Gemiddelde leestijd voor dit bericht is 184 seconden

Volgens een rapport van twee onderzoeksbureaus kan een vijfde van de half miljoen MBO-scholieren meteen een werkloosheidsuitkering aanvragen na de diploma-uitreiking. Een nog grotere groep kan misschien tien tot vijftien jaar werken, maar zal daarna plaats moeten maken voor een robot. De Intelligence Group en Arbeidsmarktkansen.nl namen alle 455 middelbare beroepsopleidingen en de kansen op de arbeidsmarkt onder de loep. De vraag is: hoe zit het met de installatiesector? De banen liggen nu wel voor het oprapen, maar hoe ontwikkelt de arbeidsmarkt zich op de langere termijn? Installatienet sprak met Doekle Terpstra, voorman van Uneto-VNI over zijn visie op de toekomst.

Gevarenzone
Opleidingen en beroepen die in de gevarenzone verkeren zijn bijvoorbeeld human resource management, bedrijfsadministratie, acteur en zelfs ict-beheerder en gamedeveloper. Wat die laatste twee beroepen betreft is er vooral vraag naar HBO+ specialisten, aldus beide onderzoeksbureaus.

Banen verdwijnen
Door de jaren heen hebben we verschillende geluiden gehoord over de werkgelegenheid in de branche. Sommige deskundigen zien een tijdelijke hausse aan werk, maar op de lange termijn zal het aantal banen slinken. Zo liet ABN-Amro vorig jaar bij de toelichting op haar trendrapportage voor de bouw en installatiebranche op Building Holland nog weten dat er naar haar inschatting binnen 5 tot 10 jaar banen gaan verdwijnen door digitalisering.

Gigantische opgave
Volgens Doekle Terpstra “wijst er niets op die richting. Dit is de sector van de toekomst. We staan voor een gigantische maatschappelijke opgave om de gebouwvoorraad te verduurzamen. Jongeren die nu voor een technische dienstverlening kiezen, hebben per definitie een baangarantie.”

Binnen- en buitenkant gebouw
Ja, geeft Terpstra toe, in de nieuwbouw zou het plaatje er weleens minder gunstig uit kunnen zien over een aantal jaar. Althans voor de bouwkundige disciplines en in mindere mate voor de installatietechniek. “ Prefabricage en robotisering zullen hun impact gaan hebben maar dit leidt niet tot verlies aan werkgelegenheid. Er komt namelijk alleen maar werk bij. Het aandeel installaties in gebouwen neemt toe, al die systemen moeten worden beheerd en onderhouden en daarvoor zijn vakmensen nodig. Ook komen er nieuwe werkzaamheden en disciplines bij, denk aan de installatie en het onderhoud van laadpalen voor elektrische auto’s, energiemanagement en -monitoring en data-analyse. De rol van de installateur wordt alleen maar belangrijker; al vanaf de ontwerpfase. Bovendien zijn we nu met een aantal partijen, waaronder het Ministerie van Economische Zaken, bezig een Green Deal af te sluiten, die een impuls voor energiebesparing in de gebouwde omgeving oplevert. Meer werk aan de winkel dus.” Terpstra verwacht dat de deal binnen enkele maanden rond zal zijn.

“Robotisering een zegen”
De installatiesector blijft dus buiten schot, meent de voorman van Uneto-VNI. Nu en op de lange termijn. “Het is niet zoals in de financiële sector dat banen worden weg geautomatiseerd. Sterker nog, met ons enorme gebrek aan vakmensen denk ik juist dat robotisering een zegen kan zijn.” Het betekent dat we meer ruimte krijgen voor hoogwaardige dienstverlening, bijvoorbeeld als regisseur van de energietransitie. Dankzij digitalisering kunnen we waarde toevoegen met bijvoorbeeld het analyseren van data en dienstverlening rond energiemanagement. Het zal een uitdaging zijn om in te spelen op de veranderende verhoudingen die daaruit voortkomen. Het werk zal verschuiven, er ontstaan nieuwe functies, zoals die van BIM-modelleur.”

Af van “diploma-maatschappij”
Uneto-VNI hamert daarom op het belang van opleiden. “De wereld verandert, om het tempo te kunnen bijbenen, moeten we allemaal een leven lang blijven leren. We hebben een diploma-maatschappij en dat doet geen recht aan alle kennis die op andere manieren wordt opgedaan. Bijvoorbeeld op werkplekken of via informele contacten. Naar mijn idee zouden vakmensen zich via deelcertificaten verder moeten kunnen ontwikkelen. In overleg met het onderwijsveld, en met name het mbo geven we dit de komende tijd verder vorm.”