Tag Archives: column

Van dromen op papier naar doen

Gepubliceerd op

De installatiebranche is volop in beweging. Rapporten als RADAR, CONNECT2025 en SCENARIO2040 schetsen een veelbelovende toekomst met een toonaangevende rol voor de techniek. We zijn goed op de hoogte van wat er op onze sector afkomt en hebben de sleutel in handen bij het verduurzamen van de samenleving. Het zijn grootse visies en vergezichten over hoe we de uitdagingen van morgen tegemoet moeten treden. Maar om onze dromen tot leven te laten komen, is meer nodig dan alleen papier. Inspiratie. Uit je comfortzone. Actie en reactie. Reflectie. En dat is waar het Huis van Sarah voor mij voor staat.

Met het Huis van Sarah brengen we de papieren werkelijkheid tot leven. Het is een directe vertaling van de toekomstverkenningen en de dromen die we hebben. Met dit multimediale programma dat door het land toert, willen we vakmensen van nu en van morgen inspireren. Zij maken tenslotte het verschil. Het Huis van Sarah laat je stilstaan bij de vraag: ‘wie ben ik en wat doe ik om mijn talenten in te zetten voor een betere wereld?’ Het gesprek moet gevoerd worden over wie we als branche zijn, en wie we willen zijn.

We staan als branche en als individuele vakmensen voor een transitie. Welke bijdragen willen wij leveren aan maatschappelijke uitdagingen? Durven wij de handschoen op te pakken? Durven we voorop te lopen? Er is nu lef nodig om hierover het echte gesprek met elkaar aan te gaan. Dit doe je in het Huis van Sarah. Laat je prikkelen, verwonderen en inspireren om zo jouw dromen en die van de branche tot leven te laten komen. Want de sleutel is in handen van de techniek. Wij lopen voorop! Loop jij met ons mee?

Sven Asijee, Directeur Wij Techniek

Op onze nieuwsbrief abonneren

Ander relevant nieuws van onze redactie

Geen verandering zonder veranderen

Het voelt langer geleden dan het in werkelijkheid is: april 2020. Ik weet nog goed dat ik bij het schrijven ...
Verder Lezen

Zwartepieten

Vroeger speelden we een kaartspelletje, Zwartepieten werd het genoemd. Hoe het exact ging is me helaas ontschoten. Ik weet wel ...
Verder Lezen

Slimme maatregelen om efficiënter te verwarmen

Het duurzaam verwarmen van de bestaande gebouwde omgeving en daarmee de CO2-uitstoot verlagen is een enorme uitdaging. Het energiegebruik moet ...
Verder Lezen

Onzekerheden managen

De coronacrisis gaat niet voorbij aan de techniek. Er wordt een volumedaling van 5% verwacht in 2021 en het zal ...
Verder Lezen

Doe jij wat je belooft; ook als bedrijf?

Gepubliceerd op

Het is een levensles die ik heb meegekregen: wat ik beloof, moet ik waarmaken. Er zijn vele varianten op deze les, waarin het draait om het werkwoord beloven. In de marketing is dit vertaald naar het chique propositie. Maar wat betekent dit en waarom is een goede propositie belangrijk?

Eerst de theorie. Het groot marketingwoordenboek legt propositie uit als: ‘Datgene wat een aanbieder op de markt aan afnemers aanbiedt, inclusief het beeld/imago dat door de aanbieder wordt nagestreefd, bestaande uit instrumentele en expressieve aspecten (inclusief merk en merkimago), alsmede de overige aspecten (prijs, distributie, communicatie en personele) van het aanbod.’ Schrik niet. In eenvoudige taal wordt bedoeld: ‘De kernbelofte van jouw bedrijf en product/dienst aan je potentiële klant’. Er zijn drie belangrijke redenen waarom je stil moet staan bij een juiste propositie.

Reden 1: het duidt waarde. Stel: je propositie is ‘verzekerd van een doordachte oplossing’. De woorden ‘verzekerd;’ en ‘oplossing’ duiden een economische waarde. Het woord ‘doordachte’ zegt iets over de oplossing en geeft een gevoelswaarde. Het zijn waardevolle woorden in een belofte.

Reden 2: het geeft focus. De propositie van zojuist geeft ook richting aan het bedrijf. Een doordachte oplossing zegt bijvoorbeeld iets over het kennisniveau dat nodig is. Het nemen van verantwoordelijkheid en verantwoording vindt borging in het woord ‘verzekerd’.

Reden 3: het brengt onderscheiding. Elk bedrijf is op zoek naar onderscheidend vermogen. Een goede propositie helpt daarbij. Deze geeft nl. ook richting aan het gewenste imago en is een houvast in bouwen aan een gedegen reputatie.

Een heldere propositie staat op het fundament van missie, visie en strategie [] en past bij álle gekozen kernwaarden. Dé kernbelofte aan je klant maak je niet zomaar. Want: wat je belooft, moet je waarmaken!

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten technische bedrijven in organisatiestrategie, innovatie en communicatie

Op onze nieuwsbrief abonneren

Ander relevant nieuws van onze redactie

Hoe hoog ligt jou servicegraad?

Zet tien bedrijven op een rij en stel de vraag: “Wat is jou top 3 waarop jij je onderscheid van ...
Verder Lezen

Hoe online-proof is uw waardepropositie?

Ook onze sector zit midden in de integrale gezondheids-, maatschappelijk- en economische crisis. Hele waardeketens ondervonden al vanaf januari een ...
Verder Lezen

De gouden cirkel van waarde

Mijn vorige blog eindigde met een tip om een het Business Model Canvas te gebruiken voor het ontwikkelen van waardeproposities ...
Verder Lezen

De waarde van waarde

Wat is waarde, in de context van bedrijven en haar marketing? En hoe staat het met toegevoegde waarde? Wat is ...
Verder Lezen

Warmtepompen en zoneregeling

Gepubliceerd op

Zoneregeling, het afzonderlijk regelen van de temperatuur per ruimte, is een steeds populairdere manier om de verwarming in woonhuizen te regelen. Door ruimtes afzonderlijk te regelen kan energie bespaard worden, al is dit naar mijn mening voor een groot deel afhankelijk van de gebruiker. Zoneregelingen kunnen echter ook problemen met zich meenemen als er geen rekening mee wordt gehouden in de rest van het systeem. Stel er wordt een nieuwbouwwoning verwarmd met een warmtepomp, waar ook een zoneregeling is geïnstalleerd. Over het algemeen beschikken alle warmtepompen over inverter-technologie om het compressorvermogen te kunnen regelen voor deellast. Echter, deze warmtepompen hebben nog steeds een minimum vermogen wat ze leveren en dit is waar problemen kunnen ontstaan. Een voorbeeld is een 6 kW warmtepomp met een minimum vermogen van 1,5 kW. Wanneer er alleen een slaapkamer verwarmd wordt met bijvoorbeeld maar 1 kW verwarmingsvraag, komt de warmtepomp in de problemen; de flow over de warmtepomp is te laag om zijn energie kwijt te kunnen en de aanvoertemperatuur loopt op. Wat uiteindelijk resulteert in het uitschakelen van de warmtepomp, om later weer aan te gaan om dezelfde ruimte te verwarmen, ofwel, veel starts en stops en een langere tijd om de ruimte te verwarmen. Oplossingen die ontstaan of soms zelfs door fabrikanten geadviseerd worden bevatten onder andere het plaatsen van een buffertank in de retourleiding en het altijd openzetten van een aantal groepen voor meer flow. Een halve oplossing, de betere oplossing is het hydraulisch ontkoppelen van het cv-systeem t.o.v. de warmtepomp voor een rustigere en zuinigere regeling.

Tim Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

 

Op onze nieuwsbrief abonneren

Ander relevant nieuws van onze redactie

1,5 meter service en vakantie

De vakantieperiode is op het moment dat ik dit schrijf volle bak bezig. Maar met het nieuwe 1.5 meter normaal ...
Verder Lezen

Ketenduurzaamheid

Wat heeft een warmtepomp voor nut als het elektra nog in een gascentrale opgewekt wordt? Het zal niet de eerste ...
Verder Lezen

Echte 24/7-service

Service de hele dag, de hele week, het hele jaar door… Je hoort het ook in de installatiewereld heel vaak; ...
Verder Lezen

Vrije koeling en mechanische koeling

Wellicht hoort u het steeds vaker: koeling van woonhuizen. Bij toepassing van bodemenergie vaak bijkomstig ter regeneratie van de bron, ...
Verder Lezen

1,5 meter service en vakantie

Gepubliceerd op

De vakantieperiode is op het moment dat ik dit schrijf volle bak bezig. Maar met het nieuwe 1.5 meter normaal denk ik dat er veel vakantie in de achtertuin gevierd wordt. Ook vakantie in eigen land is meer dan ooit in trek. Dat we het buitenland mijden, is weer prettig voor de Nederlandse vakantiebranche en alles wat daarmee te maken heeft.
De vakantieperiode is voor mij ook een periode waarin ik af en toe zelf bij spring op de serviceafdeling; iets wat ik overigens graag doe. Juist doordat veel mensen thuis blijven, ontstaan er nog wel eens problemen met bijvoorbeeld de warmwatervoorziening. Als servicebedrijf kun je moeilijk zeggen: bel over vier weken maar terug.
Bij een recent storingsbezoek kon ik zelf constateren dat onze monteurs het soms best lastig hebben met het op 1,5 meter afstand houden van mensen. De klant wil o zo graag vertellen wat zijn bevindingen zijn en je het liefst helpen met het oplossen hiervan.
Tijdens één van mijn servicebezoeken heb ik uiteindelijk ook aan de klant moeten melden dat we twee mogelijkheden hebben: of hij gaat direct naar beneden en wacht in zijn tuin tot ik klaar ben, of ík ga naar beneden en vertrek naar mijn eigen tuin om lekker van het zonnetje te genieten.
De keuze was voor de klant in ieder geval duidelijk. Wel dacht ik op dat moment even aan wat mijn service- en montagemonteurs dus dagelijks meemaken. Ik had mijzelf dit niet eerder gerealiseerd. Zo zie je maar dat de praktijk de beste leermeester is.
Of de coronacrisis eind dit jaar voorbij is? ik ben bang van niet. De eerste uitbraken beginnen alweer. Ook ben ik bang dat er nog een flinke financiële crisis achteraan komt. Waar we allemaal staan met de kerstdagen? Ook dat weet ik niet. Wellicht weer bij een storing, waar we de klant nog steeds zullen moeten wegsturen.

Dick Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Op onze nieuwsbrief abonneren

Het grote thuiswerkexperiment

Gepubliceerd op

Wat is het meest duurzaam? Een rit met de auto, elektrische auto, waterstofauto of met het openbaar vervoer? Het meest duurzaam is om de rit niet te maken, iets wat momenteel veel gebeurt.
Ik ben niet de eerste die het hier over heeft en zal zeker niet de laatste zijn. Al ruim twee maanden werk ik vanuit mijn huiskamer door de gevolgen van corona en met mij nog miljoenen andere wereldburgers. Gelukkig heb ik de luxe dat mijn werkzaamheden dit toelaten.
Menig bedrijf stond de afgelopen maanden voor een uitdaging. Is alles ICT-technisch goed ingericht om een dergelijke stap te zetten en zoveel mogelijk personen thuis te laten werken? Ik heb van diverse kanten vernomen dat bedrijven soms snel hier en daar bij hebben moeten sturen, maar dat het soms ook zonder problemen direct kon worden gerealiseerd.
Wat opviel is dat er meestal positief gekeken wordt naar thuiswerken. En dat is dan een opsteker tussen alle negatieve berichtgeving van de laatste tijd. Wereldwijd worden er veel minder zakelijke reizen gemaakt, of dit nou met auto, openbaar vervoer of vliegtuig gebeurt. In vele opzichten heeft dit een positieve impact op het milieu.
Veel mensen en bedrijven realiseren inmiddels dat het niet per se nodig is om een verre klant letterlijk te bezoeken; een video call werkt ook. Overigens betekent thuiswerken ook een uitdaging: de werkplek is soms tevens de hobby-, sport- en/of ontspanplaats.
Ik ben benieuwd hoe de werksfeer zal zijn als de coronacrisis achter de rug is. Menig persoon wil graag weer naar kantoor. Maar in de nabije toekomst zouden werknemers best eens voor een groot gedeelte thuis kunnen en mogen werken.

Tim Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

 

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Zonder warmtepomp geen hybridisering

Gepubliceerd op

Eind maart kwam minister Wiebes met de Groen-Gas-Routekaart en de Waterstof-visie. Deze zijn koersbepalend voor de ontwikkelingen in de energietransitie. Het blijkt dat we ook in 2050 nog voor 30-50% afhankelijk zullen zijn van gasvormige energiedragers.
Het terugbrengen van de energie- en aardgasvraag binnen de gebouwde omgeving is een eerste stap en kan, aldus Wiebes, onder andere door ‘hybridisering’. Volgens de Nederlandse Verwarmingsindustrie is dit mogelijk voor maar liefst 5 miljoen bestaande grondgebonden woningen.
Ook voor gemeenten is hybridisering een logische stap. Want met behoud van het bestaande gasleidingnetwerk en zonder grootschalige verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, kunnen in veel wijken de bestaande hr-cv-installaties blijven werken én met toevoeging van warmtepompen de klimaatdoelstellingen gerealiseerd worden. De warmtepomp in combinatie met een hr-cv-ketel is direct in staat om het aardgasverbruik én de CO2 uitstoot te reduceren. Met het installeren van een hybride installatie kan het verduurzamen van een bestaande woning bovendien stapsgewijs gebeuren. Met behoud van kwaliteit, veiligheid én betrouwbaarheid.
Het installeren een verwarmingsbron anders dan de traditionele ketel, betekent voor de installateur een langere installatietijd. Oók het onderhoud zal meer tijd in beslag gaan nemen, omdat het complexere apparaten betreft om te onderhouden en in te regelen. De druk op de installateur zal daardoor alleen maar toenemen. Zeker nu een aantal onderhoudscontracten, vanwege de coronacrisis, vertraging oploopt.
Deze bijzondere tijden maken duidelijk dat de toekomst voor praktische plug & play oplossingen die zelf aangeven of er service en/of onderhoud noodzakelijk is open ligt. Daarnaast blijft met het oog op het verduurzamen van de gebouwde omgeving de aanwas van nieuw talent en zijinstroom in onze sector meer dan noodzakelijk.

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Op onze nieuwsbrief abonneren

Hoe online-proof is uw waardepropositie?

Gepubliceerd op

Ook onze sector zit midden in de integrale gezondheids-, maatschappelijk- en economische crisis. Hele waardeketens ondervonden al vanaf januari een terugval in omzet. Werden de eerste waarschuwingen richting onze sector min of meer weggehoond, dreigen deze nu toch werkelijkheid te worden. Volgens een bericht van Techniek Nederland (16 april) ‘moet de grote klap nog komen’. Digitaal wordt voor veel zaken het nieuwe normaal. Want een ding is wel zeker: alles zal niet zo snel weer bij het oude zijn.
De crisis heeft er toe geleid dat de wereld massaal digitaal ging. Partijen die hierop ingesteld waren, doen relatief goede zaken. In een eerdere blog heb ik gezegd: “Elke installateur wordt een ICT dienstverlener”. Ik werd door sommigen nog net niet voor gek verklaard. Maar zie nu, de bedrijven die ook een ‘online’ strategie hebben gekozen en business wise dit hebben vertaald naar bijvoorbeeld xAAS-concepten of Servitisation, merken nu het verschil.
Onze branche en een 1,5 meter economie, dat vraagt veel creativiteit. Aan de oppervlakte zijn er twee vragen te stellen: gebruikt u de digitale mogelijkheden optimaal? En: heeft u de digitale mogelijkheden vertaald naar een goed business model? Kijk je wat dieper, is er een andere essentiële vraag te stellen. Is de waardepropositie (kernbelofte) van uw organisatie al ingericht om digitaal ook echt functioneel bij te dragen aan de veranderende (latente) behoefte van uw klant? Heel concreet: hoe maak je sensortechnologieën functioneel toepaspaar in een 1,5 economie? Bruikbaar, veilig (ook in privacy), schaalbaar etc.
Ook bij een online waardepropositie draait het niet om wat u uw klant kunt bieden, maar om datgene waar uw klant online waarde aan hecht. Is dat een online database met Frequent Asked Questions, een ‘zelfhulp’-tool, predictive services of onderhoud op afstand?
Mag ik u uitdagen? Kijk online voor enkele ondersteunde tools.

Maarten van der Boon

maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Op onze nieuwsbrief abonneren

Littekens

Gepubliceerd op

Het zijn rare tijden. Mijn kantoor bevindt zich grotendeels thuis, het beeldscherm is de deur die opent voor gesprekken met medewerkers, vakmensen in de techniek, de werkgevers en het onderwijs. Eén dag in de week rijd ik naar Woerden, een merkwaardige vaak stille tocht die ergens je onrust doet groeien. Want wat doet deze coronacrisis met de techniek?

Sommige bedrijven hebben de afgelopen weken direct ervaren dat het werk minder werd. Sommige bedrijven hebben het nog druk, omdat zij in het tweede kwartaal nog teren op projecten die vóór de crisis zijn verstrekt. Bedrijven hebben te maken met de persoonlijke kant van deze crisis. Hun vakmensen die soms dierbaren hebben verloren. Scholen doen hun uiterste best om jonge vaktalenten in beeld te houden, hen te blijven motiveren en ondersteunen in hun weg naar vakmanschap. Het zijn deze en andere verhalen die raken.

Tegelijkertijd zie ik een samenleving die in snel tempo verder aan het digitaliseren is. Een generatie die roept dat we van deze crisis moeten leren en nu echt in moeten zetten op een andere duurzame samenleving. Ik zie een kabinet dat als opdrachtgever met spoed opdrachten naar voren probeert te halen om daarmee de bouw en techniek een impuls te geven. Ik zie bedrijven die vooruit durven te kijken en de techniek als hun partner zien. Ik zie bijvoorbeeld IW Noord-Holland die via social media campagnes nieuwe leerlingen werft omdat zij met ons geloven in een sector met toekomst. Ik zie nieuwe initiatieven ontstaan, andere manieren van samenwerken en vooral ook de energie om door te gaan.

En dan in mijn werkkamer thuis voel ik me trots en vooral de bewustwording dat we als sector en samenleving blijven geloven in de toekomst. En dat we nu al bezig zijn met de dag van morgen. En de techniek vervult daar een rol in. Misschien met wat littekens, maar sterker!

Sven Asijee
Directeur OTIB

Op onze nieuwsbrief abonneren

Realiteitszin in de warmtetransitie

Gepubliceerd op

Begin februari stond de installatiewereld in het teken van de tweejaarlijkse VSK. De aandacht ging uit naar de 2 W’s: waterstof en warmtepompen. Vanuit de Nederlandse Verwarmingsindustrie voegen we er graag nog een 3-tal W’s aan toe: warmtetransitie, warmteoplossingen en winnaars.

Terug naar de warmtepomp. Deze – feitelijk al jaren bestaande – techniek was prominent te bewonderen op menig stand. Iedere fabrikant kan inmiddels meerdere typen warmtepompen leveren: de all-electric warmtepomp die niet meer weg te denken is in nieuwbouwprojecten en de hybride warmtepomp als prima oplossing voor bestaande grondgebonden woningen voorzien van zowel een gas als elektra-aansluiting.

En dan waterstof. Enkele fabrikanten hebben al een complete waterstofketel ontwikkeld, andere hebben ketels ontwikkeld waarin tot 30% bijmenging mogelijk is. De verwarmingsindustrie is dus in principe klaar voor deze nieuwe energiedrager, maar Nederland nog niet. Er moet de komende jaren het nodige werk verzet worden aan ontwikkeling van kennis, regelgeving en normering. Het daadwerkelijk realiseren van de infrastructuur én de productie van (groene) waterstof zal vanaf 2026 vorm en omvang gaan krijgen. Het op grotere schaal toepassen van waterstof in de gebouwde omgeving is reëel gezien een scenario voor ná 2030. Het ministerie van EZK komt naar verwachting, in april 2020, met de waterstofvisie en de routekaart groengas. Juist dat groene gas kan een belangrijke rol gaan spelen en zou prima de restvraag kunnen invullen voor de 300.000 bestaande grondgebonden woningen als de eigenaren jaarlijks hun cv-ketel niet één-op-één vervangen maar hiervoor een hybride warmtepomp laten installeren.

De hele warmtetransitie begint natuurlijk met het terugbrengen van de warmtevraag. Binnen de nieuwe warmteoplossingen is efficiency een trend. De volgende plug & play energiebesparende maatregelen, gespot op de VSK, helpen daar ook bij:

- zelf inregelende verdeler voor vloerverwarming en radiatoren;

- automatische ontluchting / ontgassing en vuilafscheiding;

- thermostatische radiatorventielen (wat onnodig verwarmen van ruimten voorkomt).

Nog altijd spelen goed opgeleide technici een cruciale rol in de warmtetransitie, want zonder hen wordt installatie, onderhoud en inregelen van de installatie onmogelijk.

In de optiek van de Nederlandse Verwarmingsindustrie zijn we, met een goed uitgevoerde warmtetransitie, straks allemaal winnaars: de consument, de installateur, de gemeenten én de rijksoverheid.

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Op onze nieuwsbrief abonneren

Ventileren, ventileren en nog eens ventileren

Gepubliceerd op

Terwijl er steeds meer onderzoeks- en ervaringsgegevens verschijnen om besmetting met en overdracht van het coronavirus te voorkomen, is het goed om te kijken wat u in de praktijk kunt doen. Naast het toepassen van de bekende RIVM-regels is er een ding wat u heel gemakkelijk zelf kunt doen: ventileren, ventileren en nog eens ventileren.

Uit onderzoek blijkt dat, naast de bekende hoest- en niesdruppels en besmettingen via contactoppervlakken, ook airborne overdracht van het coronavirus meer en meer een besmettingsbron lijkt. In een gedegen adviesdocument van REHVA (Federation of European Heating, Ventilation and Air Conditioning Associations) wordt een onderzoek door dr. Van Doremalen (Doremalen et al, 2020) aangehaald dat aantoont dat het coronavirus dagenlang op oppervlakken kan blijven zitten en tot wel drie uur in de binnenlucht kan blijven zweven. In een niet goed geventileerde ruimte bestaat dus de kans dat zelfs mensen die keurig 1,5 meter afstand houden toch besmet raken. Dit kan zeker ook via besmette oppervlakken gebeuren, tenzij de ruimte op een goede manier wordt gereinigd, zo bleek ook al bij eerdere onderzoeken bij virusuitbraken (Doremalen et al, 2013).

Wat kunt u doen?
Wat kunt u als installateur zelf doen om de kans op besmetting te verminderen? Het antwoord is eenvoudig: ventileer zo veel mogelijk!
- Ventileer maximaal, als het moet zelfs met open ramen
- Zet de LBK niet stil ’s nachts, maar laat deze met een lagere snelheid dan overdag doordraaien
- Voeg overdag zoveel als mogelijk (buiten)lucht toe
- Blijf ook in de weekeinden ventileren
- Vermijd recirculatie van lucht, zet dit uit via het GBS of handmatig
- Doe dit ook als er filters zitten op recirculatie, want het gaat vaak slechts om grovere filters zoals G4/M5/Coarse/ePM10

Filterkeuze
Verandering van luchtfilters is niet persé nodig mits er F7/F8/ePM1 filters zijn toegepast. Deze vangen stofdeeltjes uit de buitenlucht goed af met een filtratie-effectiviteit van ten minste 65% PM1. Hoewel het coronavirus op zich kleiner is (50-160 nm) dan wat de F8 of zelfs fijnmaziger filters kunnen vangen, blijven de virusdeeltjes door diffusie toch in het filter hangen. Het virus verbindt zich ook vaak met grote stofdeeltjes die al in het filter gevangen zijn. Bovendien is de kans dat het virus in de buitenlucht zweeft ook niet heel groot.

Wat kunt u nog meer doen?
Het is belangrijk om de luchtkwaliteit van kantoren, scholen en andere intensief gebruikte ruimten regelmatig te testen om een goed en zuiver binnenklimaat te garanderen. Als metingen daartoe aanleiding geven, is reiniging van kanalen en luchtverdeelsystemen een goede mogelijkheid, zeker als een gebouw vanwege de quarantainesituatie tijdelijk (deels) leeg staat. Maar het is niet persé nodig om nu te doen; virussen die gehecht zitten aan kleine stofdeeltjes zullen niet zo snel neerdalen in kanalen als de LBK continu blijft draaien. Eventueel aanwezige virussen worden dan gewoon afgevoerd naar buiten. Het is wel aan te raden om kanaalreiniging mee te nemen bij het normale onderhoud. Weet u trouwens wanneer het laatste onderhoud is uitgevoerd?

Desinfecteer bij besmetting
Als er iemand met een COVID-19-besmetting in het gebouw aanwezig is geweest, is grondige reiniging van het pand en de kanalen aan te raden. Desinfectie via ‘fogging’ is bijvoorbeeld een bewezen technologie die in staat is om bacteriën en virussen te bestrijden. De behandeling bestaat uit het vernevelen van gecertificeerde producten op basis van waterstofperoxide. Speciale vernevelaars doen hun werk zonder oppervlakken te beschadigen. Een goed uitgevoerde desinfectiebehandeling door ervaren mensen resulteert in doding van bacteriën, schimmels en virussen tot 99,9%.

Onderhoud in het quarantainetijdperk
Normaal onderhoud blijft belangrijk. Zeker ook in gebouwen waar wel doorgewerkt wordt. Stel onderhoud dus niet uit, maar laat dit door ervaren vakmensen uitvoeren. Dus ga bij drukniveau-overschrijding of ‘houdbaarheid’-overschrijding wél wisselen. U hoeft filters niet vaker te vervangen, maar wel tijdig. En kijk meteen goed of de gebruikte filters voldoen om ook het gewone (eveneens gevaarlijke) fijnstof goed af te vangen.

Vakwerk
Filters wisselen, onderhoud en reiniging van LBK’s en desinfectie van gebouwen is vakwerk. Als ervaren vakmensen dit doen, blijft de conditie van een LBK en de kwaliteit van het binnenklimaat langdurig op hoog niveau. Eis van partijen die aan de slag gaan met de LBK ten minste deze werkwijze:
- Werk volgens de richtlijnen van het RIVM
- Doe handschoenen aan
- Zet een masker op
- Werk met een uitgeschakelde LBK
- Voer filters af in een gesloten zak

Zuiver binnenklimaat
Wilt u de luchtkwaliteit in uw pand of de panden van uw klanten laten testen? Of filterwisselingen en onderhoud aan de LBK’s door ervaren specialisten laten doen? Bel dan een partij die veel ervaring heeft met een ‘zuiver binnenklimaat’. Ervaren adviseurs kunnen u precies uitleggen hoe uw pand een zuiver binnenklimaat krijgt volgens een helder plan van aanpak.
Als iedereen zich houdt aan de RIVM-voorschriften en als gebouwbeheerders bovendien de nodige maatregelen nemen, dan komen we hopelijk deze coronacrisis gezond door. Let qua gezondheid op uzelf, uw naasten en uw gebouw(en). #staysafe

 Bert Jan Lambregtse, Marketing Manager bij Vlint

 

 

 

 

 

 

Op onze nieuwsbrief abonneren

“Gezond boerenverstand”

Gepubliceerd op

Wie had deze situatie durven voorspellen! Zijn we naïef geweest? Hebben we gedacht: “met alle Chinezen maar niet met den dezen”? Ik denk persoonlijk van wel.

Meer zelfs: Deze crisis heeft me doen inzien dat we de natuur te ver uitgedaagd hebben, teveel de limieten opgezocht hebben van ons eigen kunnen… Om de economische schade in te perken is het uiteraard van essentieel belang dat iedereen zo snel mogelijk – en op een veilige manier – terug aan het werk gaat. Daar bestaat geen twijfel over. Maar om dat te kunnen volhouden moet ieder van ons gezond zijn, in form zijn en dus fysiek en mentaal sterk zijn. Volgens mij is het dan ook hoog tijd om eindelijk eens te kijken naar het grotere geheel.

“Never waste a good crisis”
Enkel focussen op ‘de geleden schade op zo kort mogelijke termijn willen inhalen’, zonder uit te zoomen en te analyseren welke structurele veranderingen nodig zijn in een post corona tijdperk, zou volgens mij een gemiste kans zijn. Dit is het uitgelezen moment om stil te staan bij wat er in het verleden verkeerd gelopen is en wat daarvan de oorzaken waren. Kwestie dat we in de toekomst kunnen voorkomen, eerder dan te moeten genezen.
Als ik terug kijk naar mijn kindertijd, hadden wij een bal, een fiets en het verlangen om buiten te spelen.
We moeten wat mij betreft op zoek naar een nieuwe balans voor de toekomst. Eentje die het midden houdt tussen het artificiële en het natuurlijke, tussen opnieuw het maximale halen uit onze productie enerzijds, en de fysieke en mentale gezondheid op peil houden van de mensen die daarvoor instaan anderzijds.

Dichter bij de natuur
En dat is waar we ons bij Renson al van lang voor deze crisis van bewust waren. Door de natuurelementen (zon, licht, lucht) slim in te zetten brengen we de natuur opnieuw dichter bij de mens. Mensen moeten gezond kunnen leven en wonen willen ze maximaal kunnen bijdragen om onze economie te doen heropleven. Mensen moeten zich in de beste omstandigheden kunnen ontspannen, kunnen sporten, gezonde voeding tot zich nemen, goed recupereren (gezonde nachtrust), optimaal kunnen genieten van wat de natuur te bieden heeft, willen ze de nodige energie kunnen op doen. Of zoals de baseline van Renson het zegt: ‘Creating Healthy Spaces’.
We moeten volgens mij opnieuw meer ‘buitenmens’ worden, en er opletten dat we niet enkel nog voor de laptop, tv of smartphone hangen. Zeker als je weet hoe buitenleven een positieve invloed kan hebben op onze ontwikkeling, herstel en ons welbehagen. Met de natuur als bondgenoot houden we ieders fysieke en mentale gezondheid op peil.
Deze ongeziene crisis daagt ons uit om concreet stil te staan bij hoe we in de toekomst anders te werk moeten gaan. Denk aan telewerk en flexibel werken dat kan bijdragen tot een oplossing voor de ellenlange files. Denk aan het groeiende belang van lokaal kopen en lokaal produceren. Er moet een transitie komen naar een duurzame economie met meer aandacht voor gezondheid en natuur. “Health is wealth”
Laat binnen en buiten in elkaar overlopen. Laat de natuur terug toe in de stad. We moeten uit deze crisis leren om sterker te staan voor de toekomst. En als ik daarbij één raad mag geven: dan is het vooral om vooruit te blijven kijken. Wij zijn bijvoorbeeld een bedrijf dat innovatie hoog in het vaandel draagt, wel… daar blijven we op inzetten, zowel op het vlak van R&D, IT als marketing. Met één duidelijk doel voor ogen: om ons te blijven onderscheiden, ook als dit alles voorbij is.
Een duurzame economie gedreven door innovatie en met oog voor de gezondheid van iedereen: daar ligt de sleutel van het succes om onze economie er na een crisis als deze weer helemaal boven op te helpen. Als we allemaal samen ons ‘gezond boerenverstand’ gebruiken lukt ons dat zonder twijfel!

Ik wens iedereen alvast veel sterkte, … goede moed en hou het gezond!

Paul Renson, CEO Renson

Op onze nieuwsbrief abonneren

Ketenduurzaamheid

Gepubliceerd op

Wat heeft een warmtepomp voor nut als het elektra nog in een gascentrale opgewekt wordt? Het zal niet de eerste keer zijn dat ik zoiets hoor, maar hoe zit het nu eigenlijk? Daarom gaan we dit keer in deze column eens globaal kijken naar hoe zich dit vertaalt in de werkelijkheid.

Laten we eens een klein stukje energie volgen. Stel dat er 10 kWh aan energie benodigd is voor verwarming. Deze 10 kWh vertaald zich grofweg in 1 m3 gas, dus voor die verwarming is net iets meer dan 1 m3 gas nodig, namelijk 1,04 m3 aardgas, doordat een hr-ketel ongeveer 96% rendement heeft.

En hoe zit het dan met de warmtepomp? Voor deze grove berekening stellen we dat een warmtepomp een SCOP van 4 heeft. Een waarde die voor lucht/water-warmtepompen haalbaar is en bij bodemenergiesystemen zeker haalbaar moet zijn. Om de 10 kWh aan warmte te leveren, zal deze warmtepomp in dat geval 2,5 kWh elektra nodig hebben. De beste aardgascentrale heeft een elektrisch rendement van ±60%. Er zal in dat geval dus 4,2 kWh aan energie nodig zijn om 2,5 kWh aan elektra te produceren, ofwel 0,42 m3 gas. Is de energiecentrale nu slechter met bijvoorbeeld 40% rendement, dan is hiervoor 6,25 kWh nodig, ofwel 0,62 m3 gas.

Dus zelfs als de elektra t.b.v. een warmtepomp met aardgas opgewekt wordt, dan zal er minder gas nodig zijn dan wanneer dit rechtstreeks met een hr-ketel verwarmd wordt. En als de restwarmte van de energiecentrale gebruikt kan worden, wordt het alleen maar positiever. Het omvormen van huizen richting all-electric verwarming, zelfs als de bron niet schoon is, heeft dus positieve impact. Er is alleen een blijvende taak voor onze overheid om de elektraproductie te verbeteren.

Tim Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

 

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

De coronacrisis samen overwinnen

Gepubliceerd op

De coronacrisis zorgt voor een nieuwe werkelijkheid. Het treft ons allemaal. Persoonlijk maar ook in het werk. Wat kunnen we wel en wat kunnen we niet doen in de techniek? We hebben contact met klanten, we werken in teams samen, we gaan samen op weg naar een klus. Wat betekent dat voor mij als persoon? Wat kan wel en wat kan niet? Veilig werken heeft de afgelopen weken een andere invulling gekregen en staat meer dan ooit op ieders netvlies. En dat geeft vragen! De Helpdesk Corona Bouw en Techniek geeft antwoorden aan vakmensen en bedrijven. Bel 085-080 1544 en leg je vragen voor. Of kijk op de website: www.helpdeskcorona-bt.nl . Maar je kan ook contact opnemen met Arbotechniek via corona@arbotechniek.nl.

Deze crisis raakt de bedrijven in de techniek ook in hun economische activiteiten. De duurzaamheidsmakers van deze samenleving worden vaak hard getroffen. De beloofde steun van de overheid is welkom, en hopelijk voldoende om onze vakmensen op de weg te houden. Maar als branche moeten we ook zelf gaan vooruit kijken en denken in kansen. Na deze crisis hebben we een maatschappij die zich wellicht nog meer bewust is van bijvoorbeeld duurzaamheid, een gezonde gezondheidszorg, schone lucht, goede ICT-verbindingen en het belang van goed vakmanschap. Het is een hard gelag nu, zeker. Dat onderschat ik niet. Maar de optimist in mij gelooft ook in de nieuwe kansen.

Wat ik deze dagen zie groeien, is de inzet van nieuwe digitale vormen van leren. Online trainingen die op elk tijdstip gevolgd kunnen worden; webinars die aansluiten op de vragen die nu leven. Online leren en kennis opdoen krijgt in deze een enorme boost. De opleiders bewegen mee en tonen dezelfde elasticiteit die we ook zelf tonen. Maak er gebruik van. Wij zullen waar nodig dit stimuleren.

Als OTIB doen we wat we kunnen om vakmensen te ondersteunen, en waar mogelijk zorgen we voor bruikbare informatie en maatregelen. Onze veerkrachtige branche zal deze crisis overwinnen. En dat gaan we samen doen!

Sven Asijee
Directeur OTIB

Op onze nieuwsbrief abonneren

Duurzame begint bij juist gebruik van gereedschap én materialen

Gepubliceerd op

Veiligheid en betrouwbaarheid van verwarmingsinstallaties is een steeds terugkerend thema. Het verrichten van onderhoud mét de juiste gereedschappen is daarbij van groot belang. Het spreekt voor zich dat gereedschappen jaarlijks gecontroleerd moeten worden op goed functioneren – en zo nodig geijkt en gekalibreerd moeten worden –, want een vertekende uitslag na een rookgasanalyse of een onjuiste gasdruk kan kritische gevolgen hebben.

Het onderhouden van gasverbrandingsinstallaties is een zorgvuldige taak die per 1 juli 2020 alleen nog uitgevoerd mag worden door gecertificeerde bedrijven én monteurs. In de beleving van de Nederlandse Verwarmingsindustrie is dit een goede eerste stap om het aantal koolmonoxide slachtoffers te minimaliseren. Echter, zolang het periodiek onderhoud aan gasverbrandingsinstallaties niet verplicht is, blijft de certificering van bedrijven een halve maatregel. Van de 6,6 miljoen centrale verwarmingsinstallaties in Nederlandse huishoudens, wordt aan circa de helft geen onderhoud gepleegd. Door het wettelijk verplicht periodiek uitvoeren en registreren van onderhoud:

-gaat het comfort in huis omhoog;

-gaat de veiligheid in huis omhoog;

-wordt de betrouwbaarheid van de installatie gegarandeerd;

-wordt de levensduur van de installatie verlengd;

-wordt er aanzienlijk meer energie bespaard;

-gaat de gasrekening omlaag;

-gaat de CO2 uitstoot omlaag;

-is bij een recall door de fabrikant eenvoudig te achterhalen waar toestellen zijn opgesteld.

Door kwalitatief onderhoud kan de levensduur van een verwarmingstoestel verlengd worden. Maar de gebruikte materialen en componenten in het toestel spelen daarin ook een significante rol. Met het juiste ontwerp zijn materialen opnieuw te gebruiken óf hoogwaardig te recyclen. Daarbij is ook het type materiaal van groot belang. Metalen en kunststoffen hebben niet alleen een verschillende milieu-impact tijdens de productie, ook de wijze van hergebruik, refurbishment of recycling aan het einde van de functionele levensduur is anders.

Wanneer installaties meer circulair zijn, zijn ze dus aantrekkelijker voor bewoners én gebouwbeheerders. Door het gebruik van herbruikbare materialen, met een lage milieu impact, worden stappen gezet naar een circulaire economie. In de toekomst zou een verwarmingstoestel, dat is voorzien van herbruikbare componenten en materialen én waaraan regelmatig onderhoud wordt gepleegd, dan zomaar eens geen CO2 uitstoot meer kunnen genereren tijdens productie en gebruiksfase.

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Op onze nieuwsbrief abonneren

Limited editions

Gepubliceerd op

Op dit moment worden de eerste woorden geschreven voor de verkiezingsprogramma’s waarmee de politieke partijen de strijd aangaan voor uw stem in 2021. Ik kan mij indenken dat u daar niet mee bezig bent. De politiek staat toch al vaak ver weg van de dagelijkse werkelijkheid van vakmensen in de techniek. Maar de doelstellingen die in Den Haag op tafel liggen (ook straks bij de verkiezingen) raken onze branche en onze uitdagingen. Met de inzet op de energietransitie en een proactief klimaatbeleid, staan we als techniek midden in het politieke debat.
Een belangrijk onderwerp dat essentieel is voor het realiseren van duurzaamheidsdoelstelling is de krapte op de arbeidsmarkt. En dat begint in het onderwijs. Steeds minder leerlingen van groep 8 krijgen een vmbo-advies. Ging voorheen ongeveer 60% van de jongeren naar het vmbo, tegenwoordig gaat 60% naar havo/vwo. Ik ben ervan overtuigd dat álle opleidingen – van praktijkonderwijs tot universiteit – nodig zijn, maar de beeldvorming rond het vmbo houdt ouders, leerkrachten en leerlingen tegen te kiezen voor een opleiding waarin het doen centraal staat. Het betekent dat vmbo’ers in de toekomst niet alleen de special editions, maar ook de limited editions zullen zijn. Een rampzalige ontwikkeling. Daar zijn we nog onvoldoende van doordrongen.
Dus aan de schrijvers van de verkiezingsprogramma’s die nu bezig zijn hun goede voornemens op papier te zetten, doe ik een oproep het techniekonderwijs te blijven promoten, ondersteunen en stimuleren. We hebben doeners nodig voor de verduurzaming van Nederland. Mensen die met hart, handen en hoofd werken en die in de praktijk brengen wat we graag willen: een toekomstbestendige leefomgeving. En bent u niet overtuigd? Bedenk dan goed wie uw ambities in de praktijk waarmaken… Ik nodig u graag uit voor een werkbezoek.

Sven Asijee
Directeur OTIB

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Echte 24/7-service

Gepubliceerd op

Service de hele dag, de hele week, het hele jaar door… Je hoort het ook in de installatiewereld heel vaak; een reclame slogan voor velen.

Maar hoe erg wordt deze service nageleefd. Zijn we 24 uur per dag het hele jaar door bereikbaar of staat er een antwoordapparaat of voicemail achter het nummer. Direct opnemen gebeurt ook, maar dan zijn het vaak de standaard vragen, en wordt er een notitie gemaakt die weer doorgegeven wordt

Een directe actie na een telefoontje… Gaan we midden in de nacht een cv-installatie bijvullen of een lekkende radiatorkraan vervangen? Kunnen we er ook op rekenen dat, indien er meerdere mensen nodig zijn om het probleem op te lossen, die ook gelijk paraat staan?

Ik denk dat de insteek van 24/7 ruim genomen moet worden. Waarbij echte acute storingen als een brandje of overstroming natuurlijk ook met hele grote spoed verholpen moet worden. Maar vaak doet een geruststellend woord al wonderen. Daarna een afspraak maken voor de volgende morgen lost het acute probleem vaak al op.

Zelf heb ik recent meegemaakt dat 24/7 in de medische zorg wél echt is. De Intensive Care is drie dagen mijn plek geweest. En daar heb ik gezien en meegemaakt hoe het is om 24 uur alert te zijn, zorg te bieden, elkaar te helpen als er hoge nood is, te overleggen met elkaar over hoe een patiënt te helpen. In een drieploegendienst de hele week, dus ook in de weekenden. En dan ook nog een opbeurend gesprek voeren. Ik heb diepe bewondering gekregen voor deze afdeling, de organisatie en de werkwijze. Dat is echte 24/7-service.

Dick Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

De gouden cirkel van waarde

Gepubliceerd op

Mijn vorige blog eindigde met een tip om een het Business Model Canvas te gebruiken voor het ontwikkelen van waardeproposities. Dit model laat eigenlijk in één oogopslag zien dat het begrip waarde centraal samenhang heeft met allerlei andere facetten van uw bedrijf.

Het woord propositie kent meerdere verklaringen. In de marketing vaak geduid als aanbod. Toch is het meer dan dat. Het geheel van product-/diensttechnische, psychologische, communicatieve en service-aspecten dat u voor uw klant ontwikkeld. Ik duid waardepropositie dan ook als ultieme klantbelofte.

Het lijkt eenvoudig, maar ‘t is lastig zat. Menig installateur beantwoordt de vraag wat hem of haar nu onderscheidt van de concurrent met: “Ik maak mooie installaties in x, y of z en lever kwaliteit, service, kennis, advies etc.” Dit zijn antwoorden die het ‘wat’ je doet beschrijven. En: dat doet een ander ook. Sommige installateurs gaan een stapje verder. Een professionele look & feel, een informatieve website, gekwalificeerd en deskundig personeel, lid van een branchevereniging etc. Dit is druk zijn met te vertellen ‘hoe’ ze het werk doen. Het wat en hoe: vangt dat de waarde? In essentie is het eigenlijk bühne-werk. Overigens, wel belangrijk, want het draagt bij aan waarde wanneer dit goed gefundeerd is.

Aan welke diepere klantbelofte werkt u dagelijks? Wat maakt het dat uw klanten met u zaken doet? Waarom zouden andere dat ook moeten doen? Waarom bent u installateur geworden? Een goede, toekomstvaste (duurzame) waardepropositie vangt zich in een klantbelofte die de (latente) behoefte van die klant beantwoordt. De Brit Simon Sinek ontwikkelde hiervoor een eenvoudig denkmodel, wat hij noemde ‘de gouden cirkel’. Samengevat: “Iedereen weet wat hij doet, een gedeelte weet hoe hij het doet, maar weinigen weten waarom hij het doet.” Start een waardeontwikkeling met de vraag: waarom?

Maarten van der Boon

maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Een dik pak isolatie

Gepubliceerd op

Als ik op een winterse dag naar buiten ga, neem ik vrijwel nooit een stapel boterhammen met pindakaas mee. Wel trek ik een goede jas aan, plus een sjaal en handschoenen als het echt koud is. Om warm te blijven zorg ik dus voor isolatie rondom mijn lichaam. De energie uit de boterhammen met pindakaas heb ik dan niet nodig om warm te blijven.

Steeds meer opdrachtgevers zien in dat nieuwbouw die net voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit, niet toekomstbestendig is. Het comfort laat te wensen over en het energiegebruik is onnodig hoog. De BENG-eisen die per 1 januari 2021 in werking treden zullen dit niet gaan veranderen. Gedreven door de wil voor meer comfort en/of een te hoge energierekening zullen veel woningeigenaren zodoende ‘gedwongen’ zijn hun jonge woning grondig aan te moeten passen.
Door bij de bouw van onze woningen te investeren in een kwalitatief hoogwaardige gebouwschil, gaan we woningen realiseren met een hoog comfortniveau en een zeer laag energiegebruik. Een gebouwschil dus met een dik pak isolatie, luchtdicht en koudebrugvrij. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de installaties.

Het hart van iedere woning zou een balansventilatie-unit moeten zijn. Fluisterstil wordt continu aangenaam warme en gefilterde lucht de verblijfsruimtes ingebracht. Aangestuurd door CO2- en luchtvochtigheidsensoren zijn de bewoners zich niet eens bewust dat iedere hoek van alle ruimtes iedere dag van het jaar schoon en aangenaam aan voelt. Mensen ervaren hun fysische omgeving immers pas wanneer ze zich ergens aan ergeren. Stromingsgeluiden van de ventilatie, tocht, schimmel in de badkamer. Het zijn stuk voor stuk klachten die voorkomen kunnen (en moeten) worden door een goed uitgedacht en aangelegd balansventilatiesysteem.
Als de warmtevraag dankzij de kwalitatief hoogwaardige gebouwschil ver genoeg omlaag gebracht is, is luchtverwarming een reële optie. Het ventilatiesysteem houdt de woning niet alleen schoon maar ook op temperatuur. In de winter lekker warm en in de zomer lekker koel.

Elektrische naverwarmers in de luchtkanalen aangevuld met een handdoekradiator in de badkamer en een elektrische verwarming (radiator, mini-convector, IR-paneel) in de woonkamer zijn voldoende. Met een COP van 1 hebben ze niet het beste rendement, maar door het lage aantal draaiuren is dit helemaal niet zo erg.

‘En die airco dan?’ hoor ik u bijna denken. Zelfs met de warmere zomers kunnen Nederlandse woningen aangenaam koel blijven zonder airco. Hierin zijn twee factoren echter wel belangrijk: Zonwering en mediterraans wonen.
Bouwkundige maatregelen zoals overstekken en zonwering zullen in het ontwerp meegenomen moeten worden. Het buitenhouden van zonnewarmte is immers het meest effectief in het tegengaan van te hoge binnentemperaturen. Met de komst van een eis aan de temperatuuroverschrijding (TOjuli-eis) in het Bouwbesluit, zal de aandacht hiervoor gelukkig alleen maar toenemen.
En Nederlanders zullen mediterraans moeten gaan wonen. Daarbij bedoel ik uiteraard niet de olijven en de wijn, maar het gesloten houden van de woning tijdens warme zomerse dagen. In Griekenland, Spanje en Portugal weten mensen dit al eeuwenlang. Als het buiten warmer is dan binnen, dan houd je je ramen en deuren gesloten. De goede bouwkundige schil zal daardoor de zomerse warmte effectief buiten houden terwijl de balansventilatie zorgt voor nachtelijke afkoeling.

Voor ventilatie, verwarming en koeling kunnen we dus met een minimum aan installaties zeer comfortabele woningen realiseren die voorbereid zijn op de energietransitie die komen gaat.
Van de originele installaties blijft het tapwater over. De boiler komt weer terug, al zullen daar alternatieven voor komen zoals zoutaccu’s en ijsaccu’s. PV-panelen zijn uiteraard inmiddels gemeengoed. Met het vervallen van de salderingsregeling zullen daar accu’s bij gaan komen. Het leveren van energie aan het elektriciteitsnet zal immers te weinig op gaan brengen. En mensen zullen steeds meer individueel of kleinschalig collectief willen gaan regelen, waardoor buurtbatterijen, mini windmolens en zonnecollectoren een kans van slagen hebben.

De komende jaren zullen er veel verschuivingen plaatsvinden in de installatiewereld. Informeer u zelf, blijf op de hoogte en zorg daarmee dat u voorbereid bent!

Jan Geerts, Expert gezond, comfortabel en klimaatpositief wonen

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Systeemintegratie noodzakelijk voor duurzame (woning)

Gepubliceerd op

Na de nodige vertraging zal de BENG per 1 januari 2021 eindelijk in werking treden. Conform die wet- en regelgeving moeten woningen bijna-energie-neutraal worden. Dat betekent in de praktijk: verduurzamen en (nog meer) isoleren. Nieuwbouwwoningen worden hierdoor steeds luchtdichter waarbij de benodigde energie om te verwarmen afneemt, maar de behoefte om te ventileren juist toeneemt. En dat is exact de reden waarom verwarming en ventilatie niet los van elkaar te zien zijn. Voor de toekomstige nieuwbouwwoningen betekent dit vooralsnog twee verschillende toestellen, ieder met een eigen toepassing.
Voor de bestaande bouw, specifiek de woningen tussen 1980 en 2005 (circa anderhalf miljoen woningen), is de ventilatiewarmtepomp een bijzonder goed alternatief. Bij de
ventilatiewarmtepomp zijn verwarming en ventilatie in één systeem geïntegreerd. Bij dit systeem haalt de warmtepomp direct energie uit de warme ventilatie-retourlucht die anders verloren zou gaan. Hierdoor wordt de ventilatieretourlucht nuttig gebruikt en is het mogelijk een hoger systeemrendement te realiseren. Dit zal direct bijdragen aan een betere energieprestatie van deze specifieke woningen. Zonder dat daarbij het gezondheidsaspect van gezonde binnenlucht verloren gaat. Dergelijke hybride installaties zijn een mooi voorbeeld van systeemintegratie in de bestaande bouw. Systeemintegratie gaat helpen om zowel binnen de bestaande bouw als de nieuwbouw energiebesparing te realiseren. Bovendien leidt dit tot minder individuele componenten, dit is gunstig voor de milieuprestatie van gebouwen.
Geïntegreerde systemen zorgen direct voor installatiegemak voor installateurs. Gezien de toenemende krapte van installateurs op de arbeidsmarkt is dit een noodzakelijk innovatie. Voor vakkundig ontwerp, installatie en onderhoud van (geïntegreerde) systemen zijn goed opgeleide technici nodig. Dit betekent dat fabrikanten in samenwerking met onderwijsinstellingen en andere stakeholders toegespitste opleidingen moeten ontwikkelen om dit te faciliteren.

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Vrije koeling en mechanische koeling

Gepubliceerd op

Wellicht hoort u het steeds vaker: koeling van woonhuizen. Bij toepassing van bodemenergie vaak bijkomstig ter regeneratie van de bron, maar ook bij toepassing van bijvoorbeeld lucht/water-warmtepompen. Vaak kan er met een kleine extra investering er basiskoeling gecreëerd kan worden. Maar wat nou als er een WTW ventilatie-installatie naast deze warmtepomp hangt?

Bij vrije koeling wordt de buitentemperatuur gebruikt om het huis te koelen. Is bijvoorbeeld de buitentemperatuur lager dan de binnentemperatuur dan kan er door rechtstreeks de buitenlucht naar binnen te ventileren topkoeling gerealiseerd worden. De enige energie die gebruikt zal worden, is die van de ventilatoren. Hierdoor is het rendement van koelen vaak veel hoger dan dat van een lucht/water-warmtepomp. Dit kan vele avonden in Nederland gerealiseerd worden, waardoor ’s nachts de woning koeler gemaakt kan worden en de constructie afkoelt. De isolatie van moderne woningen zorgt er overdag juist weer voor dat deze koeling beter binnen blijft.

Maar wanneer er wel mechanische koeling is kan er een probleem optreden. De vrije koeling van een WTW kan weinig inschakelen wanneer de mechanische koeling er al constant voor gezorgd heeft dat de woning op de juiste temperatuur is. Hierdoor wordt wellicht meer energie gebruikt dan nodig bij toepassing van vrije koeling ’s nachts. Regelingen dienen hierop afgestemd te worden. Laat de koeling van een mechanische koeler bijvoorbeeld later inschakelen, zodat de WTW ook zijn aandeel houdt. In de energietransitie moet namelijk niet vergeten worden dat koeling vaak een extra is. Er zal dus extra energie worden gebruikt t.o.v. een gasketel.

Tim Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

 

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

De waarde van waarde

Gepubliceerd op

Wat is waarde, in de context van bedrijven en haar marketing? En hoe staat het met toegevoegde waarde? Wat is dat nu écht? Is het waardemodel van Porter uit 1985 nog steeds bruikbaar in deze tijd? En hoe zit het eigenlijk met de value stream? Deze en andere ‘waardevolle’ vragen ga ik de komende tijd beantwoorden in een columnreeks. Wat is de waarde van waarde?

Vaak wordt het begrip waarde direct gekoppeld aan geld. Aan euro’s dus. Maar klopt dit wel? Of doen we daarmee het begrip te kort en is er een bredere uitleg? De columns in InstallateursZaken knip ik op in drie blokken. Het eerste blok van drie columns gaat over de betekenis van waarde, en hoe en waar(in) je deze kunt herkennen. Daarna volgen er drie columns over hoe je waarde creëert en toevoegt. Tot slot leest u hoe u waarde in uw organisatie inbrengt en borgt.
De serie schrijf ik vanuit mijn hoedanigheid als associate partner in STEM Industrial Marketing Centre. STEM IMC heeft tot doel de marktgerichtheid van technische mensen en bedrijven te verbeteren. Dit gebeurt onder andere door het geven van trainingen, opleidingen en masterclasses. De kennis die ik deel in de columns ga ik verbinden met extra informatie op de website van deze organisatie. Denk hierbij aan invulschema’s of oefeningen die u helpen ‘waarde’ te plaatsen in uw eigen onderneming en activiteiten. De site vind u op www.stem-imc.com/InstallateursZaken aangeduid met .
Het is voor mij een experiment in het verbinden van offline (de maandelijkse column) en online (het studiemateriaal). Gaat het u helpen in het lezen, leren en doen? Ik hoor het graag van u!

 

Maarten van der Boon

maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

We doen het samen

Gepubliceerd op

We beseffen het ons niet altijd, maar onze sector levert elke dag topprestaties. Uiteraard zie ik dit tijdens werkbezoeken, hoor ik het terug in gesprekken en ervaar ik het in mijn eigen huis. Met de vele uitdagingen op de terreinen van klimaat, energie en een op langer thuis wonen gerichte ouderenzorg worden deze topprestaties bovendien steeds groter.
De inzet van betrouwbare innovatieve installatietechnieken heeft een enorme maatschappelijke en economische meerwaarde. Zo maken we als sector gebouwen immers slimmer en duurzamer, de zorg efficiënter, het verkeer veiliger en woningen comfortabeler. Daarnaast voorkomen we productieverlies in de industrie en maken we met onze technieken ook in vele andere sectoren het verschil. Dit doen wij samen. Met elkaar!
De dynamiek in de technische installatiebranche is groot, maar de druk op onze schouders zo nu en dan evenzeer. Want het inrichten van de toekomst vraagt veel van de bedrijven en de vakmensen van de branche: creativiteit, kennis, kunde, flexibiliteit, het binden en behouden van vakmensen, het actief ontwikkelen van een ontwikkelcultuur enz. We hebben uitdagingen te over!
Met de start van het nieuwe jaar is het moment weer daar om goede voornemens te maken en te realiseren. In dit verband roep ik iedere vakman en vakvrouw in de branche op om in 2020 kansen te pakken om je vakmanschap te versterken. Laat dit jouw goede voornemen zijn. Jij zit aan het stuur als het gaat om de duurzame toekomst van Nederland. Jij bent de zorg-innovator, de energie-expert én de klimaatspecialist. We helpen je hier graag bij!
En iedereen die bij deze prachtige sector wil horen en een vakkundige bijdrage wil leveren, roep ik op: laat van je horen. We hebben altijd een plek voor je. Vandaag en zeker ook morgen.

Sven Asijee
Directeur OTIB

 

Sven Asijee
Directeur OTIB

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

De Toekomst is gisteren al begonnen

Gepubliceerd op

Binnen Nederland staat de energietransitie hoog op de agenda. Binnen de gebouwde omgeving gaat het meer specifiek om de zogenaamde warmtetransitie. Deze heeft in rap tempo voor een diversiteit aan verwarmingsoplossingen gezorgd. Maar welke oplossing is geschikt voor welke situatie?
Een verantwoorde keuze die een duurzame warmtetransitie rechtvaardigt hangt - naast gezinssamenstelling, ouderdom van het huis, mate van isolatie - vooral af van de volgende drie factoren:
- het natuurkundige principe;
- de energetische waarheid;
- de (financiële) haalbaarheid.
In de rol van adviseur zal de installateur vaak, in samenspraak met de klant, het financiële aspect bespreken. De overige twee factoren blijven vrijwel altijd buiten beschouwing. Echter, verantwoorde verduurzaming kan niet zonder het natuurkundige principe én de energetische waarheid. Om energiegebruik en emissie van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken, is het noodzakelijk dat er een nationale database wordt ontwikkeld waarin het mogelijk is om daadwerkelijk gerealiseerde energieprestaties van de gebouwde omgeving te monitoren. Dit geeft ons het geschikte handvat om de middels berekeningen theoretische voorspelde energieprestaties te valideren.
Om midden in deze toekomst overeind te blijven is het opleiden, van zowel de installateurs die nu actief zijn als de nieuwe instromers, rand-voorwaardelijk. Met alle nieuwe verwarmingsoplossingen zal de opleidingsvraag enorm toenemen. Alleen door een ketengerichte aanpak kan invulling gegeven worden aan die vraag. Een intensieve samenwerking tussen installateurs, fabrikanten én onderwijsinstellingen is hiervoor een vereiste. Hoog op de agenda van dit samenwerkingsverband is het werven van nieuw talent. De toekomst die we samen mogelijk maken, is gisteren al begonnen!

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Onderscheidend vermogen? Stick-to-the-plan!

Gepubliceerd op

Internet of Things, Big Data of Artificial Intelligence. De digitalisering slaat steeds meer toe. Ook in de installatiemarkt. De technisch installateur wordt steeds meer een ICT dienstverlener. Nieuwe installaties produceren data. Gebruik deze slim en maak er informatie van. Het is toegevoegde waarde in je dienstverlening naar de klant.

Het ‘gewone’ installatiewerk wordt steeds meer een competitieve vechtmarkt. Een markt waarin marges uiterst dun zijn. Een veelgehoorde uitspraak onder de installateurs is: “hard werken voor weinig”. Hartstikke druk, met verhoudingsgewijs weinig opbrengsten. Is de klassieke installateur dan een uitstervend ras? In een interview heb ik dit wel eens gezegd. Natuurlijk blijft het ‘gewone’ installatiewerk voor een deel bestaan. Maar het aanbod van dat soort werk wordt minder in de toekomst. Ik ben ervan overtuigd dat het werk van de installateur veranderd. De conventioneel werkende installateur krijgt het steeds lastiger in een sterker concurrerende markt. Slim aanhaken op de digitalisering draagt bij in het ontwikkelen van onderscheidend vermogen en brengt andersoortige werkzaamheden.
Denk goed na over je toekomst. Een duidelijke strategie en een doordacht plan is één. De uitvoering hiervan is twee. Goede marketing helpt je daarbij. Uit ervaring weet ik dat dit bij veel installateurs vaak een dingetje is. Een misverstand: marketing is géén reclame! Het is veel meer dan dat. Het gaat letterlijk om de ‘ver-markt-dat-ding’ vanuit een strategische onderscheidende positie. Niet vanuit het product, maar vanuit de toegevoegde waarde als installateur.
Wat is jouw stip op de horizon? Maak in al het digitale geweld duidelijke keuzes in wat je aan werkzaamheden wel doet (of gaat doen) en wat niet meer. En accepteer de consequenties van je keuzes. Maak een doordacht actie- en marketingplan en… stick-to-the-plan!

Maarten van der Boon

maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

De Laptopmonteur

Gepubliceerd op

We kennen ze allemaal of we behoren zelf tot de categorie: installateurs die de 50 zijn gepasseerd en nog steeds actief zijn in de installatiebranche. Na de lagere school gingen ze een tijdje naar de middelbare school, maar als snel werd duidelijk dat ze werken leuker vonden dan leren en gingen ze snel aan de slag.

Ik ben er zelf zo één. Met wat kennis van je leraar en uit enkele boeken, dacht ik de wereld aan te kunnen. Al snel werd ik teruggefloten door een ervaren maat, leermeester of baas. Ho-ho, zo doen we dat niet. Het moet netjes en goed.

Je leerde je vak snel en bleef door vragen, lezen, experimenteren en vergaarde op andere manieren vakkennis. Alles was nieuw: van gietijzeren ketels met daarnaast een geiser met dikke stalen leidingen, gingen we naar de combiketel met dunne stalen leidingen. En deze werd veel later weer vervangen door een hr-combiketel. Wat een gedoe allemaal met dubbele pijpen en een afvoer. Gelukkig waren er handleidingen waaruit duidelijk bleek hoe je dit allemaal moest aansluiten. Tegenwoordig ben je van meer afhankelijk dan je lief is als je een nieuw product moet installeren. Productinformatie en een installatiehandleiding zitten er vaak niet meer bij. Navraag leert dat je deze moet downloaden, dan kan je alles terugvinden.

Van de generatie die storingen vond en oploste met een handleiding, punttang en spanningzoeker – en die jaren later blij was met een mobiele telefoon om de achterban te bellen voor extra informatie – gaan we nu naar de volgende generatie: de laptopmonteur. We gaan het allemaal weer beleven. Ik wens iedereen een gezond en succesvol 2020 toe, met of zonder laptop!

Dick Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Slingers of tissues

Gepubliceerd op

Op het Branchebureau van de DHPA liggen slingers klaar. Voor als de markt voor warmtepompen doet wat de leden ambiëren: hard groeien. Dat is tenslotte ook één van de beleidsdoelen van de energietransitie in Nederland en dus goed voor de installateur. Met zelfs een verdere toename van de groei op het moment dat de ISDE subsidie ‘aan’ ging in 2016. De slingers werden opgehangen!

Volgend jaar gaat de EPG-rekenmethode samen met de BENG eisen ‘aan’ en de warmtepomp staat er goed op. Hoewel de ventilatie-warmtepomp in Nederland nog wel zijn BENG 3 krediet moet krijgen die Europees allang geregeld is. Wij, leveranciers, en jullie, installateurs, zijn klaar voor verdere groei. De slingers liggen alweer klaar.

Volgend jaar gaat voor de (hybride) lucht-warmtepomp ook de geluidseis van buitenunits ‘aan’. Gericht op het maatschappelijke draagvlak omdat er – terechte – zorgen zijn over eventuele geluidsoverlast. Echter, een groot deel van de Nederlandse gebouwde omgeving dreigt deze elegante en betaalbare techniek te worden ontzegd. Gemiddeld genomen zal in de typisch Nederlandse woningbouw de buitenunit moeilijk of niet kunnen gaan voldoen aan de eis van 24/7 maximaal 35 dB(A) bij een ‘tonaal’ geluid op de gehele perceelsgrens. Na Kamervragen is de branche nu wél uitgenodigd om direct mee te praten om de bepalingsmethode van de aanstaande regelgeving definitief vorm te geven. De met de mond beleide doelstelling is een praktische bepalingsmethode die de marktgroei kan bestendigen. De slingers liggen klaar. De tissues voor de tranen ook; voor als de groei toch gaat stagneren.

Frank Agterberg
Dutch Heat Pump Association, DHPA

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Gespecialiseerde alleskunners

Gepubliceerd op

De installatiewereld wordt steeds complexer en de vakman komt steeds meer onder druk te staan. De diversiteit in verwarmingsoplossingen gaat omhoog en door gebrek aan vakmensen moet het installatieproces steeds sneller maar wel mét behoud van kwaliteit. Geen wonder dat de installatiesector knel komt te zitten. Voor de huidige vakmensen geen prettige positie maar ook voor de toekomstige vakvrouw- en man geen goed vooruitzicht.
De vakmensen van nu worden gezien als een allround-specialist, want zij moeten verstand hebben van verwarmen, koelen, ventileren, de digitale regeltechniek daaromheen én alles tot een passende integrale oplossing verwerken. Voor sommigen is dat een hele uitdaging. Dit blijkt in de praktijk wanneer uitvoeringsdetails niet worden nageleefd en geclaimde prestaties daardoor niet worden waargemaakt. Met als resultaat: een ontevreden klant.
De Nederlandse Verwarmingsindustrie pleit voor een integrale aanpak. Het vraagt heel veel van de vakmensen in deze sector om altijd op de hoogte te zijn van alle trends en nieuwe technieken die bijdragen aan een comfortabel binnenklimaat. Daarom is het trainen en opleiden van vakmensen een continu proces, dat breder moet zijn dan te focussen op één aspect. Er is een geïntegreerde opleiding nodig waarin opwekking, distributie, afgifte en regelapparatuur samenkomen. Hiervoor wil de Nederlandse Verwarmingsindustrie een ketensamenwerking op gang brengen waarin opleiders en installateurs participeren om zo de instroom op de arbeidsmarkt te bevorderen. Naast het opleiden van vakmensen is het van groot belang dat er producten worden ontwikkeld die eenvoudiger te installeren en te onderhouden zijn; een mooie opdracht voor onze leden.
De nieuwe vakman speelt een cruciale rol in de uitvoering van de warmtetransitie. Om die transitie te laten slagen, moet de sector aan de slag om de nieuwe vakmensen breed op te leiden en zorg te dragen voor de ontwikkeling van slimme geïntegreerde klimaatoplossingen.

Coen van de Sande
Directeur De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Installatiegemak en veiligheid

Gepubliceerd op

Een goed werkende installatie, of die nu ondersteund wordt met een elektrische warmtepomp of met een gas-hybride installatie, heeft een behoorlijke positieve bijdrage om de uitstoot van broeikasgas te verkleinen. Uit onderzoek blijkt echter dat 75% van de cv-ketels niet optimaal functioneert. Door goed inregelen kan jaarlijks 10 tot 15% worden bespaard op het gasverbruik! Automatisch geregelde radiatorthermostaten zorgen voor een verder verlaging van het energiegebruik. Dit is een significante maatregel om de CO2 uitstoot te reduceren. Bovendien zijn deze thermostaten comfort verhogend.
Het zijn maatregelen die we direct na de zomer kunnen toepassen, om nog voor het stookseizoen klaar te zijn. Gelijktijdig kan dan naar de veiligheid van de gehele installatie worden gekeken. Hierbij speelt de veilige afvoer van de rookgassen een cruciale rol. Aspecten die aandacht verdienen: zijn alle onderdelen van het afvoersysteem nog goed bevestigd? Is het afschot van de eventueel horizontale delen nog in orde? Veroorzaakt de uitmonding geen hinder, doordat er bijvoorbeeld een dakraam geplaatst is in de buurt van de uitmonding? Een checklist voor de controle van de meest voorkomende afvoersystemen is beschikbaar via: www.hetnieuwebeugelen.nl.
Tot slot zien we dat concentrisch afvoermateriaal door marktwerking de nieuwe standaard wordt voor het aansluiten van een toestel. Alle leden van de Rogafa hebben dit in hun leveringspakket. Ook de ketelfabrikanten, die samen met o.a. Rogafa onderdeel uitmaken van de nieuwe branchevereniging de Nederlandse Verwarmingsindustrie, spreken hier hun voorkeur voor uit. Zij leveren hun cv-ketels standaard af-fabriek met een concentrisch aansluiting, waardoor een adapter niet langer nodig is. Opnieuw een stap richting installatiegemak en veiligheid.

Frank Methorst, sales manager Burgerhout Nederland
Namens de Vereniging van Nederlandse Fabrieken van Gasafvoerleidingsystemen, Rogafa

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Digitale transitie, hoe succesvol wordt jij?

Gepubliceerd op

Waar zo’n pak hem beet 20 jaar geleden de Elektrotechniek, Werktuigkunde en ICT gescheiden werelden waren, integreren deze volop. Deze technische systeemintegratie is boeiend en biedt kansen. En opnieuw is een transitie gaande: een digitale transitie.
De eerste technische integratieronde is een feit. Wie nu nog twijfelt of van mening is dat ‘het op ons afkomt’ is redelijk laat, zo niet té laat. In de vakmedia lees je nu veel over Internet of Things (IoT). Let op: dit komt er niet. Dit is er al. En het dijt de komende jaren alleen maar uit. Alle techniekvormen gaan in bepaalde mate, direct of indirect, met elkaar in verbinding staan. Onderdeel van de gaande transitie is de integratie van gewenste functie (F), de dienst rond het gebruik hiervan (D) én de benodigde onderliggende techniek (T). Binnen de digitale transitie gaat bij een eindgebruiker de F steeds belangrijker worden.
Vraag aan een eindgebruiker niet wat hij wil. Je ontvangt namelijk het antwoord vanuit de context van wat hij weet. Henry Ford heeft dit ons al geleerd en in recentere tijd heeft ook Steve Jobs hiervan het bewijs geleverd. De eindgebruiker – geholpen door veel lifestylemedia – maakt wel duidelijk wat haar functionele behoeften zijn. En met de juiste vragen, achterhaal je ook wat latent (zeg maar in het onderbewuste) gewenst is. Een eindgebruiker wil alleen horen of je aan haar wensen kunt voldoen. Met welke techniekintegraties jij dit doet, boeit hem of haar in steeds mindere mate. Daar ben jij toch de specialist of kennisdrager voor?
Binnen de digitale transitie gaat het steeds meer om het vinden van de samenhang in de F, D en T. In het snijpunt van deze drie ligt de klantvraag of -behoefte. Wanneer je deze weet te ‘vangen’ en te vertalen naar een helder aanbod, ben je van succes verzekerd.

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op onze nieuwsbrief abonneren

Terug naar de schoolbanken

Gepubliceerd op

Lang geleden begon de basisopleiding op de lagere school. Daarna kwam er een kleine splitsing: je ging naar de technische school, een hogere school of aan het werk. Vanaf de technische school startte je als 15-16 jarige met werken en in alle jaren daarna bekwaamde je jezelf verder in je vak tot een volwaardig vakman. Ging je verder met leren, dan belandde je na enkele jaren in het vakonderwijs. Je behaalde hier de nodige papieren en haalde vervolgens vaak met heel veel moeite het middenstandsdiploma. Dan mocht je eindelijk, na velen tienduizenden guldens opleidingskosten, een eigen bedrijf beginnen.
Je werk werd gecontroleerd door diverse instanties. Jij controleerde de mensen die bij je aan het werk waren. Ging je met werkzaamheden je boekje te buiten, dan werd je getrakteerd op een flinke boete van de economische controledienst.
Alles leek perfect, maar de boel werd gewijzigd: het zelfstandig ondernemer zijn werd gedevalueerd. Iedereen mocht zonder de nodige papieren een eigen bedrijf beginnen. En waar dat toe heeft geleid merken we nu alle dagen.
Tijd om dit aan te pakken dus. Monteurs en servicemonteurs moeten weer de schoolbanken in om ‘het vak’ te leren. Ondernemers die gewend zijn om bij te blijven, gaan dat dus ook weer doen. Je moet tenslotte de mannen kunnen controleren. Komt er een overtreffende trap van weleer?
Ik ben benieuwd wat mijn papieren op dit moment nog waard zijn. Heb ik wel zin om weer aan het leren te gaan. Verschillende oude en vakbekwame monteurs zullen niet meer de fut hebben om dit te doen, denk ik. Ze verlangen wellicht weer naar de VUT.
Maar bovenal zal de vraag zijn: wie betaalt dit allemaal? Een vraag die, zo vrees ik, nog lang onbeantwoord zal blijven.

Dick Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Welkom vakman of vakvrouw!

Gepubliceerd op

Op één van de publieke omroepen volgde ik eens een tweedelige uitzending over het vmbo-onderwijs. Ik heb met belangstelling en stijgende verbazing gekeken. Met belangstelling, omdat ik geloof dat een goed vmbo noodzakelijk is voor de Nederlandse economie. Met stijgende verbazing, omdat de politiek hieraan stelselmatig en visieloos morrelt. Maar ook omdat de maatschappij naar het vmbo kijkt als afvoerputje van het vervolgonderwijs.
Nederland is ambitieus en klaarblijkelijk horen bij een kenniseconomie alleen maar hoogopgeleiden. Gedurende de hele weg van scholing worden kinderen en jongeren gevolgd, gemonitord en bijgestuurd. De weg door het onderwijs moet efficiënt, doelgericht en met resultaten worden afgelegd. Scorekaarten leiden naar een snelweg richting een universitaire titel. Het leren van een vak in de techniek behoort nauwelijks meer tot de mogelijkheden. Daarvoor kies je alleen wanneer het je ontbreekt aan het juiste intellect of de motivatie om te leren. Althans, zo lijkt de publieke perceptie. De cijfers in het vervolgonderwijs tonen het aan. De steeds maar dalende instroom van nieuwe vmbo-leerlingen in bouw- en installatietechniek is immers niet van het laatste jaar.
Dat staat in tegenstelling tot de kansen op – goed betaald! – werk in de technische beroepen. Techniek is er volop om ons heen. Nieuwe technologische innovaties vragen om technische kennis en kunde op alle opleidingsniveaus. De technische sector wordt daarbij extra geraakt door de hoge natuurlijke uitstroom. Ik maak mij oprecht zorgen. De installatie- en bouwsector ‘wennen’ er al aan dat het invullen van een vacature niet meer een kwestie van dagen is. De spreekwoordelijke visvijver raakt leeg. Wanneer het tij niet gekeerd wordt, heeft dit onherroepelijke gevolgen voor uw en onze bedrijfsvoering. Dit laten wij toch niet gebeuren? Welkom vakman of vakvrouw!

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Samenwerken en luisteren naar elkaar

Gepubliceerd op

De kracht van een vereniging zit in het samenwerken van de verschillende leden van de vereniging en partnerverenigingen. Maar hoe werk je samen wanneer iedereen zijn of haar eigen belangen verdedigt? Wie stapt er over zijn eigen schaduw en ziet het algemeen belang? In een tijd waarin het lijkt alsof iedereen voor zichzelf leeft is dit een extra uitdaging.

Het begint bij jezelf is een veel gehoord kreet. Vanuit die gedachte probeer ik zelf iedere dag tegemoet te treden, maar ook ik ervaar hoe lastig dit is. Al snel verzand je in je eigen uitdagingen, aannames en taken. Hoe weet je wat het belang van een ander is? Waar deze persoon of organisatie zich mee bezig houd? Het begint met luisteren, maar luisteren is iets anders dan horen wat er gezegd wordt. Er moet dan wel gesproken of geluisterd worden naar de vraag om informatie.

Volgens mij begint het met het luisteren naar elkaar en realiseren dat er meer gezegd wordt dan je in eerste instantie hoort. In de tegenwoordige tijd wordt er juist meer geroepen dan ooit. Sociale media zoals LinkedIn en Twitter zijn een bron van snelle informatie en geven een goed beeld van de actuele thema’s die bij leden van een vereniging spelen. Bij de Nederlandse branchevereniging voor Gebouw Automatisering zijn dat de thema’s energietransitie, duurzaamheid en cyber security. Maar het blijft de uitdaging om binnen deze thema’s de uitdagingen aan te halen waarin iedereen zich herkend.

Eigenlijk is nu de cirkel weer rond. De kracht van een vereniging zit in het samenwerken en luisteren naar elkaar en gezamenlijk de uitdagingen aan gaan die ons in de branche te wachten staan.

Over Martin Hof
Martin Hof is Senior Projectmanager Gebouw Automatisering bij de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Tapwaterbereiding steeds dominanter in energiegebruik

Gepubliceerd op

De vraag naar water wordt steeds groter, terwijl het tegelijkertijd steeds schaarser wordt. Voor warm tapwater geldt: hoe groter de vraag, hoe groter de energievraag en dus de CO2-uitstoot. Qua comfort willen we er zeker niet op achteruit gaan. Maar hoe kunnen we dan toch met een goed gevoel een warme douche nemen?
In moderne, goed geïsoleerde woningen wordt het aandeel tapwater (300 m3 gas) steeds dominanter binnen het energiegebruik in woningen. De traditionele cv-ketel levert trouw de gevraagde hoeveelheden warm water, evenals de direct en indirect gestookte boilers (resp. op gas en elektriciteit). Het kan energiezuiniger als opgewekte zonne-energie via een zonneboiler wordt gebruikt om het eigen tapwater voor te verwarmen.
De hybride verwarmingsoplossing, de standaard hr-ketel in combinatie met de warmtepomp, is een duurzaam én flexibel alternatief voor de bestaande bouw. Deze heeft geen groot voorraadvat nodig. Het tapwaterrendement van de nieuwste generatie hr-ketels is gestegen naar meer dan 90% door productinnovaties (zoals PFHRD), waardoor er efficiënt en energiezuinig tapwater bereid wordt. Kortom, gegarandeerd woongenot en comfort.
Energiebesparende maatregelen die óók inzetten op minder waterverbruik met behoud van comfort zitten in andere innovaties, zoals een douchewisselaar en recirculatiesysteem. Bij een douche met een warmteterugwinsysteem wordt het douchewater, dat nog circa 35°C is, geleid langs een warmtewisselaar. De warmte daaruit wordt overgedragen aan het koude water waardoor er minder warm water bijgemengd hoeft te worden. Het recirculatiesysteem gebruikt hetzelfde douchewater steeds opnieuw. Tijdens iedere douchebeurt wordt het warme water opgevangen én direct gefilterd. Om dit schone én relatief warme water terug op douchetemperatuur te brengen, vraagt slechts een fractie aan energie. Zonder in te leveren op comfort kan dus toch een besparing worden gerealiseerd. Zowel op het verbruik van water als op energie én CO2-uitstoot.

Henk Sijbring
Voorzitter De Nederlandse Verwarmingsindustrie i.o.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Op zoek naar personeel? Zoek anders!

Gepubliceerd op

Je weet zeker dat je iets kwijt bent maar je blijft zoeken, want heel misschien… Logisch is het niet, maar toch doe je het. Dit gevoel doet een beetje denken aan de zoektocht van veel technische installatiebedrijven naar nieuwe vakmensen. Iedereen wil die ene ervaren monteur met de juiste diploma’s die vooral direct beschikbaar is. Maar de realiteit is al lang anders. Op dit moment zijn er veel vacatures en het aantal loopt alleen maar op. In de zoektocht naar nieuwe vakmensen zijn daarom andere oplossingen nodig: diversiteit en een open deur.
In gedachten zie ik menig lezer nu instemmend knikken: klopt, niets nieuws onder de zon. Maar in vacatureteksten moeten vakmensen nog steeds aan allerlei eigenschappen voldoen die suggereren dat er geen krapte op de arbeidsmarkt is. Het is hopen met je ogen dicht. De realiteit is echt veranderd. Kijk daarom eens naar de werkverdeling in je bedrijf en de mogelijkheden van jobcarving. En stel andere vragen aan de vakmensen van morgen. Er zitten nog steeds veel goede vakmensen thuis die misschien niet over de juiste papieren beschikken maar wel jouw ideale medewerker kunnen zijn. Die niet een hokje passen omdat zij letterlijk drempels ervaren, maar wel willen leren en gemotiveerd aan de slag willen gaan. Vrouwen die een volgende stap willen zetten. Nieuwe Nederlanders die hun vakmanschap willen inzetten. Ja, het werven en begeleiden vraagt dan om extra inzet. Maar dit hoef je niet alleen te doen. OTIB helpt je graag bij het opleiden van deze werknemers en denkt ook graag met je mee over hun begeleiding.
Het is niet nieuw of baanbrekend. Het is een kwestie van andere vragen stellen: Wil je actief meewerken aan de verduurzaming van Nederland? Aan een betere toekomst voor je kinderen? Aan meer elektrische auto’s op de weg? Aan het langer thuis wonen van je opa en oma? Aan het bouwen van slimme gebouwen? Is je antwoord ‘ja’? Dan verwelkomen we je graag als toekomstige kundige vakman of vakvrouw!

Sven Asijee
Directeur OTIB

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Fl-App-drol?

Gepubliceerd op

Controles, audits, keuringen, certificering; allemaal termen van de laatste jaren, we worden er mee overspoeld. Vroeger werd een complete installatie gekeurd door een medewerker van het gas- of waterleidingbedrijf en werden op- of aanmerkingen aan je gemeld. Je zorgde dat het verholpen werd en het niet meer gebeurde. Het vervangen van een ketel werd gecontroleerd. Een stukje leiding vergeten te beugelen, een rookgasafvoer niet goed vastgezet? Je kon het verhelpen voor de goedkeuring kwam. Tegenwoordig moet dat allemaal door de bedrijven zelf gebeuren. Ik kan me daarbij niet aan de indruk onttrekken dat dit vaker niet dan wel wordt gedaan. Jammer, het zorgt voor problemen met een negatieve uitstraling naar ons vak.
Er worden steeds vaker kleine fouten gemaakt, met soms flinke gevolgen. Wat is hiervan de oorzaak? Onoplettendheid, concentratieverlies, verslapte aandacht. Misschien is de smartphone wel de oorzaak? Want een servicemonteur kan tegenwoordig geen ketelonderhoud meer uitvoeren zonder een keer gestoord te worden door een ‘pling’ of ander geluid van zijn mobieltje, wat hem gelijk naar zijn telefoon doet grijpen. Gelijk willen kijken, terwijl de meeste berichten niet eens werk gerelateerd zijn. Vaak wordt kort gereageerd en verder gegaan met het werk. Maar een kleine fout is dan snel gemaakt. In de montage is het niet anders. Lopend over bouwplaatsen zie je meer mensen met een telefoon dan met ander gereedschap in de hand. De aandacht is zo minder bij de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden. Ook dan is een foutje snel gemaakt.
Een vaak gehoord argument is dat een telefoon onmisbaar is voor het werk. In sommige gevallen kan ik mij dat voorstellen. Wellicht is het toch beter dat we een ‘App-plek’ maken – te vergelijken met een rookplek voor rokers – dan blijft de aandacht op het werk gericht en voorkomen we fouten.

Dick Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

De installateur is toch méér dan een handige Harry?

Gepubliceerd op

De installatiesector is best eens een bijzonder wereldje van tegenstellingen. Waarom? Ik zal het met een ervaring duidelijk maken.
Het is een veelgehoorde klacht dat de installateur ‘laat in plannen betrokken wordt’. In de conventionele manier van planontwikkeling, komt de installateur meestal pas aan bod bij het beantwoorden van het bestek. Deze vanuit de bouwkolom geredeneerde benadering, wordt door velen verfoeid. Het zou, zogezegd, geen ruimte bieden aan nieuwe (installatie)concepten, laat staan de mogelijkheid van een innovatieve benadering. De roep om een andere ketenpositie is dan ook regelmatig te horen. “Betrek de installateur vroeger: het levert écht voordeel op!”
Trouwe lezers weten dat ik een pleitbezorger ben van het eerder en beter gebruik maken van de kennis en kunde van de installateur. Bezie hem eens als méér dan een handige Harry. En toch, ergens begrijp ik de weerbarstigere praktijk wel.
Het verbaast mij namelijk hoe de installateur zichzelf zijn kansen ontzegt. Zo ben ik betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten. Soms fundamenteel (wetenschappelijk) onderzoek, andere keren heel praktijkgericht en concreet. Projecten waarin techniek onmiskenbaar aanwezig is en de vroegtijdige inbreng van deskundige installateurs meer dan gewenst. Bij de vraag om hieraan deel te nemen, slaat de gretige wens ‘betrek ons eerder’ snel om naar een ‘u vraagt, wij draaien’ houding. De argumenten die ik hoor variëren van geen tijd tot aan – echt waar! – geef ons eerst het bestek dan kijken wij of het te maken is. En zo onttrekt de installateur zichzelf regelmatig aan het ontwikkelproces.
Is de angst om buiten de comfortzone te stappen groter dan het lef en de ruimte om mee te denken én werken aan de antwoorden op de vragen van morgen? Gaat het om iets wel graag willen zijn, maar het eigenlijk niet echt kunnen…? Wie durft?

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Dimensioneren warmtepompen bij warmte-accumulatie

Gepubliceerd op

De warmteverliesberekening, waarschijnlijk bent u er wel mee bekend. De berekening die gebruikt wordt om het verwarmingsvermogen voor een woning of gebouw te bepalen. De meest gebruikte is een statische berekening om het vermogen te bepalen bij een buitentemperatuur van -10 °C. Maar hoe vaak komt het nu voor dat het een langere tijd -10 °C of kouder is?
In combinatie met warmtepompsystemen wordt meestal een laagtemperatuursysteem (LTV) toegepast, vaak in de vorm van vloerverwarming. Met vloerverwarming wordt ook warmte geaccumuleerd in massa (bijv. een zandcementvloer). Wanneer rekening gehouden wordt met de accumulatie (buffering) in deze massa in een dynamische berekening, kan een warmtepomp kleiner gedimensioneerd worden.
Maar hoe gaat dat in zijn werk? Wanneer het een koude winterdag is met maar één uur een temperatuur van -10°C en de rest van de dag warmer, kan er gedurende de war­mere uren warmte geaccumuleerd worden in de vloer. Wanneer de buitentemperatuur -10 °C is, zal bij slim regelen de vloer nog een hogere temperatuur hebben dan de ruimte. In deze vloer is dus nog vermogen aanwezig; vermogen dat de warmtepomp niet hoeft op te wekken.
Door het gebruik van historische weerdata en een warmteverliesberekening in combinatie met de massa die geactiveerd kan worden, kan een veel accurater vermogen voor de warmteopwekking berekend worden. Ook zal het nut van warmteaccumulatie veel beter afgespiegeld worden. Dit kan vergroot worden met bijvoorbeeld faseovergangsmaterialen (PCM’s), met minder starts en stops van de opwekking als gevolg. Het dynamisch effect van accumulatie is dus iets om rekening mee te houden bij LTV-systemen.

Tim Visser
Installatiebedrijf Visser in Twisk

[Twee generaties installateurs, vader Dick en zoon Tim Visser, schrijven om beurten een column op persoonlijke titel]

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Slapende honden

Gepubliceerd op

De provenciale verkiezingen zijn net achter de rug. Het klimaatdebat speelde dit keer een prominente rol, aangewakkerd door de vele publieke acties voor een duurzaam beleid. Het heeft dus toch zin om uw mening te uiten.
Zo gaat minister van Nieuwenhuizen de legionellawetgeving aanpassen na de recente uitzending van Zembla over dit onderwerp. Voor mij nog niet ver genoeg, maar er zit in ieder geval weer wat beweging in.
Het RIVM blijf maar stellen dat in sporthallen mensen niet ziek worden. Vreemd, ik weet zeker dat ook hier veel mensen blootstaan aan besmettingen. Nog onbegrijpelijker is het dat de GGD zegt niet bemonsteren in deze hallen. Een brief naar de minister hierover heb ik vorig jaar op verzoek van Zembla opgeschort (geen slapende honden wakker maken).
Besmettingen zijn er alom: in onze eigen ministeries en enige tijd geleden in Buckingham Palace en het Europese parlement. Hoe kan het dat daar wel monsters zijn genomen? Zijn dit prioritaire instellingen? Ik denk overigens dat bij ons koningshuis wel degelijk monsters worden genomen en dat daar preventie wordt toegepast. Meten met twee maten? Ik blijf een vinger aan de pols houden.
Zo heb ik recent ook nog klachten geuit over BRL 6010 gecertificeerde bedrijven die weer examen moeten gaan doen. Bijscholing is prima maar als je vandaag een rijbewijs haalt, hoef je volgende week toch niet opnieuw examen te doen?
En wat te denken van het feit dat in een prioritaire installatie 100 kve als gevaarlijk wordt beschouwd terwijl in een laagrisico-categorie zelfs 10.000 kve geen kwaad zou kunnen. Dit gaat er bij mij niet in! Gaat u onder de douche staan terwijl u weet dat de installatie besmet is met bijvoorbeeld 1.000 kve Sero type 1? Ik niet.

Leo Bikker
BAC (Bikker Advies & Consultancy)
mbikker@chello.nl

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Welles-nietes? Welles!

Gepubliceerd op

Wordt de warmtepomp nou goedkoper, zoals sectortafel-voorzitter Diederik Samsom wil en BDH’s Peter Wagener in het FD bevestigt? Of juist niet, zoals Remeha’s Arthur van Schayk stelt in De Volkskrant op dezelfde dag? Krijgt een warmtepomp het huis makkelijk warm bij ver onder 0 graden of nog niet eens bij +7 graden zoals het tv-programma Radar enkele weken terug meldde? Moet een gebouw eerst ‘hysterisch goed geïsoleerd zijn’ – Samsom bij Pauw – of moet je juist als eerste een hybride warmtepomp kopen, zoals Jan-Maarten Elias aanbeveelt (v/h Unica Energy Solutions)? Zo maar wat voorbeelden in de media de afgelopen periode, waarmee ik maar wil zeggen dat we geen rechtse en linkse politieke partijen nodig hebben om verwarring te zaaien!
In tijden van transitie wordt de vakman – zoals ú – een opinieleider. En een vakblad – zoals dit – een opinieblad. Het is dus belangrijk dat wij ambassadeurs zijn met een vergelijkbaar verhaal. Het Nederlandse vastgoed is prima te segmenteren in enkele basisconcepten voor duurzame verwarming. Voor woningen is dat bijvoorbeeld prima gedaan door Milieu Centraal. Voor de puntjes op de i en voor écht maatwerk voor die monumentale villa moet men bij de vakman of -vrouw zijn. Alweer u dus!
U speelt (dus) een hoofdrol in de energietransitie. In het installeren van een goed en duurzaam klimaatsysteem. Maar het begínt met u aan de spreekwoordelijke keukentafel. De warmtepomp-sector bij monde van de leveranciers- en installateursverenigingen willen en zullen u graag helpen met uw verhaal. Vind ons!

Frank Agterberg
Dutch Heat Pump Association, DHPA

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Bevlogenheid

Gepubliceerd op

Jongeren maken zich druk over het klimaat. En terecht, want zij hebben straks te maken met de gevolgen van ons gedrag. Het is tijd voor meer dan woorden, zo is hun oproep. En die bevlogenheid werkt inspirerend.
Het begon met het protest van de Zweedse scholiere Greta Thunberg. Zij wil dat politici echt aan de slag gaan met haar toekomst en dus met het klimaat. Greta werd een rolmodel voor vele jongeren. Duizenden protesterende leerlingen in Australië, de spijbeldonderdag van 12.500 scholieren in Brussel en het protest van de Nederlandse jongeren op het Malieveld. Greta ging nog een stapje verder. Zij betrad het pluche van de Klimaattop en sprak de aanwezigen nuchter maar met urgentie toe. Ze was aanwezig in het Europees Parlement met dezelfde boodschap: “Jullie hebben het alleen maar over vooruitgang, met dezelfde slechte ideeën die ons in deze puinhoop hebben doen belanden.” Het zet je aan het denken.
Op de vraag of wij het beter hebben dan onze grootouders, luidt het antwoord vaak ‘ja’. Maar op de vraag of onze kleinkinderen het beter zullen hebben dan wij, antwoorden we vaak vertwijfeld ‘nee’. Hier ligt dus een opdracht voor onze generatie! We moeten aan de slag. En niet alleen de politiek is aan zet. Als technieksector zijn u en ik in staat om de toekomst van deze jongeren echt positief te beïnvloeden. We kunnen de verduurzaming sneller dichterbij brengen. We hebben de sleutel in handen om het verschil te maken. En dit moeten we vooral ook met de jongeren zelf doen. De opdracht is helder. De complexiteit ook. Maar meer dan ooit kunnen we het!
En als u me het eerlijk vraagt… als ik jongere was zou ik ook naar het Malieveld zijn gegaan. En ik hoop dat u dan naast mij zou hebben gestaan!

Sven Asijee
Directeur OTIB

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Het ‘ik-kan-alles’ syndroom

Gepubliceerd op

Hoe vaak zegt u: nee? Eerlijk zeggen, ongeacht de situatie? Uit onderzoek blijkt dat veel mensen dit moeilijk vinden. Nee is een antwoord, waarmee je de ander of jezelf teleurstelt. Ook in de bouw- en installatiesector zie ik dit fenomeen. U kent namelijk ook vast van die alleskunners. Van die allround professionals.
Op de weg zie ik regelmatig de bouw- en installatiebussen rijden met de typisch herkenbare belettering aan de zij- en achterkant. Een opsomming van alle specialismen die men aanbiedt. En soms – om écht compleet te zijn – aangevuld met een extra sticker ‘…ook voor..’. Op basis hiervan denk ik dat veel bouw- en installatiebedrijven lijden aan het ‘ik-kan-alles-syndroom’. Ik geloof niet in die alleskunners die zich vervolgens ook nog eens presenteren als een specialist. Je bent breed en oppervlakkig of smal en specialistisch.
Ik denk bij zoiets direct aan het tv-programma ‘Oorlog in de keuken’. Een restauranteigenaar in zak en as wordt geholpen door een ervaren rot in het vak. Wat is – naast personele perikelen – het eerste wat gebeurt? Juist…. De menukaart wordt danig ingekort. Er wordt focus gebracht in de dienstverlening. Vaak eenvoudiger en met veel betere kwaliteit. De chefkok ontvangt meestal stevige kritieken wanneer hij focus brengt in kaart en keuken. Maar, zodra het stof is neergedaald, leidt die focus meermaals tot mooie (financiële) resultaten.
Het is goed om sterke eigenschappen in kennis en kunde extra te benadrukken. Blijf daarin wel realistisch in wie je écht bent (met wat je kunt) en wie je graag wilt zijn. Beantwoord zelf eens twee basisvragen: wie is je doelgroep en wat is je specialiteit? Kies en wordt gekozen. Ik begrijp best dat kiezen kiespijn oplevert. Maar onthoud: ook ‘nee’ is een geaccepteerd antwoord.

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Luistervink

Gepubliceerd op

In een ver verleden was ik opzichter bij een waterleidingbedrijf. Ik heb destijds samengewerkt met een wel heel bijzondere fitter: Arie de Jong.
Arie had een uitvinding gedaan om lekkages in waterleidingen op te sporen. Een mooi en nuttig initiatief, want dergelijke lekkages zorgen niet alleen voor waterverlies maar kunnen ook leiden tot besmettingen.
Arie had op een metalen staaf en een speaker geplaatst van een, nu ouderwetse, telefoon. Hij maakte kleine gaatjes in asfalt of berm en ‘prikte’ vervolgens de ondergelegen waterleidingbuizen aan. Daarna luisterde hij of hij geruis hoorde. Soms ging hij daarvoor best ver. Hij legde doodleuk het verkeer ter plaatse stil door een hek op de weg te plaatsen. Zo kon hij beter ‘uitluisteren’.

Arie was met deze uitvinding zijn tijd ver vooruit. Het was in die dagen nog bijzonder moeilijk om de exacte plaats van een lekkage te bepalen. Tegenwoordig is dat wel anders met alle elektronische lekzoekapparatuur die hiervoor beschikbaar is.
Eén van de dijken die Arie onderzocht, was treffend genoeg de Lekdijk langs de Lek. Deze dijk bestaat feitelijk uit meerdere dijken. In deze dijken lagen gietijzeren hoofdwaterleidingen. De dijken ‘wandelden’ soms; ze waren in beweging, maar de leidingverbindingen konden dat niet aan. Die waren gemaakt van lood en striktouw; zo ging dat vroeger: lood en touw inkloppen met een speciale hamer.

U begrijpt het: Arie was een man met een speciale toewijding voor zijn werk. Mede door zijn expertise en – niet te vergeten – zijn uitstekende gehoor wist hij destijds veel onnodig graafwerk te voorkomen. Juist dit soort mannen helpen het vakgebied weer een beetje vooruit.

Leo Bikker
BAC (Bikker Advies & Consultancy)
mbikker@chello.nl

Cursussen en Workshops

  • Geen evenementen

Slim installeren is digitalisering omarmen!

Gepubliceerd op

‘Slim installeren’, het klinkt heel vanzelfsprekend maar is het dat ook? We gaan er tegenwoordig gemakshalve vanuit dat alles slim is uitgewerkt. Toch blijkt er in de praktijk nog, op diverse fronten, winst te behalen.
Als het gaat om slimme apparaten dan is de algemene verwachting ook dat deze veilig zijn. Maar een ‘verplichte apk’ voor een verwarmingsinstallatie is er bijvoorbeeld niet. Er is dus ook geen landelijke database waarin alle verwarmingstoestellen geregistreerd staan. Maar wat als die database er wel zou zijn? Dan wordt het mogelijk kwaliteitscontroles uit te voeren, te voldoen aan onderhoudscycli, energiegebruik te monitoren, updates door te voeren en daar waar nodig ‘product recalls’ te doen.
De verwarmingstoestellen van nu zijn in staat om op afstand een onderhoudsindicatie af te geven en via een zelfdiagnose de onderhoudstijd te versnellen en te verkorten. De installateur, die toegang heeft tot deze informatie, weet vooraf welke onderhoudswerkzaamheden er uitgevoerd moeten worden én weet dus ook welke vervangende onderdelen hij daarbij nodig heeft. De installateur kan dus slim en efficiënt gebruik maken van de input die een verwarmingsinstallatie genereert. Uiteraard zal de klant toestemming moeten geven op het delen van onderhoudsinformatie- en storingsmeldingen, maar als dit cyber secured én volgens de AVG-wetgeving gerealiseerd kan worden dan is slim én veilig van grote meerwaarde.
Naast onderhoud en beheer op afstand, worden tijdens het installatieproces ook diverse slimmigheden doorgevoerd. Door steeds meer gebruik te maken van slimme digitaal programmeerbare componenten kan het daadwerkelijk installeren, instellen en inregelen sneller en efficiënter. Ook monitoren van het energiegebruik staat hoog op de agenda en zou middels een centrale database kunnen worden gebruikt voor advisering van eigenaren en geanonimiseerd worden gebruikt voor het rapporteren van landelijke energiegebruik en CO2-uitstoot.

Henk Sijbring
Voorzitter De Nederlandse Verwarmingsindustrie i.o.

Robotisering in de techniek

Gepubliceerd op

Onlangs verscheen het boek Human + machine waarin Paul Daugherty en Jim Wilson de impact van robotisering en kunstmatige intelligentie schetsen. Het boek opent je ogen voor de kansen en uitdagingen van de toekomst. Meer dan 90% van het werk zal op de een of andere manier door kunstmatige intelligentie veranderen. En 15 tot 20% van het werk zal straks volledig zijn geautomatiseerd. Het World Economic Forum voegt hieraan toe dat kunstmatige intelligentie in 2025 75 miljoen banen doet verdwijnen, maar ook 133 miljoen banen creëert.

Wat zeggen deze cijfers voor jou? Waar sta jij als werknemer? Wat doe je als werkgever? Het is moeilijk om op toekomstvragen precieze antwoorden te geven. Maar zeker is dat het gaat om kansen pakken. Met kunstmatige intelligentie ontstaan nieuwe werkvormen en businessmodellen. Deze bieden kansen die je moet zien te verzilveren. Voor de branche betekent dit individueel én samen investeren in scholing. Van álle medewerkers. Want de komende jaren zal elke dag voor elke werknemer veranderingen brengen. Slimme marktoplossingen zullen vragen om andere ontwerpen, andere onderhoudsvormen en andere begeleiding. Maar ook om andere interne bedrijfsprocessen. Deze veranderingen zijn geen bedreiging, maar vragen wel om actie: een leven lang ontwikkelen! Hiermee sta je open voor nieuwe manieren van werken, maar heb je ook een open vizier naar de toekomst, de bereidheid om te (blijven) bewegen en een goede basis om van je werk te genieten.
Best lastig voor een MKB-bedrijf dat op zoek is naar vakmensen die de bestaande werkvoorraad moeten oppakken of dat middenin de energietransitie staat. Begrijpelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat de impact van kunstmatige intelligentie en robotisering niet iets is van de toekomst, maar gisteren al is gestart. Trek de toekomst daarom dichter naar je toe en ga actief met een leven lang ontwikkelen aan de slag. Ik weet zeker dat OTIB je hierbij goed kan helpen!

Sven Asijee
Directeur OTIB

Samen werken of samenwerken?

Gepubliceerd op

“We moeten meer en beter met elkaar samenwerken” wordt vaak gezgd. Maar wat betekent ‘samenwerken’? Volgens Van Dale: ‘met verenigde krachten werken, gemeenschappelijk aan eenzelfde taak werken.

Ik betrek dit eens op de wereld van gebouwbeheersystemen (GBS). GBS wordt volgens mij toegepast om optimale functionaliteiten te leveren aan de gebruiker: technische integraties moet méér brengen dan de autonoom werkende oplossing. Dit betekent dat de slimme integratie van technieken en diensten ondersteunend zijn aan functionele doelstelling(en). Juist dit maakt GBS kennisintensief en anders dan conventionele installatietechniek. Vanuit de techniek gezien ‘knoopt’ de branche nu alles probleemloos aan elkaar. Aanbieders roepen om het hardst dat het goed integreren (= vorm van samenwerken!) van een scala aan techniek geen onderwerp van discussie meer is. Althans, dat is het algemene beeld. De harde praktijk is anders. Gebruikers ervaren toegezegde functionaliteiten nog niet als probleemloos werkend. Kortom, systeemintegratie betekent nog niet dat er (optimaal) samengewerkt wordt.
GBS overstijgt techniek en vraagt om omvangrijke kennis en specialistische deskundigheid van álle betrokken partijen, inclusief klant. Functionerende GBS eist vergaande integrale samenwerking ook op procesniveau. In een GBS-project heeft iedere partij een belang en belangeloos samenwerken bestaat niet. Een integrale benadering van het gezamenlijke belang wordt zo structureel onderschat.
Van samen werken, samenwerken maken. Kan dat? Ik denk van wel. Mits er bij álle partijen duidelijkheid is over de onderlinge complementaire verhoudingen en er een helder gezamenlijk belang is geformuleerd, onder realistische condities. Het vraagt een andere manier van denken, organiseren en doen. Gaan we als vastgoed-, bouw- en installatiebranche ook zó samenwerken?

Maarten van der Boon
maarten@novitek.nl
Vanuit zijn bedrijf Novitek helpt Maarten
technische bedrijven in organisatie­-
strategie, innovatie en communicatie.

Wat zit erachter?

Gepubliceerd op

Uit ervaring weten we dat er na, zeg 15 jaar, in een bestaand gebouw verbazingwekkend weinig kennis meer is van de technische installaties, om over de schachtinvullingen maar helemaal niet te spreken. Na oplevering van gebouwen verdwijnen technische tekeningen ‘als sneeuw voor de zon’. En mocht een gebouw één of meerdere keren van eigenaar veranderen, dan is de ramp al helemaal niet te overzien. Kortom, niemand weet na een aantal jaren nog iets van de technische invulling van een gebouw, afgezien het zichtbare. En ja, er zijn altijd uitzonderingen.

De installateur weet dus vaak niet waar hij aan gaat werken, als hij bijvoorbeeld in een appartementengebouw een nieuw cv-toestel moet gaan plaatsen. Het eerste wat hij moet uitzoeken is wat er achter de wand zit? Welk rookgasafvoersysteem is toegepast en wat betekent dit voor de renovatie van ervan in combinatie met een cv-toestelvervanging. Kan hij dat zelf of moet hij hiervoor een specialist inschakelen?

Wat hem zou kunnen helpen is een ‘schoorsteenaansluitplaat’ op of nabij de aansluiting in de wand (zie voorbeeld hiernaast). Een eerste indicatie voor zowel de installateur (bij vervanging) als de servicemonteur van wat hij zoal kan tegenkomen tijdens zijn werkzaamheden. De meest essentiële informatie zou hierop moeten zijn aangegeven.

De productmarkering of ‘designation string’ (de belangrijkste kenmerken) van het afvoersysteem zou hiervan in ieder geval onderdeel moeten zijn, evenals het jaar van installatie en de maximale levensduur van het systeem. Zo is simpel na te gaan is of en voor hoelang het systeem nog bruikbaar is. En aan welke eigenschappen het nieuw aan te sluiten cv-toestel moet voldoen.

Deze en andere gedachten zijn op ook al vormgegeven in het onlangs ontwikkelde document ‘Het nieuwe CLV-systeem’ (Hfst. 7) waarin alle kwaliteitseisen voor het installeren rookgasafvoersystemen voor modernste (C10) cv-ketels zijn samengebracht. Ook in Europa wordt er sterk over nagedacht om dit in nieuwe regelgeving in te bedden. En waarom zouden we die stap niet nu al nemen in Nederland.

Aan Rogafa zal het niet liggen. Op deze manier weten we altijd wat er achter de schachtwand aanwezig is en kunnen we niet meer onbedoeld verr(g)ast worden.

Jan Mondria, directeur Breman Schoorsteentechniek BV

Namens de vereniging van Nederlandse Fabrieken

van Gasafvoerleidingsystemen ROGAFA

Een beetje optimisme mag best

Gepubliceerd op

Investeren in hernieuwbare energie en energiebesparing levert banen op. Volgens het CBS steeg het aantal voltijdbanen in de energiesector tussen 2008 en 2017 met ruim de helft, van 35.000 naar 54.000. En in 2018 blijkt deze trend zich versneld voort te zetten. De verduurzaming van de samenleving staat hoog op de maatschappelijke agenda. Het is aan de installatiebranche om zo’n samenleving mogelijk te maken. Daarvoor zijn veel vakmensen nodig.
Goed nieuws voor de branche!, zou je dus zeggen. Maar er is eerder sprake van paniek. Krapte op de arbeidsmarkt. Vacatures die niet ingevuld worden. Technische bedrijven die niet de juiste mensen kunnen vinden.
Maar ik zie ook mooie initiatieven in de regio. Want met de inzet op vergroenen en verduurzamen hebben we als branche een prachtige rol. We zijn de branche waar je bij wilt horen als je het verschil wilt maken, met de nieuwste technieken wilt werken en zeker wilt zijn van een baan met een missie. We kunnen onszelf de put in praten. Maar we kunnen evengoed – en zelfs veel beter – potentiële nieuwe vakmensen verleiden om de stap naar de branche te maken en er daarmee voor te zorgen dat we deze wereld beter achterlaten voor onze kinderen. We zijn een branche met trots. En een branche die open staat voor iedereen, ook als je nog weinig van techniek weet.
Ik zie dat deze aanpak werkt. Steeds meer mensen uit allerlei niet-technische sectoren kiezen inmiddels voor een toekomst in de installatiebranche. Zij slaan een nieuwe weg in. Zij werken aan nieuw vakmanschap. Zij horen bij ons!
Zorgen zij hiermee voor voldoende instroom in de branche? Nee, met de mooie uitdagingen voor de boeg kunnen we altijd nog meer vakmensen gebruiken. Maar een beetje optimisme mag wel. Want de vakmensen van de branche zijn de sleutel naar de toekomst. Wie wil daar niet bij horen?

Sven Asijee
Directeur OTIB

Hoe gaat u hét verschil met uw concurrent maken?

Gepubliceerd op

Tijdens een presentatie stelde ik de luisteraars eens de vraag: “Weet iemand wanneer de eerste iPhone werd geïntroduceerd?” Niemand antwoordde. Herinnert u het zich nog? Een regelrechte hit werd het. Een wereldwijde gamechanger op gebied van (mobiele) communicatie. Inmiddels, bijna 12 jaar verder, heeft de smartphone een onmisbare plaats in ons leven gekregen. Vanuit onze handpalm staan wij 24/7 in tekst, beeld en geluid in verbinding met de hele wereld. Voor mij een mooi voorbeeld van innovatie.
Innovatie vindt plaats in verschillende vormen. Voor elke vorm geldt: het draait om het op een andere manier inzetten van wat er nu is. Om zo nieuwe, slimmere of handigere toepassingen te krijgen. Soms ter verbetering van het bestaande en andere keren is de innovatie een gamechanger. Er ontstaat dan een hele nieuwe kijk op zaken en daardoor een nieuwe markt.
De bouw- en installatiesector zijn aan het veranderen. Veroorzaakt door de vier grote ontwikkelingen in nano-, bio-, data- en cognitieve (gedragsbeïnvloedende) technologie. Ik ben ervan overtuigd dat deze vier ontwikkelingen de bouw- en installatiesector gaan raken. De komende jaren gaan we zien waarin en hoe. Maar dat het speelveld van bouwen, installeren en techniek gaat veranderen, staat voor mij als een paal boven water. Er is maar één antwoord hoe hiermee om te gaan: innoveren. In producten, diensten en processen. Maar ook in uw manier van denken.
De introductie van de eerste generatie iPhone in Nederland was om precies te zijn: 26 juni 2007. Wat gaat uw ‘iPhone’ worden? Waarin, waarmee of waarop gaat u hét verschil met uw concurrent maken? Innovatief ondernemen start met het anders kijken naar en dwarsdenken over de praktijk. Creatief aan de slag met de vraagstukken (behoefte) van nu. Gericht op het leveren van het antwoord (aanbod) van nu én morgen.

Duurzaam verwarmen én geld besparen in de winter?

Gepubliceerd op

Tijdens de kortere en koude winterdagen brengen we meer tijd binnen door, houden we de ramen dicht en zetten we de verwarming hoger. Hoe houden we onze huizen gedurende de winter prettig warm en tegelijkertijd energie-efficiënt?

Comfortdouches of recyledouches?

Gepubliceerd op

We willen comfort, maar ook duurzaamheid. Dat leidt tot tegenstrijdige situaties, bijvoorbeeld in de badkamer. Zijn rainshowers en recycledouches wel met elkaar te verenigen? IZ voelde Walter van de Schee, Concept Developer bij Croonwolter&Dros erover aan de tand.

Van der Schee verzorgde eigen tijd geleden tijdens het Nationaal Congres Sanitaire Technieken van de TVVL een lezing over recycledouches. Volgens hem is er een grote toekomst weggelegd voor deze milieuvriendelijke oplossing. Zowel in de bestaande bouw als nieuwbouw.

Maar op een gemiddelde beurs zie je meer comfortdouches gevoed met warmtapwater dan recycledouches. En die comfortdouches, we weten het allemaal, zijn grootgebruikers als het op drink- en warmtapwater aankomt. Hoe verklaart u dat?
“Fabrikanten en installateurs spelen in op de wensen van de consument. In de persoonlijke sfeer zien we dat mensen uiteindelijk toch vaak comfort laten prevaleren boven milieu.”

Is het waterprobleem waar bepaalde deskundigen over spreken wel echt zo nijpend?
“Kijk alleen al naar de hitte van de afgelopen zomer. Op een gegeven moment is er zelfs een sproeiverbod ingesteld. De wereldbevolking groeit en watertransport en -behandeling kosten bovendien energie, ja we moeten zuinig omgaan met ons drinkwater.”

Welke besparing op het watergebruik valt er met recycledouches te realiseren?
“Per dag gebruiken we ongeveer 49,2 liter aan water om te douchen. Dat is circa 41% van ons totale dagelijkse watergebruik. Met een comfortdouche gebruik je al snel 7,5 liter warmtapwater per minuut, vervang je die door een recirculatiedouche, dan zit je op de helft. Tel uit je winst. Bovendien pak je zo een groot energielek aan.”

Hoe bedoelt u?
“Onze woningen worden steeds beter geïsoleerd, daardoor neemt de warmtevraag voor ruimteverwarming af. Als je de warmtevraag voor de productie van warmtapwater niet tegelijkertijd aanpakt, laat je een grote kans om te besparen en te verduurzamen liggen. Daarnaast zijn waterbesparende douche-oplossingen makkelijker te combineren met duurzame verwarmingssystemen, zoals de warmtepomp. Met een warmtepomp heb je namelijk niet het gemak van een doorstroomtoestel. Met een grote warmtapwater vraag, zoals bij rainshowers, moet je al snel grote voorraadvaten gaan plaatsen.”

De recycledouche biedt dus veel voordelen, maar ja, wil de consument er wel aan? Tijdens presentaties hoor je soms mensen zeggen dat ze het een vies idee vinden om te douchen met gebruikt water…
“Maar ze hebben er geen probleem mee om in een whirlpool te gaan zitten en daar wordt ook water gecirculeerd. Voorafgaand aan mijn presentatie heb ik twee willekeurige recycledouches onder de loep genomen. In beide gevallen had de fabrikant uitgebreide voorzorgsmaatregelen getroffen om de hygiëne te waarborgen, zoals het gebruik van filters en UV-lampen om micro-organismes te doden. Bovendien wordt na afloop van een douchebeurt het reservoir waaraan het water wordt onttrokken geleegd.”

Wat komt er allemaal bij kijken om een recirculatiedouche goed te installeren en te onderhouden?
“Recirculatiedouches worden op de standaard manier aangesloten. Als installateur moet je wel rekening houden met extra ruimtebeslag, vanwege de UV-lamp, pomp en dergelijke. De recycledouches zijn eenvoudig te onderhouden. Na een x aantal douchebeurten moet je met een schoonmaaktablet of speciale vloeistof de installatie reinigen. En indien nodig het filter schoonmaken.”
Is het pleit dan beslecht; gaan we in de toekomst massaal aan de recirculatiedouche?
“Er is zowel plek voor rainshowers als recirculatiedouches. In de bestaande bouw zullen we nog lange tijd gebruik maken van cv-ketels, waar je relatief makkelijk een rainshower mee kan combineren. In de nieuwbouw zal men sneller geneigd zijn al direct een duurzame oplossing te installeren, dus een recycledouche.”

Tot slot: welke andere methodes zijn er nog om het watergebruik verder terug te dringen?
“Je kan inzetten op gedragsverandering; dus mensen oproepen om korter te gaan douchen. Daarnaast worden er technieken ontwikkeld om het spoelvolume van het closet te reduceren. Ook kunnen we meer en meer kranen gaan voorzien van volumestroombegrenzers. En ik zou installateurs willen oproepen om alert te blijven op een te hoge voordruk bij tappunten. Als je die tegengaat of oplost, lever je ook weer een bijdrage aan het verder terugdringen van watergebruik.”