Geschatte leestijd: 1

Karel is compleet de weg kwijt sinds zijn hartstochtelijke nacht met mevrouw Karel van vorige week (rubbertje). Werkzaamheden die hij al had aangenomen schuift hij met smoesjes voor zich uit. Hij doet alleen nog klussen die echt niet kunnen blijven liggen. Maar daar is hij dan met zijn hoofd ook totaal niet bij. Typisch Karel, hoor ik u denken, die is er nooit helemaal bij. Maar als hij dat zelf al toegeeft, moet het wel heel erg mis zijn.

Deze week moest hij toch echt een toilet plaatsen bij een oudere dame. Het zeer slecht ter been zijnde besje sleept zich elke keer met grote moeite een trap omhoog om naar het toilet te kunnen gaan. Ze had Karel verteld al een paar keer het toilet niet gehaald te hebben. Ondanks zijn eigen sores, vond Karel dat hij daarom niet om deze klus heen kon. Hij zou snel een toilet maken op de begane grond.

Met in zijn hoofd nog mevrouw Karel en de mogelijke spruit op komst, begon hij aan het installeren van het toilet. De montage en afwerking gingen hem eigenlijk meer dan prima af. Hij had zelfs een extra stevig handvat aan de muur bevestigd, zodat de bejaarde klant gemakkelijk van het toilet gebruik zou kunnen maken.

Maar daar ging het vervolgens weer faliekant mis. Er bleek geen plaats meer voor de toiletrolhouder en naarstig zoekend naar een oplossing hiervoor schoot de kortsluiting direct weer in Karels hoofd. ‘Een klein stukje kruipen naar de wc-rol is minder erg dan helemaal de trap op naar boven en te laat zijn’, bedacht onze verwarde klusser. Het eindresultaat aanschouwend, geloofde hij zelf dat het alweer wat beter met hem ging.