstroming terugdringt.
- Gele daken wekken duurzame energie op uit zon of wind.
- Rode daken hebben allerlei sociale functies, zoals een terras, speelplek of een bar op het dak.
- Oranje daken worden gebruikt voor mobiliteit, zoals bijvoorbeeld een dakverbinding of dakbrug.
- Paarse daken zijn woondaken.
- Grijze daken zijn voor technische functies, zoals luchtbehandelingskasten en schoorstenen.

Rotterdam is koploper in het benutten van daken met een Multifunctioneel Dakenprogramma en een visie op het Rotterdamse Dakenlandschap. Wienese: “En dit kan de stad niet alleen natuurlijk. Bij het ontwikkelen van een dakenlandschap is het zaak nauw samen te werken met de dakeigenaren, -ontwikkelaars, en -makers. En de vakmensen in de techniek zijn de sleutelpersonen die het mogelijk maken. Een dak ligt er voor circa 30 jaar, dus alle partijen moeten zich ervan bewust zijn dat aanleg of vervanging van de dakbedekking hét moment is om er meer mee te doen.”

Een dak is meer
Wienese praat vol passie. Het gaat namelijk niet alleen om het dak zelf, maar vooral om de brede maatschappelijke impact. “Groene daken zorgen voor afkoeling in de stad. Het kweken van groente, fruit en bloemen in op daken heeft veel voordelen; zo kan de productie van groente en fruit lokaal afgezet worden zodat transportafstanden worden verkort. Een dakpark draagt bij aan biodiversiteit en kan een ontmoetingsplek zijn voor mensen en eenzaamheid verminderen. En wonen in een groene stad is beter voor de mens.” Als Rotterdams dakengids leidt ze mensen rond en bezoekt ze met groepen verschillende daken. “Altijd is er verwondering wat er allemaal mogelijk is, hoe prachtig een dak kan zijn. Het is pionieren met een goede missie: bijdragen aan een leefbare stad.”

Stappen zetten
Om daken zo multifunctioneel mogelijk in te zetten is er wel wat nodig. “Het begint bij bewustwording bij architecten, projectontwikkelaars, woningcorporaties, bedrijven, bewoners. Het dak is geen sluitpost, maar een extra kans om ruimte op een duurzame en kwalitatieve manier in te zetten. Er moet hier meer bewustwording voor komen. Omdat er kansen liggen, maar ook omdat het nodig is. We hebben met elkaar de opdracht om een leefbare stad te realiseren in een veranderend klimaat.” Maar het is ook nodig om samen te werken. “Een multifunctioneel dak vraagt om samenwerken met iedereen die een rol heeft.” Vakmensen in de techniek horen daar absoluut bij. Hoe meer functionaliteiten, hoe meer techniek en hoe meer vakmanschap nodig zijn. Samenwerken aan duurzaamheid en klimaatadaptie. Een thema dat ook in het Huis van Sarah aan de orde komt, een nieuwe multimediale productie voor de vakmensen in de techniek. Zes grote verhuiskisten met ieder een eigen kamer en verhaal, waar je geconfronteerd wordt met uitdagende vragen over de toekomst van technische installatiebranche en die van jezelf, op weg naar 2025 en verder.

Samenwerken
En er is volgens Wienese ook een opdracht aan de overheid. “Regels belemmeren nu vaak namelijk de mogelijkheid om écht multifunctionele daken te realiseren. Ze werken elkaar nu soms tegen. Maar dat is ook logisch op het moment dat je nieuwe mogelijkheden gaat benutten en disciplines in elkaar verweven raken.” Het is noodzakelijk dat regels meebewegen met nieuwe mogelijkheden en dat partijen met elkaar samenwerken om nieuwe totaalconcepten te ontwikkelen. “Er bestaan al voorbeelden van bedrijven die met elkaar samenwerken, juist omdat ze elkaar hard nodig hebben. Maar ook om duidelijk te maken aan overheden wat er nodig is.”

Inspiratie
Er is veel mogelijk. En het vraagt soms om in onbeperkte mogelijkheden denken. Maar het dak is er klaar voor. “Architectenbureau MVRDV – van bijvoorbeeld het Depot Boijmans van Beuningen – heeft net in opdracht van de gemeente Rotterdam een Dakencatalogus ontwikkeld met bijna 150 voorbeelden ter inspiratie. Daar heb ik een adviesrol in gehad. Denken in oneindige mogelijkheden voor fantastische steden. Deze catalogus verschijnt tijdens de Rotterdamse Dakendagen en ik zou zeggen: ‘bekijk ‘m, want je wordt er enthousiast van!’”
Dan rest er nog één vraag: waar staan we over 10 jaar? Wienese is voorzichtig optimistisch. “Ik denk dat we dan echt stappen hebben gezet. Misschien niet zover als we hopen, maar onze daken zullen niet langer lege bitumen daken zijn! We hebben ingezien dat het dak een fantastische plek is om een leefbare stad te realiseren.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Artist impression:
Studio Walden

Rotterdams dakentour: een unieke tour door Rotterdam Je ziet wat er al her en der gebeurt op de daken en hoort over de ambities van de stad. Onderweg geniet je van prachtige uitzichten op de skyline van Rotterdam. Ook leuk voor bedrijven. Meer info via:
www.insiderotterdam.com

Woonstad Energie Challenge oplossing in de praktijk gebracht!

Eind 2019 zijn Breman en Itho Daalderop met hun Collectief Hybride Systeem uitgeroepen tot winnaars van de Woonstad Energie Challenge ...
Verder Lezen

Wasco breidt zonnepanelen op distributiecentrum flink uit

Technische groothandel Wasco heeft op zijn distributiecentrum op bedrijventerrein aan de Ecofactorij in Apeldoorn 1100 extra zonnepanelen geplaatst. Deze uitbreiding ...
Verder Lezen

Test met opwekking én opslag van duurzame energie in pilotwoning

Een geïntegreerd systeem voor PV-thermische energieopwekking met seizoensgebonden energieopslag. In Helmond bouwen studenten van de TU EIndhoven samen met woningcorporatie ...
Verder Lezen

Hemelwater afvoeren bij gebouwen met gecombineerd gebruik

Bij gebouwen met gecombineerde functies worden steeds hogere eisen gesteld aan functionaliteit, brandveiligheid en vandaal-bestendigheid van dakafvoeren- en leidingsystemen. Hoe ...
Verder Lezen

Luchtgebonden warmtepompen

Gepubliceerd op

Enkele jaren geleden geloofde een groep warmtepompadepten nog heilig dat grondgebonden systemen de toekomst hadden. Die tijd lijkt nu voorbij te zijn. Ja, ze zijn belangrijk, maar het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo innoveren en de markt veroveren. IZ sprak erover met twee specialisten.

Martin Wendels is sinds 2010 directeur van WOLF Energiesystemen. Ze verkopen zowel lucht- als bodemgebonden warmtepompen. Jan Bosch werkt sinds 2007 als Manager Marketing Communications bij Nefit Bosch. Ook deze fabrikant zet lucht- en bodemgebonden systemen in de markt.

ISH
Ze hebben beiden net de digitale ISH achter de rug. De beurs bij uitstek om alle trends op het gebied van warmtepompen te achterhalen. “Het was wel wennen, die digitale formule”, vertelt Wendels. “Ik ben er niet bijzonder enthousiast over. Zowel het aantal exposanten (373) als bezoekers (69.000) viel erg tegen. Bovendien draait de ISH om de ervaring, bezoekers willen noviteiten zien en aanraken en dat kon niet. Tot slot, alle respect voor de inspanningen van de beursorganisator, maar de interface was wel voor verbetering vatbaar qua gebruiksvriendelijkheid.”

Gemis
Ook Jan Bosch heeft gemengde gevoelens overgehouden aan de digitale beurs. “Het was ‘by far’ niet te vergelijken met een normale ISH. Een digitale beurs in deze opzet voegt weinig toe. Het onderscheidende karakter van een vakbeurs zit ‘m juist in de fysieke ervaring, zowel voor de bezoekers als exposanten. Samenvattend zou ik zeggen: ‘een leuke poging er iets van te maken’, maar ik denk dat iedereen uitkijkt naar een normale editie in 2023.” Wat Bosch en Wendels ook misten ‘was het traditionele rondje over de beurs’. Even kijken bij de concurrent welke noviteiten hij lanceert, waar hij de accenten legt en in de toekomst naartoe wil. Toch is ook zonder beurs wel in grote lijnen te schetsen welke trends de warmtepompwereld domineren en welke kant we opgaan.

Bodemgebonden systemen
“Bij de bodemgebonden systemen vindt weinig innovatie plaats”, vertelt Bosch. “Het zijn vooral de luchtgebonden systemen die in een rap tempo doorontwikkelen.” Wendels komt min of meer tot dezelfde conclusie. “De markt groeit gestaag door. Ik merk echter dat luchtgebonden systemen sneller marktaandeel veroveren. Dat gaat ten koste van de bodemgebonden varianten.”

Rendement
Dat heeft onder andere te maken met de dimensionering, het ruimtebeslag en de kosten van bodemgebonden systemen. In alle gevallen ben je ongunstiger uit dan met een luchtgebonden variant. Bovendien kruipen die qua rendement zo zoetjes aan ook meer in de richting van bodemgebonden systemen.

Koudemiddelen
Een heet hangijzer zijn de koudemiddelen. De regelgeving stuurt steeds meer aan op het gebruik van koudemiddelen met een lagere GWP, om het milieu te beschermen. Tegelijkertijd proberen fabrikanten, uiteraard, het rendement omhoog te krijgen. Dat leidt tot een verwoede zoektocht naar nieuwe alternatieven voor bestaande populaire koudemiddelen als R410A. “Natuurlijke koudemiddelen zijn duidelijk in opkomst”, vertelt Wendels. “Zeker bij luchtgebonden varianten, waarvoor ik denk dat R290 hét koudemiddel van de toekomst is.” Knelpunt blijft natuurlijk de beschikbaarheid van monteurs met een F-gassen certificaat. Hoewel opleiders en fabrikanten aangeven dat er veel animo is voor trainingen, blijkt menig installateur nog niet over de juiste papieren te beschikken. Dat verklaart ook de groeiende populariteit van monoblock-systemen, die zonder F-gassen handelingen worden geïnstalleerd.

Totale oplossing
Bosch signaleert dezelfde ontwikkelingen. Naast propaan (R290), ziet hij ook R32 en R454C aan populariteit winnen. Daarnaast lijkt de luchtgebonden warmtepomp steeds meer als een onderdeel van een totale systeemoplossing te worden beschouwd. “Dat heeft ook te maken met de pandemie. Er is meer aandacht voor het binnenklimaat, dus ook voor de samenhang tussen bijvoorbeeld lucht-lucht warmtepompen, ventilatie en airconditioning.”

Digitalisering
Overigens heeft diezelfde pandemie ook een gigantische push gegeven aan de digitalisering van de installatiebranche. Denk bijvoorbeeld in de aanpalende sanitairsector aan bewegingssensors en aanrakingsvrije kranen. Wat betreft warmtepompen neemt de behoefte aan software en tools voor online monitoring, bediening en integratie met GB-systemen toe, vertelt Bosch. Energiemanagement gaat een cruciale rol spelen in de toekomst. Naar verwachting komen er meer decentrale opslagslagsystemen – lees accu’s – die geïntegreerd worden in Smart Grids. Vroeg of laat worden warmtepompen zelfsturend, waardoor ze in staat zijn zelfstandig beslissingen te nemen over het tijdstip én de draaiuren die ze maken. Bijvoorbeeld op momenten dat er een overcapaciteit is aan groene energie op de markt. Op die manier bespaart de eindgebruiker op zijn energierekening.

Geluidsnorm
Er verschijnen regelmatig horrorverhalen in de media over de geluidsproductie van warmtepompen. Vandaar dat de Rijksoverheid heeft ingegrepen. “Per 1 april worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd”, aldus de Rijksoverheid.

Haalbaarheid
Deze nieuwe eisen vormen geen belemmering voor de verdere doorgroei van luchtgebonden systemen, geven zowel Wendels als Bosch aan. “Door een ander type ventilator te gebruiken met roterende waaiers en een vast schoepenwiel kunnen wij bijvoorbeeld prima voldoen aan de eisen”, legt Wendels uit.

Design
En daarmee komen we op het gebied van design. Niet alleen vanbinnen verandert er het een en ander, maar ook de buitenkant van warmtepompen oogt tegenwoordig frisser, meer bij de tijds, ja soms zelfs flitsend. “Het oog wil ook wat”, zegt Bosch. “Nu warmtepompunits meer deel gaan uitmaken van het straatbeeld en het interieur, wordt het belangrijk om ook naar de esthetische kant te kijken.” Bij WOLF zijn ze vanwege die reden de samenwerking aangegaan met een designer die zich normaliter bezighoudt met jachten. Wendels: “aansprekend design bevordert de acceptatie”.

Voice-control
We zien overal in ons leven al virtuele assistenten opduiken, die we met voice-control kunnen bedienen. Denk aan Apple’s Siri, Google Assistent of Bixby van Samsung. “Het Smart Home komt gestaag ons huis binnen”, zegt Bosch. “Wij hebben ook een Virtual Assistant, op termijn gaan we steeds meer naar platforms toe, waarvan de functionaliteiten met voice-control zijn aan te sturen.” Wendels signaleert ook een toenemende integratie van slimme systemen met voice-control. “Het zal uiteindelijk echter van de persoon afhangen of hij die daadwerkelijk wil bedienen met zijn stem.”

Tijdwinst
We kampen als sector met een chronisch gebrek aan monteurs. Fabrikanten reiken de helpende hand door Plug&Play systemen te ontwikkelen. Waar nu nog echter het accent ligt op individuele warmtepompen, zal op termijn de warmtepomp vaker deel gaan uitmaken van integrale Plug&Play oplossingen. Kant-en-klare prefabunits. Op die manier boek je extra tijdswinst. In de nieuwbouw is dit relatief eenvoudig te realiseren, denk aan de ‘woonfabrieken’ die grote bouwers als BAM, VolkerWessels en Van Wijnen al hebben neergezet. Maar ook voor bestaande woningen met een seriematige opbouw zijn soortgelijke concepten te bedenken voor een duurzame renovatie. De bouw zal hierdoor niet eentonig worden, verwacht Wendels. “Op de markt zie je al verschillende concepten en er komen alleen maar meer bij.” Er blijft dus wel wat te kiezen voor de opdrachtgever.

Waterstofketel
Gaat de waterstofketel op termijn een bedreiging vormen voor het marktaandeel van warmtepompen? Zowel Bosch als Wendels verwachten van niet. Zo zijn er nog fikse stappen te zetten voordat er een waterstofeconomie is in Nederland, zegt Wendels. “Denk aan de productie van groene waterstof en het gereedmaken van de bestaande gasinfrastructuur voor het transport van waterstof.” Bovendien zit ‘de concurrentie’ ook niet stil, zegt Bosch. Ook warmtenetten en elektrische verwarming zijn of worden aantrekkelijke alternatieven om de warmtevraag in de gebouwde omgeving in te vullen. Tot slot verwachten beide experts dan er meer warmtepompsystemen op de markt komen die aansluiten bij binnenstedelijke condities. En dat is nu juist net de omgeving waarvoor veel experts de waterstofketel in gedachten hadden.

Hybride oplossingen
Het zou overigens ook zomaar kunnen dat waterstofketels deel gaan uitmaken van hybride oplossingen, merkt Bosch terecht op. Op dit moment worden hybride systemen met ketels en warmtepompen door een deel van de markt gezien als de ideale oplossing om in een sneltreinvaart de energietransitie te doorlopen in de bestaande bouw. Op die manier hoef je namelijk minder/geen geld te investeren in flankerende maatregelen, zoals extra isolatie en een ander afgiftesysteem. Bovendien wordt er ook geanticipeerd op een groeiende koelingsbehoefte in de gebouwde omgeving.

Kennisniveau
Het wordt steeds meer noodzaak voor de installateur om zich in warmtepomptechnologie te gaan verdiepen. De meeste installatiebedrijven hebben dat ook wel door, vertellen Wendels en Bosch. Wendels: “Het is wel belangrijk dat ze daarbij de juiste ondersteuning
krijgen. Ook wij als fabrikanten spelen een belangrijke rol in dat proces. Onder andere door kennisoverdracht.” Bosch zit precies op dezelfde lijn. “Inmiddels hebben al duizenden monteurs trainingen bij ons gevolgd. Sommige hebben nog koudwatervrees, maar de warmtepomp wordt steeds belangrijker, je kan er niet omheen. Mede omdat de klant er nu zelf ook al om vraagt.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

CHT-monoblock

Het CHT-monoblock van WOLF combineert een warmtepomp, centrale woonhuisventilatie en een voorraadvat in een compacte opstelling. De CHT-monoblock van WOLF kent 10 varianten, daarmee is een passende oplossing altijd beschikbaar. De grootte van het voorraadvat en de warmtepomp (7/10 kW) kunnen naar behoefte worden geconfigureerd en door het compacte ontwerp neemt de installatie weinig ruimte in. Het royale voorraadvat van 180 of 280 liter biedt voldoende capaciteit voor huishoudens met een grotere behoefte aan warm tapwater. De CHT-monoblock maakt een aanzienlijke besparing op energiekosten ten behoeve van verwarming mogelijk, dankzij het hoge rendement op warmteterugwinning en een SCOP van ruim boven de 5 voor ruimteverwarming.

De opkomst van luchtgebonden warmtepompen

Enkele jaren geleden geloofde een groep warmtepompadepten nog heilig dat grondgebonden systemen de toekomst hadden. Die tijd lijkt nu voorbij ...
Verder Lezen

Imago-risico warmtepomp

De warmtepomp is aan een gestage opmars bezig, maar loopt een flink imagorisico. Dat zegt Michel van Bronkhorst van het ...
Verder Lezen

Warmtepomp met actieve koeling

Vorig jaar introduceerde Vasco de warmtepomp Vica 8 AW E (Air Water Extern). Deze oplossing biedt nu meer comfort en ...
Verder Lezen

Plug and play warmtepomp doorstaat strenge winterperiode

“De strenge vorstperiode deze winter was voor ons een geschenk uit de hemel; en niet alleen vanwege de ijspret buiten”, ...
Verder Lezen

Imago-risico warmtepomp

Gepubliceerd op

De warmtepomp is aan een gestage opmars bezig, maar loopt een flink imagorisico. Dat zegt Michel van Bronkhorst van het Opleidingscentrum GOº voor de koudetechniek. “We zien helaas dat het vaak mis gaat bij het berekenen, plaatsen en inregelen van deze systemen. Het gevolg is dat installaties slecht presteren en daardoor ook nog eens energie gaan slurpen in plaats van besparen”.

Meten, weten en goed inregelen zijn essentieel voor het goed functioneren van warmtepompen en airco-units die vaak worden gebruikt om ’s winters te verwarmen maar ook om ’s zomers te koelen. Van Bronkhorst: “Om die installaties goed te laten functioneren is voldoende elementaire kennis nodig van de natuurkundige processen waarmee deze installaties werken. Alles wat koeltechnisch niet goed presteert wordt elektrisch gecompenseerd. De klant krijgt daarvan de rekening gepresenteerd.”

Ins en outs
Van Bronkhorst: “We zien dat installatiebedrijven zich steeds meer toeleggen op het plaatsen van warmtepompen. Dat is een goede ontwikkeling, omdat deze nieuwe techniek een bijdrage kan leveren aan energiebesparing en energietransitie. Het gevaar is dat installateurs vaak nog onvoldoende kennis hebben van de ins en outs van de techniek. Wij zijn ervoor om die kennis toe te voegen.”

Regelmatig fout
Er zijn fabrikanten en groothandels die inzien dat de werking van hun installaties staat of valt met deskundigheid waarmee de benodigde capaciteit is uitgerekend, in combinatie met het plaatsen en inregelen. En nog gaat het regelmatig fout, zegt Van Bronkhorst. Hij constateert dat de fabrikant dan ten onrechte de schuld krijgt. “Bij Opleidingscentrum GOº (zie kader, red) leiden we honderden installatiemonteurs op. Het vereist specifieke kennis om te begrijpen hoe warmtepompen en aircosystemen in de winter verwarmen en in de zomer kunnen koelen en hoe dat energie-technisch werkt. Het energiegebruik dat je in de winter bespaart, kun je in de zomer aanwenden om te koelen. Dat is heel fijn in zomers waarin hittegolven steeds vaker voorkomen. Maar het werkt alleen als de capaciteit goed is berekend en de installatie nauwkeurig is ingeregeld. Doe je dat niet goed, dan krijg je ontevreden klanten.”

Halvering
Van Bronkhorst noemt een voorbeeld uit zijn eigen omgeving. Voor een goede kennis had hij een berekening gemaakt voor een lucht/lucht-warmtepomp in huis. Hij kwam uit op een installatie van 6 kW. “Die kennis schrok wel van de aanschafprijs van de benodigde installatie en vroeg nog wat andere offertes aan. Een paar weken later kwam hij bij me met de berekening van een installateur. Volgens die offerte was 3,5 kW voldoende. Het betekende voor hem een halvering van het investeringsbedrag, dat is natuurlijk nogal wat. Maar wat ik hem met grote moeite kon duidelijk maken was dat de capaciteit van de installatie niet alleen bepalend is voor het warmtecomfort in huis, maar ook voor het elektriciteitsgebruik. Met een kleinere capaciteit zou hij opgescheept zitten met een energieslurper van jewelste”.

Verantwoordelijkheid
Van Bronkhorst vindt dat de installatiebranche en zijn eigen branche samen de verantwoordelijkheid moeten nemen om met voldoende kennis en expertise klanten te adviseren over plaatsing en werking van de steeds geavanceerdere apparatuur die momenteel op de markt komt. “Het draait allemaal om kennis en kunde. De klant – zeker particulier – let meestal vooral op het investeringsbedrag. Ik weet dat er bedrijven zijn daar handig gebruik van maken, de doos uitpakken, de installatie aan de muur schroeven en er weer vandoor gaan. Dan praten we ook over het veilig omgaan met koudemiddel, waarvoor installateurs wettelijk gecertificeerd moeten zijn. Die bedrijven berokkenen niet alleen onze sectoren schade, maar dragen ook bij aan scepsis over de klimaatdoelstellingen. Dat moeten we niet willen.” De certificering zoals in het voorbeeld hiervoor beschreven geldt overigens alleen voor synthetische koudemiddelen tot 3 kg koudemiddelinhoud of 5 ton CO2 equivalent (training f-gassen categorie 2)

Goed inregelen is bepalend
De meet- en regeltechniek in de installaties is geavanceerd, maar bepalend voor het succes is de kennis van degene die inregelt, zegt Van Bronkhorst. “Moderne warmtepompen hebben een gemiddeld rendement van 4 SCOP. Zet dat even af tegen een moderne gasgestookte cv-ketel met een rendement van 0,9. Het rendement van een cv-ketel haal je door het directe karakter van het systeem eigenlijk altijd; een cv-ketel heeft altijd overcapaciteit en kan pieken. De opbrengst van de warmtepomp staat of valt met het inregelen en het begrip van de werking van het warmtetransport in het koelsysteem.”

Veilig gebruik
De nieuwste trend bestaat uit de opkomst van warmtepompen die werken met natuurlijke koudemiddelen, zoals koolwaterstoffen, waaronder propaan. Die installaties hebben het voordeel dat ze functioneren met een traditionele warmteafgifte, zodat deze warmtepompen een cv-ketel één-op-één kunnen vervangen. De installateur en de gebruiker moeten zich dan wel bewust zijn van de risico’s omdat propaan bij onjuist gebruik een explosie- en brandgevaar geeft. Ook hiervoor geldt dat kennis en kunde bepalend zijn voor een effectief en veilig gebruik” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...
Verder Lezen

“Er zijn méér technici nodig op alle opleidingsniveaus”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen wijst Techniek Nederland voorzitter Doekle Terpstra de politiek op het belang van het ...
Verder Lezen

Nederlander ziet zichzelf niet snel in de techniek werken

Hoewel Nederlanders de kansen kennen van het technische vakgebied, laten ze werken in de technische branche liever aan een ander ...
Verder Lezen

Welkom vakman of vakvrouw!

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en ...
Verder Lezen

Blijven ontwikkelen

Gepubliceerd op

Voor veel vakmensen in de technische installatiebranche heeft corona gezorgd voor een veelbewogen jaar. De vakmensen in de techniek komen immers vaak bij mensen thuis. Het werk gaat grotendeels door. Maar hoe? Welke obstakels zijn er? En liggen er ook kansen? Drie vrouwelijke installateurs vertellen over hoe de coronacrisis impact heeft op hun werk en privéleven, en hoe ze ondanks de maatregelen tóch bezig blijven met hun ontwikkeling.

Malon Mettenich

Na haar mbo- en hbo-opleidingen in installatietechniek werkte Marlon Metternich (35) als engineer bij verschillende bedrijven. Inmiddels werkt ze 3,5 jaar als consultant duurzame energie bij Kuijpers in Den Bosch. “Ik heb altijd interesse gehad in techniek en werk daarnaast graag met mensen. De technische installatiebranche is dus perfect voor mij!” Esther van Dam (22) werkt al vijf jaar voor het Papendrechtse familiebedrijf Van Dam Verwarming en geniet net als Marlon van haar werk. “Ik houd mij vooral bezig met het onderhoud van cv-ketels en het oplossen van storingen. Een super leuke baan dus!” Beheertechnicus Mariska van Leest (26) begon op haar 19e in de elektrotechniek, na de mbo-opleidingen elektrotechniek en installatietechniek gevolgd te hebben. “Ik heb de kans gehad om bij veel afdelingen van ENGIE rond te kijken en ben nu helemaal op mijn plek als beheertechnicus!”

Een bewogen jaar
Met het uitbreken van de coronacrisis hebben de drie vrouwen er ieder een bewogen jaar opzitten. Toen Marlon begin januari 2020 voor het eerst hoorde over corona, voelde het nog ver weg. “Maar nadat het virus in maart Nederland bereikte, veranderde ook mijn werk bij Kuijpers. Dat ging vrij gemakkelijk; Kuijpers was al grotendeels gewend aan digitaal werken. Overigens bevalt het prima; drie jaar geleden hebben we alles gedigitaliseerd en de kasten meteen afgebroken, zodat we niet meer teruggaan naar de bergen papier.” Het creëren van de thuiswerkplek ging Marlon en haar man ook gemakkelijk af omdat zij over een kantoorruimte aan huis beschikken. “Afhankelijk van de maatregelen gaan we wel of niet bij klanten op bezoek. En we doen veel online; dat plant makkelijk en scheelt veel reistijd!”

Mariska van Leest

Even zoeken
Mariska ondervond meer hinder van de pandemie, omdat zij veel in verzorgingstehuizen kwam op het moment dat de crisis uitbrak. “Het was in het begin echt wel even onduidelijk wat wel en niet mocht. Bij verzorgingstehuizen wilden ze liever niet dat we langskwamen om onderhoud te doen. Daar kwamen we alleen als er een echte storing was.” Ook voor Esther was het aanvankelijk even zoeken. “Wij waren bang dat we niet mochten werken, omdat we veel bij mensen thuis komen. Bovendien zijn we een familiebedrijf; wat als één van ons in quarantaine moet? Wat doet dat met het bedrijf?” Gelukkig zijn de gevolgen beperkt gebleven, zo geeft Esther aan. “Corona heeft gelukkig weinig impact gehad op de werkzaamheden die we kunnen doen. Met inachtneming van de maatregelen is het goed te doen.”

Nieuwe uitdagingen
Wat merken de drie op de lange termijn van de gevolgen van corona? “Ik verwacht dat deze manier van werken in de toekomst wel zal blijven bestaan”, aldus Marlon. “Het wordt nu nóg makkelijker om thuis- en kantoordagen te combineren.” Mariska geeft aan dat ze helemaal gewend is aan de maatregelen. “We weten inmiddels dat we elke dag te maken krijgen met nieuwe uitdagingen. Panden zijn bijvoorbeeld leeg, waardoor lekkages soms lastig te detecteren zijn. En we moeten af en toe wat shifts van elkaar overnemen als collega’s in quarantaine moeten.” Voor Esther valt de hinder op dit moment mee. “Het was aanvankelijk gek dat je klanten geen hand mocht geven. Maar inmiddels tref je alle voorzorgsmaatregelen zonder erbij na te denken.”

Creatieve oplossingen
Zoals bij iedereen is de impact van de pandemie ook op het privéleven groot. Marlon ging op zoek naar creatieve oplossingen toen de kinderdagverblijven sloten. “Mijn zussen en ik hebben het om de beurt opgevangen. Op mijn vrije dag was mijn huis opeens een kinderdagverblijf!” Mariska geeft aan dat thuiswerken er als beheertechnicus niet inzit en ze dus veel op pad is. “Ik woon op mezelf, dus als ik wel thuis ben probeer ik – binnen de maatregelen – nog wat vrienden te zien. En ik probeer veel online te doen. We moeten leuke dingen blijven doen met elkaar, ook al is het op afstand!” De impact op Esthers leven is groot, zo vertelt ze. “Het leven buiten het werk ligt een beetje stil. Ik ben dus heel blij dat ik dankzij mijn werk veel buiten de deur ben. Werk is daardoor een fijne uitlaatklep, zeker ook omdat ik het op mijn werk zo naar mijn zin heb.”

Esther van Dam

Blijven ontwikkelen
Ondanks alle beperkingen proberen Marlon, Mariska en Esther zich te blijven ontwikkelen in hun vak. Voor de crisis hadden Marlon en haar collega’s vier keer per jaar een kennissessie. “Dat doen we nu minder vaak, want online mis je toch die interactie en mogelijkheid om te sparren.” Wel heeft ze onlangs een online training gehad over elektrotechniek. “Ook in tijden van crisis moet je doorgaan met je ontwikkeling als vakmens.” Mariska onderschrijft dit en geeft aan dat corona ook nieuwe kansen biedt. “Juist omdat het pand nu leeg staat, kunnen we innoveren en testen hoe we ons systeem beter kunnen maken.” Ook Esther blijft bezig met haar ontwikkeling als vakvrouw. “Jazeker! Ik heb onlangs mijn CO-certificaat gehaald. Het was even afwachten of het praktijkexamen kon plaatsvinden, maar gelukkig lukte het!”

Een vak voor mannen én vrouwen
Esther en Marlon zetten zich naast hun werk in voor VHTO, het Expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT. Esther: “Voor VHTO kun je gastlessen geven op scholen om hen te inspireren de techniek in te gaan. Deze gastlessen zijn er vooral op gericht een einde te maken aan het beeld dat techniek alleen voor mannen is, en het vakgebied daarmee onder vrouwen te promoten. Inmiddels heb ik zelf ook een gastles gegeven op een school en ik vond het heel leuk om te doen!” Esther is benieuwd naar de verdere mogelijkheden met betrekking tot haar eigen ontwikkeling. “Via VHTO ben ik in aanraking gekomen met Wij Techniek. Ik ken hen nog maar net, maar kijk er uit mij verder te verdiepen in hun aanbod!”

Een geweldig vak
Wat willen Marlon, Mariska en Esther meegeven aan vrouwen die overwegen de stap te zetten naar de techniek? Marlon: “Ik was zelf als kind al erg geïnteresseerd in installatietechniek, en dat is in de loop der jaren alleen maar gegroeid. Naast mijn passie voor de techniek zelf haal ik veel energie uit klantcontact. Servicegericht werken, adviseren, uitleggen welke keuzes de klant heeft. Deze dingen maken het vak boeiend en heel divers!” Hier sluit Mariska zich bij aan: “De techniek is een geweldig vak en ik kan het iedereen aanraden!” Esther kan dit alleen maar beamen. “Ik zou willen meegeven: als je iets leuk vindt, doe het gewoon! Ons vak is prachtig, want je bent lekker met je handen bezig, je hebt veel contact met klanten en iedere dag is anders! 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Overweeg jij de (over)stap te maken naar de techniek?
Kijk op www.wijtechniek.nl voor de mogelijkheden die er voor jou liggen!

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...
Verder Lezen

“Er zijn méér technici nodig op alle opleidingsniveaus”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen wijst Techniek Nederland voorzitter Doekle Terpstra de politiek op het belang van het ...
Verder Lezen

Nederlander ziet zichzelf niet snel in de techniek werken

Hoewel Nederlanders de kansen kennen van het technische vakgebied, laten ze werken in de technische branche liever aan een ander ...
Verder Lezen

Welkom vakman of vakvrouw!

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en ...
Verder Lezen

De Waterrevolutie

Gepubliceerd op

De EPC ging ten onder aan zijn eigen succes. Op meer hadden we niet kunnen hopen als sector. Maar nu de energierevolutie al een flink eind op weg is, wordt het ook tijd om de waterhuishouding onder de loep te nemen. Moeten we de Waterprestatienorm verplicht gaan stellen?

Door klimaatverandering regent het veel meer en komen er steeds vaker hevige regenbuien voor. Dat levert overlast op. Tegelijkertijd zien we dat er zelfs in Nederland tekorten aan drinkwater kunnen ontstaan. Naast verdroging merken drinkwaterbedrijven bovendien dat een significant deel van hun bronnen onder druk staat door vervuiling. De overlast aan regenwater en de bedreiging van de drinkwatervoorziening maken verandering van onze watersystemen noodzakelijk. En die veranderingen zullen vooral in de gebouwde omgeving gaan plaatsvinden. Oftewel op het terrein van de installateur.

Pionier
Sinds 2017 nemen we ieder jaar de stand van zaken door met Johan Bel. Hij had al in een vroeg stadium door dat er een watertransitie aankwam en is de eigenaar van Mijn Waterfabriek. Het bedrijf levert intelligente systemen voor het gebruik van regenwater en voor het hergebruik van grijs water en zwart water.

Decentrale oplossingen
Volgens Bel is de watertransitie inmiddels al gaande. “We zitten nu op het punt waar we pakweg 10 jaar geleden zaten met de energietransitie. Daar verschoof de aandacht geleidelijk aan naar decentrale duurzame oplossingen, zoals PV-panelen en warmtepompen. In de watersector zien we nu een groeiende belangstelling voor regenwater- en grijswatersystemen, infiltratie-oplossingen voor het eigen perceel en waterbesparende technieken.”

Voortrekkersrol
Daarbij spelen grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Utrecht een voortrekkersrol, vervolgt Bel. “Deze steden willen klimaatadaptief worden, onder andere om hun waterhuishouding op orde te houden.” Ook de drinkwaterbedrijven doen een duit in het zakje, bijvoorbeeld door in toenemende mate campagnes te lanceren voor verantwoord watergebruik.

Doel
Het uiteindelijke doel is wat Bel betreft om waterneutrale gebouwen te realiseren. Analoog aan de Trias Energetica bedacht hij daarvoor de Trias Aqua als leidraad, die aangeeft welke stappen je zet als installateur om het gewenste doel te bereiken:
- Ten eerste pas je zoveel mogelijk waterbesparend sanitair toe.
- Vervolgens maak je gebruik van schoon, zacht en gratis hemelwater
- Blijft er dan nog een watervraag over, dan kun je ook het afvalwater gaan hergebruiken. Voor alle duidelijkheid: hieronder verstaan we grijs (licht verontreinigd) en zwart afvalwater.

Waterprestatienorm
Opvallend genoeg vinden de grote veranderingen nu juist plaats in de woningbouw. “Het Drinkwaterbesluit biedt meer ruimte om te sleutelen aan individuele leidingsystemen dan collectieve leidingsystemen”, legt Bel uit. Beleid kan dus een aanjager zijn van de watertransitie. In dat kader zou de waterspecialist graag zien dat de Waterprestatienorm verplicht wordt gesteld. Analoog aan de EPC is de WPN een rekenmethode waarmee voor een gebouw het theoretische watergebruik kan worden berekend, onder een bepaald gebruikerspatroon. Evenals bij de EPC zou een voortdurende aanscherping van de WPN uiteindelijk leiden tot waterneutrale gebouwen. “Het is wel broodnodig dat er dan eerst stappen worden gezet op beleidsmatig niveau, zodat verduurzaming van de waterhuishouding in de gebouwde omgeving wettelijk is ingebed. Daarnaast heb je een ‘sense of urgency’ nodig, om alle stakeholders en de consument aan boord te krijgen. Ik denk dat de WPN de eerstkomende 5 jaar nog geen verplichtend karakter zal krijgen.”

Waterkwaliteit
Maar niet alleen waterschaarste in de zomer of overvloedige regenbuien in andere seizoenen leveren uitdagingen op. Ook de waterkwaliteit komt meer en meer ter discussie te staan. Door verontreinigingen, denk onder andere aan medicijnresten, kost het drinkwaterbedrijven steeds meer moeite om de zuiverheid te garanderen. Dat zorgt onder andere voor een groeiende vraag naar filtersystemen, merkt Bel. Al met al meer business voor de installateur.

Installateur
En daarmee komen we bij de hamvraag: welke marktkansen brengt de watertransitie met zich mee voor de installateur? “De watertransitie moet nog op stoom komen, maar het kan geen kwaad om alvast kennis binnen te halen”, adviseert Bel. “Ik voorzie vooral extra vraag naar filteroplossingen, regenwater- en grijswatersystemen op termijn.” Het zal met name lastig worden voor de kleine installateur om al die ontwikkelingen bij te benen, want er gebeurt al zoveel in het vakgebied en we komen heel veel handen tekort.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Regenwatersystemen

Door veranderende regelgeving worden particulieren bij nieuwbouw verplicht om het regenwater op eigen terrein te verwerken. De meest zinvolle manier om dat te doen is het opvangen en gebruiken van het regenwater binnen de woning. Bij Mijn Waterfabriek resulteert dat in een sterk toenemende vraag naar regenwatersystemen zoals de HOME Comfort. Dat is het basis regenwatersysteem dat geschikt is voor toiletspoeling, wasmachine en buitenkraan bij woningen. Het regenwater wordt opgevangen in een betonnen regenwatertank van 5 of 6m3, die voorzien is van een filter (nr.1) voor de verwijdering van blad en zand. Een krachtige onderwaterpomp (nr.3) perst het regenwater naar de aangesloten tappunten. In de tank hangt een niveaumeting (nr.4) die een signaal doorgeeft naar een LED-indicator (nr.6) in de woning. Als het niveau in de tank te laag wordt, schakelt deze een magneetventiel open. Dan wordt de tank met 10% leidingwater bijgevuld. De plaatsing van een dergelijk regenwatersysteem is typisch een klus voor installateurs.

Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen gaan samen

Aqua Nederland is de nieuwe naam voor de gezamenlijke vakbeurzen Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen. De eerste editie onder de ...
Verder Lezen

Watertransitie volgt energietransitie

De energietransitie houdt installateurs dagelijks bezig, we zitten er al middenin. Nieuw is de watertransitie. Daarvan staan we aan het ...
Verder Lezen

Verduurzaam de waterhuishouding: Trias Aqua

Terwijl de energietransitie in volle gang is, dient zich alweer een nieuwe revolutie aan. Diverse experts op het gebied van ...
Verder Lezen

Van toiletspoeling tot bierproductie

Klimaatverandering noodzaakt ons anders om te gaan met regenwater; steeds meer burgers en bedrijven worden door hun gemeente verplicht het ...
Verder Lezen

Een nieuwe sanitaire revolutie?

Gepubliceerd op

Gezondheid en sanitaire oplossingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de corona-epidemie is dat besef nu sterker dan ooit, merken drie deskundigen van Grohe, Wavin en Geberit. Welke trends signaleren zij?

Tot 1870 lag de gemiddelde levensverwachting rond de 40 jaar. Daarna zien we een stijgende lijn die erin heeft geresulteerd dat we tegenwoordig gemiddeld 81,56 jaar oud worden. Vaak wordt er daarbij gewezen op medische ontwikkelingen. Die zouden verantwoordelijk zijn voor de verbetering van de volksgezondheid. Hoewel antibiotica en vaccinaties om maar twee voorbeelden te noemen zeker een rol hebben gespeeld, is het voor een groot deel aan de verbeterde sanitatie te danken dat het vroegere 40 nu 81 is geworden.

Op het netvlies
Je zou zeggen dat we als installatiebranche doordrongen zouden moeten zijn van deze geweldige prestatie. Dat valt tegen. Hoewel sanitaire technieken en gezondheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, merken experts dat de installateurs het maar “ergens op hun netvlies hebben staan”, zoals René Offringa het treffend verwoordt.

Veiligheid en gezondheid
De zestiger is al ruim 40 jaar werkzaam bij Wavin, onder andere als technisch adviseur en productontwikkelaar. “Installateurs zijn toch vooral met de techniek van de systemen bezig, veiligheid en gezondheid zijn geen hoofdthema’s voor hen.”

Praktijk
Offringa onderbouwt zijn verhaal met enkele praktijkvoorbeelden. “Hoe vaak zien we niet dat keurig verpakte Tigris of Hep2O fittingen uit de verpakking los in open kratten of boxen worden overgegooid en dan meteen vuil worden? Ook hotspots blijven een item, hoewel je daarvoor niet altijd naar de installateur kan wijzen. Vaak ligt het ook aan het ontwerp. Tot slot hoor ik nog regelmatig dat ontspanningsleidingen te dicht bij de inlaat van een ventilatiesysteem worden gemonteerd, waardoor er stankklachten optreden.”

Impact pandemie
Hoewel dus zeker voor verbetering vatbaar, lijken de branche, professionele opdrachtgever en ook reguliere consument wel iets meer oog te krijgen voor gezondheidsaspecten. Rogier van Dis wijst daarbij op invloed van de coronapandemie. Volgens de topman van Grohe Benelux en UK zijn bijvoorbeeld musea en horecagelegenheden naarstig op zoek naar aanrakingsvrije kranen. Dat heeft natuurlijk ook zijn weerslag op de inkoop en adviesrol van groothandelaren. Daarnaast schaft de consument bijvoorbeeld sneller bedieningspanelen aan met een antibacteriële laag. En de verkoop van de douche-wc, die al in de lift zat voor crisis, heeft eveneens een hoge vlucht genomen. Maar ook Van Dis kraakt een kritische noot, die eigenlijk goed aansluit bij de bevindingen van Offringa: “De installateur verstaat zijn vak, maar zou de klant daarin meer kunnen meenemen door het delen van kennis en kunde. Wij kunnen de installateur helpen met het geven van een goed advies, wat een positief effect heeft op hun verkoopresultaten en klanttevredenheid.”

Doorontwikkeling
Jeroen Bosman, Productmanager bij Geberit, neemt de gelegenheid te baat om de installateur nog maar eens te waarschuwen zich vooral te houden aan de NTR 3216, nu er een pittige discussie woedt over opspattend water en het gevaar op corona in toiletten. Hij verwacht dat de pandemie een impuls zal geven aan de verdere doorontwikkeling van sanitaire oplossingen, maar in de brede zin des woords. “Bijvoorbeeld door de fabricage van hogere tussenschotten voor urinoirs, zodat ook de adem wordt geblokkeerd.” Ook zal het onderhoud meer onder de loep komen te liggen. “Denk aan de regelmatige reiniging/vervanging van luchtfilters in sanitaire voorzieningen.”

Brede range
De geïnterviewden brengen een brede range aan sanitaire producten op de markt die een duidelijke link hebben met gezondheid. Behalve douche-wc’s en aanrakingsvrije bedieningsplaten en kranen kan er dan bijvoorbeeld gedacht worden aan perssystemen, sifons, inbouwsystemen, maar ook aan rainshowers om een wellness-ervaring te creëren tijdens het douchen.

Inzoomen
Die producten zoomen allemaal in op een ander gezondheidsaspect. Een waterloos sifon is bijvoorbeeld erg handig als je te maken krijgt met een warme omgeving. Zo voorkom je immers de stankklachten, die optreden als een doorsnee sifon opdroogt. Een perssysteem met trekvaste en waterdichte fittingen zorgt ervoor dat je eenvoudig lekkage kan voorkomen. En met een inbouwsysteem heb je geen randjes, waardoor het oppervlak schoner blijft. Douchegoten met een makkelijk te verwijderen haarzeef tot slot maken zowel de reiniging als het onderhoud een stuk eenvoudiger.

Versnelling
Bosman gaf het al aan: de pandemie zal zeker de doorontwikkeling van oplossingen stimuleren en eventueel versnellen. Van Dis onderschrijft zijn mening. Zo brengt Grohe onder andere nieuwe sensorkranen op de markt. Daarnaast komen langlopende vraagstukken, zoals het legionellaprobleem, wat meer in de spotlights te staan. Bij Grohe merken ze dat aan de grote belangstelling voor trainingen die ingaan op het belang van legionellapreventie bij de installatie en het onderhoud van drinkwatersystemen. Maar ondanks die groeiende aandacht, zijn er nog fikse obstakels te nemen. Offringa wijst bijvoorbeeld op rubbers in thermostaatkranen, “die een bron van zorg blijven”.

Waterbesparing
Uiteraard zijn er meer thema’s die hun stempel drukken op het vakgebied. Soms hebben die ook duidelijke raakvlakken met gezondheid. Denk aan waterbesparing. Offringa: “Toiletten met een 4 l spoeling blijken in de praktijk de nodige problemen met zich mee te brengen in de leidingsystemen bij de afvoer van urine en poep. Vaak gooien ze het toch weer omhoog naar 7 l.” Theoretisch gezien valt het probleem wel op te lossen met een vacuümriolering, maar dan raak je een ander heikel thema in de branche: energiebesparing. “Je gebruikt namelijk meer energie”, legt Bosman van Geberit uit.

Waterkwaliteit
Ook de waterkwaliteit zelf mag zich verheugen op toenemende belangstelling. Van Dis: “Het kost steeds meer moeite om de kwaliteit op peil te houden, door toenemende vervuiling. Microplastics, medicijn- en drugsresten zijn daar onder andere debet aan. Wij merken het onder andere aan de stijgende verkoop van filtersystemen, vooral in Zuid- en Oost-Europa.”

Milieuvriendelijk
En dan is er nog circulariteit of iets ruimer genomen: milieuvriendelijke productie. “Hier wordt op uiteenlopende manieren vorm aan gegeven. Zo dwingt de regelgeving ons nu om regenwater te verwerken op het eigen perceel. De belangstelling voor infiltratiesystemen is daarom booming”, vertelt Offringa van Wavin. En Grohe produceert al sinds vorige jaar haar kranen op een CO2-neutrale manier.

Grenzen
De consument en professionele opdrachtgever haken aan, maar stellen wel hun grenzen, blijkt uit het relaas van Bosman. “Op het moment dat bijvoorbeeld waterbesparing het comfortniveau beïnvloedt, is het andere koek. Uiteindelijk leven veel mensen wel voor hun comfort.”

Conclusie
De coronapandemie heeft de belangstelling voor sanitaire systemen en gezondheid in een stroomversnelling gebracht. Dit proces zal nog een fikse impuls krijgen door de watertransitie, die in navolging van de energietransitie de komende jaren haar stempel gaat drukken op de installatiesector. Gevolg: nog meer business voor de branche 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...
Verder Lezen

Sanitairfabrikant toont innovaties dit jaar online

Vanwege de coronapandemie presenteert Geberit haar innovaties dit keer online. De sanitairfabrikant toont haar nieuwste producten wel in een fysieke ...
Verder Lezen

Flinke donatie voor betere waterhygiëne en sanitair in Nigeria

Sanitairmerk Grohe BeNeLux doneert 141.000 euro aan Nigeria voor een betere waterhygiëne en sanitaire voorzieningen. In dit land overlijden elk ...
Verder Lezen

Intelligente kranen voor drinkwater en sanitair winnen aan populariteit

Digitalisering maakt sanitaire kranen steeds intelligenter. Smartphone-apps verhogen niet alleen de productfunctionaliteit maar maken de kranen ook gebruiksvriendelijker. Tegelijkertijd zijn ...
Verder Lezen

Sanitaire installaties

Gepubliceerd op

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg urgenter. Onno Leever houdt zich al ruim twintig jaar met Legionella bezig. Sinds januari zet hij zijn expertise in bij ISSO.

“Qua kennisontwikkeling op het gebied van Legionella, en sanitaire installaties in bredere zin, staat er voor 2021 weer van alles op stapel”, vertelt Onno Leever, van Leever installatie adviseurs. “Zo verschijnt er een nieuwe versie van ISSO-kleintje Legionellapreventie en wordt de ISSO-publicatie 55.1 ‘Handleiding legionellapreventie in leidingwater’ aangepast. Ook komt er een aanpassing op publicatie 55.2 ‘Zorgplicht legionellapreventie’. Daarnaast is een commissie bezig om de regelgeving voor legionellapreventie te evalueren, wat aangepaste legionellawetgeving zal opleveren.” Leever zit in deze begeleidingscommissie.

Kennisontwikkeling
In januari heeft hij het stokje overgenomen van Irene van Veelen, voormalig specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO. “Ik kende Irene onder andere al van de commissie NEN 1006 en ook vanuit de Waterwerkbladen hadden we al samengewerkt. Daarnaast hadden Irene en ik al eens samengewerkt bij een innovatiebijeenkomst over warmwatercirculatiesystemen”, vertelt Leever. “Toen ISSO een vervanger zocht voor de functie van Irene, heeft zij mijn naam laten vallen. Zo ging het balletje rollen. Ik was gelijk enthousiast. Binnen mijn eigen bedrijf doen we veel aan kennisdeling en aan zelf kennis opdoen. Als er een nieuw normblad of een nieuwe NTR uit is, sluit ik me bij wijze van spreken drie dagen op om hem te lezen. Daarna deel ik binnen mijn team wat de belangrijkste wijzigingen zijn. ISSO is ook zeer gericht op kennisontwikkeling. Het past daarom ontzettend goed; de missie van ISSO en die van mijzelf zijn gelijk.”

Waterschade-onderzoek
Leever startte zijn bedrijf in 1991 als zelfstandige. Destijds maakte hij vooral technische berekeningen en tekeningen voor installateurs. Het specialisme Legionella kwam er in 1999 bij. Inmiddels is zijn adviesbureau uitgegroeid tot een flinke organisatie die tekeningen en installatieberekeningen maakt voor wonen, werken en recreëren. “Overal waar het ingewikkeld wordt, komen wij kijken”, zegt Leever. “Zo bemiddelen we ook bij geschillen en we doen bijvoorbeeld waterschade-onderzoek.”
Verbrandingsgevaar door warm tapwater
Een thema waarvoor Leever een lans breekt en dat hij ook als discussiepunt heeft ingebracht in de NEN 1006 (waterwerkbladen) commissie, is dat van verbrandingsgevaar door te warm tapwater. Leever: “Het gaat bijvoorbeeld fout als in het warmwatergedeelte van de installatie wel een pomp zit maar in het koudwatergedeelte niet. Toch kun je dergelijke temperatuurschommelingen van tapwater, en dus verbrandingsgevaar tijdens het douchen, voorkomen. In ISSO-publicatie 55 ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’ staan daarover bijvoorbeeld adviezen. De technieken om dergelijke verbranding te voorkomen zijn er zeker, maar preventie is niet in de wet opgenomen. Deze huidige richtlijnen over de temperatuur voor warm tapwater in drinkwaterleidingen zijn vooral bedoeld om de groei van de legionellabacterie in leidingwaterinstallaties te voorkomen. Dat is inderdaad van groot belang, maar de focus moet eigenlijk op allebei liggen: én legionellapreventie, én het voorkomen van verbranding door warmtapwater. Er zijn zeker situaties waarin het verantwoord is om de taptemperatuur legionellaveilig te verlagen.”

Waterbesparing
Een tweede onderwerp dat de nieuwe specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO inbracht bij de NEN 1006 commissie, is waterbesparing. Zijn ideaalbeeld is om de balans te vinden waar installaties nog optimaal werken, met een maximum aan waterbesparende mogelijkheden. “Ik zou daarvoor graag ontwikkelingen terugzien in zowel producten, als wet- en regelgeving. Ook van thema’s als het scheiden van waterstromen van verschillende kwaliteit, dus huishoudwater en drinkwater, verwacht ik dat we de komende jaren meer gaan horen.”

Nieuwe wetgeving
Voor zijn nieuwe functie bij ISSO, die hij parttime invult naast zijn werk als adviseur Installatietechniek en legionellapreventie bij Leever installatie adviseurs, hoopt de specialist flinke stappen te zetten in gezondheid, veiligheid en comfort voor sanitaire installaties. Leever: “Ik zou het fantastisch vinden als we voor elkaar kunnen krijgen dat bepaalde delen uit ISSO-publicaties als wetgeving worden opgenomen. Bijvoorbeeld als het gaat om preventie van verbranding door te warm tapwater. En daarnaast vind ik het erg interessant om nu namens ISSO in de commissie te zitten voor de nieuwe legionellawetgeving.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Legionellaspecialist haalt UV-technologie in huis

Holland Water, specialist in legionella-beheersende watertechnologie, neemt de UV-activiteiten en handelsnaam Uvidis® over van branchegenoot WaterZorg Friesland. Het is de ...
Verder Lezen

Legionellabestrijder vindt investeerder voor verdere groei

Holland Water, specialist in de bestrijding van Legionella, is een samenwerking aangegaan met investeringsmaatschappij OxGreenfield. De maatschappij verschaft het benodigde ...
Verder Lezen

Corona en legionella; alertheid blijft geboden

De coronacrisis brengt ook een ander gevaar met zich mee. Door de leegstand van gebouwen neemt het gevaar op legionella ...
Verder Lezen

Hotel Oud Londen in Zeist kiest voor steunpakket om legionella te voorkomen

Hotel en restaurant Oud London in Zeist maakt als eerste horecabedrijf in Nederland gebruik van het Steunpakket Veilig Drinkwater dat ...
Verder Lezen

Brein buiten de douche

Gepubliceerd op

Ieder gezinslid zijn eigen doucheprofiel, met een instelmogelijkheid voor een maximale douchetijd of maximale temperatuur. Per persoon bekijken wat de kosten zijn van elke douchebeurt. De nieuwe Aqualisa elektronische mengkraan maakt bewust en duurzaam watergebruik mogelijk. De mengkraan is bovendien voorzien van connectiviteitsfuncties zoals Wi-Fi, App en spraakbesturing en kan worden verbonden met andere slimme toestellen in huis, zoals de slimme speakers als Amazon Alexa en Google Nest.

“Hey Google, zet mijn douche aan”, zal snel een vertrouwd commando worden in woningen met een nieuwe Aqualisa Smart Quartz Collectie Douche”, zegt Aqualisa Head of International Development, Zoe Nguyen. “Elektronische mengkraantechnologie bestaat al sinds 2001. Wij waren de eerste fabrikant die hiermee op de markt kwamen en denken dat landen zoals België en Nederland er nu klaar voor zijn. Zeker omdat woningen kleiner worden gebouwd en alles slimmer zal worden.”

‘Brein’ buiten doucheruimte
Het thermostatische gedeelte van deze mengkraan wordt letterlijk en figuurlijk weggetrokken vanuit de douche- of bad-omgeving (zie afbeelding). Alleen de bediening blijft zichtbaar. De controller staat in verbinding met een datakabel die aangesloten is op de SmartValve™; het effectieve brein van de installatie, die tot 10 meter van de doucheruimte geplaatst kan worden. Integreren in het plafond, onder het bad of in een kast behoort tot de opties.

Eén leiding voor warm en koud
In tegenstelling tot een klassiek thermostatisch ventiel, mengt het ventiel het koude en warme water elektronisch en gaat er slechts één leiding naar de hand- of regendouche. Indien er meerdere uitgangen zijn, is er een ‘omsteller’ beschikbaar. Zoe Nguyen: “Dit betekent een enorme kostenverlaging in accessoires en installatie-uren. Diepte in de wand is bij deze mengkraan niet meer nodig en dankzij de omsteller kunnen hand- en regendouches eenvoudig worden omgeleid zonder de leidingen aan te passen.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Minder waterverbruik, toch royaal douchen

Grohe voegt een nieuwe hoofddouche toe aan haar assortiment. De Tempesta 250, geproduceerd in Lahr, Duitsland, is een royale hoofddouche ...
Verder Lezen

Huis verwarmen via doucheputje wint duurzame startup prijs

Een systeem voor het recyclen van warmte uit water is in de prijzen gevallen tijdens de dertiende editie van de ...
Verder Lezen

Hoe lang kun je douchen met een Itho Daalderop warmtepomp voorraadvat?

Voor all-electric toepassingen met warmtepompen is een voorraadvat nodig voor het bufferen van het warme tapwater. Bij de keuze van ...
Verder Lezen

Handdouche met drie straalsoorten

Grohe introduceert de nieuwe Rainshower SmartActive handdouche. Deze douche bevat slimme functies en intuïtieve bediening. De bijpassende glijstang kan door ...
Verder Lezen

Salestechneut

Gepubliceerd op

Meer dan ooit zijn opdrachtgevers bereid om geld te steken in een goed werkend ventilatiesys­teem. Dat hebben we deels te danken aan de coronapandemie. Specialisten, zoals Kouwer Installatietechniek, draaien nu topdagen, vertelt bedrijfsleider Tom Bruins.

Hij was ooit automonteur. Maar altijd met dezelfde mensen werken op dezelfde plek gaat vervelen, ondervond Bruins. Door een gelukkig toeval kon hij de overstap maken naar de installatietechniek. Inmiddels is hij alweer 18 jaar werkzaam in de branche.

Begintijd
Je ziet Bruins bijna glimlachen achter de telefoon, als hij vertelt over die begintijd. Hoe hij nadat hij afscheid had genomen bij de garage, toevallig hoorde dat ze een monteur zochten bij Ouderdorp Service. Er was gelijk een klik en Bruins mocht de volgende dag al meelopen. Eenmaal de smaak te pakken, haalde hij zijn papieren en werkte vervolgens bij verschillende installatiebedrijven.

Plezier
“Een geweldig vak”, vertelt hij enthousiast aan de lijn. “Veel op weg, verschillende klanten, uitdagende klussen...” Terugkijkend vond hij de storingsdiensten nog het leukste. “Het gevoel dat je kreeg als je iemand uit de penarie kon helpen, daar kon eigenlijk niks tegenop.”

Kouwer Installatietechniek
Bruins groeide door en werd vorige jaar bedrijfsleider bij Kouwer Installatietechniek. Het bedrijf bestaat nu pakweg 14 jaar en telt 15 medewerkers. Met als thuisbasis Huizen opereert de installateur vooral in ‘T Gooi. Kouwer Installatietechniek biedt een breed palet aan diensten aan, van cv-ketel installaties tot elektrotechnische en dakdekkers werkzaamheden. “Het zwaartepunt ligt bij de particuliere sector en dan doel ik vooral op renovaties.”

Waterstofketel
Bruins volgt de ontwikkelingen in de branche op de voet. Hij wordt enthousiast zodra de waterstofketel ter sprake komt. Volgens de gedreven techneut ligt er een grote toekomst in het verschiet voor deze warmteopwekker. “Deze techniek is uitstekend toe te passen in de bestaande bouw, ik vind de warmtepomp meer iets voor de nieuwbouw.”

Rijdende trein
Het is nog even afwachten welke weg de energietransitie zal inslaan. Vandaar dat Kouwer nog niet investeert in het bijspijkeren van medewerkers en de marketing van nieuwe diensten. “We springen liever op een rijdende trein”, legt Bruins uit.

Ventilatie
Voorlopig heeft hij trouwens al zijn handen vol aan bestaande opdrachten. Bruins merkt, evenals concullega’s, dat de corona-pandemie Nederlanders meer bewust heeft gemaakt van het belang van goede luchtkwaliteit. “Ze merken het ook sneller als er iets niet in de haak is, omdat ze veel thuiswerken.” En daar vloeit direct of indirect weer werk uit voort.

Project
Zo mag Kouwer Installatietechniek nu voor een opdrachtgever in maar liefst 690 woningen het ventilatiesysteem een opknapbeurt geven. Broodnodig, want “we liepen aan tegen verstopte kanalen en MV-boxen die dichtgeslibd waren. Het onderhoud lag al een jaar of 10 stil, vandaar.” Bruins heeft er vier man volcontinu opgezet. Ze doen eerst een beginmeting bij de afzuigventielen. Vervolgens worden de kanalen met roterende borstels schoongemaakt. Ook de MV-box gaat onder de loep. “Eerst wordt de bestaande box gedemonteerd en afhankelijk van de situatie krijgt hij een schoonmaakbeurt of wordt het apparaat vervangen.” Daarna is het tijd om een CO-sensor in de woonkamer te installeren en alle ventielen in te regelen. Kouwer Installatietechniek sluit af met een gedegen instructie aan de bewoners hoe ze in het vervolg met het ventilatiesysteem moeten omgaan.

Toekomst
Deze maand wil Bruins de werkzaamheden afronden. En dan in volle vaart naar de toekomst. “We zouden wel willen uitbreiden, doorgroeien tot een man of 20. En natuurlijk ook in de breedte een slag maken door er duurzame technieken bij te gaan doen.”

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Alleskunners

Sipke Hoekstra stapte van E over op W. De Friese vakman is daardoor van alle markten thuis, wat hem onlangs ...
Verder Lezen

Midden in de corona-hel

Een week geleden lachte het leven hem nog toe, maar sinds twee dagen ziet de toekomst er zorgelijk uit. Erg ...
Verder Lezen

Tekort aan handjes?… Hou daar eens over op!

Een tekort aan handjes. Hoe vaak hebben we dit al niet gehoord? Alsof we het hebben over een blikje mais ...
Verder Lezen

Spierkracht sparen met een exoskelet

Gepubliceerd op

Verantwoord en gezond werken is voortdurend in beweging. En de techniek levert hier met de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen een belangrijke bijdrage aan. Dat geldt zeker voor het exoskelet Skelex 360, een relatief recent ontwikkeld hulpmiddel dat met name gebruikt kan worden bij bovenhandse werkzaamheden. Hoe werkt het? Waar liggen de kansen en wat zijn de beperkingen? En hoe draagt het exoskelet bij aan veilig en gezond werken?

ArboTechniek heeft samen met SPIE Fire Protection & Security gewerkt aan een pilotproject om antwoord te geven op deze vragen. Hierbij is het exoskelet uitvoerig getest tijdens de installatie van sprinklers. Een mooi verhaal over de huidige stand van zaken.

Futuristisch instrument
Wat is een exoskelet? Albert Vullers en Carin van den Bosch kunnen deze vraag ieder vanuit hun perspectief uitgebreid en enthousiast beantwoorden. Albert is procesmanager bij SPIE Nederland en Carin is als ergonoom verbonden aan ArboTechniek. Beiden zijn betrokken bij een innovatief project waarin de Skelex volledig wordt getest. Gekeken wordt hoe het hulpmiddel benut kan worden in de technische installatie- en isolatiebranche. Albert: “Het exoskelet, de Skelex 360, is een op het oog futuristisch instrument dat ik tegenkwam op een techniekbeurs. Ik was meteen geïnteresseerd: hoe kan een installatiebedrijf als SPIE dit praktisch inzetten? In dit soort exoskeletten zorgen veren en bandjes ervoor dat bepaalde spiergroepen worden ontlast. Werkzaamheden hebben dan minder belasting op het lichaam en je kunt het langer onvermoeid volhouden.”

Gezamenlijke pilot
Carin zag ook al snel de waarde ervan in. “Het exoskelet wordt al veel gebruikt in de automotive industrie. Ook daar wordt ingezien dat je er onder andere je nekspieren, armspieren en schouderspieren mee ontlast. Voor mij was de vraag: hoe kan de installatie- en isolatiebranche hier in de breedte van profiteren? Het gaat hier immers om andere werkzaamheden. Deze pilot kan ons de antwoorden geven.” Hoe ziet de pilot eruit? Carin: “We hebben de pilot gezamenlijk opgezet. We weten dankzij onderzoek van TNO al hoeveel spierkracht je ongeveer bespaart met de Skelex, dus richt ons onderzoek zich op de praktijk. We zijn begonnen met een vragenlijst voor de monteurs die de Skelex testen. Hoe comfortabel zit het? Hoe is je bewegingsvrijheid? Welke werkzaamheden worden makkelijker? Welke lastiger? Deze vragen hebben we vergeleken met hun ervaringen zónder het exoskelet.”

Zorgvuldig
Zijn er al eerste resultaten van de pilot? Carin: “Ja, we zijn al flink wat wijzer geworden. Een gemengde groep van 9 monteurs heeft de Skelex getest; sommigen hebben het ook meerdere keren aangehad. Mensen die snel klachten krijgen merkten een heel sterk verschil. Anderen merkten weinig verschil, en weer anderen vonden het een lichte beperking bij sommige werkzaamheden. Naast de vragenlijst heb ik ook opnames gemaakt van monteurs die de Skelex gebruikten. Ik ga hun houding analyseren: hoeveel procent van de tijd werken ze boven schouderhoogte of met hun hoofd achterover gebogen? Je hebt het meeste profijt van de Skelex als je boven je hoofd werkt. Het heeft dus te maken met de werkzaamheden die je verricht. En met de bewegingsvrijheid. Als je bijvoorbeeld veel tussen stellingen moet werken, kan de Skelex juist een beperkende factor zijn. Je moet er daarom zorgvuldig mee omgaan.”

Sociale acceptatie
Volgens Albert kan een exoskelet ervoor zorgen dat het ziekteverzuim omlaag gaat. “We zien dat de Skelex bij mensen met bestaande lichamelijke klachten meteen curatief goed werkt. Daarnaast is het bij gezonde mensen een preventief hulpmiddel. Jonge, fitte mensen die aan het einde van een werkdag geen last hebben zullen op latere leeftijd minder klachten ervaren. De sociale acceptatie van het exoskelet is van belang, maar daarin is al een eerste stap gezet. Een jonge monteur die heeft mee-getest verwoordde het mooi: ‘Het maakt mij niet uit hoe het exoskelet eruitziet, als ik hiermee tien jaar langer met mijn zoontje kan voetballen is dat mij alles waard!’”

Een exoskelet in iedere bus
Carin beaamt dit. “Monteurs beginnen op relatief jonge leeftijd met werken. Je ziet dat ze rond hun 50ste, sommigen al eerder, last krijgen van fysieke klachten. Ze worden daar niet gelukkig van en op termijn kan het ook leiden tot psychische problemen.” Carin geeft aan dat het haar uitdaging is om uit te zoeken bij welke werkzaamheden het exoskelet gaat helpen, en dat vakmensen in de installatie- en isolatiebranche weten dat dit soort hulpmiddelen bestaan. En dat bedrijven voor zichzelf nagaan of zij het kunnen inzetten voor hun werkzaamheden.” Albert vult aan: “Het zou prachtig zijn als ieder techniekbedrijf in de toekomst een exoskelet in de bus heeft liggen om te gebruiken bij klussen waar dit het werk makkelijker, veiliger en gezonder maakt.”

Verdere implementatie
Hoe gaat Albert verder? “Ik zie graag voor me dat er verschillende pilots ontstaan om per werkzaamheid te ondervinden waar en hoe het exoskelet wel en beter niet ingezet kan worden. Dit kan in samenwerking met de fabrikant van de Skelex. Die heeft al veel ervaring met andere bedrijven en in verschillende branches. Hoe implementeer je de Skelex grootschalig en zorg je ervoor dat het goed gebruikt blijft worden? De eerste stap is nu gezet, proefondervindelijk zullen we verder onderzoeken. Het is een kostbaar hulpmiddel, maar als je het hebt over het terugdringen van ziekteverzuim dan is het in een mum van tijd terugverdiend.”

Unieke samenwerking
Carin is benieuwd of deze pilot kan leiden tot een breder gebruik van de Skelex. “Dit type is er al een paar jaar en wordt steeds beter. Veel bedrijven hebben er al een aangeschaft en aan de hand van de feedback wordt het product steeds verder verbeterd. Monteurs in de installatie- en isolatiebranche werken bijvoorbeeld vaak op hoogte. Daarom onderzoekt de fabrikant van de Skelex in hoeverre deze te integreren is met alle soorten van valbeveiliging.” De pilot met het exoskelet is een unieke samenwerking tussen installatiebedrijven, ontwikkelaars, brancheorganisaties, arbodeskundigen en zelfs verzekeraars. Albert: “Zorgverzekeraars zijn in het kader van gezond werken geïnteresseerd in het exoskelet. Onze verzekeraar heeft de aanschaf van ons eerste exoskelet alvast vergoed. Daar spreekt veel vertrouwen uit!” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Wat is een exoskelet?

Een exoskelet is een draagbaar skelet dat je zelf kunt aansturen. Exoskeletten worden toegepast in werksituaties waar fysieke belasting hoog is. De belangrijkste functie van een exoskelet is het ondersteunen van een of meerdere lichaamsdelen waardoor het lichaam minder wordt belast.

Gezond en veilig werken

Meer weten over veilig en gezond werken in de technische installatie- en isolatiebranche? Kijk dan op de site van ArboTechniek. Daar vind je onder andere de Arbocatalogus en het Toolboxplatform.

Gezond en veilig aan het werk na de coronacrisis

Carrier introduceert een pakket oplossingen voor het helpen realiseren van een gezonde, veilige, efficiënte en productieve binnenomgeving voor gebouwen. Via ...
Verder Lezen

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand ...
Verder Lezen

Eerste Friese monteurs op praktijkexamen Vakmanschap CO

Zeven installatiemonteurs leggen vandaag het nieuwe, verplichte praktijkexamen Vakmanschap CO af. Dat gebeurt voor het eerst bij ROC De Friese ...
Verder Lezen

Vaillant gaat installateurs certificeren met ‘Bewijs van Vakmanschap’

Vaillant gaat installateurs van cv-ketels certificeren met een ‘Bewijs van Vakmanschap’. Sinds 1 oktober 2020 is de Gasketelwet van kracht ...
Verder Lezen

Ventileren en stank

Gepubliceerd op

Het komt regelmatig voor dat gebruikers last hebben van stank. In hun woning, kantoor of op school. Vaak wordt de installateur dan ingeschakeld om de oorzaak te achterhalen. Hoe doe je dat? Twee experts uit het veld geven tips.

Lino Noya Mahn is eigenaar van installatiebedrijf Noya Installatietechniek. Als installateur voert hij de meest uiteenlopende projecten uit, maar zijn hart ligt toch bij de ventilatietechniek. Wouter Wijma is directeur van Ned Air en voorzitter van Binnenklimaat Nederland. Sinds zijn aantreden probeert hij het belang van ventilatie meer tussen de oren te krijgen bij opdrachtgevers en bouwpartners. IZ sprak met beide ventilatiedeskundigen, die gezamenlijk meer dan 40 jaar ervaring hebben in de installatiebranche.

Corona
De coronacrisis blijft de gemoederen bezighouden. Nadat er aanvankelijk vooral aandacht was voor de overdracht van het virus via de fysieke weg, nam gaandeweg ook de belangstelling toe voor een andere, mogelijke transmissieroute: via de lucht. Dat heeft geresulteerd in “meer interesse voor ventilatie”, vertelt Wijma. “Maar helaas vloeien er vooralsnog weinig concrete opdrachten uit voort.” Wijma weet wel waaraan dat ligt: geld. “Scholen zeggen vaak geen budget te hebben en in de kantoorsector gaat men niet investeren in gebouwen als het merendeel van de zakelijke gebruikers thuis werkt.”

Woningbouw
Ook in de woningbouw lijken opdrachtgevers meer doordrongen te raken van het belang van goede ventilatie. “Toch hangen ze in nieuwbouwprojecten uiteindelijk vaak weer eenvoudig te installeren ventilatiesystemen op, zonder aan de kwaliteit van de lucht te denken. Men kiest voor de goedkoopste oplossingen,” vertelt Wijma.

Onderhoud
Installateur Noya Mahn merkt ook dat de belangstelling voor ventilatie toeneemt, zeker in de particuliere woningbouw. “Klanten lijken zich vooral zorgen te maken over het onderhoud.” In zijn geval vloeien daar ook de nodige werkzaamheden uit voort. Het gaat dan veelal om het vervangen van filters, wisselaars én het reinigen van kanalen.

Belang reinigen
Dat is niet verwonderlijk, zowel Wijma als Noya Mahn kunnen met gemak de meest afschrikwekkende voorbeelden geven van achterstallig onderhoud. Uit de verhalen komt naar voren dat het vooral schort aan regelmaat en frequentie. Noya Mahn: “Van klanten die ventilatiesystemen hebben waarbij nog nóóit een filter of slecht functionerende wisselaar van een WTW is vervangen of een kanaal is gereinigd kijk ik inmiddels niet meer op.”

Stankklachten
Door gebrekkig onderhoud neemt de kans op klachten toe. Gebruikers krijgen eerder last van allergieën, ziektes, maar ook van stank. “Neem bijvoorbeeld de wisselaar van een WTW-unit waaraan vuil is vastgekoekt, daar hangt een geur omheen. Als je daar verse lucht overheen laat gaan, komt er stank in het pand.” Noya Mahn ziet ook klanten die zelf hun keukenafzuigkap aansluiten op een ventilatieventiel. “De motor van het de afzuigkap zorgt ervoor dat de vuile lucht dan weer het toilet of de badkamer wordt ingeduwd, met wederom stankoverlast.”

Mobiele airco
De afgelopen zomer steeg het kwik naar nieuwe hoogtes. Noya Mahn kwam bij klanten over de vloer die de afvoerslang van hun mobiele airco-units op een ventilatieventiel hadden aangesloten. Ook dat zorgde in een aantal gevallen voor de nodige stankklachten elders in de woning, vertelt hij.

Stilstand
Soms is een gebouw of alleen het ventilatiesysteem tijdelijk buiten gebruik. Ook dat levert in een aantal gevallen stankklachten op. “Heeft het gebouw een ventilatiesysteem met kanalenwerk, dan kan zich in de tussentijd allerlei ongedierte en/of vogels hebben genesteld in de kanalen. Neem je het systeem vervolgens weer in gebruik, dan komen de geurtjes van de achtergelaten resten het gebouw in.”

Riool
Wijma kent de horrorverhalen. Hij wijst nog op een andere veelvoorkomende oorzaak van stankoverlast: perikelen die te maken hebben met de riolering. “Neem nu de sifon, als die uitgedroogd is, gaat het stinken. Adviseer daarom altijd als installateur aan de bewoners om er een laagje slaolie in te doen, dan voorkom je dit soort klachten.” Ook gebeurt het regelmatig dat de beluchting van de riool wordt aangesloten op een gedeelde ventilatieschacht in een appartementencomplex, vertelt Wijma. “En dat is vragen om problemen.”

Remedies
Hoe kom je nu de oorzaak op het spoor en verhelp je vervolgens de klachten? “Eigenlijk zou ik nog een stap verder terug willen gaan en beginnen met preventie”, zegt Noya Mahn. “Zo weten veel mensen niet eens het verschil tussen luchten en ventileren. Ze snappen niet waarom de geurtjes in hun pand blijven hangen, als ze de ramen hebben opengezet. Maar zolang er geen sprake is van een drukverschil, ben je niet aan het ventileren, maar aan het luchten. Daarnaast krijgen bewoners bij de oplevering van een gebalanceerd ventilatiesysteem zelden een goede uitleg over de werking ervan en de noodzaak om filters te vervangen. Ook is er weinig nazorg. Daar vallen al slagen te maken.”

Voorlichting
Wijma is het eens met de installateur, maar merkt wel op dat het een uitdaging is om bewoners zover te krijgen dat ze zich gaan verdiepen in het ventilatiesysteem. “Als je ze een handleiding meegeeft, is de kans groot dat ze die niet gaan lezen. De jongere generatie bereik je sowieso beter via Youtube filmpjes. Eigenlijk zou je van tevoren al onderhoudsmomenten moeten inplannen. Maar ja, ook daar loop je al snel tegen een weerbarstige praktijk aan. Zo is het vaak bij scholen een ‘crime’ om een geschikt tijdstip te vinden. Overdag gaat niet omdat het gebouw in gebruik is, dus dan moet het ‘s avonds of in het weekend gebeuren. Die afstemming gaat niet altijd even makkelijk.”

Opsporen
Er zijn zogenaamde ‘snuffelaars’ op de markt waarmee de bron van de stank kan worden achterhaald, vertelt Wijma. “Maar meestal is het een kwestie van gezond verstand. Redeneer terug naar de bron.” Noya Mahn is het met hem eens. “Het is belangrijk om goed door te vragen bij klanten. Probeer erachter te komen hoe lang ze al last hebben van stank of het continu is of periodiek, op welke plekken en neem het ventilatiesysteem of de LBK grondig onder de loep.” Soms zijn klanten wat weifelend, zien ze op tegen al die inspectiewerkzaamheden. “Het kan helpen als je ze nog eens duidelijk maakt dat een goed werkend ventilatiesysteem energie bespaart en daarmee dus ook geld”, weet Noya Mahn uit ervaring.

Regelmaat
Daarnaast is het van belang om uit te leggen wat er gebeurt als ze het probleem niet aanpakken of sowieso het onderhoud laten versloffen. “Wijs je klanten op de gezondheidsklachten waar ze last van kunnen krijgen. Oogirritatie, vermoeidheid, benauwdheid, meer problemen met astma en dergelijke...” Zelf adviseert de installateur zijn klanten altijd om 1x per jaar onderhoud te laten plegen als ze een gebalanceerd ventilatiesysteem hebben. “En bij natuurlijke ventilatiesystemen raad ik aan om minimaal 1x per jaar 2 jaar, maar liever nog 1x per jaar onderhoud te laten plegen”, vult Wijma tot slot aan 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Gezond binnenmilieu

Vanwege de huidige corona-crisis ligt de focus bij scholen veelal op CO2 gestuurde regelingen. Ook de overheid stelt dit als ...
Verder Lezen

Slim klimatiseren: kinderen verwarmen school

In deze tijden van Corona is er volop aandacht voor ventilatie. Ook bij scholen. Volgens Carl-peter Goossen wordt het tijd ...
Verder Lezen

Luchtreiniger voor filteren aerosolen

WOLF lanceert de nieuwe AirPurifier: een luchtreiniger voor het filteren van aerosolen uit de lucht. De luchtreiniger is ontworpen voor ...
Verder Lezen

Toilet met ingebouwde geurafzuiging

Het DuraSystem premium plus biedt naast een hygiënische spoeling een bijzondere functie: een geïntegreerde geurafzuiging waardoor onaangename luchtjes direct bij ...
Verder Lezen

Te veel of te weinig?

Gepubliceerd op

Jarenlang werd er steen en been geklaagd over het binnenklimaat van scholen. Met name het ventilatieregime bleek vaak niet op orde te zijn. Maar toen kwam 2020. Nu klagen gebruikers juist dat er ‘overgeventileerd’ wordt. Bart Advokaat, energieadviseur van Merosch legt uit wat er aan de hand is.

Een docente Frans begint haar les. De scholieren zijn dik ingepakt. Ze dragen jassen, hebben fleecedekentjes over hun schoot, maar zitten nog te blauwbekken. De reden? Het is eind november, maar de ramen staan helemaal open. En tegen de kou kan zelfs geen overgedimensioneerde radiator opboksen. Hoe heeft het ooit zóver kunnen komen?

Laten we even het geheugen opfrissen. De afgelopen jaren zijn er heel wat initiatieven opgetuigd om het binnenklimaat in scholen te verbeteren. Kan je er drie noemen?
“Met het ‘Programma van Eisen Frisse scholen’ dat in 2008 door het RvO is ontwikkeld, was er een eerste stimulans om het binnenklimaat en ook het energiegebruik in scholen te verbeteren. Vervolgens zijn er rond 2015 in grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam initiatieven opgetuigd om de luchtkwaliteit in bestaande scholen te verbeteren, vaak in samenwerking met de GGD. Daarnaast wil ik graag een nieuw initiatief noemen, namelijk de ‘Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen’. Met deze subsidie worden dezelfde doelen nagestreefd als in het PvE Frisse Scholen en bij de GGD-richtlijnen voor een goede luchtkwaliteit.”

Nog even recapitulerend: waar schortte het de afgelopen decennia vaak aan bij de ventilatie van schoolgebouwen?
“Voldoende luchtverversing. We kwamen bijvoorbeeld regelmatig situaties tegen waarbij de zonwering voor de gevelroosters was gemonteerd of de gevelroosters dichtgingen als het koud werd. Daarnaast liet het onderhoud vaak te wensen over, waardoor de filters dichtslibden en de kanalen smerig werden.”

De coronapandemie heeft daar radicaal verandering in gebracht. Hoe?
“De scholen moeten nu zoveel mogelijk ventileren. Veel gebouwen zijn daar niet op gemaakt, waardoor leerlingen en docenten zitten te koukleumen met open ramen.”

Ventilatie staat nu plotseling bovenaan de agenda van scholen. Merken jullie dat ook?
“Jazeker, als ik de geluiden in de markt mag geloven levert het zeker 20-30% meer werk op voor bijvoorbeeld adviesbureaus. Het gaat dan enerzijds om de inventarisatie van de bestaande voorzieningen en anderzijds om het verbetertraject inclusief ontwerpopgaven.”

Waar kiezen die scholen uiteindelijk meestal voor?
“Of een decentrale oplossing met een unit per lokaal of een centrale oplossing met kanalenwerk.”

Welke factoren geven meestal de doorslag bij de keuze?
“Hoogte van de lokalen, constructieve opbouw van het pand en het ruimtebeslag van het systeem. Een eventuele monumentenstatus kan ook een rol spelen, omdat je aan meer regels bent gebonden. Daarnaast doen lokale welstandscommissies regelmatig een duit in het zakje, door duidelijk te laten blijken waar hun voorkeur naar uitgaat.”

Ventilatie staat nu volop in de spotlights, de grote vraag is natuurlijk of die aandacht blijvend zal zijn na de pandemie…
“Ik denk van wel. In feite was er al sprake van een kentering voor de uitbraak van de coronacrisis. Dit is het extra zetje geweest. Meer en meer scholen zullen hun binnenklimaat op orde willen krijgen.”

En als we iets verder kijken naar de toekomst: hoe gaat het dan verder?
“Het is belangrijk om de noodzaak van goed onderhoud en beheer tussen de oren te krijgen bij schoolbesturen, want daar schort het nogal eens aan, zoals ik ook al eerder aangaf met voorbeelden. Het zijn nieuwe, complexe en ook dure installaties. We moeten natuurlijk niet in een situatie terecht komen waarin scholen de installaties niet goed onderhouden en we over een aantal jaar allerlei klachten krijgen te horen dat de investeringen in het binnenklimaat uiteindelijke geen vruchten hebben afgeworpen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Gezond binnenmilieu

Gepubliceerd op

Vanwege de huidige corona-crisis ligt de focus bij scholen veelal op CO2 gestuurde regelingen. Ook de overheid stelt dit als een vereiste, om in aanmerking te komen voor subsidie. Maar enkel aansturen op CO2 is niet voldoende voor een gezond binnenklimaat.

Binnenmilieu omvat meer dan alleen CO2: temperatuur, luchtvochtigheid, geluid, VOC’s, (ultra)fijnstof, etc. Al deze factoren zorgen ervoor dat de gebruiker zich prettig, comfortabel en veilig voelt, en dragen bij aan de gezondheid van de gebruiker.

Nieuwbouw
Een optimaal binnenmilieu was het uitgangspunt voor het ontwerp van de luchtbehandeling voor de nieuwbouw van het Esdal College in Zwolle. Luchtbehandelingskasten (LBK) zorgen voor de verse lucht en een VRV-installatie voor de temperatuur. Beide installaties worden centraal aangestuurd vanuit de Daikin mini GBS iTouchManager (iTM). Deze regelt o.a. op basis van CO2 en temperatuur in iedere ruimte het binnenmilieu.

Speciale coating
Voor dit project zijn twee Daikin Professional LBK’s geleverd met een luchthoeveelheid van 18.000 m3/uur en 8.000 m3/uur. Eén verzorgt de verse lucht toevoer voor de keuken en heeft een kruisstroomwisselaar om de retour en toevoerlucht te scheiden. Dit ter voorkoming van geuroverdracht. De tweede LBK is gekoppeld aan de klaslokalen en overige ruimten. Deze unit heeft een sorptiewarmtewiel voor het behalen van een optimaal comfortniveau. Er is een speciale coating aangebracht voor het behalen van een nog hoger vocht rendement. Ook is de unit voorzien van een spoelzone om kortsluiting van de retourlucht naar de toevoerlucht te beperken tot ca. 1%.

Sensoren
Beide LBK’s zijn voorzien van sensoren die zorgen voor de beste luchttoevoerkwaliteit. Ze meten het aantal fijnstofdeeltjes (ePM1, 2.5, 10) voor- en na de filters. Hierdoor wordt het onzichtbare zichtbaar en kan het optimale moment worden bepaald voor vervanging van de filters.
Via een dashboard op een scherm, PC of tablet kan de toevoerluchtkwaliteit in real-time weergeven worden en iedereen geïnformeerd worden over de luchtkwaliteit 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Onbehaaglijk

Op vele scholen zijn slechte of zelfs geen ventilatievoorzieningen aanwezig. Zo ook bij het Wolfert Dalton College in Rotterdam. Het oude schoolgebouw (binnenkort vervangen door nieuwbouw) heeft geen ventilatie voorzieningen. Voor de gezondheid van docenten en leerlingen was men op zoek naar een noodoplossing tegen een, vanwege de tijdelijke aard, zo laag mogelijke investering.
De enige mogelijkheid voor ventilatie was het openen van ramen; een onbehaaglijke situatie in deze winterperiode. Als noodventilatie heeft Daikin ventilator-convectoren geselecteerd die in het raam worden gemonteerd en zo 100% buitenlucht in het lokaal blazen. De waterbatterij wordt aangesloten op de bestaande cv-leiding en de watertemperatuur wordt constant gehouden door een temperatuur gestuurde waterregelklep. Zo wordt altijd 100% verse buitenlucht voorverwarmd in het lokaal geblazen voor de doorspoeling van het lokaal met buitenlucht.

Herhaalt de geschiedenis zich?

In 2012 werd er door overheid al eerder subsidie uitgekeerd voor het verbeteren van de ventilatie in scholen in Nederland ...
Verder Lezen

Internationale leverancier neemt Climarad over

Volution Group plc, een internationale leverancier van oplossingen voor binnenluchtkwaliteit, heeft 75% van de aandelen van ClimaRad overgenomen. De overige ...
Verder Lezen

Hybride oplossing

In Venlo vindt een indrukwekkende transformatie plaats. Wat ooit een drukbezocht postkantoor was, wordt nu omgetoverd in een heus museum ...
Verder Lezen

WTW-units met zoneringsoplossingen

Itho Daalderop voegt twee zoneringsoplossingen toe aan zijn HRU 400 WTW-units: de HRU 400 QuattroZone en HRU 400 DuoZone. Deze ...
Verder Lezen

NEN-norm

Gepubliceerd op

Met de verduurzaming van onze energievoorziening lijkt het erop dat we ook afscheid gaan nemen van de traditionele meterkast of toch niet? Op dit moment buigt een NEN-commissie zich over een mogelijke aanpassing van de norm. Welke impact heeft ‘van aardgas los’ precies op de indeling? En, wordt het werk van de installateur er makkelijker of juist moeilijker op?

Zoals we allemaal weten zijn meterruimtes in Nederland de plek waar aansluitingen op netwerken van nutsvoorzieningen (water, gas, warmte, elektra, telecom) in een woning bij elkaar komen. Naast een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn ook de betrouwbaarheid en de veiligheid van een meterruimte van belang. De Normcommissie Meterruimten van NEN ziet het als haar maatschappelijk taak om onveilige situaties en meterbranden te voorkomen. IZ sprak met consultant Saskia Schulten en normcommissievoorzitter Marcel Wennekes (ABB) over de marktconsultatie over de meterkast van de toekomst, die nu plaatsvindt.

Concepten
Wie van 9 november tot 11 december afreisde naar Nieuwegein kon 9 concepten van toekomstige meterkasten bewonderen. Ze stonden opgesteld in de Woonindustrie. Installateurs, architecten, adviseurs en andere partijen in de bouwkolom mochten er naar hartenlust op schieten. De bedoeling was om zoveel mogelijk input te vergaren voor de Normcommissie die zich nu buigt over NEN 2768 (Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen). Deze input wordt gebruikt om de conceptopstellingen te evalueren en de kansrijke uitvoeringen verder door te ontwikkelen.

Veranderingen
Wat is er aan de hand? Door de verduurzaming van onze energievoorziening verdwijnt zo zoetjes aan de aardgasgestookte cv-ketel uit de nieuwbouw. Tegelijkertijd staan andere installaties te dringen om een plekje. De douche-wtw bijvoorbeeld of laadapparatuur voor elektrische voertuigen. Ook dreigt de temperatuur in de meterkast op te lopen door de zwaardere belasting van installaties, klimaatverandering en betere isolatie van nieuwbouwwoningen.

Technische ruimte?
De normcommissie heeft naar aanleiding van deze ontwikkelingen overwogen om van de meterkast een technische ruimte te maken. Op die manier zou een breed scala aan installaties kunnen worden opgenomen in de meterkast. Dat idee is om praktische redenen losgelaten. Een belangrijk obstakel vormt de warmtelast. Op het moment dat de meterkast een technische ruimte wordt, heb je een warmteberekening nodig. Dat is een vrij ingewikkelde exercitie. Vandaar dat de normcommissie deze optie laat schieten. De meterkast blijft dus dezelfde doelstelling en functie behouden in de toekomst, dat staat inmiddels wel vast.

Ruimtebeslag
Ruimtebeslag, we hadden het er al eerder over, vormt ook een belangrijk thema dat is meegenomen in de marktconsultatie. Bij de proefopstelling in Nieuwegein waren dan ook meterkasten te beoordelen in verschillende formaten en met verschillende indelingen. Dat heeft deels te maken met de verduurzaming van installaties, maar ook met wensen van bewoners, installateurs en netbeheerders.

Aanpassingen
Bewoners willen graag meer ruimte. Nu al is het een vertrouwd beeld: je trekt de deur van de meterkast open en wordt direct bedolven onder de paraplu’s, stofzuigers, flessen terpentine, schoenen en wat dies meer zij. Met de trend richting ‘van aardgas los’ komt die ruimte beschikbaar. Een optie is om de meterkast dan aan te passen. Bijvoorbeeld door het deel voor de netbeheerder kleiner te maken, van 1.60 m naar 1.30 m om precies te zijn. Het bovenste deel is dan voor bewonersinstallaties. Een fysieke afscheiding tussen beide gedeeltes moet dit verduidelijken.

Kleiner maken
Het is natuurlijk ook mogelijk om de afmetingen van de meterkast zelf te wijzigen. Bijvoorbeeld door hem slechts 55 cm breed te maken of de totale hoogte te beperken tot 1.30 m, precies het deel dat nodig is voor de noodzakelijke installatievoorzieningen. Of je brengt een fysieke scheiding aan tussen het deel van de netbeheerder en de bewonersinstallaties. In dat geval krijgt een installateur elders in de woningen toegang tot zijn gedeelte. Hiermee speel je ook gelijk in op een trend om kleiner te gaan wonen, de zogenaamde ‘Tiny Houses’.

Geveloplossingen
Over het algemeen willen netbeheerders en installateurs liever niet de woning in. Begrijpelijk. Werkzaamheden brengen altijd het nodige ongemak met zich mee voor bewoners en ook de monteur kan zich beperkt voelen in zijn bewegingsruimte. Vandaar dat de Normcommissie ook nadenkt over geveloplossingen met een netbeheerdersdeel dat van buiten en een installatiedeel dat van binnenuit bereikbaar is. Theoretisch gezien zou het ook mogelijk zijn om twee kasten naast elkaar te plaatsen, waarvan de ene bestemd is voor warmte en de andere voor data, elektra en water. Het geheel wordt dan wel vrij breed.

Hoogbouw
Voor de hoogbouw denkt de Normcommissie in soortgelijke oplossingen. In plaats van twee meterkasten van 77 cm breed, zou wellicht de ene 55 cm en de andere 77 cm breed kunnen worden.

Materialisatie
Qua materiaalgebruik lijkt er weinig te veranderen. Uiteraard blijft brandveiligheid een issue, zegt de Normcommissie. Wellicht leiden nieuwe inzichten op termijn wel tot een andere materialisatie.

Kritiek
De Normcommissie heeft er bewust voor gekozen om de conceptkasten aan een breed publiek te laten zien. Dat leverde al de nodige input op. Zo vragen installateurs zich af hoe het zit met de ventilatie in de variant met een tussenschot. Een oplossing is om de plaat te perforeren, zodat er wel luchtdoorstroming plaatsvindt. De kleinere varianten bieden wellicht niet voldoende ruimte om alle meters weg te werken. Zeker als in de toekomst woningen mogelijkerwijze een waterstofmeter erbij krijgen. Daarnaast kan de temperatuur nog steeds oplopen in de prototypen van de meterkasten. Hoe ga je daarmee om?

Techniek Nederland
Techniek Nederland is ook betrokken bij de Normcommissie. Omdat het aantal installaties in de woningbouw toeneemt, is de meterkast in het verleden van 75 naar 77 cm verbreed, zodat twee installatiekasten naast elkaar passen. Door het netbeheerdersdeel kleiner te maken, ontstaat er ruimte voor twee installatiekasten boven elkaar. Daarnaast besteedt de branchevereniging veel aandacht aan de bereikbaarheid van de meterkast. In deze tijd, waarin het steeds moeilijker lijkt te worden om het personeelstekort op te vullen, is het van elementair belang dat service- en herstelwerkzaamheden zo veilig, snel en makkelijk mogelijk kunnen plaatsvinden.

Rijk aanbod
Hoe de meterkast van de toekomst eruit gaat zien, is dus nog de vraag. De Normcommissie denkt niet aan één variant, maar aan meerdere varianten die elk tegemoet komen aan andere eisen en behoeftes. Er is nog een ander aandachtspunt. Nu mag de meterkast maximaal 3 m van de toegangsdeur van een woning verwijderd zijn. De Normcommissie zou dat graag willen oprekken tot bijvoorbeeld 3,6 m. Zo ontstaat er meer flexibiliteit voor inpassing van de meterkast in een woning. Overigens geldt NEN 2768 alleen voor nieuwbouw of grootschalige renovatieprojecten. Voor bestaande woningen zijn de toekomstige aanpassingen in NEN 2768 niet verplicht.

Vorm
Het is dus nog even de vraag hoe de nieuwe NEN 2768 er precies uit gaat zien. De Normcommissie wil daar dit jaar uitsluitsel over geven. Tot dan zult u het dus als installateur in het slechtste geval nog even moeten doen met volgestouwde en soms te grote meterkasten 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Normen voor leidingsystemen van kunststof herzien

Drie normen voor eisen en beproevingsmethoden op het gebied kunststofleidingsystemen van slagvast polyvinylchloride (PVC) voor gasvoorziening zijn herzien en onlangs ...
Verder Lezen

Herziene norm voor de algemene installatiepraktijk gepubliceerd

NEN 4010 is herzien. Dit is de norm met eisen voor de algemene installatiepraktijk van laagspanningsinstallaties. NEN 4010 is bedoeld ...
Verder Lezen

Norm voor rookgasafvoer ter commentaar gepubliceerd

De norm voor gebouwgebonden rookgasafvoersystemen, NEN 2757-2, is voor commentaar gepubliceerd. De norm wordt aangewezen door het Bouwbesluit 2012. Tot ...
Verder Lezen

NEN test norm voor installaties leidingwater in digitale vorm

NEN wil haar normen in een digitale vorm aanleveren, zodat de gebruiker deze makkelijker kan toepassen. Als experiment wordt de ...
Verder Lezen

Happy met All-electric?

Gepubliceerd op

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen. Wijd en zijd wordt een All-Electric installatieconcept met warmtepomp en vloerverwarming gepropageerd als de ideale oplossing. Hiermee ligt namelijk een optimale BENG-score in het verschiet. Maar gaan we daarmee niet voorbij aan het echte doel van verwarmen, vraagt Rob Verbrugge van Verbrugge Klimaatadvies zich af?

Niet de woning maar de mens moet het uitgangspunt zijn en die wil zijn eigen warmte kunnen bepalen, op die plek en op het tijdstip dat hij dat wenst. Tijdens inactieve periodes wil hij voelbare warmte ervaren en dat gaat lang niet altijd met de laagwaardige warmte van een warmtepomp.

All Electric
Sinds 2020 mogen nieuwbouwwoningen geen aansluiting meer hebben voor aardgas. Sindsdien winnen All-Electric-concepten met warmtepompen rap aan populariteit. Maar er zijn uiteraard meer oplossingen mogelijk. Ook individuele lokale verwarming als hoofd- of bijverwarming is zeer kansrijk.

Geschiedenis

All-Electric begon in 2012-2013 schoorvoetend. Een van de eerste geslaagde projecten was van de hand van architect Renz Pijnenborgh, die met een geheel eigen visie de zogenaamde Brabantwoning ontwikkelde. Slim, doordacht en veelal met natuurlijke materialen uitgevoerd, realiseerde hij in Boskant, gemeente Sint Oedenrode, uitstekend functionerende All-Electric woningen voor de plaatselijke woningcorporatie. Iedere moderne bouwer of adviseur zou van Pijnenborgh nog veel kunnen leren voor de (BENG-) woning van morgen.

Gemeengoed
Vandaag is All-Electric gemeengoed geworden en geniet het een hoge mate van populariteit. Maar voldoet het concept wel aan alle wensen? Kloppen de prognoses en levert deze installatie-oplossing ook het zo gewenste eindproduct, namelijk behaaglijke warmte op de plek en het tijdstip dat de bewoner dat wenst?
Wat is een comfortabele woning?
Denken dat All-Electric het vervangen van de cv-ketel is door het plaatsen van een warmtepomp, is te kort door de bocht. Niet alleen verschillen de aanschafkosten, ook op technisch gebied verandert er veel. Het kleinere vermogen van de warmtepomp is namelijk bij installatietechnische onvolkomenheden niet vergevingsgezind, zoals de cv- ketel dat nog wel was. Vloerverwarming als laag temperatuursysteem is mede ingegeven door de mogelijkheden van onder andere warmtepompen vaak de eerste keuze. Het rendement is heilig, er wordt meestal meer waarde aan gehecht dan de bewonerswensen. Bouwers, adviseurs en zelfs de installateur, de expert bij uitstek op het gebied van warmte, gaan ervan uit dat de luchtkolom in de woning op twintig graden altijd de juiste behaaglijkheid biedt. Helaas klopt deze aanname niet.

Onvoldoende flexibel
Je over deze materie kritisch uitlaten, vraagt bijna om verkettering. De normopstellers, bouwers, adviseurs en fabrikanten van warmtepompen zijn tenslotte allemaal in hun nopjes met de combinatie van warmtepomp en vloerverwarming. Toch zijn er ondertussen ruim voldoende voorbeelden van bewoners die minder goed te spreken zijn over hun verwarmingssysteem. Ze krijgen namelijk de ruimte wel keurig op een temperatuur van twintig graden, maar ervaren nauwelijks behaaglijke warmte. Waar de moderne mens door technische innovaties vrijwel alles op zijn eigen gekozen moment kan regelen, kan dat met zijn All-Electric installatie absoluut niet. Ervaar je in de avonduren tijdens inactieve momenten onvoldoende warmte, dan is de ultra lage temperatuurverwarming niet in staat hier (snel) wat aan te doen.

Vloerbekleding
Daarnaast is dit afgiftesysteem niet met elke vloerbekleding te combineren, hoewel verkopers van hout, laminaat en tapijt dat wel roepen. Stenen vloeren geven door hun lage warmteweerstand nog enigszins warmte af, maar andere vloersoorten doen dit door hun hoge weerstand niet of nauwelijks. De ruimte blijft weliswaar eenvoudig op een temperatuur van 20 graden, maar enige vorm van warmtebeleving wordt niet meer ervaren. All-Electric installaties met vloerverwarming hebben eigenlijk aanvulling nodig van snelle flexibele stralingswarmte op plekken waar de bewoner inactief is.

Verdiepingen
Op de verdiepingen is het vloerverwarmingssysteem vanwege zijn traagheid niet in staat om op een flexibele basis snel warmte af te geven. En dat is problematisch. Zeker in deze tijd van thuiswerken wil de bewoner snel zijn afgiftesysteem kunnen bijsturen en daar zijn andere systemen beter in dan vloerverwarming.

Elektrische vloerverwarming
De elektrische variant van vloerverwarming werkt aanzienlijk sneller, is lokaal inzetbaar en de warmte voelt behaaglijker aan. Maar hier worden de elektriciteitskosten, het benodigde vermogen en de normeisen weer als nadelen ervaren. Het is echter mogelijk om daar creatieve en duurzame warm tapwater- en ventilatieoplossingen voor te bedenken. Daarnaast valt dit in andere verblijfsruimten eenvoudig te combineren met lokale verwarming, waardoor er een minder hoog vermogen nodig is. Bij deze oplossingen wordt vaak te snel gedacht aan het nadeel van een COP=1, terwijl er juist volop voordelen en mogelijkheden zijn.

De kern
Het lijkt erop, dat onze zoektocht naar duurzaamheid ons doet vergeten waar verwarmen echt om gaat. De mens wil flexibele voelbare warmte op de plek en het moment dat hij daar behoefte aan heeft. Deze heeft hij al die jaren verkregen door een combinatie van straling en convectie als warmteoverdrachtsoorten. De verwarmingssector heeft haar kennis hierover laten versloffen. Wie weet er nog dat echte warmte immer stralingswarmte is en dat luchttemperatuur slechts het verschil tussen de lucht en de mens kan verkleinen, waardoor men minder warmte verliest? Luchtverwarming is in feite helemaal geen vorm van verwarming, maar een vorm van isolatie.

Experts in warmte
Als de mens kou ervaart, heeft hij behoefte aan snel te verkrijgen voelbare warmte. En dat is uitsluitend te realiseren met installaties die stralingswarmte leveren. In de All-Electric woning kan dat in de vorm van een lokaal warmteafgiftesysteem, bijvoorbeeld boven de zithoek. Nu zien we dat bewoners dit oplossen met fleecedekens, elektrische blaaskacheltjes of het plaatsen van vervuilende houtkachels. Ik pleit ervoor dat installatiebedrijven weer verwarmingsexperts worden. Deskundigen die echt kijken naar wensen en behoeften en daar creatief invulling aan geven met inachtneming van de geldende normen. Warmte is een vak en is méér dan 24 uur per dag dezelfde temperatuur leveren. Als een bewoner kou ervaart, wil hij snel worden opgewarmd. Als dit uitgangspunt weer de standaard wordt, dan wordt iedereen echt happy met All-Electric 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric vakantieparken

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric en gasloze vakantieparken van Nederland. Eigenaar Bas Hobelman van Betteld-Cadzand: “We zijn op ...
Verder Lezen

De energietransitie: waterstof

Gepubliceerd op

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ervan overtuigd dat waterstof ook Nederland zal veroveren. Maar het is een weg die we nog met elkaar moeten verkennen. In Uithoorn werd onlangs een proef gestart met het inzetten van waterstof in bestaande (sloop)woningen. Woningen die eerder op aardgas werden verwarmd. Met positief resultaat. Een nieuwe toekomst voor de installateur?

De maandag na de Kerst spreken we Jan Wijbenga (61). “Het is even mails wegwerken na een lang weekeinde en dan nog een paar dagen vrij.” Als commercieel manager Noord-Oost is hij verantwoordelijk voor de zakelijke markt; denk aan woningcorporaties, vastgoedbeheerders, aannemers, etc. Hij is getrouwd, heeft drie volwassen kinderen en woont in Friesland. Een gedreven en energieke man met hart voor de energietransitie.

Experimenteren thuis
Het huis van Jan Wijbenga is een proeftuin van duurzame energietoepassingen. “Ik vind dat iedereen toegang moet hebben tot duurzame energie. Ook mensen met een kleine portemonnee. Dus ik experimenteer graag thuis. Wat is mogelijk tegen een beperkte prijs? Momenteel zet ik bijvoorbeeld in op infraroodpanelen waarmee ik gericht bepaalde ruimtes kan verwarmen. Natuurlijk is mijn huis extra geïsoleerd en liggen er voldoende zonnepanelen. Met als resultaat een nagenoeg volledige compensatie van elektra-verbruik en een sterke reductie van gasverbruik. Er is gewoon niet één oplossing voor de energietransitie. Dat is echt een illusie. We moeten met elkaar alle mogelijke opties verkennen en inzetten. We moeten experimenteren en vooruit kijken. En vergis je niet: het gaat sneller dan je denkt!” Dat weet hij ook vanuit zijn werk binnen Feenstra. “We willen vooraan lopen, meedenken en mee ontwikkelen. Maar we zorgen er wel voor dat we bij bewoners thuis oplossingen plaatsen, die bewezen zijn. We experimenteren graag met alle oplossingen die er zijn voor verduurzaming! Maar … in huizen waar mensen wonen moet het product dat we neerzetten gegarandeerd werken.”

Waterstof is de toekomst
Waterstof is één van die mogelijke oplossingen. Het leek eerst nog verre toekomst, maar het komt steeds dichterbij. De verwachting is dat vanaf 2030 waterstof steeds meer benut zal worden. Met het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen is er juist in het Noorden van Nederland veel belangstelling voor deze brandstof. De drie noordelijke provincies en tientallen bedrijven willen het verlies aan werkgelegenheid door het stoppen van de aardgaswinning compenseren met investeringen in waterstof. Maar ook in andere delen van het land worden pilots opgestart. Het is niet alleen een kwestie van lef, maar ook doen. En dat is precies ook wat Wijbenga dacht toen het initiatief in Uithoorn voorbij kwam. “Als Feenstra willen we voorop blijven lopen. En dat betekent juist meedoen met nieuwe projecten.”

Uithoorn
Woningcorporatie Eigen Haard en netwerkbedrijf Stedin startten een waterstof-project en wilden in Uithoorn onderzoeken hoe waterstof in het bestaande aardgasnet in bestaande woningen kan worden toegepast. Er werd aan een aantal partijen gevraagd mee te doen. Feenstra wilde graag de al eerder opgedane kennis inzetten bij dit project en daarmee ook vergroten. Wijbenga: “Het ging om een aantal sloopwoningen; de perfecte plaats om dit met elkaar te verkennen. Door elke keer zo samen te werken, kunnen we kennis stapelen. Niet alleen binnen het bedrijf, maar ook in de keten.” Bij de overstap van aardgas naar waterstof werden de bestaande gasleidingen en verbindingen onderzocht, zowel in de straat als in de woningen. “Het verwarmen van de woningen gebeurde met speciale waterstof cv-ketels. Die worden inmiddels al door verschillende partijen ontwikkeld (o.a. Remeha en Nefit-Bosch) en juist met projecten als deze verder verbeterd. Waterstof vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden van onze monteurs. En ook daarvoor gebruiken we de ervaringen in Uithoorn. Hoe kunnen we opleidingen en opleiders voeden op weg naar een toekomst met meer waterstof?”

Innoveren
Verschillende vormen van waterstof, maar voor Wijbenga is de opgave helder: “Natuurlijk moeten we kiezen voor de ‘groene’ waterstof; anders is het dweilen met de kraan open. En overigens is het goed te weten dat er bij de verbranding van waterstof geen CO2-uitstoot is. Geen mogelijkheid tot koolmonoxidevergiftiging dus.” De pilot in Uithoorn maar ook andere projecten in Nederland bewijzen dat het mogelijk is. Wijbenga: “Het zijn de eerste stappen. Maar we moeten blijven innoveren. Innoveren en experimenteren helpt ons om ervoor te zorgen dat wij gereed zijn voor de periode na 2030.Er wordt natuurlijk al veel ondernomen; want anders hadden we ook in Uithoorn geen stappen kunnen zetten. Maar er is meer nodig. Uit het project in Uithoorn komen vragen die we met elkaar moeten beantwoorden. Denk dan bijvoorbeeld aan wet- en regelgeving en de ontwikkeling van veiligheidsprotocollen en de opleidingen.”

Leeds
Is het dan een kwestie van de lange adem? Van de verre toekomst? Integendeel volgens Wijbenga. “Ik merk de interesse en het geloof in de energietransitie. Ik zie opleidingscentra schakelen op die nieuwe toekomst. En in Nederland zien we in de mobiliteit al mooie ontwikkelingen. “We zien steeds meer auto’s op waterstof rijden. Geweldig toch? Maar het is grootser… Dat heeft de stad Leeds in Engeland wel bewezen. Onder de noemer ‘project H21’ moeten hier via het oude aardgasnetwerk miljoenen huishoudens en bedrijven worden voorzien van schoon waterstof. In 2028 willen de initiatiefnemers in het noorden van Engeland van start gaan, om in 2050 te eindigen in Londen. De grootste energietransitie van het Verenigd Koninkrijk. Een project dat al vanaf 2017 loopt.”

Leren
Waterstof vergt andere kennis en skills. Maar het begin is al gemaakt. “Bij de Hanze Hoge School wordt kennis ontwikkeld en gedeeld met de vakmensen van de toekomst. Een docent benaderde me met een waterstof-katern. Mijn Feenstra collega’s van onze regionale opleidingscentra en ik hebben graag meegelezen. Het is een gespreksonderwerp onder monteurs merk ik; zij willen leren.” Wat zijn de aandachtsgebieden? Het gaat om kennis over waterstof , de andere manier van installeren en het ontwikkelen van en werken met nieuwe protocollen. “We hoeven niet op punt nul te beginnen. Dat is het mooie. We kunnen vanuit praktijk en theorie stappen zetten.” Wijbenga is enthousiast en dat zal hij blijven: “We gaan nieuwe wegen in en die ontdekkingstocht geeft spanning, kansen en prachtige vergezichten. Mooi toch! Ik werk er graag aan mee.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

Warmtepomptrends

Vorige jaar maakte Nefit Bosch bekend 100 miljoen euro te gaan investeren in de verdere ontwikkeling van warmtepompsystemen. De technologiegigant ...
Verder Lezen

Hybride oplossing

Gepubliceerd op

In Venlo vindt een indrukwekkende transformatie plaats. Wat ooit een drukbezocht postkantoor was, wordt nu omgetoverd in een heus museum. De opdrachtgever heeft gekozen voor een all-electric installatieconcept, waarin een hoofdrol is weggelegd voor een hybride warmteopwekkingssysteem.

Hybride oplossingen winnen snel aan populariteit. Dat blijkt wel uit een rondje langs de velden. Zowel leveranciers als installateurs peilen een stijgende belangstelling. In de meeste gevallen krijgt de opdrachtgever een warmteopwekkingssysteem met een luchtgebonden warmtepomp als hoofdverwarmer en een gasgestookte cv-ketel voor de piekmomenten én de productie van warm tapwater. Niet dus in het Museum van Bommel van Dam. Daarin komt straks een elektrische cv-ketel te hangen die de warmtepomp gaat bijstaan. Vanwaar deze bijzondere keuze?

Historie
In 1938 verrees aan de Keulsepoort het nieuwe hoofdpostkantoor van Venlo. Het gebouw – ontworpen door Rijksbouwmeester Hayo Hoekstra – is een zogenaamd ensemble dat bestaat uit drie vleugels en een binnenhof. Kenmerkend is het vele metselwerk, een robuuste plint, stalen kozijnen en grote dakvlakken. Het hoofdpostkantoor verloor in 2009 haar functie en kwam leeg te staan. Tegelijkertijd groeide het Museum van Bommel van Dam uit haar jasje in haar onderkomen aan de Deken van Oppensingel. Ook waren de installatietechnische voorzieningen niet meer van deze tijd. De gemeente Venlo liet als toekomstig eigenaar van het museum haar ogen vallen op het oude postkantoor als nieuwe locatie. Dat had een aantal redenen.

Vrije indeelbaarheid
Allereerst is de locatie perfect. Het voormalige postkantoor ligt tussen het station en het centrum. Daarnaast gaat het om een solide gebouw met een goed casco. Er zijn geen dragende scheidingswanden, de draagstructuur bestaat namelijk uit kolommen en balken. Daardoor krijgt de nieuwe eigenaar de vrije hand bij de indeling van het museum, wat natuurlijk ideaal is voor het opzetten van tentoonstellingen.

Architectuur
De werkzaamheden gingen in januari 2020 van start. Als alles naar wens verloopt, vind de oplevering plaats in het tweede kwartaal van 2021. Het gebouw krijgt door twee verregaande ingrepen van architectenbureau BiermanHenket een andere gedaante. Op het dak wordt een kunstvenster toegevoegd, zodat de bezoeker straks een fraai uitzicht heeft op de binnenstad. En aan de parkzijde wordt een niet-monumentaal deel gesloopt, om plaats te maken voor een tweede entree.

Bouwkundige ingrepen
Daarnaast nam het bouwteam een aantal bouwkundige maatregelen om het gebouw geschikt te maken voor duurzame installatietechniek. Zo worden de kunststof kozijnen op de eerste verdieping vervangen door aluminium renovatieprofielen met HR++ beglazing met dezelfde roedeverdeling als de originele ramen. Ook wordt het bestaande dak optimaal geïsoleerd (RC=6,5). Waar mogelijk krijgen de bestaande gevels voorzetwanden, zodat de RC-waarde wordt opgeschroefd tot 2,0.

Indeling en functies
Het monumentale pand heeft een kelder en twee verdiepingen. In de kelder worden het depot ondergebracht en de sanitaire voorzieningen. De begane grond fungeert als entree, daarnaast is er ruimte voor de horeca, een museumshop en tentoonstellingen. De eerste verdieping is bestemd voor exposities, kantoorruimte en een auditorium. De zolder is geschikt voor educatieve doeleinden, daarnaast kan de bezoeker er genieten van het uitzicht.

Uitdagingen
De transformatie van een monumentaal pand naar een museum waarin hoge eisen worden gesteld aan de klimatologische omstandigheden, brengt nogal wat uitdagingen met zich mee, vertelt Imre Janse. Hij is namens Adviesbureau Huisman & Van Muijen betrokken bij de renovatie en verbouwingswerkzaamheden. “Laten we beginnen met de constatering dat een dergelijk oud gebouw niet ontworpen is om een groot aantal moderne installaties te herbergen. Dus waar haal je de ruimte vandaan? En dan de routing: hoe laat je de schachten, kanalen en dergelijke lopen door het pand, rekening houdend met de constructieve randvoorwaarden? En tot slot hoe werk je alles weg, want de opdrachtgever wil zo min mogelijk zichtwerk ?”

E-installaties
De stroomvoorziening gedeeltelijk verduurzamen zat er niet in, omdat PV-panelen esthetisch gezien niet in het plaatje passen, legt Janse uit. Wat betreft de verlichting: Als het museum wordt opgeleverd, zal het pand voorzien zijn van daglichtgeregelde Ledverlichting.

Warmteopwekker

Uit een vergelijkend onderzoek kwam naar voren dat een bodemgebonden warmtepomp met WKO-installatie het meest geschikt was voor de warmtevoorziening. Helaas bleek dit financieel gezien niet haalbaar. Als goede tweede keus kwam de combinatie van een luchtgebonden warmtepomp en elektrische cv-ketel uit de bus. Peter Rietveld, CEO van Inoxcon legt uit waarom. “Er was geen gasaansluiting, dus een hybride variant van een gasgestookte cv-ketel met luchtgebonden warmtepomp viel al af. Door de grootte van het gebouw en het totale stroomgebruik vallen dit soort gebouwen automatisch onder het elektrisch grootverbruikerstarief. Hierdoor blijft de energierekening zeker betaalbaar. Daarnaast gaat het om Proven Technology, die zeer eenvoudig is qua opzet. Je hoeft geen rekening te houden met een gasinfrastructuur, rookgasafvoer, CO-detectie en dergelijke. Alleen het aansluiten zelf, vergt wat kennis. Tot slot: een elektrische cv-ketel is onderhoudsarm. Wij adviseren een jaarlijkse inspectie, om te controleren op waterzijdige lekkages en om na te gaan of alle elektrische componenten nog goed vastzitten. Dat is relatief eenvoudig en vergt niet veel tijd.”

Installatie
Toch zijn sommige W-installateurs nog wat huiverig om een elektrische cv-ketel te installeren. Rietveld begrijpt dat wel. “Ze hebben al snel het idee dat ze niet genoeg kennis in huis hebben om het elektrische deel te regelen. Werk je met grote vermogens dan kan het inderdaad uitdagend zijn, omdat je daarvoor ook over krachtstroomkennis dient te beschikken. In de praktijk zien we vaak dat de W-installateur voor de zekerheid een E-collega inschakelt.” Dat kan ook handig uitkomen, omdat opdrachtgevers graag tegelijkertijd PV-panelen laten installeren, als er voldoende ruimte is. Op die manier verdienen ze gelijk hun elektriciteitsrekening gedeeltelijk terug.

Levensduur
Een andere belangrijke reden om de elektrische cv-ketel te kiezen, was de beoogde levensduur. “Bij zeer intensief gebruik van de toestellen, zien we dat er na lange tijd wel eens relais moeten worden vervangen, door het vele aantal schakelingen. In het nieuwe museum zal de elektrische cv-ketel maar beperkt worden ingezet als back-up voorziening en om de pieklasten op te vangen. Door die geringe belasting – minder dan 20% van de tijd -, gaat de elektrische cv-ketel theoretisch gezien veel langer mee dan gebruikelijk. Langer nog waarschijnlijk dan de warmtepomp.”

Ruimtebeslag
De elektrische cv-ketel komt in de kelder te staan, de warmtepomp niet. “Die heeft buitenlucht nodig voor de ventilatie”, vertelt adviseur Janse, “dus we hebben ‘m geprojecteerd op de begane grond, waar het apparaat in open verbinding staat met de binnenplaats.”

Afgiftesystemen
In het nieuwe installatieconcept is geen plaats meer voor de oude afgiftesystemen. Die zijn verwijderd. In plaats daarvan krijgt het depot luchtverwarming, waarbij de lucht veelvuldig recirculeert. “Vloerverwarming was onmogelijk”, vertelt Janse. “Vanwege de gebouwhoogte konden we namelijk geen extra deklaag leggen.” Ook op de begane grond, eerste en tweede verdieping is een belangrijke rol weggelegd voor luchtverwarming. Maar dan als ondersteuner. “Met de vloerverwarming zorgen we voor een constante temperatuur en met de geconditioneerde lucht kunnen we snel naregelen.” In de trappenhuizen en andere verkeersruimtes tot slot, zijn nieuwe radiatoren te vinden. Ook die hebben als voordeel dat ze snel kunnen naverwarmen.

Ventilatie
Met de strenge eisen die gelden voor het binnenklimaat in musea, zal het de lezer niet verrassen dat het gebouw wordt voorzien van een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW. De ventilatielucht wordt dus voorbehandeld, wat past in het streven naar energiebesparing. De verse lucht gaat via textiele luchtslangen het gebouw in, behalve in de kelder. Daar wordt de ventilatielucht met kanaalroosters ingeblazen.

LBK’s
Het nieuwe museum krijgt maar liefst 6 LBK’s. De LBK die voor het depot bestemd is, voert maar een beperkte hoeveelheid verse lucht aan. Verder verwarmt, koelt, bevochtigt, ontvochtigt en filtert het systeem de lucht. De LBK die de eerste verdieping voor zijn rekening neemt, functioneert onder hetzelfde regime, maar voert meer verse lucht aan. Voor de overige ruimtes is gekozen voor standaard luchtbehandelingsinstellingen. Het is nog even wachten hoe alles uitpakt, ook na de oplevering zullen de partijen de systemen blijven monitoren om na te gaan of de beoogde prestaties daadwerkelijk worden behaald 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Elektrische cv-ketel

De elektrische cv-ketel, die komt te staan in het museum is een ACV E-Tech P 57. Dit toestel heeft een thermisch vermogen van 57,6 kW en wordt geregeld in 4 stappen van elk 14,4 kW. De elektrische cv-ketel is eenvoudig te installeren en heeft de mogelijkheid om te worden geïntegreerd in een gebouwbeheersysteem voor aansturing en signalering. De E-Tech P is standaard voorzien van beveiligingen voor lage systeemdruk, overdruk en oververhitting. De complete range bestaat uit 5 modellen met thermische vermogens van 57 tot en met 259 kW.

Wegwerken

De centrale technische ruimte bevindt zich in de kelder. Hier vindt de warmte- en koudeopwekking plaats. Bovendien wordt vanaf deze plek de warmte en koude gedistribueerd naar de diverse afgiftecomponenten (luchtbehandelings-kasten, vloerverwarming/ -koeling en radiatoren). Er zijn twee hoofdstijgpunten gecreëerd. De vier technische ruimtes zijn onderling verbonden via de stijgpunten. De technische installaties zijn zoveel mogelijk ondergebracht in deze stijgpunten. De elektrotechnische verdeelkasten, verdelers vloerverwarming/-koeling, brandslanghaspels, luchtkanalen, CV- en GKW-leidingen, kabelgoten voor elektra en data hebben een eigen (bereikbaar) plekje in het stijgpunt.

Museum van Bommel van Dam

Museum van Bommel van Dam is een museum voor moderne kunst in Venlo. Er zijn onder andere schilderijen en beeldhouwwerken te zien, alsmede foto’s en kunstinstallaties. Het museum is opgericht door het Amsterdamse echtpaar Maarten en Reina van Bommel-van Dam, die na de Tweede Wereldoorlog begonnen met het verzamelen van kunst. Maarten van Bommel was bankier en kunstliefhebber. In 1969 werd hun woning in Amsterdam te klein. Daarop besloot het echtpaar om de collectie van ruim 1100 schilderijen, tekeningen, prenten en beelden aan de gemeente Venlo te schenken. Voorwaarde was wel dat de verzameling in een museum werd ondergebracht en er een woonhuis naast het museum voor het echtpaar beschikbaar kwam, waarbij het echtpaar met een binnendeur vrije toegang tot het museum had. In 1971 is het naar het echtpaar genoemde museum geopend. Maarten van Bommel is in 1991 overleden. Zijn echtgenote Reina van Bommel overleed op 97-jarige leeftijd op 29 juli 2008. Sinds 1 november 2017 is het museum tijdelijk gesloten vanwege de verhuizing naar het tegenovergelegen voormalige Hoofdpostkantoor Keulse Poort. De verhuizing valt samen met de privatisering van het museum. De museumstichting wil een andere koers gaan varen om de bezoekersaantallen op te krikken die de laatste jaren rond de 10 à 15 duizend bleven steken.

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

“Waterstof zal Nederland veroveren”

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga (foto) van het bedrijf Feenstra ...
Verder Lezen

Stedin start proef met verwarmen van woningen op waterstof

In Uithoorn stroomt vanaf vandaag waterstof door het bestaande aardgasnet. Veertien sloopwoningen zijn gereed gemaakt voor tijdelijke verwarming met waterstof ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

All-electric of waterstof?

Gepubliceerd op

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor Ad van Wijk van de TU/Delft denkt van wel.

Ad van Wijk is een specialist op het gebied van energiesystemen. Hij pleit al geruime tijd voor een grootscheepse overstap op waterstof om zo een duurzaamheidstransitie te bewerkstelligen.

Waarom pleit u dan tegelijkertijd voor all-electric oplossingen?
“Het is geen kwestie van óf - óf, maar én - én. Een all-electric-economie sluit namelijk geen waterstof uit en omgekeerd ook niet. Je kunt waterstof omzetten in elektriciteit en andersom.”

Maar waarom zou je dat willen?
“Deze werkwijze biedt een aantal voordelen. Ten eerste is waterstof een ideaal, goedkoop opslagmedium. Beter en veel goedkoper ook dan de accu’s waarover we nu beschikken. Daarvoor worden zeldzame metalen gebruikt en ze verliezen veel energie bij langdurige opslag. Daarnaast biedt waterstof een ander belangrijk voordeel. Het is goedkoper om waterstof te transporten over lange afstanden dan elektriciteit.”

Tot nu toe hoor je protagonisten van de waterstofeconomie vooral pleiten voor de omzetting van lokale duurzame elektriciteit in waterstof. Dus gebruikmakend van windmolenparken in de Noordzee en pv-velden in Nederland. Waarom heeft u het dan plotseling over grote afstanden?
“Windmolenparken ver op zee zijn rendabel, maar onze Noordzee biedt onvoldoende ruimte om in onze behoeften te voorzien. En zonne-energie opwekken voor de omzetting in waterstof kan bijvoorbeeld in de Sahara met een veel hoger rendement plaatsvinden dan hier. Dus ik pleit voor én- én. Op deze wijze ga je uiteindelijk toe naar een mondiale energiemarkt, zoals we die nu ook al kennen voor gas en olie.”

Welke specifieke voordelen biedt waterstof voor de gebouwde omgeving?
“We lopen vooral in de bestaande bouw tegen grote problemen aan als we woningen willen verduurzamen met warmtepompen. Dat kan te maken hebben met het ruimtebeslag, de geluidsproductie en de extra kosten voor isolatie en een nieuw lt-afgiftesysteem. Bovendien wordt de salderingsregeling afgebouwd. Installeer je daarentegen een waterstofketel, dan hoef je alleen maar de bestaande aardgasgestookte cv-ketel te vervangen. Je kan ook kiezen voor een hybride oplossing, waarbij de warmtepomp het leeuwendeel van de verwarmingsvraag oppakt en de waterstofketel als achtervang functioneert en de productie van warm tapwater voor zijn rekening neemt. In beide gevallen heb je als bijkomende voordelen ook nog eens dat je minder aanpassingen aan het elektriciteitsnet hoeft te plegen, je gebruik kan maken van het aanwezig gasnet en ruimtes snel kan verwarmen als dat nodig is.”

En hoe zit het dan in de nieuwbouw?
“Daar is een all-electric systeem in de vorm van een warmtepomp een prima oplossing. Je kan namelijk al direct de ideale randvoorwaarden creëren, door de woningen goed te isoleren en het juiste lt-afgiftesysteem te installeren.”

Stel de bestaande bouw stapt massaal over op waterstofketels, kleven daar dan nog nadelen aan?
“Om het optimaal te laten renderen, moet je eigenlijk wel op wijkniveau de overstap maken, want er zijn aanpassingen nodig aan het gasnet. Daarnaast zijn er voorzieningen nodig voor de opslag van waterstof.”

In hoeverre laat de wetgeving het al toe om van Nederland een all-electric economie te maken met een waterstofinfrastructuur?
“Er zijn nog wel behoorlijke hobbels te nemen. De gaswet moet worden aangepast om het aardgasnetwerk te kunnen gebruiken. Ook zijn er extra veiligheidsprotocollen nodig voor de omgang met en het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving.”

Tot slot, we zitten nu in een soort tussenfase: welk advies zou u willen meegeven aan de installateur?
“Qua keteltechniek hoeft hij zijn kennis waarschijnlijk maar weinig bij te schaven. Houd gewoon de ontwikkelingen in de gaten en oriënteer je alvast op waterstofketels én warmtepompen. Op termijn verwacht ik een doorbraak.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

“Waterstof zal Nederland veroveren”

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga (foto) van het bedrijf Feenstra ...
Verder Lezen

Stedin start proef met verwarmen van woningen op waterstof

In Uithoorn stroomt vanaf vandaag waterstof door het bestaande aardgasnet. Veertien sloopwoningen zijn gereed gemaakt voor tijdelijke verwarming met waterstof ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Innoveren

Gepubliceerd op

In het laatste kwartaal van het vorige jaar kwam het nieuws naar buiten dat Stichting KIEN haar activiteiten ging beëindigen. STEM Industrial Marketing Centre (STEM Imc) uit Voorburg zal de werkzaamheden gedeeltelijk voortzetten. Initiatiefnemers Willem de Vries en Maarten van der Boon leggen uit wat STEM Imc precies doet.

Willem de Vries en Maarten van der Boon zijn de drijvende krachten achter STEM Imc. Beiden zijn geen onbekenden in de installatiesector. De Vries heeft in het verleden binnen de toenmalige branchevereniging verschillende trainingen en cursussen rond het thema Marketing en Business Development opgezet en verzorgd. Maarten van der Boon is al verschillende decennia actief in de installatiesector. Als bestuurder, spreker en columnist.

Kenniscentrum
STEM Imc is een kenniscentrum op het gebied van Business Development van technische bedrijven, vanuit een marketingperspectief. Maar de organisatie heeft ook de nodige kennis in huis over het optimaliseren van innovatie- en Salesprocessen. Als het heel goed gaat in een organisatie denk je daar niet aan, maar als de druk vanuit de markt toeneemt moet je wel. De Vries en Van der Boon zien in veel technische B2B-bedrijven vooral technologie denken en veel minder marktgericht denken. Technische bedrijven vertellen vooral over wat ze doen, doorvertaald naar de installatietechniek komt dat neer op: ‘wij maken betrouwbare installaties’.

KIEN
De activiteiten van Stichting KIEN hadden een groot aantal raakvlakken met die van STEM Imc. KIEN concentreerde zich op business development en innovatie in de installatiesector. Precies wat STEM al deed voor de maakindustrie. Vanuit die gedachte bleek het een waardevolle aanvulling te zijn om de installatiebranche toe te voegen aan het werkingsgebied van STEM. Er blijft voor installateurs nu een plek waar zij terecht kunnen met (hulp)vragen of voor kennisuitbreiding, onder andere op het terrein van innovatie en marketing.

Waarde marketing
Voor De Vries en Van der Boon is marketing feitelijk het hart van de organisatie; zeg maar je bedrijfsbeleid. Het is hoe je als organisatie ervoor zorgt dat je iets doet of levert wat het probleem van een ander oplost. Zonder het oplossen van een probleem kun je verzinnen wat je wilt, maar heb je geen business. Los je wel een probleem op, dan zul je ervoor moeten zorgen dat de mensen waarvan je denkt of weet dat ze dat probleem hebben, bekend worden met jouw oplossing. Marketing is dus meer dan alleen reclame maken, wat een synoniem voor marketing lijkt te zijn geworden.

Uitdaging
De grote uitdaging voor technische bedrijven is dat veel commerciële beslissingen door technisch geschoolde en gedreven personen worden genomen. Technische mensen zijn vaak geneigd om vanuit technische oplossingen te denken en minder vanuit de werkelijke behoefte van de klant. Daardoor ligt de nadruk op de techniek en de kwaliteit van het product en minder op de vraag of dit product ook daadwerkelijk een probleem oplost, merken De Vries en Van der Boon.

Voorbeeld
Hetzelfde proces zie je terug in het contact met de eindklant. Een voorbeeld: installateur X werd gebeld om een offerte uit te brengen voor een nieuwe cv-ketel in een woning. Tijdens het gesprek vertelt de klant wat hij belangrijk vindt. ‘Overal en altijd warm water.’ Met een huishouden van 5 personen kan het voorkomen dat er iemand doucht en iemand anders beneden de kraan aanzet. Het gegil van nu uit de badkamer moest maar eens verleden tijd worden. Daarnaast gaat men ook regelmatig weg. Dus een iets slimmere thermostaat zou ook handig zijn. Na enkele dagen viel de offerte op de deurmat. Twee pagina’s vol technische pietpraat met in het aanbod een instap-thermostaat zonder klokfunctie. De bijlage bestond uit een folder van een ketelfabrikant. De klant leest niets herkenbaars terug van het gesprek en wat ook nog storend is: zijn naam is verkeerd geschreven.

Onderscheidend vermogen
Door de nadruk op techniek en kwaliteit wordt er te weinig onderscheidend vermogen geleverd, merken De Vries en Van der Boon op. Industriële producten lijken veel op elkaar. Menig bedrijf loopt daardoor het risico om in de Commodity Trap en een negatieve prijsspiraal terecht te komen. Veel aanbieders in de installatietechniek denken: ‘Ik heb een goed product en lever kwaliteit, dus ze moeten toch eigenlijk wel voor mij kiezen’. Maar je bent een van de velen: als het onderscheidend vermogen van je product onvoldoende zichtbaar is voor inkopers, dan gaan ze toch voor de laagste prijs. In lijn met het voorbeeld van zojuist: lever je een cv-ketel met alle toebehoren of lever je comfort, gemak en zekerheid?

Strategische ontwikkelingen
STEM Imc is ook nauw betrokken bij onderzoek. In samenwerking met de Universiteit van Twente doet de stichting actief onderzoek naar ‘Servitisation’. Vrij vertaald betekent dit: ‘het aanbieden van klantgerichte combinaties van goederen, diensten, ondersteuning, self-service en kennis, met als doel waarde toe te voegen aan het kernproduct.’ Een bekend voorbeeld uit een andere industrie is dat van Rolls-Royce. Zij verkopen geen motoren maar ‘Power by the Hour’. Deze beweging rond het opzetten en verlenen van diensten-als-een-service krijgt steeds meer voet aan de grond. Wat betekent dit nu voor de installatiesector? Wat is de impact op de dienstverlening? Waar kan Servitisation van toegevoegde waarde zijn in hun dienstverlening? Wat is hiervoor nodig aan mensen, organisatie en middelen? STEM Imc biedt inspiratie- en innovatiesessies aan voor professionals in de installatiebranche om hier meer vertrouwd mee te raken.

Aanbod
STEM Imc is volop bezig om haar dienstenaanbod te vertalen naar de marktsegmenten Bouw- en installatietechniek. Beide liggen in het verlengde van de maakindustrie waarin al de nodige kennis en ervaring is opgebouwd. Het doel is om in het eerste kwartaal van 2021 een stichting op te zetten. Deze stichting gaat meer onderzoek doen op het gebied van B2B-Business Development, innovatie en marketing in technische omgevingen. De uitkomsten van dit onderzoek worden te zijner tijd uitgedragen door onder andere een – eveneens nog op te zetten - coöperatie STEM.

Einddoel
Het uiteindelijke doel is om een ecosysteem op te zetten van kennis gedreven organisaties en personen. Een community op het gebied van Business Development, innovatie en marketing/communicatie in technische omgevingen: van, door en met elkaar

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Duurzaam ondernemen

In dit artikel leg deskundige Gerd van ‘t Hul uit wat duurzaam ondernemen betekent voor de interne bedrijfsvoering van de ...
Verder Lezen

Invloed W-installateur verschilt per land

De bouw- en installatiebranche is vrij uniek in haar besluitvorming. Hierbij zijn vaak veel partijen betrokken, zoals eindgebruikers, architecten, aannemers, ...
Verder Lezen

Markt beoordeelt Intercool als bovengemiddeld klantvriendelijk

Intercool scoort in het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek van Bouwkennis beduidend hoger dan het marktgemiddelde. In alle categorieën scoort de leverancier van ...
Verder Lezen

Hoe werf je vakmensen én houd je ze binnenboord?

Het tekort aan (technische) vakspecialisten in de branche is nijpend. Er moet de komende jaren ontzettend veel verduurzaamd, gebouwd en ...
Verder Lezen

Van fietsenmaker tot installateur

Gepubliceerd op

Patrick van der Kraan is een techneut in hart en nieren. Hij zet nu als operationeel directeur Husvé Installatietechniek op de kaart. Onder andere met een fraaie klus in de gestapelde woningbouw.

Van der Kraan ging na de MTS aan de slag bij een fietsenmaker. Hij had echter niet zoveel met fietsen, maar sleutelde liever aan scooters. Dat ging hem goed af. Hij werkte in het totaal 7 jaar bij zijn voormalige werkgever.

Overstap
Toch wrong het ergens. Naast zijn technische werkzaamheden was Van der Kraan actief betrokken bij de verkoop. “Daar had ik niet zoveel mee, het stond me ronduit tegen”, vertelt hij openhartig. Toen hij dan ook de kans kreeg om bij Husvé Installatietechniek aan de slag te gaan, greep hij die met beide handen aan.

Techniek
Die overstap ging hem makkelijk af, vertelt hij terugkijkend. “In beide disciplines breng je problemen in kaart en los je die op. En uiteindelijk gaat het allemaal om techniek.” Van der Kraan is inmiddels opgeklommen tot Operationeel Directeur van het Maasluise bedrijf. Husvé Installatietechniek heeft acht buitenmonteurs in dienst en twee kantoormedewerkers en draait uitstekend, maar toch het zijn onzekere tijden.

Richtingenstrijd
“Ik heb eigenlijk geen flauw idee welke kant we nu uiteindelijk opgaan als branche”, zegt Van der Kraan. “Iedereen heeft het wel over verduurzaming, maar dat upgraden van al die bestaande woningen is geen eenvoudige klus. In veel gevallen zijn ze zo slecht geïsoleerd, dat het financieel niet loont om er een duurzame installatie neer te zetten. Ook geen hybride warmtepomp. Daarnaast vraag ik me af welke rol waterstof krijgt in de toekomst.” Kortom met zoveel onzekerheden speelt Husvé Installatietechniek het liever op safe.

Specialismen
“Wij hebben ons gespecialiseerd in ventilatie en verwarming met cv-ketels. Beide markten draaien goed en wat ze ook zeggen; voorlopig nemen we nog geen afscheid van de cv-ketel.” Mocht er een omslag plaatsvinden, dan springt Husvé Installatietechniek het liefst op een rijdende trein. “Is de tijd rijp om je meer op duurzame systemen te richten, dan haken we gewoon aan.”

Project
Afgelopen september kreeg Husvé Installatietechniek een leuke klus in de schoot geworpen. Een Maassluise flat met tien verdiepingen moest worden voorzien van nieuwe thermostaatkranen. “Naja, niet alle woningen hoor, om precies te zijn 127 van de 160.”
De oude radiatorkranen vertoonden mankementen of functioneerden domweg niet meer.

Keuze
Van der Kraan koos voor het 1 pijpssysteem van Heimeier. Daar lagen verschillende redenen aan ten grondslag. “Allereerst was er al een 1 pijpssysteem aanwezig, dus hadden we weinig keuze. Daarnaast heeft deze thermostaatkraan een hele lage weerstand. Bij een hoge weerstand wordt de radiator niet goed warm.”

Uitdagingen
“De bewoners waren thuis, terwijl we de werkzaamheden uitvoerden. Dan is het zaak om alles netjes te doen. Naast de nieuwe thermostaatkranen moesten we ook 4 afsluitkranen op de aanwezige radiatoren monteren. Op die manier hoeven we in de toekomst bij het onderhoud en storingen niet meer het hele systeem plat te leggen.” Alle flats hebben nu 3 Cimberio-kogelkranen en 1 Viega Megapress dikwandige afsluiter. “Die was voor de keuken, waar een dikwandig pijpsysteem hangt.”

Tijd
“In het totaal zijn we er 4 weken mee bezig geweest. Ik had er 4 man volcontinu op zitten, soms aangevuld met 1 of 2 man extra. Ik kijk altijd met plezier terug op dit soort klussen. We kunnen nu het systeem per woning afsluiten en met de thermostaatkranen helpen we de bewoners een handje om de energierekening omlaag te krijgen en hun energiegebruik terug te dringen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Alleskunners

Sipke Hoekstra stapte van E over op W. De Friese vakman is daardoor van alle markten thuis, wat hem onlangs ...
Verder Lezen

Midden in de corona-hel

Een week geleden lachte het leven hem nog toe, maar sinds twee dagen ziet de toekomst er zorgelijk uit. Erg ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Gepubliceerd op

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’.

De warmtepomp begint zo zoetjes aan wel ingeburgerd te raken, vertelt Erwin Tuijtel van Alklima-Mitshubishi Electric. “Wij merken dat bijvoorbeeld aan de grote groep installateurs die zich laat bijscholen en de blijvende groei van het aantal projecten waarin warmtepompen worden geplaatst.”

Beperkingen waterstof
Toch is er een hevige discussie gaande welke weg we nu moeten inslaan: richting een All-Electric maatschappij waarin een belangrijke rol is weggelegd voor warmtepompen of biedt een waterstofeconomie uiteindelijk meer perspectief? “Een All-Electric approach met warmtepompen heeft een aantal voordelen”, zegt Wilco Henzen van LG. “Zo kan je er naast verwarmen, ook mee koelen. Bovendien zijn warmtepompen makkelijk te integreren in installatieconcepten met PV-panelen en opslag in accu’s.” En interessant al die aandacht voor waterstof, “maar het is nog maar de vraag welke risico’s deze warmtedrager met zich meebrengt”, waarschuwt Henzen. “Daarom blijf ik benadrukken dat de branche en klanten daarover goed geïnformeerd dienen te worden door onafhankelijke partijen als ISSO, Techniek Nederland en TVVL.” Toch zou er een rol kunnen zijn weggelegd voor waterstof, denkt de LG-specialist. “Bijvoorbeeld in binnenstedelijke gebieden, waar de warmtepomp moeilijker toe te passen is.”

Trias Energetica
Ook Tuijtel heeft een uitgesproken mening over waterstof. “Bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Nederland moeten we gebruik maken van meerdere technieken om ons doel te behalen. Ik zie echter meer kansen voor waterstof in de industrie en het transportwezen en eventueel een stuk seizoensopslag van energie. Als voorstanders van waterstofketels zeggen dat je zo eenvoudig een aardgasgestookte cv-ketel kan vervangen door een waterstofvariant in de bestaande bouw, gaan ze voorbij aan de principes van de Trias Energetica. Je zal vroeg of laat toch de hele woning onder handen moeten nemen, door extra te isoleren om de energievraag terug te dringen. In de vergelijking met waterstof wordt vaak vergeten te kijken naar het rendement van de opwekking tot en met de levering van nuttige warmte. Het rendement van deze totale keten is voor de warmtepomp een stuk gunstiger.”

Proven Technology
“Bovendien”, vervolgt Tuijtel, “kunnen we de warmtepomp nu wel scharen onder de noemer ‘Proven Technology’. Het is een techniek die zichzelf al bewezen heeft, de branche raakt er steeds meer mee bekend. De waterstofketel daarentegen moet zichzelf nog bewijzen.”

Hybride installaties
Een andere discussie heeft te maken met het tempo waarin we eventueel een All-Electric maatschappij realiseren. Is een tussenstap met hybride installaties in bestaande woningen zinvol of tijd- en geldverspilling? Henzen en Tuijtel denken van niet. “De financiële haalbaarheid en het ambitieniveau van de opdrachtgever zijn van doorslaggevend belang”, zegt Henzen. Oftewel, loont het in zijn ogen en acht hij het mogelijk om geld te steken in het eventueel upgraden van zijn woning, zodat die geschikt is voor een warmtepomp en een lt-afgiftesysteem?” Tuijtel vult aan: “hybride installaties in de bestaande bouw zijn een tussenstation, maar geen eindoplossing. Uiteindelijk moeten we natuurlijk wel naar een volledig CO2-neutrale oplossing en daar pas het stoken van fossiele brandstoffen niet bij.”

Stroomgebruik
Zal een All-Electric maatschappij geen overbelasting van het net met zich meebrengen? Volgens Tuijtel loopt het zo’n vaart niet. “Allereerst daalt de energievraag omdat we overschakelen op energiezuinige oplossingen en we de vraag beperken volgens de principes van de Trias Energetica. In de nieuwbouw met een nieuw elektriciteitsnetwerk kunnen we bovendien vooraf al rekening houden met de invulling van de vraag, dus daar voorzie ik geen problemen. Het is natuurlijk een ander verhaal als je te maken krijgt met een oud elektriciteitsnetwerk.” Voorstanders van een waterstofeconomie wijzen graag naar de laatste situatie, “maar dan zou ik willen zeggen: ‘ook een bestaand gasnetwerk geschikt maken voor waterstofketels brengt uitdagingen met zich mee’. Kortom, voor de beste oplossing moet je altijd kijken met een integrale blik.”

Batterijen
Bovendien wordt de accutechniek steeds beter. “Het gaat daarbij niet alleen om de fabricage, materiaalkeuze en het ruimtebeslag, maar ook om de integratie in slimme installatieconcepten”, vertelt Henzen. Hij legt uit hoe je via de aansturing vanuit Smart Grids op verschillende schaalniveaus ervoor kan zorgen dat de daadwerkelijke bijdrage van een energieopslagmedium tot een minimum kan worden beperkt. En, dat ook seizoensinvloeden hierin een rol spelen. De noodzaak om energie op te slaan is uiteraard kleiner tijdens de zomermaanden dan de herfst en winter. Tot slot verwacht Henzen ook dat met een verdere opschaling van het gebruik en de productie de prijzen van accu’s omlaag zullen gaan.

Kennisniveau
De warmtepomp begint dus al ingeburgerd te raken, maar hoe is het gesteld met het kennisniveau van de installateur? Volgens Tuijtel heeft de traditionele cv-installateur nog moeite om mee te komen. “Vooral als het aankomt op de onderliggende principes, hoe de warmtepomp precies functioneert.” Hij hamert nog maar eens op het belang van opleiden. Henzen beaamt dat vooral “de partijen die trainingen volgen, goed thuis zijn in de techniek”. En, een leuk weetje: “Tegenwoordig kloppen er naast kleine installateurs ook steeds meer architecten en bouwkundige aannemers bij ons aan om zich te laten bijspijkeren. Een warmtepomp plaatsen heeft ook bouwkundige consequenties, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtebeslag en op zulke gebieden ontbreekt het nog wel eens aan de juiste kennis.”

Trends en toekomst
Waar gaan we naartoe de komende jaren? Zal de versobering van de salderingsregeling bijvoorbeeld consequenties hebben voor de populariteit van geïntegreerde installatieconcepten met warmtepompen en PV-panelen? “Tuijtel denkt van niet. “Sterker nog ik denk dat die maatregel de ontwikkeling van opslagmedia en Smart Grids gaat stimuleren. En dan denk ik in het eerste geval niet alleen aan accu’s, maar ook aan thermische opslag en opslag door middel van waterstof.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

BENG, een update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘Stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

Hergebruik

Gepubliceerd op

In Kloetinge hebben DWT Groep en Paree Elektro-Telecom samen met een aantal partners de nieuwe Ithaka-kliniek onder handen genomen. De eisen die zorginstelling Emergis stelde aan de nieuwe kliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie logen er niet om. Het gebouw moest energieneutraal zijn én bovendien circulair tot stand komen.

Zorginstelling Emergis heeft uiteindelijk twee vestigingen samengevoegd tot één kliniek. Bij de renovatie en nieuwbouw is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van materialen die beschikbaar kwamen door de gedeeltelijke sloop van het bestaande gebouw. Vrijwel gelijktijdig met de bouw van het nieuwe Ithaka moest in Terneuzen, zo’n 60 kilometer verderop, het kantoor van Rijkswaterstaat plaatsmaken voor een nieuwe sluis. Het gebouw werd zorgvuldig gedemonteerd en tal van raamkozijnen, houten draag- en steunbalken en pilaren kregen zo’n 60 kilometer verderop een nieuwe bestemming.

Energieneutraal gebouw
De energiespecialisten van DWT Groep slaagden er samen met Paree Elektro–Telecom en Rothuizen Architecten en Stedebouwkundigen in om de Ithaka-kliniek grotendeels circulair tot stand te brengen. In opdracht van Emergis zijn in Kloetinge twee klinieken die voorheen een capaciteit van 42 bedden hadden, teruggebracht tot één locatie met 28 bedden. Dankzij warmtepompen en zonnepanelen is het nieuwe gebouw volledig energieneutraal.

Demontabele warmtepomp
Bij het project is gekozen voor een lucht-water-warmtepomp van Mitsubishi Electric. De pomp is geselecteerd omdat die, zodra de technische levensduur erop zit, in een speciale fabriek weer helemaal wordt gedemonteerd. Mark-Jan Koldijk van DWT Groep: “Dankzij circulair installeren en bouwen kunnen gebouwen ook sneller andere functies krijgen. Je weet immers niet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet, dus is het handig heel eenvoudig zaken aan te kunnen passen. Zo krijgt een gebouw extra waarde.”

Systeemdenken
Circulariteit staat hoog op de agenda van de overheid én van Techniek Nederland. Maar in de praktijk blijkt het niet eenvoudig om systeemdenken centraal te stellen, hernieuwbare energiebronnen te gebruiken en ervoor te zorgen dat grondstoffen en installatieonderdelen zo weinig mogelijk waarde verliezen. Volgens Pieter Paree (Paree Elektro–Telecom) was het enthousiasme van Emergis doorslaggevend om iedereen mee te krijgen. “Alle betrokkenen moeten erin geloven en fouten durven te maken. Met vallen en opstaan hebben we een prachtig resultaat bereikt.”

Auteur: Dick Reijman, Techniek Nederland

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installaties in circulaire (ver)nieuwbouw

Is het wel mogelijk om circulaire installaties te ontwerpen? Met die vraag in het achterhoofd wordt nu geëxperimenteerd in een ...
Verder Lezen

Circulaire installaties

Het komende decennium gaan we als branche over op circulaire gebouwinstallaties, daar is geen twijfel over mogelijk, volgens Merosch. Het ...
Verder Lezen

Circulairleidingwerk

Karel steekt van al het nieuws meestal maar de helft op. Zo was het hem laatst opgevallen dat er veel ...
Verder Lezen

Dak vol zonnecollectoren verwarmt circulaire wijk

In de nieuwe circulaire wijk Buiksloterham heeft Westpoort Warmte het grootste zonnedak van Amsterdam gerealiseerd. Met de 1.680 collectoren levert ...
Verder Lezen

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Gepubliceerd op

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand en plafondverwarming en -koeling te ontwikkelen voorziet het bedrijf in een behoefte en speelt het in op de toekomst. Michael Soederhuizen, verantwoordelijk voor de afdelingen Legal en Finance en medeoprichter van het bedrijf, ziet dagelijks nieuwe kansen. Maar hierbij is v26360ken wel een voorwaarde.

Midden in coronatijd nadenken over verduurzaming en de groei van je bedrijf. Het is absoluut mogelijk. Soederhuizen: “We zien gewoon de vraag stijgen en met een enthousiast team weten we in deze bijzondere tijd onze doelstellingen te realiseren. We hebben vanaf het begin ingezet op de ontwikkeling van een eenvoudig systeem dat door zowel de doe-het-zelver als door de professional kan worden geïnstalleerd. We vormen de verbinding, de ADSL zoals wij dat noemen, naar hen. Want onze kernwoorden zijn Actief, Dun, Snel en Licht.”

Snel en dynamisch
Wat betekent WARP eigenlijk? Soederhuizen: “De WARP-technologie is een fictieve technologie uit de televisieserie Star Trek om ruimteschepen met een snelheid groter dan de lichtsnelheid te laten voortbewegen. Het inspireerde ons voor de naam van ons bedrijf. We zijn een jong bedrijf dat mee wil gaan in de uitdagingen die er liggen. Denk aan de renovatiegolf in de woningbouw. Misschien wil men eindelijk verlost zijn van de radiatoren. Of wil men een lagere energierekening of zich voorbereiden op het gasloos wonen. Op termijn wil men de overstap maken naar bijvoorbeeld een warmtepomp of laagtemperatuur-verwarming. Het zijn allemaal mogelijkheden. En wij willen hier flexibel op inspelen. Door te innoveren, produceren, verkopen én te installeren.”

Arboadviseur als partner
Bij de groei van het bedrijf komen ook andere vraagstukken kijken. Soederhuizen: “We moeten kunnen instaan voor het veilig en gezond werken in ons bedrijf. En dat doen we nauwgezet en met alle zorgvuldigheid. Maar soms is het ook goed een expert in te schakelen. En dat hebben we gedaan. Via ArboTechniek konden we een beroep doen op een arboadviseur die ons kosteloos kon helpen. Barry Sikkens was deze persoon voor ons. Een waardevolle partner!” Arboadviseurs zijn beschikbaar in elke regio en kunnen bedrijven helpen met allerlei praktische vragen over bijvoorbeeld werksituaties, het toepassen van de Arbocatalogus en stimuleren van veilig en gezond gedrag.

Duidelijkheid
Soederhuizen had voornamelijk vragen over de RI&E. “Ik wist absoluut dat we hiermee moesten werken, maar verdwaalde een beetje in het instrument. En opeens werd me ook duidelijk wat je eigenlijk allemaal moet weten. Dat klinkt misschien raar, maar als je echt iedereen in staat wil stellen om gezond en veilig te werken, moet je weten waar je het over hebt. Laat ik een voorbeeld nemen. We leggen onder andere plafondverwarmingen en koelingssystemen aan en we namen hiervoor natuurlijk veel voorzorgmaatregelen. Maar met de inzet van de RI&E heb je kaders, lees je wat je echt moet weten en wat de stappen dan zijn. Het was heel waardevol om daar met de arboadviseur doorheen te lopen!”

Door regels kijken
Een ander punt betrof het onderwerp gevaarlijke stoffen. “Met de RI&E ga je eens kijken welke gevaarlijke stoffen je in huis hebt. En eerlijk gezegd: dat waren er meer dan ik aanvankelijk dacht. En natuurlijk was alles veilig, maar de constatering is goed.” Een ander belangrijke meerwaarde van de arboadviseur is de informatie die je van hem of haar kunt ontvangen. “Er zijn zoveel regels. Maar wat is belangrijk? Hoe kan ik het vertalen naar ons bedrijf? Naar onze mensen? Met Barry kon ik deze vertaalslag maken. Door onze gesprekken, door de hulpsites en andere tools die hij mij gaf. Het werd echt meer van ons. En dat is fijn.”

Corona
Met de uitbraak van corona kreeg het thema veilig en gezond werken een andere dimensie. “Barry belde me op in de eerste golf. We spraken samen wat grote lijnen door en daar zijn we direct mee aan de slag gegaan. WARP stelde onmiddelijk mondkapjes ter beschikking, ook voor de bezoekers van de showroom. En natuurlijk werden hygiënemaatregelen getroffen in het kantoor. De installateurs zitten zo min mogelijk in de bus bij elkaar. “En we hebben altijd veel contact met de klant. We bellen vooraf of we langs kunnen komen en of niemand ziek is.”

Voorwaarde voor succes
De meerwaarde van de arboadviseur is helder. “Hij is niet zomaar een partner, maar een kennispartner! En hij brengt een paar handen die je ook werk uit handen nemen. Barry kent de wegen, weet wat er nodig is en heeft kennis van zaken. Ik heb dat zeer gewaardeerd. Praktisch en pragmatisch. Inlevend in het bedrijf en waar wij mee bezig zijn.” En, voegt hij ernstig toe: “Als je succes wilt hebben als bedrijf, dan hoort daar veilig en gezond werken bij.”

Ambitie
Soederhuizen wil corona ook in een breder kader plaatsen. “Corona had impact op veilig en gezond werken. Maar het heeft ook laten zien dat veranderingen snel mogelijk zijn. Binnen een paar maanden konden we onze manier van werken veranderen. Maar ook onze manier van leven. Laat dat een les zijn voor de aanpak van klimaatveranderingen en de energietransitie. We hebben de wendbaarheid om te veranderen, en kunnen dat snel. Laten we dat dan óók doen als het gaat om onze energie! WARP wil hieraan bijdragen met innovatieve, energiezuinige laagtemperatuur verwarming- en koelingssystemen. Want dat is waarom we ooit zijn begonnen. Het anders doen om de wereld samen beter te maken.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Aanbieders en eindgebruikers van koeltechniek bundelen krachten

Aanbieders en eindgebruikers van koeltechniek hebben recent de stichting Netwerk Koude- en Klimaattechniek opgericht. De stichting gaat toezien op veiligheid ...
Verder Lezen

Veilig werken aan installaties voor gasverbranding

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Corona helpdesk voor veilig werken in techniek geopend

Techniek Nederland en ArboTechniek hebben de Corona Helpdesk Veilig Werken in het leven geroepen. Een team van experts staat klaar ...
Verder Lezen

Veilig werken

We werken veilig of we spreken elkaar erop aan. Het lijkt logisch maar is dat niet altijd. Er zijn altijd ...
Verder Lezen

Duurzaam ondernemen

Gepubliceerd op

In dit artikel leg deskundige Gerd van ‘t Hul uit wat duurzaam ondernemen betekent voor de interne bedrijfsvoering van de installateur en wat duurzaam ondernemen richting klanten inhoudt.

Wat is duurzaamheid?
Duurzaam ondernemen is een breed begrip. Gaat het over het voortbestaan van jouw onderneming? Over hoe gelukkig jouw team is? Over hoeveel energie je gebruikt? Over hoeveel geld je verdient?
Of toch over hoeveel energie jij voor je klanten kunt besparen? Het antwoord op deze vragen is dat duurzaam ondernemen over alle aspecten van je bedrijf gaat. Het gaat over het voortbestaan van jouw bedrijf, over blije gezichten in de kantine, over energie besparen, over die laatste rooie rotcent en over jouw klanten helpen om energie te besparen.

Continuïteit
Zelf ben ik accountant. Bij ons gaat het, voor het eerst in jaren, sinds COVID-19 weer eens serieus over continuïteit. In goede jaren lukt het namelijk iedereen om een onderneming te starten en winstgevend te laten zijn. Maar als het minder gaat, onderscheiden de beste ondernemers zich door eerder, sneller en doeltreffender in te grijpen. En meestal ook (juist dan!) te investeren. Een matige ondernemer snijdt te laat in de kosten, moddert nog even door en stopt dan met zijn bedrijf, verkoopt het bedrijf, of gaat failliet. Hoe voorkom je dat? Het antwoord is door in te zetten op duurzaamheid.

Gezondheid
Een duurzame ondernemer zorgt ervoor dat zijn team zich goed voelt. Een onderneming is zo goed als het team. Duurzaam ondernemen betekent ook ervoor zorgen dat je team zich in de toekomst goed blijft voelen. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke, maar ook geestelijke gezondheid. Niet alleen de gezondheid van jouw team, maar ook jouw eigen gezondheid. Hoe duurzaam is het dat jij meer dan 60 uur per week werkt? Vorig jaar hielp ik twee klanten, die samen een elektrotechnisch installatiebedrijf hebben, om beter inzicht te krijgen in hun bedrijfsvoering. Ze hielden ook hun eigen uren bij. In de urenstaten zag ik dat ze allebei tussen de 60 en 70 uur per week werkten. Dat was eerder regel dan uitzondering. Beiden waren overwerkt (en ook onderbetaald). Door betere mensen op kantoor aan te nemen hebben we dit nu weten terug te brengen naar een gezonde 45 uur per persoon.

Geloofwaardigheid
Het lijkt misschien vreemd, maar door dit soort dingen te doen verbeter je niet alleen je eigen gezondheid, maar verhoog je ook vaak de winst van de onderneming.

Voorbeeld geven
Heb je sowieso weleens stilgestaan bij de duurzaamheid van jouw eigen onderneming? Onlangs werden er bij mijn buren zonnepanelen geïnstalleerd. De installateur kwam met 6 mensen in 2 bestelauto’s en een (mini) vrachtwagen aanrijden. Op basis van de kentekens kon ik zien dat het om hele oude auto’s ging. Deze installateur heeft de duurzaamheidsboodschap verpakt in al zijn communicatie-uitingen, maar komt ondertussen wel voorrijden bij de klant met een oude diesel bestelauto...

Noodzaak winst maken
Een duurzaam bedrijf maakt winst. Winst is nodig om investeringen te kunnen betalen. Investeringen in de beste gereedschappen, de mooiste bestelbussen (zodat je medewerkers zich gewaardeerd voelen), investeringen in opleidingen, investeringen in innovatieve technieken en investeringen in marketing.

Zichtbaar zijn
Hoe belangrijk is duurzaamheid voor jouw klanten? Stel je het volgende voor. Je bent op zoek naar een nieuwe auto en op een zaterdag besluit je om eens rond te rijden en twee autodealers te bezoeken. De eerste dealer waar je komt, verkoopt luxe Duitse auto’s. Bij binnenkomst wordt je hartelijk ontvangen door wat later de eigenaar blijkt te zijn. Bij deze dealer hebben ze glazen wanden geplaatst tussen de showroom en de werkplaats. In de werkplaats zie je ook een auto van een Frans merk staan en je vraagt of ze wellicht ook dat merk servicen. De eigenaar vertelt je dat dit een auto is van een medewerker, die op zaterdag zelf zijn auto daar mag onderhouden. Je bekijkt een aantal auto’s en wanneer je wegloopt zie je nog net de eigenaar in een felrode Italiaanse sportauto wegrijden. Bij de volgende dealer wordt je ook ontvangen door de eigenaar. Deze autodealer verkoopt luxe Zweedse auto’s. Iedereen rijdt hier in hetzelfde merk, vertelt de eigenaar. Wanneer je je interesse uit in één van de modellen, zegt hij direct dat hij er zelf ook zo één rijdt en dat je een proefrit kan maken. Welke auto zal je dan kopen?

HGG
Duurzaam ondernemen betekent dus ook dat je zelf het goede voorbeeld geeft aan je klanten. Daarnaast concentreer je je op zo goed mogelijk luisteren naar zijn wensen. De fout die veel installateurs maken die ik voor het eerst
ontmoet, is dat zij te snel een offerte opsturen. Het is cruciaal om eerst een HGG – Heel Goed Gesprek - te hebben met jouw klant. In dit gesprek ga je dieper in op het waarom van de vragen. Wil iemand zonnepanelen? Waarom dan? Is de prikkel financieel, of meer emotioneel? Hoeveel energie zouden ze ermee willen besparen? Wanneer er een concrete duurzaamheidswens is, dan kun je ook nog verder gaan door aanvullende diensten aan te bieden. Jouw doel als installateur is immers om jouw klanten te helpen bij het behalen van hun woon- en levensdoelen.

Meerwerk binnenhalen
Na dit Hele Goede Gesprek weet je als het goed is waarom de mensen de specifieke vraag hebben over bijvoorbeeld hun meterkast, maar weet je ook wat voor installatiewerk je nog meer zou kunnen doen, om bij te dragen aan hun doelen. Bij de gemiddelde installateur gaat het proces ongeveer als volgt: een particulier belt op met een vraag over zonnepanelen. Soms gaat de ondernemer of de werkvoorbereider langs, vaak wordt er ‘even snel’ op Google Maps gekeken en wordt het aantal panelen
bepaald. Snel volgt een offerte om het dak te bedekken met panelen voor, zeg € 5.000.

Beste strategie
Moderne installatiebedrijven doen het anders. De ondernemer of de verkoopmedewerker gaat langs bij de klant. Hij of zij vraagt naar de achterliggende reden om zonnepanelen aan te schaffen en komt erachter dat de klant zou willen besparen op de energiekosten. Wanneer de ondernemer doorvraagt, blijk dat er nog niet is nagedacht over het eventueel verder verduurzamen van de woning. Omdat deze elektrotechnische ondernemer als eerste met deze klant in gesprek is getreden, ontstaat er een vertrouwensrelatie die de ondernemer gebruikt om samen met een bevriende loodgieter en aannemer een plan te maken voor de verdere verduurzaming van de woning. Hier komt werk uit voor de loodgieter en aannemer, maar ook voor de elektricien. In hetzelfde gesprek zou de omzet kunnen groeien van € 5.000 naar misschien wel € 10.000 of € 30.000.

Gouden toekomst
Juist door alle aangekondigde maatregelen om Nederland energiezuiniger te maken ligt er voor de installatiebranche een gouden toekomst in het verschiet. Ik roep wel installateurs op om over de eigen schaduw heen te springen. Ben jij nog steeds afhankelijk van aannemers voor jouw werk? Juist jij hebt op dit moment een unieke kans om als eerste aanspreekpunt een belangrijke vertrouwensrelatie op te bouwen met de eindklant. Gebruik dit ten goede, van jezelf, van het klimaat, maar vooral van het leefklimaat van jouw klanten 

Gerd van ‘t Hul –Van ‘t Hul Accountants, Specialist op het gebied van adviesverlening aan installatiebedrijven

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Europa’s duurzaamste drijvende woonwijk

Amsterdam-Noord herbergt sinds kort de duurzaamste drijvende woonwijk van Europa. Het betreft de waterwijk Schoonschip met drijvende houten huizen, verbonden ...
Verder Lezen

Duurzaam rookgasafvoersystemen aanleggen

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Installateur als duurzaamheidsambassadeur

Na een jaar lang proberen, onderzoeken en uitwerken in de praktijk, keert het tij voor wat betreft de uitvoering van ...
Verder Lezen

Drijvend kantoor als uithangbord voor duurzaam bouwen

Het Floating Office Rotterdam (FOR) wordt het nieuwe hoofdkantoor van het Global Commission on Adaptation (GCA). Het drijvende kantoorgebouw, ontworpen ...
Verder Lezen

Installaties in circulaire (ver)nieuwbouw

Gepubliceerd op

Is het wel mogelijk om circulaire installaties te ontwerpen? Met die vraag in het achterhoofd wordt nu geëxperimenteerd in een aantal proefprojecten. Johan Riezebos, directeur bij Ter Steege Advies & Innovatie vertelt over de ervaringen in het Enschedese Stroïnkslanden.

“Het is best een uitdaging om al van tevoren te bedenken hoe je afval voorkomt en wat er met de toegepaste producten moet gebeuren aan het einde van hun levensduur. Toch zien we gelukkig steeds meer zien we pilotprojecten ontstaan, waarin wordt geprobeerd om zo circulair mogelijk te bouwen.

Project Enschede
“Eén van die projecten is gerealiseerd in Enschede in de wijk Stroïnkslanden. Het ging om 7 woningen voor woningstichting De Woonplaats. Er stonden 7 eenlaagse woningen die klaar waren voor de sloophamer. Op de bestaande fundering zijn 7 nieuwe woningen opgetrokken met een HSB casco in twee lagen. We zijn in april van start gegaan, deze maand betrekken de eerste bewoners hun nieuwe woning.”

Installateur
“De Woonplaats had het project ingebracht in een masterclass Circulair Bouwen die door Pioneering (innovatief bouwnetwerk in oost-Nederland) was georganiseerd. Een aantal van de deelnemende partijen hebben samen de handschoen opgepakt en zijn gaan ontwerpen en ontdekken. Helaas was er bij de masterclass geen installatiebedrijf aanwezig. Maar via goede contacten werd Loohuis Energie- en Installatieadvies bereid gevonden om mee te denken.”

Casco
“Uitgangspunt van het ontwerp was om zoveel mogelijk van het bestaande woonblok te hergebruiken. De deelnemers wilden het bestaande casco dus liever niet slopen, maar laten staan en opnieuw gebruiken. Dan zou de door de opdrachtgever gewenste uitbreiding van het gebruiksoppervlak gerealiseerd kunnen worden in een optopping. Helaas bleek dat onmogelijk. Door onvoldoende gegevens over de ondergrond kon de constructeur geen groen licht geven voor een optopping van het bestaande casco.”

Losmaakbaar monteren
“Bovendien moesten er te veel materialen worden toegevoegd om te voldoen aan de huidige geluids- en brandwerendheidseisen (Bouwbesluit 2012). De begane grondvloer is wel intact gebleven. Deze heeft nu een extra isolatielaag, die bestaat uit dakisolatieplaten van de vorige woningen. De opbouw van de woningen bestaat uit HSB-elementen die losmaakbaar zijn gemonteerd. Om de elementen ook echt losmaakbaar te houden, zijn de elektraleidingen niet in de cascowanden geplaatst, maar in de scheidingswanden. Zo zijn de HSB-elementen ook later gewoon weer te gebruiken in een ander project.”

Houtwerk
“De houten kozijnen waren eigenlijk bestemd voor een ander project, maar bleken de verkeerde maatvoering te hebben. Ze stonden bij de timmerfabriek in de opslagruimte, waar wij ze konden ophalen. Bij de maatvoering van de wanden is rekening gehouden met de afmetingen van die kozijnen. Ook de gevelbekleding is bijzonder. Er was onvoldoende kwalitatief goed circulair hout beschikbaar om toe te passen, dus is gekozen voor Trespa-platen die van de sloop waren teruggekomen. De architect bedacht een patroon dat gemaakt kon worden van de bestaande platen met zo weinig mogelijk zaagverlies.”

Speciaal glas
“Ook vermeldenswaard is een idee dat de schilder inbracht. Hij stelde voor om vacuümglas te gebruiken. Dat is dubbelglas met een hele dunne vacuümgetrokken spouw. Qua isolatiewaarde scoort het hetzelfde als HR+++ beglazing.”

Installatietechniek
“Over de installaties die zijn toegepast is ook goed nagedacht. Er is gekozen voor warmtepompen van Ecoforest. Het gaat om thermodynamische warmtepompen met een modulaire opbouw en een modulerend vermogen van 1-9 kW. De modulaire opbouw met componenten van a-kwaliteit draagt bij aan de verlenging van de levensduur, omdat de componenten ook over tien jaar één op één uitwisselbaar zijn. Daarnaast gebruikt de warmtepomp slechts een beperkte hoeveelheid koudemiddel.”

Budgettering
“Verder denken ze bij Ecoforest ook goed na over de verpakking. De producten worden geleverd in een houten verpakking op een pallet, dus zonder het bekende piepschuim. Als je denkt aan duurzaamheid en circulariteit moeten dat soort aspecten zeker niet vergeten worden. Vanwege budgettaire overwegingen zijn bij een aantal woningen overigens andere lucht-water warmtepompen van NIBE toegepast.”

Afgiftesysteem
“Convectoren nemen de afgifte van warmte voor hun rekening. Ook dat is een bewuste keuze geweest, omdat ze eenvoudig zijn de demonteren. Vanwege dezelfde reden zijn alle cv-leidingen als opbouw uitgevoerd.”

Ventilatie
“De ventilatieleidingen zijn goed bereikbaar en niet ‘ingestort’ in de constructie. Ze maken onderdeel uit van een gebalanceerd ventilatiesysteem. Op dit moment zijn al verschillende fabrikanten aan het onderzoeken, hoe ze hun systemen meer circulair kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan gerefurbishde ventilatieboxen. Deze zijn op dit moment echter nog niet beschikbaar.”

Riolering en sanitair
“Het sanitair is afkomstig uit verschillende showrooms. Voor zover mogelijk zijn bestaande rioolleidingen hergebruikt. De hulpstukken zijn voor de zekerheid allemaal vervangen.”

Kosten
“Zo zijn er diverse voorbeelden te geven van mogelijkheden om afval te voorkomen en waarde toe te voegen aan een project door producten losmaakbaar te maken, na te denken over zo weinig mogelijk onderhoud en bestaande producten te hergebruiken. En hoewel circulair bouwen nu nog wel wat duurder is dan traditioneel bouwen, kan er al veel. De echte omslag zal pas komen waarschijnlijk als er een CO2-beprijzing op producten komt. Daarnaast zal het zeker helpen als de BTW over hergebruikte producten achterwege kan blijven. Die is toch al een keer betaald?”

Samenwerken
“Tot slot: Circulair bouwen vereist een andere manier van denken. Om maar een voorbeeld te geven: vroeger werd een kromme spijker recht geslagen. Tegenwoordig is alles erop gericht om zo snel mogelijk de werkzaamheden af te ronden. Daardoor is er te weinig ruimte voor hergebruik van materialen. Hier is echt een omslag in het denken nodig.” 

Uitgelicht: Lessons Learnt
“Het is belangrijk dat de opdrachtgever voldoende ruimte laat in de uitvraag. Je kunt circulariteit lastig vangen in een dichtgetimmerd bestek. Een van de redenen hiervoor is dat de regelgeving nog niet aangepast is aan een circulaire economie. Gebruikte materialen zijn vaak lastig in te passen in de bestaande eisen en regelgeving. Daarnaast zijn er voor gebruikte materialen nog geen gelijkwaardigheidsverklaringen. De eerste circulaire projecten die nu worden gerealiseerd tonen aan dat er in de hele keten nog veel moet gebeuren om ons voor te bereiden op een circulaire economie.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Circulaire installaties

Het komende decennium gaan we als branche over op circulaire gebouwinstallaties, daar is geen twijfel over mogelijk, volgens Merosch. Het ...
Verder Lezen

Dak vol zonnecollectoren verwarmt circulaire wijk

In de nieuwe circulaire wijk Buiksloterham heeft Westpoort Warmte het grootste zonnedak van Amsterdam gerealiseerd. Met de 1.680 collectoren levert ...
Verder Lezen

Strategie om circulaire installaties te ontwerpen ondergaat praktijktoets

Vanuit de markt is er veel aandacht voor circulaire bouwmaterialen, maar over circulaire gebouwinstallaties is nog weinig bekend. Dit ondanks ...
Verder Lezen

Circulaire dakbedekking op nieuwbouw

Voor het eerst is in een nieuwbouwproject circulaire dakbedekking toegepast. Dit gebeurde op de British School in The Netherlands in ...
Verder Lezen

Anders verduurzamen

Gepubliceerd op

We moeten zo snel mogelijk en op grote schaal de CO2-uitstoot omlaag krijgen. Daarbij draait het vooral om de pieken in het gas-, de warmte- en het elektriciteitsgebruik. Vervolgens kunnen we dan de basislast aanpakken, betoogt Ronald Rovers. Volgens de bouwfysicus en Fellow van de Faculteit Bouwkunde aan de TU/E is het tijd voor een totaal andere benadering, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de installatiebranche.

“Traditioneel zijn installaties vaak uitgelegd op het invullen van de piekvraag. Dan zat je altijd goed. Dat was met fossiele, altijd beschikbare brandstof geen probleem. Maar met de huidige energietransitie kunnen we niet meer op deze weg doorgaan. De ironie is namelijk dat juist tijdens piekperiodes het aanbod aan duurzame energie het meest beperkt is. Daarom zijn we eigenlijk wel gedwongen om te zoeken naar een nieuwe en veel lagere balans tussen vraag en aanbod.”

Geen tijd meer
“En dat moet snel gebeuren. We hebben geen jaren de tijd meer om te wachten tot allerlei ideeën en onderzoeken tot prachtige nieuwe innovaties leiden. Maar, als we de curve alvast af kunnen buigen, dan winnen we wel wat tijd. Eigenlijk zouden we dit zo spoedig mogelijk moeten oppakken en op een manier die flexibel is, dat wil zeggen vervolgstappen niet in de weg zit.”

Rol installateur
“En daarbij komt de installateur om de hoek kijken. Een effectieve manier die snel resultaat oplevert, is om niet een complete renovatie uit te voeren, maar om een kleine warmtepomp naast de gasketel te hangen en die in hybride vorm samen te laten werken. Onderzoeken laten zien dat dat al tot 40% reductie kan leiden in het gasgebruik, vooral in het voor- en naseizoen. De gasvraag is daarmee significant kleiner, Groningen wordt ontlast en we zijn minder afhankelijk van Russisch gas. De gasketel springt dan namelijk alleen bij als het kwik fors daalt. Overigens zal dat met de stijgende temperaturen en warmere winters ook steeds minder vaak voorkomen. Als we er niet in slagen de klimaatverandering echt af te wenden, wordt die gasketel op termijn zelfs vanzelf overbodig.”

Elektriciteitsvraagstuk
“Natuurlijk leidt een elektrische warmtepomp tot een grotere elektriciteitsvraag. Daarom moeten we bij de installatie van een warmtepomp het dak ook direct volleggen met pv-panelen. Zo zet je forse stappen, want zowel de gasvraag als de CO2-uitstoot wordt gereduceerd en het aandeel hernieuwbare energie gaat omhoog. Deze eerste, eenvoudige fase in de energietransitie, kan snel worden uitgevoerd. Er hoeft niet aan de woning zelf te worden gesleuteld en de kosten zijn te overzien. Als we deze eerste fase binnen een paar jaar realiseren, boeken we al enorme vooruitgang.”

Lange adem
“Uiteindelijk willen we helemaal af van fossiele brandstoffen. Daarvoor moeten we sowieso de pieken in de warmtevraag tijdens de wintermaanden omlaag krijgen en de woning zelf aanpakken. Bijvoorbeeld door de woning te renoveren, de gevels en daken zwaar te isoleren en een lt-afgiftesysteem te installeren. Maar zelfs al zouden we erin slagen ieder jaar 100.000 woningen onder handen te nemen, dan zouden we nog 70 jaar bezig zijn. Tegen die tijd is een mogelijk gevaarlijke klimaatverandering, we praten dan over een temperatuurstijging van meer dan 3 graden, al onvermijdelijk. Met alle gevolgen van dien. Mocht er toch voor deze aanpak worden gekozen dan is stap 1 geen zinloze exercitie geweest. Op termijn zullen de installaties immers ook aan vervanging toe zijn en alles wat je in de tussentijd hebt bespaard aan energiegebruik is mooi meegenomen.”

Addertje
“Toch zit er een addertje onder het gras. Zowel het ‘verduurzamen’ van de woning als het optuigen van het resterende hernieuwbare energienetwerk vragen om enorm veel materialen, waarvan de productie voorlopig nog met veel CO2-emissies gepaard gaat. Zoveel zelfs, dat, als we alles bij elkaar optellen voor de hele woningvoorraad, het weer meer is dan we ons kunnen permitteren. We moeten dus ook een piekvraag in materialen vermijden.”

Nieuwe aanpak
“En dat brengt me bij de volgende stap: We moeten van het idee af dat we de hele woning moeten verduurzamen. Dat het huis 24 uur per dag op 21 graden gehouden moet worden. Als we de hele woning inpakken, doen we net alsof het 365 dagen per jaar vriest. Vandaar dat ik pleit voor een andere oplossing: het omturnen van bestaande woningen tot, wat ik, ‘zomer-winterwoningen’ noem. In de winter als het echt koud is, trekken we ons terug in de kern van de woning, zeg de eethoek en de keuken, en zorgen we dat we een paar weken alleen dat deel comfortabel houden. Precies de weken waarin de warmtepomp het net niet meer aankan en de gasketel bij zou moeten springen.”

Zonering
“Op deze wijze hoeven we niet hele woningen te isoleren en van een nieuw verwarmingssysteem te voorzien. Je pakt alleen een kleine kern aan, isoleert dat gedeelte en installeert een passend verwarmingssysteem. Vergelijk het met wat oudere huizen, waar nog schuifdeuren en lokale kachels in zaten. Die schuifdeuren doen we dicht. Alles bij elkaar scheelt dat een enorme hoeveelheid werk, materialen en energie. Bovendien brengt deze oplossing een lagere netbelasting met zich mee en volstaat al een lagere capaciteit van centrale systemen, zoals het elektriciteits- of warmtenet. Tot slot wordt het zo ook eenvoudiger om een balans te vinden tussen zomer- en winterbelasting van het net.”

Creativiteit
“Overigens vraagt zo’n kern-oplossing wel om de nodige creativiteit, ook van installateurs en aanpalende disciplines. Zelf ben ik op zoek gegaan naar een moderne schuifdeur, maar merkte al snel dat de keuze beperkt is. Of het wordt een vaste deur, die een barrière vormt voor de rest van het jaar, of het zijn enkelglas schuifdeuren, veelal hangend met spleten. Een mooie oplossing van dubbelglas, die in de zomer uit zicht verdwijnt, is er (nog) niet. Ook in het schakelen met twee temperatuurzones valt nog wat te ontdekken. De rest van het huis moet immers wel vorstvrij blijven, eventueel bijvoorbeeld met een infrarood paneel op de badkamer. Maar, terwijl we die eerste stap uitvoeren, waarbij woningen worden voorzien van hybride warmtepompen en zonnepanelen, ontwikkelen we de zomer-winter woning gewoon verder. Bij beide stappen speelt de installateur een belangrijke rol. Hij zou ze bijvoorbeeld als deel- of totaalpakket kunnen aanbieden.”

Integraal ontwerpen
“Waar het op neerkomt, is dat we de woningbouw en utiliteit niet kunnen blijven benaderen zoals we dat altijd gedaan hebben. We moeten in het licht van de energietransitie waarin we ons nu bevinden, de gebouwde omgeving opnieuw uitvinden. We hebben niet alleen voor de bestaande bouw een creatieve, snelle en effectieve aanpak nodig, maar ook in de nieuwbouw. Bouwfysici, installatieadviseurs, installateurs, bouwkundige aannemers en architecten zullen gezamenlijk met elkaar moeten optrekken, om zowel het energiegebruik als de materiaalbelasting drastisch omlaag te brengen, gas uit te faseren, en de CO2-uitstoot op 0 te krijgen. Hier ligt overigens ook een taak voor de vakopleidingen om mensen klaar te stomen.”

CO2-lockdown
“In Oostenrijk heeft men al een aantal gebouwen zodanig weten te ontwerpen, dat ze op basis van de interne warmtelast en zonnewarmte geheel zonder verwarmingsinstallaties kunnen functioneren. Of dat de ultieme oplossing is, zal de tijd moeten leren, maar het geeft aan dat we op een heel diep, fundamenteel niveau anders naar de gebouwde omgeving moeten leren kijken. Te beginnen bij de bestaande bouw: de curve moet snel omlaag. Net zoals we nu de verspreiding van het coronavirus willen elimineren, moeten we dat ook met CO2-emissies doen. Om nog grotere rampen, of zelfs een CO2-lockdown te voorkomen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

Van veldverwarming tot airco op hotelboot

Installatietechniek is vaak maatwerk. Bijna geen project is hetzelfde. Een goed voorbeeld hiervan zijn de installatieprojecten in dit artikel. Stuk ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen