Category Archives: artikel

Blijven ontwikkelen

Gepubliceerd op

Voor veel vakmensen in de technische installatiebranche heeft corona gezorgd voor een veelbewogen jaar. De vakmensen in de techniek komen immers vaak bij mensen thuis. Het werk gaat grotendeels door. Maar hoe? Welke obstakels zijn er? En liggen er ook kansen? Drie vrouwelijke installateurs vertellen over hoe de coronacrisis impact heeft op hun werk en privéleven, en hoe ze ondanks de maatregelen tóch bezig blijven met hun ontwikkeling.

Malon Mettenich

Na haar mbo- en hbo-opleidingen in installatietechniek werkte Marlon Metternich (35) als engineer bij verschillende bedrijven. Inmiddels werkt ze 3,5 jaar als consultant duurzame energie bij Kuijpers in Den Bosch. “Ik heb altijd interesse gehad in techniek en werk daarnaast graag met mensen. De technische installatiebranche is dus perfect voor mij!” Esther van Dam (22) werkt al vijf jaar voor het Papendrechtse familiebedrijf Van Dam Verwarming en geniet net als Marlon van haar werk. “Ik houd mij vooral bezig met het onderhoud van cv-ketels en het oplossen van storingen. Een super leuke baan dus!” Beheertechnicus Mariska van Leest (26) begon op haar 19e in de elektrotechniek, na de mbo-opleidingen elektrotechniek en installatietechniek gevolgd te hebben. “Ik heb de kans gehad om bij veel afdelingen van ENGIE rond te kijken en ben nu helemaal op mijn plek als beheertechnicus!”

Een bewogen jaar
Met het uitbreken van de coronacrisis hebben de drie vrouwen er ieder een bewogen jaar opzitten. Toen Marlon begin januari 2020 voor het eerst hoorde over corona, voelde het nog ver weg. “Maar nadat het virus in maart Nederland bereikte, veranderde ook mijn werk bij Kuijpers. Dat ging vrij gemakkelijk; Kuijpers was al grotendeels gewend aan digitaal werken. Overigens bevalt het prima; drie jaar geleden hebben we alles gedigitaliseerd en de kasten meteen afgebroken, zodat we niet meer teruggaan naar de bergen papier.” Het creëren van de thuiswerkplek ging Marlon en haar man ook gemakkelijk af omdat zij over een kantoorruimte aan huis beschikken. “Afhankelijk van de maatregelen gaan we wel of niet bij klanten op bezoek. En we doen veel online; dat plant makkelijk en scheelt veel reistijd!”

Mariska van Leest

Even zoeken
Mariska ondervond meer hinder van de pandemie, omdat zij veel in verzorgingstehuizen kwam op het moment dat de crisis uitbrak. “Het was in het begin echt wel even onduidelijk wat wel en niet mocht. Bij verzorgingstehuizen wilden ze liever niet dat we langskwamen om onderhoud te doen. Daar kwamen we alleen als er een echte storing was.” Ook voor Esther was het aanvankelijk even zoeken. “Wij waren bang dat we niet mochten werken, omdat we veel bij mensen thuis komen. Bovendien zijn we een familiebedrijf; wat als één van ons in quarantaine moet? Wat doet dat met het bedrijf?” Gelukkig zijn de gevolgen beperkt gebleven, zo geeft Esther aan. “Corona heeft gelukkig weinig impact gehad op de werkzaamheden die we kunnen doen. Met inachtneming van de maatregelen is het goed te doen.”

Nieuwe uitdagingen
Wat merken de drie op de lange termijn van de gevolgen van corona? “Ik verwacht dat deze manier van werken in de toekomst wel zal blijven bestaan”, aldus Marlon. “Het wordt nu nóg makkelijker om thuis- en kantoordagen te combineren.” Mariska geeft aan dat ze helemaal gewend is aan de maatregelen. “We weten inmiddels dat we elke dag te maken krijgen met nieuwe uitdagingen. Panden zijn bijvoorbeeld leeg, waardoor lekkages soms lastig te detecteren zijn. En we moeten af en toe wat shifts van elkaar overnemen als collega’s in quarantaine moeten.” Voor Esther valt de hinder op dit moment mee. “Het was aanvankelijk gek dat je klanten geen hand mocht geven. Maar inmiddels tref je alle voorzorgsmaatregelen zonder erbij na te denken.”

Creatieve oplossingen
Zoals bij iedereen is de impact van de pandemie ook op het privéleven groot. Marlon ging op zoek naar creatieve oplossingen toen de kinderdagverblijven sloten. “Mijn zussen en ik hebben het om de beurt opgevangen. Op mijn vrije dag was mijn huis opeens een kinderdagverblijf!” Mariska geeft aan dat thuiswerken er als beheertechnicus niet inzit en ze dus veel op pad is. “Ik woon op mezelf, dus als ik wel thuis ben probeer ik – binnen de maatregelen – nog wat vrienden te zien. En ik probeer veel online te doen. We moeten leuke dingen blijven doen met elkaar, ook al is het op afstand!” De impact op Esthers leven is groot, zo vertelt ze. “Het leven buiten het werk ligt een beetje stil. Ik ben dus heel blij dat ik dankzij mijn werk veel buiten de deur ben. Werk is daardoor een fijne uitlaatklep, zeker ook omdat ik het op mijn werk zo naar mijn zin heb.”

Esther van Dam

Blijven ontwikkelen
Ondanks alle beperkingen proberen Marlon, Mariska en Esther zich te blijven ontwikkelen in hun vak. Voor de crisis hadden Marlon en haar collega’s vier keer per jaar een kennissessie. “Dat doen we nu minder vaak, want online mis je toch die interactie en mogelijkheid om te sparren.” Wel heeft ze onlangs een online training gehad over elektrotechniek. “Ook in tijden van crisis moet je doorgaan met je ontwikkeling als vakmens.” Mariska onderschrijft dit en geeft aan dat corona ook nieuwe kansen biedt. “Juist omdat het pand nu leeg staat, kunnen we innoveren en testen hoe we ons systeem beter kunnen maken.” Ook Esther blijft bezig met haar ontwikkeling als vakvrouw. “Jazeker! Ik heb onlangs mijn CO-certificaat gehaald. Het was even afwachten of het praktijkexamen kon plaatsvinden, maar gelukkig lukte het!”

Een vak voor mannen én vrouwen
Esther en Marlon zetten zich naast hun werk in voor VHTO, het Expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT. Esther: “Voor VHTO kun je gastlessen geven op scholen om hen te inspireren de techniek in te gaan. Deze gastlessen zijn er vooral op gericht een einde te maken aan het beeld dat techniek alleen voor mannen is, en het vakgebied daarmee onder vrouwen te promoten. Inmiddels heb ik zelf ook een gastles gegeven op een school en ik vond het heel leuk om te doen!” Esther is benieuwd naar de verdere mogelijkheden met betrekking tot haar eigen ontwikkeling. “Via VHTO ben ik in aanraking gekomen met Wij Techniek. Ik ken hen nog maar net, maar kijk er uit mij verder te verdiepen in hun aanbod!”

Een geweldig vak
Wat willen Marlon, Mariska en Esther meegeven aan vrouwen die overwegen de stap te zetten naar de techniek? Marlon: “Ik was zelf als kind al erg geïnteresseerd in installatietechniek, en dat is in de loop der jaren alleen maar gegroeid. Naast mijn passie voor de techniek zelf haal ik veel energie uit klantcontact. Servicegericht werken, adviseren, uitleggen welke keuzes de klant heeft. Deze dingen maken het vak boeiend en heel divers!” Hier sluit Mariska zich bij aan: “De techniek is een geweldig vak en ik kan het iedereen aanraden!” Esther kan dit alleen maar beamen. “Ik zou willen meegeven: als je iets leuk vindt, doe het gewoon! Ons vak is prachtig, want je bent lekker met je handen bezig, je hebt veel contact met klanten en iedere dag is anders! 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Overweeg jij de (over)stap te maken naar de techniek?
Kijk op www.wijtechniek.nl voor de mogelijkheden die er voor jou liggen!

Techniek Nederland pleit voor meer vrouwen in techniek op Girls day

De carrièrekansen voor meisjes en vrouwen in de techniek zijn groter dan ooit. Toch is op dit moment nog maar ...
Verder Lezen

“Er zijn méér technici nodig op alle opleidingsniveaus”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen wijst Techniek Nederland voorzitter Doekle Terpstra de politiek op het belang van het ...
Verder Lezen

Nederlander ziet zichzelf niet snel in de techniek werken

Hoewel Nederlanders de kansen kennen van het technische vakgebied, laten ze werken in de technische branche liever aan een ander ...
Verder Lezen

Welkom vakman of vakvrouw!

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en ...
Verder Lezen

De Waterrevolutie

Gepubliceerd op

De EPC ging ten onder aan zijn eigen succes. Op meer hadden we niet kunnen hopen als sector. Maar nu de energierevolutie al een flink eind op weg is, wordt het ook tijd om de waterhuishouding onder de loep te nemen. Moeten we de Waterprestatienorm verplicht gaan stellen?

Door klimaatverandering regent het veel meer en komen er steeds vaker hevige regenbuien voor. Dat levert overlast op. Tegelijkertijd zien we dat er zelfs in Nederland tekorten aan drinkwater kunnen ontstaan. Naast verdroging merken drinkwaterbedrijven bovendien dat een significant deel van hun bronnen onder druk staat door vervuiling. De overlast aan regenwater en de bedreiging van de drinkwatervoorziening maken verandering van onze watersystemen noodzakelijk. En die veranderingen zullen vooral in de gebouwde omgeving gaan plaatsvinden. Oftewel op het terrein van de installateur.

Pionier
Sinds 2017 nemen we ieder jaar de stand van zaken door met Johan Bel. Hij had al in een vroeg stadium door dat er een watertransitie aankwam en is de eigenaar van Mijn Waterfabriek. Het bedrijf levert intelligente systemen voor het gebruik van regenwater en voor het hergebruik van grijs water en zwart water.

Decentrale oplossingen
Volgens Bel is de watertransitie inmiddels al gaande. “We zitten nu op het punt waar we pakweg 10 jaar geleden zaten met de energietransitie. Daar verschoof de aandacht geleidelijk aan naar decentrale duurzame oplossingen, zoals PV-panelen en warmtepompen. In de watersector zien we nu een groeiende belangstelling voor regenwater- en grijswatersystemen, infiltratie-oplossingen voor het eigen perceel en waterbesparende technieken.”

Voortrekkersrol
Daarbij spelen grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Utrecht een voortrekkersrol, vervolgt Bel. “Deze steden willen klimaatadaptief worden, onder andere om hun waterhuishouding op orde te houden.” Ook de drinkwaterbedrijven doen een duit in het zakje, bijvoorbeeld door in toenemende mate campagnes te lanceren voor verantwoord watergebruik.

Doel
Het uiteindelijke doel is wat Bel betreft om waterneutrale gebouwen te realiseren. Analoog aan de Trias Energetica bedacht hij daarvoor de Trias Aqua als leidraad, die aangeeft welke stappen je zet als installateur om het gewenste doel te bereiken:
- Ten eerste pas je zoveel mogelijk waterbesparend sanitair toe.
- Vervolgens maak je gebruik van schoon, zacht en gratis hemelwater
- Blijft er dan nog een watervraag over, dan kun je ook het afvalwater gaan hergebruiken. Voor alle duidelijkheid: hieronder verstaan we grijs (licht verontreinigd) en zwart afvalwater.

Waterprestatienorm
Opvallend genoeg vinden de grote veranderingen nu juist plaats in de woningbouw. “Het Drinkwaterbesluit biedt meer ruimte om te sleutelen aan individuele leidingsystemen dan collectieve leidingsystemen”, legt Bel uit. Beleid kan dus een aanjager zijn van de watertransitie. In dat kader zou de waterspecialist graag zien dat de Waterprestatienorm verplicht wordt gesteld. Analoog aan de EPC is de WPN een rekenmethode waarmee voor een gebouw het theoretische watergebruik kan worden berekend, onder een bepaald gebruikerspatroon. Evenals bij de EPC zou een voortdurende aanscherping van de WPN uiteindelijk leiden tot waterneutrale gebouwen. “Het is wel broodnodig dat er dan eerst stappen worden gezet op beleidsmatig niveau, zodat verduurzaming van de waterhuishouding in de gebouwde omgeving wettelijk is ingebed. Daarnaast heb je een ‘sense of urgency’ nodig, om alle stakeholders en de consument aan boord te krijgen. Ik denk dat de WPN de eerstkomende 5 jaar nog geen verplichtend karakter zal krijgen.”

Waterkwaliteit
Maar niet alleen waterschaarste in de zomer of overvloedige regenbuien in andere seizoenen leveren uitdagingen op. Ook de waterkwaliteit komt meer en meer ter discussie te staan. Door verontreinigingen, denk onder andere aan medicijnresten, kost het drinkwaterbedrijven steeds meer moeite om de zuiverheid te garanderen. Dat zorgt onder andere voor een groeiende vraag naar filtersystemen, merkt Bel. Al met al meer business voor de installateur.

Installateur
En daarmee komen we bij de hamvraag: welke marktkansen brengt de watertransitie met zich mee voor de installateur? “De watertransitie moet nog op stoom komen, maar het kan geen kwaad om alvast kennis binnen te halen”, adviseert Bel. “Ik voorzie vooral extra vraag naar filteroplossingen, regenwater- en grijswatersystemen op termijn.” Het zal met name lastig worden voor de kleine installateur om al die ontwikkelingen bij te benen, want er gebeurt al zoveel in het vakgebied en we komen heel veel handen tekort.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Regenwatersystemen

Door veranderende regelgeving worden particulieren bij nieuwbouw verplicht om het regenwater op eigen terrein te verwerken. De meest zinvolle manier om dat te doen is het opvangen en gebruiken van het regenwater binnen de woning. Bij Mijn Waterfabriek resulteert dat in een sterk toenemende vraag naar regenwatersystemen zoals de HOME Comfort. Dat is het basis regenwatersysteem dat geschikt is voor toiletspoeling, wasmachine en buitenkraan bij woningen. Het regenwater wordt opgevangen in een betonnen regenwatertank van 5 of 6m3, die voorzien is van een filter (nr.1) voor de verwijdering van blad en zand. Een krachtige onderwaterpomp (nr.3) perst het regenwater naar de aangesloten tappunten. In de tank hangt een niveaumeting (nr.4) die een signaal doorgeeft naar een LED-indicator (nr.6) in de woning. Als het niveau in de tank te laag wordt, schakelt deze een magneetventiel open. Dan wordt de tank met 10% leidingwater bijgevuld. De plaatsing van een dergelijk regenwatersysteem is typisch een klus voor installateurs.

Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen gaan samen

Aqua Nederland is de nieuwe naam voor de gezamenlijke vakbeurzen Aqua Nederland Vakbeurs en RioleringsVakdagen. De eerste editie onder de ...
Verder Lezen

Watertransitie volgt energietransitie

De energietransitie houdt installateurs dagelijks bezig, we zitten er al middenin. Nieuw is de watertransitie. Daarvan staan we aan het ...
Verder Lezen

Verduurzaam de waterhuishouding: Trias Aqua

Terwijl de energietransitie in volle gang is, dient zich alweer een nieuwe revolutie aan. Diverse experts op het gebied van ...
Verder Lezen

Van toiletspoeling tot bierproductie

Klimaatverandering noodzaakt ons anders om te gaan met regenwater; steeds meer burgers en bedrijven worden door hun gemeente verplicht het ...
Verder Lezen

Een nieuwe sanitaire revolutie?

Gepubliceerd op

Gezondheid en sanitaire oplossingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de corona-epidemie is dat besef nu sterker dan ooit, merken drie deskundigen van Grohe, Wavin en Geberit. Welke trends signaleren zij?

Tot 1870 lag de gemiddelde levensverwachting rond de 40 jaar. Daarna zien we een stijgende lijn die erin heeft geresulteerd dat we tegenwoordig gemiddeld 81,56 jaar oud worden. Vaak wordt er daarbij gewezen op medische ontwikkelingen. Die zouden verantwoordelijk zijn voor de verbetering van de volksgezondheid. Hoewel antibiotica en vaccinaties om maar twee voorbeelden te noemen zeker een rol hebben gespeeld, is het voor een groot deel aan de verbeterde sanitatie te danken dat het vroegere 40 nu 81 is geworden.

Op het netvlies
Je zou zeggen dat we als installatiebranche doordrongen zouden moeten zijn van deze geweldige prestatie. Dat valt tegen. Hoewel sanitaire technieken en gezondheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, merken experts dat de installateurs het maar “ergens op hun netvlies hebben staan”, zoals René Offringa het treffend verwoordt.

Veiligheid en gezondheid
De zestiger is al ruim 40 jaar werkzaam bij Wavin, onder andere als technisch adviseur en productontwikkelaar. “Installateurs zijn toch vooral met de techniek van de systemen bezig, veiligheid en gezondheid zijn geen hoofdthema’s voor hen.”

Praktijk
Offringa onderbouwt zijn verhaal met enkele praktijkvoorbeelden. “Hoe vaak zien we niet dat keurig verpakte Tigris of Hep2O fittingen uit de verpakking los in open kratten of boxen worden overgegooid en dan meteen vuil worden? Ook hotspots blijven een item, hoewel je daarvoor niet altijd naar de installateur kan wijzen. Vaak ligt het ook aan het ontwerp. Tot slot hoor ik nog regelmatig dat ontspanningsleidingen te dicht bij de inlaat van een ventilatiesysteem worden gemonteerd, waardoor er stankklachten optreden.”

Impact pandemie
Hoewel dus zeker voor verbetering vatbaar, lijken de branche, professionele opdrachtgever en ook reguliere consument wel iets meer oog te krijgen voor gezondheidsaspecten. Rogier van Dis wijst daarbij op invloed van de coronapandemie. Volgens de topman van Grohe Benelux en UK zijn bijvoorbeeld musea en horecagelegenheden naarstig op zoek naar aanrakingsvrije kranen. Dat heeft natuurlijk ook zijn weerslag op de inkoop en adviesrol van groothandelaren. Daarnaast schaft de consument bijvoorbeeld sneller bedieningspanelen aan met een antibacteriële laag. En de verkoop van de douche-wc, die al in de lift zat voor crisis, heeft eveneens een hoge vlucht genomen. Maar ook Van Dis kraakt een kritische noot, die eigenlijk goed aansluit bij de bevindingen van Offringa: “De installateur verstaat zijn vak, maar zou de klant daarin meer kunnen meenemen door het delen van kennis en kunde. Wij kunnen de installateur helpen met het geven van een goed advies, wat een positief effect heeft op hun verkoopresultaten en klanttevredenheid.”

Doorontwikkeling
Jeroen Bosman, Productmanager bij Geberit, neemt de gelegenheid te baat om de installateur nog maar eens te waarschuwen zich vooral te houden aan de NTR 3216, nu er een pittige discussie woedt over opspattend water en het gevaar op corona in toiletten. Hij verwacht dat de pandemie een impuls zal geven aan de verdere doorontwikkeling van sanitaire oplossingen, maar in de brede zin des woords. “Bijvoorbeeld door de fabricage van hogere tussenschotten voor urinoirs, zodat ook de adem wordt geblokkeerd.” Ook zal het onderhoud meer onder de loep komen te liggen. “Denk aan de regelmatige reiniging/vervanging van luchtfilters in sanitaire voorzieningen.”

Brede range
De geïnterviewden brengen een brede range aan sanitaire producten op de markt die een duidelijke link hebben met gezondheid. Behalve douche-wc’s en aanrakingsvrije bedieningsplaten en kranen kan er dan bijvoorbeeld gedacht worden aan perssystemen, sifons, inbouwsystemen, maar ook aan rainshowers om een wellness-ervaring te creëren tijdens het douchen.

Inzoomen
Die producten zoomen allemaal in op een ander gezondheidsaspect. Een waterloos sifon is bijvoorbeeld erg handig als je te maken krijgt met een warme omgeving. Zo voorkom je immers de stankklachten, die optreden als een doorsnee sifon opdroogt. Een perssysteem met trekvaste en waterdichte fittingen zorgt ervoor dat je eenvoudig lekkage kan voorkomen. En met een inbouwsysteem heb je geen randjes, waardoor het oppervlak schoner blijft. Douchegoten met een makkelijk te verwijderen haarzeef tot slot maken zowel de reiniging als het onderhoud een stuk eenvoudiger.

Versnelling
Bosman gaf het al aan: de pandemie zal zeker de doorontwikkeling van oplossingen stimuleren en eventueel versnellen. Van Dis onderschrijft zijn mening. Zo brengt Grohe onder andere nieuwe sensorkranen op de markt. Daarnaast komen langlopende vraagstukken, zoals het legionellaprobleem, wat meer in de spotlights te staan. Bij Grohe merken ze dat aan de grote belangstelling voor trainingen die ingaan op het belang van legionellapreventie bij de installatie en het onderhoud van drinkwatersystemen. Maar ondanks die groeiende aandacht, zijn er nog fikse obstakels te nemen. Offringa wijst bijvoorbeeld op rubbers in thermostaatkranen, “die een bron van zorg blijven”.

Waterbesparing
Uiteraard zijn er meer thema’s die hun stempel drukken op het vakgebied. Soms hebben die ook duidelijke raakvlakken met gezondheid. Denk aan waterbesparing. Offringa: “Toiletten met een 4 l spoeling blijken in de praktijk de nodige problemen met zich mee te brengen in de leidingsystemen bij de afvoer van urine en poep. Vaak gooien ze het toch weer omhoog naar 7 l.” Theoretisch gezien valt het probleem wel op te lossen met een vacuümriolering, maar dan raak je een ander heikel thema in de branche: energiebesparing. “Je gebruikt namelijk meer energie”, legt Bosman van Geberit uit.

Waterkwaliteit
Ook de waterkwaliteit zelf mag zich verheugen op toenemende belangstelling. Van Dis: “Het kost steeds meer moeite om de kwaliteit op peil te houden, door toenemende vervuiling. Microplastics, medicijn- en drugsresten zijn daar onder andere debet aan. Wij merken het onder andere aan de stijgende verkoop van filtersystemen, vooral in Zuid- en Oost-Europa.”

Milieuvriendelijk
En dan is er nog circulariteit of iets ruimer genomen: milieuvriendelijke productie. “Hier wordt op uiteenlopende manieren vorm aan gegeven. Zo dwingt de regelgeving ons nu om regenwater te verwerken op het eigen perceel. De belangstelling voor infiltratiesystemen is daarom booming”, vertelt Offringa van Wavin. En Grohe produceert al sinds vorige jaar haar kranen op een CO2-neutrale manier.

Grenzen
De consument en professionele opdrachtgever haken aan, maar stellen wel hun grenzen, blijkt uit het relaas van Bosman. “Op het moment dat bijvoorbeeld waterbesparing het comfortniveau beïnvloedt, is het andere koek. Uiteindelijk leven veel mensen wel voor hun comfort.”

Conclusie
De coronapandemie heeft de belangstelling voor sanitaire systemen en gezondheid in een stroomversnelling gebracht. Dit proces zal nog een fikse impuls krijgen door de watertransitie, die in navolging van de energietransitie de komende jaren haar stempel gaat drukken op de installatiesector. Gevolg: nog meer business voor de branche 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Sanitaire installaties

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg ...
Verder Lezen

Sanitairfabrikant toont innovaties dit jaar online

Vanwege de coronapandemie presenteert Geberit haar innovaties dit keer online. De sanitairfabrikant toont haar nieuwste producten wel in een fysieke ...
Verder Lezen

Flinke donatie voor betere waterhygiëne en sanitair in Nigeria

Sanitairmerk Grohe BeNeLux doneert 141.000 euro aan Nigeria voor een betere waterhygiëne en sanitaire voorzieningen. In dit land overlijden elk ...
Verder Lezen

Intelligente kranen voor drinkwater en sanitair winnen aan populariteit

Digitalisering maakt sanitaire kranen steeds intelligenter. Smartphone-apps verhogen niet alleen de productfunctionaliteit maar maken de kranen ook gebruiksvriendelijker. Tegelijkertijd zijn ...
Verder Lezen

Sanitaire installaties

Gepubliceerd op

Door de coronalockdown staat in veel gebouwen het water in leidingen stil. Bijkomende zorgen om de legionellabacterie maakt legionellapreventie nóg urgenter. Onno Leever houdt zich al ruim twintig jaar met Legionella bezig. Sinds januari zet hij zijn expertise in bij ISSO.

“Qua kennisontwikkeling op het gebied van Legionella, en sanitaire installaties in bredere zin, staat er voor 2021 weer van alles op stapel”, vertelt Onno Leever, van Leever installatie adviseurs. “Zo verschijnt er een nieuwe versie van ISSO-kleintje Legionellapreventie en wordt de ISSO-publicatie 55.1 ‘Handleiding legionellapreventie in leidingwater’ aangepast. Ook komt er een aanpassing op publicatie 55.2 ‘Zorgplicht legionellapreventie’. Daarnaast is een commissie bezig om de regelgeving voor legionellapreventie te evalueren, wat aangepaste legionellawetgeving zal opleveren.” Leever zit in deze begeleidingscommissie.

Kennisontwikkeling
In januari heeft hij het stokje overgenomen van Irene van Veelen, voormalig specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO. “Ik kende Irene onder andere al van de commissie NEN 1006 en ook vanuit de Waterwerkbladen hadden we al samengewerkt. Daarnaast hadden Irene en ik al eens samengewerkt bij een innovatiebijeenkomst over warmwatercirculatiesystemen”, vertelt Leever. “Toen ISSO een vervanger zocht voor de functie van Irene, heeft zij mijn naam laten vallen. Zo ging het balletje rollen. Ik was gelijk enthousiast. Binnen mijn eigen bedrijf doen we veel aan kennisdeling en aan zelf kennis opdoen. Als er een nieuw normblad of een nieuwe NTR uit is, sluit ik me bij wijze van spreken drie dagen op om hem te lezen. Daarna deel ik binnen mijn team wat de belangrijkste wijzigingen zijn. ISSO is ook zeer gericht op kennisontwikkeling. Het past daarom ontzettend goed; de missie van ISSO en die van mijzelf zijn gelijk.”

Waterschade-onderzoek
Leever startte zijn bedrijf in 1991 als zelfstandige. Destijds maakte hij vooral technische berekeningen en tekeningen voor installateurs. Het specialisme Legionella kwam er in 1999 bij. Inmiddels is zijn adviesbureau uitgegroeid tot een flinke organisatie die tekeningen en installatieberekeningen maakt voor wonen, werken en recreëren. “Overal waar het ingewikkeld wordt, komen wij kijken”, zegt Leever. “Zo bemiddelen we ook bij geschillen en we doen bijvoorbeeld waterschade-onderzoek.”
Verbrandingsgevaar door warm tapwater
Een thema waarvoor Leever een lans breekt en dat hij ook als discussiepunt heeft ingebracht in de NEN 1006 (waterwerkbladen) commissie, is dat van verbrandingsgevaar door te warm tapwater. Leever: “Het gaat bijvoorbeeld fout als in het warmwatergedeelte van de installatie wel een pomp zit maar in het koudwatergedeelte niet. Toch kun je dergelijke temperatuurschommelingen van tapwater, en dus verbrandingsgevaar tijdens het douchen, voorkomen. In ISSO-publicatie 55 ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’ staan daarover bijvoorbeeld adviezen. De technieken om dergelijke verbranding te voorkomen zijn er zeker, maar preventie is niet in de wet opgenomen. Deze huidige richtlijnen over de temperatuur voor warm tapwater in drinkwaterleidingen zijn vooral bedoeld om de groei van de legionellabacterie in leidingwaterinstallaties te voorkomen. Dat is inderdaad van groot belang, maar de focus moet eigenlijk op allebei liggen: én legionellapreventie, én het voorkomen van verbranding door warmtapwater. Er zijn zeker situaties waarin het verantwoord is om de taptemperatuur legionellaveilig te verlagen.”

Waterbesparing
Een tweede onderwerp dat de nieuwe specialist Sanitair en Legionellapreventie bij ISSO inbracht bij de NEN 1006 commissie, is waterbesparing. Zijn ideaalbeeld is om de balans te vinden waar installaties nog optimaal werken, met een maximum aan waterbesparende mogelijkheden. “Ik zou daarvoor graag ontwikkelingen terugzien in zowel producten, als wet- en regelgeving. Ook van thema’s als het scheiden van waterstromen van verschillende kwaliteit, dus huishoudwater en drinkwater, verwacht ik dat we de komende jaren meer gaan horen.”

Nieuwe wetgeving
Voor zijn nieuwe functie bij ISSO, die hij parttime invult naast zijn werk als adviseur Installatietechniek en legionellapreventie bij Leever installatie adviseurs, hoopt de specialist flinke stappen te zetten in gezondheid, veiligheid en comfort voor sanitaire installaties. Leever: “Ik zou het fantastisch vinden als we voor elkaar kunnen krijgen dat bepaalde delen uit ISSO-publicaties als wetgeving worden opgenomen. Bijvoorbeeld als het gaat om preventie van verbranding door te warm tapwater. En daarnaast vind ik het erg interessant om nu namens ISSO in de commissie te zitten voor de nieuwe legionellawetgeving.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Legionellaspecialist haalt UV-technologie in huis

Holland Water, specialist in legionella-beheersende watertechnologie, neemt de UV-activiteiten en handelsnaam Uvidis® over van branchegenoot WaterZorg Friesland. Het is de ...
Verder Lezen

Legionellabestrijder vindt investeerder voor verdere groei

Holland Water, specialist in de bestrijding van Legionella, is een samenwerking aangegaan met investeringsmaatschappij OxGreenfield. De maatschappij verschaft het benodigde ...
Verder Lezen

Corona en legionella; alertheid blijft geboden

De coronacrisis brengt ook een ander gevaar met zich mee. Door de leegstand van gebouwen neemt het gevaar op legionella ...
Verder Lezen

Hotel Oud Londen in Zeist kiest voor steunpakket om legionella te voorkomen

Hotel en restaurant Oud London in Zeist maakt als eerste horecabedrijf in Nederland gebruik van het Steunpakket Veilig Drinkwater dat ...
Verder Lezen

Brein buiten de douche

Gepubliceerd op

Ieder gezinslid zijn eigen doucheprofiel, met een instelmogelijkheid voor een maximale douchetijd of maximale temperatuur. Per persoon bekijken wat de kosten zijn van elke douchebeurt. De nieuwe Aqualisa elektronische mengkraan maakt bewust en duurzaam watergebruik mogelijk. De mengkraan is bovendien voorzien van connectiviteitsfuncties zoals Wi-Fi, App en spraakbesturing en kan worden verbonden met andere slimme toestellen in huis, zoals de slimme speakers als Amazon Alexa en Google Nest.

“Hey Google, zet mijn douche aan”, zal snel een vertrouwd commando worden in woningen met een nieuwe Aqualisa Smart Quartz Collectie Douche”, zegt Aqualisa Head of International Development, Zoe Nguyen. “Elektronische mengkraantechnologie bestaat al sinds 2001. Wij waren de eerste fabrikant die hiermee op de markt kwamen en denken dat landen zoals België en Nederland er nu klaar voor zijn. Zeker omdat woningen kleiner worden gebouwd en alles slimmer zal worden.”

‘Brein’ buiten doucheruimte
Het thermostatische gedeelte van deze mengkraan wordt letterlijk en figuurlijk weggetrokken vanuit de douche- of bad-omgeving (zie afbeelding). Alleen de bediening blijft zichtbaar. De controller staat in verbinding met een datakabel die aangesloten is op de SmartValve™; het effectieve brein van de installatie, die tot 10 meter van de doucheruimte geplaatst kan worden. Integreren in het plafond, onder het bad of in een kast behoort tot de opties.

Eén leiding voor warm en koud
In tegenstelling tot een klassiek thermostatisch ventiel, mengt het ventiel het koude en warme water elektronisch en gaat er slechts één leiding naar de hand- of regendouche. Indien er meerdere uitgangen zijn, is er een ‘omsteller’ beschikbaar. Zoe Nguyen: “Dit betekent een enorme kostenverlaging in accessoires en installatie-uren. Diepte in de wand is bij deze mengkraan niet meer nodig en dankzij de omsteller kunnen hand- en regendouches eenvoudig worden omgeleid zonder de leidingen aan te passen.” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Minder waterverbruik, toch royaal douchen

Grohe voegt een nieuwe hoofddouche toe aan haar assortiment. De Tempesta 250, geproduceerd in Lahr, Duitsland, is een royale hoofddouche ...
Verder Lezen

Huis verwarmen via doucheputje wint duurzame startup prijs

Een systeem voor het recyclen van warmte uit water is in de prijzen gevallen tijdens de dertiende editie van de ...
Verder Lezen

Hoe lang kun je douchen met een Itho Daalderop warmtepomp voorraadvat?

Voor all-electric toepassingen met warmtepompen is een voorraadvat nodig voor het bufferen van het warme tapwater. Bij de keuze van ...
Verder Lezen

Handdouche met drie straalsoorten

Grohe introduceert de nieuwe Rainshower SmartActive handdouche. Deze douche bevat slimme functies en intuïtieve bediening. De bijpassende glijstang kan door ...
Verder Lezen

Salestechneut

Gepubliceerd op

Meer dan ooit zijn opdrachtgevers bereid om geld te steken in een goed werkend ventilatiesys­teem. Dat hebben we deels te danken aan de coronapandemie. Specialisten, zoals Kouwer Installatietechniek, draaien nu topdagen, vertelt bedrijfsleider Tom Bruins.

Hij was ooit automonteur. Maar altijd met dezelfde mensen werken op dezelfde plek gaat vervelen, ondervond Bruins. Door een gelukkig toeval kon hij de overstap maken naar de installatietechniek. Inmiddels is hij alweer 18 jaar werkzaam in de branche.

Begintijd
Je ziet Bruins bijna glimlachen achter de telefoon, als hij vertelt over die begintijd. Hoe hij nadat hij afscheid had genomen bij de garage, toevallig hoorde dat ze een monteur zochten bij Ouderdorp Service. Er was gelijk een klik en Bruins mocht de volgende dag al meelopen. Eenmaal de smaak te pakken, haalde hij zijn papieren en werkte vervolgens bij verschillende installatiebedrijven.

Plezier
“Een geweldig vak”, vertelt hij enthousiast aan de lijn. “Veel op weg, verschillende klanten, uitdagende klussen...” Terugkijkend vond hij de storingsdiensten nog het leukste. “Het gevoel dat je kreeg als je iemand uit de penarie kon helpen, daar kon eigenlijk niks tegenop.”

Kouwer Installatietechniek
Bruins groeide door en werd vorige jaar bedrijfsleider bij Kouwer Installatietechniek. Het bedrijf bestaat nu pakweg 14 jaar en telt 15 medewerkers. Met als thuisbasis Huizen opereert de installateur vooral in ‘T Gooi. Kouwer Installatietechniek biedt een breed palet aan diensten aan, van cv-ketel installaties tot elektrotechnische en dakdekkers werkzaamheden. “Het zwaartepunt ligt bij de particuliere sector en dan doel ik vooral op renovaties.”

Waterstofketel
Bruins volgt de ontwikkelingen in de branche op de voet. Hij wordt enthousiast zodra de waterstofketel ter sprake komt. Volgens de gedreven techneut ligt er een grote toekomst in het verschiet voor deze warmteopwekker. “Deze techniek is uitstekend toe te passen in de bestaande bouw, ik vind de warmtepomp meer iets voor de nieuwbouw.”

Rijdende trein
Het is nog even afwachten welke weg de energietransitie zal inslaan. Vandaar dat Kouwer nog niet investeert in het bijspijkeren van medewerkers en de marketing van nieuwe diensten. “We springen liever op een rijdende trein”, legt Bruins uit.

Ventilatie
Voorlopig heeft hij trouwens al zijn handen vol aan bestaande opdrachten. Bruins merkt, evenals concullega’s, dat de corona-pandemie Nederlanders meer bewust heeft gemaakt van het belang van goede luchtkwaliteit. “Ze merken het ook sneller als er iets niet in de haak is, omdat ze veel thuiswerken.” En daar vloeit direct of indirect weer werk uit voort.

Project
Zo mag Kouwer Installatietechniek nu voor een opdrachtgever in maar liefst 690 woningen het ventilatiesysteem een opknapbeurt geven. Broodnodig, want “we liepen aan tegen verstopte kanalen en MV-boxen die dichtgeslibd waren. Het onderhoud lag al een jaar of 10 stil, vandaar.” Bruins heeft er vier man volcontinu opgezet. Ze doen eerst een beginmeting bij de afzuigventielen. Vervolgens worden de kanalen met roterende borstels schoongemaakt. Ook de MV-box gaat onder de loep. “Eerst wordt de bestaande box gedemonteerd en afhankelijk van de situatie krijgt hij een schoonmaakbeurt of wordt het apparaat vervangen.” Daarna is het tijd om een CO-sensor in de woonkamer te installeren en alle ventielen in te regelen. Kouwer Installatietechniek sluit af met een gedegen instructie aan de bewoners hoe ze in het vervolg met het ventilatiesysteem moeten omgaan.

Toekomst
Deze maand wil Bruins de werkzaamheden afronden. En dan in volle vaart naar de toekomst. “We zouden wel willen uitbreiden, doorgroeien tot een man of 20. En natuurlijk ook in de breedte een slag maken door er duurzame technieken bij te gaan doen.”

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Alleskunners

Sipke Hoekstra stapte van E over op W. De Friese vakman is daardoor van alle markten thuis, wat hem onlangs ...
Verder Lezen

Midden in de corona-hel

Een week geleden lachte het leven hem nog toe, maar sinds twee dagen ziet de toekomst er zorgelijk uit. Erg ...
Verder Lezen

Tekort aan handjes?… Hou daar eens over op!

Een tekort aan handjes. Hoe vaak hebben we dit al niet gehoord? Alsof we het hebben over een blikje mais ...
Verder Lezen

Spierkracht sparen met een exoskelet

Gepubliceerd op

Verantwoord en gezond werken is voortdurend in beweging. En de techniek levert hier met de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen een belangrijke bijdrage aan. Dat geldt zeker voor het exoskelet Skelex 360, een relatief recent ontwikkeld hulpmiddel dat met name gebruikt kan worden bij bovenhandse werkzaamheden. Hoe werkt het? Waar liggen de kansen en wat zijn de beperkingen? En hoe draagt het exoskelet bij aan veilig en gezond werken?

ArboTechniek heeft samen met SPIE Fire Protection & Security gewerkt aan een pilotproject om antwoord te geven op deze vragen. Hierbij is het exoskelet uitvoerig getest tijdens de installatie van sprinklers. Een mooi verhaal over de huidige stand van zaken.

Futuristisch instrument
Wat is een exoskelet? Albert Vullers en Carin van den Bosch kunnen deze vraag ieder vanuit hun perspectief uitgebreid en enthousiast beantwoorden. Albert is procesmanager bij SPIE Nederland en Carin is als ergonoom verbonden aan ArboTechniek. Beiden zijn betrokken bij een innovatief project waarin de Skelex volledig wordt getest. Gekeken wordt hoe het hulpmiddel benut kan worden in de technische installatie- en isolatiebranche. Albert: “Het exoskelet, de Skelex 360, is een op het oog futuristisch instrument dat ik tegenkwam op een techniekbeurs. Ik was meteen geïnteresseerd: hoe kan een installatiebedrijf als SPIE dit praktisch inzetten? In dit soort exoskeletten zorgen veren en bandjes ervoor dat bepaalde spiergroepen worden ontlast. Werkzaamheden hebben dan minder belasting op het lichaam en je kunt het langer onvermoeid volhouden.”

Gezamenlijke pilot
Carin zag ook al snel de waarde ervan in. “Het exoskelet wordt al veel gebruikt in de automotive industrie. Ook daar wordt ingezien dat je er onder andere je nekspieren, armspieren en schouderspieren mee ontlast. Voor mij was de vraag: hoe kan de installatie- en isolatiebranche hier in de breedte van profiteren? Het gaat hier immers om andere werkzaamheden. Deze pilot kan ons de antwoorden geven.” Hoe ziet de pilot eruit? Carin: “We hebben de pilot gezamenlijk opgezet. We weten dankzij onderzoek van TNO al hoeveel spierkracht je ongeveer bespaart met de Skelex, dus richt ons onderzoek zich op de praktijk. We zijn begonnen met een vragenlijst voor de monteurs die de Skelex testen. Hoe comfortabel zit het? Hoe is je bewegingsvrijheid? Welke werkzaamheden worden makkelijker? Welke lastiger? Deze vragen hebben we vergeleken met hun ervaringen zónder het exoskelet.”

Zorgvuldig
Zijn er al eerste resultaten van de pilot? Carin: “Ja, we zijn al flink wat wijzer geworden. Een gemengde groep van 9 monteurs heeft de Skelex getest; sommigen hebben het ook meerdere keren aangehad. Mensen die snel klachten krijgen merkten een heel sterk verschil. Anderen merkten weinig verschil, en weer anderen vonden het een lichte beperking bij sommige werkzaamheden. Naast de vragenlijst heb ik ook opnames gemaakt van monteurs die de Skelex gebruikten. Ik ga hun houding analyseren: hoeveel procent van de tijd werken ze boven schouderhoogte of met hun hoofd achterover gebogen? Je hebt het meeste profijt van de Skelex als je boven je hoofd werkt. Het heeft dus te maken met de werkzaamheden die je verricht. En met de bewegingsvrijheid. Als je bijvoorbeeld veel tussen stellingen moet werken, kan de Skelex juist een beperkende factor zijn. Je moet er daarom zorgvuldig mee omgaan.”

Sociale acceptatie
Volgens Albert kan een exoskelet ervoor zorgen dat het ziekteverzuim omlaag gaat. “We zien dat de Skelex bij mensen met bestaande lichamelijke klachten meteen curatief goed werkt. Daarnaast is het bij gezonde mensen een preventief hulpmiddel. Jonge, fitte mensen die aan het einde van een werkdag geen last hebben zullen op latere leeftijd minder klachten ervaren. De sociale acceptatie van het exoskelet is van belang, maar daarin is al een eerste stap gezet. Een jonge monteur die heeft mee-getest verwoordde het mooi: ‘Het maakt mij niet uit hoe het exoskelet eruitziet, als ik hiermee tien jaar langer met mijn zoontje kan voetballen is dat mij alles waard!’”

Een exoskelet in iedere bus
Carin beaamt dit. “Monteurs beginnen op relatief jonge leeftijd met werken. Je ziet dat ze rond hun 50ste, sommigen al eerder, last krijgen van fysieke klachten. Ze worden daar niet gelukkig van en op termijn kan het ook leiden tot psychische problemen.” Carin geeft aan dat het haar uitdaging is om uit te zoeken bij welke werkzaamheden het exoskelet gaat helpen, en dat vakmensen in de installatie- en isolatiebranche weten dat dit soort hulpmiddelen bestaan. En dat bedrijven voor zichzelf nagaan of zij het kunnen inzetten voor hun werkzaamheden.” Albert vult aan: “Het zou prachtig zijn als ieder techniekbedrijf in de toekomst een exoskelet in de bus heeft liggen om te gebruiken bij klussen waar dit het werk makkelijker, veiliger en gezonder maakt.”

Verdere implementatie
Hoe gaat Albert verder? “Ik zie graag voor me dat er verschillende pilots ontstaan om per werkzaamheid te ondervinden waar en hoe het exoskelet wel en beter niet ingezet kan worden. Dit kan in samenwerking met de fabrikant van de Skelex. Die heeft al veel ervaring met andere bedrijven en in verschillende branches. Hoe implementeer je de Skelex grootschalig en zorg je ervoor dat het goed gebruikt blijft worden? De eerste stap is nu gezet, proefondervindelijk zullen we verder onderzoeken. Het is een kostbaar hulpmiddel, maar als je het hebt over het terugdringen van ziekteverzuim dan is het in een mum van tijd terugverdiend.”

Unieke samenwerking
Carin is benieuwd of deze pilot kan leiden tot een breder gebruik van de Skelex. “Dit type is er al een paar jaar en wordt steeds beter. Veel bedrijven hebben er al een aangeschaft en aan de hand van de feedback wordt het product steeds verder verbeterd. Monteurs in de installatie- en isolatiebranche werken bijvoorbeeld vaak op hoogte. Daarom onderzoekt de fabrikant van de Skelex in hoeverre deze te integreren is met alle soorten van valbeveiliging.” De pilot met het exoskelet is een unieke samenwerking tussen installatiebedrijven, ontwikkelaars, brancheorganisaties, arbodeskundigen en zelfs verzekeraars. Albert: “Zorgverzekeraars zijn in het kader van gezond werken geïnteresseerd in het exoskelet. Onze verzekeraar heeft de aanschaf van ons eerste exoskelet alvast vergoed. Daar spreekt veel vertrouwen uit!” 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Wat is een exoskelet?

Een exoskelet is een draagbaar skelet dat je zelf kunt aansturen. Exoskeletten worden toegepast in werksituaties waar fysieke belasting hoog is. De belangrijkste functie van een exoskelet is het ondersteunen van een of meerdere lichaamsdelen waardoor het lichaam minder wordt belast.

Gezond en veilig werken

Meer weten over veilig en gezond werken in de technische installatie- en isolatiebranche? Kijk dan op de site van ArboTechniek. Daar vind je onder andere de Arbocatalogus en het Toolboxplatform.

Gezond en veilig aan het werk na de coronacrisis

Carrier introduceert een pakket oplossingen voor het helpen realiseren van een gezonde, veilige, efficiënte en productieve binnenomgeving voor gebouwen. Via ...
Verder Lezen

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand ...
Verder Lezen

Eerste Friese monteurs op praktijkexamen Vakmanschap CO

Zeven installatiemonteurs leggen vandaag het nieuwe, verplichte praktijkexamen Vakmanschap CO af. Dat gebeurt voor het eerst bij ROC De Friese ...
Verder Lezen

Vaillant gaat installateurs certificeren met ‘Bewijs van Vakmanschap’

Vaillant gaat installateurs van cv-ketels certificeren met een ‘Bewijs van Vakmanschap’. Sinds 1 oktober 2020 is de Gasketelwet van kracht ...
Verder Lezen

Ventileren en stank

Gepubliceerd op

Het komt regelmatig voor dat gebruikers last hebben van stank. In hun woning, kantoor of op school. Vaak wordt de installateur dan ingeschakeld om de oorzaak te achterhalen. Hoe doe je dat? Twee experts uit het veld geven tips.

Lino Noya Mahn is eigenaar van installatiebedrijf Noya Installatietechniek. Als installateur voert hij de meest uiteenlopende projecten uit, maar zijn hart ligt toch bij de ventilatietechniek. Wouter Wijma is directeur van Ned Air en voorzitter van Binnenklimaat Nederland. Sinds zijn aantreden probeert hij het belang van ventilatie meer tussen de oren te krijgen bij opdrachtgevers en bouwpartners. IZ sprak met beide ventilatiedeskundigen, die gezamenlijk meer dan 40 jaar ervaring hebben in de installatiebranche.

Corona
De coronacrisis blijft de gemoederen bezighouden. Nadat er aanvankelijk vooral aandacht was voor de overdracht van het virus via de fysieke weg, nam gaandeweg ook de belangstelling toe voor een andere, mogelijke transmissieroute: via de lucht. Dat heeft geresulteerd in “meer interesse voor ventilatie”, vertelt Wijma. “Maar helaas vloeien er vooralsnog weinig concrete opdrachten uit voort.” Wijma weet wel waaraan dat ligt: geld. “Scholen zeggen vaak geen budget te hebben en in de kantoorsector gaat men niet investeren in gebouwen als het merendeel van de zakelijke gebruikers thuis werkt.”

Woningbouw
Ook in de woningbouw lijken opdrachtgevers meer doordrongen te raken van het belang van goede ventilatie. “Toch hangen ze in nieuwbouwprojecten uiteindelijk vaak weer eenvoudig te installeren ventilatiesystemen op, zonder aan de kwaliteit van de lucht te denken. Men kiest voor de goedkoopste oplossingen,” vertelt Wijma.

Onderhoud
Installateur Noya Mahn merkt ook dat de belangstelling voor ventilatie toeneemt, zeker in de particuliere woningbouw. “Klanten lijken zich vooral zorgen te maken over het onderhoud.” In zijn geval vloeien daar ook de nodige werkzaamheden uit voort. Het gaat dan veelal om het vervangen van filters, wisselaars én het reinigen van kanalen.

Belang reinigen
Dat is niet verwonderlijk, zowel Wijma als Noya Mahn kunnen met gemak de meest afschrikwekkende voorbeelden geven van achterstallig onderhoud. Uit de verhalen komt naar voren dat het vooral schort aan regelmaat en frequentie. Noya Mahn: “Van klanten die ventilatiesystemen hebben waarbij nog nóóit een filter of slecht functionerende wisselaar van een WTW is vervangen of een kanaal is gereinigd kijk ik inmiddels niet meer op.”

Stankklachten
Door gebrekkig onderhoud neemt de kans op klachten toe. Gebruikers krijgen eerder last van allergieën, ziektes, maar ook van stank. “Neem bijvoorbeeld de wisselaar van een WTW-unit waaraan vuil is vastgekoekt, daar hangt een geur omheen. Als je daar verse lucht overheen laat gaan, komt er stank in het pand.” Noya Mahn ziet ook klanten die zelf hun keukenafzuigkap aansluiten op een ventilatieventiel. “De motor van het de afzuigkap zorgt ervoor dat de vuile lucht dan weer het toilet of de badkamer wordt ingeduwd, met wederom stankoverlast.”

Mobiele airco
De afgelopen zomer steeg het kwik naar nieuwe hoogtes. Noya Mahn kwam bij klanten over de vloer die de afvoerslang van hun mobiele airco-units op een ventilatieventiel hadden aangesloten. Ook dat zorgde in een aantal gevallen voor de nodige stankklachten elders in de woning, vertelt hij.

Stilstand
Soms is een gebouw of alleen het ventilatiesysteem tijdelijk buiten gebruik. Ook dat levert in een aantal gevallen stankklachten op. “Heeft het gebouw een ventilatiesysteem met kanalenwerk, dan kan zich in de tussentijd allerlei ongedierte en/of vogels hebben genesteld in de kanalen. Neem je het systeem vervolgens weer in gebruik, dan komen de geurtjes van de achtergelaten resten het gebouw in.”

Riool
Wijma kent de horrorverhalen. Hij wijst nog op een andere veelvoorkomende oorzaak van stankoverlast: perikelen die te maken hebben met de riolering. “Neem nu de sifon, als die uitgedroogd is, gaat het stinken. Adviseer daarom altijd als installateur aan de bewoners om er een laagje slaolie in te doen, dan voorkom je dit soort klachten.” Ook gebeurt het regelmatig dat de beluchting van de riool wordt aangesloten op een gedeelde ventilatieschacht in een appartementencomplex, vertelt Wijma. “En dat is vragen om problemen.”

Remedies
Hoe kom je nu de oorzaak op het spoor en verhelp je vervolgens de klachten? “Eigenlijk zou ik nog een stap verder terug willen gaan en beginnen met preventie”, zegt Noya Mahn. “Zo weten veel mensen niet eens het verschil tussen luchten en ventileren. Ze snappen niet waarom de geurtjes in hun pand blijven hangen, als ze de ramen hebben opengezet. Maar zolang er geen sprake is van een drukverschil, ben je niet aan het ventileren, maar aan het luchten. Daarnaast krijgen bewoners bij de oplevering van een gebalanceerd ventilatiesysteem zelden een goede uitleg over de werking ervan en de noodzaak om filters te vervangen. Ook is er weinig nazorg. Daar vallen al slagen te maken.”

Voorlichting
Wijma is het eens met de installateur, maar merkt wel op dat het een uitdaging is om bewoners zover te krijgen dat ze zich gaan verdiepen in het ventilatiesysteem. “Als je ze een handleiding meegeeft, is de kans groot dat ze die niet gaan lezen. De jongere generatie bereik je sowieso beter via Youtube filmpjes. Eigenlijk zou je van tevoren al onderhoudsmomenten moeten inplannen. Maar ja, ook daar loop je al snel tegen een weerbarstige praktijk aan. Zo is het vaak bij scholen een ‘crime’ om een geschikt tijdstip te vinden. Overdag gaat niet omdat het gebouw in gebruik is, dus dan moet het ‘s avonds of in het weekend gebeuren. Die afstemming gaat niet altijd even makkelijk.”

Opsporen
Er zijn zogenaamde ‘snuffelaars’ op de markt waarmee de bron van de stank kan worden achterhaald, vertelt Wijma. “Maar meestal is het een kwestie van gezond verstand. Redeneer terug naar de bron.” Noya Mahn is het met hem eens. “Het is belangrijk om goed door te vragen bij klanten. Probeer erachter te komen hoe lang ze al last hebben van stank of het continu is of periodiek, op welke plekken en neem het ventilatiesysteem of de LBK grondig onder de loep.” Soms zijn klanten wat weifelend, zien ze op tegen al die inspectiewerkzaamheden. “Het kan helpen als je ze nog eens duidelijk maakt dat een goed werkend ventilatiesysteem energie bespaart en daarmee dus ook geld”, weet Noya Mahn uit ervaring.

Regelmaat
Daarnaast is het van belang om uit te leggen wat er gebeurt als ze het probleem niet aanpakken of sowieso het onderhoud laten versloffen. “Wijs je klanten op de gezondheidsklachten waar ze last van kunnen krijgen. Oogirritatie, vermoeidheid, benauwdheid, meer problemen met astma en dergelijke...” Zelf adviseert de installateur zijn klanten altijd om 1x per jaar onderhoud te laten plegen als ze een gebalanceerd ventilatiesysteem hebben. “En bij natuurlijke ventilatiesystemen raad ik aan om minimaal 1x per jaar 2 jaar, maar liever nog 1x per jaar onderhoud te laten plegen”, vult Wijma tot slot aan 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Gezond binnenmilieu

Vanwege de huidige corona-crisis ligt de focus bij scholen veelal op CO2 gestuurde regelingen. Ook de overheid stelt dit als ...
Verder Lezen

Slim klimatiseren: kinderen verwarmen school

In deze tijden van Corona is er volop aandacht voor ventilatie. Ook bij scholen. Volgens Carl-peter Goossen wordt het tijd ...
Verder Lezen

Luchtreiniger voor filteren aerosolen

WOLF lanceert de nieuwe AirPurifier: een luchtreiniger voor het filteren van aerosolen uit de lucht. De luchtreiniger is ontworpen voor ...
Verder Lezen

Toilet met ingebouwde geurafzuiging

Het DuraSystem premium plus biedt naast een hygiënische spoeling een bijzondere functie: een geïntegreerde geurafzuiging waardoor onaangename luchtjes direct bij ...
Verder Lezen

Te veel of te weinig?

Gepubliceerd op

Jarenlang werd er steen en been geklaagd over het binnenklimaat van scholen. Met name het ventilatieregime bleek vaak niet op orde te zijn. Maar toen kwam 2020. Nu klagen gebruikers juist dat er ‘overgeventileerd’ wordt. Bart Advokaat, energieadviseur van Merosch legt uit wat er aan de hand is.

Een docente Frans begint haar les. De scholieren zijn dik ingepakt. Ze dragen jassen, hebben fleecedekentjes over hun schoot, maar zitten nog te blauwbekken. De reden? Het is eind november, maar de ramen staan helemaal open. En tegen de kou kan zelfs geen overgedimensioneerde radiator opboksen. Hoe heeft het ooit zóver kunnen komen?

Laten we even het geheugen opfrissen. De afgelopen jaren zijn er heel wat initiatieven opgetuigd om het binnenklimaat in scholen te verbeteren. Kan je er drie noemen?
“Met het ‘Programma van Eisen Frisse scholen’ dat in 2008 door het RvO is ontwikkeld, was er een eerste stimulans om het binnenklimaat en ook het energiegebruik in scholen te verbeteren. Vervolgens zijn er rond 2015 in grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam initiatieven opgetuigd om de luchtkwaliteit in bestaande scholen te verbeteren, vaak in samenwerking met de GGD. Daarnaast wil ik graag een nieuw initiatief noemen, namelijk de ‘Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen’. Met deze subsidie worden dezelfde doelen nagestreefd als in het PvE Frisse Scholen en bij de GGD-richtlijnen voor een goede luchtkwaliteit.”

Nog even recapitulerend: waar schortte het de afgelopen decennia vaak aan bij de ventilatie van schoolgebouwen?
“Voldoende luchtverversing. We kwamen bijvoorbeeld regelmatig situaties tegen waarbij de zonwering voor de gevelroosters was gemonteerd of de gevelroosters dichtgingen als het koud werd. Daarnaast liet het onderhoud vaak te wensen over, waardoor de filters dichtslibden en de kanalen smerig werden.”

De coronapandemie heeft daar radicaal verandering in gebracht. Hoe?
“De scholen moeten nu zoveel mogelijk ventileren. Veel gebouwen zijn daar niet op gemaakt, waardoor leerlingen en docenten zitten te koukleumen met open ramen.”

Ventilatie staat nu plotseling bovenaan de agenda van scholen. Merken jullie dat ook?
“Jazeker, als ik de geluiden in de markt mag geloven levert het zeker 20-30% meer werk op voor bijvoorbeeld adviesbureaus. Het gaat dan enerzijds om de inventarisatie van de bestaande voorzieningen en anderzijds om het verbetertraject inclusief ontwerpopgaven.”

Waar kiezen die scholen uiteindelijk meestal voor?
“Of een decentrale oplossing met een unit per lokaal of een centrale oplossing met kanalenwerk.”

Welke factoren geven meestal de doorslag bij de keuze?
“Hoogte van de lokalen, constructieve opbouw van het pand en het ruimtebeslag van het systeem. Een eventuele monumentenstatus kan ook een rol spelen, omdat je aan meer regels bent gebonden. Daarnaast doen lokale welstandscommissies regelmatig een duit in het zakje, door duidelijk te laten blijken waar hun voorkeur naar uitgaat.”

Ventilatie staat nu volop in de spotlights, de grote vraag is natuurlijk of die aandacht blijvend zal zijn na de pandemie…
“Ik denk van wel. In feite was er al sprake van een kentering voor de uitbraak van de coronacrisis. Dit is het extra zetje geweest. Meer en meer scholen zullen hun binnenklimaat op orde willen krijgen.”

En als we iets verder kijken naar de toekomst: hoe gaat het dan verder?
“Het is belangrijk om de noodzaak van goed onderhoud en beheer tussen de oren te krijgen bij schoolbesturen, want daar schort het nogal eens aan, zoals ik ook al eerder aangaf met voorbeelden. Het zijn nieuwe, complexe en ook dure installaties. We moeten natuurlijk niet in een situatie terecht komen waarin scholen de installaties niet goed onderhouden en we over een aantal jaar allerlei klachten krijgen te horen dat de investeringen in het binnenklimaat uiteindelijke geen vruchten hebben afgeworpen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.n

 

Gezond binnenmilieu

Gepubliceerd op

Vanwege de huidige corona-crisis ligt de focus bij scholen veelal op CO2 gestuurde regelingen. Ook de overheid stelt dit als een vereiste, om in aanmerking te komen voor subsidie. Maar enkel aansturen op CO2 is niet voldoende voor een gezond binnenklimaat.

Binnenmilieu omvat meer dan alleen CO2: temperatuur, luchtvochtigheid, geluid, VOC’s, (ultra)fijnstof, etc. Al deze factoren zorgen ervoor dat de gebruiker zich prettig, comfortabel en veilig voelt, en dragen bij aan de gezondheid van de gebruiker.

Nieuwbouw
Een optimaal binnenmilieu was het uitgangspunt voor het ontwerp van de luchtbehandeling voor de nieuwbouw van het Esdal College in Zwolle. Luchtbehandelingskasten (LBK) zorgen voor de verse lucht en een VRV-installatie voor de temperatuur. Beide installaties worden centraal aangestuurd vanuit de Daikin mini GBS iTouchManager (iTM). Deze regelt o.a. op basis van CO2 en temperatuur in iedere ruimte het binnenmilieu.

Speciale coating
Voor dit project zijn twee Daikin Professional LBK’s geleverd met een luchthoeveelheid van 18.000 m3/uur en 8.000 m3/uur. Eén verzorgt de verse lucht toevoer voor de keuken en heeft een kruisstroomwisselaar om de retour en toevoerlucht te scheiden. Dit ter voorkoming van geuroverdracht. De tweede LBK is gekoppeld aan de klaslokalen en overige ruimten. Deze unit heeft een sorptiewarmtewiel voor het behalen van een optimaal comfortniveau. Er is een speciale coating aangebracht voor het behalen van een nog hoger vocht rendement. Ook is de unit voorzien van een spoelzone om kortsluiting van de retourlucht naar de toevoerlucht te beperken tot ca. 1%.

Sensoren
Beide LBK’s zijn voorzien van sensoren die zorgen voor de beste luchttoevoerkwaliteit. Ze meten het aantal fijnstofdeeltjes (ePM1, 2.5, 10) voor- en na de filters. Hierdoor wordt het onzichtbare zichtbaar en kan het optimale moment worden bepaald voor vervanging van de filters.
Via een dashboard op een scherm, PC of tablet kan de toevoerluchtkwaliteit in real-time weergeven worden en iedereen geïnformeerd worden over de luchtkwaliteit 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Onbehaaglijk

Op vele scholen zijn slechte of zelfs geen ventilatievoorzieningen aanwezig. Zo ook bij het Wolfert Dalton College in Rotterdam. Het oude schoolgebouw (binnenkort vervangen door nieuwbouw) heeft geen ventilatie voorzieningen. Voor de gezondheid van docenten en leerlingen was men op zoek naar een noodoplossing tegen een, vanwege de tijdelijke aard, zo laag mogelijke investering.
De enige mogelijkheid voor ventilatie was het openen van ramen; een onbehaaglijke situatie in deze winterperiode. Als noodventilatie heeft Daikin ventilator-convectoren geselecteerd die in het raam worden gemonteerd en zo 100% buitenlucht in het lokaal blazen. De waterbatterij wordt aangesloten op de bestaande cv-leiding en de watertemperatuur wordt constant gehouden door een temperatuur gestuurde waterregelklep. Zo wordt altijd 100% verse buitenlucht voorverwarmd in het lokaal geblazen voor de doorspoeling van het lokaal met buitenlucht.

Herhaalt de geschiedenis zich?

In 2012 werd er door overheid al eerder subsidie uitgekeerd voor het verbeteren van de ventilatie in scholen in Nederland ...
Verder Lezen

Internationale leverancier neemt Climarad over

Volution Group plc, een internationale leverancier van oplossingen voor binnenluchtkwaliteit, heeft 75% van de aandelen van ClimaRad overgenomen. De overige ...
Verder Lezen

Hybride oplossing

In Venlo vindt een indrukwekkende transformatie plaats. Wat ooit een drukbezocht postkantoor was, wordt nu omgetoverd in een heus museum ...
Verder Lezen

WTW-units met zoneringsoplossingen

Itho Daalderop voegt twee zoneringsoplossingen toe aan zijn HRU 400 WTW-units: de HRU 400 QuattroZone en HRU 400 DuoZone. Deze ...
Verder Lezen

NEN-norm

Gepubliceerd op

Met de verduurzaming van onze energievoorziening lijkt het erop dat we ook afscheid gaan nemen van de traditionele meterkast of toch niet? Op dit moment buigt een NEN-commissie zich over een mogelijke aanpassing van de norm. Welke impact heeft ‘van aardgas los’ precies op de indeling? En, wordt het werk van de installateur er makkelijker of juist moeilijker op?

Zoals we allemaal weten zijn meterruimtes in Nederland de plek waar aansluitingen op netwerken van nutsvoorzieningen (water, gas, warmte, elektra, telecom) in een woning bij elkaar komen. Naast een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn ook de betrouwbaarheid en de veiligheid van een meterruimte van belang. De Normcommissie Meterruimten van NEN ziet het als haar maatschappelijk taak om onveilige situaties en meterbranden te voorkomen. IZ sprak met consultant Saskia Schulten en normcommissievoorzitter Marcel Wennekes (ABB) over de marktconsultatie over de meterkast van de toekomst, die nu plaatsvindt.

Concepten
Wie van 9 november tot 11 december afreisde naar Nieuwegein kon 9 concepten van toekomstige meterkasten bewonderen. Ze stonden opgesteld in de Woonindustrie. Installateurs, architecten, adviseurs en andere partijen in de bouwkolom mochten er naar hartenlust op schieten. De bedoeling was om zoveel mogelijk input te vergaren voor de Normcommissie die zich nu buigt over NEN 2768 (Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen). Deze input wordt gebruikt om de conceptopstellingen te evalueren en de kansrijke uitvoeringen verder door te ontwikkelen.

Veranderingen
Wat is er aan de hand? Door de verduurzaming van onze energievoorziening verdwijnt zo zoetjes aan de aardgasgestookte cv-ketel uit de nieuwbouw. Tegelijkertijd staan andere installaties te dringen om een plekje. De douche-wtw bijvoorbeeld of laadapparatuur voor elektrische voertuigen. Ook dreigt de temperatuur in de meterkast op te lopen door de zwaardere belasting van installaties, klimaatverandering en betere isolatie van nieuwbouwwoningen.

Technische ruimte?
De normcommissie heeft naar aanleiding van deze ontwikkelingen overwogen om van de meterkast een technische ruimte te maken. Op die manier zou een breed scala aan installaties kunnen worden opgenomen in de meterkast. Dat idee is om praktische redenen losgelaten. Een belangrijk obstakel vormt de warmtelast. Op het moment dat de meterkast een technische ruimte wordt, heb je een warmteberekening nodig. Dat is een vrij ingewikkelde exercitie. Vandaar dat de normcommissie deze optie laat schieten. De meterkast blijft dus dezelfde doelstelling en functie behouden in de toekomst, dat staat inmiddels wel vast.

Ruimtebeslag
Ruimtebeslag, we hadden het er al eerder over, vormt ook een belangrijk thema dat is meegenomen in de marktconsultatie. Bij de proefopstelling in Nieuwegein waren dan ook meterkasten te beoordelen in verschillende formaten en met verschillende indelingen. Dat heeft deels te maken met de verduurzaming van installaties, maar ook met wensen van bewoners, installateurs en netbeheerders.

Aanpassingen
Bewoners willen graag meer ruimte. Nu al is het een vertrouwd beeld: je trekt de deur van de meterkast open en wordt direct bedolven onder de paraplu’s, stofzuigers, flessen terpentine, schoenen en wat dies meer zij. Met de trend richting ‘van aardgas los’ komt die ruimte beschikbaar. Een optie is om de meterkast dan aan te passen. Bijvoorbeeld door het deel voor de netbeheerder kleiner te maken, van 1.60 m naar 1.30 m om precies te zijn. Het bovenste deel is dan voor bewonersinstallaties. Een fysieke afscheiding tussen beide gedeeltes moet dit verduidelijken.

Kleiner maken
Het is natuurlijk ook mogelijk om de afmetingen van de meterkast zelf te wijzigen. Bijvoorbeeld door hem slechts 55 cm breed te maken of de totale hoogte te beperken tot 1.30 m, precies het deel dat nodig is voor de noodzakelijke installatievoorzieningen. Of je brengt een fysieke scheiding aan tussen het deel van de netbeheerder en de bewonersinstallaties. In dat geval krijgt een installateur elders in de woningen toegang tot zijn gedeelte. Hiermee speel je ook gelijk in op een trend om kleiner te gaan wonen, de zogenaamde ‘Tiny Houses’.

Geveloplossingen
Over het algemeen willen netbeheerders en installateurs liever niet de woning in. Begrijpelijk. Werkzaamheden brengen altijd het nodige ongemak met zich mee voor bewoners en ook de monteur kan zich beperkt voelen in zijn bewegingsruimte. Vandaar dat de Normcommissie ook nadenkt over geveloplossingen met een netbeheerdersdeel dat van buiten en een installatiedeel dat van binnenuit bereikbaar is. Theoretisch gezien zou het ook mogelijk zijn om twee kasten naast elkaar te plaatsen, waarvan de ene bestemd is voor warmte en de andere voor data, elektra en water. Het geheel wordt dan wel vrij breed.

Hoogbouw
Voor de hoogbouw denkt de Normcommissie in soortgelijke oplossingen. In plaats van twee meterkasten van 77 cm breed, zou wellicht de ene 55 cm en de andere 77 cm breed kunnen worden.

Materialisatie
Qua materiaalgebruik lijkt er weinig te veranderen. Uiteraard blijft brandveiligheid een issue, zegt de Normcommissie. Wellicht leiden nieuwe inzichten op termijn wel tot een andere materialisatie.

Kritiek
De Normcommissie heeft er bewust voor gekozen om de conceptkasten aan een breed publiek te laten zien. Dat leverde al de nodige input op. Zo vragen installateurs zich af hoe het zit met de ventilatie in de variant met een tussenschot. Een oplossing is om de plaat te perforeren, zodat er wel luchtdoorstroming plaatsvindt. De kleinere varianten bieden wellicht niet voldoende ruimte om alle meters weg te werken. Zeker als in de toekomst woningen mogelijkerwijze een waterstofmeter erbij krijgen. Daarnaast kan de temperatuur nog steeds oplopen in de prototypen van de meterkasten. Hoe ga je daarmee om?

Techniek Nederland
Techniek Nederland is ook betrokken bij de Normcommissie. Omdat het aantal installaties in de woningbouw toeneemt, is de meterkast in het verleden van 75 naar 77 cm verbreed, zodat twee installatiekasten naast elkaar passen. Door het netbeheerdersdeel kleiner te maken, ontstaat er ruimte voor twee installatiekasten boven elkaar. Daarnaast besteedt de branchevereniging veel aandacht aan de bereikbaarheid van de meterkast. In deze tijd, waarin het steeds moeilijker lijkt te worden om het personeelstekort op te vullen, is het van elementair belang dat service- en herstelwerkzaamheden zo veilig, snel en makkelijk mogelijk kunnen plaatsvinden.

Rijk aanbod
Hoe de meterkast van de toekomst eruit gaat zien, is dus nog de vraag. De Normcommissie denkt niet aan één variant, maar aan meerdere varianten die elk tegemoet komen aan andere eisen en behoeftes. Er is nog een ander aandachtspunt. Nu mag de meterkast maximaal 3 m van de toegangsdeur van een woning verwijderd zijn. De Normcommissie zou dat graag willen oprekken tot bijvoorbeeld 3,6 m. Zo ontstaat er meer flexibiliteit voor inpassing van de meterkast in een woning. Overigens geldt NEN 2768 alleen voor nieuwbouw of grootschalige renovatieprojecten. Voor bestaande woningen zijn de toekomstige aanpassingen in NEN 2768 niet verplicht.

Vorm
Het is dus nog even de vraag hoe de nieuwe NEN 2768 er precies uit gaat zien. De Normcommissie wil daar dit jaar uitsluitsel over geven. Tot dan zult u het dus als installateur in het slechtste geval nog even moeten doen met volgestouwde en soms te grote meterkasten 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Normen voor leidingsystemen van kunststof herzien

Drie normen voor eisen en beproevingsmethoden op het gebied kunststofleidingsystemen van slagvast polyvinylchloride (PVC) voor gasvoorziening zijn herzien en onlangs ...
Verder Lezen

Herziene norm voor de algemene installatiepraktijk gepubliceerd

NEN 4010 is herzien. Dit is de norm met eisen voor de algemene installatiepraktijk van laagspanningsinstallaties. NEN 4010 is bedoeld ...
Verder Lezen

Norm voor rookgasafvoer ter commentaar gepubliceerd

De norm voor gebouwgebonden rookgasafvoersystemen, NEN 2757-2, is voor commentaar gepubliceerd. De norm wordt aangewezen door het Bouwbesluit 2012. Tot ...
Verder Lezen

NEN test norm voor installaties leidingwater in digitale vorm

NEN wil haar normen in een digitale vorm aanleveren, zodat de gebruiker deze makkelijker kan toepassen. Als experiment wordt de ...
Verder Lezen

Happy met All-electric?

Gepubliceerd op

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen. Wijd en zijd wordt een All-Electric installatieconcept met warmtepomp en vloerverwarming gepropageerd als de ideale oplossing. Hiermee ligt namelijk een optimale BENG-score in het verschiet. Maar gaan we daarmee niet voorbij aan het echte doel van verwarmen, vraagt Rob Verbrugge van Verbrugge Klimaatadvies zich af?

Niet de woning maar de mens moet het uitgangspunt zijn en die wil zijn eigen warmte kunnen bepalen, op die plek en op het tijdstip dat hij dat wenst. Tijdens inactieve periodes wil hij voelbare warmte ervaren en dat gaat lang niet altijd met de laagwaardige warmte van een warmtepomp.

All Electric
Sinds 2020 mogen nieuwbouwwoningen geen aansluiting meer hebben voor aardgas. Sindsdien winnen All-Electric-concepten met warmtepompen rap aan populariteit. Maar er zijn uiteraard meer oplossingen mogelijk. Ook individuele lokale verwarming als hoofd- of bijverwarming is zeer kansrijk.

Geschiedenis

All-Electric begon in 2012-2013 schoorvoetend. Een van de eerste geslaagde projecten was van de hand van architect Renz Pijnenborgh, die met een geheel eigen visie de zogenaamde Brabantwoning ontwikkelde. Slim, doordacht en veelal met natuurlijke materialen uitgevoerd, realiseerde hij in Boskant, gemeente Sint Oedenrode, uitstekend functionerende All-Electric woningen voor de plaatselijke woningcorporatie. Iedere moderne bouwer of adviseur zou van Pijnenborgh nog veel kunnen leren voor de (BENG-) woning van morgen.

Gemeengoed
Vandaag is All-Electric gemeengoed geworden en geniet het een hoge mate van populariteit. Maar voldoet het concept wel aan alle wensen? Kloppen de prognoses en levert deze installatie-oplossing ook het zo gewenste eindproduct, namelijk behaaglijke warmte op de plek en het tijdstip dat de bewoner dat wenst?
Wat is een comfortabele woning?
Denken dat All-Electric het vervangen van de cv-ketel is door het plaatsen van een warmtepomp, is te kort door de bocht. Niet alleen verschillen de aanschafkosten, ook op technisch gebied verandert er veel. Het kleinere vermogen van de warmtepomp is namelijk bij installatietechnische onvolkomenheden niet vergevingsgezind, zoals de cv- ketel dat nog wel was. Vloerverwarming als laag temperatuursysteem is mede ingegeven door de mogelijkheden van onder andere warmtepompen vaak de eerste keuze. Het rendement is heilig, er wordt meestal meer waarde aan gehecht dan de bewonerswensen. Bouwers, adviseurs en zelfs de installateur, de expert bij uitstek op het gebied van warmte, gaan ervan uit dat de luchtkolom in de woning op twintig graden altijd de juiste behaaglijkheid biedt. Helaas klopt deze aanname niet.

Onvoldoende flexibel
Je over deze materie kritisch uitlaten, vraagt bijna om verkettering. De normopstellers, bouwers, adviseurs en fabrikanten van warmtepompen zijn tenslotte allemaal in hun nopjes met de combinatie van warmtepomp en vloerverwarming. Toch zijn er ondertussen ruim voldoende voorbeelden van bewoners die minder goed te spreken zijn over hun verwarmingssysteem. Ze krijgen namelijk de ruimte wel keurig op een temperatuur van twintig graden, maar ervaren nauwelijks behaaglijke warmte. Waar de moderne mens door technische innovaties vrijwel alles op zijn eigen gekozen moment kan regelen, kan dat met zijn All-Electric installatie absoluut niet. Ervaar je in de avonduren tijdens inactieve momenten onvoldoende warmte, dan is de ultra lage temperatuurverwarming niet in staat hier (snel) wat aan te doen.

Vloerbekleding
Daarnaast is dit afgiftesysteem niet met elke vloerbekleding te combineren, hoewel verkopers van hout, laminaat en tapijt dat wel roepen. Stenen vloeren geven door hun lage warmteweerstand nog enigszins warmte af, maar andere vloersoorten doen dit door hun hoge weerstand niet of nauwelijks. De ruimte blijft weliswaar eenvoudig op een temperatuur van 20 graden, maar enige vorm van warmtebeleving wordt niet meer ervaren. All-Electric installaties met vloerverwarming hebben eigenlijk aanvulling nodig van snelle flexibele stralingswarmte op plekken waar de bewoner inactief is.

Verdiepingen
Op de verdiepingen is het vloerverwarmingssysteem vanwege zijn traagheid niet in staat om op een flexibele basis snel warmte af te geven. En dat is problematisch. Zeker in deze tijd van thuiswerken wil de bewoner snel zijn afgiftesysteem kunnen bijsturen en daar zijn andere systemen beter in dan vloerverwarming.

Elektrische vloerverwarming
De elektrische variant van vloerverwarming werkt aanzienlijk sneller, is lokaal inzetbaar en de warmte voelt behaaglijker aan. Maar hier worden de elektriciteitskosten, het benodigde vermogen en de normeisen weer als nadelen ervaren. Het is echter mogelijk om daar creatieve en duurzame warm tapwater- en ventilatieoplossingen voor te bedenken. Daarnaast valt dit in andere verblijfsruimten eenvoudig te combineren met lokale verwarming, waardoor er een minder hoog vermogen nodig is. Bij deze oplossingen wordt vaak te snel gedacht aan het nadeel van een COP=1, terwijl er juist volop voordelen en mogelijkheden zijn.

De kern
Het lijkt erop, dat onze zoektocht naar duurzaamheid ons doet vergeten waar verwarmen echt om gaat. De mens wil flexibele voelbare warmte op de plek en het moment dat hij daar behoefte aan heeft. Deze heeft hij al die jaren verkregen door een combinatie van straling en convectie als warmteoverdrachtsoorten. De verwarmingssector heeft haar kennis hierover laten versloffen. Wie weet er nog dat echte warmte immer stralingswarmte is en dat luchttemperatuur slechts het verschil tussen de lucht en de mens kan verkleinen, waardoor men minder warmte verliest? Luchtverwarming is in feite helemaal geen vorm van verwarming, maar een vorm van isolatie.

Experts in warmte
Als de mens kou ervaart, heeft hij behoefte aan snel te verkrijgen voelbare warmte. En dat is uitsluitend te realiseren met installaties die stralingswarmte leveren. In de All-Electric woning kan dat in de vorm van een lokaal warmteafgiftesysteem, bijvoorbeeld boven de zithoek. Nu zien we dat bewoners dit oplossen met fleecedekens, elektrische blaaskacheltjes of het plaatsen van vervuilende houtkachels. Ik pleit ervoor dat installatiebedrijven weer verwarmingsexperts worden. Deskundigen die echt kijken naar wensen en behoeften en daar creatief invulling aan geven met inachtneming van de geldende normen. Warmte is een vak en is méér dan 24 uur per dag dezelfde temperatuur leveren. Als een bewoner kou ervaart, wil hij snel worden opgewarmd. Als dit uitgangspunt weer de standaard wordt, dan wordt iedereen echt happy met All-Electric 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric vakantieparken

Cadzand krijgt een van de eerste all-electric en gasloze vakantieparken van Nederland. Eigenaar Bas Hobelman van Betteld-Cadzand: “We zijn op ...
Verder Lezen

De energietransitie: waterstof

Gepubliceerd op

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga van het bedrijf Feenstra is ervan overtuigd dat waterstof ook Nederland zal veroveren. Maar het is een weg die we nog met elkaar moeten verkennen. In Uithoorn werd onlangs een proef gestart met het inzetten van waterstof in bestaande (sloop)woningen. Woningen die eerder op aardgas werden verwarmd. Met positief resultaat. Een nieuwe toekomst voor de installateur?

De maandag na de Kerst spreken we Jan Wijbenga (61). “Het is even mails wegwerken na een lang weekeinde en dan nog een paar dagen vrij.” Als commercieel manager Noord-Oost is hij verantwoordelijk voor de zakelijke markt; denk aan woningcorporaties, vastgoedbeheerders, aannemers, etc. Hij is getrouwd, heeft drie volwassen kinderen en woont in Friesland. Een gedreven en energieke man met hart voor de energietransitie.

Experimenteren thuis
Het huis van Jan Wijbenga is een proeftuin van duurzame energietoepassingen. “Ik vind dat iedereen toegang moet hebben tot duurzame energie. Ook mensen met een kleine portemonnee. Dus ik experimenteer graag thuis. Wat is mogelijk tegen een beperkte prijs? Momenteel zet ik bijvoorbeeld in op infraroodpanelen waarmee ik gericht bepaalde ruimtes kan verwarmen. Natuurlijk is mijn huis extra geïsoleerd en liggen er voldoende zonnepanelen. Met als resultaat een nagenoeg volledige compensatie van elektra-verbruik en een sterke reductie van gasverbruik. Er is gewoon niet één oplossing voor de energietransitie. Dat is echt een illusie. We moeten met elkaar alle mogelijke opties verkennen en inzetten. We moeten experimenteren en vooruit kijken. En vergis je niet: het gaat sneller dan je denkt!” Dat weet hij ook vanuit zijn werk binnen Feenstra. “We willen vooraan lopen, meedenken en mee ontwikkelen. Maar we zorgen er wel voor dat we bij bewoners thuis oplossingen plaatsen, die bewezen zijn. We experimenteren graag met alle oplossingen die er zijn voor verduurzaming! Maar … in huizen waar mensen wonen moet het product dat we neerzetten gegarandeerd werken.”

Waterstof is de toekomst
Waterstof is één van die mogelijke oplossingen. Het leek eerst nog verre toekomst, maar het komt steeds dichterbij. De verwachting is dat vanaf 2030 waterstof steeds meer benut zal worden. Met het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen is er juist in het Noorden van Nederland veel belangstelling voor deze brandstof. De drie noordelijke provincies en tientallen bedrijven willen het verlies aan werkgelegenheid door het stoppen van de aardgaswinning compenseren met investeringen in waterstof. Maar ook in andere delen van het land worden pilots opgestart. Het is niet alleen een kwestie van lef, maar ook doen. En dat is precies ook wat Wijbenga dacht toen het initiatief in Uithoorn voorbij kwam. “Als Feenstra willen we voorop blijven lopen. En dat betekent juist meedoen met nieuwe projecten.”

Uithoorn
Woningcorporatie Eigen Haard en netwerkbedrijf Stedin startten een waterstof-project en wilden in Uithoorn onderzoeken hoe waterstof in het bestaande aardgasnet in bestaande woningen kan worden toegepast. Er werd aan een aantal partijen gevraagd mee te doen. Feenstra wilde graag de al eerder opgedane kennis inzetten bij dit project en daarmee ook vergroten. Wijbenga: “Het ging om een aantal sloopwoningen; de perfecte plaats om dit met elkaar te verkennen. Door elke keer zo samen te werken, kunnen we kennis stapelen. Niet alleen binnen het bedrijf, maar ook in de keten.” Bij de overstap van aardgas naar waterstof werden de bestaande gasleidingen en verbindingen onderzocht, zowel in de straat als in de woningen. “Het verwarmen van de woningen gebeurde met speciale waterstof cv-ketels. Die worden inmiddels al door verschillende partijen ontwikkeld (o.a. Remeha en Nefit-Bosch) en juist met projecten als deze verder verbeterd. Waterstof vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden van onze monteurs. En ook daarvoor gebruiken we de ervaringen in Uithoorn. Hoe kunnen we opleidingen en opleiders voeden op weg naar een toekomst met meer waterstof?”

Innoveren
Verschillende vormen van waterstof, maar voor Wijbenga is de opgave helder: “Natuurlijk moeten we kiezen voor de ‘groene’ waterstof; anders is het dweilen met de kraan open. En overigens is het goed te weten dat er bij de verbranding van waterstof geen CO2-uitstoot is. Geen mogelijkheid tot koolmonoxidevergiftiging dus.” De pilot in Uithoorn maar ook andere projecten in Nederland bewijzen dat het mogelijk is. Wijbenga: “Het zijn de eerste stappen. Maar we moeten blijven innoveren. Innoveren en experimenteren helpt ons om ervoor te zorgen dat wij gereed zijn voor de periode na 2030.Er wordt natuurlijk al veel ondernomen; want anders hadden we ook in Uithoorn geen stappen kunnen zetten. Maar er is meer nodig. Uit het project in Uithoorn komen vragen die we met elkaar moeten beantwoorden. Denk dan bijvoorbeeld aan wet- en regelgeving en de ontwikkeling van veiligheidsprotocollen en de opleidingen.”

Leeds
Is het dan een kwestie van de lange adem? Van de verre toekomst? Integendeel volgens Wijbenga. “Ik merk de interesse en het geloof in de energietransitie. Ik zie opleidingscentra schakelen op die nieuwe toekomst. En in Nederland zien we in de mobiliteit al mooie ontwikkelingen. “We zien steeds meer auto’s op waterstof rijden. Geweldig toch? Maar het is grootser… Dat heeft de stad Leeds in Engeland wel bewezen. Onder de noemer ‘project H21’ moeten hier via het oude aardgasnetwerk miljoenen huishoudens en bedrijven worden voorzien van schoon waterstof. In 2028 willen de initiatiefnemers in het noorden van Engeland van start gaan, om in 2050 te eindigen in Londen. De grootste energietransitie van het Verenigd Koninkrijk. Een project dat al vanaf 2017 loopt.”

Leren
Waterstof vergt andere kennis en skills. Maar het begin is al gemaakt. “Bij de Hanze Hoge School wordt kennis ontwikkeld en gedeeld met de vakmensen van de toekomst. Een docent benaderde me met een waterstof-katern. Mijn Feenstra collega’s van onze regionale opleidingscentra en ik hebben graag meegelezen. Het is een gespreksonderwerp onder monteurs merk ik; zij willen leren.” Wat zijn de aandachtsgebieden? Het gaat om kennis over waterstof , de andere manier van installeren en het ontwikkelen van en werken met nieuwe protocollen. “We hoeven niet op punt nul te beginnen. Dat is het mooie. We kunnen vanuit praktijk en theorie stappen zetten.” Wijbenga is enthousiast en dat zal hij blijven: “We gaan nieuwe wegen in en die ontdekkingstocht geeft spanning, kansen en prachtige vergezichten. Mooi toch! Ik werk er graag aan mee.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

All-electric of waterstof?

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

Warmtepomptrends

Vorige jaar maakte Nefit Bosch bekend 100 miljoen euro te gaan investeren in de verdere ontwikkeling van warmtepompsystemen. De technologiegigant ...
Verder Lezen

Hybride oplossing

Gepubliceerd op

In Venlo vindt een indrukwekkende transformatie plaats. Wat ooit een drukbezocht postkantoor was, wordt nu omgetoverd in een heus museum. De opdrachtgever heeft gekozen voor een all-electric installatieconcept, waarin een hoofdrol is weggelegd voor een hybride warmteopwekkingssysteem.

Hybride oplossingen winnen snel aan populariteit. Dat blijkt wel uit een rondje langs de velden. Zowel leveranciers als installateurs peilen een stijgende belangstelling. In de meeste gevallen krijgt de opdrachtgever een warmteopwekkingssysteem met een luchtgebonden warmtepomp als hoofdverwarmer en een gasgestookte cv-ketel voor de piekmomenten én de productie van warm tapwater. Niet dus in het Museum van Bommel van Dam. Daarin komt straks een elektrische cv-ketel te hangen die de warmtepomp gaat bijstaan. Vanwaar deze bijzondere keuze?

Historie
In 1938 verrees aan de Keulsepoort het nieuwe hoofdpostkantoor van Venlo. Het gebouw – ontworpen door Rijksbouwmeester Hayo Hoekstra – is een zogenaamd ensemble dat bestaat uit drie vleugels en een binnenhof. Kenmerkend is het vele metselwerk, een robuuste plint, stalen kozijnen en grote dakvlakken. Het hoofdpostkantoor verloor in 2009 haar functie en kwam leeg te staan. Tegelijkertijd groeide het Museum van Bommel van Dam uit haar jasje in haar onderkomen aan de Deken van Oppensingel. Ook waren de installatietechnische voorzieningen niet meer van deze tijd. De gemeente Venlo liet als toekomstig eigenaar van het museum haar ogen vallen op het oude postkantoor als nieuwe locatie. Dat had een aantal redenen.

Vrije indeelbaarheid
Allereerst is de locatie perfect. Het voormalige postkantoor ligt tussen het station en het centrum. Daarnaast gaat het om een solide gebouw met een goed casco. Er zijn geen dragende scheidingswanden, de draagstructuur bestaat namelijk uit kolommen en balken. Daardoor krijgt de nieuwe eigenaar de vrije hand bij de indeling van het museum, wat natuurlijk ideaal is voor het opzetten van tentoonstellingen.

Architectuur
De werkzaamheden gingen in januari 2020 van start. Als alles naar wens verloopt, vind de oplevering plaats in het tweede kwartaal van 2021. Het gebouw krijgt door twee verregaande ingrepen van architectenbureau BiermanHenket een andere gedaante. Op het dak wordt een kunstvenster toegevoegd, zodat de bezoeker straks een fraai uitzicht heeft op de binnenstad. En aan de parkzijde wordt een niet-monumentaal deel gesloopt, om plaats te maken voor een tweede entree.

Bouwkundige ingrepen
Daarnaast nam het bouwteam een aantal bouwkundige maatregelen om het gebouw geschikt te maken voor duurzame installatietechniek. Zo worden de kunststof kozijnen op de eerste verdieping vervangen door aluminium renovatieprofielen met HR++ beglazing met dezelfde roedeverdeling als de originele ramen. Ook wordt het bestaande dak optimaal geïsoleerd (RC=6,5). Waar mogelijk krijgen de bestaande gevels voorzetwanden, zodat de RC-waarde wordt opgeschroefd tot 2,0.

Indeling en functies
Het monumentale pand heeft een kelder en twee verdiepingen. In de kelder worden het depot ondergebracht en de sanitaire voorzieningen. De begane grond fungeert als entree, daarnaast is er ruimte voor de horeca, een museumshop en tentoonstellingen. De eerste verdieping is bestemd voor exposities, kantoorruimte en een auditorium. De zolder is geschikt voor educatieve doeleinden, daarnaast kan de bezoeker er genieten van het uitzicht.

Uitdagingen
De transformatie van een monumentaal pand naar een museum waarin hoge eisen worden gesteld aan de klimatologische omstandigheden, brengt nogal wat uitdagingen met zich mee, vertelt Imre Janse. Hij is namens Adviesbureau Huisman & Van Muijen betrokken bij de renovatie en verbouwingswerkzaamheden. “Laten we beginnen met de constatering dat een dergelijk oud gebouw niet ontworpen is om een groot aantal moderne installaties te herbergen. Dus waar haal je de ruimte vandaan? En dan de routing: hoe laat je de schachten, kanalen en dergelijke lopen door het pand, rekening houdend met de constructieve randvoorwaarden? En tot slot hoe werk je alles weg, want de opdrachtgever wil zo min mogelijk zichtwerk ?”

E-installaties
De stroomvoorziening gedeeltelijk verduurzamen zat er niet in, omdat PV-panelen esthetisch gezien niet in het plaatje passen, legt Janse uit. Wat betreft de verlichting: Als het museum wordt opgeleverd, zal het pand voorzien zijn van daglichtgeregelde Ledverlichting.

Warmteopwekker

Uit een vergelijkend onderzoek kwam naar voren dat een bodemgebonden warmtepomp met WKO-installatie het meest geschikt was voor de warmtevoorziening. Helaas bleek dit financieel gezien niet haalbaar. Als goede tweede keus kwam de combinatie van een luchtgebonden warmtepomp en elektrische cv-ketel uit de bus. Peter Rietveld, CEO van Inoxcon legt uit waarom. “Er was geen gasaansluiting, dus een hybride variant van een gasgestookte cv-ketel met luchtgebonden warmtepomp viel al af. Door de grootte van het gebouw en het totale stroomgebruik vallen dit soort gebouwen automatisch onder het elektrisch grootverbruikerstarief. Hierdoor blijft de energierekening zeker betaalbaar. Daarnaast gaat het om Proven Technology, die zeer eenvoudig is qua opzet. Je hoeft geen rekening te houden met een gasinfrastructuur, rookgasafvoer, CO-detectie en dergelijke. Alleen het aansluiten zelf, vergt wat kennis. Tot slot: een elektrische cv-ketel is onderhoudsarm. Wij adviseren een jaarlijkse inspectie, om te controleren op waterzijdige lekkages en om na te gaan of alle elektrische componenten nog goed vastzitten. Dat is relatief eenvoudig en vergt niet veel tijd.”

Installatie
Toch zijn sommige W-installateurs nog wat huiverig om een elektrische cv-ketel te installeren. Rietveld begrijpt dat wel. “Ze hebben al snel het idee dat ze niet genoeg kennis in huis hebben om het elektrische deel te regelen. Werk je met grote vermogens dan kan het inderdaad uitdagend zijn, omdat je daarvoor ook over krachtstroomkennis dient te beschikken. In de praktijk zien we vaak dat de W-installateur voor de zekerheid een E-collega inschakelt.” Dat kan ook handig uitkomen, omdat opdrachtgevers graag tegelijkertijd PV-panelen laten installeren, als er voldoende ruimte is. Op die manier verdienen ze gelijk hun elektriciteitsrekening gedeeltelijk terug.

Levensduur
Een andere belangrijke reden om de elektrische cv-ketel te kiezen, was de beoogde levensduur. “Bij zeer intensief gebruik van de toestellen, zien we dat er na lange tijd wel eens relais moeten worden vervangen, door het vele aantal schakelingen. In het nieuwe museum zal de elektrische cv-ketel maar beperkt worden ingezet als back-up voorziening en om de pieklasten op te vangen. Door die geringe belasting – minder dan 20% van de tijd -, gaat de elektrische cv-ketel theoretisch gezien veel langer mee dan gebruikelijk. Langer nog waarschijnlijk dan de warmtepomp.”

Ruimtebeslag
De elektrische cv-ketel komt in de kelder te staan, de warmtepomp niet. “Die heeft buitenlucht nodig voor de ventilatie”, vertelt adviseur Janse, “dus we hebben ‘m geprojecteerd op de begane grond, waar het apparaat in open verbinding staat met de binnenplaats.”

Afgiftesystemen
In het nieuwe installatieconcept is geen plaats meer voor de oude afgiftesystemen. Die zijn verwijderd. In plaats daarvan krijgt het depot luchtverwarming, waarbij de lucht veelvuldig recirculeert. “Vloerverwarming was onmogelijk”, vertelt Janse. “Vanwege de gebouwhoogte konden we namelijk geen extra deklaag leggen.” Ook op de begane grond, eerste en tweede verdieping is een belangrijke rol weggelegd voor luchtverwarming. Maar dan als ondersteuner. “Met de vloerverwarming zorgen we voor een constante temperatuur en met de geconditioneerde lucht kunnen we snel naregelen.” In de trappenhuizen en andere verkeersruimtes tot slot, zijn nieuwe radiatoren te vinden. Ook die hebben als voordeel dat ze snel kunnen naverwarmen.

Ventilatie
Met de strenge eisen die gelden voor het binnenklimaat in musea, zal het de lezer niet verrassen dat het gebouw wordt voorzien van een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW. De ventilatielucht wordt dus voorbehandeld, wat past in het streven naar energiebesparing. De verse lucht gaat via textiele luchtslangen het gebouw in, behalve in de kelder. Daar wordt de ventilatielucht met kanaalroosters ingeblazen.

LBK’s
Het nieuwe museum krijgt maar liefst 6 LBK’s. De LBK die voor het depot bestemd is, voert maar een beperkte hoeveelheid verse lucht aan. Verder verwarmt, koelt, bevochtigt, ontvochtigt en filtert het systeem de lucht. De LBK die de eerste verdieping voor zijn rekening neemt, functioneert onder hetzelfde regime, maar voert meer verse lucht aan. Voor de overige ruimtes is gekozen voor standaard luchtbehandelingsinstellingen. Het is nog even wachten hoe alles uitpakt, ook na de oplevering zullen de partijen de systemen blijven monitoren om na te gaan of de beoogde prestaties daadwerkelijk worden behaald 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Elektrische cv-ketel

De elektrische cv-ketel, die komt te staan in het museum is een ACV E-Tech P 57. Dit toestel heeft een thermisch vermogen van 57,6 kW en wordt geregeld in 4 stappen van elk 14,4 kW. De elektrische cv-ketel is eenvoudig te installeren en heeft de mogelijkheid om te worden geïntegreerd in een gebouwbeheersysteem voor aansturing en signalering. De E-Tech P is standaard voorzien van beveiligingen voor lage systeemdruk, overdruk en oververhitting. De complete range bestaat uit 5 modellen met thermische vermogens van 57 tot en met 259 kW.

Wegwerken

De centrale technische ruimte bevindt zich in de kelder. Hier vindt de warmte- en koudeopwekking plaats. Bovendien wordt vanaf deze plek de warmte en koude gedistribueerd naar de diverse afgiftecomponenten (luchtbehandelings-kasten, vloerverwarming/ -koeling en radiatoren). Er zijn twee hoofdstijgpunten gecreëerd. De vier technische ruimtes zijn onderling verbonden via de stijgpunten. De technische installaties zijn zoveel mogelijk ondergebracht in deze stijgpunten. De elektrotechnische verdeelkasten, verdelers vloerverwarming/-koeling, brandslanghaspels, luchtkanalen, CV- en GKW-leidingen, kabelgoten voor elektra en data hebben een eigen (bereikbaar) plekje in het stijgpunt.

Museum van Bommel van Dam

Museum van Bommel van Dam is een museum voor moderne kunst in Venlo. Er zijn onder andere schilderijen en beeldhouwwerken te zien, alsmede foto’s en kunstinstallaties. Het museum is opgericht door het Amsterdamse echtpaar Maarten en Reina van Bommel-van Dam, die na de Tweede Wereldoorlog begonnen met het verzamelen van kunst. Maarten van Bommel was bankier en kunstliefhebber. In 1969 werd hun woning in Amsterdam te klein. Daarop besloot het echtpaar om de collectie van ruim 1100 schilderijen, tekeningen, prenten en beelden aan de gemeente Venlo te schenken. Voorwaarde was wel dat de verzameling in een museum werd ondergebracht en er een woonhuis naast het museum voor het echtpaar beschikbaar kwam, waarbij het echtpaar met een binnendeur vrije toegang tot het museum had. In 1971 is het naar het echtpaar genoemde museum geopend. Maarten van Bommel is in 1991 overleden. Zijn echtgenote Reina van Bommel overleed op 97-jarige leeftijd op 29 juli 2008. Sinds 1 november 2017 is het museum tijdelijk gesloten vanwege de verhuizing naar het tegenovergelegen voormalige Hoofdpostkantoor Keulse Poort. De verhuizing valt samen met de privatisering van het museum. De museumstichting wil een andere koers gaan varen om de bezoekersaantallen op te krikken die de laatste jaren rond de 10 à 15 duizend bleven steken.

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

“Waterstof zal Nederland veroveren”

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga (foto) van het bedrijf Feenstra ...
Verder Lezen

Stedin start proef met verwarmen van woningen op waterstof

In Uithoorn stroomt vanaf vandaag waterstof door het bestaande aardgasnet. Veertien sloopwoningen zijn gereed gemaakt voor tijdelijke verwarming met waterstof ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

All-electric of waterstof?

Gepubliceerd op

All-electric of waterstof? Beide routes naar verduurzaming hebben felle voor- en tegenstanders. Maar is er ook een tussenweg mogelijk? Professor Ad van Wijk van de TU/Delft denkt van wel.

Ad van Wijk is een specialist op het gebied van energiesystemen. Hij pleit al geruime tijd voor een grootscheepse overstap op waterstof om zo een duurzaamheidstransitie te bewerkstelligen.

Waarom pleit u dan tegelijkertijd voor all-electric oplossingen?
“Het is geen kwestie van óf - óf, maar én - én. Een all-electric-economie sluit namelijk geen waterstof uit en omgekeerd ook niet. Je kunt waterstof omzetten in elektriciteit en andersom.”

Maar waarom zou je dat willen?
“Deze werkwijze biedt een aantal voordelen. Ten eerste is waterstof een ideaal, goedkoop opslagmedium. Beter en veel goedkoper ook dan de accu’s waarover we nu beschikken. Daarvoor worden zeldzame metalen gebruikt en ze verliezen veel energie bij langdurige opslag. Daarnaast biedt waterstof een ander belangrijk voordeel. Het is goedkoper om waterstof te transporten over lange afstanden dan elektriciteit.”

Tot nu toe hoor je protagonisten van de waterstofeconomie vooral pleiten voor de omzetting van lokale duurzame elektriciteit in waterstof. Dus gebruikmakend van windmolenparken in de Noordzee en pv-velden in Nederland. Waarom heeft u het dan plotseling over grote afstanden?
“Windmolenparken ver op zee zijn rendabel, maar onze Noordzee biedt onvoldoende ruimte om in onze behoeften te voorzien. En zonne-energie opwekken voor de omzetting in waterstof kan bijvoorbeeld in de Sahara met een veel hoger rendement plaatsvinden dan hier. Dus ik pleit voor én- én. Op deze wijze ga je uiteindelijk toe naar een mondiale energiemarkt, zoals we die nu ook al kennen voor gas en olie.”

Welke specifieke voordelen biedt waterstof voor de gebouwde omgeving?
“We lopen vooral in de bestaande bouw tegen grote problemen aan als we woningen willen verduurzamen met warmtepompen. Dat kan te maken hebben met het ruimtebeslag, de geluidsproductie en de extra kosten voor isolatie en een nieuw lt-afgiftesysteem. Bovendien wordt de salderingsregeling afgebouwd. Installeer je daarentegen een waterstofketel, dan hoef je alleen maar de bestaande aardgasgestookte cv-ketel te vervangen. Je kan ook kiezen voor een hybride oplossing, waarbij de warmtepomp het leeuwendeel van de verwarmingsvraag oppakt en de waterstofketel als achtervang functioneert en de productie van warm tapwater voor zijn rekening neemt. In beide gevallen heb je als bijkomende voordelen ook nog eens dat je minder aanpassingen aan het elektriciteitsnet hoeft te plegen, je gebruik kan maken van het aanwezig gasnet en ruimtes snel kan verwarmen als dat nodig is.”

En hoe zit het dan in de nieuwbouw?
“Daar is een all-electric systeem in de vorm van een warmtepomp een prima oplossing. Je kan namelijk al direct de ideale randvoorwaarden creëren, door de woningen goed te isoleren en het juiste lt-afgiftesysteem te installeren.”

Stel de bestaande bouw stapt massaal over op waterstofketels, kleven daar dan nog nadelen aan?
“Om het optimaal te laten renderen, moet je eigenlijk wel op wijkniveau de overstap maken, want er zijn aanpassingen nodig aan het gasnet. Daarnaast zijn er voorzieningen nodig voor de opslag van waterstof.”

In hoeverre laat de wetgeving het al toe om van Nederland een all-electric economie te maken met een waterstofinfrastructuur?
“Er zijn nog wel behoorlijke hobbels te nemen. De gaswet moet worden aangepast om het aardgasnetwerk te kunnen gebruiken. Ook zijn er extra veiligheidsprotocollen nodig voor de omgang met en het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving.”

Tot slot, we zitten nu in een soort tussenfase: welk advies zou u willen meegeven aan de installateur?
“Qua keteltechniek hoeft hij zijn kennis waarschijnlijk maar weinig bij te schaven. Houd gewoon de ontwikkelingen in de gaten en oriënteer je alvast op waterstofketels én warmtepompen. Op termijn verwacht ik een doorbraak.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Visie All-Electric

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’ ...
Verder Lezen

“Waterstof zal Nederland veroveren”

De energietransitie gaat niet over één oplossing. Waterstof is één van de oplossingen. Jan Wijbenga (foto) van het bedrijf Feenstra ...
Verder Lezen

Stedin start proef met verwarmen van woningen op waterstof

In Uithoorn stroomt vanaf vandaag waterstof door het bestaande aardgasnet. Veertien sloopwoningen zijn gereed gemaakt voor tijdelijke verwarming met waterstof ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

Innoveren

Gepubliceerd op

In het laatste kwartaal van het vorige jaar kwam het nieuws naar buiten dat Stichting KIEN haar activiteiten ging beëindigen. STEM Industrial Marketing Centre (STEM Imc) uit Voorburg zal de werkzaamheden gedeeltelijk voortzetten. Initiatiefnemers Willem de Vries en Maarten van der Boon leggen uit wat STEM Imc precies doet.

Willem de Vries en Maarten van der Boon zijn de drijvende krachten achter STEM Imc. Beiden zijn geen onbekenden in de installatiesector. De Vries heeft in het verleden binnen de toenmalige branchevereniging verschillende trainingen en cursussen rond het thema Marketing en Business Development opgezet en verzorgd. Maarten van der Boon is al verschillende decennia actief in de installatiesector. Als bestuurder, spreker en columnist.

Kenniscentrum
STEM Imc is een kenniscentrum op het gebied van Business Development van technische bedrijven, vanuit een marketingperspectief. Maar de organisatie heeft ook de nodige kennis in huis over het optimaliseren van innovatie- en Salesprocessen. Als het heel goed gaat in een organisatie denk je daar niet aan, maar als de druk vanuit de markt toeneemt moet je wel. De Vries en Van der Boon zien in veel technische B2B-bedrijven vooral technologie denken en veel minder marktgericht denken. Technische bedrijven vertellen vooral over wat ze doen, doorvertaald naar de installatietechniek komt dat neer op: ‘wij maken betrouwbare installaties’.

KIEN
De activiteiten van Stichting KIEN hadden een groot aantal raakvlakken met die van STEM Imc. KIEN concentreerde zich op business development en innovatie in de installatiesector. Precies wat STEM al deed voor de maakindustrie. Vanuit die gedachte bleek het een waardevolle aanvulling te zijn om de installatiebranche toe te voegen aan het werkingsgebied van STEM. Er blijft voor installateurs nu een plek waar zij terecht kunnen met (hulp)vragen of voor kennisuitbreiding, onder andere op het terrein van innovatie en marketing.

Waarde marketing
Voor De Vries en Van der Boon is marketing feitelijk het hart van de organisatie; zeg maar je bedrijfsbeleid. Het is hoe je als organisatie ervoor zorgt dat je iets doet of levert wat het probleem van een ander oplost. Zonder het oplossen van een probleem kun je verzinnen wat je wilt, maar heb je geen business. Los je wel een probleem op, dan zul je ervoor moeten zorgen dat de mensen waarvan je denkt of weet dat ze dat probleem hebben, bekend worden met jouw oplossing. Marketing is dus meer dan alleen reclame maken, wat een synoniem voor marketing lijkt te zijn geworden.

Uitdaging
De grote uitdaging voor technische bedrijven is dat veel commerciële beslissingen door technisch geschoolde en gedreven personen worden genomen. Technische mensen zijn vaak geneigd om vanuit technische oplossingen te denken en minder vanuit de werkelijke behoefte van de klant. Daardoor ligt de nadruk op de techniek en de kwaliteit van het product en minder op de vraag of dit product ook daadwerkelijk een probleem oplost, merken De Vries en Van der Boon.

Voorbeeld
Hetzelfde proces zie je terug in het contact met de eindklant. Een voorbeeld: installateur X werd gebeld om een offerte uit te brengen voor een nieuwe cv-ketel in een woning. Tijdens het gesprek vertelt de klant wat hij belangrijk vindt. ‘Overal en altijd warm water.’ Met een huishouden van 5 personen kan het voorkomen dat er iemand doucht en iemand anders beneden de kraan aanzet. Het gegil van nu uit de badkamer moest maar eens verleden tijd worden. Daarnaast gaat men ook regelmatig weg. Dus een iets slimmere thermostaat zou ook handig zijn. Na enkele dagen viel de offerte op de deurmat. Twee pagina’s vol technische pietpraat met in het aanbod een instap-thermostaat zonder klokfunctie. De bijlage bestond uit een folder van een ketelfabrikant. De klant leest niets herkenbaars terug van het gesprek en wat ook nog storend is: zijn naam is verkeerd geschreven.

Onderscheidend vermogen
Door de nadruk op techniek en kwaliteit wordt er te weinig onderscheidend vermogen geleverd, merken De Vries en Van der Boon op. Industriële producten lijken veel op elkaar. Menig bedrijf loopt daardoor het risico om in de Commodity Trap en een negatieve prijsspiraal terecht te komen. Veel aanbieders in de installatietechniek denken: ‘Ik heb een goed product en lever kwaliteit, dus ze moeten toch eigenlijk wel voor mij kiezen’. Maar je bent een van de velen: als het onderscheidend vermogen van je product onvoldoende zichtbaar is voor inkopers, dan gaan ze toch voor de laagste prijs. In lijn met het voorbeeld van zojuist: lever je een cv-ketel met alle toebehoren of lever je comfort, gemak en zekerheid?

Strategische ontwikkelingen
STEM Imc is ook nauw betrokken bij onderzoek. In samenwerking met de Universiteit van Twente doet de stichting actief onderzoek naar ‘Servitisation’. Vrij vertaald betekent dit: ‘het aanbieden van klantgerichte combinaties van goederen, diensten, ondersteuning, self-service en kennis, met als doel waarde toe te voegen aan het kernproduct.’ Een bekend voorbeeld uit een andere industrie is dat van Rolls-Royce. Zij verkopen geen motoren maar ‘Power by the Hour’. Deze beweging rond het opzetten en verlenen van diensten-als-een-service krijgt steeds meer voet aan de grond. Wat betekent dit nu voor de installatiesector? Wat is de impact op de dienstverlening? Waar kan Servitisation van toegevoegde waarde zijn in hun dienstverlening? Wat is hiervoor nodig aan mensen, organisatie en middelen? STEM Imc biedt inspiratie- en innovatiesessies aan voor professionals in de installatiebranche om hier meer vertrouwd mee te raken.

Aanbod
STEM Imc is volop bezig om haar dienstenaanbod te vertalen naar de marktsegmenten Bouw- en installatietechniek. Beide liggen in het verlengde van de maakindustrie waarin al de nodige kennis en ervaring is opgebouwd. Het doel is om in het eerste kwartaal van 2021 een stichting op te zetten. Deze stichting gaat meer onderzoek doen op het gebied van B2B-Business Development, innovatie en marketing in technische omgevingen. De uitkomsten van dit onderzoek worden te zijner tijd uitgedragen door onder andere een – eveneens nog op te zetten - coöperatie STEM.

Einddoel
Het uiteindelijke doel is om een ecosysteem op te zetten van kennis gedreven organisaties en personen. Een community op het gebied van Business Development, innovatie en marketing/communicatie in technische omgevingen: van, door en met elkaar

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Duurzaam ondernemen

In dit artikel leg deskundige Gerd van ‘t Hul uit wat duurzaam ondernemen betekent voor de interne bedrijfsvoering van de ...
Verder Lezen

Invloed W-installateur verschilt per land

De bouw- en installatiebranche is vrij uniek in haar besluitvorming. Hierbij zijn vaak veel partijen betrokken, zoals eindgebruikers, architecten, aannemers, ...
Verder Lezen

Markt beoordeelt Intercool als bovengemiddeld klantvriendelijk

Intercool scoort in het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek van Bouwkennis beduidend hoger dan het marktgemiddelde. In alle categorieën scoort de leverancier van ...
Verder Lezen

Hoe werf je vakmensen én houd je ze binnenboord?

Het tekort aan (technische) vakspecialisten in de branche is nijpend. Er moet de komende jaren ontzettend veel verduurzaamd, gebouwd en ...
Verder Lezen

Van fietsenmaker tot installateur

Gepubliceerd op

Patrick van der Kraan is een techneut in hart en nieren. Hij zet nu als operationeel directeur Husvé Installatietechniek op de kaart. Onder andere met een fraaie klus in de gestapelde woningbouw.

Van der Kraan ging na de MTS aan de slag bij een fietsenmaker. Hij had echter niet zoveel met fietsen, maar sleutelde liever aan scooters. Dat ging hem goed af. Hij werkte in het totaal 7 jaar bij zijn voormalige werkgever.

Overstap
Toch wrong het ergens. Naast zijn technische werkzaamheden was Van der Kraan actief betrokken bij de verkoop. “Daar had ik niet zoveel mee, het stond me ronduit tegen”, vertelt hij openhartig. Toen hij dan ook de kans kreeg om bij Husvé Installatietechniek aan de slag te gaan, greep hij die met beide handen aan.

Techniek
Die overstap ging hem makkelijk af, vertelt hij terugkijkend. “In beide disciplines breng je problemen in kaart en los je die op. En uiteindelijk gaat het allemaal om techniek.” Van der Kraan is inmiddels opgeklommen tot Operationeel Directeur van het Maasluise bedrijf. Husvé Installatietechniek heeft acht buitenmonteurs in dienst en twee kantoormedewerkers en draait uitstekend, maar toch het zijn onzekere tijden.

Richtingenstrijd
“Ik heb eigenlijk geen flauw idee welke kant we nu uiteindelijk opgaan als branche”, zegt Van der Kraan. “Iedereen heeft het wel over verduurzaming, maar dat upgraden van al die bestaande woningen is geen eenvoudige klus. In veel gevallen zijn ze zo slecht geïsoleerd, dat het financieel niet loont om er een duurzame installatie neer te zetten. Ook geen hybride warmtepomp. Daarnaast vraag ik me af welke rol waterstof krijgt in de toekomst.” Kortom met zoveel onzekerheden speelt Husvé Installatietechniek het liever op safe.

Specialismen
“Wij hebben ons gespecialiseerd in ventilatie en verwarming met cv-ketels. Beide markten draaien goed en wat ze ook zeggen; voorlopig nemen we nog geen afscheid van de cv-ketel.” Mocht er een omslag plaatsvinden, dan springt Husvé Installatietechniek het liefst op een rijdende trein. “Is de tijd rijp om je meer op duurzame systemen te richten, dan haken we gewoon aan.”

Project
Afgelopen september kreeg Husvé Installatietechniek een leuke klus in de schoot geworpen. Een Maassluise flat met tien verdiepingen moest worden voorzien van nieuwe thermostaatkranen. “Naja, niet alle woningen hoor, om precies te zijn 127 van de 160.”
De oude radiatorkranen vertoonden mankementen of functioneerden domweg niet meer.

Keuze
Van der Kraan koos voor het 1 pijpssysteem van Heimeier. Daar lagen verschillende redenen aan ten grondslag. “Allereerst was er al een 1 pijpssysteem aanwezig, dus hadden we weinig keuze. Daarnaast heeft deze thermostaatkraan een hele lage weerstand. Bij een hoge weerstand wordt de radiator niet goed warm.”

Uitdagingen
“De bewoners waren thuis, terwijl we de werkzaamheden uitvoerden. Dan is het zaak om alles netjes te doen. Naast de nieuwe thermostaatkranen moesten we ook 4 afsluitkranen op de aanwezige radiatoren monteren. Op die manier hoeven we in de toekomst bij het onderhoud en storingen niet meer het hele systeem plat te leggen.” Alle flats hebben nu 3 Cimberio-kogelkranen en 1 Viega Megapress dikwandige afsluiter. “Die was voor de keuken, waar een dikwandig pijpsysteem hangt.”

Tijd
“In het totaal zijn we er 4 weken mee bezig geweest. Ik had er 4 man volcontinu op zitten, soms aangevuld met 1 of 2 man extra. Ik kijk altijd met plezier terug op dit soort klussen. We kunnen nu het systeem per woning afsluiten en met de thermostaatkranen helpen we de bewoners een handje om de energierekening omlaag te krijgen en hun energiegebruik terug te dringen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Alleskunners

Sipke Hoekstra stapte van E over op W. De Friese vakman is daardoor van alle markten thuis, wat hem onlangs ...
Verder Lezen

Midden in de corona-hel

Een week geleden lachte het leven hem nog toe, maar sinds twee dagen ziet de toekomst er zorgelijk uit. Erg ...
Verder Lezen

Visie All-Electric

Gepubliceerd op

Is All-Electric de heilige graal? LG en Alklima-Mitsubishi Electric, twee toonaangevende spelers, geven hun visie op de ‘Road to All-Electric’.

De warmtepomp begint zo zoetjes aan wel ingeburgerd te raken, vertelt Erwin Tuijtel van Alklima-Mitshubishi Electric. “Wij merken dat bijvoorbeeld aan de grote groep installateurs die zich laat bijscholen en de blijvende groei van het aantal projecten waarin warmtepompen worden geplaatst.”

Beperkingen waterstof
Toch is er een hevige discussie gaande welke weg we nu moeten inslaan: richting een All-Electric maatschappij waarin een belangrijke rol is weggelegd voor warmtepompen of biedt een waterstofeconomie uiteindelijk meer perspectief? “Een All-Electric approach met warmtepompen heeft een aantal voordelen”, zegt Wilco Henzen van LG. “Zo kan je er naast verwarmen, ook mee koelen. Bovendien zijn warmtepompen makkelijk te integreren in installatieconcepten met PV-panelen en opslag in accu’s.” En interessant al die aandacht voor waterstof, “maar het is nog maar de vraag welke risico’s deze warmtedrager met zich meebrengt”, waarschuwt Henzen. “Daarom blijf ik benadrukken dat de branche en klanten daarover goed geïnformeerd dienen te worden door onafhankelijke partijen als ISSO, Techniek Nederland en TVVL.” Toch zou er een rol kunnen zijn weggelegd voor waterstof, denkt de LG-specialist. “Bijvoorbeeld in binnenstedelijke gebieden, waar de warmtepomp moeilijker toe te passen is.”

Trias Energetica
Ook Tuijtel heeft een uitgesproken mening over waterstof. “Bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Nederland moeten we gebruik maken van meerdere technieken om ons doel te behalen. Ik zie echter meer kansen voor waterstof in de industrie en het transportwezen en eventueel een stuk seizoensopslag van energie. Als voorstanders van waterstofketels zeggen dat je zo eenvoudig een aardgasgestookte cv-ketel kan vervangen door een waterstofvariant in de bestaande bouw, gaan ze voorbij aan de principes van de Trias Energetica. Je zal vroeg of laat toch de hele woning onder handen moeten nemen, door extra te isoleren om de energievraag terug te dringen. In de vergelijking met waterstof wordt vaak vergeten te kijken naar het rendement van de opwekking tot en met de levering van nuttige warmte. Het rendement van deze totale keten is voor de warmtepomp een stuk gunstiger.”

Proven Technology
“Bovendien”, vervolgt Tuijtel, “kunnen we de warmtepomp nu wel scharen onder de noemer ‘Proven Technology’. Het is een techniek die zichzelf al bewezen heeft, de branche raakt er steeds meer mee bekend. De waterstofketel daarentegen moet zichzelf nog bewijzen.”

Hybride installaties
Een andere discussie heeft te maken met het tempo waarin we eventueel een All-Electric maatschappij realiseren. Is een tussenstap met hybride installaties in bestaande woningen zinvol of tijd- en geldverspilling? Henzen en Tuijtel denken van niet. “De financiële haalbaarheid en het ambitieniveau van de opdrachtgever zijn van doorslaggevend belang”, zegt Henzen. Oftewel, loont het in zijn ogen en acht hij het mogelijk om geld te steken in het eventueel upgraden van zijn woning, zodat die geschikt is voor een warmtepomp en een lt-afgiftesysteem?” Tuijtel vult aan: “hybride installaties in de bestaande bouw zijn een tussenstation, maar geen eindoplossing. Uiteindelijk moeten we natuurlijk wel naar een volledig CO2-neutrale oplossing en daar pas het stoken van fossiele brandstoffen niet bij.”

Stroomgebruik
Zal een All-Electric maatschappij geen overbelasting van het net met zich meebrengen? Volgens Tuijtel loopt het zo’n vaart niet. “Allereerst daalt de energievraag omdat we overschakelen op energiezuinige oplossingen en we de vraag beperken volgens de principes van de Trias Energetica. In de nieuwbouw met een nieuw elektriciteitsnetwerk kunnen we bovendien vooraf al rekening houden met de invulling van de vraag, dus daar voorzie ik geen problemen. Het is natuurlijk een ander verhaal als je te maken krijgt met een oud elektriciteitsnetwerk.” Voorstanders van een waterstofeconomie wijzen graag naar de laatste situatie, “maar dan zou ik willen zeggen: ‘ook een bestaand gasnetwerk geschikt maken voor waterstofketels brengt uitdagingen met zich mee’. Kortom, voor de beste oplossing moet je altijd kijken met een integrale blik.”

Batterijen
Bovendien wordt de accutechniek steeds beter. “Het gaat daarbij niet alleen om de fabricage, materiaalkeuze en het ruimtebeslag, maar ook om de integratie in slimme installatieconcepten”, vertelt Henzen. Hij legt uit hoe je via de aansturing vanuit Smart Grids op verschillende schaalniveaus ervoor kan zorgen dat de daadwerkelijke bijdrage van een energieopslagmedium tot een minimum kan worden beperkt. En, dat ook seizoensinvloeden hierin een rol spelen. De noodzaak om energie op te slaan is uiteraard kleiner tijdens de zomermaanden dan de herfst en winter. Tot slot verwacht Henzen ook dat met een verdere opschaling van het gebruik en de productie de prijzen van accu’s omlaag zullen gaan.

Kennisniveau
De warmtepomp begint dus al ingeburgerd te raken, maar hoe is het gesteld met het kennisniveau van de installateur? Volgens Tuijtel heeft de traditionele cv-installateur nog moeite om mee te komen. “Vooral als het aankomt op de onderliggende principes, hoe de warmtepomp precies functioneert.” Hij hamert nog maar eens op het belang van opleiden. Henzen beaamt dat vooral “de partijen die trainingen volgen, goed thuis zijn in de techniek”. En, een leuk weetje: “Tegenwoordig kloppen er naast kleine installateurs ook steeds meer architecten en bouwkundige aannemers bij ons aan om zich te laten bijspijkeren. Een warmtepomp plaatsen heeft ook bouwkundige consequenties, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtebeslag en op zulke gebieden ontbreekt het nog wel eens aan de juiste kennis.”

Trends en toekomst
Waar gaan we naartoe de komende jaren? Zal de versobering van de salderingsregeling bijvoorbeeld consequenties hebben voor de populariteit van geïntegreerde installatieconcepten met warmtepompen en PV-panelen? “Tuijtel denkt van niet. “Sterker nog ik denk dat die maatregel de ontwikkeling van opslagmedia en Smart Grids gaat stimuleren. En dan denk ik in het eerste geval niet alleen aan accu’s, maar ook aan thermische opslag en opslag door middel van waterstof.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

BENG, een update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘Stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

All-Electric: meer dan warmtepomp én vloerverwarming

Het lijkt erop dat de introductie van de NTA 8800 (BENG) leidt tot een blikvernauwing op het gebied van warmteafgiftesystemen ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

Hergebruik

Gepubliceerd op

In Kloetinge hebben DWT Groep en Paree Elektro-Telecom samen met een aantal partners de nieuwe Ithaka-kliniek onder handen genomen. De eisen die zorginstelling Emergis stelde aan de nieuwe kliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie logen er niet om. Het gebouw moest energieneutraal zijn én bovendien circulair tot stand komen.

Zorginstelling Emergis heeft uiteindelijk twee vestigingen samengevoegd tot één kliniek. Bij de renovatie en nieuwbouw is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van materialen die beschikbaar kwamen door de gedeeltelijke sloop van het bestaande gebouw. Vrijwel gelijktijdig met de bouw van het nieuwe Ithaka moest in Terneuzen, zo’n 60 kilometer verderop, het kantoor van Rijkswaterstaat plaatsmaken voor een nieuwe sluis. Het gebouw werd zorgvuldig gedemonteerd en tal van raamkozijnen, houten draag- en steunbalken en pilaren kregen zo’n 60 kilometer verderop een nieuwe bestemming.

Energieneutraal gebouw
De energiespecialisten van DWT Groep slaagden er samen met Paree Elektro–Telecom en Rothuizen Architecten en Stedebouwkundigen in om de Ithaka-kliniek grotendeels circulair tot stand te brengen. In opdracht van Emergis zijn in Kloetinge twee klinieken die voorheen een capaciteit van 42 bedden hadden, teruggebracht tot één locatie met 28 bedden. Dankzij warmtepompen en zonnepanelen is het nieuwe gebouw volledig energieneutraal.

Demontabele warmtepomp
Bij het project is gekozen voor een lucht-water-warmtepomp van Mitsubishi Electric. De pomp is geselecteerd omdat die, zodra de technische levensduur erop zit, in een speciale fabriek weer helemaal wordt gedemonteerd. Mark-Jan Koldijk van DWT Groep: “Dankzij circulair installeren en bouwen kunnen gebouwen ook sneller andere functies krijgen. Je weet immers niet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet, dus is het handig heel eenvoudig zaken aan te kunnen passen. Zo krijgt een gebouw extra waarde.”

Systeemdenken
Circulariteit staat hoog op de agenda van de overheid én van Techniek Nederland. Maar in de praktijk blijkt het niet eenvoudig om systeemdenken centraal te stellen, hernieuwbare energiebronnen te gebruiken en ervoor te zorgen dat grondstoffen en installatieonderdelen zo weinig mogelijk waarde verliezen. Volgens Pieter Paree (Paree Elektro–Telecom) was het enthousiasme van Emergis doorslaggevend om iedereen mee te krijgen. “Alle betrokkenen moeten erin geloven en fouten durven te maken. Met vallen en opstaan hebben we een prachtig resultaat bereikt.”

Auteur: Dick Reijman, Techniek Nederland

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Installaties in circulaire (ver)nieuwbouw

Is het wel mogelijk om circulaire installaties te ontwerpen? Met die vraag in het achterhoofd wordt nu geëxperimenteerd in een ...
Verder Lezen

Circulaire installaties

Het komende decennium gaan we als branche over op circulaire gebouwinstallaties, daar is geen twijfel over mogelijk, volgens Merosch. Het ...
Verder Lezen

Circulairleidingwerk

Karel steekt van al het nieuws meestal maar de helft op. Zo was het hem laatst opgevallen dat er veel ...
Verder Lezen

Dak vol zonnecollectoren verwarmt circulaire wijk

In de nieuwe circulaire wijk Buiksloterham heeft Westpoort Warmte het grootste zonnedak van Amsterdam gerealiseerd. Met de 1.680 collectoren levert ...
Verder Lezen

Veilig en gezond een duurzame toekomst in

Gepubliceerd op

Een jong bedrijf met een duurzame ambitie. WARP Systems in Nieuwkoop heeft groen bloed. Door de dunste watergedragen vloer-, wand en plafondverwarming en -koeling te ontwikkelen voorziet het bedrijf in een behoefte en speelt het in op de toekomst. Michael Soederhuizen, verantwoordelijk voor de afdelingen Legal en Finance en medeoprichter van het bedrijf, ziet dagelijks nieuwe kansen. Maar hierbij is v26360ken wel een voorwaarde.

Midden in coronatijd nadenken over verduurzaming en de groei van je bedrijf. Het is absoluut mogelijk. Soederhuizen: “We zien gewoon de vraag stijgen en met een enthousiast team weten we in deze bijzondere tijd onze doelstellingen te realiseren. We hebben vanaf het begin ingezet op de ontwikkeling van een eenvoudig systeem dat door zowel de doe-het-zelver als door de professional kan worden geïnstalleerd. We vormen de verbinding, de ADSL zoals wij dat noemen, naar hen. Want onze kernwoorden zijn Actief, Dun, Snel en Licht.”

Snel en dynamisch
Wat betekent WARP eigenlijk? Soederhuizen: “De WARP-technologie is een fictieve technologie uit de televisieserie Star Trek om ruimteschepen met een snelheid groter dan de lichtsnelheid te laten voortbewegen. Het inspireerde ons voor de naam van ons bedrijf. We zijn een jong bedrijf dat mee wil gaan in de uitdagingen die er liggen. Denk aan de renovatiegolf in de woningbouw. Misschien wil men eindelijk verlost zijn van de radiatoren. Of wil men een lagere energierekening of zich voorbereiden op het gasloos wonen. Op termijn wil men de overstap maken naar bijvoorbeeld een warmtepomp of laagtemperatuur-verwarming. Het zijn allemaal mogelijkheden. En wij willen hier flexibel op inspelen. Door te innoveren, produceren, verkopen én te installeren.”

Arboadviseur als partner
Bij de groei van het bedrijf komen ook andere vraagstukken kijken. Soederhuizen: “We moeten kunnen instaan voor het veilig en gezond werken in ons bedrijf. En dat doen we nauwgezet en met alle zorgvuldigheid. Maar soms is het ook goed een expert in te schakelen. En dat hebben we gedaan. Via ArboTechniek konden we een beroep doen op een arboadviseur die ons kosteloos kon helpen. Barry Sikkens was deze persoon voor ons. Een waardevolle partner!” Arboadviseurs zijn beschikbaar in elke regio en kunnen bedrijven helpen met allerlei praktische vragen over bijvoorbeeld werksituaties, het toepassen van de Arbocatalogus en stimuleren van veilig en gezond gedrag.

Duidelijkheid
Soederhuizen had voornamelijk vragen over de RI&E. “Ik wist absoluut dat we hiermee moesten werken, maar verdwaalde een beetje in het instrument. En opeens werd me ook duidelijk wat je eigenlijk allemaal moet weten. Dat klinkt misschien raar, maar als je echt iedereen in staat wil stellen om gezond en veilig te werken, moet je weten waar je het over hebt. Laat ik een voorbeeld nemen. We leggen onder andere plafondverwarmingen en koelingssystemen aan en we namen hiervoor natuurlijk veel voorzorgmaatregelen. Maar met de inzet van de RI&E heb je kaders, lees je wat je echt moet weten en wat de stappen dan zijn. Het was heel waardevol om daar met de arboadviseur doorheen te lopen!”

Door regels kijken
Een ander punt betrof het onderwerp gevaarlijke stoffen. “Met de RI&E ga je eens kijken welke gevaarlijke stoffen je in huis hebt. En eerlijk gezegd: dat waren er meer dan ik aanvankelijk dacht. En natuurlijk was alles veilig, maar de constatering is goed.” Een ander belangrijke meerwaarde van de arboadviseur is de informatie die je van hem of haar kunt ontvangen. “Er zijn zoveel regels. Maar wat is belangrijk? Hoe kan ik het vertalen naar ons bedrijf? Naar onze mensen? Met Barry kon ik deze vertaalslag maken. Door onze gesprekken, door de hulpsites en andere tools die hij mij gaf. Het werd echt meer van ons. En dat is fijn.”

Corona
Met de uitbraak van corona kreeg het thema veilig en gezond werken een andere dimensie. “Barry belde me op in de eerste golf. We spraken samen wat grote lijnen door en daar zijn we direct mee aan de slag gegaan. WARP stelde onmiddelijk mondkapjes ter beschikking, ook voor de bezoekers van de showroom. En natuurlijk werden hygiënemaatregelen getroffen in het kantoor. De installateurs zitten zo min mogelijk in de bus bij elkaar. “En we hebben altijd veel contact met de klant. We bellen vooraf of we langs kunnen komen en of niemand ziek is.”

Voorwaarde voor succes
De meerwaarde van de arboadviseur is helder. “Hij is niet zomaar een partner, maar een kennispartner! En hij brengt een paar handen die je ook werk uit handen nemen. Barry kent de wegen, weet wat er nodig is en heeft kennis van zaken. Ik heb dat zeer gewaardeerd. Praktisch en pragmatisch. Inlevend in het bedrijf en waar wij mee bezig zijn.” En, voegt hij ernstig toe: “Als je succes wilt hebben als bedrijf, dan hoort daar veilig en gezond werken bij.”

Ambitie
Soederhuizen wil corona ook in een breder kader plaatsen. “Corona had impact op veilig en gezond werken. Maar het heeft ook laten zien dat veranderingen snel mogelijk zijn. Binnen een paar maanden konden we onze manier van werken veranderen. Maar ook onze manier van leven. Laat dat een les zijn voor de aanpak van klimaatveranderingen en de energietransitie. We hebben de wendbaarheid om te veranderen, en kunnen dat snel. Laten we dat dan óók doen als het gaat om onze energie! WARP wil hieraan bijdragen met innovatieve, energiezuinige laagtemperatuur verwarming- en koelingssystemen. Want dat is waarom we ooit zijn begonnen. Het anders doen om de wereld samen beter te maken.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Aanbieders en eindgebruikers van koeltechniek bundelen krachten

Aanbieders en eindgebruikers van koeltechniek hebben recent de stichting Netwerk Koude- en Klimaattechniek opgericht. De stichting gaat toezien op veiligheid ...
Verder Lezen

Veilig werken aan installaties voor gasverbranding

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Corona helpdesk voor veilig werken in techniek geopend

Techniek Nederland en ArboTechniek hebben de Corona Helpdesk Veilig Werken in het leven geroepen. Een team van experts staat klaar ...
Verder Lezen

Veilig werken

We werken veilig of we spreken elkaar erop aan. Het lijkt logisch maar is dat niet altijd. Er zijn altijd ...
Verder Lezen

Duurzaam ondernemen

Gepubliceerd op

In dit artikel leg deskundige Gerd van ‘t Hul uit wat duurzaam ondernemen betekent voor de interne bedrijfsvoering van de installateur en wat duurzaam ondernemen richting klanten inhoudt.

Wat is duurzaamheid?
Duurzaam ondernemen is een breed begrip. Gaat het over het voortbestaan van jouw onderneming? Over hoe gelukkig jouw team is? Over hoeveel energie je gebruikt? Over hoeveel geld je verdient?
Of toch over hoeveel energie jij voor je klanten kunt besparen? Het antwoord op deze vragen is dat duurzaam ondernemen over alle aspecten van je bedrijf gaat. Het gaat over het voortbestaan van jouw bedrijf, over blije gezichten in de kantine, over energie besparen, over die laatste rooie rotcent en over jouw klanten helpen om energie te besparen.

Continuïteit
Zelf ben ik accountant. Bij ons gaat het, voor het eerst in jaren, sinds COVID-19 weer eens serieus over continuïteit. In goede jaren lukt het namelijk iedereen om een onderneming te starten en winstgevend te laten zijn. Maar als het minder gaat, onderscheiden de beste ondernemers zich door eerder, sneller en doeltreffender in te grijpen. En meestal ook (juist dan!) te investeren. Een matige ondernemer snijdt te laat in de kosten, moddert nog even door en stopt dan met zijn bedrijf, verkoopt het bedrijf, of gaat failliet. Hoe voorkom je dat? Het antwoord is door in te zetten op duurzaamheid.

Gezondheid
Een duurzame ondernemer zorgt ervoor dat zijn team zich goed voelt. Een onderneming is zo goed als het team. Duurzaam ondernemen betekent ook ervoor zorgen dat je team zich in de toekomst goed blijft voelen. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke, maar ook geestelijke gezondheid. Niet alleen de gezondheid van jouw team, maar ook jouw eigen gezondheid. Hoe duurzaam is het dat jij meer dan 60 uur per week werkt? Vorig jaar hielp ik twee klanten, die samen een elektrotechnisch installatiebedrijf hebben, om beter inzicht te krijgen in hun bedrijfsvoering. Ze hielden ook hun eigen uren bij. In de urenstaten zag ik dat ze allebei tussen de 60 en 70 uur per week werkten. Dat was eerder regel dan uitzondering. Beiden waren overwerkt (en ook onderbetaald). Door betere mensen op kantoor aan te nemen hebben we dit nu weten terug te brengen naar een gezonde 45 uur per persoon.

Geloofwaardigheid
Het lijkt misschien vreemd, maar door dit soort dingen te doen verbeter je niet alleen je eigen gezondheid, maar verhoog je ook vaak de winst van de onderneming.

Voorbeeld geven
Heb je sowieso weleens stilgestaan bij de duurzaamheid van jouw eigen onderneming? Onlangs werden er bij mijn buren zonnepanelen geïnstalleerd. De installateur kwam met 6 mensen in 2 bestelauto’s en een (mini) vrachtwagen aanrijden. Op basis van de kentekens kon ik zien dat het om hele oude auto’s ging. Deze installateur heeft de duurzaamheidsboodschap verpakt in al zijn communicatie-uitingen, maar komt ondertussen wel voorrijden bij de klant met een oude diesel bestelauto...

Noodzaak winst maken
Een duurzaam bedrijf maakt winst. Winst is nodig om investeringen te kunnen betalen. Investeringen in de beste gereedschappen, de mooiste bestelbussen (zodat je medewerkers zich gewaardeerd voelen), investeringen in opleidingen, investeringen in innovatieve technieken en investeringen in marketing.

Zichtbaar zijn
Hoe belangrijk is duurzaamheid voor jouw klanten? Stel je het volgende voor. Je bent op zoek naar een nieuwe auto en op een zaterdag besluit je om eens rond te rijden en twee autodealers te bezoeken. De eerste dealer waar je komt, verkoopt luxe Duitse auto’s. Bij binnenkomst wordt je hartelijk ontvangen door wat later de eigenaar blijkt te zijn. Bij deze dealer hebben ze glazen wanden geplaatst tussen de showroom en de werkplaats. In de werkplaats zie je ook een auto van een Frans merk staan en je vraagt of ze wellicht ook dat merk servicen. De eigenaar vertelt je dat dit een auto is van een medewerker, die op zaterdag zelf zijn auto daar mag onderhouden. Je bekijkt een aantal auto’s en wanneer je wegloopt zie je nog net de eigenaar in een felrode Italiaanse sportauto wegrijden. Bij de volgende dealer wordt je ook ontvangen door de eigenaar. Deze autodealer verkoopt luxe Zweedse auto’s. Iedereen rijdt hier in hetzelfde merk, vertelt de eigenaar. Wanneer je je interesse uit in één van de modellen, zegt hij direct dat hij er zelf ook zo één rijdt en dat je een proefrit kan maken. Welke auto zal je dan kopen?

HGG
Duurzaam ondernemen betekent dus ook dat je zelf het goede voorbeeld geeft aan je klanten. Daarnaast concentreer je je op zo goed mogelijk luisteren naar zijn wensen. De fout die veel installateurs maken die ik voor het eerst
ontmoet, is dat zij te snel een offerte opsturen. Het is cruciaal om eerst een HGG – Heel Goed Gesprek - te hebben met jouw klant. In dit gesprek ga je dieper in op het waarom van de vragen. Wil iemand zonnepanelen? Waarom dan? Is de prikkel financieel, of meer emotioneel? Hoeveel energie zouden ze ermee willen besparen? Wanneer er een concrete duurzaamheidswens is, dan kun je ook nog verder gaan door aanvullende diensten aan te bieden. Jouw doel als installateur is immers om jouw klanten te helpen bij het behalen van hun woon- en levensdoelen.

Meerwerk binnenhalen
Na dit Hele Goede Gesprek weet je als het goed is waarom de mensen de specifieke vraag hebben over bijvoorbeeld hun meterkast, maar weet je ook wat voor installatiewerk je nog meer zou kunnen doen, om bij te dragen aan hun doelen. Bij de gemiddelde installateur gaat het proces ongeveer als volgt: een particulier belt op met een vraag over zonnepanelen. Soms gaat de ondernemer of de werkvoorbereider langs, vaak wordt er ‘even snel’ op Google Maps gekeken en wordt het aantal panelen
bepaald. Snel volgt een offerte om het dak te bedekken met panelen voor, zeg € 5.000.

Beste strategie
Moderne installatiebedrijven doen het anders. De ondernemer of de verkoopmedewerker gaat langs bij de klant. Hij of zij vraagt naar de achterliggende reden om zonnepanelen aan te schaffen en komt erachter dat de klant zou willen besparen op de energiekosten. Wanneer de ondernemer doorvraagt, blijk dat er nog niet is nagedacht over het eventueel verder verduurzamen van de woning. Omdat deze elektrotechnische ondernemer als eerste met deze klant in gesprek is getreden, ontstaat er een vertrouwensrelatie die de ondernemer gebruikt om samen met een bevriende loodgieter en aannemer een plan te maken voor de verdere verduurzaming van de woning. Hier komt werk uit voor de loodgieter en aannemer, maar ook voor de elektricien. In hetzelfde gesprek zou de omzet kunnen groeien van € 5.000 naar misschien wel € 10.000 of € 30.000.

Gouden toekomst
Juist door alle aangekondigde maatregelen om Nederland energiezuiniger te maken ligt er voor de installatiebranche een gouden toekomst in het verschiet. Ik roep wel installateurs op om over de eigen schaduw heen te springen. Ben jij nog steeds afhankelijk van aannemers voor jouw werk? Juist jij hebt op dit moment een unieke kans om als eerste aanspreekpunt een belangrijke vertrouwensrelatie op te bouwen met de eindklant. Gebruik dit ten goede, van jezelf, van het klimaat, maar vooral van het leefklimaat van jouw klanten 

Gerd van ‘t Hul –Van ‘t Hul Accountants, Specialist op het gebied van adviesverlening aan installatiebedrijven

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Europa’s duurzaamste drijvende woonwijk

Amsterdam-Noord herbergt sinds kort de duurzaamste drijvende woonwijk van Europa. Het betreft de waterwijk Schoonschip met drijvende houten huizen, verbonden ...
Verder Lezen

Duurzaam rookgasafvoersystemen aanleggen

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Installateur als duurzaamheidsambassadeur

Na een jaar lang proberen, onderzoeken en uitwerken in de praktijk, keert het tij voor wat betreft de uitvoering van ...
Verder Lezen

Drijvend kantoor als uithangbord voor duurzaam bouwen

Het Floating Office Rotterdam (FOR) wordt het nieuwe hoofdkantoor van het Global Commission on Adaptation (GCA). Het drijvende kantoorgebouw, ontworpen ...
Verder Lezen

Installaties in circulaire (ver)nieuwbouw

Gepubliceerd op

Is het wel mogelijk om circulaire installaties te ontwerpen? Met die vraag in het achterhoofd wordt nu geëxperimenteerd in een aantal proefprojecten. Johan Riezebos, directeur bij Ter Steege Advies & Innovatie vertelt over de ervaringen in het Enschedese Stroïnkslanden.

“Het is best een uitdaging om al van tevoren te bedenken hoe je afval voorkomt en wat er met de toegepaste producten moet gebeuren aan het einde van hun levensduur. Toch zien we gelukkig steeds meer zien we pilotprojecten ontstaan, waarin wordt geprobeerd om zo circulair mogelijk te bouwen.

Project Enschede
“Eén van die projecten is gerealiseerd in Enschede in de wijk Stroïnkslanden. Het ging om 7 woningen voor woningstichting De Woonplaats. Er stonden 7 eenlaagse woningen die klaar waren voor de sloophamer. Op de bestaande fundering zijn 7 nieuwe woningen opgetrokken met een HSB casco in twee lagen. We zijn in april van start gegaan, deze maand betrekken de eerste bewoners hun nieuwe woning.”

Installateur
“De Woonplaats had het project ingebracht in een masterclass Circulair Bouwen die door Pioneering (innovatief bouwnetwerk in oost-Nederland) was georganiseerd. Een aantal van de deelnemende partijen hebben samen de handschoen opgepakt en zijn gaan ontwerpen en ontdekken. Helaas was er bij de masterclass geen installatiebedrijf aanwezig. Maar via goede contacten werd Loohuis Energie- en Installatieadvies bereid gevonden om mee te denken.”

Casco
“Uitgangspunt van het ontwerp was om zoveel mogelijk van het bestaande woonblok te hergebruiken. De deelnemers wilden het bestaande casco dus liever niet slopen, maar laten staan en opnieuw gebruiken. Dan zou de door de opdrachtgever gewenste uitbreiding van het gebruiksoppervlak gerealiseerd kunnen worden in een optopping. Helaas bleek dat onmogelijk. Door onvoldoende gegevens over de ondergrond kon de constructeur geen groen licht geven voor een optopping van het bestaande casco.”

Losmaakbaar monteren
“Bovendien moesten er te veel materialen worden toegevoegd om te voldoen aan de huidige geluids- en brandwerendheidseisen (Bouwbesluit 2012). De begane grondvloer is wel intact gebleven. Deze heeft nu een extra isolatielaag, die bestaat uit dakisolatieplaten van de vorige woningen. De opbouw van de woningen bestaat uit HSB-elementen die losmaakbaar zijn gemonteerd. Om de elementen ook echt losmaakbaar te houden, zijn de elektraleidingen niet in de cascowanden geplaatst, maar in de scheidingswanden. Zo zijn de HSB-elementen ook later gewoon weer te gebruiken in een ander project.”

Houtwerk
“De houten kozijnen waren eigenlijk bestemd voor een ander project, maar bleken de verkeerde maatvoering te hebben. Ze stonden bij de timmerfabriek in de opslagruimte, waar wij ze konden ophalen. Bij de maatvoering van de wanden is rekening gehouden met de afmetingen van die kozijnen. Ook de gevelbekleding is bijzonder. Er was onvoldoende kwalitatief goed circulair hout beschikbaar om toe te passen, dus is gekozen voor Trespa-platen die van de sloop waren teruggekomen. De architect bedacht een patroon dat gemaakt kon worden van de bestaande platen met zo weinig mogelijk zaagverlies.”

Speciaal glas
“Ook vermeldenswaard is een idee dat de schilder inbracht. Hij stelde voor om vacuümglas te gebruiken. Dat is dubbelglas met een hele dunne vacuümgetrokken spouw. Qua isolatiewaarde scoort het hetzelfde als HR+++ beglazing.”

Installatietechniek
“Over de installaties die zijn toegepast is ook goed nagedacht. Er is gekozen voor warmtepompen van Ecoforest. Het gaat om thermodynamische warmtepompen met een modulaire opbouw en een modulerend vermogen van 1-9 kW. De modulaire opbouw met componenten van a-kwaliteit draagt bij aan de verlenging van de levensduur, omdat de componenten ook over tien jaar één op één uitwisselbaar zijn. Daarnaast gebruikt de warmtepomp slechts een beperkte hoeveelheid koudemiddel.”

Budgettering
“Verder denken ze bij Ecoforest ook goed na over de verpakking. De producten worden geleverd in een houten verpakking op een pallet, dus zonder het bekende piepschuim. Als je denkt aan duurzaamheid en circulariteit moeten dat soort aspecten zeker niet vergeten worden. Vanwege budgettaire overwegingen zijn bij een aantal woningen overigens andere lucht-water warmtepompen van NIBE toegepast.”

Afgiftesysteem
“Convectoren nemen de afgifte van warmte voor hun rekening. Ook dat is een bewuste keuze geweest, omdat ze eenvoudig zijn de demonteren. Vanwege dezelfde reden zijn alle cv-leidingen als opbouw uitgevoerd.”

Ventilatie
“De ventilatieleidingen zijn goed bereikbaar en niet ‘ingestort’ in de constructie. Ze maken onderdeel uit van een gebalanceerd ventilatiesysteem. Op dit moment zijn al verschillende fabrikanten aan het onderzoeken, hoe ze hun systemen meer circulair kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan gerefurbishde ventilatieboxen. Deze zijn op dit moment echter nog niet beschikbaar.”

Riolering en sanitair
“Het sanitair is afkomstig uit verschillende showrooms. Voor zover mogelijk zijn bestaande rioolleidingen hergebruikt. De hulpstukken zijn voor de zekerheid allemaal vervangen.”

Kosten
“Zo zijn er diverse voorbeelden te geven van mogelijkheden om afval te voorkomen en waarde toe te voegen aan een project door producten losmaakbaar te maken, na te denken over zo weinig mogelijk onderhoud en bestaande producten te hergebruiken. En hoewel circulair bouwen nu nog wel wat duurder is dan traditioneel bouwen, kan er al veel. De echte omslag zal pas komen waarschijnlijk als er een CO2-beprijzing op producten komt. Daarnaast zal het zeker helpen als de BTW over hergebruikte producten achterwege kan blijven. Die is toch al een keer betaald?”

Samenwerken
“Tot slot: Circulair bouwen vereist een andere manier van denken. Om maar een voorbeeld te geven: vroeger werd een kromme spijker recht geslagen. Tegenwoordig is alles erop gericht om zo snel mogelijk de werkzaamheden af te ronden. Daardoor is er te weinig ruimte voor hergebruik van materialen. Hier is echt een omslag in het denken nodig.” 

Uitgelicht: Lessons Learnt
“Het is belangrijk dat de opdrachtgever voldoende ruimte laat in de uitvraag. Je kunt circulariteit lastig vangen in een dichtgetimmerd bestek. Een van de redenen hiervoor is dat de regelgeving nog niet aangepast is aan een circulaire economie. Gebruikte materialen zijn vaak lastig in te passen in de bestaande eisen en regelgeving. Daarnaast zijn er voor gebruikte materialen nog geen gelijkwaardigheidsverklaringen. De eerste circulaire projecten die nu worden gerealiseerd tonen aan dat er in de hele keten nog veel moet gebeuren om ons voor te bereiden op een circulaire economie.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Circulaire installaties

Het komende decennium gaan we als branche over op circulaire gebouwinstallaties, daar is geen twijfel over mogelijk, volgens Merosch. Het ...
Verder Lezen

Dak vol zonnecollectoren verwarmt circulaire wijk

In de nieuwe circulaire wijk Buiksloterham heeft Westpoort Warmte het grootste zonnedak van Amsterdam gerealiseerd. Met de 1.680 collectoren levert ...
Verder Lezen

Strategie om circulaire installaties te ontwerpen ondergaat praktijktoets

Vanuit de markt is er veel aandacht voor circulaire bouwmaterialen, maar over circulaire gebouwinstallaties is nog weinig bekend. Dit ondanks ...
Verder Lezen

Circulaire dakbedekking op nieuwbouw

Voor het eerst is in een nieuwbouwproject circulaire dakbedekking toegepast. Dit gebeurde op de British School in The Netherlands in ...
Verder Lezen

Anders verduurzamen

Gepubliceerd op

We moeten zo snel mogelijk en op grote schaal de CO2-uitstoot omlaag krijgen. Daarbij draait het vooral om de pieken in het gas-, de warmte- en het elektriciteitsgebruik. Vervolgens kunnen we dan de basislast aanpakken, betoogt Ronald Rovers. Volgens de bouwfysicus en Fellow van de Faculteit Bouwkunde aan de TU/E is het tijd voor een totaal andere benadering, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de installatiebranche.

“Traditioneel zijn installaties vaak uitgelegd op het invullen van de piekvraag. Dan zat je altijd goed. Dat was met fossiele, altijd beschikbare brandstof geen probleem. Maar met de huidige energietransitie kunnen we niet meer op deze weg doorgaan. De ironie is namelijk dat juist tijdens piekperiodes het aanbod aan duurzame energie het meest beperkt is. Daarom zijn we eigenlijk wel gedwongen om te zoeken naar een nieuwe en veel lagere balans tussen vraag en aanbod.”

Geen tijd meer
“En dat moet snel gebeuren. We hebben geen jaren de tijd meer om te wachten tot allerlei ideeën en onderzoeken tot prachtige nieuwe innovaties leiden. Maar, als we de curve alvast af kunnen buigen, dan winnen we wel wat tijd. Eigenlijk zouden we dit zo spoedig mogelijk moeten oppakken en op een manier die flexibel is, dat wil zeggen vervolgstappen niet in de weg zit.”

Rol installateur
“En daarbij komt de installateur om de hoek kijken. Een effectieve manier die snel resultaat oplevert, is om niet een complete renovatie uit te voeren, maar om een kleine warmtepomp naast de gasketel te hangen en die in hybride vorm samen te laten werken. Onderzoeken laten zien dat dat al tot 40% reductie kan leiden in het gasgebruik, vooral in het voor- en naseizoen. De gasvraag is daarmee significant kleiner, Groningen wordt ontlast en we zijn minder afhankelijk van Russisch gas. De gasketel springt dan namelijk alleen bij als het kwik fors daalt. Overigens zal dat met de stijgende temperaturen en warmere winters ook steeds minder vaak voorkomen. Als we er niet in slagen de klimaatverandering echt af te wenden, wordt die gasketel op termijn zelfs vanzelf overbodig.”

Elektriciteitsvraagstuk
“Natuurlijk leidt een elektrische warmtepomp tot een grotere elektriciteitsvraag. Daarom moeten we bij de installatie van een warmtepomp het dak ook direct volleggen met pv-panelen. Zo zet je forse stappen, want zowel de gasvraag als de CO2-uitstoot wordt gereduceerd en het aandeel hernieuwbare energie gaat omhoog. Deze eerste, eenvoudige fase in de energietransitie, kan snel worden uitgevoerd. Er hoeft niet aan de woning zelf te worden gesleuteld en de kosten zijn te overzien. Als we deze eerste fase binnen een paar jaar realiseren, boeken we al enorme vooruitgang.”

Lange adem
“Uiteindelijk willen we helemaal af van fossiele brandstoffen. Daarvoor moeten we sowieso de pieken in de warmtevraag tijdens de wintermaanden omlaag krijgen en de woning zelf aanpakken. Bijvoorbeeld door de woning te renoveren, de gevels en daken zwaar te isoleren en een lt-afgiftesysteem te installeren. Maar zelfs al zouden we erin slagen ieder jaar 100.000 woningen onder handen te nemen, dan zouden we nog 70 jaar bezig zijn. Tegen die tijd is een mogelijk gevaarlijke klimaatverandering, we praten dan over een temperatuurstijging van meer dan 3 graden, al onvermijdelijk. Met alle gevolgen van dien. Mocht er toch voor deze aanpak worden gekozen dan is stap 1 geen zinloze exercitie geweest. Op termijn zullen de installaties immers ook aan vervanging toe zijn en alles wat je in de tussentijd hebt bespaard aan energiegebruik is mooi meegenomen.”

Addertje
“Toch zit er een addertje onder het gras. Zowel het ‘verduurzamen’ van de woning als het optuigen van het resterende hernieuwbare energienetwerk vragen om enorm veel materialen, waarvan de productie voorlopig nog met veel CO2-emissies gepaard gaat. Zoveel zelfs, dat, als we alles bij elkaar optellen voor de hele woningvoorraad, het weer meer is dan we ons kunnen permitteren. We moeten dus ook een piekvraag in materialen vermijden.”

Nieuwe aanpak
“En dat brengt me bij de volgende stap: We moeten van het idee af dat we de hele woning moeten verduurzamen. Dat het huis 24 uur per dag op 21 graden gehouden moet worden. Als we de hele woning inpakken, doen we net alsof het 365 dagen per jaar vriest. Vandaar dat ik pleit voor een andere oplossing: het omturnen van bestaande woningen tot, wat ik, ‘zomer-winterwoningen’ noem. In de winter als het echt koud is, trekken we ons terug in de kern van de woning, zeg de eethoek en de keuken, en zorgen we dat we een paar weken alleen dat deel comfortabel houden. Precies de weken waarin de warmtepomp het net niet meer aankan en de gasketel bij zou moeten springen.”

Zonering
“Op deze wijze hoeven we niet hele woningen te isoleren en van een nieuw verwarmingssysteem te voorzien. Je pakt alleen een kleine kern aan, isoleert dat gedeelte en installeert een passend verwarmingssysteem. Vergelijk het met wat oudere huizen, waar nog schuifdeuren en lokale kachels in zaten. Die schuifdeuren doen we dicht. Alles bij elkaar scheelt dat een enorme hoeveelheid werk, materialen en energie. Bovendien brengt deze oplossing een lagere netbelasting met zich mee en volstaat al een lagere capaciteit van centrale systemen, zoals het elektriciteits- of warmtenet. Tot slot wordt het zo ook eenvoudiger om een balans te vinden tussen zomer- en winterbelasting van het net.”

Creativiteit
“Overigens vraagt zo’n kern-oplossing wel om de nodige creativiteit, ook van installateurs en aanpalende disciplines. Zelf ben ik op zoek gegaan naar een moderne schuifdeur, maar merkte al snel dat de keuze beperkt is. Of het wordt een vaste deur, die een barrière vormt voor de rest van het jaar, of het zijn enkelglas schuifdeuren, veelal hangend met spleten. Een mooie oplossing van dubbelglas, die in de zomer uit zicht verdwijnt, is er (nog) niet. Ook in het schakelen met twee temperatuurzones valt nog wat te ontdekken. De rest van het huis moet immers wel vorstvrij blijven, eventueel bijvoorbeeld met een infrarood paneel op de badkamer. Maar, terwijl we die eerste stap uitvoeren, waarbij woningen worden voorzien van hybride warmtepompen en zonnepanelen, ontwikkelen we de zomer-winter woning gewoon verder. Bij beide stappen speelt de installateur een belangrijke rol. Hij zou ze bijvoorbeeld als deel- of totaalpakket kunnen aanbieden.”

Integraal ontwerpen
“Waar het op neerkomt, is dat we de woningbouw en utiliteit niet kunnen blijven benaderen zoals we dat altijd gedaan hebben. We moeten in het licht van de energietransitie waarin we ons nu bevinden, de gebouwde omgeving opnieuw uitvinden. We hebben niet alleen voor de bestaande bouw een creatieve, snelle en effectieve aanpak nodig, maar ook in de nieuwbouw. Bouwfysici, installatieadviseurs, installateurs, bouwkundige aannemers en architecten zullen gezamenlijk met elkaar moeten optrekken, om zowel het energiegebruik als de materiaalbelasting drastisch omlaag te brengen, gas uit te faseren, en de CO2-uitstoot op 0 te krijgen. Hier ligt overigens ook een taak voor de vakopleidingen om mensen klaar te stomen.”

CO2-lockdown
“In Oostenrijk heeft men al een aantal gebouwen zodanig weten te ontwerpen, dat ze op basis van de interne warmtelast en zonnewarmte geheel zonder verwarmingsinstallaties kunnen functioneren. Of dat de ultieme oplossing is, zal de tijd moeten leren, maar het geeft aan dat we op een heel diep, fundamenteel niveau anders naar de gebouwde omgeving moeten leren kijken. Te beginnen bij de bestaande bouw: de curve moet snel omlaag. Net zoals we nu de verspreiding van het coronavirus willen elimineren, moeten we dat ook met CO2-emissies doen. Om nog grotere rampen, of zelfs een CO2-lockdown te voorkomen.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Opschalen: van BENG naar BELG

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek ...
Verder Lezen

Van veldverwarming tot airco op hotelboot

Installatietechniek is vaak maatwerk. Bijna geen project is hetzelfde. Een goed voorbeeld hiervan zijn de installatieprojecten in dit artikel. Stuk ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

High-Tech vs Low-Tech

Gepubliceerd op

Technologiedeskundige Kris de Decker schreef jarenlang over technische innovaties. Totdat hij zich realiseerde dat we als maatschappij een doodlopende weg bewandelen. Volgens De Decker moeten we naar een Low-Tech Society toe. En de installatiebranche kan daarin een belangrijke rol spelen.

Hij kan het zich nog goed herinneren: zijn ‘Eureka-moment’. “Ik schreef als freelancer ettelijke artikelen over technische innovaties. Op een gegeven moment merkte een eindredacteur op dat ik vrijwel altijd afsloot met de opmerking dat ‘de innovatie of geen daadwerkelijke oplossing vormde voor het onderliggende probleem of alleen maar zou leiden tot nieuwe problemen die weer om nieuwe technische oplossingen zouden vragen’. Pas toen drong het echt tot me door dat ik niet meer geloofde in het paradijs dat voorstanders van de High-Tech society ons beloven. En, ik besloot het roer om te gooien.”

Duizendpoot
De Decker verhuisde van België naar Catalonië en startte in 2007 zijn eigen tijdschrift ‘Lowtech Magazine’. Hij werd een begrip in de technologiewereld, publiceerde diverse boeken, ging ook aan de slag als energieconsultant en onderzoeker en sprak op een aantal conferenties. Een van zijn belangrijkste stellingen luidt dat “automatisering alleen maar leidt tot meer machines die energie nodig hebben”. Maar als dat zo is: welke kant moeten we dan op als maatschappij én als installatiebranche?

Verwarmingstechniek
De Decker geeft een aantal voorbeelden van, naar zijn mening excessen in de installatiebranche. “Laat ik beginnen bij de verwarmingstechniek. Vroeger had die een sterk lokaal karakter. Met haardvuur verwarmde men een specifieke plek in de woning. Verder gebruikten bewoners bijvoorbeeld stoofjes en warme kruiken om hun lichaam te verwarmen. Tegenwoordig is er sprake van een totaal andere benadering. Denk aan verwarmingsoplossingen die alle lucht in de ruimte opwarmen in plaats van de personen. Dat kost verschrikkelijk veel energie. Zeker als er nauwelijks mensen aanwezig zijn.”

Koeling en ventilatie
Voor ventilatie en koeling geldt hetzelfde, vertelt De Decker. “Een oude ventilator moest een lokaal effect sorteren. Met de moderne gebalanceerde ventilatiesystemen, wordt de lucht vaak voorbehandeld en de hele ruimte gekoeld en doorgespoeld. Ook dat vreet energie.” Dat de architectuur bovendien een andere weg is ingeslagen, verergert de situatie alleen nog maar. “Historische panden hebben vaak grote ramen, zodat je natuurlijk kan ventileren en koelen. Nu zijn de ramen verdwenen of kunnen ze niet open, vanwege het gebalanceerde ventilatiesysteem.”

Sanitair
En kijk naar het sanitair. “Het spoeltoilet is de grootste ecologische ramp die we ooit hebben bedacht. We gebruiken grote hoeveelheden water en alle reststromen gaan verloren. Wat wij opeten, moet terug naar het veld. Net zoals vroeger. Creëer dus circulaire kringlopen.”

Weerklank vinden
De Decker’s oproep is niet aan dovemansoren gericht. “Een jaar of 10 geleden werd er nog lacherig gereageerd, als ik mijn bezwaren uitte en met Low-Tech oplossingen op de proppen kwam. Dat is nu wel anders.” Energiebesparing en verduurzaming van de energievoorziening zijn op dit moment brandend actueel. Ook in de installatiebranche vinden ideeën van De Decker weerklank. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van persoonlijke ventilatiesystemen. Maar men zoekt ook in andere richtingen naar oplossingen.

Meet- en regeltechniek
Zo wordt meet-en regeltechniek ingezet om energiestromen te monitoren en te optimaliseren. Vaak in de vorm van oplossingen waarin sensors zijn opgenomen en die zijn geïntegreerd in domotica- of gb-systemen. Je komt daarbij overigens al snel terecht in de hoek van het Internet of Things. “Ja, meet- en regeltechniek kan de helpende hand bieden om energiestromen te reguleren, optimaliseren en daarmee het gebruik omlaag te brengen. Dat klopt. Maar in essentie komt het weer neer op het oplossen van technische problemen met nieuwe technologie. De fabricage van die producten kost heel veel energie, bovendien heb je ook stroom nodig om ze te laten functioneren. Volgens mij sla je zo de plank mis.” Bovendien gaat het voor een deel ook over luxeproblemen. “Je kan toch ook zelf het licht aanzetten of het rolluik omlaag doen? Is nog goed ook, want we krijgen al veel te weinig beweging als maatschappij.”

Ruimtebeslag
Maar als we toch massaal de overstap maken naar duurzame energie, wat maakt het dan nog uit hoeveel we gebruiken? De Decker: “Het lijkt inderdaad zo simpel, maar dat is het niet. We zetten nu volop in op wind- en zonne-energie. De bouw van windmolen- en zonneparken legt een grote claim op de beschikbare ruimte. Denk ook aan ons klimaat, waardoor we niet altijd de beschikking hebben over wind- en zonne-energie. Bijvoorbeeld als het windstil is of de zon zich nauwelijks laat zien overdag. Voor die momenten moet je een back-up hebben, bijvoorbeeld in de vorm van accu’s. Om energie te kunnen opslaan en op het juiste moment naar de juiste plek te transporteren is een uitgebreide infrastructuur nodig, dus ruimtebeslag. En niet te vergeten: de fabricage van al die apparaten kost bergen aan energie. Bovendien; realiseren we ons wel dat er zeldzame metalen nodig zijn om al die accu’s te laten werken?”

Smart Grids
Ook Smart Grids, waarbij een ICT-laag komt te liggen over het energienetwerk en op een slimme manier heen en weer wordt geschoven met energiestromen, bieden geen soelaas, meent De Decker. “Er wordt opnieuw veel elektronica gestopt in een technologisch systeem, waar ik om eerdergenoemde redenen weinig heil in zie. Bovendien blijft de beschikbaarheid een probleem, als je afhankelijk bent van wind- en zonne-energie. Sommige protagonisten stellen dan voor om het energienetwerk meer te internationaliseren, zodat weersomstandigheden een minder grote rol spelen. Maar dat heeft verregaande consequenties. Denk aan de infrastructuur die nodig is. Bovendien, als je je leveringszekerheid veilig wilt stellen, moet je ook rekening houden met de lokale politieke en economische situatie.”

Beschikbaarheid centraal stellen
Wat is dan wel de juiste aanpak? De geschiedenis kan hier als inspiratiebron dienen, meent De Decker. “Voor de fabricage van duurzame energiesystemen werd voornamelijk gebruik gemaakt van lokale materialen. Denk bijvoorbeeld aan molens. En, vroeger maalden die alleen als er wind was, oftewel gebruik alleen hernieuwbare energie als die beschikbaar is. Dat zou eigenlijk de leidraad moeten zijn bij de verduurzaming van onze energievoorziening.” Het klinkt heel logisch, maar inmiddels is onze maatschappij zodanig ingericht dat tijd en volgordelijkheid dominante factoren zijn geworden in de planning en het verwachtingspatroon van de bouwkolom én de consument én politici. Een installateur wil van tevoren weten wanneer hij zijn leidingen kan gaan trekken in de nieuwbouwwoning of het vloersysteem kan aanleggen en hetzelfde geldt voor zijn bouwpartners.

Rol overheid
De Decker onderkent de problemen. Volgens hem moet de overheid een voortrekkersrol aannemen, door nieuwe wet- en regelgeving te implementeren en zo het bedrijfsleven te stimuleren een bepaalde richting op te gaan. Bovendien kan diezelfde overheid in samenwerking met andere stakeholders ook ambachtelijk werken weer nieuw élan geven. En dat is broodnodig. “Vakmensen, zoals installateurs, willen allereerst zinnig werk doen en trots kunnen zijn op de resultaten. Als het accent daar meer op komt te liggen en minder op efficiency, wordt de overgang naar een Low-Tech Society een stuk eenvoudiger.” Daarnaast hoeven bedrijven en leveranciers niet te vrezen voor hun bestaansrecht, zo valt te destilleren uit de woorden van De Decker. “Er zijn genoeg nieuwe producten te verzinnen die aansluiten op een Low-Tech Society.”

Thermo-ondergoed
Waar moeten we dan precies aan denken? Eerder nam De Decker al een voorschot, nu licht hij verder toe wat voor soort oplossingen hij voor ogen heeft. “Het accent moet komen te liggen bij persoonlijke en lokale verwarmings-, koelings- en ventilatie-oplossingen, die eenvoudig toe te passen zijn. Dus, verwarm meubels op de plekken die veelvuldig worden aangeraakt, ga tapijten en kleding elektrisch verwarmen, draag thermo-ondergoed. Heb je een stand-alone verwarmingsoplossing, dimensioneer die dan niet te groot, ook zo’n euvel waar we vaak last van hebben. Wat betreft ventilatie en koeling kan je naast spuien ook interessante combinaties bedenken van hernieuwbare energie met ijs of perslucht gebruiken. En, op het gebied van sanitair ontkom je er eigenlijk niet aan om spoelarme toiletten te gebruiken, waarbij de reststromen worden opgevangen en hergebruikt.”

Enthousiasme
De doorsnee lezer zal nu niet staan te springen van enthousiasme. Er kleven nogal wat consequenties aan de Low-Tech Society die De Decker en ook anderen overigens voorstaan. Toch sluit De Decker een Low-Tech toekomst niet uit. “De samenleving verandert voortdurend. Dat leert ons de geschiedenis. Wat vandaag normaal is, hoeft morgen niet meer zo te zijn. Bovendien hoeft een Low-Tech aanpak op het vlak van verwarming en koeling niet tot minder comfort te leiden. Mensen zijn verschillend en je kan nooit iedereen gelukkig maken met een uniform thermisch milieu. Met persoonlijke warmtebronnen kan dat wel. Low-Tech oplossingen zijn vaak wat minder gebruiksvriendelijk, maar ze hebben altijd wel een of ander interessant voordeel dat een verkoopargument kan zijn.”

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Waarschuwing van toezichthouder voor drie warmtepompmerken

Uit een toezichtactie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar de naleving van de prestatie-eisen voor warmtepompen bleek dat ...
Verder Lezen

Luxe appartementen nu gasloos dankzij luchtwarmtepompen

Op de Koemarkt in Purmerend staat een compleet nieuwe, multifunctionele evenementenlocatie: De Markthal. De naam en de uitstraling van het ...
Verder Lezen

Verwarming, koeling en warmwater via één unit

LG Electronics (LG) introduceert de nieuwe Therma V Integrated Water Tank (IWT). Dit is een alles-in-één oplossing voor verwarming, koeling ...
Verder Lezen

Druk- onafhankelijke inregel- en regelafsluiter

Met de AB-QM 4.0 regelafsluiters, breidt Danfoss zijn productrange van drukonafhankelijke regelafsluiters voor  HVAC verwarmings- en koelsystemen uit. De afsluiters ...
Verder Lezen

Opschalen: van BENG naar BELG

Gepubliceerd op

Het idee voor ChargeFreeHome ontstond bij grondlegger Henk van Houten toen hij zag wat een BENG-woning inhoudt en dat vergeleek met zijn energieplus-woning. De werktuigbouwkundige pleit voor een energietransitie waarbij verduurzaming naar een hoger niveau wordt getild. ‘Van BENG naar BELG’ noemt hij dat, oftewel van een Bijna Energie Neutraal Gebouw naar een Bewust Energie Leverend Gebouw.

Een BELG-woning kan het hele jaar zelfvoorzienend zijn en elektriciteit leveren. In het geval van een starterwoning gaat het om 13.000 kWh en bij een semibungalow om 27.000 kWh aan overcapaciteit. Dat scheelt op jaarbasis meer dan 15.000 kg aan CO2-uitstoot per woning.

Wijkaanpak
Van Houten pleit voor een wijkgerichte aanpak, waarbij zowel aandacht wordt geschonken aan energiebesparingsmogelijkheden als de productie van groene energie. Alle huizen krijgen een lessenaarsdak met geïntegreerde zonnepanelen. Bovendien worden ze voorzien van PVT-panelen, een dik isolatiepakket, Triple glas, aardwarmtepomp en accu’s. Via WTW-systemen in de ventilatie, douche, keuken en riolering valt een verdere energiebesparing te realiseren. Dat geldt ook voor de PCM-vloer die tot de additionele mogelijkheden behoort.

Buurtopslag
Daarnaast komt er een energieopslag op buurtniveau met de mogelijkheid om elektriciteit door te geven aan nabijgelegen woningen en bidirectionele elektrische (deel)auto’s te laten inpluggen.

Monitoring
Door de energiestromen te monitoren en te sturen krijgt de bewoner zicht op en controle over zijn eigen gebruik. Zowel voor huishoudelijke doeleinden als voor de gebouwgebonden installaties. De markt heeft al de nodige oplossingen om hierin ondersteuning te bieden. Zoals (remote access) monitoringssystemen van Envitron.

Selectief
Volgens Van Houten is het onontkoombaar om een grote hoeveelheid installaties in de woningen op te nemen als je een dergelijk ambitieus project wilt realiseren. Het team achter ChargeFreeHome gaat daarbij wel selectief te werk. Zo zijn ze een uitgesproken voorstander van een All-Electric benadering. Waterstofketels, waar nu veel over te doen is, zien ze niet als een serieuze kandidaat, omdat bij de productie van het gas de omzetverliezen wel 75% kunnen bedragen. Ook biomassa valt buiten de boot vanwege de schadelijke stoffen die vrijkomen bij de uitstoot.

Ecologisch bouwen
ChargeFreeHomes zijn niet alleen energieleverend, maar ook ecologisch verantwoord. Vandaar dat er wordt gekozen voor een schil van natuurlijke materialen als hout, hennep en stro. Hiervoor willen de initiatiefnemers deels leunen op de expertise van BCD Advies, dat onder andere geïnspireerd wordt door ecologisch bouwer Ecococon.

Financiering
Ook aan de financiering is gedacht. De bedoeling is om niet langer te kijken naar de maximale kooplast, zoals gangbaar is, maar naar de maximale woonlast. Verdien je bij wijze van spreken 12 appels per maand, dan mag je er 4 verwonen. Op deze manier wordt een starterswoning ook weer betaalbaar (zie rekenvoorbeeld).

Uitdagingen
Natuurlijk zijn er problemen te overwinnen, maar die zitten niet aan de technische kant. Er wordt gebruik gemaakt van Proven Technology. Als de juiste vakmensen die installeert, krijg je een goed werkend systeem. Ook het gebrek aan arbeidskrachten zal geen belemmering vormen. Die kan worden ingevuld door de uitstroom die zal plaatsvinden in de fossiele sector, zegt Van Houten. De grootste bottleneck heeft te maken met de inrichting van onze maatschappij. De focus ligt nog te veel op het trekken van nieuwe kabels voor een landelijk net, waar een gigantisch bedrag van 40 miljard voor nodig is. Dat is onbegrijpelijk, als je je realiseert dat je ook decentraal elektriciteit kan opwekken en gebruiken.

Stand van zaken
Inmiddels is het eerste project van start gegaan. Het betreft een CPO in Breda, waar 25 toekomstige bewoners bij betrokken zijn. Ook lopen er al de nodige aanvragen. Om het concept verder uit te rollen, gaat grondlegger Van Houten graag de samenwerking aan met installateurs. Zoals wel blijkt uit dit artikel is er namelijk volop werk voor de branche: van het installeren van systemen voor het opwekken van duurzame energie en klimatisering tot de monitoring van elektriciteitsgebruik.

Auteur: ChargeFreeHome

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

 

Rekenvoorbeeld
Om te voldoen aan de eis van de nul-vraag aan energiegebruik moet er minimaal 5X zoveel opgewekt worden als je zelf nodig hebt. In december wekken zonnepanelen gemiddeld 2% van hun jaarlijkse opbrengst op. Stel dat is 385 kWh, dan is de jaarlijkse opbrengst 19.250 kWh. Tegelijkertijd gebruikt een gemiddeld gezin ongeveer 11% van hun jaarlijkse portie energie in december. Omgerekend komt dat neer op 3500 kWh. Als je dan 5x zoveel wil opwekken als benodigd is, kom je uit op 17.500 kWh. Zeg met een veilige marge ongeveer 19.250 kWh.

Energiebundel
Iedere woning krijgt een nulvraag-garantie-certificaat. Om dit zeker te stellen krijgen bewoners een energiebundel. Een starterswoning zal jaarlijks 16.320 kWh opwekken en 3.100 kWh gebruiken. Er blijft dus per jaar 13.220 kWh over. Een semibungalow zal jaarlijks 30.800 kWh opwekken en daarvan 3.800 kWh gebruiken, waardoor er 27.000 kWh overblijft. Bij een wijk met 50 woningen is dat meer dan 1 miljoen kWh. Een starterswoning heeft 36 zonnepanelen van 400 wp op het dak, daarvoor is 60 m2 aan dakoppervlak nodig. Op de uitbouw komen 6 PVT-panelen van 320 wp te liggen van HRsolar (10 m2 aan dakoppervlak).

Overcapaciteit
Bij thuiskomst wordt de bidirectionele elektrische auto aangesloten op het net, waarna de netbeheerder naar believen de elektriciteit eruit haalt en later op de nacht weer bijvult.
Daardoor zal onderweg laden nauwelijks meer nodig zijn. Een CFH-woning zal op zonnige dagen de thuisaccu/buurtaccu en de aangesloten elektrische (deel)auto’s weer opladen, waarna de netbeheerder de energie in de avond weer kan verdelen. Bij, zeg, een woonwijk met 500 woningen kan men denken aan een laadplein met laadpalen in verschillende vermogens, die niet alleen geschikt zijn voor de elektrische deelauto’s, maar ook voor elektrische fietsen/scooters. Overigens kan de beschikbare elektriciteit ook voor andere doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld om de lokale stomerij te laten draaien.

 

BENG, een update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘Stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

Rekenen met BENG

NEN 7120 maakt binnenkort plaats voor NTA 8800. De BENG-rekenmethodiek vraagt om een andere benadering van het ontwerpproces. Ventilatie- en ...
Verder Lezen

BENG: een laatste update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

‘BENG-ready’ bodemwarmtepomp

De nieuwe Compress 7001i LWMF is het eerste model van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch op de Nederlandse markt ...
Verder Lezen

BENG, een update

Gepubliceerd op

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘Stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden. Inmiddels is het duidelijk wat de gevolgen zijn. Die zijn relevant voor zowel installateurs als installatieadviseurs. In dit artikel bespreken we de hoofdlijnen, zodat u goed geïnformeerd het nieuwe jaar in kunt gaan.

Eerst een korte opfrisser: BENG staat voor Bijna Energie-Neutrale Gebouwen en is de opvolger van de EPC, die sinds 1995 gebruikt wordt om stapsgewijs strengere eisen te stellen aan de energieprestatie van nieuwbouw. Er komen nu aparte eisen voor drie belangrijke aspecten van een (bijna) energieneutraal gebouw, berekend met een nieuw opgezette rekenmethode: de NTA 8800.

Indicatoren
De eerste indicator (BENG-1) stelt een maximum aan de energiebehoefte voor verwarming en koeling. Daarmee wordt een goed bouwkundig ontwerp gewaardeerd. BENG-2 stelt een grens aan het vooraf berekende gebruik van fossiele energie, en waardeert daarmee de toepassing van energiezuinige technieken. Die twee eisen worden uitgedrukt in kWh/m2.jaar, onafhankelijk van de energiedrager, dus ook als het niet gaat om een all-electric oplossing. Het gaat daarbij om zogenaamde ‘primaire energie’, die niet een-op-een vergelijkbaar is met kWh op de elektriciteitsmeter. De derde eis stelt toepassing van hernieuwbare energie in elk plan verplicht. Nog niet 100%, daarom is het ‘bijna’ energieneutraal. Voor woningen komt er daarnaast een eis die betrekking heeft op het risico op temperatuuroverschrijding in de zomer: de ‘TO-juli’. Uit de eerste ervaringen blijkt dat juist deze een grote invloed zal gaan hebben op het energieconcept en dus op de toe te passen installaties.

Energielabel
Voor bestaande gebouwen komt er een nieuw energielabel. Dat wordt gebaseerd op dezelfde NTA 8800. Dat betekent dat alle technieken die beschikbaar zijn voor nieuwbouw, nu ook gewaardeerd kunnen worden voor bestaande gebouwen. Omdat ook het Energielabel uitgedrukt gaat worden in kWh/m2, net als BENG-2, zal ongeveer de helft van de gebouwen hetzelfde label houden en kan het andere deel net in een andere labelklasse uitkomen. Voor woningen geldt bovendien dat het doe-het-zelf-label voor particulieren, met 10 vragen, komt te vervallen. Als je een nieuw Energielabel nodig hebt, bijvoorbeeld bij verkoop, dan moet er een gediplomeerd adviseur komen inspecteren. Bestaande Energielabels houden overigens hun geldigheid van 10 jaar.

Ingrijpend

Terug naar de nieuwbouw, want daar zijn de gevolgen het meest ingrijpend. In de utiliteitsbouw zien we dat het voldoen aan de tweede en derde BENG-eis de grootste uitdaging zal vormen. De tweede eis betekent dat er bij systeemselectie goed zal moeten worden gelet op het systeemrendement en op de energievraag van pompen, ventilatoren en andere vormen van hulpenergie. De eis voor hernieuwbare energie vraagt nog wel wat toelichting. Die omvat meer dan uitsluitend het plaatsen van PV-panelen op het dak. Ook het benutten van omgevingsenergie telt mee, zoals bij de inzet van warmtepompsystemen of vormen van warmte/koude-opslag. Zonthermische systemen zijn interessant bij gebouwen met een hoge tapwatervraag zoals sportaccommodaties of in de zorg.

TO-juli
Bij woningbouw is van de BENG-eisen de tweede indicator veelal het meest kritisch. Toch zien we bij inzet van warmtepompen, met een gebruikelijke COP voor verwarming en tapwater, dat het realiseren van de eis goed mogelijk is. De meeste aandacht bij woningen en appartementengebouwen vraagt, zoals eerder gezegd, het voldoen aan de nieuwe eis met betrekking tot het risico op oververhitting. In de BENG-berekening wordt daarvoor automatisch het indicatiegetal TO-juli berekend. Als daaraan voldaan wordt, mag aangenomen worden dat het risico op oververhitting voldoende mate beperkt is. Het is echter geen garantie: in de praktijk blijft men daarvoor afhankelijk van het weer en van het gedrag van de bewoner. Het TO-juli-getal kan worden beïnvloed door de toepassing van passieve maatregelen zoals zonwering en zonwerend glas, die opwarming voorkomen óf extra ventilatievoorzieningen die in de zomernacht de warmte kunnen afvoeren. Nieuw is dat daarbij speciale zomernachtventilatieluiken meetellen in de berekening. In het buitenland zijn die al regelmatig te zien.

Koeling
Naast de bouwkundige maatregelen is het aanbrengen van een koelsysteem in woningen een mogelijkheid. Nu warmtepompen meer en meer de standaard worden, is die stap veel minder groot dan voorheen. Bij bodemsystemen is het feitelijk een noodzaak voor een goed thermisch evenwicht in de bodem. Dat levert bovendien veel comfort op tegen zeer lage energiekosten: alleen de circulatiepomp hoeft te draaien. In de BENG-uitkomsten zie je dat nauwelijks terug. Bij lucht/water-warmtepompen is de mogelijkheid voor koeling er (afhankelijk van het type) ook, maar dan wordt de warmtepomp ingezet en stijgt de BENG-2 uitkomst mee. Soms is dan compensatie in de vorm van PV nodig. Let wel altijd op de geschiktheid van het afgiftesysteem in verband met het condensrisico; het blijven per slot van rekening vormen van Hoge Temperatuurkoeling.

Vrijstelling
Voor vrijstelling van de TO-juli-eis is het bovendien nodig dat een koelinstallatie voldoende capaciteit heeft en alle verblijfsruimten bedient. Een losse split-unit in een werkkamer levert dus wel een hoger energiegebruik in BENG-2, maar geen vrijstelling van de TO-juli-eis op. Ook van systemen die de ventilatielucht in een woning koelen is niet altijd zeker of de capaciteit voldoende toereikend is. Omdat TO-juli niet meer is dan een indicatie, is het altijd mogelijk om het risico op oververhitting nauwkeurig te berekenen. Daarvoor is de methode GTO (gewogen temperatuur overschrijding) aangewezen, waarbij hogere temperaturen zwaarder meetellen. Dat is werk voor een hierin gespecialiseerde adviseur.

Elektrisch verwarmen
Als alternatief voor een warmtepomp wordt ook regelmatig gekeken naar elektrisch verwarmen. De elektrische cv-ketel kan daarbij direct overgeslagen worden: die voldoet niet aan de eisen uit de Ecodesign-richtlijn en een verwarmingssysteem met een dergelijke opwekker voldoet ook niet aan het minimale systeemrendement. Lokale elektrisch verwarming is echter wel een mogelijkheid, bijvoorbeeld met elektrische radiatoren of IR-panelen. Dan is wel aanvullende elektrische opwekking vereist om te voldoen aan het minimale percentage hernieuwbare energie (BENG-3). Dat betekent flink wat PV op het dak. Daarbij hoort de afweging of de lagere investeringskosten opwegen tegen de hogere energiekosten. Indicatieve berekeningen wijzen uit dat dit vooral bij kleine appartementen of bij zeer goed geïsoleerde woningen het geval kan zijn, door de lage warmtevraag.

Certificering
Tot slot: bent u zelf betrokken bij het maken van energieprestatieberekeningen of het afmelden van Energielabels? Hou er dan rekening mee dat vanaf 1 januari alle berekeningen die een formele status krijgen, zoals bij een bouwaanvraag, gemaakt moeten worden door een gediplomeerd adviseur die werkt bij daarvoor een gecertificeerd bedrijf. Op dit moment is het daarom aardig druk bij zowel opleiders als exameninstituten 

Auteur: Harm Valk, Senior-adviseur en partner Nieman Raadgevende Ingenieurs, tevens voorzitter Projectgroep NTA 8800

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

ENG
Alles overziend lijkt de invoering van de BENG-eisen voor de installateur in technische zin een beperkte stap vooruit. De transitie naar aardgasvrije gebouwen als norm voor nieuwbouw is immers al eerder gezet. Eisen aan het systeemrendement en de regelbaarheid van installaties zijn ook al eerder van kracht geworden. De nieuwe focus op zomercomfort zal echter wel consequenties hebben, met vaker de toepassing van actieve koeling, geavanceerde vormen van natuurlijke (nachtventilatie) of de aansturing van zonwering. In de planontwikkeling moet voor het voldoen aan de energieprestatie-eisen op meerdere parameters tegelijkertijd worden gestuurd. Dat vraagt kennis en inzicht. De installateur kan daaraan zeker bijdragen. De ontwikkeling gaat ook door; op termijn wordt het ENG: een energieneutrale gebouw, dat ook nog eens klimaatadaptief en circulair moet zijn. Uitdagingen genoeg dus in het vakgebied.

Rekenen met BENG

NEN 7120 maakt binnenkort plaats voor NTA 8800. De BENG-rekenmethodiek vraagt om een andere benadering van het ontwerpproces. Ventilatie- en ...
Verder Lezen

BENG: een laatste update

Op 1 januari 2021 gaat het nieuwe ‘stelsel Energieprestatie Gebouwen’ van start, met nieuwe eisen aan gebouwen en nieuwe rekenmethoden ...
Verder Lezen

‘BENG-ready’ bodemwarmtepomp

De nieuwe Compress 7001i LWMF is het eerste model van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch op de Nederlandse markt ...
Verder Lezen

Via e-learning een betaalbare BENG

Voor opdrachtgevers en professionals in de bouw- en installatiesector is er nu een online platform, AZEB Learn, waarmee via e-learning ...
Verder Lezen

Slim klimatiseren: kinderen verwarmen school

Gepubliceerd op

In deze tijden van Corona is er volop aandacht voor ventilatie. Ook bij scholen. Volgens Carl-peter Goossen wordt het tijd om andere concepten toe te passen. De directeur van Adviesbureau BouwNext legt uit wat goed ventileren inhoudt en hoe je met inspiratie uit het (recente) verleden tot verrassend goed werkende concepten kan komen.

De ventilatie van scholen is nu net zo’n ‘hot item’ als 100 jaar geleden. Tijdens de TBC- uitbraak in de eerste helft van de vorige eeuw werden vele ‘buitenscholen’ opgericht, onder andere in de duinen van Scheveningen. In 1927 werd bovendien de ‘Vereniging voor openluchtscholen voor het gezonde kind’ opgericht in Amsterdam. Deze liet in 1930 een openluchtschool ontwerpen door architect Jan Duiker. Het is een rank gebouw met heel veel glas en grote taats ramen die ook in het voor- en najaar geheel konden worden geopend. De school werd in 1993 en 2008 gerestaureerd. BNA brengt op dit moment op haar website een onderzoekstudie van Micha de Haas opnieuw onder de aandacht, die tot doel had om de openluchtschool weer nieuw leven in te blazen.

Niet alleen vierkante meters
Het onderzoeksteam zocht onder andere naar zachtere en eigentijdse varianten van de buitenlokalen van openluchtscholen. Dat leverde een variatie op aan installatieconcepten en bouwkundige oplossingen. Er is echt een omwenteling nodig om scholen als meer te zien dan alleen vierkante meters klassen, leerpleinen en gangen. Een loggia, dakterras, patio of erker zijn allemaal voorbeelden van verschillende klimaatzones of bufferruimtes. Deze bouwkundige ingrepen kunnen bijdragen aan een gedifferentieerd binnen- en buitenklimaat.

Frisse Scholen
Hoe zit dat op installatietechnisch niveau? Laten we daarvoor eerst een kijken aan welke voorwaarden ventilatie moet voldoen om gezond en energiezuinig te zijn. Volstaan de eisen in het Bouwbesluit eigenlijk wel? Artikel 3.29 geeft aan dat 8,5 dm3 /s per persoon aan luchtverversing nodig is. Dit komt neer op 30,6 m3 /h per leerling of 948 m3 /h in een volle klas. Voor bestaande scholen is dit 3,44 dm3 /s (12,4 m3 /h oftewel 384 m3 /h voor de hele klas). Met deze eisen kunnen we niet echt uit de voeten. In 2008 heeft RVO een PvE voor Frisse Scholen ontwikkeld, waarvan de laatste vernieuwde versie dateert uit 2015. Onder andere door dit PvE is in het Bouwbesluit 2012 de eis van 30,6 m3 /h opgenomen. Daarnaast valt in artikel 3.30 van het Bouwbesluit te lezen dat de toevoer van verse lucht in de leefzone van een verblijfsgebied niet groter mag zijn dan 0,2 m/s. In de praktijk is dit vrijwel onhaalbaar, omdat een klas in zijn totaliteit als leefzone kan worden aangemerkt. Zelfs in moderne scholen vraagt het om de nodige inspanning om aan deze eis te voldoen. Voor alle duidelijkheid: het PvE Frisse Scholen kent 3 klassen. C is voor bestaande scholen, klasse B ligt op niveau Bouwbesluit en klasse A is veel beter dan Bouwbesluit en het meest energiezuinig (A++++). Helaas is het ook nauwelijks 100% haalbaar.

VOS en fijnstof
Wat is ‘fris’? In Nederland is veel aandacht voor ventilatie, vandaar dat er ook veelvuldig onderzoek naar wordt verricht, onder andere door Wim Zeiler van de TU Eindhoven en Bas Knoll van TNO Indoor Climate. Zij hebben ervoor gezorgd dat voor scholen de eis van 8,5 dm3 /s per persoon is vastgesteld. Wij ademen zuurstof in en blazen CO2 uit. Het CO2-gehalte is dus een indicator van de hoeveelheid zuurstof die er nog in de lucht aanwezig is. Bovendien geeft het een idee over de concentratie VOS (vluchtige Organische Stoffen) en fijnstof. Is het CO2-gehalte hoog, dan geldt dat eveneens voor VOS en fijnstof.

Bovengrens
Tegenwoordig geldt een bovengrens van 1200 ppm CO2. In 80% van onze scholen ligt de waarde aanmerkelijk ho­­-
ger dan 1200 ppm CO2. Bij te weinig ventilatie in klaslokalen kunnen klachten als geurhinder, oogirritatie, hoofdpijn en meer dan normale vermoeidheid voorkomen. CO2 veroorzaakt deze ef­-
fecten niet zelf, de klachten ontstaan door te hoge concentraties van andere stoffen die zich ophopen of door te weinig zuurstof. De maximale ventilatie­capaciteit die het Bouwbesluit aanhoudt, 30,6 m3/h per leerling, levert een CO2-gehalte op van 800 ppm. Dat is 100% beter dan de 1200 ppm die als goed wordt bestempeld.

Eigentijds
Door tijdig de klimaatcondities te veranderen, kan je een prettige leeromgeving creëren. Dat is echt het voordeel van een openluchtschool, ook al weet je dat het maar 57% van de tijd fijn is om in de open lucht les te geven. 100 jaar geleden verhuisde men vanaf maart naar een buitenverblijf om in oktober weer terug te keren naar binnen. In hedendaagse passiefscholen is het ook mogelijk om te sturen op klimaatcondities. In dit concept wil je de passieve zonne-energie zo optimaal mogelijk gebruiken in de school. Veel glas, openslaande deuren, zomernachtventilatie naast een regelbare ventilatie zijn dan ook mogelijkheden om ‘het buiten op een eigentijdse manier naar binnen te halen’. Met de nZEB-tool (PHPP) kan je rekenen aan de concepten en door aan de ‘knoppen te draaien’ kan je alles al goed op elkaar afstemmen in de ontwerpfase.

Projecten
Bij onze eerste passiefschool in 2011 in Ede zeiden we al van tevoren dat de kinderen de school zouden verwarmen. Dat bleek ook in de praktijk zo te zijn. De kinderen blijken meer warmte af te geven dan wat we nodig hebben om het transmissieverlies te compenseren en de ventilatielucht op te warmen. In februari 2012 was de warmtepomp in storing gegaan en de indicator die dit moest aangeven zat achter een wachtwoord op het scherm. Drie dagen heeft de warmtepomp het niet gedaan, toch bleef het gewoon warm. Alleen in de docentenkamer was het kil als je binnenkwam. In 2012 werden er ook metingen gedaan door Wim Zeiler in de school: 32% < 800, 22% tussen de 800 en 1000, 46% tussen de 1000 en 1200 en < 1% boven de 1200 ppm. De school werd destijds in 2012 uitgeroepen tot de ‘Friste School van Nederland’. Kortom, dit is een goed werkend concept.

Geen WTW
Door het CO2-gehalte goed te monitoren en alleen te ventileren als het nodig is, wordt het mogelijk om koude lucht in te blazen zonder extra verwarming. Dat hadden we ook al bij de Veldhuizerschool gezien. Wij hebben dit nog beter onderzocht en daarvoor diverse passiefscholen in de EU bezocht. We zagen dat de interne warmte van de kinderen vele malen hoger is dan wat we verliezen aan transmissieverlies en deze vorm van ventilatie. Afgelopen jaar is dan ook De Schakel in Vlaardingen gerenoveerd en voorzien van een nieuwe indeling die beter op de onderwijsmethode is afgestemd. Daarnaast kreeg het gebouw een nieuw ventilatiesysteem en een nieuwe warmtepomp. Dankzij prefab gevelelementen, waarin al de installatieroosters en dergelijke zijn opgenomen, konden we de klaslokalen eenvoudig renoveren. De ventilatie is decentraal en in cascade van klaslokaal naar het leerplein en weer naar buiten. En, omdat er geen WTW-units worden toegepast en de lucht niet recirculeert, wordt er voor 100% gebruik gemaakt van buitenlucht.

Uitgelicht: Adviezen
Kijk verder dan de prestatie-eisen. Door goed af te stemmen op transmissieverlies, warmteaccumulatie, daglicht, hoeveelheid warmte die binnen kan komen, schaduwvorming en luchtdichtheid kan je een andere installatie realiseren. Zie klimatisering dus altijd als een geheel van bouwkundige en installatietechnische randvoorwaarden en voer al vooraf simulaties uit. We zien namelijk bij bestaande utiliteitsgebouwen dat er regelmatig pas achteraf goed afgestemd wordt op eigenschappen als ‘te snelle opwarming’ of ‘een traag werkend systeem’. In dergelijke gevallen kunnen sensoren en een andere inregeling soms wel leiden tot 40% minder energiegebruik, plus een aangenamer binnenklimaat. Deze ingrepen kun je dus echter vermijden door al direct het juiste installatieconcept te bedenken en toe te passen.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Platte unit voor schoolventilatie

Aan het leveringsprogramma schoolventilatie van Auerhaan is de Global LP serie voor buitenopstelling toegevoegd. De platte vormgeving van deze serie ...
Verder Lezen

Braziliaans schoolproject wint ‘waterprijs’

Een initiatief voor duurzame architectonische oplossingen voor een school in Brazilië heeft de Water Research Prize gekregen. Gerecycled materiaal en ...
Verder Lezen

School schakelt over op CO2 warmtepomp

De Anne Frank Montessorischool in Doesburg gaat van het aardgas af door toepassing van een hogetemperatuur-warmtepomp. Het systeem bestaat uit ...
Verder Lezen

Welke ventilatie past het beste bij een school?

Op maar liefst 70% van de scholen is de kwaliteit van het binnenklimaat ondermaats. Een gezond binnenklimaat kan juist de ...
Verder Lezen

Van veldverwarming tot airco op hotelboot

Gepubliceerd op

Installatietechniek is vaak maatwerk. Bijna geen project is hetzelfde. Een goed voorbeeld hiervan zijn de installatieprojecten in dit artikel. Stuk voor stuk bijzondere projecten.

Veldverwarming
Alle clubs in de Eredivisie moeten altijd beschikken over een goed bespeelbaar veld. Bij RKC Waalwijk houden negen Quinta Ace 160 toestellen van Remeha het veld op de juiste temperatuur. De toestellen voorzien het veldverwarmingssysteem op energiezuinige wijze van warmte op het moment dat de weersomstandigheden hierom vragen. De status van de ketels is op afstand in te zien. Als een of twee ketels tijdens een wedstrijddag niet goed functioneren, springen de overige toestellen bij om de benodigde warmte te leveren.
Installateur: De Werkendamse Verwarmings Centrale

Vetvrij winkelcentrum
Tussen Leiden en Den Haag verrijst momenteel de Mall of the Netherlands. Op 117.000 vierkante meter vind je hier 230 winkels, 4000 parkeerplaatsen en een bioscoop met 1200 stoelen. Exploitant Unibail-Rodamco wil met het bouwproject Europa’s grootste viersterrenwinkelcentrum realiseren. De vele eetgelegenheden en restaurants zullen het vet dat bij het bereiden van eten wordt geproduceerd, af gaan voeren via ondergrondse, op maat gemaakte vetafscheiders. Kessel levert deze gigantische afscheiders. Het gaat om het type EasyClean met nominale grootte van NG25 en verschillende pompstations van het type Aqualift F XL Duo. Deze volautomatische vetafscheiders en pompstations blijven ook bij de grootste belasting werken.
Installateur: Sanitair-Installatie Hoogendoorn

Nauwelijks gasverbruik
In een particuliere woning in Berkel en Rodenrijs is de verwarming- en warmtapwaterinstallatie grondig aangepakt en verbeterd. Er is hier nu zo goed als geen gasverbruik meer. Voorheen was de woning voorzien van een cv-ketel en mv-ventilatie. De al aanwezige pv-zonnepanelen zorgden voor een overschot aan elektriciteit, die de bewoners zelf wensten in te zetten.
Er zijn twee zones gemaakt: beneden en boven met een aparte regeling. Een Flamco Flextherm Eco maakt nu het warm tapwater. Dit opslagapparaat wordt gevoed door de elektriciteit van de pv-zonnepanelen. De twee badkamers krijgen hiermee voldoende warm water. De cv-ketel dient als back up voor het tapwater maar heeft nog niet hoeven bijspringen.
De lucht uit de woning (keuken, badkamers) wordt via de Itho mv box de ventilatiewarmtepomp ingeblazen. De warmtepomp verwarmt de benedenverdieping met lucht van binnen en buiten. Een buitenunit is niet nodig. Via een dakdoorvoer komt er verse lucht naar binnen voor de aanvoer voor de warmtepomp.
Installateur: Gerard Metselaar Installatie techniek

 

Luchtverwarming én ventilatie
In Amersfoort zijn 10 XS-woningen gerealiseerd. Dit zijn zeer goed geïsoleerde all-electric starterswoningen met een breedte van 3,60 meter. Ze zijn opgebouwd met het Rockzero-concept van Rockwool. De luchtzijdige installaties zijn gerealiseerd door Megaduct. De elektrische Elan E van Brink Climate Systems verwarmt de woningen in twee zones; de woon- en slaapzone. In het luchtverwarmingssysteem is ook de ventilatie met warmteterugwinning (WTW) geïntegreerd. Deze ventilatie wordt door de Flair 300 WTW-unit van Brink gerealiseerd. Verontreinigde lucht wordt naar buiten afgevoerd en verse schone gefilterde lucht wordt na warmte-uitwisseling geïntegreerd in de Elan E luchtverwarmer. De engineers van Brink hebben dit luchtzijdige installatieconcept uitgerekend en uitgedacht.
De warme en verse lucht wordt door middel van kleine roosters kernzijdig in de vertrekken gebracht. Door de zeer goede isolatiewaarden en kierdichting worden deze woningen met een klein vermogen verwarmd. De Elan E heeft een verwarmingscapaciteit van maximaal 3,2 kW. De transmissieverliezen van de woningen blijven daar met minder dan 2,5 kW ruim onder.
Installateur: Heijmans

K(l)asse(n)werk
Ned Air heeft in samenwerking met Bosman van Zaal een luchtbehandelingskast ontwikkeld voor meerdere kassen van de Wageningse Universiteit Plant Research (WUR). De uitdaging was om ze te voorzien van verse geconditioneerde lucht waarbij geen enkele lekkage aan beide zijden mag optreden. Dit om contaminatie van de gewassen te voorkomen en ervoor te zorgen dat er geen pollen of andere deeltjes naar buiten komen. Om lekkage te voorkomen, is de luchtbehandelingskast voorzien van een tweetraps filtratiesysteem. Hierbij is de eerste filtersectie is voorzien van een ISO16890 ePM1 80% filter en de twee sectie van een Absolute™ HEPA H14 filter. Deze zijn zodanig gemonteerd dat beide filters vervangen kunnen worden vanaf de vuile zijde, dus vanuit de kas zelf.
Tijdens het servicen en reinigen van de filtersecties kan door middel van een luchtdichte (T4) klep, de filtersectie hermetisch worden afgesloten van de omgeving om zodoende contaminatie te voorkomen. De filtersectie is volledig uitgevoerd in RVS zodat reinigen/ontsmetten met waterstofperoxide mogelijk is zonder dat de luchtbehandelingskast hier schade van ondervind.
Ned Air heeft 90 luchtbehandelingskasten geleverd, die afzonderlijk van elkaar functioneren en de kassen individueel kunnen voorzien van een stabiel en optimaal geconditioneerd binnenklimaat. Verder zijn vier grote centrale luchtbehandelingskasten geleverd voorzien van warmteterugwinning om de kassen te voorzien van verse buitenlucht die benodigd is om overdruk in de kassen te realiseren
Installateur: Bosman van Zaal

Vloerverwarming sportcentrum
Het nieuwe sportcentrum Trivium in Etten-Leur telt vier squashbanen, vier hardcourtbanen, vier padelbanen en zes bowlingbanen. Uniek aan dit complex zijn de graveltennisbanen die afzonderlijk kunnen worden voorzien van een flexibel dak. Daarnaast is het complex uitgebreid met fitnesruimtes, fysioruimtes, voldoende horeca en een kinderdagverblijf.
Voordat de opdracht voor het aanleggen van de vloerverwarming in het gehele complex en in combinatie met een warmtepompinstallatie kon worden uitgevoerd is er tussen Robot Vloerverwarming en Van de Broek installaties zorgvuldig overleg geweest. Een project met meerdere grote ruimtes voor verschillende toepassingen vraagt om weloverwogen keuzes, calculeren, enginering en vooral (in dit concrete geval) proeftekeningen overleggen van de verschillende ruimtes om zo tot een passende vloerverwarmingsinstallatie te komen. Er wordt gewerkt met verschillende buisdiameters i.v.m. de afgifte, buislengte en montage in de vloer. Het zijn vragen die zorgen voor maatwerk.
Groothandel klimaattechniek Cevetech zorgde voor ‘just in time’ leveringen op het project zodat montagebedrijf PDM uit Dordrecht geen zorgen had over de beschikbaarheid van de vloerverwarmingsbuis en alles op tijd gemonteerd kon worden.
Installateur: van de Broek Installaties

Design radiatoren
In het nieuwe nhow hotel Amsterdam RAI vloeien hedendaagse kunst, design, gastronomie en culturele expressies samen. Het pand sleepte een vier sterren Breeam-NL Excellent oplevercertificaat in de wacht. Tijdens de hele bouwperiode was er aandacht voor de omgeving, het milieu en de veiligheid.
Door het hele hotel zijn energiezuinige klimaatsystemen van Jaga geïnstalleerd. Om de koudeval langs alle grote raampartijen te voorkomen, is de inbouwradiator Mini Canal geplaatst van 9 centimeter hoog. De Mini Canal zorgt voor een warm luchtgordijn: de koude luchtlaag van het raam wordt tegen de vloer aangezogen, opgewarmd en vermengd met de warmere bovenlucht, waardoor een gelijkmatige comforttemperatuur wordt bereikt. De Low-H2O warmtewisselaar zorgt voor maximale warmteafgifte tegen een laag energiegebruik.
Het binnenwerk van de Mini Canal is nauwelijks te zien. Het enige wat opvalt is het speciale designrooster, passend bij de stijl van de ruimtes. De afstand tussen de roosters is minimaal, waardoor er gemakkelijk een stoel of tafel op kan staan. In andere ruimtes, zoals de Skylounge, is gekozen voor de Mini Vrijstaand. Dit is een krachtige radiator met een hoogte van 8 centimeter, waardoor het uitzicht niet verstoord wordt. De kleur van de radiator is aan te passen aan het interieur.
Installateur: Tecco Group Schinnen

Oude woonboerderij
Een 100 jaar oude woonboerderij in Groningen is omgetoverd tot een modern verhuurproject. De boerderij bestond uit een woning en een grote schuur. De woning werd gerenoveerd tot twee goed geïsoleerde huurappartementen van elk ongeveer 40m2, verwarmd door vloerverwarming in combinatie met een warmtepomp. Er werd gekozen voor het Noppjet vloerverwarmingssysteem van Radson, waarbij PE-RT buis (16/2 mm) op een Noppenplaat gemonteerd wordt. De 10 kW Zento lucht-/water-warmtepomp doet dienst als energiebron. In een later stadium zal er ook zoneregeling geïnstalleerd worden, die zal zorgen voor de juiste warmte op de juiste plaats. De schuur wordt een evenementenzaal, waar congressen, lezingen of bepaalde festiviteiten kunnen plaatsvinden. Ook daar zal vloerverwarming komen.
De eigenaar van het pand wilde absoluut voor een duurzame oplossing gaan. Dat bracht wel wat uitdagingen met zich mee, aangezien het een oude boerderij betrof. De isolatiewaarden waren erg laag, wat het moeilijk maakte om over te schakelen op een lage-temperatuursysteem. De huurappartementen werden voorzien van extra isolatie en voor de schuur worden nog de nodige berekeningen gemaakt om te kijken welke extra afgifte-elementen er naast de vloerverwarming nodig zijn.
Installateur: Technisch Bureau Edens

Schoolventilatie
Het Twickel College in Hengelo wilde bij een recente uitbreiding gelijk de ventilatie van de school goed aanpakken. “Wij kregen de vraag of wij ventilatie-units met warmteterugwinning (WTW) konden leveren”, vertelt Reon Houtepen, Technical Sales Engineer bij Vasco. “Omwille van de grote luchtdebieten, was dit een uitdagende opdracht. Onze oplossingen worden doorgaans toegepast in woningen, die natuurlijk kleiner zijn. Uiteindelijk zijn wij met het voorstel gekomen om losse units in de plafonds te verwerken: twee DX5-ventilatie-units per lokaal, 22 toestellen in totaal. Daarnaast was er ook nog een D275-ventilatie-unit en een Fanbox-afzuigunit nodig.”
Voor het leidingwerk ging Vasco een samenwerking aan met Air Spiralo. “Voor toevoer en afvoer van lucht diende dit zo te worden geplaatst dat elk lokaal volledig wordt geventileerd”, legt Jan Jaspers, technisch adviseur bij Air Spiralo, uit. “De luchttoevoer- en afvoer moeten om vermenging te voorkomen op een bepaalde afstand van elkaar geplaatst zijn. Met een formule kan je die afstand berekenen, zodat je een zogenaamde verdunningsfactor verkrijgt. Door de grote hoeveelheid units in de nieuwbouw was dat niet eenvoudig. Bovendien moesten we rekening houden met een lage luchtsnelheid om geluid en voelbare luchtstromen te voorkomen. Die luchtsnelheid mag wettelijk trouwens niet meer dan 0,2 meter per seconde zijn, zodat er geen luchtwervelingen ontstaan. Heel actueel in deze periode, omdat die wervelingen aerosolen door de ruimte kunnen blazen en die kunnen bacteriën bevatten.”
Installateur: Qomplex

Sporthal met warmtepomp
In Sporthal Molenbroek in Gemert is een systeem voor warm tapwater en de lagetemperatuur-verwarming geïnstalleerd dat 100% functioneert op warmtepompen uit de Enevator range van A.O. Smith. De warmtepompinstallatie wordt gebruikt voor het maken van warm water en de verwarming. Het warme water moet voldoende capaciteit hebben voor 56 douches; 1920 liter water van 38°C met een doorstroming van 6 liter per minuut voor een gemiddelde duur van 5 minuten. Voor de verwarming is 300kW lage temperatuur verwarming uitgelegd op een regime van 45/35°C. Het systeem bestaat uit de volgende producten:
• 2 x AWHS 340 lucht-water-warmtepompen. Enevator Air Standard
• 1 x WWHB 45 water-water booster-warmtepomp. Enevator Aqua Booster
• 1 x ST 1500 voorraadvat
• 1 x 1000 liter buffertank ingezet als open verdeler – op maat gemaakt voor dit project
Installateur: Geerts Installaties

Duurzame wellness
Voor een woning in het Limburgse Puth heeft Wolf Energiesystemen de complete verwarmingsinstallatie geleverd. Het betreft een grote villa met vier badkamers, een sauna en een zwembad. De opdracht luidde: duurzame energiesystemen aanleggen zonder in te leveren op comfort en wellness-beleving.
Vanwege de verschillende gewenste temperaturen en verwarmingsbehoefte is gekozen voor twee BSP buffervaten. Omwille van de benodigde capaciteit is op ieder buffervat een CHA warmtepomp aangesloten. De toegepaste buffervaten hebben ieder een capaciteit van 1000 liter en zijn beide aangesloten op acht zonnecollectoren. Dankzij het gelaagde buffervat ontstaat een lage temperatuur onderin het voorraadvat en kan meer zonne-energie geoogst worden. De Wolf regeling kan de warmte van de zonnecollectoren laden in één van beide voorraadvaten, zodat zoveel mogelijk warmte gebufferd wordt. Wanneer er onvoldoende zonnewarmte beschikbaar is voor de vraag van zowel tapwater als verwarming schakelen de warmtepompen bij.
Naast de verwarming zijn in de woning twee aparte woonhuisventilatietoestellen toegepast, ieder met een eigen zone voor een optimaal rendement en luchthoeveelheid. De ventilatietoestellen zijn te bedienen en in te stellen met de regeling die ook voor de verwarming kan worden gebruikt. Toegepast is verder de Wolf CKL-pool luchtbehandelingskast. Deze speciaal voor zwembaden ontwikkelde unit zorgt voor de klimaathuishouding van het zwembadgedeelte.
Installateur: Tecco Group

Nieuwbouw RIVM
Op het Utrecht Science Park verrijst de nieuwe huisvesting van het RIVM en College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Het gebouw heeft het Breeam Outstanding-ontwerpcertificaat toegekend gekregen. De koeling en verwarming is energieneutraal, zonder CO2-uitstoot. Verder is er aandacht voor een comfortabel binnenklimaat, waterverbruik, uitzicht en toegankelijkheid.
De productlijnen van Aalberts integrated piping systems zijn terug te vinden in zowel de sanitair- als cv-installatie. VSH Multipress wordt toegepast voor het bedrijfswater en brandslanghaspelnet. Binnen het VSH XPress-systeem is gekozen voor staal en de VSH XPress FullFlow kogelkranen zijn in staal en rvs verwerkt. VSH SudoPress is uitgevoerd in koper en rvs. Een grote hoeveelheid VSH Appendages maken de installaties af.
Installateurs: De Groot Installatiegroep, HC Groep en Noordzij Rozenburg

Warmtepompen op flat
Woningcorporatie Bo-Ex laat in de Utrechtse wijk Overvecht een flatgebouw renoveren, waarna de flat 10% meer energie opbrengt dan er gebruikt wordt. Om dat mogelijk te maken krijgt de flat een ‘kroon’ om voldoende zonnepanelen kwijt te kunnen, maar wordt ook de energievraag drastisch beperkt door bouwkundige en installatietechnische ingrepen.
De gevels van elke woning worden in één dag vervangen om de overlast zoveel mogelijk te beperken. Elke gevel is digitaal ingemeten en op maat gemaakt in de fabriek. Vervolgens worden ze in pakketten aangeleverd op de bouwplaats, waar ze worden geassembleerd. Daarna worden ze met de kraan ingehesen en op infrastructuur van de woning aangesloten.
De woningen worden op lage temperatuur verwarmd door collectieve lucht/water-warmtepompen op het dak. Maar dat zou net zo goed een laagtemperatuur warmtenet kunnen zijn, want de radiator in de gevel kan met elke laagtemperatuuraanvoer uit de voeten. Alhoewel er geen hoge temperatuur meer nodig is om de woning op temperatuur te krijgen, dient wel het tapwater op een veilige temperatuur te worden gebracht van 60°C graden. Dit wordt verzorgd door de Booster Warmtepomp van Itho Daalderop met een COP van 4,8 op warm tapwater.
Installateur: Bos installatiewerken

Minder aardgas
De collectieve gasgestookte installatie van een Arnhemse flat moest worden vervangen door een energiezuinigere opstelling, waarbij er rekening moest worden gehouden met toekomstige duurzame warmtebronnen. De flat uit de jaren 70 was voorzien van een cascadeopstelling, een open verdeler en daarachter weersafhankelijk geregelde menggroepen. De radiatoren waren niet waterzijdig ingeregeld en slechts deels voorzien van thermostaatkranen.
Om de installatie goed af te stemmen is eerst de werkelijke warmtebehoefte berekent. Hierdoor kunnen de nieuwe cv-ketels met de juiste regeltechniek optimaal worden aangestuurd op basis van wisselende warmtebehoefte.
In samenwerking met Intergas is een cascadesysteem gerealiseerd dat zonder mengschakelingen is aangesloten op het afgiftesysteem. Hierdoor kan efficiënter gebruik worden gemaakt van de modulerende cv-ketels en worden onnodige rendements- en transportverliezen voorkomen. Alle radiatorafsluiters zijn vervangen door Danfoss radiatorafsluiters met geïntegreerde drukverschilregelaar. Hiermee is de installatie dynamisch ingeregeld waardoor bij alle gebruikersomstandigheden de juiste volumestroom door de radiatoren gewaarborgd blijft.
Installateur: Samsom Installaties

Airco op hotelboot

Aircovent bedacht een klimaatoplossing voor een drijvende hotelboot, bestemd voor een grote oliemaatschappij die hierin expats huisvest. Op de boot bevinden zich 220 hutten, verdeeld over drie verdiepingen, die van koeling voorzien moeten worden. Verder zijn er aan boord onder meer twee restaurants, een bar, recreatieruimtes, fitness, negen kantoren, een wasserette en een lift.
Mede vanwege de korte tijdspanne en een gebrek aan ruimte, is er voor gekozen om iedere hut te voorzien van een 2,6 kW mobiele airconditioner van Haier. Alle portables zijn binnen twee weken in Nederland op de projectlocatie afgeleverd; een logistiek gezien flinke uitdaging. In de overige vertrekken zijn Daikin vloer- en wandmodellen geïnstalleerd.
Installateur: Elek Trends

 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Proefproject: gasnet over op waterstof

In het najaar van 2020 start netbeheerder Stedin in Uithoorn het project ‘tijdelijke ombouw van aardgas naar waterstof’. Feenstra is ...
Verder Lezen

Compacte WTW-unit voor projectbouw

De DucoBox Energy Premium heeft er een klein broertje heeft bij gekregen: de DucoBox Energy Comfort. Het gaat om een ...
Verder Lezen

Wet die versnelde besluiten over projecten mogelijk maakt door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Invoeringswet Omgevingswet. Deze wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ontwikkelingen in de ...
Verder Lezen

Innovatie Award 2020 voor aardwarmteproject

Batenburg Techniek heeft met het project Aardwarmte Vogelaer de Techniek Nederland Innovatie Award 2020 gewonnen. Tijdens het innovatiecongres op de ...
Verder Lezen

Duurzaam rookgasafvoersystemen aanleggen

Gepubliceerd op

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door bedrijven die hiervoor gecertificeerd zijn. Deze maatregel is hard nodig en moet samen met ‘het nieuwe beugelen’ de bakkers en slagers in de markt te weren. Hieronder enige hands on adviezen.

KIWA heeft speciaal voor het certificeringstraject de richtlijn BRL6000-25 KIWA richtlijn ‘Werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide’ ontwikkeld. De Certificaathouder [lees installateur] kan zich in de deelgebieden 1 t/m 3 bekwamen en gecertificeerd worden. Aangezien het om een samenhangend geheel gaat, is het raadzaam om je alle deelgebieden eigen te maken, zodat je goed beslagen ten ijs kan komen.

Deelgebieden
1. Vanaf het moment van opleveren dient de installateur te hebben voldaan aan een juiste installatie van een gasverbrandingstoestel, zowel voor de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of de rookgasafvoervoorzieningen. Dit impliceert ook dat de installateur op de juiste wijze moet beugelen op de betreffende mof van de rookgasbuis.
2. Voor het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden aan bestaande gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of rookgasafvoervoorzieningen dient de installateur of technicus gecertificeerd te zijn. Ook in dit geval dient de installateur te voldoen aan de voorschriften voor het nieuwe beugelen.
3. De installateur of technicus dient eveneens gecertificeerd te zijn voor het uitvoeren van onderhoud aan bestaande gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen. Daarnaast moet hij het nieuwe beugelen onder de knie hebben en het samenhangend geheel van een gasverbrandingstoestel, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen kennen.

Het nieuwe beugelen
Wat is nu dan de beste manier om een rookgasafvoersysteem te installeren? Het is verstandig om daarvoor bij Rogafa je licht op te steken. Dankzij de gezamenlijke basisvoorschriften van de Vereniging van Nederlandse Fabrieken van Gasafvoerleidingssystemen kan de installateur met behulp van checklists controleren of er wordt voldaan aan de gestelde eisen.

Basisvoorschriften
1. Beugel op de mof van het rookgasmateriaal.
2. Monteer de leiding op afschot naar de ketel toe.
3. Maak en borg gasdichte verbindingen.
4. Zorg voor trekontlasting bij dakdoorvoeren.

Materiaalkeuze
Voor elke materiaalkeuze is een checklist voorhanden. Dan kan je denken aan:
1. enkelwandige kunststof verbindingsleidingen voor de afvoer van rookgassen;
2. enkelwandige metalen verbindingsleidingen voor de afvoer van rookgassen;
3. concentrische verbindingen voor de afvoer van rookgassen en de toevoer van verbrandingslucht (van toepassing op materialisatie bij 1 of 2);
4. verbindingsleidingen voor de toevoer van verbrandingslucht (van toepassing op materialisatie bij 1 of 2);
5. enkelwandige metalen kanalen in de schacht voor de afvoer van rookgassen en/of de toevoer van verbrandingslucht.

Aandachtspunten
Bij het werken aan gasverbrandingstoestellen en toebehoren dient de installateur ook te letten op:
1. de visuele uitstraling van een gasverbrandingstoestel, zowel wat betreft de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen als/en of rookgasafvoervoorzieningen;
2. de aansluiting op het toestel, appendages en dakdoorvoeren;
3. de afdichting van alle verbindingen;
4. de voorschriften van de fabrikant van de gastoestellen;
5. de voorschriften van de fabrikant van de rookgasbuizen en luchttoevoerbuizen;
6. de voorschriften van de fabrikant van de rookgasdoorvoer.

Project case
Recentelijk werd in Den Bosch een nieuwbouwproject opgeleverd. Bij de eindcontrole constateerde de inspecteur een groot aantal fouten. Hij lette daarbij op de aandachtspunten, zoals die eerder in dit artikel zijn omschreven. De installatie voldeed niet aan de richtlijnen van het nieuwe beugelen:
1. Er waren diverse soorten materiaal door elkaar gebruikt.
2. Zowel voor de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of rookgasafvoervoorzieningen had de installateur verschillende fabricaten toegepast.
3. Er waren verschillende soorten beugels en merken door elkaar gebruikt.
4. Het afschot naar de ketel was te marginaal.
5. De rookgasdakdoorvoer kon gelift worden, waardoor verbindingen los konden raken.
6. De afdekmanchet aan het dakvlak was niet luchtdicht en kierde.

Wetgeving en normen
De woning was gebouwd zonder een bouwkundig bestek, waarin een adviesbureau normaliter alles laat verankeren, zodat de installatie voldoet aan de NPR en andere relevante normen. Kan een aannemer dan zomaar alle defecten aan de installatie ter kennisgeving aannemen en het er vervolgens bij laten? Nee. Sowieso moet hij te allen tijde voldoen aan de NPR 3378-46, de Leidraad bij de NEN 2757-1. De NEN 2757 is namelijk geborgd in het Bouwbesluit 2012. Verder dient de installateur altijd de installatievoorschriften van de rookgasafvoer- en de toestelfabrikant op te volgen.
Ook de per 1 juli 2020 aangenomen Gasketelwet moet nagevolgd worden. Nadat deze wet definitief in werking treedt, geldt er een overgangsperiode van 18 maanden voor iedereen die aan gasverbrandingsinstallaties gaat werken tot 100 kW.

Niet mixen
Verder is het niet toegestaan om in de aansluitleiding componenten van verschillende materialen of fabricaten te mixen, behalve daar waar de fabrikant van het systeem dit toelaat. Let dus altijd op de installatievoorschriften van de rookgasafvoer- en de toestelfabrikant.

Rechtszaak
Als er een ongeval plaats vindt en een installatie wijkt af van een NPR, dan zal een rechter wel degelijk een van toepassing zijnde NPR bij zijn oordeel betrekken, omdat dit documenten zijn die belanghebbenden (lees: branche gerelateerde bedrijven) in de branche hebben opgesteld. Dus ook hier weer geldt het motto: ‘schoenmaker blijf bij je leest’.

Afsluiting
Het nieuwe beugelen is niet van gisteren, maar wordt al sinds 2012 uitgebreid gepromoot. Toch lijken de principes nog niet overal evengoed te zijn doorgedrongen. Twijfel je of je het wel goed onder de knie hebt, spijker dan je kennis bij. Bijvoorbeeld via: www.rogafa.nl. En zorg er daarnaast voor dat je zo snel mogelijk aan de BRL6000-25 KIWA richtlijn ‘Werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide’ voldoet.

Uitgelicht: Hoe moet ik beugelen?
Pas de daarvoor bestemde beugels toe en teken jouw leidingaanleg goed af. Houd ook rekening met de uitzetting van toegepaste materialen. Monteer alles dus spanningsvrij op de juiste lengte en gebruik daarvoor passend gereedschap. Overigens is het geen goed idee om een waterpomptang te gebruiken om beugels in de muur te draaien of moertjes van een beugel aan te draaien. Gebruik in plaats daarvan een baco of passende steeksleutels. Ontbraam het materiaal dat je hebt afgezaagd, anders zou je de rubberinlage en afdichtringen van de toe te passen materialen kunnen beschadigen en hiermee ongemerkt lekkages kunnen veroorzaken. Gebruik een zeepsopmiddel dat circa 1% zeepoplossing bevat om de nieuwe stugge materialen gemakkelijk in elkaar te krijgen. Benut de maximale ruimte die bijvoorbeeld in een mof aanwezig is voor een goede verbinding in de leiding. Tot slot: je kan geen Kit, PUR, vaseline, olie, Parkers, schroeven of Tie-wrap gebruiken om werkzaamheden te fixeren of te vergemakkelijken.

TIAB BV Onderhoud en Beheer Vastgoed

Richtlijnen rookgasafvoer voor niet-gasgestookte installaties

NEN heeft twee praktijkrichtlijnen voor rookgasafvoersystemen, NPR 2758 en NPR 2759, ter commentaar gepubliceerd. Belanghebbenden kunnen tot 1 februari 2021 ...
Verder Lezen

Norm voor rookgasafvoer ter commentaar gepubliceerd

De norm voor gebouwgebonden rookgasafvoersystemen, NEN 2757-2, is voor commentaar gepubliceerd. De norm wordt aangewezen door het Bouwbesluit 2012. Tot ...
Verder Lezen

Herziene norm gebouw gebonden rookgasafvoer gepubliceerd

De herziene norm voor gebouwgebonden rookgasafvoersystemen, NEN 2757-1, is gepubliceerd. Deze norm betreft gebouwgebonden systemen met een belasting tot 130 ...
Verder Lezen

‘Vooral collectieve rookgasafvoer vraagt om extra aandacht’

De Gezondheidsraad waarschuwde er vandaag in de Volkskrant voor dat koolstofmonoxide al schadelijk is bij veel lagere concentraties dan tot ...
Verder Lezen

Hoogwaardig hergebruik

Gepubliceerd op

Voor het eerst werd de circulaire economie dit jaar genoemd in de troonrede. Een lichtpuntje, maar de vraag is nu hoe we dat in de installatiesector vertalen van circulair denken naar circulair doen. Hoe wordt circulair werken het nieuwe normaal?

Al jarenlang hebben we in de installatiesector de mond vol van duurzaamheid. Zeker in tijden van een energietransitie is dat heel logisch. We hebben het over zonnepanelen en warmtepompen en gebruiken afkortingen als NOM en BENG. Maar als ik dan kijk naar hoe duurzaam de materialen en systemen zijn die worden gebruikt onder het mom van duurzaamheid valt dat helaas nogal eens tegen. Tijd dus om daar wat meer aandacht aan te besteden. Voor de goede orde, het is niet zo dat er helemaal niets gebeurt in onze sector, maar iets meer kennis over wat het inhoudt, welke voorbeelden er zijn en wat je zelf direct kunt toepassen brengt je soms ook weer op nieuwe ideeën.

Wat is een circulaire economie?
Een bekende definitie luidt: “Een circulaire economie is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt”. Vrij vertaald komt dat erop neer dat alle producten die je maakt zo zijn gemaakt dat je het product lang kunt gebruiken en dat aan het einde van de levensduur alle toegepaste materialen (relatief) eenvoudig kunnen worden teruggewonnen. Op deze manier gaan geen kostbare grondstoffen verloren doordat ze worden gestort of verbrand in een “grondstoffencrematorium”, zoals architect en voorvechter van circulair bouwen Thomas Rau het noemt.

Huidige situatie
Zoals op de afbeelding rechtsboven te zien is verdwijnt er nog teveel afgedankt installatiemateriaal in het rode vak onder de stippellijn. Je ziet ook dat daar de cirkel niet rond wordt gemaakt, dus die weg is letterlijk en figuurlijk doodlopend. Het goede nieuws is dat we historisch gezien veel met metalen werken en metalen zijn geld waard, dus we zijn gewend om met het ‘oud ijzer’ naar de ijzerboer te gaan. Onze basishouding (recycling) voor goed gedrag in de circulaire economie is er dus al, maar daarmee zitten we nog steeds linksonder in het plaatje. En, recycling is in feite downcycling, want een functioneel apparaat gaat verloren en met een heleboel moeite en energie wordt dat apparaat gedegradeerd tot een verzameling materialen. Ook met behulp van veel moderne scheidingstechnieken blijft er helaas een flink deel over dat niet meer terug te brengen is tot zuivere materialen die weer als grondstof voor nieuwe producten gebruikt kunnen worden.

Design for Disassembly
Ik maakte een aantal jaren geleden deel uit van een projectgroep van Nederland Circulair! die als doel had te zoeken naar een manier om alle klimaatinstallaties in Nederland circulair te maken. We ontwikkelden een set basisprincipes om (klimaatinstallaties) circulair te kunnen ontwerpen onder de noemer Design for Disassembly. Dat betekent ontwerpen met demontage in het achterhoofd. Demontage moet je hierbij breed zien, dus ook nadenken over welke onderdelen van je installatie waar zitten en hoe deze eenvoudig gedemonteerd kunnen worden, zodat de installatie goed onderhouden en gerepareerd kan worden. En als na heel veel jaren de installatie aan het einde van zijn levensduur zit, moeten alle materialen makkelijk gescheiden kunnen worden, zodat monostromen van restmaterialen ontstaan die geschikt zijn voor hergebruik. Daarmee voorkom je ook dat er veel materiaal definitief moet worden afgedankt en verbrand.

Van theorie naar praktijk
Het voorafgaande is allemaal theorie, maar hoe zet je dat om in de praktijk? Xander van Bree, directeur van Frico, zat ook in die projectgroep en heeft deze zomer het eerste circulaire luchtgordijn op de markt gebracht (de Effect DFD serie). Dit is het begin van hopelijk nog veel meer goed ontworpen installaties, maar dat betekent ook gelijk dat vrijwel alle huidige installaties nog niet aan de DfD-standaarden voldoen.

Zelf doen
Om wat meer in de geest van de circulaire economie te werken kun je altijd even nadenken of er een alternatief is voor vervanging als een installatie of onderdeel daarvan defect is. Moet een cv-ketel na 15 jaar wel worden vervangen, omdat een nieuwe ketel wat energiezuiniger is? Moet je altijd nieuwe onderdelen gebruiken bij een reparatie? HR Premium Parts biedt gereviseerde printplaten en ventilatoren aan van cv-ketels, warmtepompen, ventilatie- en WTW-systemen en een reparatieservice voor omvormers. Dat alles met meer garantie dan op nieuwe onderdelen. Bij beide voorgaande opties ontstaat geen onnodig afval en wordt een klant bovendien niet op een flinke rekening getrakteerd.

Hergebruik
Verder kunnen we heel goed naar de bouwsector kijken waar al veel circulaire initiatieven zijn omgezet naar inmiddels goedlopende bedrijven. New Horizon Urban Mining inventariseert bijvoorbeeld voor gebouweigenaren uit welke producten en materialen hun pand bestaat en creëert zo een materiaalpaspoort voor dat gebouw. Zodra het gebouw wordt afgedankt, worden alle herbruikbare materialen geoogst. New Horizon produceert daarmee bijvoorbeeld miljoenen circulaire bakstenen per jaar, maar heeft ook een database met materialen die ook voor installateurs beschikbaar zijn. Van lichtarmaturen en kabelgoten tot radiatoren en schakelkasten.

Hoe nu verder?
Zoals eerder aangegeven zijn er nog maar een beperkt aantal écht circulaire producten op de markt. Je kunt natuurlijk tot dat deze breder beschikbaar zijn wel zo veel mogelijk RE-acties ondernemen. In de figuur staan ze allemaal in de groene tekstblokjes, van Re-use (hergebruiken) tot Recycle. Kortom werk hernieuwbaar en zorg vooral dat je zo min mogelijk onder de stippellijn komt en grondstoffen voor altijd verloren gaan. Circulair werken begint zoals bij zoveel zaken gewoon met bewustwording en iets gaan doen, ook als dat in het begin maar stapje voor stapje gaat. Zo heb je tenslotte ook leren lopen 

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl

Refubished ventilator, voor en na de behandeling

 

Huis verwarmen via doucheputje wint duurzame startup prijs

Een systeem voor het recyclen van warmte uit water is in de prijzen gevallen tijdens de dertiende editie van de ...
Verder Lezen

“Verkoop van gereviseerde onderdelen stijgt fors door coronacrisis”

Voor Marcel de Graaf is het bijna niet meer bij te benen. Sinds de uitbraak van de coronacrisis neemt de ...
Verder Lezen

Schone hulpwarmte voor duurzaam stadswarmtenet

Zaanstad wil in 2040 klimaatneutraal zijn. De eerste stap is de aanleg van een open stadswarmtenet voor 2.200 huishoudens. Een ...
Verder Lezen

Winkelketen Action hergebruikt koudemiddelen in nieuwe winkels

Winkelketen Action recycled in samenwerking met Daikin de koudemiddelen uit haar winkels die gerenoveerd worden. In de eerste helft van ...
Verder Lezen

Drijvend kantoor als uithangbord voor duurzaam bouwen

Gepubliceerd op

Het Floating Office Rotterdam (FOR) wordt het nieuwe hoofdkantoor van het Global Commission on Adaptation (GCA). Het drijvende kantoorgebouw, ontworpen door Powerhouse Company en ontwikkeld door RED Company, wordt een uithangbord voor duurzaam bouwen. Zo gaat het gebouw de warmte oogsten van het oppervlaktewater, komen er PV-panelen op het dak te liggen en krijgt het drijvende kantoor een gebalanceerd ventilatiesysteem. Eind 2020 moet het gebouw klaar zijn voor gebruik.

Maar wat heeft Bill Gates hier nu mee te maken, zal de lezer zich afvragen? Het GCA is een initiatief van verschillende landen en de Wereldbank en wordt voorgezeten door voormalig VN-voorzitter Ban Ki-moon, Bill Gates en Kristalina Georgieva (algemeen directeur van het IMF). Het GCA ontwikkelt en deelt kennis over het veranderende klimaat in de wereld en de wijze hoe daarop ingespeeld kan worden.

Drijvende bouw
Het GCA helpt wereldwijd landen en steden om klimaatbestendig te worden. Drijvende bouw wordt gezien als één van de antwoorden op klimaatverandering, vertelt Rico Logman van DWA. Vandaar dus deze bijzondere keuze. Rico Logman is als senior-adviseur betrokken bij het installatietechnisch ontwerp van Floating Office Rotterdam.

Voordelen
Wat zijn dan de voordelen van drijvende bouw, zal je je wellicht afvragen. Allereerst gebruik je geen land om een gebouw neer te zetten. Daarnaast gelden er geen verplichtingen met betrekking tot de hemelwaterafvoer. Daarvoor zijn de eisen aangescherpt, tegenwoordig dienen pandeigenaren zoveel mogelijk hun eigen hemelwater vast te houden op locatie en waar mogelijk te infiltreren. Dat brengt nogal wat werkzaamheden en kosten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan aparte infiltratievoorzieningen.

Zeespiegelstijging
En tot slot heb je als gebouweigenaar en gebruiker geen last van de zeespiegelstijging.
In de periode 1901-2010 is de zeespiegel met 19 centimeter gestegen. De komende eeuw kan de zeespiegel tussen de 26 en 82 centimeter verder stijgen. Langs de Nederlandse kust heeft het zeeniveau de afgelopen eeuw gelijke tred gehouden met het wereldgemiddelde. Er is geen tempoversnelling geconstateerd in de laatste decennia, aldus het KNMI.

Passieve maatregelen
Kortom, drijvend bouwen is klimaatadaptief bouwen. Maar, met het oog op een duurzame toekomst zijn nog meer maatregelen genomen. Dat begint al bij het gebouw zelf, legt Logman uit. “Floating Office Rotterdam is in feite een rechthoekig gebouw met een puntdak. Het pand heeft geen rare hoekjes, exotische aanhangsels en dergelijke. Door compact te bouwen, reduceer je het oppervlak en daarmee de energievraag.” Bovendien wordt het gebouw grondig geïsoleerd, de beoogde RC-waardes zitten tussen de 6 en 10. Daarmee voldoe je in feite al deels aan de norm voor passief bouwen.

Trias Energetica
Alleen een dik isolatiepakket volstaat niet om hoge RC-waardes te bereiken. Daar is meer voor nodig. Luchtdicht bouwen bijvoorbeeld en het gebruik van Triple glas. Ook hier wordt rekening mee gehouden. Logman zoomt uitgebreid in op de bouwkundige aspecten om te verduidelijken hoe er al in de ontwerpfase gewerkt is volgens de uitgangspunten van de Trias Energetica. Door slim te bouwen kan je de energievraag al fors reduceren, waardoor er minder installatietechniek aan te pas komt om de resterende behoefte, uiteraard zoveel mogelijk ‘groen’, in te vullen.

Zonverkaveling
Ook zonverkaveling draagt hier een steentje aan bij. “De PV-panelen komen op het zuidelijke deel van het gebouw te liggen, waar het rendement normaliter het hoogst is. Ook krijgt Floating Office Rotterdam overstekken in de vorm van balkons, om de zomerse warmte zoveel mogelijk buiten te houden, maar wel de stralen van de laaghangende winterzon te ontvangen,” legt Logman uit. De binnenzonwering reageert automatisch als binnendringende zonnestralen het pand toch nog ongewenst zouden opwarmen. Het speciale materiaal weerkaatst het zonlicht, voordat het in het gebouw als warmte vrijkomt. In de winternachten helpt de zonwering om het gebouw een extra isolatiedeken te geven en ongewenste afkoeling te voorkomen.

Installatietechniek
Op het dak van Floating Office Rotterdam komt maar liefst voor 800 m2 aan PV-panelen te liggen. “Dat is in principe dekkend voor de gebouwgebonden energievraag. Mocht er een tekort aan stroom zijn, dan kan het reguliere net altijd nog bijspringen. Binnenstedelijk is dit de beste oplossing. Windenergie was geen optie, vanwege de geluidsproductie en de slagschaduw die de wieken creëren.”

Zorgvuldige afweging
Overigens luisterde het nauw met de hoeveelheid PV-panelen. “In eerste instantie overwoog men om het hele dak vol te leggen met PV-panelen. De gemeente wilde echter een waterberging en een omgeving die biodiversiteit bevordert. Daarnaast bleek uit berekeningen dat het ook geen duurzame oplossing was om het hele dak vol te leggen met PV-panelen. De stroomopbrengst zou in geen verhouding staan tot de hoeveelheid niet hernieuwbaar materiaal en energie die nodig zou zijn om de panelen te fabriceren”, legt Logman uit. Het onderstreept nog maar eens wat er allemaal bij komt kijken als je echt duurzaam wilt bouwen. De PV-panelen komen nu op de zuidzijde te liggen van het dak, de noordzijde krijgt een sedumvegetatie, die ook fungeert als waterberging. “Hiermee profiteren omwonenden in de omliggende hoogbouw ook van het aanzicht van een groen dak.”

LED
Ledverlichting is nu wel de standaard in nieuwbouw utiliteitsprojecten. Waren er enkele jaren geleden nog discussies over het kostenplaatje versus de opbrengst en energiebesparing, tegenwoordig is dit een no-brainer. De Ledverlichting wordt gekoppeld aan bewegingssensoren en is daglichtgestuurd. “De intensiteit van het zonlicht bepaalt of de verlichting meer of minder wordt gedimd”, licht Logman toe.

Warmteopwekking
Het gebouw wordt op een bijzondere en state-of-the-art wijze voorzien van warmte. Onder het gebouw bevinden zich namelijk 15 gekoppelde drijflichamen. In de bodem van deze bakken bevinden zich ingestorte leidingen. Deze leidingen wisselen energie uit met het oppervlaktewater, vertelt Logman. “De temperatuur van het water zit tussen de 0 en 25 °C, dus we zijn al een aardig eind op weg. Met twee warmtepompen verhogen we indien nodig de temperatuur tot het juiste niveau. Is er extra koeling nodig voor de warme zomermaanden, geen probleem, er staan ook 2 LBK’s die kunnen bijspringen. Zowel de warmtepompen als LBK’s staan opgesteld in de technische ruimten, die zich bevinden in de drijflichamen. Ze bevinden zich dus deels onder waterniveau en zijn via een vaste trap te bereiken.”

Afgiftesystemen
De begane grond krijgt een vloerverwarmingssysteem, maar de twee bouwlagen erboven niet. Die worden voorzien van klimaatplafondeilanden. Waarom eigenlijk? “In het benedendeel komt de horecafunctie, daarboven zitten de kantoren”, vertelt Logman. Het functieverschil gaat met een andere warmte- en koelingsvraag gepaard. “Op de bovenverdiepingen hebben we een afgiftesysteem nodig met een snelle reactietijd, beneden in de horeca mikken we juist op een constante temperatuur.” De DWA-adviseur geeft aan dat LT-radiatoren geen optie waren. “Ze zouden zichtbaar zijn, wat niet past bij het interieurplan. Bovendien zouden ze minder goed presteren dan de plafondklimaateilanden in deze bouwopgave.”

Airconditioning en ventilatie
Floating Office krijgt een balansventilatiesysteem met WTW. In het kantoordeel voorzien van warmtewielen en in de keuken van een kruistroomwisselaar. “Zo kunnen we in de kantoren ook nog een deel van de vochtproductie terugwinnen, terwijl de kruistroomwisselaar in de keuken warmte kan terugwinnen uit de afzuigkap.” Floating Office Rotterdam maakt als icoon van duurzaamheid met deze keuze een behoorlijk statement. “We hebben niet gekozen voor natuurlijke ventilatie, omdat we met het gebalanceerde systeem makkelijker het comfort kunnen garanderen van de eindgebruikers. Je hoeft je geen zorgen te maken over situaties waarin het kwik enorm stijgt of daalt. Bovendien vermijden we zo eventuele problemen met winddruk en -trek”, vertelt de DWA-adviseur.

Circulaire installaties
Als het om circulariteit gaat, heeft de installatiebranche nog grote stappen te zetten, beaamt Logman. Bij bouwkundige aannemers en architecten is het circulair denken zo langzamerhand wel ingeburgerd (zie bijvoorbeeld ook het artikel over de materialenbank ‘Madaster’ in IZ Maart). Volgens Logman heeft het deels te maken met de fysieke eigenschappen van de materialen. In de installatiebranche werk je bijvoorbeeld niet met hout of baksteen, maar met kunststoffen, stalen leidingen en ga zo maar door. Bovendien zit het nog niet in het systeem van fabrikanten om te denken in termen van modulair bouwen en installeren en demontabiliteit. Bij het ontwerp van Floating Office Rotterdam is wel gekeken naar de demontabiliteit van de installaties. Zo is het mogelijk om de klimaatplafondeilanden en het leidingwerk relatief eenvoudig te verwijderen, waardoor ze te zijner tijd eventueel weer één op één zijn her te gebruiken in een ander bouwproject.

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl.

De bouw van Floating Office Rotterdam is in februari begonnen, het gebouw moet volgens planning eind 2020 worden opgeleverd.

BAM verduurzaamt kantoor van Enexis in Den Bosch

BAM Bouw en Techniek is gestart met de verduurzaming en optimalisatie van het kantoor van Enexis Netbeheer in Den Bosch ...
Verder Lezen

Duurzaamheid monitoren

Wanneer is een gebouw echt duurzaam en hoe meet je dat? Mario Boot, Project- en Service Manager bij BeNext vertelt ...
Verder Lezen

Hoofdkantoor Flamco/Comap bij top duurzame gebouwen in Nederland

Het nieuwe hoofdkantoor van Aalberts hydronic flow control heeft het Breeam ‘Outstanding’ ontwerpcertificaat gekregen voor het nieuwe kantoorgebouw in Almere ...
Verder Lezen

Gratis themadag over BENG

Iedere adviseur zal ermee te maken krijgen: de BENG-eisen. De nieuwe bepalingsmethodiek NTA8800 vervangt vanaf 1 januari 2021 de EPC- ...
Verder Lezen

Digitaal kennismaken met de toekomst van de branche

Gepubliceerd op

“Ik ben Sarah, ik ben zwanger en ik zet dus een kind op de wereld die in 2040 net volwassen is. 2040, het jaar waarvoor we nu mooie plannen en rapporten hebben gemaakt om de wereld leefbaar en veilig te laten zijn. Voor mij en vooral voor mijn kind. De installatiebranche heeft grote invloed op het verduurzamen, comfortabel en veilig maken van onze woon- en werkplekken. En daarom heb ik hen en alle betrokkenen uitgenodigd.”

Dit zijn de beginzinnen van het nieuwe multimediale programma speciaal voor vakmensen in de techniek dat sinds kort door Nederland reist. Huis van Sarah opent de deuren voor werkgevers en werknemers. Voor samenwerkingspartners. Voor iedereen die zich een onderdeel voelt van de opdracht een toekomstbestendige leefomgeving te creëren. Zes grote verhuiskisten met ieder een eigen kamer en verhaal. Als publiek zit je niet stil; je gaat van kist naar kist met Sarah als je persoonlijke gids. Zes verschillende invalshoeken met uitdagende vragen over de toekomst van technische installatiebranche en jouw eigen toekomst, op weg naar 2025 en verder. De Greenroom, de Sky-highroom, de Hartkamer, het Transformatorhuisje, de Wachtkamer en de Safetyroom staan klaar om de makers van de energietransitie en de digitale samenleving te ontvangen.

Geen papier meer
Wieteke Tichelaar van Wij Techniek is de trekker van dit programma. Zij is programmamanager Kennisontwikkeling en zoekt altijd naar nieuwe manieren om kennis over te dragen. Samen met een team van gedreven collega’s ging ze de uitdaging aan om verkenningen, rapporten en vergezichten om te zetten naar iets dat vakmensen raakt. “We wilden de vakmensen aan het denken zetten, in beweging krijgen en zich vooral trots laten voelen over hoe zij het verschil maken. We hebben prachtige toekomstvisies op papier staan. Denk aan RADAR, CONNECT2025 en SCENARIO2040. Het papier is geduldig en de vergezichten boeiend, maar wat dan… We wilden de rapporten tot leven laten komen bij de vakmensen. Op een creatieve manier.”

Zoektocht
Na de eerdere samenwerking met de TheaterMakers Radio Kootwijk in het kader van de theaterproductie Nieuwe Vrienden, die een aantal jaren door Nederland trok, waren zij de aangewezen partner. Niet voor een opvolging van Nieuwe Vrienden, maar voor een eigenzinnig programma dat raakt. Tichelaar: “Hierbij betrokken we de branche zélf. We spraken met werkgevers, werknemers, sociale partners en wetenschappers. Voortdurend stelden we de vraag: ‘wat moet er in Nederland gebeuren om de energietransitie te kunnen maken, wat kunnen we daar als sector in betekenen en hoe kunnen onze vakmensen daar het verschil in maken?’ Ja, dat klinkt misschien wel hoogdravend, maar je moet gewoon de lat hoog leggen. Iedereen ziet dat we op een kruispunt staan; we moeten als technische sector een sleutelrol pakken om de toekomstbestendige leefomgeving vorm te geven.” Daarna startte het creatieve proces.

Coronaproof
Tijdens dit proces veranderde de wereld van iedereen. De coronapandemie brak uit en stelde nieuwe eisen aan de ontwikkeling van het programma. Het dwong de makers en Wij Techniek in te zetten op een coronaproof programma. De TheaterMakers Radio Kootwijk gingen op zoek naar een ander concept. “En dat is absoluut geslaagd. Ik zou bijna willen zeggen dat dit concept beter is dan we vooraf hadden kunnen dromen.” Maar het maakte nog meer duidelijk. Tichelaar legt uit: “Je zag duidelijk dat op het moment dat de maatschappij tot stilstand kwam, de techniek het verschil kon maken. Ventilatie, verduurzaming, digitalisering. Het waren thema’s die opeens nóg hoger op de agenda stonden. Mannen en vrouwen uit onze branche maakten het verschil.”

Beleven
Hoe ziet het huis eruit? Tichelaar wil er niet teveel over kwijt. “Je moet het echt zelf beleven. Als je een idee wilt hebben, dan moet je vooral de app downloaden. Ik kan wél zeggen dat je in de zes kamers in het huis van de sympathieke Sarah, wordt geraakt door wat je herkent, wordt verrast door het denken in nieuwe mogelijkheden en wordt geïnspireerd om andere keuzes te maken. Ik hoop vooral dat iedereen het komt ervaren! Met zijn of haar team.” En dan? Tichelaar lacht: “Dan begint het pas. Het Huis van Sarah laat je aan jezelf de vraag stellen: ‘wie ben ik en wat doe ik om mijn kennis in te zetten voor een betere wereld?’ Het Huis van Sarah kruipt onder je huid en je kunt er niet aan ontkomen. Als je lef hebt, kom het dan ervaren!”

Lovende kritiek
Begin oktober ging de productie in première. En dat werd meteen spannend; een tweede coronagolf stond op punt van uitbreken. Maar al bij de ontwikkeling van het Huis van Sarah is rekening gehouden met het COVID-virus, waardoor het programma te allen tijde volledig coronaproof kan worden uitgevoerd. “Dus ook de komende maanden kunnen wij door.” De reacties van de eerste bezoekers waren zeer positief. Een reactie: ‘Ik heb genoten van Huis van Sarah en ben enthousiast over het feit dat Wij Techniek een dergelijk programma presenteert. Dat getuigt van lef.’ Maar ook de onderliggende boodschap wordt herkend: ‘Huis van Sarah is een manier om bewustzijn te creëren bij de mensen van de installatiebranche, van de assistent-monteur tot aan de directie.’

On tour
Tichelaar kijkt met voldoening terug op de drie intieme premièreavonden. “Je kunt eindelijk laten zien waar je aan gewerkt hebt. Als je dan merkt dat het zo goed landt, dan is dat een enorme beloning voor de TheaterMakers, ons team en Wij Techniek. Ik kijk uit naar de komende maanden.” Want Huis van Sarah gaat na deze succesvolle premièreweek op tournee. “Maar vol is vol. De avonden zijn kleinschalig opgezet. Noodgedwongen door corona, maar ook omdat we zien dat de impact in een kleiner gezelschap extra groot is.” En er wordt gewerkt aan een vervolgprogramma. “Dat klopt! We willen op basis van de kamers van het Huis van Sarah samen met sociale partners verder gaan met kennis overbrengen. Maar eerst het Huis van Sarah bezoeken. Of zoals een bezoeker het zei: ‘Ik zou één ding willen zeggen: Ga! Beleef! Voel en ga ermee naar huis en doe ermee wat je kan, want Huis van Sarah is hetgeen dat je nodig hebt om de volgende stap te zetten."

Dit is een artikel uit de print-editie van het vakblad IZ. De digitale edities van IZ zijn gratis te raadplegen via www.installateurszaken.nl. Liever een print-editie op uw deurmat? Maak dan gebruik van onze tijdelijke actie en meld u nu aan voor een gratis abonnement op IZ via www.installateurszaken.nl.

Waar?

Bezoek het Huis van Sarah bij jou in de buurt!
De data en locaties zijn:
• 24 november 2020 – Inspyrium, Cuijk
• 01 december 2020 – Lasloods, Vlissingen
Je kan je aanmelden via de speciale De Huis van Sarah app die te downloaden is via: Android of iOS. Voor meer informatie: www.wij-techniek.nl

Geen verandering zonder veranderen

Het voelt langer geleden dan het in werkelijkheid is: april 2020. Ik weet nog goed dat ik bij het schrijven ...
Verder Lezen

Huis verwarmen via doucheputje wint duurzame startup prijs

Een systeem voor het recyclen van warmte uit water is in de prijzen gevallen tijdens de dertiende editie van de ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

‘Techniek is helemaal niet stoffig’ werkt averechts

Hoe over techniek geschreven en gesproken wordt, bijvoorbeeld in de voorlichting over technische opleidingen of op de vacaturesite van een ...
Verder Lezen

Duurzaam gasafvoersystemen aanleggen

Gepubliceerd op

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door bedrijven die hiervoor gecertificeerd zijn. Deze maatregel is hard nodig en moet samen met ‘het nieuwe beugelen’ de bakkers en slagers in de markt te weren. Hieronder enige hands on adviezen.

KIWA heeft speciaal voor het certificeringstraject de richtlijn BRL6000-25 KIWA richtlijn ‘Werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide’ ontwikkeld. De Certificaathouder [lees installateur] kan zich in de deelgebieden 1 t/m 3 bekwamen en gecertificeerd worden. Aangezien het om een samenhangend geheel gaat, is het raadzaam om je alle deelgebieden eigen te maken, zodat je goed beslagen ten ijs kan komen.

Deelgebieden
1. Vanaf het moment van opleveren dient de installateur te hebben voldaan aan een juiste installatie van een gasverbrandingstoestel, zowel voor de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of de rookgasafvoervoorzieningen. Dit impliceert ook dat de installateur op de juiste wijze moet beugelen op de betreffende mof van de rookgasbuis.
2. Voor het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden aan bestaande gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of rookgasafvoervoorzieningen dient de installateur of technicus gecertificeerd te zijn. Ook in dit geval dient de installateur te voldoen aan de voorschriften voor het nieuwe beugelen.
3. De installateur of technicus dient eveneens gecertificeerd te zijn voor het uitvoeren van onderhoud aan bestaande gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen. Daarnaast moet hij het nieuwe beugelen onder de knie hebben en het samenhangend geheel van een gasverbrandingstoestel, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen kennen.

Het nieuwe beugelen
Wat is nu dan de beste manier om een rookgasafvoersysteem te installeren? Het is verstandig om daarvoor bij Rogafa je licht op te steken. Dankzij de gezamenlijke basisvoorschriften van de Vereniging van Nederlandse Fabrieken van Gasafvoerleidingssystemen kan de installateur met behulp van checklists controleren of er wordt voldaan aan de gestelde eisen.

Basisvoorschriften
1. Beugel op de mof van het rookgasmateriaal.
2. Monteer de leiding op afschot naar de ketel toe.
3. Maak en borg gasdichte verbindingen.
4. Zorg voor trekontlasting bij dakdoorvoeren.

Materiaalkeuze
Voor elke materiaalkeuze is een checklist voorhanden. Dan kan je denken aan:
1. enkelwandige kunststof verbindingsleidingen voor de afvoer van rookgassen;
2. enkelwandige metalen verbindingsleidingen voor de afvoer van rookgassen;
3. concentrische verbindingen voor de afvoer van rookgassen en de toevoer van verbrandingslucht (van toepassing op materialisatie bij 1 of 2);
4. verbindingsleidingen voor de toevoer van verbrandingslucht (van toepassing op materialisatie bij 1 of 2);
5. enkelwandige metalen kanalen in de schacht voor de afvoer van rookgassen en/of de toevoer van verbrandingslucht.

Aandachtspunten
Bij het werken aan gasverbrandingstoestellen en toebehoren dient de installateur ook te letten op:
1. de visuele uitstraling van een gasverbrandingstoestel, zowel wat betreft de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen als/en of rookgasafvoervoorzieningen;
2. de aansluiting op het toestel, appendages en dakdoorvoeren;
3. de afdichting van alle verbindingen;
4. de voorschriften van de fabrikant van de gastoestellen;
5. de voorschriften van de fabrikant van de rookgasbuizen en luchttoevoerbuizen;
6. de voorschriften van de fabrikant van de rookgasdoorvoer.

Project case
Recentelijk werd in Den Bosch een nieuwbouwproject opgeleverd. Bij de eindcontrole constateerde de inspecteur een groot aantal fouten. Hij lette daarbij op de aandachtspunten, zoals die eerder in dit artikel zijn omschreven. De installatie voldeed niet aan de richtlijnen van het nieuwe beugelen:
1. Er waren diverse soorten materiaal door elkaar gebruikt.
2. Zowel voor de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en/of rookgasafvoervoorzieningen had de installateur verschillende fabricaten toegepast.
3. Er waren verschillende soorten beugels en merken door elkaar gebruikt.
4. Het afschot naar de ketel was te marginaal.
5. De rookgasdakdoorvoer kon gelift worden, waardoor verbindingen los konden raken.
6. De afdekmanchet aan het dakvlak was niet luchtdicht en kierde.

Wetgeving en normen
De woning was gebouwd zonder een bouwkundig bestek, waarin een adviesbureau normaliter alles laat verankeren, zodat de installatie voldoet aan de NPR en andere relevante normen. Kan een aannemer dan zomaar alle defecten aan de installatie ter kennisgeving aannemen en het er vervolgens bij laten? Nee. Sowieso moet hij te allen tijde voldoen aan de NPR 3378-46, de Leidraad bij de NEN 2757-1. De NEN 2757 is namelijk geborgd in het Bouwbesluit 2012. Verder dient de installateur altijd de installatievoorschriften van de rookgasafvoer- en de toestelfabrikant op te volgen.
Ook de per 1 juli 2020 aangenomen Gasketelwet moet nagevolgd worden. Nadat deze wet definitief in werking treedt, geldt er een overgangsperiode van 18 maanden voor iedereen die aan gasverbrandingsinstallaties gaat werken tot 100 kW.
Niet mixen
Verder is het niet toegestaan om in de aansluitleiding componenten van verschillende materialen of fabricaten te mixen, behalve daar waar de fabrikant van het systeem dit toelaat. Let dus altijd op de installatievoorschriften van de rookgasafvoer- en de toestelfabrikant.

Rechtszaak
Als er een ongeval plaats vindt en een installatie wijkt af van een NPR, dan zal een rechter wel degelijk een van toepassing zijnde NPR bij zijn oordeel betrekken, omdat dit documenten zijn die belanghebbenden (lees: branche gerelateerde bedrijven) in de branche hebben opgesteld. Dus ook hier weer geldt het motto: ‘schoenmaker blijf bij je leest’.

Afsluiting
Het nieuwe beugelen is niet van gisteren, maar wordt al sinds 2012 uitgebreid gepromoot. Toch lijken de principes nog niet overal evengoed te zijn doorgedrongen. Twijfel je of je het wel goed onder de knie hebt, spijker dan je kennis bij. Bijvoorbeeld via: www.rogafa.nl. En zorg er daarnaast voor dat je zo snel mogelijk aan de BRL6000-25 KIWA richtlijn ‘Werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide’ voldoet 

TIAB BV Onderhoud en Beheer Vastgoed

Vaillant gaat installateurs certificeren met ‘Bewijs van Vakmanschap’

Vaillant gaat installateurs van cv-ketels certificeren met een ‘Bewijs van Vakmanschap’. Sinds 1 oktober 2020 is de Gasketelwet van kracht ...
Verder Lezen

Gasketelwet treedt per 1 oktober in werking

Op 1 oktober 2020 treedt het wettelijk stelsel voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties, zoals cv-ketels, gashaarden en geisers, dan eindelijk in ...
Verder Lezen

Veilig werken aan installaties voor gasverbranding

Om het aantal ongelukken door koolmonoxide terug te dringen, mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties vanaf 2022 alleen nog worden uitgevoerd door ...
Verder Lezen

Detector die diversiteit aan gassen meet

Het gasdetectie- en meetinstrument EX-TEC PM 4 van Sewerin is vervangen door de nieuwe EX-TEC PM 580. Net als zijn ...
Verder Lezen

Duurzaamheid monitoren

Gepubliceerd op

Wanneer is een gebouw echt duurzaam en hoe meet je dat? Mario Boot, Project- en Service Manager bij BeNext vertelt hoe ICT-oplossingen de helpende hand kunnen bieden. Niet alleen bij de oplevering, maar ook tijdens de gehele levensfase van een gebouw. Een betoog over de waarde van Monitoring, Predictive Maintenance en trends die de toekomst gaan bepalen.

We kennen het allemaal: de woningen zijn opgeleverd, de bouwkeet afgebroken, iedereen laat het project achter zich en gaat vol gas door naar de volgende uitdaging. De vraag is echter of de installaties jaren later nog naar behoren functioneren. Kloppen de aannames wel die tijdens de ontwerpfase zijn gedaan?

Prestatiegaranties
Het afgeven van prestatiegaranties kan een belangrijke incentive zijn om kennis op te gaan bouwen over het lange termijn functioneren van installaties. Immers, zodoende kunnen leveranciers van technische installaties valideren of er mogelijkheden zijn om de inregeling van systemen verder te optimaliseren. Bovendien hebben Woningbouwverenigingen hiermee een instrument in handen om te bepalen of de beloofde prestaties wel worden gehaald. Is dat niet het geval, dan kunnen ze overwegen om claims in dienen bij de leveranciers. In dergelijke situaties spelen aannemers en installateurs een belangrijke rol, omdat ze op basis van monitoringsdata de onderbouwing kunnen aanleveren over de mate waarin de installaties voldoen aan de verwachtingen.

Monitoring
Door structureel, onafhankelijk en via gecertificeerde meetapparatuur te monitoren, kunnen gegevens verzameld worden over het functioneren van de woningen. Onafhankelijkheid is belangrijk om een “Wij van Wc-eend” verhaal te voorkomen. Certificeringen, zoals bijvoorbeeld de Europese Measurement Instrument Directive (MID), geven zekerheid over de betrouwbaarheid en robuustheid van de monitoringsapparatuur.

Techniek achter monitoring
Hoe ziet de technische implementatie van monitoringssystemen eruit? Welke frameworks worden gebruikt, welke communicatieprotocollen kunnen worden ingezet? Succesvol monitoren betekent het integreren van diverse technieken, want de markt hanteert nog niet één standaard. Zo kunnen sensoren bijvoorbeeld uitgelezen worden via een (wireless) modbus protocol. Herkenbaar bij veel monitoringssystemen is vervolgens een centraal meet- en regelpunt – een gateway – die sensordata verzamelt, bundelt en doorstuurt via 4G, op termijn 5G naar cloud omgevingen.

Verwerking
Via cloud providers als Amazon Web Services en Microsoft Azure worden
Vervolgens de data ontvangen en genormaliseerd, bijvoorbeeld om downtimes te kunnen verwerken. Machine Learning frameworks zoals TensorFlow en data warehousing faciliteiten als Apache Hadoop zijn geschikt om op grote schaal slim om te gaan met gigantische hoeveelheden data en zelflerende algoritmes voor data-analyse en -verwerking. Tenslotte zijn front-end frameworks als Django en Highcharts cruciaal om de data om te zetten naar visuele representaties die fungeren als ‘decision support systems’.

Experimenteren met data
Omgevingen zoals Microsoft PowerBI en Tableau zijn erg goed bruikbaar om te experimenteren met het omzetten van ruwe data naar inzichten waarop geacteerd kan worden. Zo heeft BeNext PowerBI gebruikt om in één van de eerste NOM-renovatie-proeftuinen van Nederland via een test-and-adapt methode te komen tot een visualisatie van energieprestaties van de woningen. Via digitale koppelingen tussen softwaresystemen (API’s of Application Programming Interfaces) kan data eenvoudig, geautomatiseerd en conform AVG-richtlijnen gedeeld worden met externe partijen, zoals met TNO.

Voorspellend Onderhoud
Monitoring heeft nog een ander voordeel, namelijk, dat voorspellend onderhoud geïmplementeerd kan worden. Waar het allemaal om draait is om op basis van data te voorspellen dat onderhoud nodig zal zijn, of dat een storing zich voor zal doen. Een eenvoudig voorbeeld: koelvloeistof in een warmtepomp heeft een bepaalde temperatuur. Stel dat de gemiddelde temperatuur van de koelvloeistof 26 graden is, en dat een temperatuur van lager dan 10 graden zo problematisch is, dat een specialist binnen 4 uur na constatering de warmtepomp moet controleren. In dit geval kan het aantrekkelijk zijn om al een vooraankondiging naar een onderhoudspartij te sturen, als er een daling van 26 richting 12 graden te detecteren is. Zodoende kan de responstijd bijvoorbeeld verlengd worden naar 2 werkdagen; er is immers nog wat speling.

Uitdagingen
Naast het eerdergenoemde TensorFlow kan ook de programmeertaal R een belangrijke rol spelen bij het doen van voorspellingen via slimme algoritmes. BeNext ervaart in de praktijk dat de procesmatige uitdaging bij voorspellend onderhoud vaak groter is dan de technische uitdaging. Het is geen kinderspel om op professioneel niveau gestroomlijnde processen in te richten, waarin voorspellingen foutloos worden afgehandeld. Immers, het is een eerste stap om te komen tot een voorspelling, maar een belangrijke tweede stap is om op die voorspelling te acteren. Zeker als het om duurzame installaties gaat.

Kennis en kunde
De crux ligt hem in het opbouwen van kennis over innovatieve installaties. Cv-ketels zijn al tientallen jaren op de markt, waardoor er veel kennis en kunde beschikbaar is. Omvormers, warmtepompen en WTW-installaties zijn relatief nieuw en veel partijen zijn de benodigde vaardigheden voor een storingsdienst die snel zaken afhandelt, nog aan het ontwikkelen. Stel dat monitoringspartij A vaststelt dat de WTW van leverancier B in huis van belegger C een nieuw filter nodig heeft van onderhoudspartij D. Dergelijke processen dienen eerst vorm te krijgen en daarna geïmplementeerd te worden. Maar nog belangrijker is om vertrouwen op te bouwen. Meet de meter wel goed? Of is de WTW onnauwkeurig? Wordt de data wel goed verwerkt? Nauwe samenwerking tussen betrokken partijen is hierin essentieel.

Verdere automatisering
BeNext weet zeker dat de volgende twee trends hun stempel gaan drukken op de toekomst. Allereerst de integratie van datareeksen. Omvormers, warmtepompen en WTW-installaties hebben vaak al allemaal een eigen monitoringssysteem, inclusief opties voor verbindingen naar cloud gebaseerde managementsystemen. Garantieverstrekkers en onderhoudspartijen stellen terecht de vraag waarom daar bovenop nog een extra monitoringssysteem gerealiseerd moet worden – is dat niet dubbelop? Tevens zorgen al deze meetsystemen voor een wildgroei aan datastromen. Het zal steeds belangrijker worden om betekenis te kunnen geven aan deze diversiteit aan data.

Installatie- en gebruikersgemak
De tweede trend heeft betrekking op installatie- en gebruikersgemak. Bewoners van slimme en zuinige huizen krijgen meerdere apps voorgeschoteld: van de zonnepanelen, van de nutsleverancier en van de monitoringspartij. Tevens hangen er meerdere kastjes aan de muur, bijvoorbeeld de CO2 sensor, thermostaat en ventilatie regelaar. Gebrek aan eenduidigheid hierin kan verwarring veroorzaken. Dit is één van de resultaten van een evaluatie van de wet EPV uit 2019. Juist door componenten te combineren in eenvoudige systemen, wordt het beheren van het binnenklimaat een stuk eenvoudiger. Dit is een belangrijke tip voor installateurs die zich graag willen onderscheiden van hun concullega’s 

Mario Boot, Project- en Service Manager bij BeNext en specialist op het gebied van Home Energy Management

De toekomst van de warmtepomp

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee ...
Verder Lezen

Verse lucht

Als brancheorganisatie lobbyt de VLA voor de ventilatiebranche en beschikt ze over een schat aan kennis over het vakgebied. Toch ...
Verder Lezen

Bodem-warmtepomp én BRL-gecertificeerde ondersteuning voor installateurs

De nieuwe Compress 7001i LWMF is het eerste model van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch  op de Nederlandse markt ...
Verder Lezen

Scoren met NOM-woningen

Stadlander is een woningcorporatie met 15000 woningen in West-Brabant en Tholen. In 2016 liet de verhuurder annex eigenaar Nieuw Eeckelenbergh ...
Verder Lezen

Kundig inregelen vereist

Gepubliceerd op

Het inzetten van duurzame warmte stopt niet bij de leveringsgrens. Er is een ware zoektocht gaande naar de meest geschikte duurzame warmtebronnen als alternatief voor aardgas en dat allemaal tegen de laagste maatschappelijke kosten. Toch wordt in dit proces nog vaak vergeten dat de kwaliteit van de binneninstallatie een belangrijke rol speelt.

‘Beperk het energiegebruik door verspilling tegen te gaan’; zo luid de eerste stap van de Trias Energetica. Het reduceren van warmteverliezen in de traditionele cv-installaties met radiatoren zoals we deze sinds 1970 kennen, speelt hierbij een belangrijke rol. Het verlagen van de warmtebehoefte draagt niet alleen bij aan lagere energiekosten voor de bewoner maar heeft ook positieve effecten bij de exploitatie van een warmtenet. Het op de juiste manier benutten en verdelen van warmte zorgt voor lagere retourtemperaturen en daarmee lagere distributieverliezen in en buiten de woning.

Nieuwe regelgeving
Op 10 maart 2020 is het herziene Bouwbesluit gepubliceerd met daarin volop aandacht voor warmteverliezen. Nieuwe regels moeten ons gaan helpen om op een gezonde manier jaarlijks 30.000 tot 50.000 gebouwen aardgasvrij te krijgen. Het Bouwbesluit omschrijft op welke wijze nieuwe en bestaande verwarminsginstallaties adequaat moeten zijn gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en ook instelbaar moeten zijn.

Voorkomen overcapaciteit
Omdat overcapaciteit een slechte invloed heeft op het rendement geeft het herziene Bouwbesluit aandacht aan het dimensioneren van installatieonderdelen. Dit betekent dat bij het plaatsen van een nieuwe warmteopwekker rekening moet worden gehouden met de warmtebehoefte van het gebouw. Bij de overstap naar een warmtenet of een duurzame warmtepompinstallatie is het belangrijk om te weten wat de werkelijke warmtebehoefte in een woning of woongebouw is. Bij na-isolatie van de vloer, dak en muren loont het om opnieuw een warmteverliesberekening te laten maken. Hiermee kan worden voorkomen dat er onnodig overcapaciteit wordt geïnstalleerd. Het ‘op maat’ installeren van de juiste componenten maakt de installatie vaak goedkoper en zorgt voor een stabiele en efficiënte werking van de installatie.

Slim afstellen
Het Bouwbesluit maakt installatieprofessionals ook verantwoordelijk voor de juiste afstelling van de warmteopwekking en het afgiftesysteem. In collectieve installaties moeten onnodig hoge aanvoertemperaturen worden voorkomen door een energetisch optimale stooklijn in te stellen. Deze afstelling mag niet ten koste gaan van het comfort. Ook moet de installatie waterzijdig worden ingeregeld. De snelheid waarmee het verwarmde water wordt getransporteerd en de wijze waarop de warmte wordt verdeeld is immers van essentieel belang voor het beperken van warmteverlies en het verbeteren van efficiency.

Dynamisch inregelen
Er zijn verschillende methoden om installaties in te regelen. Toch zal de traditionele manier van inregelen met inregelafsluiters per woning of strang langzaam verdwijnen. Het Bouwbesluit omschrijft dat het verwarmingssysteem optimaal moet kunnen presteren bij typische gebruiksomstandigheden. Dus ook wanneer de helft van de radiatoren dicht staat moet ernaar gestreefd worden dat door de overige radiatoren niet onnodig veel water stroomt. In de nieuwe richtlijnen voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen worden zogeheten dynamische oplossingen voor waterzijdig inregelen positiever beoordeeld.
Er worden in de richtlijnen twee dynamische methoden omschreven (zie ook kadertekst):
1: een drukverschilregeling per strang of woning i.c.m. voorinstelbare radiatorafsluiters;
2: radiatorafsluiters met geïntegreerde drukverschilregelaar.

Kenmerkend voor beide oplossingen is de aanwezigheid van drukverschilregelaars (Δp). In combinatie met de begrenzing van de maximum doorlaat (Kv) van de radiatorafsluiters wordt hiermee voorkomen dat in deellast situaties onnodig veel water door de installatie stroomt.

Controle warmteverbruik
Wanneer bewoners meer controle hebben over de verwarmingsinstallatie, wordt het makkelijker om het verbruik te verlagen. In de meeste gevallen vindt verbruiksafhankelijke afrekening plaats op basis van warmtekostenverdelers op de radiatoren of doorstroommeters per appartement. De nieuwe regels in het Bouwbesluit verplichten de toepassing van radiatorthermostaten om energieverspilling te reduceren en gebruikers meer controle te geven over hun verwarmingssysteem. In VvE’s zien we ook steeds vaker het gebruik van programmeerbare radiatorthermostaten. Hierdoor wordt het voor de bewoner nog makkelijker om te besparen. Bovendien “past” het via de app kunnen bedienen van je verwarmingsinstallatie bij deze tijd.

Geïnformeerde bewoners
Het goed informeren van bewoners blijkt de sleutel tot succes. Het aanbrengen van thermostaatkranen en het inregelen van radiatoren is een merkbare verandering voor de bewoners. Waar bewoners voorheen gewend waren dat hun radiatoren van boven tot onder bloedheet waren, zullen zij nu merken dat de onderkant van de radiatoren lauw en soms bijna koud aanvoelt. Ook de bediening van thermostaatkranen is niet zo vanzelfsprekend. De ogenschijnlijk eenvoudige knop met stand 1 t/m 5 wordt niet altijd aangezien als een automatische temperatuurregeling.
Bewoners die gefrustreerd raken zorgen voor ongewenste mond-tot-mondreclame en hardnekkige misverstanden die eenvoudig vooraf te voorkomen zijn. Informeer bewoners goed en laat ze achter met een duidelijke handleiding.

Tot slot
We kennen inmiddels genoeg voorbeelden waarbij de overgang naar duurzame warmte niet tot succes leidde. Dit soort fouten zijn noodzakelijke stappen op de weg naar succes. Het feit dat de nodige maatregelen voor afgifte- en distributieverliezen staan omschreven in de nieuwe wet- en regelgeving, laat zien dat we een hoop geleerd hebben. Duurzame warmte stopt dus niet bij het aanbrengen van een nieuwe warmtebron, maar is grensoverschrijdend. De warmte die we niet verspillen hoeven we ook niet duurzaam op te wekken 

Auteur: Ed Vissenberg, Sales Manager Woningbouw Danfoss

Smart thermostaat nu ook met standaard verkrijgbaar

De thermostaat van het Fonterra Smart Control systeem heeft een standaard gekregen. Dit betekent dat de door Viega geleverde thermostaat ...
Verder Lezen

Honderden miljoenen voor verduurzamen woningen en gebouwen

 Minister Wiebes trekt honderden miljoenen euro uit voor het verduurzamen van woningen en gebouwen. Daarmee wil hij de vaart houden ...
Verder Lezen

Vernieuwd Naturalis verduurzaamt warmte-installatie

Renovatie en nieuwbouw bieden bij uitstek mogelijkheden voor gebouweigenaren om de warmtevoorziening verder te verduurzamen. Naturalis in Leiden maakte bij ...
Verder Lezen

“Den Haag had waterzijdig inregelen al lang verplicht moeten stellen”

Minister Wiebes maakte afgelopen week bekend dat waterzijdig inregelen niet geplaatst wordt op de lijst met erkende maatregelen. Volgens de ...
Verder Lezen

Fijnstof

Gepubliceerd op

Fijnstof, we krijgen er dagelijks mee te maken. Of we nu in de stad leven of op het platteland. Gelukkig komen er steeds meer oplossingen op de markt om de schadelijke deeltjes uit de lucht te filteren. Zoals het Pure induct sys­teem van Brink Climate Systems.

Fijnstof (≤PM10) is opgebouwd uit een groot aantal stoffen. Het belangrijkste onderdeel vormen stofdeeltjes die in de lucht worden gevormd uit zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak. Een tweede belangrijke bijdrage komt van elementair koolstof en organische koolstofverbindingen. We spreken van fijnstof als de maximale grootte van de deeltjes 10 micrometer bedraagt. In vaktermen ook wel afgekort tot 10 PM.

Schadelijke effecten
Fijnstof komt onder andere vrij bij verbrandingsprocessen met fossiele brandstoffen. Daarbij kan je bijvoorbeeld denken aan houtstook en uitlaatgassen. In Nederland overlijden jaarlijks enige duizenden mensen enkele dagen tot maanden eerder door kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijnstof, zegt het RIVM op haar website. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen. Langdurige blootstelling aan lagere concentraties fijnstof, zelfs beneden de Europese grenswaarden, levert ook nadelige gezondheidseffecten op. Levenslange blootstelling kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en vroegtijdige sterfte aan met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

Ultrafijn stof
Des te kleiner de deeltjes, des te dieper ze de longen binnendringen en des te moeilijker het lichaam ze kan opruimen. Ultrafijnstof – deeltjes in de lucht die kleiner zijn dan 0,1 micrometer - zijn daardoor mogelijk nog schadelijker voor de gezondheid dan grotere deeltjes fijnstof.

Ventilatiesysteem
Fijnstof dringt ook onze woningen binnen, onder andere via het ventilatiesysteem. “Ook al is je woning voorzien van het beste ventilatiesysteem, er kunnen toch kleine schadelijke stofdeeltjes binnenkomen. Deze worden er namelijk niet uitgefilterd door een standaardfilter. Mensen zich daar nog onvoldoende bewust van”, zegt Adriaan Cramer. Installateurs kunnen hier nauwelijks wat aan veranderen, volgens de Director Creativity & Product Management bij ventilatie-expert Brink Climate Systems. “Ze krijgen weinig ruimte om input te geven tijdens het ontwerp- en bouwtraject en voeren uit wat er in het bestek is opgenomen. Ik denk dat de echte mentaliteitsverandering vanuit de consumenten zelf moet komen.”

Filteradvies
Wat kan een installateur al wel doen? Onder andere goede filters adviseren voor gebalanceerde ventilatiesystemen. In de praktijk komen we meestal de volgende filter- categorieën tegen:
• Grof: G3- en G4-filters beschermen een WTW-unit tegen grof stof, insecten, zand en haren.
• Medium: M5- en M6-filters hebben een hogere filterklasse dan de G3- en G4-filters en beschermen ook tegen (stof)deeltjes die niet met het blote oog zichtbaar zijn.
• Fijn: F7-filters beschermen de bewoners ook tegen fijnstof en pollen, waardoor de binnenluchtkwaliteit beter is.

Meerkosten
Het probleem is dat veel opdrachtgevers afhaken als ze de meerprijs horen van fijnstoffilters. “Men denkt al snel dat het volstaat als er wordt voldaan aan de rudimentaire eisen van de EPC-regelgeving.” Alles wat er bovenop komt, is niet verplicht, maar kost wel geld. “Gemiddeld zijn ze ongeveer 15% meer kwijt aan een F7-filter. Dat komt neer op enkele tientjes per jaar. Daar staan natuurlijk wel allerlei gezondheidsvoordelen tegenover. Helaas is dat jarenlang onvoldoende voor het voetlicht gebracht door de branche”, zegt Cramer. Daar komt nu zo langzamerhand verandering in. Door de energietransitie neemt niet alleen de belangstelling voor duurzame energie toe, maar ook voor de kwaliteit van het binnenklimaat.

Onderhoud
Menig consument vreest daarnaast meer kwijt te zijn aan onderhoud. ‘F7-filters houden kleinere deeltjes tegen, dus zullen vaker vervangen worden. Bovendien zal al die aankoek zorgen voor extra weerstand, waardoor de energiekosten stijgen’, zo luidt de gedachtegang. Dat is incorrect, legt Cramer uit. G4-filers hebben een kleiner oppervlak, wat relatief ongunstiger uitpakt voor het energiegebruik dan bij de grotere F7-filters.
Na verloop van tijd blijven er wel meer resten vastzitten aan het F7-filter, wat de weerstand verhoogt. Maar hoe dan ook, “dat geldt voor alle filters uit de G-, M- en F-klassen. Ze moeten na dezelfde tijd worden vervangen. Wat dat betreft maakt het dus niets uit.”

H-klasse
Er zijn filters met een nog fijnmaziger structuur. “Bij de H-klasse (HEPA-filters) zien we wel dat de weerstand behoorlijk toeneemt, met alle gevolgen vandien”, vertelt Cramer. Brink Climate Systems heeft dit probleem slim weten te omzeilen met haar nieuwe Pure induct systeem. De Pure induct is een modulaire toevoeging op het centrale balansventilatiesysteem met warmteterugwinning (WTW). De module komt in het kanaal dat verse lucht van de WTW-unit naar de woning brengt.

Ionisatie
De vervuilde deeltjes in de lucht worden door een ionisatieproces geladen en aan het eind van de module aan de statisch geladen filters afgegeven. Op deze manier verdwijnen alle verontreinigingen uit de lucht en gaat er gezuiverde, gezonde lucht de woning in. Het filter in de Pure induct heeft een lagere weerstand dan het zwaardere HEPA-filter, terwijl hij door de statische eigenschappen in combinatie met het ioniseren van de deeltjes net zo effectief is. Het filter raakt minder snel verstopt en heeft daardoor een lange levensduur. Deze levensduur is extra te verlengen door het standaard filter in de WTW-unit te vervangen voor een ISO ePM1 filter (F7-filter). Dit filter haalt alvast de eerste kleine deeltjes uit de lucht. Het speciale filter in de Pure induct gaat zo nóg langer mee en dat bespaart kosten. Bovendien komt in tegenstelling tot vele andere ionisatie technieken bij de techniek van de Pure induct geen ozon vrij. Daardoor is de Pure induct volkomen veilig in gebruik, aldus Brink Climate Systems.

Uitbreiding
Het systeem kan eventueel worden uitgebreid met een zoneringsfunctie om het ventilatiesysteem nog efficiënter en effectiever te laten functioneren. Met Pure induct mikt fabrikant Brink Climate Systems primair op de particuliere woningbouw. Dat is begrijpelijk, omdat de extra functionaliteiten uiteraard ook extra kosten met zich meebrengen.

Veranderende markt
De vraag is nu hoe de markt zich verder zal ontwikkelen. De maatschappij raakt al meer doordrongen van het belang van schone binnenlucht, welllicht zal nieuwe regelgeving hier ook meer rekening mee houden. Cramer verwacht eigenlijk van wel. “Ik denk dat over enkele jaren fijnstoffilters de nieuwe standaard worden.” 

Fijn stof in Nederland

“De achtergrondconcentraties van fijnstof (PM10) blijven in het overgrote deel van Nederland onder de grenswaarde, dat wil zeggen niet meer dan 35 dagen met een daggemiddelde concentratie boven 50 µg/m3 en een jaargemiddelde concentratie die niet hoger is dan 40 µg/m3”, valt er te lezen op de website van het RIVM. “Alleen in verstedelijkte gebieden en in gebieden met veel agrarische activiteiten in het midden en zuiden van Nederland wordt plaatselijk deze grenswaarde overschreden. De concentratie fijnstof kan van jaar tot jaar sterk verschillen. In een jaar met bijvoorbeeld een lange droge periode kunnen de locaties met overschrijdingen veel talrijker zijn. Metingen laten zien dat in de meeste Europese landen ook overschrijdingen van de grenswaarde optreden. Nederland neemt hierbij een middenpositie in. De huidige luchtconcentratie van fijnstof veroorzaakt een aanzienlijke verkorting van de gemiddelde levensverwachting. Voor Nederland wordt deze levensduurverkorting geschat op twaalf maanden; gemiddeld voor de Europese Unie is dit tien maanden. Ook onder de grenswaarde treden gezondheidseffecten op.”

VLA heet nu officieel Binnenklimaat Nederland

De Vereniging van Luchttechnische Apparaten  (VLA) heet vanaf nu Binnenklimaat Nederland. Op 15 oktober maakten de voorzitter van Binnenklimaat Nederland ...
Verder Lezen

Systemen voor ventilatie worden vaak niet schoongemaakt

70% van de mensen thuis ventileert altijd. Daarbij geeft meer dan de helft de voorkeur aan natuurlijke ventilatie (ramen open) ...
Verder Lezen

Airco met luchtreiniger

Bij Centercon is de nieuwe LG Dualcool met luchtreiniger verkrijgbaar. Deze kan een ruimte koelen en verwarmen en tegelijkertijd de ...
Verder Lezen

Ventilatie en filtratie in gebouwen moet beter

Het coronavirus blijft de gemoederen bezighouden. De gezondheid, zorg en economie hebben het hierdoor bijzonder zwaar. De genomen maatregelen en ...
Verder Lezen

De toekomst van de warmtepomp

Gepubliceerd op

Opleidingscentrum GO0 organiseerde in samenwerking met brancheorganisatie NVKL onlangs een online variant van de Dag van de Warmtepomp. In twee sessies werden de laatste ontwikkelingen voor installateur én consument op een rij gezet.

Met een productietijd van miljoenen jaren, kunnen we de fossiele brandstoffen die we nu voor verwarming gebruiken, niet bepaald hernieuwbaar noemen. Omdat verreweg het overgrote deel van de huishoudens fossiele brandstoffen gebruikt voor stroom, verwarming en vervoer komt er een hoop CO2 vrij. Los daarvan zijn de (toegankelijke) fossiele brandstoffen naar verwachting over 60 jaar op terwijl we in Nederland al in 2050 van het aardgas af willen zijn. Transitie is dus het toverwoord!

Hybride
Om het effect van die transitie dan maar gelijk tastbaar te maken: de energie die in het huishouden wordt gebruikt voor verwarming kan van een cv-ketel of warmtepomp komen. Het rendement van de warmtepomp is daarbij 1,36; dat van een hoogrendement cv-ketel 0,96. Door inzet van de warmtepomp kan dus al 40% op het energiegebruik worden bespaard (mits het gebouw voldoet aan de eisen). Daar komt nog eens bij dat met de warmtepomp niet alleen kan worden verwarmd maar meestal ook kan worden gekoeld. Meer comfort dus. Verwacht wordt dat de cv-ketel nog wel even zal blijven hangen maar dat daarnaast een warmtepomp wordt ingezet. Een hybride oplossing dus zolang de wereld nog niet volledig all-electric is.

Hernieuwbaar
Terug naar de fossiele brandstoffen: die gaan steeds sneller plaats maken voor hernieuwbare energie. Een mooi voorbeeld is zonne-energie die met behulp van zonnepanelen wordt opgewekt. Maar ook geothermie of aardwarmte blijkt een mooie, schone vorm van energie. Andere vormen waaraan kan worden gedacht zijn waterkracht, een energiebron die eigenlijk onuitputtelijk is, en in het verlengde daarvan golf- en getijdenenergie. Andere populaire hernieuwbare energiebronnen zijn biomassa en bio-energie. Ook voor de opslag van hernieuwbare energie komen steeds meer alternatieven voorhanden. Dat kan bijvoorbeeld met energiebollen op de zeebodem waarmee gemiddeld zo’n 20 MWh per stuk aan energie kan worden opgeslagen. Ook zoutwaterbatterijen voor woningen worden inmiddels toegepast.

Flinke groei
De warmtepompmarkt vertoont al een flink aantal jaren een groei in aantallen en in warmteproductie. Installateurs verwachten de komende jaren zelfs een verdubbeling van de verkoop te kunnen realiseren. Het grootste deel van de markt wordt daarbij gevormd door eengezinswoningen of appartementencomplexen in bestaande én nieuwbouw. De meest verkochte variant is de buitenluchtwarmtepomp. In de industrie zijn met name bodemwarmtepompen met een gesloten systeem favoriet.

Ontwikkelingen
Wanneer wordt ingezoomd op de warmtepomp zelf, kan worden geconstateerd dat de hybride (lucht/water) warmtepomp met gas-bijstook met name wordt ingezet voor de renovatiemarkt. Daarnaast wordt een kleine individuele laagtemperatuur water/water-warmtepomp ontwikkeld en wordt ingezet op een ventilatiewarmtepomp die de binnenlucht van woningen gebruikt en als hybride variant wordt toegepast. De nieuwste ontwikkelingen maken het daarnaast mogelijk dat buitenlucht nog tot temperaturen van -20 °C kan worden ingezet. Hierdoor wordt het toepassingsgebied van de lucht/water-warmtepompen alleen maar groter. Andere trends zijn de ontwikkeling van gestandaardiseerde plug&play installatieconcepten voor nieuwbouw en renovatie en de ontwikkeling van warmtepompen die steeds hogere temperaturen kunnen leveren. Er zijn zelfs al temperaturen mogelijk waarmee aan de eisen met betrekking tot legionella kan worden voldaan. Daarmee kan de warmtepomp nog eenvoudiger in centrale warmtedistributiesystemen in de bestaande bouw worden ingezet.
Verder maakt de ontwikkeling van softwareapplicaties de monitoring van warmtepomp(system)en op afstand mogelijk – via een smartphone-app gaat dat ook voor de consument gelden. In de woonomgeving zien we nu warmtepompsystemen terugkomen met een capaciteit van 5 kW thermisch voor een gemiddelde woning en bijbehorend opslagvat voor tapwater van 150 liter. Dat is fors kleiner dan in andere Europese landen waar al snel met een capaciteit van 25 kW en opslagvat van 300 liter wordt gewerkt.
Met deze ontwikkelingen in het achterhoofd is de warmtepomp in nieuwbouwprojecten momenteel dé stand der techniek. Een absolute noodzaak als de achterliggende opgave nog eens voor de geest wordt gehaald: 7 miljoen huishoudens moeten in 30 jaar tijd worden ‘omgebouwd’. Per jaar zijn dat 230.000 woningen; een ‘pittige’ opgave.

Wet- en regelgeving
Tijdens het webinar van Opleidingscentrum GO werd ook stilgestaan bij richtlijnen en wet- en regelgeving. Van de vele vernieuwingen en veranderingen die vanuit Europa worden ingegeven, werd bij een drietal onderwerpen genoemd. Zo moet conform de Europese Richtlijn EPBD (European Performance of Building Directive) na 2020 energieneutraal worden gebouwd. Dit is relatief eenvoudig omdat de technologieën hiervoor eigenlijk al voorhanden zijn: een goede bouwfysica in combinatie met hernieuwbare energie.
Daarnaast is er de F-gassenverordening die in 2015 in werking trad en waarin is vastgelegd dat de hoeveelheid HFK’s in 2030 met een factor 5 moet zijn teruggebracht ten opzichte van 2015. Het natuurlijke koudemiddel propaan laat een COP zien van rond de 5 met hogere temperaturen. Propaan (R290) heeft een GWP van 3 en is daarmee vele malen beter voor het klimaat dan R410a (GWP van 2088). Er zijn al monoblock- en hybride toestellen die op propaan werken.
Een derde ontwikkeling betreft de certificering overeenkomstig de BRL 6000 voor installatiebedrijven die gaat gelden voor elektriciteit, gas, water en waterafvoer, klimaatinstallaties, energieomzetting en onderhoud en beheer van installaties.
Ook vanuit de Nederlandse en gemeentelijke overheden geldt wet- en regelgeving die betrekking heeft op de warmtepomp. Zo is er de omgevingswet die bedoeld is om de energie- en warmtetransitie van steden, dorpen en wijken te versnellen. Verder is in het regeerakkoord de regionale energiestrategie vastgelegd: op regionaal niveau wordt een doelmatige aanpak uitgewerkt voor een optimale mix aan energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwekking. En daarnaast is er het warmtetransitieplan waarin per wijk wordt aangegeven welke alternatieve warmtevoorziening verwacht wordt.

Toekomst
Al die plannen moeten mogelijk worden met de nieuwe generatie warmtepompen. Deze heeft een bredere inzetbaarheid door een aantal technische ontwikkelingen die hun oorsprong hebben in de klimaat- en koudetechniek. Denk hierbij aan flashinjectie van koudemiddelen in de compressor, waarmee lagere temperatuurbronnen zoals buitenlucht toch effectief kunnen worden ingezet. Voor grotere systemen (vanaf 100 kW) is hiervoor de compressiecyclus in twee trappen geïntroduceerd.
Daarnaast mag de invertertechniek niet onvermeld blijven. Hiermee kan de warmtepomp traploos en met een gering rendementsverlies naar 10% van de capaciteit worden terug geregeld. Op deze manier kan een grotere capaciteit worden neergezet waarmee zowel pieklast als tapwatervoorziening kan worden opgevangen terwijl ook de basislast effectief kan worden bediend.
Door de verdere aanscherping van de Europese F-gassenverordening, zullen steeds vaker natuurlijke koudemiddelen worden ingezet. De CO2 -warmtepomp kan nu al goed worden ingezet voor koeling in supermarkten of om aan een grote vraag naar warme tapwater te kunnen voldoen. Zelfs heet water tot 90 °C met desinfecterende werking is geen probleem. En met het toenemende belang van tapwaterverwarming zijn de vooruitzichten voor de CO2-technologie bijzonder gunstig. Ook propaan en butaan zijn geschikte koudenmiddelen alhoewel ze als nadeel hebben dat ze brandbaar en explosief zijn. Deze worden dan ook nog niet grootschalig toegepast maar daar zal in de toekomst zeker verandering in komen.

Uitdaging
De grootste uitdaging voor de toekomst is het economisch aantrekkelijk en betaalbaar maken van concepten voor het energieneutraal maken van de renovatiemarkt. Dat kan onder meer door:
- lagere kostprijs van componenten voor hernieuwbare energie (bijv. zonnepaneel);
- optimalisatie en industrialisatie van het bouwproces;
- standaardisatie van integrale bouwcomponenten en oplossingen voor de bestaande bouw.
Energietransitie staat daarmee eigenlijk synoniem voor verandering van de manier waarop we energie winnen. En die verandering moet mogelijk zijn want voorbeelden van succesvolle energietransitie zijn er in overvloed. Neem de rioolwarmte die gecombineerd met een warmtepomp zorgt voor verwarming van een zwembad. Het temperatuurverschil van 1 tot 2 graden is weliswaar gering, maar door de hoeveelheid maakt ook die kleine verhoging al een wereld van verschil. Naast de besparing op de stookkosten van 50% zorgt deze techniek ook voor een stevige vermindering van de CO2-uitstoot 

Direct weten of een warmtepomp ook kan

Technische Unie lanceert een selectietool voor warmtepompen. Hiermee kan een volledige transmissieberekening van een woning worden gemaakt, waarna direct duidelijk ...
Verder Lezen

‘50 graden test prima, maar wel langer dan 2 weken’

Begin deze week meldden we op Installatienet dat voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal en marktversneller Enpuls de ‘50 graden test’ aanbieden. Het ...
Verder Lezen

Maatwerk kappen voor warmtepompen

Cox Geelen levert maatwerk warmtepompkappen voor nieuwbouw en renovatieprojecten. Ze zijn geschikt voor elk merk/type warmtepomp, dakhelling en RAL-kleur. Door ...
Verder Lezen

Test om teleurstelling met warmtepomp te voorkomen

De vraag of een woning geschikt is voor verwarmen op lage temperaturen is voor steeds meer huiseigenaren relevant, maar ook ...
Verder Lezen

Duurzaam wellnesscenter

Gepubliceerd op

In het Gelderse Wijchen staat sinds anderhalf jaar een indrukwekkend Wellnesscomplex. Thermen Berendonck is het geesteskind van de familie Dolman, die al eerder twee Wellnesscentra liet bouwen. Het complex is voorzien van duurzame installaties. Hoe kwam het ontwerp tot stand en beantwoordt het aan de verwachtingen? IZ liet zich rondleiden door Jan Willem Brinkman, Hoofd Techniek Werktuigbouw van Linthorst Techniek.

Het complext ademt de sfeer uit van 1001 nacht en dat is niet toevallig. De opdrachtgever wilde een Wellnesscentrum waarin de bezoeker zich even in sprookjesland kon wanen. Om dat doel te realiseren zijn kosten noch moeite gespaard. Zo zijn er onder andere meubels en ornamenten uit India betrokken en serveren de restaurants allerlei exotische gerechten en hapjes.

Functies
Het resort heeft een oppervlakte van 9300 vierkante meter en kan jaarlijks aan 200.000 gasten een luxe Oosterse beleving bieden. Het gebouw bestaat uit een binnen- en buitenzwembad, sauna’s, stoombaden, schoonheidssalons, restaurants en lounges.

BIM
Over het ontwerp is nagedacht kunnen we wel zeggen. Zowel bouwkundig, installatietechnisch als op het gebied van Interior Design ‘klopt het verhaal’. Speciaal voor dit project werd een Bouw Informatie Model opgetuigd. Installateur Linthorst Techniek zat er niet vanaf het prille begin bij, wat wel handig was geweest. “Nu lag het ruimtebeslag er al, waardoor we toch aan beperkingen waren gebonden”, legt Brinkman uit. Maar dankzij de nodige inventiviteit leverde dit gelukkig geen problemen op.

Bouwkundig concept
Het gebouw is uitgevoerd in prefabbeton. Een snelle bouwwijze, maar wel één met consequenties voor de installateur. “Je moet namelijk al snel je instortvoorzieningen regelen en sparingen doorgeven.” Eenzelfde uitdaging kreeg Linthorst Techniek in de schoot geworpen door de keuze voor kanaalplaatvloeren. “Ook hiervoor gold namelijk dat we direct moesten projecteren waar de grotere schachten zouden gaan lopen.” Daarnaast kreeg de installateur gelijk te maken met een belangrijk constructief vraagstuk, namelijk waar de zware installaties in de technische ruimte zouden worden gepositioneerd. Linthorst Techniek heeft dit handig opgelost. De machines staan nu opgesteld op de zware steunbalken, die voldoende draagvermogen hebben om deze last op te vangen.

RC-waarden
De doelstelling was om een EPC van 0,7 te behalen. “Daardoor zou de duurzame utiliteitsregeling van kracht worden, wat een fiscaal voordeel oplevert.” Het complex is grondig geïsoleerd, de RC-waarden schommelen tussen de 6 en 6,5. Bovendien zijn de kozijnen voorzien van triple beglazing.

E-installaties
Het resort heeft een trafovoorziening, waarop 4000 KVA is aangesloten. In de praktijk gebruikt het Wellnesscentrum slechts 2000 KVA. “Dankzij Powermanagement met slimme meet- en regeltechniek kunnen we het zo laag houden”, legt Brinkman uit. De benodigde elektriciteit wordt deels zelf opgewekt met 600 PV-panelen. “Ongeveer 5 tot 7% van de energievraag. Het restant wordt ingekocht als groene stroom.” Er liggen plannen op tafel om het aandeel zonne-energie op termijn te verhogen met een drijvend zonne-eiland in de recreatieplas Berendonck.

W-installaties
De installatietechnische krenten in de pap zijn echter de W-oplossingen. Hier is Linthorst Techniek buitengewoon inventief en creatief te werk gegaan. Zo worden voor de warmte- en koudeopwekking verschillende bronnen gebruikt. Deels gebeurt dat via een Hoog Temperatuur Warmtepomp (TT68) in combinatie met luchtwater warmtepompen. Deels maakt men gebruik van teruggewonnen warmte. Dat gebeurt bij de luchtbehandeling en keukenafzuiging middels een KAT systeem. Ook wordt warmte teruggewonnen uit afgewerkt douchewater en zwembad water.

Uit eigen stal
Voor alle duidelijkheid: de TT68 is een water/water warmtepomp die door Linthorst zelf is ontwikkeld. Met dit concept is het mogelijk om flexibel en vraagafhankelijk warmte te leveren van een laag tot hoog temperatuurniveau. Zo kan er bijvoorbeeld tapwater worden gemaakt met een temperatuur van 75ºC bij een COP van 4. Daarnaast levert de warmtepomp ook water aan met een temperatuur van 55°C voor het zwembad. De TT68 wordt daarbij geassisteerd, zoals al eerder vermeld, door twee luchtwater warmtepompen. Deze leveren flexibel, optimaal warm water aan met een temperatuur van 55°C voor de zwembaden en 45 °C voor de ruimteverwarming van het gehele complex. Mocht het systeem plotseling te maken krijgen met een piekvraag, dan is dat geen probleem. In de technische ruimte staan 2 Cv-ketels opgesteld als back-up voorziening.

Koude
De TT68 warmtepomp levert niet alleen warme voor de ruimteverwarming en warmtapwaterproductie, maar ook koude. Deze wordt benut om de tegelvloeren in de sauna’s te koelen, zodat bezoekers hun voeten hier niet branden en een aangenaam binnenklimaat wordt geborgd.

Alternatief
Tijdens de ontwerpfase is overwogen om een WKO-installatie toe te passen. “Alleen overtreft de warmtevraag verreweg de behoefte aan koude. Daardoor zou er onvoldoende warmte zijn om het bodemsysteem te regeneren”, vertelt Brinkman.

Afgifte
De afgifte van warmte en koude verloopt via vloerverwarming en -koeling. Dit wordt aangevuld met geconditioneerde lucht om wisselende belasting­en te kunnen opvangen. Als de lucht de ruimte binnenkomt, gaat dat via wervelroosters of een plenum. Ook voor de afzuig worden roosters, bijvoorbeeld in douches en sauna’s, en plenums gebruikt.

Ventilatie
Een Wellnesscentrum heeft gigantische hoeveelheden verse lucht nodig. Het zal de lezer dan ook niet verbazen dat er zo’n 86.000 kuub per uur wordt binnengeschoven. Daarvoor zijn 6 LBK’s nodig die in een technische ruimte op het dak staan. Gelukkig leverde het kanalenwerk geen problemen op, omdat het complex verlaagde plafonds heeft waarachter alles keurig kon worden weggewerkt.

Sanitair
Over het sanitair valt weinig bijzonders te melden, behalve dat er een legionellapreventie-oplossing van De Melker is geïnstalleerd voor de douches. “Om de dag worden ze thermisch gedesinfecteerd door het systeem door te spoelen met water met een temperatuur van 70°C”, licht Brinkman toe. De ruimtetemperaturen zijn zo hoog, dat de koudwaterleidingen bijna continu gespoeld moeten worden. Daarom is de waterleiding ook zodanig ontworpen dat hij slechts een beperkt aantal strangen heeft en de veel gebruikte tappunten aan het einde van elke strang zitten.

Monitoring
Het complex werd in mei 2019 opgeleverd. Sindsdien monitort een Priva-gebouwbeheersysteem de prestaties. Die zijn uitstekend, vertelt Brinkman. “Het Wellnesscentrum gebruikt zelfs minder elektriciteit dan we van tevoren hadden gedacht. Waarschijnlijk is dat deels te danken aan de goede isolatie en kierdichting.” 

Ander relevant nieuws van onze redactie

Slimme badkamers

De badkamer wordt steeds slimmer, de kleuren- en vormentaal rijker en de aandacht voor duurzaamheid groeit. Zo maar een greep ...
Verder Lezen

Van Dorp neemt specialist in zwembadtechniek over

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van de aandelen van Kunststofwerktuigbouw Kawebe B.V. (KWB) te Boxtel. KWB is ...
Verder Lezen

Waterbesparing

U kent het wellicht wel vanuit uw eigen thuissituatie: pubers die urenlang de badkamer claimen. Ze staan zo lang onder ...
Verder Lezen

Duurzaam wellness resort in Oosterse sferen

In mei dit jaar opende de nieuwe Wellness Thermen Berendonck de deuren voor het publiek. Dit luxe spacomplex behoort tot ...
Verder Lezen

Vakmensen voor de klas

Gepubliceerd op

De uitdaging is duidelijk: er moeten meer mensen de techniek in. Vakmensen – jong en oud – geven de energietransitie, verduurzaming en digitalisering van ons land vorm. Het techniekonderwijs speelt een sleutelrol bij het opleiden van deze vakmensen. En hierbij zijn goede techniekopleiders met de juiste kennis onmisbaar. Daarom initieert en ondersteunt Wij Techniek het onderwijstraject voor hybride techniekopleiders. En het werkt! Projectmanager Hans Haring vertelt hoe dit voor meer gekwalificeerde docenten in de techniek zorgt.

De maatschappelijke opgave is enorm: de energietransitie moet worden gerealiseerd, verduurzaming moet worden gefaciliteerd en nieuwe digitale technologieën moeten verantwoord landen in de samenleving. Deze belangrijke taak ligt voor een groot deel in handen van de techniek. Tegelijkertijd is er een tekort aan goed opgeleide vakmensen. Om de maatschappelijke uitdagingen écht aan te kunnen gaan is onderwijs dus cruciaal. En daar liggen kansen voor méér goede opleiders voor de klas. Wie die kansen als geen ander kunnen pakken? De vakmensen in de techniek!

Tweeledige doelstelling
Hans Haring ziet als projectmanager onderwijs als geen andere de kracht van het samenbrengen van bedrijfsleven, onderwijs en vakmensen in de technische installatiebranche. Met het scholingstraject voor hybride techniekopleiders is Wij Techniek al langere tijd actief op dit unieke snijvlak. Doelstelling van het traject? Die is tweeledig, volgens Hans. “Enerzijds bijdragen aan het oplossen van het tekort aan techniekopleiders, en anderzijds de samenwerking tussen beroepsonderwijs en het bedrijfsleven versterken.”

Goud waard
Hoe zou Hans een hybride techniekopleider omschrijven? “Een hybride techniekopleider is iemand die in de techniek werkt en dit combineert met een onderwijsgevende baan. Soms in structurele, soms in minder structurele vorm. Het zijn in ieder geval mensen die aanvullend op hun technische kennis óók sterk zijn in het overbrengen van kennis. Deze combinatie is goud waard voor het onderwijs!” Hans legt uit dat, sinds het begin van het traject dat een paar jaar gelden startte in Gelderland-Overijssel), er inmiddels hybride techniekdocenten actief zijn in heel Nederland binnen vooral het mbo maar ook in het voorgezet onderwijs en het hbo. “Dit laat zien dat het traject echt in een behoefte voorziet. Bij de techniekopleiders zelf, het onderwijs en bij de werkgevers.

De juiste bagage
Hans benadrukt het belang van het door Wij Techniek geïnitieerde en ondersteunde traject. Hij legt uit: “In het technisch beroepsonderwijs is, net als in het onderwijs in brede zin, een tekort aan vakgerichte onderwijsgevenden. Er moeten meer mensen de techniek in, en hierdoor zijn er ook meer mensen nodig om voor de klas te staan. Zij moeten echter wel de juiste bagage hebben.” Waar kom je dan terecht? Bij vakmensen die al werken in de techniek en die er graag les over geven, aldus Hans. “Wij kennen de branche en via onze regionale netwerken vinden we vakmensen die een rol willen spelen binnen het onderwijs. En die ondersteunen wij graag!”

Vakkennis en onderwijstalent
Volgens Hans is het een logische keuze om hybride techniekopleiders in te zetten, omdat zij over de juiste combinatie van vakkennis en onderwijstalent beschikken. Hans geeft graag een voorbeeld. “Ervaren elektromonteurs weten waar zij het over hebben. Als je hen voor de klas zet, geeft dat een enorme boost aan leerlingen. En vakmensen nemen de nieuwste technieken mee naar de scholen. Zij weten als geen ander hoe het vak er nu uitziet. Schitterend!” Hans geeft aan dat een gemengd gezelschap meedoet aan het traject: jong, oud, hbo- en mbo-opgeleid, monteurs en directeuren. “De rode draad is dat zij allemaal vol enthousiasme zijn over hun vakgebied en dit graag willen overdragen op jongeren.”

Enthousiast
In de praktijk blijkt het succes van het traject. Hans legt uit: “Het is heel fijn dat alle betrokkenen enthousiast zijn over het traject! De vakmensen zijn heel tevreden over de vaardigheden die zij leren en kunnen deze goed inzetten in de praktijk. En we merken dat werkgevers zien dat de vaardigheden die hybride techniekopleiders leren vaak ook communicatieve vaardigheden zijn. Dit vinden bedrijven heel nuttig. Daarnaast heeft het traject een positief effect op de leercultuur binnen bedrijven. En onderwijsinstellingen zien ook echt de toegevoegde waarde van het inzetten van mensen uit de praktijk.”

Prachtige verhalen
Kortom: het traject brengt vernieuwing bij vakmensen, bedrijven én onderwijsinstellingen. Hans ziet zelfs een positieve uitwerking bij mensen die het traject volgen en uiteindelijk toch niet het onderwijs in gaan. “Iedereen die het traject volgt geeft aan veel te hebben aan de kennis en vaardigheden. Ik sprak laatst een vestigingsdirecteur die het uiteindelijk toch te druk had om het onderwijs in te gaan, maar dankzij het traject wél op een andere manier leiding geeft aan zijn bedrijf. Dat zijn prachtige verhalen.”

Verantwoordelijkheid
Volgens Hans loont het om naar creatieve oplossingen te zoeken. Het traject voor hybride techniekopleider is daar een goed voorbeeld van. “Natuurlijk blijven de tekorten lastig op te lossen. Maar ieder initiatief draagt bij en de technische installatiebranche nam én neemt hier haar verantwoordelijkheid.” Liggen er nog kansen voor verbeteringen in het traject? Hans: “Zeker! We moeten kijken hoe onderwijsinstellingen en hybride techniekopleiders flexibeler op elkaar in kunnen spelen. De flexibele inzet van hybride techniekopleiders is een belangrijke factor en zou zomaar eens nóg belangrijker kunnen worden. Ook de zakelijke afstemming tussen vraag en aanbod kan nog beter worden afgestemd. Je hebt als hybride techniekopleider natuurlijk twee werkgevers. Werk je dan gedetacheerd of met twee contracten? Hier kunnen nog stappen in worden gezet en goede voorbeelden worden gedeeld.”

Meer mensen de techniek in
Toch overheerst bij Hans tevredenheid over hoe het traject tot nu toe verloopt. “We blijven doorgaan met het werven van nieuwe potentiële hybride techniekopleiders. We gaan heel graag in gesprek met onderwijsinstellingen en bedrijven om te kijken wat we nog meer kunnen doen. Daarnaast gaan we graag in gesprek met andere initiatieven gericht op het opleiden van nieuwe vakmensen. Bij Wij Techniek hebben we met dit traject een manier gevonden waarop dit goed werkt, en wij willen deze ervaringen graag delen zodat anderen eruit kunnen putten. Zo krijgen we samen meer mensen de techniek in!” 

Ander relevant nieuws van onze redactie

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Techniek Nederland: “Houd techniekopleidingen Druten open”

Namens Techniek Nederland heeft voorzitter Doekle Terpstra een brandbrief geschreven om opheffing van de techniekopleidingen aan het Pax Christi College ...
Verder Lezen

Opleidingsbedrijf wil nieuwe leerling monteurs werven voor na coronacrisis

Opleidingsbedrijf IW Nederland zet extra in op de werving van studenten voor installatietechniek en elektrotechniek. “De vraag naar leerlingen zal ...
Verder Lezen

Vele klimaattechniek in nieuwbouw ROVC fungeert ook als lesmateriaal

In het nieuwe TechCenter van ROVC, partner in trainingen en opleidingen voor technisch Nederland, worden zeven klimaattechnologieën geïntegreerd. Dit zijn ...
Verder Lezen

Verse lucht

Gepubliceerd op

Als brancheorganisatie lobbyt de VLA voor de ventilatiebranche en beschikt ze over een schat aan kennis over het vakgebied. Toch zie je bij een tv-discussie over ventilatie en corona eerder een outsider als Maurice de Hond aanschuiven, dan een VLA-bestuurslid. Wouter Wijma, de nieuwe voorzitter wil daar verandering in brengen en de branchevereniging meer op de kaart gaan zetten.

De Vereniging Leveranciers voor Luchttechnische Apparaten heeft sinds juni een nieuwe voorzitter. Wouter Wijma neemt na 4 jaar het stokje over van Erik van Heuveln. Wijma is in het dagelijks leven Algemeen Directeur bij Ned Air. De 53-jarige was als bestuurslid betrokken bij het opstellen van de nieuwe strategische visie van de VLA voor de komende jaren en wil daar nu handen en voeten aan gaan geven.

Ervaring
De 53-jarige Wijma is een oudgediende in de installatiebranche. Zo was hij in het verleden onder andere werkzaam bij Stork, Refac, Nefit, Imtech en Wavin. Sinds 2014 leidt Wijma Ned Air, een specialist op het gebied van luchtbehandeling en ventilatie. Hij signaleert een aantal belangrijke trends in de installatiebranche, die ook hun impact hebben op de ventilatiesector.

TOjuli-eis
“Allereerst de stikstofproblematiek, die zet een rem op de nieuwbouw. Tegelijkertijd zien we ook een aanscherping van de regelgeving. Kijk bijvoorbeeld naar de nieuwe BENG-eisen. TOjuli-eis stelt paal en perk aan temperatuuroverschrijdingen in nieuwbouwwoningen, dat heeft natuurlijk gevolgen voor de ventilatie. Daarnaast staan we voor belangrijke keuzes, onder andere over het tempo waarin we onze energievoorziening gaan verduurzamen en het wel of niet verdichten van de gebouwde omgeving.”

 

Ventilatievoud
Al deze ontwikkelingen hebben direct of indirect te maken met de verduurzaming van de bouw. Nieuwe woningen zijn beter geïsoleerd en warmen daardoor sneller op. Vandaar de TOjuli eis. Het leidt er ook toe, dat ventilatiesystemen in toenemende mate gaan koelen, vertelt Wijma. Daarnaast moet er bij een dikkere schil meer verse lucht worden toegevoerd. Dat vereist een intelligente sturing, bijvoorbeeld op basis van CO2.

Corona
En dan hebben we natuurlijk nog een acute crisis die ook de ventilatiebranche in haar greep houdt. We hebben het op moment van schrijven uiteraard over de corona pandemie. Al maandenlang wordt er door experts in de ventilatiebranche op gewezen dat de combinatie van aerosolen (kleine deeltjes) en slechte of gebrekkige ventilatie risico’s kan opleveren voor de volksgezondheid. Studies uit verschillende landen wijzen sterk in die richting. Zo zoetjes aan beweegt het RIVM ook deze kant op, maar dat heeft wat voeten in de aarde gehad.

PR
Diverse media, zowel print, radio als tv interviewden de afgelopen maanden (zelfbenoemde) deskundigen over dit thema. Wonderlijk genoeg zag je eerder opiniepeiler Maurice de Hond aanschuiven bij een talkshow als Op1, dan Wouter Wijma of zijn voorganger. En dit is een terugkerend fenomeen. Hoe komt dat?

(On)partijdig
“De politiek ziet ons wel als een kennisspeler, maar tegelijkertijd ook als een vereniging voor fabrikanten en leveranciers. Daardoor ontstaat al snel de angst, dat wij te veel vanuit een commercieel belang een boodschap verkondigen”, zegt Wijma. “En daarnaast, we moeten ook de hand in eigen boezem steken, zijn we te vaak onzichtbaar. We moeten leren om ons beter te profileren.”

Koers
Een eerste vereiste is dan om een duidelijke koers uit te stippelen voor de komende jaren. De buitenwacht wil nu eenmaal graag weten waar je precies voor staat als branchevereniging en wat je visie is op de toekomst. De afgelopen jaren mocht Wijma meeschrijven aan die visie. Dat heeft geresulteerd in een kernboodschap, waarin volop aandacht is voor gezondheid.

Gezondheid voorop
“Als VLA maken we ons hard voor een gezond binnenklimaat, 24/7. De komende tijd gaan we het PVE Gezonde Kantoren herzien. Dat werkt met hogere eisen dan het Bouwbesluit. Daarnaast willen we ook een variant van het Ventilatiekeur ontwikkelen voor kantoren en schoolgebouwen. Dat zou in 2021 op de markt moeten komen. In eerste instantie kunnen opdrachtgevers dan vrijwillig kiezen voor een certificeringstraject. Het zou wenselijk zijn als het in een later stadium verplicht wordt gesteld.”

Bewustwording
Er is nog te weinig aandacht voor gezonde gebouwen, merkt Wijma. De focus ligt nu vooral bij energiebesparing, om een kentering tot stand te brengen is meer bewustwording nodig. De VLA wil dat bewustwordingsproces aanjagen via het platform Binnenklimaattechniek, dat tijdens de afgelopen VSK werd gelanceerd. Hier is volop informatie te vinden over onder andere keurmerken, kwaliteitsstandaarden en tools om een gezond binnenklimaat te realiseren.

Technische ontwikkelingen
Ondertussen staat de techniek niet stil, er komen voortdurend nieuwe duurzame oplossingen op de markt. Ook op het gebied van ventilatietechniek en luchtbehandeling. Zo lanceren fabrikanten onder andere producten waarmee zowel geventileerd als gekoeld kan worden. Bovendien worden systemen slimmer, door de integratie met het Inernet of Things. Wijma krijgt de indruk dat de kleine installateur moeite heeft om het allemaal bij te benen. Terwijl het vakgebied een specialistischer karakter krijgt, blijft de kleine installateur zich als een generalist postioneren. Iemand die van vele markten thuis is en zowel de sanitaire installaties als ventilatiesystemen, verwarmings- en domotica-oplossingen kan realiseren in woningen.

Plug & Play
Het gevolg is dat fabrikanten steeds meer de installateur bij de hand gaan nemen. Door te prefabben, door Plug & Play oplossingen aan te bieden en/of actieve ondersteuning te bieden tijdens het ontwerp- en realisatieproces. “De installateur verandert daardoor in een soort projectmanager, die werkzaamheden (groten)deels uitbesteedt.” Die ontwikkeling krijgt nog een extra impuls door het gebrek aan monteurs. “Als we 100.000 woningen per jaar willen realiseren met de huidige pool aan monteurs, zullen we zelfs een stap verder moeten gaan. Ik verwacht dan ook dat op termijn door de voortschrijdende digitalisering robots en cobots normale verschijningen worden in werkplaatsen en op de bouwplaats. Ook zullen we als sector meer aan de slag gaan met het benutten van Big Data om installaties efficiënter en effectiever te monitoren en te onderhouden.”

Toekomst
Alle inspanningen zullen vruchten afwerpen, daar is Wijma van overtuigd. “Over 5 jaar zal het binnenklimaat in gebouwen gemiddeld gezien van een betere kwaliteit zijn dan nu het geval is. Met welke oplossingen dat precies wordt gerealiseerd is eigenlijk irrelevant, de beste of nieuwe, innovatieve oplossingen komen vanzelf wel bovendrijven.”

Ander relevant nieuws van onze redactie

Masterplan gebouwventilatie in de maak

Goede ventilatie in gebouwen helpt verspreiding van het coronavirus tegengaan. Maar wanneer is een gebouw goed geventileerd? Verschillende experts in ...
Verder Lezen

Vakcentrum voor erkend ventilatiemonteur van start

Op donderdag 24 september zijn de deuren geopend van het allereerste Vakcentrum Binnenklimaattechniek in Amersfoort. Aankomende en ervaren ventilatiemonteurs krijgen ...
Verder Lezen

Ventilatie nieuwe stijl

Heb je je wel eens afgevraagd waarom we een appartementengebouw van een totaal ander ventilatiesysteem voorzien dan een kantoorgebouw met ...
Verder Lezen

VLA en ISSO gaan intensief samenwerken

De Vereniging Leveranciers van Luchttechnische Apparaten (VLA) en het kennisinstituut bouw- en installatietechniek (ISSO) gaan intensief samenwerken om een gezond ...
Verder Lezen

Comfort verkopen

Gepubliceerd op

Waarom zijn luchtdichtheid en thermografie belangrijk voor de installateur? Het is een vraag waar de gemiddelde vakman zich niet dagelijks mee zal bezighouden. Toch valt er een wereld te winnen met een luchtdicht en goed geïsoleerd gebouw. Niet alleen op het gebied van energiebesparing, maar ook qua comfort én veiligheid.

Als een gebouw is opgeleverd en de gebruiker voelt tocht, ruikt geurtjes of krijgt het niet warm of voldoende koel zal deze altijd de W- installateur aanspreken met het verzoek om de installatie te controleren. Deze klachten kunnen worden veroorzaakt door een mogelijke luchtlekkage, waardoor het gebouw niet goed geïsoleerd is. Maar een gebrekkige luchtdichtheid brengt ook andere risico’s met zich mee. Zo kan gecondenseerd vocht zorgen voor kortsluiting. Er zijn kortom genoeg redenen voor de installatiebranche om samen met bouwkundige aannemers een goede luchtdichtheid volgens de nieuwe BENG berekeningsmethodiek te garanderen.

Meting luchtdichtheid

De luchtdichtheid van een gebouw wordt gemeten volgens een standaardprocedure die staat omschreven in de ISO 9972 en de door SKH beheerde BGS. Tot 1 januari 2021 wordt voor de eis voor luchtdoorlatendheid de EPC-berekening gebruikt, daarna zullen de BENG-regels van kracht zijn. In de berekening wordt een infiltratiewaarde genoemd, de zogeheten QV10 waarde. Deze waarde wil niet meer zeggen dan het maximaal toegestane luchtlekverlies bij een drukverschil van 10 Pascal.

Testmethodes

Om deze QV10 waarde te meten zijn er diverse testmethodes ontwikkeld. Zo zijn er methodes die met een drukstoot meten hoe snel de druk stijgt in een ruimte. Daarnaast is er een methode om met een ventilatiesysteem de druk in een ruimte te verhogen en vervolgens te kijken met welke snelheid de druk verandert in een drukvat. Maar beide methodes hebben het grote nadeel dat eventuele lekkageplekken niet kunnen worden gelokaliseerd.

Blowerdoortest

Daarom adviseren wij als adviseur om de luchtdichtheidsmeting uit te voeren met een blower. De blower zal zorgen voor drukverschillen en het lekverlies in de ruimte meten, zowel in over- als onderdruk en geeft daarmee de meest betrouwbare waarde van het werkelijke lekverlies. Een gecertificeerd bureau kan vervolgens een rapportage maken en aangeven waar de verbeterpunten liggen. Om de kwaliteit te borgen is het meer dan aan te bevelen om de metingen voor de luchtdichtheid uit te laten voeren door een partij die op zijn minst is aangesloten bij de NBvL (Nederlandse Branchevereniging voor luchtdichtheidsmetingen) en bij voorkeur door een gecertificeerde partij. Gecertificeerde partijen volgen namelijk regelmatig bijscholingstrajecten en zijn up-to-date qua kennis.

Thermografie

Er komt meer kijken bij thermografie dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Eigenlijk zou een meting altijd moeten worden uitgevoerd door een gespecialiseerde thermograaf die minimaal een level 2 opleiding en een applicatietraining bouwkundige thermografie heeft gevolgd. Deze vakman behoort bovendien te beschikken over een thermografische camera met een resolutie van 240-320 pixels en het liefst nog meer.

Juiste randvoorwaarden

Het idee heeft postgevat dat er vrij eenvoudig aan de hand van het beeld dat een thermografie camera weergeeft, conclusies kunnen worden getrokken. Echter niets is minder waar. Thermografie kan alleen worden uitgevoerd onder de juiste en stabiele weersomstandigheden. Alleen dan zijn gebreken in de luchtdichting en isolatie, convectiestromen in de spouwmuur en vochtophopingen goed waar te nemen.

Brede scope

Medewerkers van gespecialiseerde adviesbureaus hebben minimaal een level 2 opleiding afgerond en verzamelen voldoende meetgegevens over zowel de binnen- als de buitenzijde van het gebouw om ruggespraak te kunnen houden en mogelijke afwijkingen te verklaren. Zo kan het gebeuren dat een ruimte ten opzichte van de overige ruimtes meer warmte lijkt te verliezen, maar in werkelijkheid een hogere binnentemperatuur heeft of er een koudebrug zichtbaar is, maar dat die te wijten is aan een latei of geveldrager. Dit zijn dan geen gebreken, maar mogelijk vooraf berekende afwijkingen die voldoen aan de gestelde eisen en zijn veroorzaakt door veranderende situaties zoals de genoemde hogere temperatuur.

Comfort verkopen

Het zal nu wel duidelijk zijn hoe belangrijk luchtdichtheid en thermografie zijn voor u als installateur. U verkoopt immers per slot van rekening grotendeels comfort. Maak voor het bouwproces de aannemer ervan bewust dat luchtdichtheid een vereiste is om installaties goed te laten functioneren, zodat ze het gewenste comfortniveau kunnen behalen. Vergeet hierbij niet dat ook geur of rook zich kan verplaatsen door een luchtlekkage. De aannemer kan de luchtdichting zelf aanbrengen mits hij hiervoor opgeleid is en gekwalificeerd personeel in dienst heeft. Vanwege de geldende garantievoorwaarden en de toepassing van duurzame systemen is het echter meestal verstandiger om de luchtdichting aan te laten brengen door gespecialiseerde bedrijven.

Zelf doen

Installateurs kunnen ook zelf op eenvoudige manieren luchtlekkages beperken:
• Dicht alle doorvoeren door de schil af met EPDM-manchetten. Denk hierbij aan dak- en geveldoorvoeren, leidingen voor de zonnepanelen, riool-, water- en gasleidingen door de vloeren. (Specifiek de standleiding en afvoer van het toilet door de vloeren).
• Als leidingen door een dampremmende/ luchtdichte laag heen worden gevoerd, herstel dan de dampremmer ter plaatse.
• Gebruik luchtdichte dozen voor elektra in holle wanden of holle bouwstenen.
• Dicht ook de elektra leidingen af daar waar deze door de luchtdichte laag van de woning heen gaan. Denk hierbij aan leidingen van de bel, zonwering (screen), buitenverlichting of leidingen naar de meterkast op de gang van een appartement 

Auteur: Marcel Nooijen, Raak Energie advies B.V.

Water recyclen

Gepubliceerd op

Met de Hydraloop is Nederland een interessante innovatie rijker. Het systeem recyclet douche- en badwater en daar profiteren zowel het milieu als de consument van. Bovendien heeft het bedrijf van Arthur Valkieser de grijswaterinstallatie in een aantrekkelijke verpakking gegoten en neemt het systeem nauwelijks ruimte in.

Iedere dag gebruiken we gemiddeld 133 liter drinkwater per persoon, voor douche en toilet, wasmachine, tuin en keuken. De komende 10 jaar zal de Nederlandse bevolking met één miljoen mensen groeien. Dan hebben we dus nog eens 133 miljoen liter water extra nodig – per dag.

Hete zomers

Ondertussen kampen we al met waterschaarste. En dat heeft alles te maken met het feit dat we steeds vaker te maken krijgen met hete zomers. Zo zal iedereen zich nog wel de warme maanden van 2019 herinneren. Er waren drie extreem warme perioden: eind juni, eind juli en eind augustus. Tijdens de hitte in juli werd de hoogste temperatuur sinds het begin van de metingen in Nederland waargenomen: 40,7 °C in Gilze Rijen op 25 juli. Met een gemiddelde temperatuur van 18,4 °C was ook augustus ruim warmer dan normaal (17,5 °C), waarbij het in de laatste week extreem warm was met een record-late landelijke Hittegolf.

Watervoorraad

Het KNMI was niet verbaasd. Onderzoeker Sybren Drijfhout schreef in 2018 al in het vaktijdschrift Nature Communications dat ons waarschijnlijk vier extra hete zomers stonden te wachten. Met de opwarming van de aarde zullen we daar vaker mee te maken krijgen. En dan komt natuurlijk de vraag aan de orde: hoe stellen we onze watervoorraad veilig?

Frisse blik

De Hydraloop zou, bij massaal gebruik, een belangrijke bijdrage kunnen leveren, aldus CEO Valkieser. De enthousiaste uitvinder was in zijn vorige leven actief in de mediawereld en dat heeft hem geen windeieren gelegd. Valkieser kon naar eigen zeggen met een frisse blik kijken naar het probleem, waarbij hij niet alleen oog had voor de technische uitdagingen, maar ook voor het esthetische element. “Ik vroeg me af waarom oplossingen om water te recyclen nauwelijks aansloegen. Volgens mij zijn er verschillende redenen aan te wijzen.”

Onpraktisch

Hij somt ze op: “Ten eerste hadden de bestaande oplossingen een groot vloeroppervlak nodig, wat in veel woningen problemen opleverde. Ten tweede maakten ze veelal gebruik van filters en membranen om het water te zuiveren. Die raken verstopt, in de praktijk hebben dergelijke systemen veel onderhoud nodig. Ten derde liep je al snel tegen de hoge kosten aan. Ten vierde was de vormgeving vaak onaantrekkelijk, ook niet echt een stimulans en tot slot was er geen gevoel van urgentie.”

Weloverwogen keuzes

Valkieser ontwikkelde een systeem dat in zijn behuizing slechts 0,27 m2 aan vloeroppervlakte inneemt. “Met de Hydraloop vangen we alleen het douche- en badwater op en niet water dat gebruikt wordt in de keuken en voor de toiletspoeling.” De reden ligt voor de hand: “keuken- en toiletwater zijn zwaarder verontreinigd. Als je dat wilt gaan recyclen heb je fors meer techniek nodig, dat werkt prijsopdrijvend.”

Procedé

Het opgevangen water wordt ontdaan van alle verontreiniging. Dat gaat in zes stappen. Door Sedimentation zinken de zwaardere deeltjes naar de bodem, waar ze worden verwijderd en door Floatation zweven de lichtere deeltjes naar boven, en worden afgeskimmed.
Met Dissolved Air Floatation worden luchtbelletjes geïnjecteerd in het vuile water, waar zich vuildeeltjes aan gaan hechten. Die stijgen naar de oppervlakte en worden weggespoeld. Via Foam Fractionation schuimen de zeepresten maar ook al het overige vuil er uit. De Aerobic Bioreactor breekt in een zuurstofrijke omgeving de vuildeeltjes af. Tot slot wordt met behulp van een UV-lamp het gereinigde water gedesinfecteerd, waarna het klaar is voor gebruik en wordt opgeslagen. Het gehele procedé neemt ongeveer 5 uur in beslag.

Standaard

Na de reinigingsbeurt is het water te gebruiken voor de wasmachine, toiletspoeling, zwembad of om de tuin te irrigeren. Het oogt helder. “We voldoen aan de nieuwe Europese standaard, die binnenkort gepubliceerd wordt, en zijn in het allerlaatste stadium van de Amerikaanse NSF 350 certificering.” Niet geheel toevallig, de ondernemer ziet grote mogelijkheden in de VS.

Warmte

De Hydraloop maakt daarnaast ook slim gebruik van de aanwezige warmte in het vuile water. “Het douchewater heeft een temperatuur rond de 31°C. Die warmte wordt deels via radiatie afgegeven aan de omgeving door de Hydraloop. Daarnaast gebruikt de wasmachine gerecycled water van 21 graden. Normaliter moet dat worden opgekrikt van een temperatuur tussen de 8 en 14°C tot bijvoorbeeld 40°C. Met de voorverwarming hoef je maar een kleinere afstand te overbruggen.”

Energiebesparing

Met de Hydraloop bespaart een doorsnee gezin op zijn energiekosten, rekent Valkieser voor. “Een gemiddeld gezin gebruikt ongeveer 6700 kWh op jaarbasis aan primaire energie. Door de Hydraloop gaat dat met 600 kWh omlaag. Het systeem zelf gebruikt ongeveer 200 kWh, dus op jaarbasis bespaar je ongeveer 400 kWh.”

Terugverdientijd

Met goed en deskundig onderhoud kan een gemiddelde Hydraloop zeker 20 jaar mee, zegt Valkieser. De terugverdientijd bedraagt ongeveer 15 jaar. “Maar dat is met de huidige watertarieven in Nederland. Je kan je natuurlijk voorstellen dat die omhoog zullen gaan, naarmate er vaker schaarste dreigt.” 

Duurzaamheid

Gepubliceerd op

Is stralingswarmte voldoende?

Een binnentemperatuur van eenentwintig graden kan de ene dag heel comfortabel zijn, terwijl die de volgende dag kil aanvoelt. Aspecten zoals wind (tocht), luchtvochtigheid en zoninstraling spelen een rol in hoe wij de temperatuur die we van de thermostaat aflezen, ervaren.

Zonlichttoetreding zorgt voor stralingswarmte. Over het algemeen ervaren mensen dit als prettige warmte. Niet alleen de zon straalt warmte uit, maar ook alles om ons heen. Je kast, tv en bankstel, maar ook je huisdier en je partner.

Gevoelstemperatuur
Omdat de vloer, wanden en plafond een groot oppervlak hebben, is de bijdrage aan de stralingstemperatuur van deze gebouwdelen ook groot. De stralingstemperatuur en luchttemperatuur tezamen vormen de operatieve temperatuur. Deze is te vergelijken met de gevoelstemperatuur van het weerbericht.

Belang isolatie
Bij gelijke luchttemperatuur (de temperatuur op de thermostaat) zal een woning waarvan vloer, gevels en dak slecht geïsoleerd zijn minder comfortabel aanvoelen dan een identieke maar goed geïsoleerde woning. Om dit onbehaaglijke gevoel te compenseren zal de thermostaat hoger gezet worden.

Infraroodpanelen
Ik merk de laatste tijd steeds vaker dat infraroodpanelen gepromoot worden als hoofdverwarming. Mogelijk is dit een consequentie van de verhoging van de PEF-factor in de BENG ten opzichte van de EPC, waardoor directe elektrische verwarming veel betere rekenresultaten oplevert. Het valt me echter op dat infraroodverwarming niet alleen voor nieuwbouwprojecten wordt aanbevolen, maar ook voor renovatietrajecten. De isolatie van bestaande woningen zou niet eens meer verbeterd hoeven te worden, krijg je dan te horen, waardoor flink bespaard wordt op de investeringskosten. Het argument dat aangedragen wordt, is dat de warmte van dergelijke panelen de gebouwmassa verwarmt (de stralingswarmte neemt toe) en daarmee indirect de luchttemperatuur gelijkmatig verhoogt.

Trias Energetica
De investeringskosten van dergelijke renovaties zijn inderdaad laag. Maar de energielasten vallen hoog uit. De Trias Energetica leert ons al jaren de volgende opeenvolgende stappen toe te passen: 1) beperk het energiegebruik, bijvoorbeeld door isolatie; 2) gebruik energie uit hernieuwbare bronnen, zoals warmtepompen en 3) gebruik eindige energiebronnen efficiënt. Infraroodpanelen met een hoog rendement zetten veel stroom om in warmte. Hiermee behoren zij tot stap 3 van de Trias Energetica. Zonder de gebouwschil te verbeteren en hernieuwbare bronnen te benutten, worden in feite stap 1 en 2 overgeslagen. En dat terwijl een goede invulling van stap 1 tot eenzelfde of gelijkmatigere stralingstemperatuur van vloer, gevels en dak leidt.

Energiebesparing
De energievraag reduceren door een goede thermische schil, triple glas en kierdicht bouwen, zal de oppervlaktetemperatuur van vloer, gevels en daken verhogen. Niet alleen het gedeelte dat door een paneel wordt aangestraald, maar over het volledige vlak van het gebouwdeel. De in de ruimte afgegeven stralingswarmte neemt dus toe, terwijl de tocht drastisch gereduceerd wordt en de luchtvochtigheid beter gestuurd kan worden. Alle drie hebben zij een positief effect op het comfort van de woning, zonder dat er verder extra energie aan te pas komt.

Vervolgstappen
Met eenvoudige installaties, zoals een efficiënt balansventilatiesysteem en warmtepompen met een beperkt vermogen, kan de woning vervolgens op de gewenste temperatuur gebracht worden. De renovatiekosten vallen dan wel hoger uit, maar de energiekosten zijn lager. Pleeg je dergelijke ingrepen op een logisch moment, dan kun je zelfs woonlastenneutrale renovaties uitvoeren.

Conclusie
Directe elektrische verwarming dient wat mij betreft beperkt te worden tot bijverwarming in reeds goed geïsoleerde woningen of als hoofdverwarming in zeer goed geïsoleerde passiefhuizen.

Jan Geerts, Adviseur Gezond, Comfortabel en Klimaatpositief wonen

Vakbus rijdt online door

Gepubliceerd op

De ontwikkelingen gaan snel. De samenleving vraagt om verduurzaming en de techniek heeft de sleutel in handen. Maar wat betekent dat voor de vakmensen? Welke stappen kunnen zij zetten? Nadenken over de toekomst stopt niet; ook niet in tijden van corona. In de online Vakbus worden de mensen in de techniek hierbij geholpen.

Vorig jaar startte Wij Techniek, het ontwikkelingsfonds voor de technische installatiebranche, met een initiatief in Zuid-Holland: de Vakbus. Deze bus kwam bij de bedrijven of op een locatie naar keuze om acht vakmensen te ondersteunen bij het maken van een plan rond de eigen ontwikkeling. Een pitstop met impact. Gezien het grote succes werd de pilot begin van dit jaar een landelijk project en Leonie Martens startte als projectleider. Maar toen kwam de lockdown…

Even slikken

“Ja, ik had het me anders voorgesteld. Ik begon aan een prachtig project en binnen nog geen drie weken lag het stil”, aldus Leonie. “En dan ga je even door een soort rouwfase. Het klinkt misschien gek. Maar ik had er zoveel zin in. De pilot had laten zien dat op deze manier met vakmensen in gesprek gaan echt meerwaarde heeft. Het is laagdrempelig, kleinschalig en komt naar de bedrijven toe. Alleen maar enthousiaste verhalen! In plaats van verder uitbouwen moest ik nu alle reserveringen afzeggen. Het was echt even slikken.”

Online

Maar Leonie en Wij Techniek begonnen ook direct over alternatieven na te denken. “We hebben echt gezien dat de Vakbus iets binnen de bedrijven kan doen. Het wil vakmensen regie geven over hun eigen ontwikkeling. En dat bij je eigen bedrijf, met je collega’s.” Dus er werd direct gedacht over andere manieren om de Vakbus door Nederland te laten rijden. “Alles ging online. Dus wij zijn ook gaan nadenken en al vrij snel zagen we mogelijkheden. Het programma kon blijven staan, alleen de vorm moest anders.”

Hetzelfde programma

Het programma in de Vakbus bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds is er de toolboxmeeting, met keuze uit de onderwerpen: ‘werken zonder stress’, ‘fysieke belasting’ of ‘corona: veilig werken in de techniek’. Daarna wordt de workshop Waar sta jij in 2025? gegeven. Tijdens deze workshop worden de vakmensen aan de hand van een film meegenomen in de wereld van drie collega’s binnen de technische installatiebranche. Dit om hen te prikkelen na te denken over hun eigen ontwikkeling. Leonie: “Dit programma bleef ons uitgangspunt, want het zit gewoon goed in elkaar. Het ging veel meer om de vorm. Hoe kunnen we dit doen op afstand maar wel met impact? Vanuit Wij Techniek werkten we al gauw met MS Teams. En we zagen dat iedereen hier heel makkelijk aan kon deelnemen. Dat gold ook voor degenen die digitaal niet zo gewend waren; een mobiele telefoon heeft iedereen. Dus dat leek voor ons de geschikte digitale weg waarop de Vakbus kon gaan rijden.”

Andere sfeer

Maar één op één hetzelfde doen werkte natuurlijk niet. De vorm moest worden aangepast zodat het toch online aantrekkelijk kon blijven. Leonie: “Het moest veel interactiever. Dus we werken meer met stellingen, open vragen en hekenbare voorbeelden. Ook is het belangrijk dat alle deelnemers elkaar kunnen zien op het scherm; op dit moment kunnen maximaal zes mensen tegelijk meedoen. En het moest niet lang duren; maximaal 1,5 uur.” En dit alles leidde ertoe dat op 17 april de Vakbus online verder reed. Wat is het grote verschil met de live Vakbus? Leonie: “Het geeft gewoon een andere sfeer, maar het is zeker niet minder goed. Met acht mensen in de bus zit je meer in de werksfeer dan met zes personen online die ook vanuit huis deelnemen. Daardoor lijkt het bijna intiemer. Mensen delen mooie en ook persoonlijke verhalen en ervaringen en twijfels. Dat hadden we misschien vooraf niet verwacht.”

Enthousiaste reacties

Bij A. Hak doen ze veel om hun (jonge) medewerkers te boeien en binden. Zo steken ze aandacht én geld in de ontwikkeling van hun mensen. Young HAK, de jongerenclub binnen de grote organisatie, reserveerde bij Wij Techniek een Vakbus voor begin maart. Deze werd omgezet naar een Vakbus online. En de reacties waren enthousiast. Jordy van den Berg was één van de deelnemers. “Ik vond vooral de workshop ‘Waar sta jij in 2025’ interessant. Die had van mij wel langer gemogen ten opzichte van de toolbox die ervoor zat.” Dat de Vakbus geheel online was beviel goed. “Heel eerlijk: ik vind digitaal misschien zelfs wel beter. De Vakbus online was in kleinere groepjes. Iedereen was heel open en het is natuurlijk heel praktisch en vertrouwd zo vanuit je eigen huis.” Caglar Yilmaz was ook een van de deelnemers en zag echt de meerwaarde van de online variant. “Het is laagdrempeliger. Als je met onbekende mensen tegenover je zit, in een fysieke bus, is iedereen toch wat afwachtender. Online is ‘safer’ en kun je meer kwijt. Bovendien scheelt het reistijd en organisatie. Handig!”

Volgende halte

Maar na de Vakbus stopt het niet. De deelnemers kunnen zich meteen inschrijven voor een ontwikkelgesprek. Leonie: “Samen met de coach onderzoeken de deelnemers welke stap nodig is om zich verder te ontwikkelen. Tijdens dat gesprek krijgt de deelnemer een waardebon van € 500,- voor de volgende stap in zijn of haar ontwikkeling. En we zien dat rond de 80% van alle deelnemers ook daadwerkelijk deze stap zet. Daar zijn we trots op. Het is niet alleen maar luisteren, maar het is ook doen! En dat is precies wat we wilden met de Vakbus.”

Toolbox met een koelbox

Met de online vakbus stopte het denken niet. Juist in de zomermaanden lagen er mogelijkheden om ook fysieke bijeenkomsten te houden. “We wisten dat op de korte termijn met acht mensen in de bus niet meer mogelijk is. Maar met de versoepeling konden er wel weer kleine bijeenkomsten plaatsvinden. En dat leidde tot een nieuw idee: toolbox met een koelbox. We komen met een speciale bus naar je bedrijf toe, waar de sessie buiten plaatsvindt, onder de luifel met een koelbox. En uiteraard op anderhalve meter afstand. En ook daar wordt enthousiast op gereageerd!”

Online blijft

Wat de toekomst gaat brengen is ook voor Leonie vanzelfsprekend moeilijk te voorspellen. De Vakbus blijft in ieder geval online doorrijden. “Want we hebben gezien dat het werkt”. Mensen zijn online goed bij elkaar te brengen. Dus ook al mogen we straks ook weer live rijden, we zullen deze online variant behouden. Het is ook niet meer weg te denken na deze afgelopen maanden. We zijn er in een rap tempo met elkaar gewend aan geraakt.” Zo zie je dat als ontwikkelingen snel gaan de branche ook hierin niet alleen mee moet, maar ook kan bewegen 

Vakbus online

Wil jij deze tijd gebruiken om je medewerkers te helpen ontwikkelen op een efficiënte, laagdrempelige en vooral ook veilige manier? Boek dan de Vakbus online. Zo kun je met de coronamaatregelen toch toolboxen inzetten. De workshops zijn vanuit huis te volgen. Het enige dat je nodig hebt is een goede internetverbinding en een (gratis) account bij Microsoft Teams. Ga naar

Warmtepomptrends

Gepubliceerd op

Vorige jaar maakte Nefit Bosch bekend 100 miljoen euro te gaan investeren in de verdere ontwikkeling van warmtepompsystemen. De technologiegigant is al sinds 1975 actief op de markt en heeft ruim 900.000 warmtepompen geplaatst. Welke trends signaleren zij? IZ sprak met drie deskundigen.

Bodemgebonden systemen, lucht-water warmtepompen, monoblocks, hybride oplossingen… Er zijn zoveel verschillende warmtepompsystemen dat je als installateur in de woningbouw soms door de bomen het bos niet meer kan zien.

Bodemgebonden systemen

De markt verandert, blijkt wel uit het gesprek met Nefit Bosch. Zo signaleert de fabrikant een groeiende interesse in bodemgebonden systemen. Met name in de nieuwbouw. De verklaring ligt voor de hand. “Bodemgebonden systemen hebben een aantrekkelijk rendement en ze produceren buiten geen geluid.” Nefit Bosch betrad onlangs zelf deze markt in Nederland met de introductie van de nieuwe Compress 7001i LWMF.

Specificaties

Deze modulerende bodemwarmtepomp heeft een gesloten, verticale aardcollector als bron. De Compress 7001i is ‘’BENG-ready’’ en leverbaar in drie vermogens: 8, 12 en 16 kW. De intelligente warmwaterbereiding met geïntegreerde voorraadboiler zorgt voor een royale hoeveelheid warm water. De Compress 7001i LWMF is de eerste van een serie bodemwarmtepompen die Nefit Bosch dit jaar introduceert, bestaande uit in totaal 15 verschillende types met een vermogensrange van 2 tot 80 kW.

Obstakels

Ondanks de groeiende populariteit van bodemgebonden systemen, zijn er nog obstakels te overwinnen. Zo opereert er maar een beperkt aantal grondboorbedrijven op de Nederlandse markt. Bovendien dient een installateur te beschikken over de juiste BRL-certificeringen om een grondgebonden systeem te installeren en eventueel te beheren. Zo is voor de aanleg en het beheer van het bovengrondse deel een BRL 6000-21-certificaat nodig. En is de BRL 11000 voor het ondergrondse deel ontwikkeld. Nefit Bosch anticipeert hier slim op door de installateur waar mogelijk te ondersteunen in het traject. Bijvoorbeeld door vaste samenwerkingsverbanden aan te gaan met grondboorbedrijven en de installateur van het ontwerp tot de daadwerkelijke realisatie te begeleiden. Denk bijvoorbeeld aan trainingen en een onlineprogramma dat helpt om de juiste warmtepomp te selecteren.

Prijs

Ook de prijs van grondgebonden systemen blijft een issue. Die ligt namelijk aanmerkelijk hoger dan bij een luchtgebonden oplossing. Nefit Bosch wil eindklanten overtuigen toch de keuze te maken door wat ze beschrijven als “meer warmtepomp aan te bieden voor hun geld”. Oftewel, blijven hameren op de goede rendementen, betrouwbaarheid en levensduur. Daarnaast steken ze ook in op installatie- en onderhoudsgemak om de installateur aan boord te krijgen. “Bodemwarmtepompen zijn doorgaans grote en zware apparaten, onder andere door de geïntegreerde warmwatertank. De nieuwe bodemwarmtepomp van Nefit Bosch lost dit probleem op, omdat de warmtepomp in twee delen kan worden getransporteerd. Een buffervat is voor deze warmtepomp niet nodig, wat tijd, ruimte en kosten bespaart. De intuïtieve opstartprocedure zorgt voor snelle en eenvoudige inbedrijfstelling. Service en onderhoud worden vergemakkelijkt door de uitneembare koudemiddelcircuitbox. De compressor, de warmtewisselaars en het elektronisch expansieventiel zijn zo eenvoudig toegankelijk.”

Luchtgebonden systemen

Niet alleen bodemgebonden systemen winnen aan populariteit, ook luchtgebonden oplossingen vinden gretig aftrek, merkt Nefit Bosch. “We hebben net een periode achter de rug waarin we de afzet van monoblock-systemen fors zagen groeien. Daar is nu een zekere stabilisatie in te zien. Split-systemen daarentegen mogen zich wel verheugen op een groeiende belangstelling. Zowel als stand-alone oplossing als onderdeel van een hybride installatie. Wij denken dat het met prijsverschillen te maken heeft”. Daarnaast blijkt de vraag naar kleinere vermogens sneller te groeien dan de behoefte aan grote vermogens. “Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat onze woningen steeds beter worden geïsoleerd, waardoor de warmtevraag is gedaald.”

Geluid

Ook in dit segment zijn nog obstakels te overwinnen. Die zijn voor een deel, helaas, eerder geworteld in de perceptie van de eindklant dan in de realiteit. Neem nu het geluidsprobleem waar volop aandacht voor is in de Mainstream media. Er zijn inmiddels de nodige oplossingen op de markt om het geluid te dempen (bijvoorbeeld omkastingen). Daarnaast doen fabrikanten ook alle mogelijke moeite om zelf het geluidsniveau omlaag te brengen, door bijvoorbeeld extra stille buitenunits te maken. In 2021 komt er een nieuwe geluidsnormering voor warmtepompen. “Voor een aantal buitenunits zal het toch kritisch worden”, voorspelt Nefit Bosch. De fabrikant blijft dan ook wijzen op het belang van de juiste dimensionering van de warmtepomp en de keuze van een goede opstelplaats.

Toekomst

Ook voor de verschillende varianten van luchtgebonden systemen is een gouden toekomst weggelegd, denkt Nefit Bosch. “De all electric-systemen vinden steeds beter hun weg in de nieuwbouw, mede vanwege het gasverbod. Zowel in monoblock- als split- uitvoering. In de bestaande bouw ligt er een groot potentieel voor hybride installaties, bestaande uit een warmtepomp en cv-ketel. Gezien de strengere geluidsnormering die op komst is, verwacht ik dat de afzet van monoblock-systemen weer zal aantrekken.”

Prijs

We kampen met een schreeuwend gebrek aan warmtepompmonteurs. En dat zal voorlopig nog wel zo blijven. Door steeds meer te gaan prefabben en kant-en-klare warmtepompunits te leveren, helpt de fabrikant de installateur om tijd te besparen. Wat ongetwijfeld ook zijn uitwerking zal hebben op de prijs. “Eigenlijk zijn er drie variabelen in het verhaal die de prijs bepalen”, zegt Nefit Bosch. “Warmtepomp, installatietijd en afgiftesysteem.” De fabrikant voorspelt dat de installatietijd korter zal worden, onder andere door plug & play oplossingen. Ook de kosten van warmtepompen en afgiftesystemen zullen dalen, maar niet enorm omlaag gaan.

Connectiviteit

Connectiviteit is een ander sleutelwoord voor de toekomst. Zowel digitaal als fysiek worden verschillende installaties meer en meer met elkaar geïntegreerd. Via internetmodules in de warmtepompen zelf en de aansluiting op gb-systemen en apps wordt het steeds eenvoudiger om beheer op afstand uit te voeren en de verschillende installaties op een zo efficiënt mogelijke wijze te laten samenwerken.

Concurrentie

Met zo’n stevige marktpositie is het de vraag hoeveel ruimte er nog is voor concurrerende systemen. Nefit Bosch denkt vooral dat warmtenetten en waterstof hoge ogen gooien. Warmtenetten omdat ze goed toepasbaar zijn in dichtbebouwde wijken, en waterstofketels omdat de installateur al grotendeels bekend is met de techniek. “Maar dat gaat pas lopen als ze een goedkope manier hebben gevonden om grote hoeveelheden groene waterstof te produceren.” Nog even geduld dus 

De luchtroute

Gepubliceerd op

Het wordt steeds aannemelijker dat het coronavirus zich ook via de lucht verspreidt in binnenruimtes. Nader onderzoek hiernaar is noodzakelijk, maar kost tijd. Toch is het nu al van belang hier rekening mee te houden, stellen Marius Klerk en Elyane Khoury. Zij geven praktische tips aan de installateur.

Lees het artikel op installateursZaken.nl of in IZapp

Op onze nieuwsbrief abonneren

Volumestroombegrenzer

Gepubliceerd op

Een hotel heeft problemen met wisselingen in douchewatertemperatuur. Tijdens het douchen fluctueert de watertemperatuur voortdurend. Gasten klagen over een oncomfortabele en zelfs gevaarlijke situatie. Die situatie moet verbeterd worden. Welke aanpak werkt het beste?

Lees het artikel op installateursZaken.nl of in IZapp

Op onze nieuwsbrief abonneren

Koudemiddelen

Gepubliceerd op

Hij staat wel bekend als de éminence grise van de koudetechniek. Professor Henk van der Ree is inmiddels 80, maar volgt alle ontwikkelingen nog op de voet. “Er komen steeds meer koudemiddelen op de markt, ik denk dat installatiebedrijven zich in de komende jaren gaan specialiseren.”

Lees het artikel op installateursZaken.nl of in IZapp

Op onze nieuwsbrief abonneren

Inclusief denken

Gepubliceerd op

Vakmensen zijn er in allerlei soorten en maten; dat is de kracht van de techniek. Bedrijven met een diverse groep vakmensen zijn veelzijdiger, creatiever en innovatiever. Toch kan het voor een leidinggevende soms een uitdaging zijn om met medewerkers met verschillende karaktereigenschappen, vaardigheden en achtergronden om te gaan.

Lees het artikel op installateursZaken.nl of in IZapp

Op onze nieuwsbrief abonneren

Pompen of verzuipen?

Gepubliceerd op

Een warmtepomp ‘pompt’ warmte van waar-die-is naar waar-die-moet-zijn. Verwarmen of koelen met ‘gratis’ omgevingswarmte met een zéér hoog rendement op (duurzame) elektriciteit. Dat de warmtepomp een belangrijk antwoord is op de klimaatverandering is onbetwist, maar er is ook discussie.

Lees het artikel op installateursZaken.nl of in IZapp

Op onze nieuwsbrief abonneren