Geschatte leestijd: 2 minuten

Door de groeiende import van budgetzonnepanelen uit met name Azië, mede veroorzaakt door lagere importtarieven, dreigt een tweedeling van de markt met aan de ene kant kwaliteitspanelen van premiumleveranciers en aan de andere kant budgetoplossingen van prijsvechters. Bij de laatste groep aanbieders blijft de consument achter met veel vragen over kwaliteitsnormen en -garanties, aldus de premiumaanbieders, die daarom pleiten voor strengere regelgeving en meer transparantie.

Op het eerste gezicht is de tweedeling voor de leveranciers van kwaliteitspanelen niet ongunstig, zegt Erik de Leeuw, directeur van Solarwatt in de Benelux: “Steeds meer consumenten kiezen voor kwaliteit en de premiumleveranciers profiteren daarvan. Veel A-merkproducenten zagen hun marktaandeel de laatste jaren flink stijgen. Maar tegelijkertijd zorgt de opmars van goedkope panelen die niet gecontroleerd worden voor serieuze vragen in onze branche, die steeds minder transparant wordt. Zo weten veel consumenten niet welke garantie ze precies hebben op een budgetpaneel. Als de installateur bijvoorbeeld failliet gaat of ermee ophoudt, kunnen ze vaak niet meer terecht bij de Aziatische fabrikant. Panelen die vervolgens stukgaan of aanmerkelijk minder presteren, worden zo duurkoop in plaats van goedkoop.”

Overheidsregulering
In 2011 en 2012 kenden we ook al een dergelijke toestroom aan budgetpanelen, vervolgt De Leeuw. “Klanten die toen kozen voor de goedkoopste oplossing komen nu bij ons terug vanwege de problemen met de kwaliteit en garantie.” Het is volgens hem van essentieel belang dat niet alleen de branche, maar ook de overheid aanstuurt op heldere regels op dit gebied. “Het onderwerp staat al op de agenda van Holland Solar, de branchevereniging voor zonne-energie, maar het is belangrijk dat ook de overheid gaat meepraten. Zo kunnen we met elkaar nadenken over een gedegen langetermijnbeleid.”

Steekproefsgewijze controle
Nederland kan volgens De Leeuw veel leren van de ervaringen in Australië, dat net als Nederland overspoeld wordt met budgetzonnepanelen. In Australië weert de overheid leveranciers die niet voldoen aan de minimumkwaliteitseisen of die onjuiste voorlichting geven over hun panelen, van de markt. Een noodzakelijke maatregel, zo blijkt uit de bevindingen van de Clean Energy Council die de kwaliteit van zonnepanelen in Australië steekproefsgewijs controleert: 78 procent van de panelen beschikt over minder vermogen dan waarvoor ze gekwalificeerd zijn en 45 procent bestaat uit onderdelen die afwijken van de onderdelen in de productbeschrijving van de fabrikant. Gemiddeld hadden vijf van de dertig geteste panelen meer dan twintig microcracks per paneel, terwijl een paneel van goede kwaliteit in het geheel geen microcracks heeft. De Leeuw: “Het is zorgwekkend dat zogenaamde ‘sjoemelpanelen’ die in Australië worden geweerd, in Nederland wel nog steeds worden aangeboden. Het is vreemd dat de kwaliteit van zonnepanelen geen enkele rol speelt in de huidige subsidieregeling. Maar nu het nieuwe kabinet van plan is de subsidieregeling anders vorm te geven, willen wij hierover graag samen om de tafel.” 

“Hoge kwaliteitsnormen zijn nodig”
De kwaliteitsdiscussie wordt ook gevoerd onder installateurs. Stefan van de Laan, directeur van installatiebedrijf Groene-Woningen: “We zien nu al op veel plekken panelen van Aziatische herkomst die over vijfentwintig jaar garantie zeggen te beschikken. Maar in de praktijk blijkt dat klanten deze garantie nergens kunnen verhalen en niet meer dan twee jaar standaard productgarantie krijgen. Een zonne-energie-installatie moet echter minstens vijfentwintig jaar of langer mee kunnen gaan. Hoge kwaliteitsnormen zijn daarom van essentieel belang. Zeker nu we steeds afhankelijker worden van zonne-energie om de transitie naar schone energie mogelijk te maken. Een complete documentatie met bijbehorende onafhankelijke keurmerken, werkelijke garanties en een hoge kwaliteit van het product leveren alleen maar voordelen op, zowel voor de installateurs als voor de eindgebruikers.”