“Het Klimaatakkoord in de huidige vorm is gebaseerd op aannames die niet de toetsing der waarheid kunnen doorstaan”, betoogt Roland van der Klauw. De directeur van verduurzamingsspecialist Wocozon waarschuwt voor de gevolgen. “Met name de installateur van pv-panelengaat een periode van grote onzekerheid tegemoet en zal passende maatregelen moeten nemen om zijn bedrijfsvoering op peil te houden.”

In de zomer 2018 wordt het beleid voor de energietransitie vormgegeven. Resultaat zou moeten zijn dat de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 behaald gaan worden. Maar door vakkundig lobbywerk van vertegenwoordigers van de energiesector zijn er 5 energietransitie mythes gelanceerd waarop het beleid nu wordt gebaseerd:
-Mythe 1: Zonnepanelen zijn alleen geschikt voor koopwoningen.
-Mythe 2: Hervorming saldering heeft geen invloed op het aantal zonnepanelen per woning.
-Mythe 3: Verlaging energiebelasting op stroom en verhoging energiebelasting op gas (de z.g. energiebelastingschuif) draagt bij aan de klimaatdoelstellingen.
-Mythe 4: De uitrol van de slimme meter draagt bij aan de klimaatdoelstellingen.
-Mythe 5: Er moet nieuwe technologie en meer geld komen om de klimaatdoelstellingen te behalen.

Mythe 1
Zonnepanelen zijn alleen geschikt voor bedrijven en koopwoningen, dus er wordt een regeling gemaakt voor bewoner-eigenaren.

“Flauwekul”, zegt Van der Klauw. “De grond in Nederland is schaars. Daarom zal het volledige potentieel aan dakoppervlakte benut moeten worden voor duurzame opwekking van energie. Dus de daken van bedrijven, koopwoningen en dus ook die van huurwoningen. Begin 2018 heeft naar schatting 7% van de koopwoningen zonnepanelen en 2% van de huurwoningen. Volgens de laatste kabinetsbrief die naar de kamer is gestuurd, zal er nu een beleid worden gemaakt dat gebaseerd is op 7 jaar terugverdientijd voor koopwoningen. Dit terwijl een derde van de Nederlandse bevolking in een (sociale) huurwoning woont. Als je een huurder zou vragen om akkoord te gaan met zonnepanelen, risico’s te nemen en pas over 7 jaar daarvan te profiteren, dan zal je als antwoord krijgen dat hij dan over 7 jaar wel ziet of hij er nog woont. Ook mensen die geen geld hebben om te kopen of om een lening af te sluiten zullen, ook in een koopwoning, zonnepanelen kunnen gaan huren. In de huursector wordt nu gewerkt met terugverdientijden van 15-20 jaar om huurders direct vanaf het eerste jaar een substantieel voordeel te kunnen geven, dus daar hoort ook een investeringszekerheid van 15-20 jaar bij.”
Conclusie van Van der Klauw: “De huidige salderingswetgeving geeft een gelijk voordeel voor kopers en huurders. De (eventuele) nieuwe regeling moet ook in de praktijk voor de bewoners van de 2,4 miljoen sociale huurwoningen, die de besparing op energiekosten het meest nodig hebben, bruikbaar zijn. Dat betekent dat vanaf jaar 1 er al voordeel voor een huurder moet zijn en dat een(eventuele) nieuwe regeling gedurende de gehele investeringsperiode van ruim 15 jaar intact moet blijven en gegarandeerd een bepaald voordeel zal moeten blijven bieden voor huurders.”

Mythe 2
Hervorming saldering heeft geen invloed op het aantal zonnepanelen per woning.

“Integendeel,” betoogt Van der Klauw, “de nu voorgestelde hervormingsregeling zal een daling laten zien van 60% van de potentie. Het gemiddelde stroomgebruik in Nederland ligt ongeveer op 3.300 kWh op jaarbasis. Wil je ongeveer 90% van het eigen gebruik opwekken dan heb je ongeveer 10 zonnepanelen nodig. Van de opwekking wordt dan 30% direct gebruikt en wordt 70% tijdelijk terug geleverd aan het net. Als het winter is of avond dan wordt de ‘eigen stroom’ weer van het net gehaald. Dat kan nu met de huidige simpele en eerlijke salderingsregeling. Met wat gedragsverandering (wassen en koffiezetten als de zon schijnt), kan het percentage “direct gebruik” omhoog naar maximaal 40%. Als de nu voorgestelde regeling ingevoerd gaat worden (dat zonnepanelen in 7 jaar terugverdiend moeten zijn en er daarna geen voordeel meer is voor terug geleverde stroom) dan zal een calculerende burger een eenvoudig sommetje gaan maken. 40% van de panelen houdt voordeel, dus dat zijn vier zonnepanelen. Voor de andere zes zonnepanelen geldt, dat als je nu investeert, dat geld in 7 jaar terugverdient dus netto quitte draait en er daarna geen voordeel meer is. Dus is het financieel gezien zinloos om er meer dan 4 aan te schaffen. Des te meer omdat met de invoering van de slimme meter ook de weg wordt vrij gemaakt (al in 2023) voor de energiebedrijven om dynamische stroomtarieven in te gaan voeren (zie mythe 4).”
Van der Klauw concludeert: “Een goed calculerende burger schaft maar vier zonnepanelen aan en 60% van de dakpotentie wordt door deze nu uit te werken regeling nooit meer benut. En dan krijg je precies wat er nu al gebeurt bij nieuwbouw, zijnde de drie excuuspaneeltjes per woning om de energie index te halen.”

Mythe 3
Verlaging energiebelasting op stroom en verhoging energiebelasting op gas draagt bij aan de klimaatdoelstellingen.

Van der Klauw vindt het energetisch vele malen verstandiger om warmte op te wekken met (aard- of waterstof) gas dan met elektra die nu nog meestal eerst genereerd wordt in een (gas) gestookte energiecentrale. “Wil je voorkomen dat de totale energiebehoefte (in joules), door de substitutie van warmteopwekking middels gas door stroom, gaat stijgen, dan is een verlaging van de energiebelasting op stroom juist onwenselijk.”
Zijn conclusie:
-Verhoog de energiebelasting op gas, dat stimuleert isoleren en duurzame warmteopwekking middels zonnecollectoren
-Verhoog ook de energiebelasting op stroom. Dat stimuleert duurzame opwekking van hernieuwbare energie middels zonnepanelen. Maar doe het met mate om elektrisch rijden en de inzet van efficiënte warmtepompen niet te frustreren.
-Bevries of verlaag de maximumprijs van de levering van warmte op (werkelijk) duurzame warmtenetten.
“Niet leuk voor de energiebedrijven, wel goed voor de energietransitie.”

Mythe 4
De uitrol van de slimme meter draagt bij aan de klimaatdoelstellingen.

“Laten we elkaar niet gek maken”, zegt Van der Klauw. “De ‘geslaagde’ framing van de lobbyisten is dat de invoering van de slimme meter, consumenten meer bewust zou maken van hun energieconsumptie dan bij een draaischijf meter. Inmiddels is duidelijk dat de slimme meter een vrijwel verwaarloosbaar effect op het energiebewustzijn van de gemiddelde bewoner. Waarom moet die slimme meter dan toch ingevoerd worden? De werkelijk reden is dat de slimme meter nodig is voor de energiebedrijven om (al vanaf 2023) dynamische (stroom)tarieven in te kunnen voeren. De meter is zo ontworpen dat hij elk uur en zelfs elke 15 minuten kan meten hoeveel iemand op dat moment gebruikt en dat ook kan registreren. Dat betekent dat als de vraag groot is, de tarieven voor stroom omhoog gaan en als het aanbod hoog is de prijzen naar beneden gaan.”
Conclusie van Van der Klauw: “Gevolg is dus, dat wanneer er een groot aanbod is van wind en zonne-energie, de prijs zal dalen tot nul of zelfs negatief kan worden. En als de prijs voor de consument nul is, is de vergoeding voor wie via wind en zon opwekt, dus ook nul. Tenzij je een SDE-beschikking hebt, dan zal de overheid moeten bijspringen met extra subsidie.”

Mythe 5
Er moet nieuwe technologie en meer geld komen om de klimaatdoelstellingen te behalen.

“Onzin”, is Van der Klauw stellig. “Vandaag is de technologie er al om een klimaat neutrale samenleving te realiseren. Geld is er ook genoeg om dit te financieren. Alleen de ‘nationale energie investeringsfondsen’ werken niet. Waarom is dat? Die fondsen zijn zo ingericht en zo ambitieus dat in principe alleen €100 miljoen plus projecten gefinancierd kunnen worden. Dat zit in de genen van de traditionele bankiers die er vanuit de overheid, die ook risicomijdend is, in worden benoemd. Maar echte energietransitieprojecten beginnen klein. Met eerst 1 woning, dan 100 en dan 1.000 woningen etc. Financiering via gewone banken met wat visie en crowdfunding fondsen is al mogelijk. Er zijn alleen nog meer mensen nodig die het opvragen en initiatieven willen en kunnen starten.”
Van der Klauw concludeert: “De huidige salderingsregeling is de meest eenvoudige, de meest eerlijke en de meest kosteneffectieve regeling om de klimaatdoelstellingen wel te behalen. De huidige regeling weggooien leidt tot meer dan 50% uitval van duurzame opwekking bij huishoudens. Bovendien sluit je delen van de bevolking uit. Wie bedenkt er een regeling dat statushouders, die geen goed Nederlands en Engels spreken maar wel in een huurwoning met zonnepanelen wonen, een subsidiebeschikking moeten gaan aanvragen bij de RVO voor een terugleversubsidie?”

Advies aan installateur
Naar verwachting zal de overheid eind 2018 haar voorgenomen beleid kenbaar maken, daarna zal er zeker nog een half jaar gediscussieerd worden over de haalbaarheid van de voorstellen en eventuele wijzigingen. Van der Klauw: “De installateur gaat daarmee een periode van onzekerheid tegemoet. Waarschijnlijk zal een nieuw beleid pas in 2021/2022 ingaan. Wat moet de vakman in de tussentijd adviseren en hoe kan hij zijn bedrijfsvoering het beste afstemmen op de onzekere situatie? Mocht er een klant aankloppen die zonnepanelen wil, dan zou ik direct zeggen: ‘doen’. Als je nu zonnepanelen neemt, kan je nog maximaal profiteren van de salderingsregeling in de huidige vorm. Verder zou ik de kleine ondernemer adviseren om in de periode totdat er duidelijkheid is over het daadwerkelijke beleid te werken met een flexibele schil van vakmensen. Consumenten houden niet van onzekerheid en onduidelijkheid, dus de vraag naar pv-panelen zou zomaar de komende maanden enorm kunnen inzakken. Al met al opletten geblazen dus!”